07 juli 2019

Concert 15 juni 2019

Zaterdag 15 juni 2019, Concertgebouw Amsterdam
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v Bernard Haitink
Camilla Tilling, sopraan

R. Strauss: Das Rosenband
R. Strauss: Ich wollt ein Sträusslein binden
R. Strauss: Säusle, liebe Myrthe
R. Strauss: Die heiligen drei Könige aus Morgenland
R. Strauss: Morgen
Bruckner: Symfonie nr. 7

Na vele Haitink-concerten (een ruime 40 sinds ik in 2006 deze weblog startte, en wellicht evenzoveel in de jaren ervoor sinds mijn eerste Haitink-concert in december 1985 - hier de weblog ervan), is dit zijn aangekondigde allerlaatste. Nog enkele concerten met het Chamber Orchestra of Europe en de Wiener Philharmoniker in augustus en september, en dan houdt hij ermee op. Het is een begrijpelijke beslissing, ofschoon moeilijk te verdragen: er lag altijd wel een Haitink-concert in het verschiet, en nu opeens niet meer. Ik houd me tegen beter weten in vast aan de vele keren dat Haitink eerder zijn afscheid aankondigde er er toch weer op terugkwam. In het voorjaar van 1986 was hij zo getroubleerd met de directie van het Concertgebouworkest dat hij de programma's van zijn laatste concerten van het seizoen omgooide (ik had een kaartje voor die allerlaatste: het werd Beethovens Vijfde pianoconcert met Perahia en Bruckners Derde), maar hij verzoende zich alsnog, en bleef tot het eeuwfeest in 1988 - ik was bij zijn laatste Kerstmatinee met Mahler 9 en de laatste eeuwfeest-uitvoering met Mahler 8, inclusief zijn tot-ziens-toespraak. Na vijf jaar keerde hij terug bij het KCO en toen werd ieder concert erna een belevenis. Na een volgende brouille maakte hij wederom een comeback. Dus tja, er blijft hoop. Mocht het echt de laatste keer zijn geweest: het was een prachtig concert met subliem orkestspel in de begeleiding van de vijf Strauss-liederen, en een Zevende Bruckner die dicht aansloot bij zijn pure, vloeiende opname met het Concertgebouworkest eind jaren 70. Geen weemoedigheid hier, slecht een herinnering aan een prachtig concert o.l.v. een grootse levende dirigent.

24 juni 2019

Opera 12 juni 2019

Woensdag 12 juni 2019, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Debussy: Pelléas et Mélisande

Pelléas - Paul Appleby
Mélisande - Elena Tsallagova
Golaud - Brian Mulligan
Arkel - Peter Rose
Geneviève - Katia Ledoux
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Stéphane Denève

Deze productie is het resultaat van een alles-is-anders-show. Oorspronkelijk zou het KCO o.l.v. chefdirigent Daniele Gatti de opera Otello van Verdi doen. Nagenoeg alle zangers gecontracteerd, behalve de titelrol (bepaald veeleisend). Er bleek geen voldoende goede Otello te vinden, maar wel een tenor die Verdi's Un ballo in maschera aankon, en dan kun je met de verdere gecontracteerden (bariton en sopraan) ook vooruit. Maar ja, de bariton die dus eerst Jago zou zingen, voelde zich gedegradeerd, dus hij cancelde zijn toezegging om naar Amsterdam te komen. Een streep door alles, en ruim een jaar geleden (de seizoensbrochure kon op het laatste moment nog gewijzigd worden) besloten om een geheel andere opera te doen, met een volledig nieuwe en jonge cast die wél wilde. En toen werd in augustus j.l. de chef va het KCO eruit gemieterd, en Denève bereid gevonden de leiding over te nemen... Het werd een prachtige uitvoerig, door de prima zangers, het onvolprezen KCO en de fraaie suggestieve enscenering van Olivier Py. Om met die enscenering te beginnen: een draaischijf en trapstellages die in wisselende constructie prima de vele scènes verbeeldden: ingenieus en de sprookjesachtige sfeer behoudend. De cast was groots, met een feeërieke Mélisande en barse Golaud aan top. Het KCO is natuurlijk potentieel het beste Debussy-orkest, maar ik vond de directie van Denève iets te eendimensionaal. Tja, ooit die uitvoering o.l.v. Haitink (zie hier), wat een verschil! Pelléas et Mélisande bevat enkele fragmenten die voor mij tot de allermooiste uit de operaliteratuur behoren, maar het is ook geen ultiem perfecte opera. Ofschoon wel een uniek eigen-aardig werk! Een fraaie productie, maar een Otello of Un ballo in maschera o.l.v. Gatti sloten beter aan op mijn stemming dezer weken.

16 juni 2019

Recital 2 juni 2019

Zondag 2 juni 2019, Concertgebouw Amsterdam
Krystian Zimerman, piano

Brahms: Pianosonate nr. 3
Chopin: Scherzi 1-4

De Derde pianosonate van Brahms is een geweldig stuk; ik hoorde het eens door Grigory Sokolov, en ben er sindsdien helemaal aan verknocht. Onmogelijk dus om niet naar dit recital te gaan - Zimerman is een grandioos pianist en ja: die Derde sonate van Brahms speelde hij prachtig. De zaal was muisstil, en dan is dat tweede deel Andante een hoogtepunt om nooit te vergeten; het had immers net zo goed kapotgehoest kunnen zijn. Aan het slot van het recital dankte Zimerman het publiek duidelijk voor de concentratie. Wat een durf trouwens: na die grootse Brahms-sonate die vier hondsmoeilijke Scherzi van Chopin. Nagenoeg foutloos gespeeld, en vol bravoure. Als toegiften de eerste twee Ballades op. 10 van Brahms. Fantastisch recital.

01 juni 2019

Concert 4 mei 2019

Zaterdag 4 mei 2019, Concertgebouw Amsterdam
Freiburger Barockorchester o.l.v. René Jacobs
RIAS Kammerchor
Polina Pastirchak, sopraan
Sophie Harmsen, mezzosopraan
Steve Davislim, tenor
Johannes Weisser, bariton

Beethoven: Missa solemnis

Tja, en dan net bekomen van dat Berlioz-requiem meteen naar de Missa solemnnis, niet eens zoveel eerder gecomponeerd, maar zo anders. En toch ook: van uit eenzelfde eigenaardige drang geschreven. Ik hoorde nog nooit een concert o.l.v. Jacobs, en dit was een goede gelegenheid. Hij dirigeert ogenschijnlijk losjes, maar aan alles valt te horen dat hij iedere maat minitieus heeft ingestudeerd. Het klonk daardoor inderdaad soms iets te bestudeerd, maar tegelijkertijd harmonieus, gedreven, uiterst transparant en dienend aan die onvoorstelbare partituur van Beethoven. Het Kyrie is relatief toegankelijk, maar daarna barst Beethoven los in het Gloria en Credo, waarna het koor op apengapen ligt. Hierna volgde een pauze - dat lieten Herreweghe (zie hier), Harnoncourt (zie hier en hier) en Gardiner (hier) niet toe. Daarna het Sanctus, waarvan de eerste twee minuten de meest onnavolgbare muziek bevatten die Beethoven componeerde. Je wordt harmonisch welhaast iedere seconde op het verkeerde been gezet, maar hoe aangrijpend is deze muziek tegelijkertijd. En wat Beethoven in het Agnus dei doet is al helemaal niet te bevatten. Die pauze had niet gehoeven, maar voor de rest een geweldige uitvoering om dit meesterwerrk van Beethoven weer eens tot me te nemen.

31 mei 2019

Concert 3 mei 2019

Vrijdag 3 mei 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Antonio Pappano
Javier Camarena, tenor
Groot Omroepkoor
Koor van de Accademia Nazionale di Santa Cecilia

Berlioz: Grande messe des morts / Requiem

Van de grote werken van Berlioz is zijn Requiem mijn grote blinde vlek. Dat komt volledig door de vreselijke opname o.l.v. Colin Davis (op Philips) die ik al tijden heb. De Berlioz-opnames van Colin Davis zijn alle grandioos, behalve die van het Requiem. Die is ronduit belabberd: het koor zing vals en ongeïnspireerd en de tenor kan zijn partij niet aan. Tja, dan valt er weinig meer te winnen door het orkest. Ik kwam bij beluisteringen met moeite door het eerste deel, en het tweede deel met het overrompelende Dies irae komt niet goed uit de luidsprekers. Daarna borg ik de cd's steeds maar weer op. Nu dan voor het eerst live - het was een belevenis, bovenal een verrukkelijke ervaring dit grandioze werk in een prima uitvoering te horen. Die 10 pauken en de vier extra blaasorkesten links en rechts: het KCO klonk weergaloos. Maar wat een prachtige muziek schreef Berlioz! Het Lacrymosa bijvoorbeeld: wat een meesterlijke muziek. Er hing een woud aan microfoons boven het orkest; moge er een cd-opname van verschijnen. Pappano had de boel goed in de hand, de koren zongen prachtig sonoor en Camanera stal in het Sanctus de show met zijn kleine maar hondsmoeilijke aandeel. Weer zo'n onvergetelijk concert.

15 mei 2019

Opera 21 april 2019

Zondag 21 april 2019, Wiener Staatsoper, Wenen
Wiener Staatsoper

Wagner: Parsifal

Amfortas - Thomas Johannes Mayer
Gurnemanz - René Pape
Titurel - Ryan Speedo Green
Parsifal - Simon O'Neill
Klingsor - Boaz Daniel
Kundry - Elena Zhidkova
Chor und Orchester der Wiener Staatsoper o.l.v. Valery Gergiev

Tijdens een uurtje surfen op internet was deze voorstelling de aanleiding om eindelijk, voor het eerst in mijn leven, naar Wenen te gaan. Een operavoorstelling op eerste Paasdag is kennelijk niet populair - er waren een maand tevoren nog veel kaarten. Ik koos gewoon de duurste, midden in de zaal; zo vaak kom je er ook weer niet. Het was een onvergetelijke uitvoering, vooral door het orkestspel. Het orkest van de Weense Staatsopera heet tijdens hun concertuitvoeringen Wiener Philharmoniker, en van hun ruime ledental hadden ze hun topbezetting opgeroepen; stellig vanwege Gergiev. Ik hoorde nog nooit zo'n sublieme, krachtige, volle, donkere klank tijdens een opera. Tja, ze staan erom bekend. De parketvloer trilde regelmatig. En die climaxen in dat ongelooflijk prachtige derde bedrijf klonken zo subliem rijk en dramatisch dat ze voor altijd in mijn geheugen gegrift staan. Prima cast, aangevoerd door René Pape als Gurnemanz, een zanger met autoriteit. Ook O'Neill, Zhidkova en Daniel zongen uitstekend. Toen ik het ticket boekte, stond Matthias Goerne als Amfortas aangekondigd, maar al snel daarna vervangen door Mayer, die die dagen toch al aanwezig was om in Salome de rol van Jochanaan te zingen. Bepaald geen slechte zanger, maar niet bevredigend genoeg om de lichte teleurstelling weg te nemen; wat zou Goerne van deze geweldige rol gemaakt hebben? Vooralsnog staat alleen George London eenzaam aan de top als Amfortas-interpreet. En tja, dan de enscenering van Alvis Hermanis - die was onbegrijpelijk stom. Het geheel speelde zich af in een Weens ziekenhuis (Wagner Spital); Gurnemanz liep rond als dokter in witte jas, Klingsor probeerde als chirurg een patiënt met elektroden tot leven te wekken, de bloemenmeisjes als zusters, en Amfortas als bedlegerige zielepoot. En zo meer. Mooie plaatjes tijdens de graalscene en het slot, maar zulke ensceneringen waar oude verhalen naar de moderne tijd worden getransformeerd om daar duiding aan te geven: dat kan toch echt niet meer. Het stoorde me daarentegen niet echt: ik zat eigenlijk vooral hemels-gelukzalig naar dat weergaloze orkest te luisteren. Onvergetelijk.

12 mei 2019

Concert 20 april 2019

Zaterdag 20 april 2019, Musikverein Goldener Saal, Wenen
Wiener Mozart Orchester o.l.v. András Deák
Sera Gösch, sopraan
Sebastian Holeck, bariton
Eszter Haffner, viool

Mozart: Uit Symfonie nr. 35 'Haffner': deel 1 
Mozart: Uit Don Giovani: Deh, vieni alla finestra
Mozart: Uit Don Giovani: Là ci darem la mano
Mozart: Uit Don Giovani: Finch' han dal vino
Mozart: Uit Vioolconcert nr. 1 KV207: deel 1 & 2
Mozart: Uit Idomeneo: D'Oreste, d'asace
Mozart: Uit Eine kleine Nachtmusik: deel 1
Mozart: Rondo. Alla Turca, KV331
Mozart: Uit Le nozze di Figaro: Ouverture
Mozart: Uit Le nozze di Figaro: Non più andrai
Mozart: Uit Die Entführung aus dem Serail: Martern aller Arten
Mozart: Uit Symfonie nr. 40: deel 1
Mozart: Uit Die Zauberflöte: Der Vogelfänger bin ich ja
Mozart: Uit Die Zauberflöte: Pa-pa
Strauss jr.: An der schönen blauen Donau
Strauss sr.: Radetzky-Marsch

Al voor dit concert zag ik op tegen het moment waarop ik dit programma hier moest intypen. Maar ook zo'n toeristenconcert moet volledig genoemd, en het was alleszins de moeite waard. Bezoekers van deze weblog weten dat ik van klassieke muziek houd, en het werd toch echt eens tijd om naar Wenen te gaan; ik was er nog nooit geweest. Tijdens een uurtje surfen op internet langs de Europese operahuizen (wat doen ze zoal) kwam ik op de website van de Weense Staatsopera, en jawel: voor de uitvoering van Parsifal o.l.v. Gergiev op eerste Paasdag waren nog genoeg kaarten. Binnen een tweede uur een ticket en vlucht geboekt - eindelijk naar Wenen. En er was zowaar ook een concert in de Musikverein, de avond ervoor. Nog die ochtend bezocht ik de Zentralfriedhof, en stond helemaal alleen aan het graf van Beethoven, Schubert, Brahms en vader en zoon Strauss. Allen prachtig bij elkaar, en geen Chinees of Japanner te bekennen. In de middag een rondleiding door de Musikverein - de Brahmszaal is bijna net zo mooi als de Gouden. En in de kelder een moderne repetitiezaal waar het podium van die gouden zaal was nagebouwd. Hoe ze daarop überhaupt een 3e Mahler kwijtkunnen! 's Avonds dan naar het concert, ik had een fraaie plek midden in de zaal. Het Concertgebouw is stukken comfortabeler en ruimer; de Musikverein kan stellig een opknapbeurt gebruiken. Maar wat een pracht en praal, en wat een historie! Wie gingen er niet door die zijdeur en wie stonden er niet op dat podium. Tijdens dit concert zat de zaal vol met selfiesticks, waaraan vooral Chinezen vastzaten. Maar goed, het orkest speelde niet slecht, en de twee zangers zongen beter dan gevreesd. Een kwart van de tijd ging op aan geapplaudisseer, maar ik waande me tijdens een regulier abonnementsconcert van de Musikfreunde. En tijdens de pauze stond ik zomaar achteraan dat podium; een tussendeur naar de Brahmszaal bleek niet op slot - rare lui die Oostenrijkers. Na al die Mozarts werd nog even het slot van het Nieuwjaarsconcert nagespeeld, behalve dan dat in de blauwe Donau alle herhalingen werden genegeerd - dan is het stuk heel snel uit. De foto hierboven is van een website van dat Weense Mozart Orkest, en het beeld verschilt nauwelijks van mijn uitzicht tijdens het concert, behalve dan dat er achter het orkest ook nog publiek zat en dat dat publiek vooral Aziatisch was getoonzet. Het kon me allemaal niks schelen - ooit een keer een avond in de Musikverein is memorabel en goud waard!

07 mei 2019

Opera 18 april & 1 mei 2019

Donderdag 18 april & woensdag 1 mei 2018, Het Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Wagner: Tannhäuser

Tannhäuser - Daniel Kirch
Landgraf Hermann - Stephen Milling/Karl-Heinz Lehner
Elisabeth - Svetlana Aksenova
Venus - Ekaterina Gubanova
Wolfram von Eschenbach - Björn Bürger
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Twee keer naar deze nieuwe productie van Tannhäuser. Bepaald niet Wagners sterkste opera, maar het heeft enkele onweerstaanbaar mooie delen. Wagner is duidelijk aan het zoeken en experimenteren. Daardoor enerzijds geen coherent stuk, anderzijds soms wat suf, maar dan opeens weer grandioos geweldig mooi. O du mein holder Abendstern is gewoon te kort en te mooi, maar ook: hoe prachtig duikt de muziek dan opeens de diepte in en verandert de hemelse schoonheid in luttele momenten in een duivels duistere sfeer. En ach ja, het hoofdthema blijft één van Wagners mooiste melodieën. De enscenering van regisseur Christof Loy mocht er zijn: één toneelbeeld voor de gehele akte, die voortdurend voldeed. Iedereen in galakostuum - het paste wonderwel bij dit middeleeuwse ridderverhaal. Ouverture en Bacchanaal kregen een geweldige uitbeelding: de kalme soirée mondde uit in een orgie zoals nog nooit op het podium van het Muziektheater te zien was. Prima zangers, ofschoon Daniel Kirch in de titelrol er teveel moeite mee leek te hebben. Aksenova en Gubanova zongen daarentegen geweldig, en ook Bürger zong (en acteerde) groots. Stephen Milling was bij de laatste voorstelling ziek - hij acteerde wel maar liet het zingen over aan Lehner. Het stoorde nauwelijks. Albrecht haalde uit het orkest wat erin zat - hij is werkelijk een grandioos dirigent die het NedPho tot grote hoogte wist te brengen. Twee heerlijke Wagner-avonden.

30 april 2019

Opera 13 april 2019

Zaterdag 13 april 2019, Concertgebouw Amsterdam
Opera Concertant

Verdi: Nabucco

Nabucco - Franco Vassallo
Ismaele - Giordano Lucá
Zaccaria - John Relyea
Abigaille- Tatiana Serjan
Fenena - Iris van Wijnen
Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Giancarlo Andretta

Het werd tijd: een uitvoering van Nabucco in Amsterdam. Nu concertant, en volgend seizoen eindelijk bij DNO in het Muziektheater. Ik hoorde de opera alleen op cd, maar nooit echt aandachtig goed. Nu dan in een welluidende en goed gecaste concertante uitvoering in het Concertgebouw. De rol van Abigaille is één van de lastigste vrouwelijke hoofrollen die Verdi componeerde, en ook de rollen van Nabucco en Zaccaria vereisen krachtige zangers. Tatiana Serjan zong prachtig en gedreven en ook Franco Vassallo, twee jaar geleden een overtuigende Carlos in La forza del destino bij DNO (zie hier) zong geweldig. Het Groot Omroepkoor had een minstens zo belangrijk aandeel, en tja, dat Slavenkoor blijft onweerstaanbaar. Andretta leidde alles met strakke hand, maar ook wat te uitbundig: het klonk dikwijls flink hard in mijn oren. Maar goed, een heerlijke opera en ik kijk uit naar de geënsceneerde uitvoeringen in het Muziektheater.

29 april 2019

Concert 12 april 2019

Vrijdag 12 april 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. William Christie
Reinoud van Mechelen, tenor (Evangelist)
Alex Rosen, bas (Christus)
Emöke Barath, sopraan
Iestyn Davies, alt
Anthony Gregory, tenor
Renato Dolcini, bas
Nederlands Kamerkoor

Bach: Johannes-Passion

Debuut van de 74-jarige Christie bij het KCO en wat voor een debuut! Hij kwam, zag en overwon, iets in die geest. Hij wist orkest en koor in enkele dagen een volstrekt eigenzinnige, maar vloeiend-natuurlijke Johannes op te leggen zoals ze die nog nooit eerder gespeeld en gezongen hadden. Maar de wijze waarop werd gespeeld en gezongen bewees dat koor en orkest volledig mee gingen in Christies aanpak. Deze Johannes vloog voorbij, en leverde een onnavolgbare hoeveelheid dramatiek en klankleur. Van Mechelen en Rosen zongen geweldig als Evangelist en Christus; de aria-solisten bleken niet uitzonderlijk. Maar ze pasten wel in de visie van Christie: de aria als onderdeel van het geheel in plaats van (zoals gebruikelijk) een element los van de andere elementen. En nog nooit eerder meegemaakt: deze Johannes ontroerde me enorm. Moge het KCO hem terugvragen voor de Matthäus, of voor een Händel-oratorium. Of een Jahreszeiten. Of dit alles!

09 april 2019

Concert 28 maart 2019

Donderdag 28 maart 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. John Eliot Gardiner
Alina Abragimova, viool

Berlioz: Ouverture Le roi Lear
Schumann: Vioolconcert
Brahms: Symfonie nr. 3

Stilte voor de storm: weinig concerten de afgelopen tijd, en ik schrijf deze weblog over dit concert twee weken nadien zonder dat er nog een concert na kwam. Dat gaat veranderen: in de komende twee weken staan twee concerten en drie opera's geboekt. Heerlijk vooruitzicht. Maar hiermee ook een heerlijke terugblik. Een verrukkelijk programma geleid door een energieke dirigent die met het KCO kan lezen en schrijven zonder routineus te zijn. Ik ken Berlioz' ouverture Le roi Lear alleen van cd, heel lang geleden voor het laatst gehoord maar in die tijd zo vaak beluisterd dat het stuk flink in mijn geheugen gegrift staat. Daarna dat rare Vioolconcert van Schumann: te goed om niet regelmatig te programmeren maar toch ook geen meesterwerk. Isabelle Faust en Bernard Haitink braken ruim 3 jaar geleden een lans (zie hier), en het Russisch aanstormend talent Alina Abragimova speelde niet zo harmonieus als Faust, maar wel met hart en ziel. En tja, Brahms 3: het is een onbeschrijflijk goed maar bovenal dierbaar stuk. Gardiner dirigeerde het rauw en ongepolijst, en daardoor zeker niet ideaal, maar wel enerverend en allerminst saai. Brahms 3: onweerstaanbaar.

27 maart 2019

Concert 20 maart 2019

Woensdag 20 maart 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Thomas Hengelbrock
Kersten McCall, fluit

Schubert: Ouverture Alfonso und Estrella
Wennäkoski: Soie
Schubert: Symfonie nr. 9 'Grote'

Ik reserveerde een los kaartje voor dit concert speciaal voor de Grote-symfonie van Schubert. Ik ken het stuk maat na maat, en heb er twee geweldige opnames van op cd. Voorop die van Sir Charles Mackerras, die ergens in de jaren tachtig totaal onverwacht met het authentieke Orchestra of the Age of Enlightenment een baanbrekende, subliem-rake uitvoering opnam. Enkele jaren erna leidde Nikolaus Harnoncourt het KCO in een uitvoering die wat tempi en drive gelijkwaardig is aan die van Mackerras. De twee opnames vullen elkaar aan: het authentieke Enlightenment-orkest en het KCO bieden twee verschillende werelden aan klankkleur en uitvoeringstraditie. Maar beide opnames zijn grandioos. De opname van Harnoncourt is live, ik zat bij één van de concerten zelf in de zaal. Ik hoorde het stuk daarnaast o.a. ook o.l.v. Klaus Tennstedt, o.l.v. Sawallisch met de Wiener Philharmoniker en twee jaar geleden nog o.l.v. Haitink (zie hier de weblog), maar nooit zo goed als onder Harnoncourt en - ook totaal onverwacht - o.l.v. Blomstedt (zie hier de weblog). Thomas Hengelbrock is een Harnoncourt-volgeling, en na zijn geslaagde optreden met Schuberts Onvoltooide en Mozarts Requiem in maart 2017 (zie hier de weblog) verheugde ik me op deze uitvoering van die onvolprezen Grote. Het begon veelbelovend: de hoorns speelden het openingsthema vanaf de gang, maar daarna stapelde zich teleurstelling op teleurstelling. Het te hoge tempo in het openingsdeel, het teveel benadrukken van tegenstemmen waardoor de hoofdlijn verloren ging, het als een flauw tussendoortje gespeelde Trio van het Scherzo, en bovenal: het niet respecteren van nagenoeg alle herhalingstekens: ik zat met moeite de uitvoering uit. Hoe kun je als dirigent die fenomenaal natuurlijk-vloeiende melodieën van dat Trio in het Scherzo niet willen herhalen? Enfin, het was niet de Schubert 9 waar ik op gehoopt had. Voor de pauze een gedreven uitvoering van een mij onbekende Ouverture van Schubert, en een vreemd fluitconcert van de Finse componiste Wennäkoski, waarin het etaleren van de verschillende mogelijkheden om geluid uit een fluit te krijgen prevaleerden boven melodische en muzikale diepgang. Concerten van het KCO zijn meestal geweldig, maar deze avond keerde ik teleurgesteld huiswaarts.

18 maart 2019

Concert 6 maart 2019

Woensdag 6 maart 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jaap van Zweden

Mahler: Symfonie nr. 7

Van Zweden nam de Mahler 7-uitvoeringen over die oorspronkelijk door Gatti geleid zouden worden.  En meteen alle aandacht in de pers of hij niet de nieuwe chef zou moeten worden. Jaap is sinds zijn aanstelling bij de New Yourk Philharmonic 'hot', en waarom wel in New York en niet hier in Amsterdam? Ik heb er geen mening over - ik hoop vooral dat het KCO nog minstens twee jaar wacht met het benoemen van een nieuwe chef. De Wiener Philharmoniker heeft er ook geen, en dat is ook een best aardig spelend ensemble... Na de fantastische Zevende Mahler door Jansons in september 2016 (zie hier de weblog) nu een vooral precies en zuiver gespeelde uitvoering, waarin de muziek voor zichzelf sprak. Eigenlijk was dat ook al heel vervoerend, ook al werd mij de adem niet ontnomen, wat dit stuk toch ook moet doen. Van Zweden had het orkest duidelijk flink onderhanden genomen; het speelde uiterst nauwkeurig en gedreven. Maar de extase ontbrak nog.

04 maart 2019

Concert 28 februari 2019

Donderdag 28 februari 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Emanual Ax, piano

Strawinsky: Concert voor strijkorkest 'Basel concerto' 
Strawinsky: Capriccio voor piano en orkest
Strawinsky: Petroesjka

Fischer dit keer voor het KCO, net als zijn eigen Boedapest Festival Orkest een ensemble waarmee hij kan lezen en schrijven. Dat bleek al tijdens het Concert voor strijkorkest, een uiterst subtiel werk waarin ik bijkans van mijn stoel viel van verbazing en verrukking: zo scherp en verfijnd werd er door de KCO-strijkers gespeeld. De zaal hield zijn adem in, en ik ook. Daarna het duizelingwekkende Capriccio, waarin Emanual Ax zijn vakmanschap oversteeg: technische perfectie en drive deed de tijd stilstaan. Dit Capriccio is geen emotioneel beladen pianoconcert, maar wel een verbazingwekkend en grandioos stuk. En zo werd er ook gespeeld. Ax speelde als toegift een prachtig stukje van Schubert, opgedragen aan de eerder die dag overleden André Previn (zie hier de weblog van diens laatste optreden bij het KCO in 2007). Na de pauze Petroesjka, met de Sacre van twee weken terug en de Vuurvogel afgelopen voorjaar met Chailly (zie hier) het derde grote ballet van Strawinsky. Ik vond altijd dat Petroesjka de minst overtuigende van de drie was, maar Fischer en het KCO deden me opeens twijfelen. Want speelde het KCO ooit scherper, subtieler, dwingender? Vast, maar tijdens deze veertig minuten kon ik me het niet herinneren. Verrukkelijk bonte muziek.

03 maart 2019

Concert 13 februari 2019

Woensdag 13 februari 2019, Concertgebouw Amsterdam
Boedapest Festival Orkest o.l.v. Iván Fischer
RIAS Kammerchor

Strawinsky: Four Norwegian Moods
Strawinsky: Scherzo à la Russe
Strawinsky: Tango
Strawinsky: Psalmensymfonie
Strawinsky: Le sacre du printemps

Igor Strawinsky behoort niet tot mijn top-10 van favoriete componisten, maar Fischer bracht in twee weken twee onweerstaanbare all-Strawinsky programma's (zie ook hierboven/-na). Allereerst met zijn eigen orkest uit Boedapest, dat al meteen bijzonder begon: het orkest stemde als gewoonlijk, waarna de concertmeester het eerste deel van de vier Norwegian Moods inzette; pas daarna gingen boven de deuren open en kwam Fischer de trap af, halverwege daarvan de maat overnemend. Tijdens de Tango stonden opeens twee orkestleden op en dansten rondom de bok van de dirigent een tango. En als toegift na de Sacre zong het gehele orkest aangevuld door koorleden van het RIAS Kamerkoor nog een Ave Maria van Strawinsky. Apart en uiterst sfeerverhogend. Maar daartussen ook gewoon voortreffelijk orkestspel, en koorzang in de Psalmensymfonie. De Sacre is een meesterwerk natuurlijk, maar Fischer voegde er dimensies aan toe die ik nog niet eerder zo hoorde. Ik hoorde het stuk niet eerder zo lenteachtig! Strawinsky schreef geen diep-emotionele muziek, maar wel uiterst enerverende, zeker als Fischer dirigeert.

25 februari 2019

Opera 30 januari 2019

Woensdag 30 januari 2019, Koninklijk Theater Carré Amsterdam
De Nederlandse Reisopera

Korngold: Die tote Stadt

Paul - Daniel Frank
Marietta - Iordanka Derilova
Frank - Marian Pop
Brigitta - Rita Kapfhammer
Fritz, Pierrot - Modestes Sedlevicius
Consensus Vocalis
Noord Nederlands Orkest o.l.v. Antony Hermus

Nog voor ik in 2006 deze weblog startte bracht DNO deze Korngold-opera in het Muziektheater. In april 2005 om precies te zijn, met Thorsten Kerl in de hoofdrol, en met het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Ingo Metzmacher in de orkestbak. Enkele maanden ervoor kocht ik de eerste en stellig tot in de eeuwigheid meest geweldige opname van deze opera o.l.v. Erich Leinsdorf met René Kollo en Carol Neblett in de hoofdrollen (en Herman Prey in de rol van Fritz/Pierrot als onweerstaanbare bonus). Sinds die twee keer dat ik die DNO-voorstelling zag/hoorde en de vele malen dat ik die cd-opname van Leinsdorf beluisterde, behoort Die tote Stadt tot mijn favoriete opera's. Ongelooflijk: Erich Wolfgang Korngold, door zijn ouders met zijn voornaam meteen bij geboorte deels vernoemd naar wonderkind Mozart, componeerde dit complexe stuk toen hij pas 22/23 was! Ik beluister de opera minstens drie keer per jaar in de auto. En tja, 'Glück, das mir verblieb' (luister hier) en Pierrots Lied 'Mein Sehnen, mein Wähnen' (luister hier): ik ben er nog steeds niet uit welke mooier is (en hoe goed dirigeert Leinsdorf!). Korngold ook niet, want hij hergebruikt beide melodieën meerdere keren, gewoon omdat ze terecht te mooi zijn om slechts één keer te laten horen. Maar goed, wat gedacht van Brigitta's verzuchting 'Was das Leben ist' aan het begin van de opera, de kathedrale orkestinleiding van de tweede akte en het begin van de derde akte met het kinderkoor en de processie... Die tote Stadt is een grandioze opera, en zowaar opeens door de Nederlandse Reisopera in Carré. Ik zag er in juni 1987 voor het eerst überhaupt een opera (Wagners Meisersinger door het Concertgebouworkest), en wist niet wat ik hoorde en zag, en nu opeens weer, en kon mijn emoties bij al die genoemde hoogtepunten niet bedwingen. Het orkest was te klein en klonk in deze zaal te droog, maar er werd o.l.v. Antony Hermus vol vuur gespeeld en door Daniel Frank en Iordanka Derilova geweldig goed gezongen. Ik ontmoette in de pauze onverwacht goede vrienden, die deze opera ook in hun hart dragen en erbij wilden zijn. Zo ook ik. Tja, Glück, das mir verblieb...

19 februari 2019

Concert 24 januari 2019

Donderdag 24 januari 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink

Mozart: Symfonie nr. 40
Brahms: Symfonie nr. 4

Hoe vanzelfsprekend om hierboven de naam van dit orkest en deze dirigent te typen - eigenlijk decennialang en voor mij sinds altijd een logische combinatie. Maar misschien was dit wel de laatste keer dat ik het KCO en Haitink samen zag musiceren; na dit seizoen neemt Haitink (op zijn 90ste) een sabbatical... tja, dat voorspelt niets goeds. Maar goed, wat een cadeau dat Haitink dit geweldige programma van de weggestuurde Gatti overnam. Die sublieme 'Grote' g-klein symfonie van Mozart klonk puur, doorzichtig en uiterst natuurlijk. Haitink interpreteerde eigenlijk niet, liet het orkest zo fris en transparant mogelijk spelen. Dan hoor je veel details, en tegelijk ook de grote lijn. Eigenlijk hetzelfde als in Brahms' Vierde. Ik begreep lange tijd niks van deze symfonie, totdat Giulini het eens bij het KCO dirigeerde - ik begaf mij toen perplex huiswaarts. En Haitink liet het orkest ditkeer louter spelen wat er in de partituur stond, maar dan wel op zijn allerfraaist. Het vierde deel van Brahms Vierde is zijn allerbeste compositie, en dat terwijl alles van Brahms goed is...
In juni Haitink opnieuw op de bok, nu met het Radio Philharmonisch met Bruckner Vier. D.V.!

27 januari 2019

Concert 19 december 2018

Woensdag 19 december 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Valery Gergiev
Janine Jansen, viool
Koor van De Nationale Opera

Sibelius: Vioolconcert
Ravel: Daphnis et Chloé

Een geweldig programma, aanvankelijk geprogrammeerd met het vioolconcert van Brahms, maar op verzoek van Janine Jansen gewijzigd in het concert van Sibelius. Beide stukken zijn grandioos dus ik was niet teleurgesteld. Zeker niet door de uitvoering; ik hoorde het live nog nooit zo spannend en krachtig. Er was duidelijk chemie tussen Jansen en Gergiev, en beiden zijn op zichzelf al de top in hun métier. De uitvoering oversteeg de technische perfectie - Jansen is een fenomeen, maar met Gergiev het kwadraat ervan. Na de pauze de complete Daphnis et Chloé van Ravel; het is heel lang geleden dat ik het complete stuk voor het laatst live hoorde. Haitink deed het eens, en Chailly. In die tijd beluisterde ik het ook vaak op cd - en dat deed ik eveneens al lang niet meer. Toch kwam het stuk me als vertrouwd voor; ook de wat te langdradige middenpassage - met het Lever du jour komt het opeens weer volledig tot leven. Gergiev liet het orkest weelderig spelen, en het tekstloos zingende koor van DNO paste zich daar naadloos bij aan. Het Lever du jour en de lange fluitsolo in de daaropvolgende Pantomime zijn fragmenten van de allergrootste muzikale schoonheid.

20 januari 2019

Concert 13 december 2018

Donderdag 13 december 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
Mutsuko Uchida, piano

Mozart: Pianoconcert nr. 23, KV 488
Bruckner: Symfonie nr. 6

Ik hoorde Haitink vele malen met Bruckner, te beginnen in 1985 met de Derde (zie hier de weblog erover). Verder vele keren de Achtste en Negende, ook een aantal keren de Zevende, en verder een keer de Vijfde en dus die Derde. Maar ik hoorde hem nog nooit met de Zesde en Vierde. Vanavond dus die geweldig rare Zesde, die vreemd genoeg in de schaduw staat van de latere symfonieën maar eigenlijk grotendeels gelijkwaardig is. Het slotdeel is het meest ongemakkelijk - hoe eigenzinnig en frappant ook, het heeft enkele drammerige fragmenten en het slot is (te) abrupt. Maar hoe geweldig fijnzinnig die coda overigens! Het Adagio is onaards mooi - het tweede thema is niet zelden als Bruckners mooiste muziek benoemd. Haitink leidde een grandioze uitvoering: vol, krachtig, gedragen. Ik had een mooie podiumplaats en kon de maestro weer eens van voren aan het werk zien. In juni dirigeert hij met het Radio Philharmonisch de Vierde... Voor de pauze een fraaie uitvoering van Mozarts 23ste, waarin Uchida weliswaar soms wat misgreep, maar waar het dienend musiceren voorop stond. Komende week Haitink terug bij het orkest met Mozart en Brahms. Hij gaat maar door! Toch maar weer een foto van die boerse Bruckner boven deze weblog, die zulke grandioze muziek componeerde.

29 december 2018

Concert 6 december 2018

Donderdag 6 december 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding
Pierre-Laurent Aimard, piano
Elena Zhidkova, mezzo-sopraan
Gábor Bretz, bas-bariton

Dvorák: Pianoconcert
Bartók: Hertog Blauwbaards burcht

Een concert met twee gezichten. Voor de pauze artist in residence Pierre-Laurent Aimard met het Pianoconcert van Dvorák, dat ik nog nooit eerder hoorde. En tja, het viel geenszins mee. Dvorák heeft geweldige melodieën geschreven (in zijn latere symfonieën, het celloconcert, in strijkwartetten etc.) maar in dit pianoconcert bleven die bij goede bedoelingen steken. Er werd met overtuiging gespeeld, maar ik viel bijna in slaap. Na de pauze was het helemaal anders. Ik hoorde de éénakter van Bartók een paar keer bij DNO (lang geleden) en daarna twee keer concertant o.l.v. Haitink en Fischer. Zie hier de weblog van de uitvoering onder Fischer uit 2010. En wat was dit eveneens een geweldige uitvoering! Harding is geen showdirigent, maar zijn concerten zijn wel steeds goed en dienend. Hij begeleidde uiterst verzorgd en spannend. De twee mij volslagen onbekende zangers bleken de best denkbare. Ze zongen grandioos, dramatisch en maakten er echt opera van. Gábor Bretz kan trouwens zo op nummer één in de top-tien van de barihunks (zie hier). Er werd een heuse operahuis-sfeer gecreëerd: bij de opening van de vijfde deur - de grote climax in de muziek - gingen opeens de lichten vol aan. Tja, gewoon lekker. En dan dat KCO voluit... Zo saai het concert voor de pauze, zo onvergetelijk kleurrijk en spannend erna.

26 december 2018

Opera 28 november en 2 december 2018

Woensdag 28 november en zondag 2 december 2018, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Rossini: Il barbiere di Siviglia

Rosina - Nina Machaidze
Almaviva - René Barbera
Bartolo - Mischa Kiria
Figaro - Davide Luciano
Basilio - Marko Mimica
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Maurizio Benini

Twee keer naar de Barbier; al bij de ouverture tijdens de eerste keer werd duidelijk dat deze nieuwe productie van Lotte de Beer een waardige opvolger van die van Dario Fo zou kunnen worden. En inderdaad: dit is een Barbier die even zo vaak gebracht en gezien mag worden als die zonnige gekke drukke productie van Fo. Na die eerste keer meteen een kaartje gekocht voor de allerlaatste voorstelling uit de reeks, vier dagen later. Ik zag de Fo-regie vele keren, en er zijn vele overeenkomsten met die van De Beer. Maar zij maakte desondanks een geheel eigen vrolijke en weldoordachte productie, met aan het slot een zwart randje: Almaviva en Rosina worden later immers elkaars vijanden, weten we uit Mozarts Le Nozze di Figaro. De hollende cupcakes uit de ouverture (tijdens de zondagmiddagvoorstelling viel er eentje om, en het bleek niet makkelijk weer op de been te komen), de grandioze rol van Bartolo, het paard etc: een verrukkelijk oogstrelende Barbier. En ja: ook een zeer oorstrelende. Prima zangers: Nina Machaidze (eerder al heerlijk in Il viaggio a Reims - zie hier), René Barbera en Mischa Kiria - ze zongen hun rol uitmuntend en vol overgave. Op woensdagavond zong ook Davide Luciano prima, op zondagmiddag bleek hij echter ziek, en was op het allerlaatste moment een bariton uit Duitsland gehaald; een regieassistente speelde Figaro terwijl de unknown-bariton vanaf de zijkant de zaal overtuigde. Verbazingwekkend was vooral het aandeel van het orkest: Maurizio Benini (eerder al uiterst overtuigend in Il Trovatore - zie hier) gaf Rossini's muziek een drive die ik nooit eerder hoorde. Het was allemaal gedrevener, spitsvondiger, subtieler. Meer Italiaanse belcanto met hem graag! DNO heeft nog zoveel in te halen op dat gebied.

08 december 2018

Concert 21 november 2018

Woensdag 21 november 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe
Isabelle Faust, viool

Schubert: Duitse Dansen D820 (ork. Webern)
Beethoven: Vioolconcert
Schumann: Symfonie nr. 2

Herreweghe met zijn tweede programma bij het KCO deze maand, net zo klassiek als het vorige (zie hier). Schuberts zes Duitse Dansen in de orkestratie van Anton Webern klonken prachtig - ze waren echter voorbij voor je er erg in had. Isabelle Faust is een interessante violiste: muzikaal en eigenzinnig zonder gemaniëreerd te zijn. Haar lezing van Beethovens geweldige vioolconcert mocht er zijn, zeker ook door de naadloos passende begeleiding door Herreweghe en het orkest: relatief hoge tempi, vloeiend, transparant. Het middendeel klonk uiterst fragiel en spannend. Na de pauze de Tweede van Schumann, relatief minder bekend dan zijn drie andere symfonieën, maar een geweldig stuk. Het eerste deel opent met een prachtige langzame inleiding, waarna er flink de vaart in wordt gezet. Het hieropvolgende Scherzo is dan nog sneller; het orkest moet even stevig aan de bak. Net als in de Tweede Brahms eerder deze maand klonk deze Schumann ongewoon transparant en slank. Mooi gedaan!

23 november 2018

Concert 7 november 2018

Woensdag 7 november 2018, Concertgebouw Amsterdam
Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. John Eliot Gardiner
Corinne Winters, sopraan
Ann Hallenberg, mezzosopraan
Edgaras Montvidas, tenor
Gianluca Buratto, bas
Monteverdi Choir

Verdi: Messa di Requiem

Vergeleken met andere oude-muziekspecialisten (Harnoncourt, Pinnock, Herreweghe, Brüggen etc.) vond en vind ik de opnames van Gardiner dikwijls te scherp en ongenaakbaar. Zijn opnames van de pianoconcerten van Mozart, Beethovens Missa Solemnis, ja zelfs Monteverdi's Maria Vespers: fraai gedaan, maar ook te hard, te scherp, te vilein. Sinds een aantal jaren zijn die scherpe randjes aan het vervagen, en zijn optredens hier in het Concertgebouw - met welk orkest ook - overtuigden meer en meer. Zie de weblogs via de dirigentenlijst hiernaast. Twee weken geleden nog een fraai Berlioz-programma (zie hier) en nu direct terug met een onvergetelijke en bijkans onmogelijk te overtreffen uitvoering van het Requiem van Verdi. Er werd fluisterend, zuchtend, declamerend, sonoor en schreeuwend gezongen, en gebeukt in het Dies Irae alsof het dak móest instorten. Dat Verdi Requiem is op zichzelf al een onverwoestbaar meesterwerk, maar Gardiner openbaarde vele extra dimensies. Ik ken het stuk maat voor maat door ontelbare keren luisteren op cd, en ook live o.l.v. Chailly en Jansons, maar zo enerverend als deze avond hoorde ik het stuk nog niet eerder. Grandioze solisten, een grandioos koor, orkest en dirigent. En die sublieme muziek van Verdi. Wat een avond.

12 november 2018

Concert 1 november 2018

Donderdag 1 november 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe
Yefim Bronfman, piano

Beethoven: Pianoconcert nr. 4
Brahms: Symfonie nr. 2

Een logischer vervanger voor de ontslagen chef Gatti konden ze niet vinden voor dit klassieke programma. Eind deze maand stond Herreweghe namelijk al geboekt voor een programma met Beethovens Vioolconcert en Schumanns Tweede symfonie, en dit programma is meer dan equivalent daaraan. Wel net zo merkwaardig: de oude-muziekspecialist Herreweghe samen met klavierleeuw Bronfman op één podium. Het bleek een belevenis, omdat Herreweghe zorgde voor kristalhelder orkestspel waarin Bronfman vrijuit kon zwemmen. Het was de eerste uitvoering in een lange reeks inclusief tournee, en het zou interessant zijn geweest de laatste uitvoering ervan te horen, want niet alles was nog uitgekristalliseerd, maar wel al grandioos. Het onbegrijpelijk subliem gecomponeerde tweede deel werd strak en pakkend gespeeld - Beethoven op zijn best. Na de pauze een even slanke als glasheldere Tweede Brahms, tegenpool van de volbloed Karajan-, Giulini- en Solti-lezingen. Allemaal even fraai, maar Herreweghe bracht een zeer overtuigend tegengeluid. In het derde deel ging het bijna mis - Herreweghe slaat nu eenmaal anders de maat dan de gemiddelde dirigent. Een groots concert en ik kijk uit naar zijn Schumann eind deze maand. De foto hierboven werd gemaakt tijdens de repetitie in Helsinki voor het laatste concert in de reeks. Het tekent de professionaliteit van beide grootheden.

04 november 2018

Concert 20 oktober 2018

Zaterdag 20 oktober 2018, Concertgebouw Amsterdam
Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. John Eliot Gardiner
Lucille Richardot, mezzosopraan

Berlioz: Ouverture Le corsaire
Berlioz: Le mort de Cléopâtre
Berlioz: Uit Les Troyens: Chasse royale et Orage
Berlioz: Uit Les Troyens: Ah! Je vais mourir
Berlioz: Symphonie fantastique

Een onstuimig en gevarieerd Berlioz-programma, uitgevoerd door een orkest en een dirigent die Berlioz graag onstuimig uitvoeren. Voor de pauze twee gezongen levenseinden van twee Noord-Afrikaanse koninginnen, bijzonder gaaf en pakkend gezongen door de Franse mezzo Lucille Richardot. Gardiner ging er soms flink tegenaan, maar Richardot hield zich uitstekend staande. De koninklijke jacht uit Les Troyens werd perfect uitgevoerd; het is een stuk van uitersten en Gardiner gaf het het volle pond. Er zit ook een vocaal element in, hier gebracht door de orkestleden die al spelend ook de vocale uitroepen voor hun rekening namen. Na de pauze Berlioz' bekendste symfonie, gespeeld inclusief twee Ophicleïdes, het blaasinstrument dat in de 19e eeuw vrij veel werd voorgeschreven (niet alleen door Berlioz, maar ook door o.a. Mendelssohn, Verdi en Wagner), maar later door de tuba werd vervangen. Gardiner leidde een rauwe, gedreven uitvoering. Het tempo lag af en toe zo hoog dat er hier en daar wat schoonheidsfoutjes in het orkestspel optraden. Maar beter zo'n energieke dan een matte foutloze uitvoering.

19 oktober 2018

Concert 3 oktober 2018

Woensdag 3 oktober 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Trevor Pinnock
Beatrice Rana, piano

Chopin: Pianoconcert nr. 1
Liszt/Adams: The Black Gondola
Haydn: Symfonie nr. 103

Een weinig samenhangend programma, deze avond. Ik stel me voor dat het bij het samenstellen zo gegaan kan zijn: Pinnock blinkt uit in Haydn, dus dat sowieso. Het KCO wist rijzende ster Beatrice Rana te contracteren, dus zij bepaalde welk soloconcert ze zou spelen; met Chopin Eerste kan iedere dirigent uit de voeten (want zoveel valt er niet te dirigeren in dit stuk). En ja, dan nog iets extra's: een stuk waarin de concertleden die teveel waren voor Haydn maar wel nodig voor Chopin nog iets concreets hadden om te spelen... Ik sla hier wellicht de plank volledig mis, maar het leek me wel een logische gedachtegang. Enfin, Beatrice Rana speelde poëtisch en sierlijk, ook al speelt Krytian Zimerman op mijn cd-opanme (met Giulini als dirigent) het stuk rijker en dramatischer. Pinnock begeleidde trouwens erg goed. Na de pauze het door John Adams georkestreerde tweede pianostuk La lugubre gondola - best aardig om dit duistere stuk door een orkest te horen spelen, maar geen bewerking die het origineel in de schaduw stelt. Tenslotte dan de symfonie met de paukenroffel van Haydn, een ogenschijnlijk traditioneel maar uiterst origineel werk. De opname die Harnoncourt indertijd met het KCO maakte is subliem, en Pinnock kwam daar redelijk bij in de buurt. Pinnock straalt permanent een enorme muzikale energie uit en dat vertaalde zich hier in een heerlijke Haydn.

07 oktober 2018

Concert 27 september 2018

Donderdag 27 september 2018, Concertgebouw Amsterdam
Judith Chemia - Jeanne d'Arc
Jean-Claude Drouot - Frère Dominique
Claire de Sévigné - sopraan (La Vierge)
Christine Goerke - sopraan (Marguerite)
Judit Kutasi - mezzosopraan (Catherine)
Jean-Noël Briend - tenor
Steven Humes - bas
Rotterdam Symphony Chorus, Nationaal Kinderkoor
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Stéphane Denève

Honegger: Jeanne d'Arc au bûcher

Ik ging niet met overmatig enthousiasme naar dit concert. Ik ben soms conservatiever dan ik zou willen zijn. Maar goed, je hebt een abonnement en er komt nog genoeg Brahms, Schumann en Bruckner later dit concertseizoen. Het bleek echter een geweldig concert, met prachtige muziek als een halve opera op het podium van het Concertgebouw gebracht. Jeanne stond op een hoge, houten stellage voor het orgel en naast en voor de dirigent werd druk geacteerd en gezongen. De tijd vloog voorbij, en stond soms helemaal stil bij de prachtige koorpartijen - het deel met het kinderkoor was hemels mooi. Na een uur had ik het echter wel een beetje gehad - Honegger verraste niet meer zo. Goed dat het KCO en de bevlogen en uiterst artistiek-Frans uitziende en gebarende Denève dit stuk op de lessenaars plaatsten, maar nu weer over op Brahms, Schumann en Bruckner.

24 september 2018

Concert 23 september 2018

Zondag 23 september 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Michael Sanderling

Andriessen: Mysteriën
Bruckner: Symfonie nr. 3

Vorige maand dirigeerde Manfred Honeck ook al de Derde Bruckner, en die heerlijke uitvoering (zie hier) mocht niet de enige zijn: de reguliere abonnementsconcerten werden nu door Michael Sanderling overgenomen, dus snel een kaartje gekocht. Het bleek een in vele opzichten confronterend en geweldig concert. Allereerst Andriessens Mysteriën voor de pauze: het KCO-opdrachtwerk aan Louis Andriessen werd in 2013 voor het eerst opgevoerd o.l.v. Mariss Jansons - lees mijn weblog toen! Andriessen en Jansons konden het niet goed met elkaar vinden, maar hoe goed dat Gatti het zesdelige stuk wilde hernemen en Sanderling het kundig overnam! Het mag een KCO-repertoirestuk worden, wat mij betreft. En ja, dan toch weer die Derde Bruckner, net als vorige maand de derde versie uit 1889. Maar voor de rest alleen maar verschillen met die uitvoering. In de jaren negentig hoorde ik twee (of drie?) keer Kurt Sanderling bij het KCO, met in ieder geval de Zevende Bruckner en de ander keer tja, de Derde of Vierde? - Ik weet het niet meer. Maar wat ik wel herinner: het waren trage, statige, gedragen uitvoeringen, gedirigeerd met autoriteit. En zo dirigeerde nu ook zijn zoon: pas enkele jaren dirigent (daarvoor solocellist), maar het orkest zijn kijk op dit stuk evenzeer met autoriteit opleggend. De eerste twee delen hoorde ik nooit eerder zo spannend-traag (of het moet onder zijn vader zijn geweest). En het orkest speelde grandioos; de zaal hield zijn adem in en ik wist zelf evenzeer nauwelijk hoe ik het zoeken moest. Michael Sanderling moet stellig terug, weer met Bruckner! Over de familie Sanderling gesproken: vader Kurt Sanderling was natuurlijk de grote dirigent, maar nog voor ik hem bij het KCO zag en hoorde, ging ik als Leidse student eens (ergens rond 1985) naar een concert in de Stadsgehoorzaal, waar het Residentieorkest speelde o.l.v. Thomas Sanderling - zoon uit een eerder huwelijk van vader Kurt. Schumanns Rheinische, dat weet ik nog. Maar goed: houd die andere zoon Michael in de gaten! Ik gun hem een foto maar het mysterie Bruckner gaat boven alles. Die boerenkop (klik erop), en dan toch de meest grandioze symfonische muziek daaruit ontstaan...

09 september 2018

Opera 8 september 2018

Zaterdag 8 september 2018, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant

Moessorgski: Boris Godoenov

Boris - Alexander Tsymbalyuk
Fjodor - Olivia Vermeulen
Xenia - Tetiana Miyus
Sjoejski - Frank van Aken
Pimen - Ante Jerkunica
Grigory - Dmitry Golovnin
Marina - Alisa Kolosova
Rangoni - Vladislav Sulimsky
Varlaam - Alexander Krasnov
Joerodivy - James Kryshak
Vlaams Radio Koor, Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Pablo Heras-Casado

Het is precies tien jaar geleden dat ik deze opera voor het laatst hoorde, bij DNO. Zie hier en hier. En wederom zorgde Facebook ervoor dat ik enkele dagen voor dit concert een perfecte plaats midden in de zaal kon kopen. Een week geleden waren er slechts podiumplaatsen te koop - bij zo'n concertante uitvoering waar de zangers naast de dirigent staan geenszins ideaal. Maar kennelijk komen er enkele dagen voor zo'n concert goede zaalplaatsen beschikbaar en gaat Facebook los. Enfin, drie dagen voor dit concert kocht ik een kaartje op rij 20 aan het middengangpad. Wat een opera is dit toch; die verbazing die ik eind jaren tachtig tijdens het eerste Muziektheater-seizoen had, toen ik totaal onvoorbereid deze opera voor het eerst hoorde, had ik nu wederom. De koorscènes van de proloog, de vertelling van Pimen in de eerste akte, de confrontatie tussen Boris en Sjoejski en de daaropvolgende overpeinzingen van Boris, en dan nog die vertelling van Pimen in de vierde akte en de doodsstrijd van Boris daarna: wat een grandioze, aangrijpende muziek. De twee pauzes tijdens dit concert gaven me voldoende tijd het uitgebreide programmaboekje te lezen over de historische achtergronden en vooral de versiegeschiedenis van deze opera. Heras-Casado dirigeerde de 1872-versie, inclusief de zogenaamde Poolse akte, en de scène die volgt op de dood van Boris. Mijn opname o.l.v. Cluytens en Boris Christoff - die daarop zowel Pimen, Varlaam en Boris zingt - biedt die scènes ook, maar de laatste twee zijn omgedraaid zodat de opera eindigt met de dood van Boris. Dat was tijdens dit concert wel een rare gewaarwording: Boris dood, en dan nog die gekke scène met de pelgrims en de Joerovidi (hoe mooi zijn te zingen muziek ook is). Enfin: wat een uitvoering! En dan vooral: wat een Boris! Alexander Tsymbalyuk is begin 40, en wat een stem! Hij zong op volle kracht, en met een stemkleuring zoals ik nog nooit bij een bas hoorde. Hij deed Christoff even helemaal vergeten. Hij drukte me met zijn stem diep in mijn stoel. Dat deed Ante Jerkunica als Pimen evenzeer - Tsymbalyuk en Jerkunica waren de twee grote sterren van deze uitvoering. De andere zangers deden nauwelijks voor hen onder, en koor en orkest zongen en speelden groots. Heras-Casado dirigeerde nauwkeurig - hoe geweldig: een Boris Goedoenov in het Concertgebouw. Ik zag het portert hierboven van Ilja Repin ooit in het echt - hoe dicht kun je bij die onnavolgbaar eigenaardige Moessorgski eigenlijk komen?

02 september 2018

Concert 29 augustus 2018

Woensdag 29 augustus 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink

Mahler: Symfonie nr. 9

Door 'de val' moest Haitink in juni het zondagmiddagconcert afzeggen (zie hier en hier), en door de Gatti-perikelen sprong de eredirigent - twee chefdirigenten tussenin - zomaar in om een concert van een weggestuurde kersverse nieuwe chef over te nemen, en daarmee ook het afgezegde concert alsnog goedmakend. En het was een onvergetelijk concert, Haitink ten voeten uit. Want ruim twee maanden later beziet hij die Negende Mahler toch weer net iets anders. Was het begin juni vloeiend en gedreven, nu was het opeens broos, veel trager en uiterst fragiel. De zaal hield ruim anderhalf uur zijn adem in, ook ik wist soms niet meer of ik durfde te ademen. Ik schreef het al vaker: hoe aangrijpend dat vierde deel ook is, het openingsdeel is de ultieme Mahler waarin alles samenkomt wat hij muzikaal te vertellen heeft. En het klonk nu weer anders dan begin juni, even spannend en nieuw. Ook op zijn 89ste verrast Haitink keer op keer.