26 februari 2012

Concert 24 februari 2012


Vrijdag 24 februari 2012, Concertgebouw Amsterdam
Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Bernard Haitink

Beethoven: Ouverture Leonore 3
Beethoven: Symfonie nr. 4
Beethoven: Symfonie nr. 7


En wederom een fantastisch Beethoven-Haitink-concert. Met het Chamber Orchestra of Europe komt de bijna 83-jarige Haitink tot verrassende nieuwe inzichten: gedreven tempi (soms zet hij er extra vaart achter), heftige impulsen en accenten (de linkervuist gaat vaker omhoog dan in welk repertoire ook) en ritmisch en technisch nagenoeg perfect (vooruit: het KCO is stellig een beter orkest!). Maar ik hoorde nog nooit zo'n prachtige Vierde; het slotdeel knalde de zaal in. En bij het KCO dirigeerde Haitink een aantal jaren terug ook al een fraaie Zevende, maar zo energiek en soms zelf stormachtig als tijdens dit concert hoorde ik het stuk nog niet eerder. Het houdt maar niet op.

Concert 21 februari 2012


Dinsdag 21 februari 2012, Concertgebouw Amsterdam
Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Bernard Haitink
Renaud Capucon, viool
Gautier Capucon, cello
Frank Braley, piano

Beethoven: Ouverture Egmont
Beethoven: Tripelconcert
Beethoven: Symfonie nr. 6 'Pastorale'


Verspreid over twee seizoenen voert Haitink met het Chamber Orchestra of Europe alle beethovensymfonieën uit. Vorig jaar januari de eerste twee concerten van de cyclus (zie hier en hier de weblogs daarvan); en nu in een week tijd de drie overige concerten. Vanavond een voor mij extra bijzondere aflevering, vanwege het verrukkelijke Tripelconcert dat ik nog nooit eerder live hoorde. Muzikaal misschien niet Beethovens meest vooruitstrevende stuk, maar vernieuwend is het wel door de bezetting natuurlijk. Verder een werk vol zalige muziek waarin juist de cello, waarvoor Beethoven geen soloconcert componeerde, in alle drie de delen de toon zet. En wie blijft ongevoelig voor dat korte tweede deel; hoe fraai dramatisch speelde Gautier Capucon hier zijn solo! Haitink had sowieso een prachtig trio solisten uitgekozen: goed op elkaar ingespeeld, muzikaal en enthousiast. Na de pauze werd duidelijk dat Haitink de beste pastorale-dirigent is die ik ken. Zijn opname met het Concertgebouworkest uit de jaren tachtig is van een grote schoonheid, en enkele jaren geleden dirigeerde hij bij hetzelfde orkest in de Kerstmatinee een zo mogelijk nog fraaiere Pastorale: een beetje lijzig-larmoyant, maar uiterst precies en oorstrelend. En nu een hoekiger, bruisender aanpak, en even geweldig. Een zaligmakend concert.

22 februari 2012

Opera 17 februari 2012


Vrijdag 17 februari 2012, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Rimski-Korsakov: De legende van de onzichtbare stad Kitesj en het meisje Fevrona

Fevrona - Svetlana Ignatovich
Prins Vsevolod - Maxim Aksenov
Vorst Joeri - Vladimir Vaneev
Grisjka Koeterma - John Daszak
Knaap - Mayram Markov
Fjodor Pojarok - Alexey Markov
Koor van De Nederlandse Opera, Nederlands Concertkoor
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Nu dan wel de hele Kitesj uitgezeten, en om met de conclusie te beginnen: ik ben blij dat ik de vorige keer vroegtijdig op de fiets stapte voor het concert van het KCO (zie hieronder). Als ik toen de opera had uitgezeten, was ik deze avond niet nog een keer gegaan. Kortgezegd vind ik de opera te wisselvallig en te mager van kwaliteit om de publicitaire heisa te rechtvaardigen die DNO en in hun kielzog sommige recensenten hebben gemaakt. Er zitten enkele fraaie momenten in de opera (de opening van het eerste bedrijf, het eerste deel van het derde bedrijf tot aan het symfonische tussenspel en de eerste vijf minuten van het vierde bedrijf). Maar de drie uur daartussen en daaromheen zijn eigenlijk oersaai. Dat eerste bedrijf wordt wel erg zoetjes en tyoerend voor het geheel: mooi meisje en mooie jongen ontmoeten elkaar en zijn meteen verliefd, en gaan dan kleren verstellen en afwassen... Het tweede bedrijf eindigt dan wel heftig, maar heeft eerst een half uur nodig om de situatie neer te zetten. Het vierde en laatste bedrijf spant de kroon in eindeloosheid. Rimski-Korsakov wilde hiervan duidelijk een kopie van het derde bedrijf van Parsifal maken: een stichtelijke 'Auslaut', maar zijn kopie kan dramatisch en muzikaal niet in de schaduw ervan staan. Vooruit, ook enkele mooie momenten, zoals het eerste deel van het derde bedrijf, met fraaie terneergeslagen koren en een fraai aandeel van de knaap, prachtig gezongen door Mayram Markov. Aan de uitvoering lag het verder geenszins; prima hoofdrolzangers en een uitstekend spelend orkest. De aanvankelijk aangekondigde Robert Holl zou stellig meer hebben gemaakt van de rol van Vorst Joeri.

12 februari 2012

Concert 8 februari 2012


Woensdag 8 februari 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-Whun Chung
Janine Jansen, viool

Kodály: Dansen uit Galánta
Mendelssohn: Vioolconcert
Bartók: Concert voor orkest


Eigenlijk had hier een weblog over de premièrevoorstelling van de opera Kitesj van Rimski-Korsakov moeten staan. Daar heb ik ook eerst gezeten. De opera begon om half zeven; het stuk tot aan de eerste pauze om kwart voor acht vond ik vooralsnog niet erg overweldigend. Omdat er toch nog een tweede bezoek gepland staat, besloot ik mijn jas aan te trekken en naar het Concertgebouw te fietsen. Daar begon om kwart over acht dit heerlijke programma, geleid door een beheerste dirigent die het orkest prima in de hand had en tot krachtig en virtuoos spel verleidde. Chung repeteert volgens mij uiterst precies, en geeft het orkest daarna tijdens het concert veel ruimte. Soms zijn er wat oneffenheden daar waar het orkest behoefte heeft aan gerichte aanwijzingen, maar de uitvoeringen zitten vol energie en overtuiging. Kodàly en Bartòk klonken prachtig! Janine Jansen blijft een uiterst muzikale violiste. In de samenwerking met het orkest waren er eveneens enkele missertjes, maar beiden tekenden voor een relatief ingehouden en vloeiende uitvoering van dit sublieme en bepaald niet eenvoudige vioolconcert. Uiteraard moest op het mooiste moment van dit werk (de overgang van solocadens naar de orkestpartij) iemand in het publiek een hoest de zaal inslingeren. Bij haar Bach-toegift kreeg Jansen de zaal wel muisstil.

06 februari 2012

Concert 1 februari 2012


Woensdag 1 februari 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-Whun Chung

Von Weber: Ouverture Der Freischütz
Schubert: Symfonie nr. 8 'Unvollendete'
Brahms: Symfonie nr. 2


Een geweldig klassiek programma, door een KCO in topvorm onder leiding van een grootse dirigent zonder opsmuk. Ik zat op het podium ergens langs de wand - wat kan een mens zich nog meer wensen? Alles klonk lekker vol en romig, even niks slankmakends of biologisch-dynamisch. Maar alleszins stijlvol. Chung is een verklaard Giulini-adept, en dat vind ik alleen maar een groot voordeel. Hoe heerlijk dromerig en larmoyant begon die Tweede Brahms. Pas in het derde deel kwamen er wat spitsvondigheden aan te pas. Misschien geen Brahms voor de eeuwigheid, maar ik vond het prachtig. In de Onvoltooide van Schubert relatief langzame tempi, maar die waren effectief: juist in de doorwerking van beide delen komt alleen zo de dramatische kracht het best over het voetlicht. Ik had een kaartje voor het tweede concert van deze combinatie op 8 februari, maar ik geef toch de voorkeur aan de première van Kitesj bij DNO. Het leven is soms gruwelijk hard.

29 januari 2012

Concert 12 januari 2012


Donderdag 12 januari 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Cornelius Meister
Simone Lamsma, viool

Mozart: Ouverture Le nozze di Figaro
Walton: Vioolconcert
Mozart: Symfonie nr. 40


Door het afzeggen van Fabio Luisi en het engageren van Cornelius Meister trad in de D-serie van dit seizoen een derde debuterende dirigent aan. Meister is een vaardige jongeling die het orkest in Mozart tot spits en precies spel verleidde. Door zijn relatief hoge tempi en de toch al wat beperkte programmering stonden we al om kwart voor tien buiten. Er had nog wel een flinke uitsmijter bijgekund. De 40ste van Mozart hoorde ik ooit eens met Harnoncourt, ergens begin jaren negentig. Het stuk moet vaker op de lessenaars! Meister belichtte vooral de vloeiende kant van deze symfonie, fraai maar ook wat eendimensionaal. Voor de pauze de eveneens bij het orkest debuterende violiste Simone Lamsma. Van Walton hoorde ik ooit eens zijn altvioolconcert, evenmin als dit vioolconcert een aantrekkelijk werk. Dit vioolconcert gaat een beetje het ene oor in en het andere oor uit. Lamsma speelde alsof ze in iedere noot met hart en ziel geloofde, dus aan haar lag het niet.

31 december 2011

Concert 25 december 2011


Zondag 25 december 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
Anja Harteros, sopraan

R. Strauss: Vier letzte Lieder
R. Strauss: Eine Alpensinfonie


Onvoorstelbaar hoe een interpretatie zich in enkele dagen kan verdiepen! Vergeleken met de uitvoering van de 21ste (zie hieronder) klonk de Alpensinfonie tijdens de kerstmatinee veel langzamer, voller en machtiger. De trompetten hadden hun dag niet en ook de hoorns zaten er een keertje naast, maar het maakte voor de totaalbeleving weinig uit: dit was een grootse en meeslepende Alpensinfonie! Daarvoor een fenomenale uitvoering van de Vier letzte Lieder. Ik had nog nooit van Anja Harteros gehoord, maar ze zong bijzonder ontroerend en uitdrukkingsvol, in ideale balans met het orkest. Wat een prachtige muziek bieden deze liederen toch. Een geweldige muzikale afsluiting van 2011!

23 december 2011

Concert 21 december 2011


Woensdag 21 december 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
Mitsuko Uchida, piano

Mozart: Pianoconert nr.20, KV466
R. Strauss: Eine Alpensinfonie


De opname van Eine Alpensinfonie door het Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink uit het begin van de jaren tachtig is al jarenlang een favoriet in mijn collectie, en moet het wat betreft dit geniale stuk in mijn aandacht delen met de live-opname door het KCO met Jansons uit 2007 (zie hier de weblog van dat concert). Een diepe en langgekoesterde wens om Haitink dit werk nu live te horen dirigeren ging nu in vervulling. Het was een grootse uitvoering. Vergeleken met Jansons is Haitink minder dramatisch maar vloeiender en transparanter, soms zelfs kamermuzikaal. In 'Auf dem Gipfel' is Jansons meeslepend, Haitink rechtlijniger. In beide uitvoeringen glorieus en overweldigend. Haitink speelt zijn troefkaarten uit in het 'Gewitter und Sturm'; dat klinkt nu ongekend krachtig en ultra-Wagneriaans. Ik verheug me nu alweer mateloos op Eerste Kerstdag, dan weer!
Voor de pauze een uitstekende uitvoering van Mozarts 20e pianoconcert, met nummer 24 een indringend mineur-concert en vergeleken bij dat latere concert in c-klein is dit in d-klein nog dramatischer. Mitsuko Uchida speelde uiterst intiem, met groots effect.

11 december 2011

Oh dennenboom!


Dat zodra Sinterklaas zijn hielen heeft gelicht De Bijenkorf en Intertoys meteen in kerstsferen worden getooid om het shoppend publiek nog meer geld uit de zak te kloppen, daar kan ik nog wel begrip voor opbrengen. Maar dat nu ook Het Concertgebouw aan deze commerciële onzin mee gaat doen: ik vind het verschrikkelijk. In het kader van de actie 'Ontdek het Concertgebouw in december' (Gottegot! Ofschoon wel een iedere maand aan te passen reclametekst.) staan er in de gangen van Het Concertgebouw nu opeens allemaal kunstkerstbomen, zodanig op machinaal-chinese wijze versierd dat iedere slinger, kerstbal en lampje volledig synchroon met andere versierselen een plek in de boom heeft gevonden. Deze lelijke vormeloze nepbomen vormen een schril contrast met waar Het Concertgebouw voor staat. Het woord kunst heeft twee betekenissen! In de grote zaal hangen aan de balustrade links en rechts van het podium reepjes kunsttakken, 'versierd' met lampjes van de Blokker.
Ik vind het gruwelijk lelijk!

Concert 9 december 2011


Vrijdag 9 december 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. James Judd
Capella Amsterdam

Schönberg: Verklärte Nacht
Holst: The Planets


Altijd eeuwig zonde, wanneer Jansons moet afzeggen. Eigenlijk is er geen vervanger die tegen hem op kan. Maar goed, we hebben er mee te leven en iedere keer als hij er wel is, is een godsgeschenk. Het KCO had een prima vervanger uitgekozen, de Britse dirigent james Judd, die tegelijkertijd debuteerde bij het orkest. De strijkersversie van Schönbergs Verklärte Nacht klonk adembenemend mooi; op een hoestaanval van een hoogbejaarde achterin de zaal na was het publiek muisstil. De strijkers van het KCO speelden ontzetten warm en transparant; wat een geweldige klank. Ik hoorde The Planets van Holst een keer eerder, ergens in de jaren tachtig gedirigeerd door Charles Dutoit. Die uitvoering ging toen de mist in doordat de dames van het koor op de gang een hele toon te hoog of te laag zongen. Nu zongen de dames van Capella Amsterdam loepzuiver. In de zes delen daarvoor klonken de planeten vooral onstuimig en stevig; Judd houdt wel van een krachtige aanpak. Maar hij had de zaak goed onder controle. En tja, die superbe volbloedig Engelse melodie halverwege Jupiter gespeeld door het KCO in topconditie: heerlijk!
Het programmatisch omhoog kijken gaat later deze maand verder met de Alpensymfonie...

Concert 1 december 2011


Donderdag 1 december 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Juraj Valcuha
Sol Gabetta, cello

Von Weber: Ouverture Euryante
Barber: Celloconcert
Rachmaninov: Symfonie nr. 3


De reeks debuterende dirigenten gaat bij het KCO verder met de Slovaak Juraj Valcuha. Vergeleken met de drie weken eerder debuterende Ticciati maakte Valcuha een serieuzere en meer gedegen indruk. De Von Weber-ouverture werd klonk als een klok. Daarna maakte de blonde Argentijnse celliste Sol Gabetta haar debuut bij het KCO. Gabetta schijnt een fenomeen te zijn, en dat maakte ze tijdens dit concert meer dan waar. Het Barber-concert maakte ze tot een groots stuk, waard om vaker te horen. Als toegift stal ze de show met een ijl werk van een mij onbekende componist (de naam stond wel in de NRC-recensie maar die ben ik alweer vergeten), waarbij Gabetta ook een vocale bijdrage leverde. Enfin, de zaal op zijn kop. Na de pauze de broeierige Derde van Rachmaninov; ik heb er weliswaar een cd-opname van, maar ik beluisterde het stuk nooit eerder. Geen meesterwerk, wel warmbloedig en fraai gespeeld. Ik zal het eens op mijn iTunes zetten.

20 november 2011

Concert 15 november 2011


Dinsdag 15 november 2011, Paleis voor Schone Kunsten Brussel
Collegium Vocale Gent & Accademia Chigiana Siena
Orchestre des Champs-Élysées o.l.v. Philippe Herreweghe
Hanna-Elisabeth Müller, sopraan
Gerhild Romberger, alt
Benjamin Hulett, tenor
David-Wilson-Johnson, bas

Beethoven: Missa solemnis

Ik werk dit najaar in Mechelen en verblijf door de week in Brussel. Weinig aanbod aan klassieke muziek aldaar om naast alle werkzaamheden later dan wenselijk te gaan slapen. Maar Herreweghe met zijn eigen ensembles in Beethovens meesterwerk is een must uiteraard. Twee jaar geleden voerde hij met dezelfde koren (en dezelfde tenor) het zelfde werk tijdens een zaterdag-matinee ook uit in het Concertgebouw (zie hier de weblog) en zo overrompelend als die uitvoering was deze volledig 'authentieke' helaas niet. Het lag vooral aan de zaal, vrees ik. Hoe verwend ben ik toch met dat Concertgebouw in Amsterdam om de hoek! De Henry Le Boeuffzaal van het Paleis voor Schone Kunsten is te droog en te hoekig. Het plafond had minimaal 10 meter hoger moeten zijn - wanneer diezelfde hoogte in de Grote Zaal van het Concertgebouw was aangehouden, hadden de balkon-bezoekers zich gebukt naar hun plaats moeten begeven. Tja, dat hoor je eraan af. De twee eigen koren van Herreweghe waren ook nu weer onnavolgbaar fantastisch. Wat hun aandeel betreft was dit een geweldige uitvoering. Ook de vier solisten waren, ofschoon niet overrompelend, prima. Het orkest speelde goed, maar zo'n half-ielig/vals gespeelde vioolsolo in het Benedictus doet flink afbreuk aan de totaalervaring, ook al maakt iedere seconde van het Sanctus alle onvolkomenheden in het leven helemaal goed. Na afloop werd Herreweghe in prachtig communautair-ingewikkeld Frans/Nederlands toegesproken vanwege zijn 40/20-jarig jubileum: 40 jaar Collegium Vocale Gent en 20 jaar dirigerend in het Paleis. Daarna signeerde Herreweghe zijn nieuwste Brahms-cd in de shop van het paleis; ik kon zelfs een minuutje met hem praten. Dat lukt je in Amsterdam bepaald niet.
In het voorjaar komt Harnoncourt de Missa solemnis bij het KCO dirigeren - ik tel de dagen af!

Concert 10 november 2011


Donderdag 10 november 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Robin Ticciati
Jonathan Biss, piano

Schumann: Ouverture Genoveva
Mozart: Pianoconcert nr. 17, KV 453
Brahms: Serenade nr. 1


Robin Ticciati, een Engelsman met een Italiaanse achternaam, debuteerde vanavond bij het KCO. Er volgen nog meer debuten dit jaar: het orkest is bezig met een scout voor nieuwe aanwas in de dirigenten-dug-out. Ticciati maakte een goed, maar geen overrompelend debuut. Hij had de zaak prima onder controle, liet echter geen onuitwisbare indruk achter. De Genoveva-ouverture liet hij heel hoekig en transparant spelen, haast Beethoviaans en neigend naar 'authentiek'. In het 17e pianoconcert van Mozart werkte de lichtvoetige aanpak niet zo goed; het was te speels en te frivool en een echte innerlijke band tussen pianist en dirigent/orkest bleef achterwege. Zo adembenemend als het optreden van Bliss twee jaar geleden, zie hier de weblog, was het nu niet. De Eerste serenade van Brahms hoorde ik nooit eerder live, ofschoon ik het op cd vele keren hoorde van de opname van Haitink met het (K)CO. Een mooi stuk dat vooral doet piekeren over de vraag waarom Brahms tot bijna 20 jaar daarna pas met een eerste symfonie durfde komen. Zo ver zat hij er hier toch niet naast? Fraai door Ticciati gerealiseerd: het laatste deel van deze Serenade leek een programmatische en interpretatieve aansluiting met de Schumann-ouverture.

31 oktober 2011

Concert 28 oktober 2011


Vrijdag 28 oktober 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Herbert Blomstedt

Mozart: Symfonie nr. 39
Schubert: Symfonie nr. 9


De Grote symfonie in C van Schubert behoort tot mijn meest favoriete symfonieën, maar geslaagde uitvoeringen zijn zeldzaam. Eigenlijk bewaar ik alleen goede herinneringen aan de uitvoeringen onder leiding van Harnoncourt, in het begin van de jaren negentig. De vastlegging op cd door Teldec houdt de herinnering levendig, ofschoon de opnamekwaliteit niet honderd procent is. Met name daardoor, alsook door de nog grotere orkestrale transparantie, blijft de 'authentieke' uitvoering door The orchestra of the age of enlightenment o.l.v. Charles Mackerras mijn ultieme opname van dit grootse stuk. Er gebeurt zoveel in deze symfonie, zoveel stemmen, tegenstemmen, detailwerking, dramatiek: het is nagenoeg onmogelijk alle elementen allemaal helder over het voetlicht te brengen. Mackerras en Harnoncourt kregen dat voor elkaar, maar de dirigenten die ik dit stuk ook live hoorde dirigeren (Tennstedt, Brüggen, Sawallisch, Metha, Rattle) lukten dat niet. Tot nu opeens Herbert Blomstedt met een werkelijk fantastische Schubert 9 kwam aanzetten! Ik hoorde hier een uiterst transparante, gedreven, scherpe en welhaast ideale uitvoering. Er zat een flink strijkerscorps, maar de houtblazers kwamen er uitstekend doorheen en waren ideaal in balans. De tempi en de spanningsopbouw waren gewoonweg perfect. En als vervolgens ook nog alle herhalingen worden gerespecteerd: een topuitvoering.
In Mozarts 39ste respecteerde Blomstedt eveneens herhalingstekens die normaliter worden genegeerd (zoals die van de doorwerking in het slotdeel). Met een klein orkest kwam hij evenzeer tot een prachtig doorzichtige uitvoering. Gewoon een grootmeester, deze inmiddels 84-jarige, maar uiterst levenslustige Blomstedt!

23 oktober 2011

Concert 20 oktober 2011


Donderdag 20 oktober 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Emanuel Ax, piano

Goebaidoelina: Het gastmaal tijdens de pest
Haydn: Pianoconcert in D, Hob. XVIII:11
Varèse: Amériques


Ik werk dezer maanden in België, woon door de week in Brussel, maar reis voor de weekenden op en neer naar Amsterdam. Voor dit concert was ik apart op en neer gereisd, want Jansons in Varèse wilde ik niet missen. Het was inderdaad enerverend, ofschoon de credits natuurlijk gaan naar Varèse. Riccardio Chailly introduceerde deze componist met succes bij het KCO en dat Jansons dit nu voortzet is bijzonder lovenswaardig. Want wat een brok energie, deze Amériques! De sirenes klonken minder snerpend dan bij Chailly, maar het stuk klonk groots. Dat het opeens afgelopen was behoort tot een van de eigenaardigheden van deze muziek, en dat het reguliere abonnementspubliek hiermee niet overweg kon onderstreepte alleen maar de bijzonderheid van dit stuk. Voor de pauze was er qua intensiteit al een heel concert voorafgegaan. De oorsponkelijk aangekondigde wereldpremière van het Concert voor orkest van Goebaidoelina was nog niet voltooid, en werd vervangen door Het gastmaal tijdens de pest, een intens werk vol opgebouwde spanning. Aardig om de componiste aanwezig te zien. Meteen erna een geheel ander hoogtepunt: het door Emanuel Ax en Jansons uiterst subtiel en glanzend gespeelde Pianocondert in D van Haydn. Ik ken het werk van een cd-opname in authentieke bezetting met clavecimbel (met Trevor Pinnock), maar ook met het KCO en op een verkleinde Steinway blijkt het een verrukkelijk stuk. Ax is een innemende pianist, een vakman pur sang; de impromptu van Schubert als toegift was eveneens van grote schoonheid. Een heuglijk, groots concert.

Opera 16 oktober 2011


Zondag 16 oktober 2011, Het Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

R. Strauss: Elektra

Elektra - Evelyn Herlitzius
Klytämnestra - Michaela Schuster
Chrysothemis - Camilla Nylund
Orest - Gerd Grochowski
Aegisth - Hubert Delamboye
Toonkunstkoor Amsterdam
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Een prachtige uitvoering van dit absolute meesterwerk! De uitvoering werd gedragen door de ranke Herlitzius, die echter een enorm krachtige en zuivere stem heeft. Ik hoorde haar ruim anderhalf jaar geleden ook al in deze rol, in Brussel (zie hier de weblog daarvan). En haar invulling was dit keer misschien nog beter. Live hoorde ik deze rol nooit eerder zo goed gezongen als door Herlitzius. Schuster was een grootse Klytämnestra, ofschoon de aristocratische Soffel in Brussel ongeëvenaard was. Nylund zong een krachtige Chrosothemis; later dit seizoen zingt ze bij DNO Elisabetta in Don Carlo; daar kunnen we ons verheugen. Grochowski vond ik wat vlak, Delamboye daarentegen een opmerkelijk zuivere en fraaie Aegisth. Het NedPho en Albrecht lijken een uitstekend huwelijk aangegaan te zijn; het orkest klinkt vol, gedreven en harmonieus. En wat een grootse opera is de Elektra toch; ik hoorde het werk al zeker een keer of ach live, het blijft een verbazingwekkend krachtig en overrompelende opera.

Concert 30 september 2011


Vrijdag 30 september 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding
Lang Lang, piano

Grieg: Pianoconcert
Beethoven: Symfonie nr. 3 'Eroica'


Lang Lang is een fenomeen; ik hoorde hem een paar jaar geleden met een prima uitvoering van Beethovens Vierde pianoconcert (zie hier de weblog ervan). En nu dan in het Grieg-concert. Het werd een grandioze uitvoering, stormachtig maar nergens over de top, helder en meeslepend en genuanceerd waar het moest. Als toegift een bewerking (van Liszt waarschijnlijk) van de Hongaarse mars uit La Damnation de Faust van Berlioz; je moet het maar durven spelen. Na de pauze een degelijke doorsnee-Eroica. Goede tempi, relatief groot orkest maar alles op zijn plek. Geen uitvoering voor de eeuwigheid, maar voldoende goed om een klein uurtje geconcenteerd naar te luisteren.

16 oktober 2011

Concert 16 september 2011


Vrijdag 16 september 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Genia Kühmeier, sopraan
Bernarda Fink, alt
Mark Padmore, tenor
Gerard Finley, Bas
Groot Omroepkoor

Strawinsky: Psalmensymfonie
Mozart: Requiem


Ik hoorde Mozarts Requiem pas een keer eerder live, een jaar of vijf geleden in het Palau de la Música Catalana in Barcelona door een gelegenheidsensemble. Nu dan door het KCO en zijn chefdirigent, aangevuld door een prachtig zingend Omroepkoor en vier topsolisten. Het had een logge boel kunnen worden, zo'n traditionele bezetting, maar het werd een doorzichtige, gedetailleerde en dramatische uitvoering. Niet neo-authentiek, maar gewoon bijzonder stijlvol en dienstbaar aan de muziek. Ik leerde het stuk kennen via de cd-uitvoering van Christopher Hogwood, die een andere dan de reguliere Süssmayr-versie opnam, en in plaats van gewone sopranen jongenssopranen inzette. Die klank raak ik nooit meer kwijt, alsook dat ik de Süssmayr-versie minder geslaagd vind. Maar goed, dat ligt aan hoe ik het werk heb leren kennen. Maar daarbuiten: dit was een geweldige uitvoering, en de vele microfoons boven het orkest deden vermoeden dat er te zijner tijd een cd van uitgebracht wordt; ik kijk er naar uit.
Voor de pauze de Psalmensymfonie van Strawinsky, een fraai, maar ook wat ongemakkelijk en niet volledig boeiend stuk. Wel goed gezongen!

Opera 10 september 2010


Zaterdag 10 september 2011, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Gluck: Iphigénie en Aulide
Gluck: Iphigénie en Tauride


Iphigénie en Aulide
Iphigénie - Véronique Gens
Agamemnon - Nicolas Testé
Clytemnestre - Anne Sofie von Otter
Achille - Frédéric Antoun
Diane - Salomé Haller
Arcas - Laurent Alvaro

Iphigénie en Tauride
Iphigénie - Mireille Delunsch
Oreste - Jean-Francois Lapointe
Pylade - Yann Beuron
Diane - Salomé Haller
Thoas - Laurent Alvaro
Koor van De Nederlandse Opera, Les Musiciens du Louvre o.l.v. Marc Minkowski

Deze Gluck-dubbel bood ruim 4 uur overwegend gelijkvormige muziek. De recensent van NRC Handelsblad schreef dat de luisteraar nogal op de proef werd gesteld hierdoor, maar bij mij vlogen die 4 uren om. Niet vanwege Gluck, maar door de onvoorstelbaar superbe cast die voor deze megaproductie was gecontracteerd. Gens en Delunsch gelden als meesteressen in de Franse zangkunst en ofschoon werd aangekondigd dat Delunsch veel pijn in haar rug had zong ook zij fantastisch. Ook de mannenrollen waren perfect gecast. Testé als Agamemnon en Lapointe en Beuron als de onafscheidelijke vrienden Oreste en Pylade zongen de sterren van de hemel met hun prachtige stemmen. De grote ster was echter Anne Sofie von Otter, die in subtiliteit en klankschoonheid alle andere zangers overtrof. Haar treuraria was het hoogtepunt van de avond. De enscenering van Pierre Audi vond ik wat rommelig. Trap op, trap af - het bood weinig extra's. Minkowski zorgde voor een uitstekende orkestrale begeleiding en soms voor vuurwerk. Zelden zo'n perfecte zangersgroep bij elkaar gehoord.

11 september 2011

Concert 31 augustus 2011


Woensdag 31 augustus 2011, Concertgebouw Amsterdam
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Robert Gambill - Siegmund
Melanie Diener - Sieglinde
Dimitry Ivashchenko - Hunding

Wagner: Voorspel en venusbergmuziek uit Tannhäuser
Wagner: Eerste akte uit Die Walküre


De nieuwe chef van het NedPho is een theaterman. In deze twee wagnerstukken viel me op dat hij het verhaal probeert te verklanken en daarbij het orkest op sleeptouw neemt om ieder moment zo expressief mogelijk te laten zijn. Ik houd er wel van. Het orkest is Albrecht hoorbaar dienstbaar, er is duidelijk een klik. Het Voorspel en de venusbergmuziek uit Tannhäuser vond ik juist vanwege dat theatrale bijzonder goed geslaagd. Ook het orkestrale aandeel in de eerste akte Walküre was groots. De zangers waren echter niet ideaal. De intonatie vormde geen probleem, en twee keer tien seconden 'Wälse' vind ik ook altijd een plus, maar er ontbrak vervoering bij de twee hoofdrolzangers. Met name Robert Gambill zong teveel alsof hij een oratorium aan het zingen was. Maar goed, net als twee dagen eerder met het KCO is zo'n zomerconcert na ruim twee maanden afwezigheid vooral bedoeld om warm te draaien. En dat lukte dankzij Albrecht zeker.

31 augustus 2011

Concert 29 augustus 2011


Maandag 29 augustus 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons

Wagner: Ouverture Rienzi
R. Strauss: Dans van de 7 sluiers uit Salome
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 8


Nelsons maakte al eerder zijn debuut bij het KCO en hij mag nu met twee programma's de tour langs de festivals doen. Het eerste programma bleek reeds uitverkocht, deze tweede met groot orkestraal werk mocht er ook zijn. De ouverture Rienzi hoorde ik nog nooit eerder live, ik vind het een heerlijk stuk. Het kreeg een prima uitvoering. De dans van de zeven sluiers viel tegen. Het moet orgastisch klinken, en het bleef allemaal te braaf. Natuurlijk, het KCO speelt deze muziek prachtig transparant en warmbloedig, maar Nelsons had meer moeten durven. De Achtste van Sjostakovitsj behoort tot zijn beste symfonieën en Nelsons wist duidelijk raad met dit werk. Het is zo'n symfonie waaraan geen einde lijkt te komen cq waarin de tijd stilstaat en waarin de emoties permanent op hoogspanning staan. Het orkest speelde prachtig; er was een nieuwe althoboïst en zijn solo was ofschoon niet helemaal perfect wel het hoogtepunt van de uitvoering. Een lekker begin van het nieuwe seizoen.

11 juli 2011

Opera 10 juli 2011


Zondag 10 juli 2011 - Het Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Tsjaikovsky: Jevgeni Onegin

Onegin - Bo Skovhus
Tatjana - Krassimira Stoyanova
Ljenski - Andrej Dunaev
Olga - Elena Maximova
Gremin - Mikhail Petrenko
Koor van de Nederlandse Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

De tweede keer, en dit was tevens de laatste van deze productie. Het was allemaal helemaal volledig af, perfect en geweldig; een opera-ervaring zoals je maar zelden meemaakt. Ook in de orkestbak van het Muziektheater zijn Jansons en het KCO een combinatie waarbij alle superlatieve tekort schieten. Wat een weelde, pure weelde! Totdat deze weelde wordt tenietgedaan door de huidge koele rechtse wind geniet ik er nog met volle teugen van, zolang als het nog duurt. Hopelijk volgt er ooit nog eens een serie uitvoeringen van de Boris Godoenov door deze combinatie, wat zou dat geweldig zijn! Iedere keer dat Jansons het KCO dirigeert is een godsgeschenk, niks meer en niks minder.
En die enscenering en de zangers: gewoon prachtig!

09 juli 2011

Opera 20 juni 2011


Maandag 20 juni 2011 - Het Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Tsjaikovsky: Jevgeni Onegin

Onegin - Bo Skovhus
Tatjana - Krassimira Stoyanova
Ljenski - Andrej Dunaev
Olga - Elena Maximova
Gremin - Mikhail Petrenko
Koor van de Nederlandse Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Onbetwist de productie van het seizoen! Het KCO in de bak van het Muziektheater is immer van een weelde en rijkdom die de operaliefhebber intens gelukkig maken, en nu met Jansons in zijn tweede opera in Amsterdam van een dubbele rijkdom. De begeleiding van de briefscene bijvoorbeeld: wat een subtiliteit en sfeer! Zo mooi gespeeld als deze avond hoorde ik deze opera nooit eerder. De cast was uitstekend bezet met een prima zingende Stoyanova als Tatjana, en Petrenko maakte van die ene heerlijke aria van Gremin een verrukkelijk Russisch geheel. De rol van Onegin blijft een ondankbare: hij kan nergens echt vocaal schitteren, en hij moet het hebben van de dramatische zeggingskracht. Mensen naast mij in de zaal hoorde ik zeggen dat Skovhus niet goed bij stem was, maar ik heb dat niet opgemerkt. De enscenering van Stefan Herheim vond ik prachtig. Het is een bonte mengeling van verleden, heden en toekomst dat je te zien krijgt, maar bovendien erg fraai gestalte gegeven. In mijn andere abonnement zit deze voorstelling ook, dus ik mag nog een keer!

Concert 27 mei 2011


Vrijdag 27 mei 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Daniel Barenboim, piano

Von Weber: Ouverture Oberon
Liszt: Pianoconcert nr. 2
Rossini: Ouverture Wilhelm Tell
Liszt: Pianoconcert nr. 1


Ik kocht een jaar geleden nietsvermoedend een los kaartje voor dit extra concert, omdat ik Barenboim wel eens een pianoconcert wilde horen spelen. Als dirigent viel hij me een paar jaar geleden enorm tegen in Mahlers Zevende (zie hier de weblog daarvan) en van een eerder solorecital kan ik me weinig meer herinneren. Dit extra concert bleek een verjaardagscadeautje voor prinsex Máxima te zijn en alle podium en balkonplaatsen waren gereserveerd voor genodigden van de koninklijke familie, die voltalling op de eerste rij van het frontbalkon zat. Van premier Rutte tot vader Zorregieta, en van de ceo's of inmiddels commissarissen van alle banken en andere multinationals tot Erica Terpstra, ze zaten er allemaal. Over de koninklijke familie geen kwaad woord, maar voor de rest zat er wat mij betreft vooral veel schorriemorrie in galakostuum. In de zaal het gewone publiek, dat zich beveiligingspoortjes en fouillering moest laten welgevallen om te doen waarvoor het gekomen was: luisteren naar een toporkest onder leiding van een topdirigent die twee welbekende ouvertures meer dan subliem uitvoerde. En tja, Barenboim speelde soms wankel en slordig, maar soms ook geweldig krachtig en idiomatisch. Hij is bovenal een grote persoonlijkheid die dat in zijn spel probeert over te brengen, en dat soms wel en soms niet voor elkaar krijgt. Na de uitvoeringen betrad Máxima het podium en ook zij stal de show met haar innemend frisse optreden. Barenboim gooide er nog wat Argentijnse tango's uit, waarna het publiek voldaan naar huis keerde en het schorriemorrie in apenpak uit de staatsruif ging drinken.

Concert 25 mei 2011


Woensdag 25 mei 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Oszkar Ökrös, cimbalon

W.Fr. Bach: Andagio und Fuge
Mozart: Symfonie nr. 38
Brahms: Haydn-variaties
Dvorák: Legendes nr. 6 & 10
Liszt: Hongaarse rapsodie nr. 1/14


In april j.l. zorgde Fischer voor een hilarisch concert door de Hongaarse violist Jószef Lindvaï mee te nemen voor Paganini's eerste vioolconcert. Nu zorgde hij voor zomogelijk nog meer verrassing door de kolossale Oszkar Ökrös uit te nodigen voor de cimablon-partij in Liszt eerste Hongaarse rapsodie. Ökrös is bijna even breed als lang, en kwam in een spierwit pak het podium op; de hele zaal ging meteen plat. En dan die lekker uitbundige muziek waar deze meneer af en toe helemaal los ging met die lepeltjes op de snaren. Een onvergetelijk gezicht en gehoor. Daarvoor al had Fischer wederom aangetoond van alle markten thuis te zijn. Hoogtepunt en de reden waarom ik een los kaartje voor dit concert kocht was de Praagse van Mozart. Het is een ultiem meesterwerk; die langzame inleiding van het eerste deel is eindeloos boeiend en grandioos gecomponeerd en bevat bijkans het drama van een hele opera. En ja, Fischer en het KCO gaven een prachtige uitvoering van deze Adagio-inleiding, als ook van de resterende delen. En graag gememoreerd: Fischer respecteerde de herhalingen van de exposities! Scherp gespeeld, briljant in klank en finesse. Een prachtige uitvoering, waarschijnlijk sinds Josef Krips niet meer zo mooi gespeeld. Daarvoor al een fraaie Sinfonia van Wilhelm Friedemann Bach, en na de pauze en warmbloedige uitvoering van de onvolprezen Haydn-variaties van Brahms. de twee legendes van Dvorák waren een intermezzo, totdat Ökrös het podium betrad... Klik voor het idee even op de foto hierboven en beluister/bekijk daarna dit filmpje dat ik op YouTube vond: daar spelen Ökrös en Fischer hetzelfde stuk met de Berliner Philharmoniker; je hoort de laatste 3 minuten ervan.

26 juni 2011

Opera 23 mei 2011


Maandag 23 mei, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

R. Strauss: Der Rosenkavalier

Feldmarschallin - Anne Schwanewilms
Baron Ochs - Kurt Rydl/Runi Brattaberg
Octavian - Michelle Breedt
Sophie - Sally Matthews
Faninal - Michael Kraus
Koor van De Nederlandse Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Sir Simon Rattle

Al een hele poos niet meer naar de opera geweest. Ondanks alle juichende berichten over deze topproductie werd ik er niet door meegesleept. Er was vooraf al de teleurstelling over het niet zingen van de aanvankelijk geprogrammeerde Kozena als Octavian. En vlak voordat het doek zou opengaan werd bekendgemaakt dat Rydl die dag zijn stem kwijt was. Hij speelde wel zijn rol, maar zijn partij werd vanaf de zijkant van het toneel gezongen door Runi Brattaberg, die gecast was voor de rol van commissaris van politie maar in kleine theaters ook Ochs gezongen heeft. Dat deed hij allemaal naar behoren, maar hoe graag had ik die geweldige rol door Rydl gezongen willen horen. De grote ster van de avond was Anne Schwanewilms, die zo geweldig zong: smachtend, kreunend, kirrend, lyrisch, en alles loepzuiver. Een ideale Feldmarchallin! Natuurlijk, niks te klagen over Simon Rattle die in de orkestbak die het Rotterdams Philharmonisch wist te verleiden tot meer dan uitstekend orkestspel. Maar erg opzienbarend vond ik het allemaal niet. Gewoon een goede, maar door het Ochs-gedoe een rommelige voorstelling. Er had meer ingezeten.

Concert 18 mei 2011


Woensdag 18 mei 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.lv. Fabio Luisi
Anna Larsson, alt
Robert Dean Smith, tenor

Mahler: Totenfeier
Mahler: Das Lied von der Erde


Mahler overled deze dag precies 100 jaar geleden, en dit concert bood vergeleken met de onstuimige Tweede van de dag ervoor een ingehouden stemming. De Totenfeier is de oorspronkelijke versie van het openingsdeel van diezelfde Tweede, en alleen een in dit stuk ingewijde luisteraar herkent de verschillen. Ik denk dat de oorspronkelijke en definitieve versies van dat openingsdeel slechts 10% van elkaar afwijken. De opbouw, thematiek en instrumentatie zijn nagenoeg volledig identiek. Das Lied von der Erde was het hoofdwerk van dit concert, met dezelfde solisten als tijdens het jubileumconcert van Haitink in november 2006 (zie hier de weblog daarvan). Ik vond de solisten nu wat beter op dreef, ook al blijft de tenorpartij eigenlijk iets onmogelijks. Anna Larsson maakte in Der Abschied indruk door een expressieve en bewogen uitvoering, zonder al te dramatisch te zingen. Dat paste prima bij de schijnbaar onbewogen maar zuivere en dienende orkestrale begeleiding. Luisi is geen dirigent met uiterlijk vertoon, lijkt een saaie klerk op de bok, maar dirigeert uiterst efficiënt en doeltreffend. Alles bij elkaar een stemmig concert.

Concert 17 mei 2011


Dinsdag 17 mei 2011, Concertgebouw Amsterdam
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Elisabeth Watts, sopraan
Birgit Remmert, alt
Nederlands Concertkoor

Mahler: Symfonie nr. 2

Ik lig zo'n zes of zeven concerten achter; het kwam er even niet van de afgelopen maand. Teveel bezig met concerten bezoeken... Ik kocht op de dag zelf nog een kaartje voor dit concert, en werd niet teleurgesteld. Albrecht is een wat onstuimige dirigent, en dat heeft zijn uitwerking op de uitvoering. Ongepolijst, een beetje ruw, maar wel vol energie en dramatiek. Volgens mij eet Albrecht iedere dag borden vol pasta en biefstukken om zijn gewicht op peil te houden. Die Tweede van Mahler bevat zoveel emoties dat je aandacht bij zo'n energieke uitvoering geen moment verslapt. Het Nederlands Philharmonisch blijft een opmerkelijk goed orkest en met de uitstekende zingende solisten en het Concertkoor was dit gewoon een prima concert. Vooraf bliezen de koperblazers van Giovanni Gabrieli het Jubilate Deo ter nagedachtenis van Yakov Kreizberg.

14 mei 2011

Concert 13 mei 2011


Vrijdag 13 mei 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink

Mahler: Symfonie nr. 9

Tijdens het concert wist ik niet waarom, maar daags erna denk ik van wel te weten waarom ik al na drie maten van het eerste deel als nooit tevoren volschoot, als ook bij het begin van het slotdeel (ik heb nog nooit eerder zo zitten waterlanden als tijdens dit concert): Mahlers Negende ervaar ik als zijn meest essentiële schepping. Alleen al die eerste maten van het openingsdeel zitten zo boordevol zeggingskracht dat je wanneer je zijn hele oeuvre goed kent als vanzelf doorhebt dat hij hier in ingekookte vorm de essentie van al het voorgaande werk gaat verkondigen. En dat is inderdaad wat in dat openeningsdeel gebeurt. Natuurlijk, het slotdeel is ongeëvenaard in zijn aangrijpendheid, maar voor mij stijgt het openeningsdeel daar nog bovenuit. Misschien werd het 'jank-effect' nog versterkt door de combinatie Haitink-KCO. Want ja, mijn eerste Kerstmatinee was die in 1987 waar Haitink bij deze Negende zijn stokje liet vallen. Ik was toen 22 en een broekie in Mahler, en heb dat concert toen zeker niet zo intens beleefd als dit concert nu. Maar ik herinner het me wel. En om dan ruim 23 jaar later dezelfde dirigent met hetzelfde orkest dezelfde symfonie nog eens te horen... alleen al de numerieke vergelijking grijpt je bij de lurven. Er hingen allemaal microfoons boven en er stonden allemaal camera's rondom het orkest, dus het zal wel op tv worden uitgezonden, op dvd verschijnen en hopelijk ook op cd. De vraag is of de uitvoering dan als historsch de boeken in gaat. Voor mij zeker, maar het kan zomaar gebeuren dat bij nader inzien de uitvoering als gemiddeld beoordeeld gaat worden. Haitink opteerde namelijk voor gemiddelde tempi, voor weinig emotionele uitspattingen en voor het vermijden van extases. De muziek sprak volledig voor zichzelf, en dat bleek voor mij voldoende om volledig voor de bijl te gaan. En hoe subliem speelde het orkest; en hoe beheerst en met autoriteit dirigeerde Haitink. Het publiek van de Mahler-serie is het beste publiek dat er is: het weet stil te zijn wanneer het moet. Pas toen Haitink na het uitsterven van de slotmaat berustend op zijn krukje ging zitten stak het applaus op. En de allerluidste bijval kreeg uiteindelijk Mahler zelf, toen Haitink de partituur in de hoogte hield. Een zeer heuglijk concert.

29 april 2011

Concert 27 april 2011


Woensdag 27 april 2011, Concertgebouw Amsterdam
Boedapest Festival Orkest o.l.v. Iván Fischer
József Lendvaï, viool

Dvorák: Praagse walsen
Paganini: Vioolconcert nr. 1
Schumann: Symfonie nr. 3


Wederom een grandioos concert door het Boedapest Festival Orkest o.l.v. chefdirigent Fischer. Het is eigenlijk ongelooflijk onder welk streng regime dit orkest opereert. Ze spelen soms avond aan avond, nagenoeg iedere maand ook in het buitenland, en dit laatste zonder veel reistijdverlies: vliegen, installeren, spelen en meteen verder vliegen. Ik heb dit orkest al meerdere keren gehoord, en steeds viel het enthousiasme en de natuurlijkheid van hun muzikaliteit op; nergens een spoortje van routine of slapte in de aandacht. Zo ook tijdens dit concert; het was allemaal weer uiterst verzorgd en muzikaal. Ster van de avond was de Hongaarse violist Jozsef Lendvaï, uiterlijk een kruising van Michiel Romeyn als Oboema en André Rieu. Lendvaï speelde het hondsmoeilijke eerste concert van Paganini; nog nooit hoorde ik een van zijn vioolconcerten live. Je moet het maar durven spelen, en Lendvaï speelde het prachtig: technisch zo goed als maar mogelijk is, en tegelijkertijd muzikaal en subtiel. Ik moest aanvankelijk erg lachen om de verschijning van Lendvaï: zo'n woeste kop die eventjes Paganini komt doen. 'Hij lijkt er voor uitgezocht', zei mijn concertgenoot nog voordat er een noot geklonken had. Uiteindelijk logenstrafte de uitvoering die opmerking, maar het paste wel allemaal bij elkaar. Een Cappriccio van Paganini als toegift maakte zijn optreden compleet. Na de pauze serieus werk met de Rheinische van Schumann, een meesterwerk en meesterlijk gespeeld: warmbloedig, vol kracht en schwung. Misschien had het hier en daar wat doorzichtiger gekund, maar Fischer liet blijken ook met Schumann overweg te kunnen. Later deze maand komt hij weer naar het KCO voor een bont programma met van alles en nog wat; de man is onnavolgbaar divers.