28 april 2016

Concert 12 april 2016

Dinsdag 12 april 2016, Concertgebouw Amsterdam
Wiener Philharmoniker o.l.v. Gustavo Dudamel

Rachmanoniv: Het dodeneiland
Reger: Vier Tondichtungen nach Arnold Böcklin
Mussorgski: Schilderijententoonstelling (ork. Ravel)

De Wiener Philharmoniker is een mystiek orkest met een grandioos verleden, en dan zitten ze om de paar jaar zomaar voor je neus hier in het Concertgebouw om de hoek. Ik hoorde ze al meerdere keren, nu in een schilderachtig programma en met een dirigent op de bok die muziek ademt: dat moest wel een goed concert opleveren. Het dodeneiland is Rachmaninovs beste compositie, fijnmazig, duister en spannend. De opname van het Concertgebouworkest o.l.v. Vladimir Ashkenazy is geweldig, en zo transparant als op deze opname speelde Weners dit stuk niet. Maar gedreven was het wel! Dat gold ook voor de uitvoering van de vier Tondichtungen van Reger, eveneens geïnspireerd op schilderijen van Böcklin (waaronder ook het dodeneiland). Ik kende deze stukken niet; het slot van het vierde stuk (Bacchanal) werd onnavolgzaam precies en krachtig gespeeld. De Weners op hun best. Na de pauze de Schilderijententoonstelling; een kolfje naar de hand van dit orkest - hun opname van dit stuk o.l.v. Valery Gergiev is meer dan geweldig. Toch vond ik deze uitvoering iets te bedaagd; Dudamel koos vooral voor veilig in plaats van voor ultieme vervoering. Het klonk allemaal prachtig natuurlijk, maar ik miste de extase. Als toegift toch nog een wals, voor de verandering uit een Tsjaikovski-ballet.

23 april 2016

Concert 6 & 9 april 2016

Woensdag 6 en zaterdag 9 april 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Anna Lucia Richter, sorpaan
Rosanne van Sandwijk, sopraan
Iestyn Davies, countertenor
Benjamin Hulet, tenor
Peter Harvey, bas
Nederlands Kamerkoor

Bach: Magnificat
Brahms: Symfonie nr. 1

Brahms: Symfonie nr. 1

Het vierde en laatste concert van de miniserie Bach meets Brahms, nu weer met Fischer op de bok. Tijdens het reguliere abonnementsconcert op de woensdagavond voor de pauze het onvolprezen Magnificat van Bach, inclusief twee antifonen behorend bij de feestdag van de Annunciatie. Fischer dirigeerde een paar jaar gelden al een Matthäus bij het KCO (zie hier) en ook in het Magnificat was het een en al schoonheid. Korte aria's, prachtige koren en dat hemelse terzet voor twee sopranen en alt. Eigenlijk is het een kwartet want de hobo heeft een gelijkwaardig aandeel in dit korte stukje waarbij de rillingen over je lijf lopen. Na de pauze een bruisende en vloeiende Eerste van Brahms; wel jammer dat Fischer de herhaling van de expositie in het openingsdeel niet respecteerde.
Op zaterdagavond stond de symfonie centraal tijdens het essentialsconcert, waarbij deze keer geen soloconcert met een aanstormend talent. Thomas Vanderveke die normaliter de nieuwsgierigheid naar het essentialswerk met een gloedvol praatje opwekt, gaf nu alle ruimte aan Fischer, die vooraf en tussen de delen zijn eigen toelichting gaf in zijn heerlijke Nederlands met Hongaars tintje. Hij liet de zaal strofe voor strofe het koraal uit het slotdeel zingen en besteeg daarna weer de trap naar boven om samen met een orkestlid een duet voor alpenhoorn te bespelen; Brahms had zich door die klanken laten inspireren aldus Fischer. De foto hierboven werd tijdens een repetitie gemaakt. Hilariteit alom en gewoon een verrukkelijke start van een concert.

17 april 2016

Concert 31 maart 2016

Donderdag 31 maart 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti

Wagner: Ouverture Tannhäuser
Liszt: Orpheus
Berlioz: Symphonie fantastique

Vanaf komend seizoen is Gatti de nieuwe chefdirigent van het KCO, en tijdens dit seizoen was dit het enige programma dat met Gatti was geregeld. De Tannhäuser-ouverture en het bijzonder fraaie symfonische gedicht Orpheus van Liszt klonken glanzend en gedreven. Het zat allemaal strak in de verf. Na de pauze een aparte uitvoering van Berlioz' eigenzinnige symfonie. Gatti nam het hoofdthema in het eerste deel opvallend langzaam; mooi maar wel even wennen. Hij dirigeerde vol vuur, en in dit stuk kwamen alle eigenaardigheden die Berlioz erin stopte dan ook duidelijk naar voren. De slotpassage van het langzame deel (de vier paukenisten) had wat dreigender gekund. Het deel ervoor (Un bal) werd daarentegen subliem gespeeld; zo zwierig hoorde ik dit deel nog niet eerder. De twee slotdelen kregen het volle pond; de nieuwe klokken - een paar jaar geleden door een echtpaar cadeau gedaan aan het orkest - zijn een lust voor het oor. Er stonden camera's in de zaal en er hing een woud aan microfoons boven het orkest, dus deze uitvoering zal te zijner tijd waarschijnlijk via dvd of anderszins teruggekeken en -geluisterd kunnen worden.

Concert 22 maart 2016

Dinsdag 22 maart 2016, Concertgebouw Amsterdam
English Baroque Soloists o.l.v. Sir John Eliot Gardiner
Mark Padmore, tenor (Evangelist)
Stephan Loges, bariton (Christus)
Hannah Morrison, sopraan
Clare Wilkinson, alt
Eleanor Minney, alt
Reginald Mobley, countertenor
Alex Ashworth, bas
Nicholas Mogg, bas
Ashley Riches, bas
Jonathan Sells, bas
Nationaal Jeugdkoor
The Monteverdi Choir

Bach: Matthäus-Passion

Bij de laatste keer dat ik Gardiner met werken van Bach hoorde, bijna tien jaar geleden, beschreef ik in de weblog wat me minder en minder beviel aan zijn Bach-interpretaties (zie hier). De Matthäus hoorde ik nog nooit live door hem gedirigeerd (ik heb wel zijn opname op DG/Archiv), dus toch maar een kaartje gekocht. Het was een memorabele uitvoering, door de vloeiende tempi, de afwezigheid van die hoekigheid en felle accenten, het onvolprezen koor en de geweldige zangers. Met uitzondering van Padmore en Loges waren de solisten leden van het koor, en zodoende konden voor de verschillende aria's per stemsoort steeds andere zangers gekozen worden. Dat maakte iedere aria iets aparts - het was duidelijk dat Gardiner bij iedere aria de best passende zanger had uitgekozen. Padmore is zowat de ideale evangelist; hij zingt krachtig, bewogen en heeft een groot stembereik. Alle zangers, het koor en ook Loges en Padmore zongen uit het hoofd (eis van Gardiner?), en Padmore verslikte zich eventjes en moest door Gardiner weer op weg geholpen worden. Het deed niks af aan zijn grandioze optreden; hij kreeg na afloop terecht het meeste applaus. Gardier bleek duidelijk milder geworden in zijn Bach-interpretatie, en dat leverde een uitstekende Matthäus op.

10 april 2016

Concert 17 maart 2016

Donderdag 17 maart 2016 - Concertgebouw Amsterdam
Los Angeles Philharmonic Orchestra o.l.v. Gustavo Dudamel
Tamara Mumford, mezzosopraan
Groot Omroepkoor
Nationaal Kinderkoor

Mahler: Symfonie nr. 3

Ik hoorde het Los Angeles Philharmonic nooit eerder live, en na het San Francisco eerder dit seizoen (zie hier) is duidelijk dat het LA een beter orkest is. Tja, Giulini stond er een pooslang voor, en dat  doet wonderen. Dudamel zwaait er alweer enkele jaren de scepter en daar wordt het orkest ook niet slechter van. De hype rondom hem is misschien wat afgezwakt, hij blijkt nog steeds een tomeloze muzikale energie te hebben, en waar het maar even kan swingt alles de pan uit. De Derde van Mahler is een staalkaart van muzikale diversiteit, en Dudamel haalde eruit wat erin zat. Ik zat op de hoek van het zijbalkon, en kon hem van dichtbij gadeslaan; iedere beweging en oogopslag werden meteen door het orkest beantwoord. De belangrijke solopartij van de trombone in het eerste deel werd vreemdgenoeg gespeeld door Jorge van Reijen, solotrombonnist van het KCO - was de eigen trombonnist ziek? Dudamel en het LA Phil brachten een prima gedreven Mahler 3 - misschien iets te technisch en te gepolijst, maar eigenlijk is iedere goedgespeelde Mahler 3 een belevenis, en zeker zo ook deze uitvoering.

06 april 2016

Opera 16 maart 2016

Woensdag 16 maart 2016, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Moessorgski: Chovansjtsjina

Ivan Chovanski - Dmitry Ivashchenko
Andrej Chovanski - Maxim Aksenov
Vasili Golitsyn - Kurt Streit
Sjaklovity - Gábor Bretz
Dosifej - Orlin Anastassov
Marfa - Anita Rachvelishvili
Suzanna - Olga Savova
Emma - Svetlana Aksenova
Klerk - Andrey Popov
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Ingo Metzmacher

Tweede keer naar deze prachtige productie van Moessorgski’s onvoltooide opera. De kwaliteiten van enscenering, orkest en zangers heb ik in mijn vorige weblog beschreven (zie hier) en kan ik ten aanzien van deze uitvoering alleen maar onderstrepen. In mijn eerdere bespreking vergat ik echter het geweldige aandeel van het koor. Dat acteert en zingt de laatste jaren zo goed dat opera’s met een groot koor-aandeel bijna altijd een geslaagde uitvoering hebben. In Chovansjtsjina wisselt het koor regelmatig van rol: van dom stads volk tot kerkkoor tot leger. Vanaf rij 3 in de zaal is goed te zien hoe complex de choreografie dikwijls is – men rent soms onnavolgbaar door elkaar; en dan ondertussen prachtig zingen. Verdi is de meester van de achtergrondkoren, maar Moessorgski kon er ook wat van. Vooral de gewijde koren in deze opera zijn hemels mooi. Met Chovansjtsjina heeft de Nationale weer een prachtproductie aan zijn speellijst toegevoegd. Hopelijk te zijner tijd in reprise.    

03 april 2016

Concert 9 maart 2016

Woensdag 9 maart 2016, Concertgebouw, Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding
Vesko Eschkenazy, viool

Bach: Vioolconcert in a
Bach: Orkestsuite nr. 4
Brahms: Symfonie nr. 3

De miniserie Bach meets Brahms – de vier symfonieën van Brahms gekoppeld aan orkest- en vocale werken van Bach – blijkt van verrassend goede kwaliteit. Het eerdere concert onder leiding van Daniel Harding bleek geweldig, met name door een prachtige uitvoering van Brahms’ Vierde, zie hier de weblog. Nu dirigeerde hij wederom een prachtig concert met Brahms’ Derde: licht, transparant en vloeiend. Alles klonk zo natuurlijk dat het publiek geen behoefte voelde om uit zijn dak te gaan, maar dit was één van de fraaiste uitvoeringen van deze symfonie die ik ooit hoorde. Voor de pauze soleerde concertmeester Vesko Eschkenazy in Bachs Vioolconcert in a – soleren is eigenlijk niet het juiste woord hier. Hij speelde mee met de orkestpartij en liet de solopartij daarmee organisch samengaan. Een klein orkest, frisse tempi en goed technisch spel van de solist: dan is een ‘traditionele’ Bach goed verteerbaar. Daarna de Vierde orkestsuite, waaraan ‘authentieke’ orkesten zich zelden hun vingers willen branden tijdens live-concerten: Bach schreef een razend moeilijke trompetpartij voor waar die ventielloze trompetten zich voor een onmogelijke taak gesteld zien. De meesterlijke Italiaanse solotrompettist Omar Tomasoni van het KCO schoot permanent raak; en met wederom frisse tempi en speelplezier knalde die Suite de zaal in. Harding staat volgend jaar niet ingeboekt bij het KCO, maar hopelijk laten ze hem regelmatig terugkeren.

12 maart 2016

Opera 27 februari 2016

Zaterdag 27 februari 2016, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Moessorgski: Chovansjtsjina

Ivan Chovanski - Dmitry Ivashchenko
Andrej Chovanski - Maxim Aksenov
Vasili Golitsyn - Kurt Streit
Sjaklovity - Gábor Bretz
Dosifej - Orlin Anastassov
Marfa - Anita Rachvelishvili
Suzanna - Olga Savova
Emma - Svetlana Aksenova
Klerk - Andrey Popov
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Ingo Metzmacher

Première van deze nieuwe productie; de eerste keer dat deze opera in het Muziektheater werd uitgevoerd. Ik heb er al tijden de Gergiev-opname op cd van, maar de eerste cd daarvan bleek vaak een onneembare hobbel om de rest te beluisteren. In de zaal heb ik echter bijna vier uur ademloos geluisterd naar deze bijzondere muziek. Het deed me denken aan de eerste keer dat ik Boris Godoenov hoorde, eveneens live in het Muziektheater, in 1988. Ik werd toen volledig gegrepen door de bijzondere en diep-melancholische harmonieën en ook in deze onvoltooide opera is het muzikale idioom van Moessorgski bijzonder aangrijpend. Hoe onvoltooid ook, en hoe duister de thematiek van het verhaal: de opera klinkt als een afgerond en gerijpt geheel. Het verhaal is eigenlijk geen verhaal. de vijf bedrijven schetsen veeleer evenveel verschillende gezichtspunten op de belangentegenstellingen vlak voor en vlak na het begin van de heerschappij van tsaar Peter de Grote. Het programmaboekje doet niet eens een poging het verhaal te beschrijven, maar tekent de hoofdpersonen als representanten van de groep waarvoor zij staan: de streletsen (lijfwachten van de tsaar), de hervormingsgezinde adel, de oudgelovigen, de bojaren (de conservatieve adel) en wat losse figuren. De regisseur opteerde voor een relatief eenvoudig decor waarin de sfeer van de vijf bedrijven treffend gevangen werd, met het schilderij van Soerikov (De executie van de streletsen) als bewegend baken. Belangrijkste pijler onder het grote succes van deze première waren de zangers en het orkest. Er werd werkelijk imposant gezongen door alle hoofdrolspelers. De confrontatie van Ivan Chovanski, de hervormingsgezinde Golitsyn en de priester Dosifej in het tweede bedrijf is huiveringwekkend, alsook het aandeel van Rachvelishvili als de waarzegster Marfa. Zij kreeg terecht het meeste applaus, maar zwakke schakels waren er geenszins in deze uitvoering. De bojaar Sjaklovity kreeg in de derde akte opeens een geweldige aria toebedeeld - eigenlijk de enige echte aria van de hele opera. Gábor Bretz zong overrompelend. Alles bij elkaar een geweldige opera-ervaring die het prachtige Haitink-concert eerder op de dag even helemaal deed vergeten. Ik heb meteen een kaartje voor een tweede voorstelling gekocht.

11 maart 2016

Concert 27 februari 2016

Zaterdag 27 februari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Bernard Haitink
Groot Omroepkoor
Vlaams Radio Koor
Sally Matthews, sopraan
Karen Cargill, mezoosopraan
Mark Padmore, tenor
Gerd Grochowski, bas

Bruckner: Te Deum
Bruckner: Symfonie nr. 9

Een dag vol schoonheid, te beginnen met dit heuglijke concert van het Radio Philharmonisch en Bernard Haitink. Bruckners Te Deum ken ik al sinds mijn studententijd van de DG-opname van Eugen Jochum, maar ik hoorde het nog nooit live. Een belevenis, dit grootse koorwerk van nog geen half uur. Een groot koor, een groot orkest, orgel, en vier solisten: Bruckner schreef er een imposant stuk voor. Haitink nam de tempi bedaagd (of: die van Jochum zijn relatief hoog...) en het klonk allemaal grandioos. Van de solisten heeft de tenor het belangrijkste aandeel, en ondanks een kleine hapering zong Padmore zijn moeilijke rol erg mooi. Na de pauze een uiterst transparante verklanking van Bruckners zwanenzang. Vooral het Adagio hoorde ik niet eerder zo breekbaar en analytisch. Haitink weet nog steeds te verrassen. Ik hoorde hem dit stuk al meerdere keren dirigeren, maar steeds zijn die uitvoeringen verschillend: soms massief, soms ragfijn, soms energiek, soms ingehouden. De vraag naar de beste uitvoering is irrelevant. Die bestaat trouwens niet, gelukkig; want stel je voor dat je die al hebt gehoord... Deze uitvoering was gewoonweg indrukwekkend. De foto hierboven werd tijdens de repetities gemaakt.

05 maart 2016

Concert 25 februari 2016

Donderdag 25 februari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Lorenzo Viotti
Markus Werba, bariton

Schubert: Symfonie nr. 2
Mahler: Lieder eines fahrenden Gesellen
Joh. Strauss jr.: Leichtes Blut
Joh. Strauss jr.: Kuss-Walzer
Jos. Strauss: Die Libelle
Jos. Strauss: Friedenspsalmen
Joh. Strauss jr.: Czárdás uit 'Ritter Pásmán'

Een concert van afzeggingen. Dirigent Welser-Möst moest afzeggen vanwege een schouderblessure en werd vervangen door de piepjonge Zwitser Lorenzo Viotti, die al assistent was van Haitink en Jansons. Hij nam het bonte programma nagenoeg ongewijzigd over; alleen de aangekondigde Derde van Schubert liet hij veranderen in de Tweede. De uitvoering daarvan overtuigde volledig. Het is een verrukkelijk werk, dat het orkest - zeker wanneer alle herhalingstekens worden gerespecteerd - flink aan het werk zet. Viotti spaarde het orkest hierbij; er stond nog het nodige op het programma. Maar hij dirigeerde een puntige, transparante uitvoering die klonk als een klok. De geboekte mezzo Alice Coote zegde haar optreden ook af, en werd vervangen door de bariton Markus Werba, die vooral als operazanger optreedt. En dat was te horen. Hij zong de Mahler-Liederen misschien iets te theatraal, maar fraai klonken zijn stem en de orkestbegeleiding alleszins. Na de pauze een bonte verzameling Strauss-muziek; ik waande me even tijdens het nieuwjaarsconcert. Geen simpele muziek om te spelen, maar Viotti leidde het KCO met vaste hand. Moge het orkest hem terugvragen met een eigen programma. Een knappere dirigent stond nog nooit eerder voor het KCO.

04 maart 2016

Concert 17 februari 2016

Woensdag 17 februari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koinklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andries Nelsons
Jean-Yves Thibaudet, piano

Sjostakovitsj: Symfonie nr. 6
Sjostakovitsj: delen uit Suite voor variétéorkest
Gershwin: Pianoconcert

Het orkest was bijna klaar met stemmen toen werd aangekondigd dat de volgorde van de werken voor de pauze zou worden omgedraaid; eerst de Zesde symfonie en daarna de Suite van Sjostakovitsj, in plaats van andersom zoals afgedrukt in het programmablad. Er zal wel een reden voor zijn geweest, maar ik vond het zeer ongepast. Deze twee stukken verschillen in stemming als dag en nacht, en dat even op het allerlaatste moment omgedraaid is een onderschatting van de luisteraar die zich op een concert voorbereid heeft. In plaats van die Mars uit de Suite voor variétéorkest meteen dus dat lange Largo uit de Zesde. Nelsons is bezig aan een indrukwekkende Sjostakovitsj-cyclus en deze Zesde klonk geweldig. Het Allegro en Presto duren samen even lang als dat eerste deel en dat maakt deze symfonie een vreemde eend in de bijt, en dus extra boeiend. De Suite knalde de zaal in, maar het was als openingswerk beter op zijn plaats geweest. Na de pauze een gedreven uitvoering van het Pianoconcert van Gershwin, een kleine drie jaar geleden ook al op de lessenaars met Chailly (zie hier). Geen meesterwerk, wel een lekker stuk muziek, en Thibaudet leek de ideale vertolker.

01 maart 2016

Concert 12 februari 2016

Vrijdag 12 februari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Manfred Honeck
Matthias Goerne, bariton

Beethoven: Symfonie nr. 7
Mahler: Des Knaben Wunderhorn

Een apart programma; doorgaans sluit een concert af met de Zevende van Beethoven, en de Wunderhorn-cyclus werd deze eeuw nog niet door het KCO uitgevoerd, en daarvoor (Chailly, Bernstein en Haitink) steeds door twee zangers om en om en niet zoals nu door één. De Zevende Beethoven staat dezer jaren het vaakst van alle beethovensymfonieën op de KCO-lessenaars. Fischer dirigeerde het in 2014 hier in Amsterdam en vorig seizoen op tournee, dit seizoen dus Honeck, en volgend seizoen neemt Blomstedt het stuk ter hand. Deze uitvoering van Honeck mocht er zijn: puntig en energiek. Honeck had een duidelijke visie en het orkest ging er met graagte in mee. Om de krachten voor Mahler te sparen werden de meeste herhalingen achterwege gelaten. Vooruit maar. Na de pauze een ruim uur Mahler-liederen, uit het hoofd gezongen door Matthias Goerne. Zijn stem is op zijn hoogtepunt, zo leek het. Goerne kan ermee wat hij wil; je hoort zelden een zanger zo moeiteloos en vrijuit zingen. Honeck en Goerne concerteren vaker samen, ook met deze liederen, en dat was te horen. Mooi concert. Fijn om voor de foto's boven deze weblogs regelmatig terug te kunnen grijpen op de facebookpagina van het KCO.

26 februari 2016

Concert 9 februari 2016

Dinsdag 9 februari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Kelemen Kwartet
Menahem Pressler, piano

Haydn: Strijkkwartet op. 76, nr. 4
Bartók: Strijkkwartet nr. 3
Dvorák: Pianokwintet nr. 2

Ik lig flink wat concerten achter - het gaat hard deze maand. Sinds jaren weer eens in de Kleine Zaal, met een mij onbekend kwartet en de inmiddels 92-jarige Menahem Pressler. Voor de pauze twee interessante warmlopers van Haydn en Bartók; het Hongaarse Kelemen-kwartet speelde een thuiswedstrijd met dit repertoire. Na de pauze de bijdrage van Pressler waar iedereen voor was gekomen. Er ging van alles mis. De altiste gebaarde dat zij haar kin-steun kwijt was, waarna eerst de primarius naar achter het gordijn verdween, daarna de tweede violist en de altiste zelf - steeds zonder resultaat. En ondertussen zat Pressler onbewogen achter de piano. De steun werd niet gevonden; de altiste barstte in tranen uit, maar men begon toch maar te spelen. Na het eerste deel kwam de dienstdoende zaalwachter het podium op en bracht de verloren gewaande kin-steun; de altiste barstte wederom in tranen uit. Tja, dan wil zo'n slavisch kwintet van Dvorák wel klinken. Pressler speelde karakteristiek: met drive, stuwend. En natuurlijk met de nodige missers; het derde deel is ook voor pianisten in de bloei van hun leven nauwelijks foutloos te spelen. Ik ken het pianokwintet van Dvorák al heel lang van cd; het is een heerlijk stuk. Fijn om het nu eens live te horen, met meeslepende toestanden. Als toegift nog het lange langzame deel uit het kwintet van Sjostakovitsj.
De foto hierboven komt van de facebookpagina van het Concertgebouw is tijdens het concert gemaakt.

14 februari 2016

Concert 28 januari 2016

Donderdag 28 januari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Semyon Bychkov
Kirill Gerstein, piano

Rachmaninov: Pianoconcert nr. 2
R. Strauss: Ein Heldenleben

Nog geen jaar geleden dirigeerde Bychkov de Alpensinfonie van Strauss (zie hier de weblog daarvan) en de relatief gewone uitvoering daarvan deed me wat vrezen voor deze Heldenleben. Maar die vrees bleek ongegrond: dit was een uitstekende warmbloedige en gedreven uitvoering van Strauss' meesterlijke heldenepos. Het orkest speelde geweldig en Vesko Eschkenazy bracht de vioolsoli vol intensiteit en intimiteit. Het moet maar afgelopen zijn met het verwijt aan het adres van Strauss dat deze toondichting (en de Alpensinfonie) oppervlakkig is. Het zijn meesterwerken; welke andere componist kan een orkest zo weelderig laten klinken? Voor de pauze helaas geen overrompelende uitvoering van Rachmaninovs tweede concert. Gerstein speelde de noten, maar dat was het eigenlijk ook wel. De climaxen waar je op zit te wachten kwamen niet uit de verf en werden aldus teleurstellingen. Beter op dreef was Gerstein in de toegift: de etude voor de linkerhand van Felix Blumenfeld - voor veel pianisten al lastig te spelen met twee handen, zo leek het.

30 januari 2016

Concert 23 januari 2016

Zaterdag 23 januari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v Valery Gergiev

Sibelius: En saga
Rimsky-Korsakov: Suite De gouden haan
Strawinsky: Petroesjka

Het Rotterdams Philharmonisch speelt altijd op topniveau wanneer Gergiev op de bok staat. Alleen voor hem gaan ze door het vuur, en dat leverde deze middag betoverende momenten op. Hoogtepunt van het concert was voor mij En saga, het eigenzinnige symfonische gedicht van Sibelius, opus 9! Een steeds terugkerende melodielijn, maar voortdurend mysterieus. Ik beluister het stuk minstens iedere drie weken, in de auto, thuis of in de fitnesszaal, ken iedere noot, en pas nu voor het eerst life gespeeld. En hoe rijk opeens! Het uitstervend slot biedt één van de fraaiste stukken voor klarinet-solo. Gergiev voerde de spanning hier enorm op; iedereen hield zijn adem in. De suite uit de laatste opera van Rimsky-Korsakov (uit 1907, met de nodige politieke dubbelzinnigheden) bood orkestrale pracht; Rimsky-Korsakov is met Berlioz toch wel de kampioen instrumentatiekunst. Heel diepgaand was het vierdelige werk echter ook niet. Na de pauze een precieze uitvoering van Petroesjka; tja, ik vind het niet zo'n geweldig stuk. Het is klankkleur alom, maar het is me te bedacht en te klinisch. Zelfs de Sacre heeft meer structuur. Maar goed, het orkest speelde geweldig; de vele soli werden feilloos gespeeld. Aan de uitvoering lag het niet.

29 januari 2016

Opera 20 januari 2016

Woensdag 20 januari 2016, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Händel: Ariodante

Ariodante - Sarah Conolly
Ginevra - Anet Fritsch
Polinesso - Sonia Prina
Dalinda - Sandrine Piau
Il re di Scozia - Luca Tittoto
Lurcianio - Andrew Tortise
Koor van De Nationale Opera
Concerto Köln o.l.v. Andrea Marcon

De Nationale gaat maar door met het presenteren van Händel-opera's en keer op keer vallen die producties mee. Ik ken Ariodante redelijk goed van cd, door de geweldige uitvoering van Marc Minkowski en Anne Sofie von Otter in de titelrol. Haar uitvoeringen van de aria's Con l'ali di constanza uit het eerste bedrijf en Scherza infida in het tweede bedrijf zijn absolute hoogtepunten van operazang - Scherza infida is bovendien een grandioze aria van bijna een kwartier dat een beroep doet op het uithoudingsvermogen van zowel zanger als publiek. Maar het effect is enorm. Zo geweldig als Von Otter zong Conolly deze avond niet, maar ze kwam een hele eind in deze hondsmoeilijke aria's. Haar tegenspeelster Anet Fritsch zong echter nog mooier, en Sandrine Piau had geen moeite met de meest duivelse aria's uit de gehele operaliteratuur die een huishoudster te zingen heeft. Ook de andere zangers hadden per bedrijf minstens één aria te zingen, en zeker niet de gemakkelijkste soms. Händel had er duidelijk zin in om zijn zangers het vuur aan de schenen te leggen. Drie bedrijven van ieder minstens een uur vol da-capoaria's kunnen snel wat teveel van het goede zijn, ware het niet dat de enscenering flink meehielp om de aandacht vast te houden. De Schotse setting werd in een modern jaste gestoken, en slechts twee deurklinken op draaibare poten suggereerden drie ruimtes terwijl het podium toch volledig open bleef. Een vondst. Geweldig was het poppentheater aan het slot van ieder bedrijf, bijzonder stijlvol gedaan. Een enscenering die tot in ieder detail was uitgewerkt. Tja, dan gaan die uren van half zeven tot elf snel voorbij. Een fraaie voorstelling!

22 januari 2016

Opera 16 januari 2016

Zaterdag 16 januari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant

Puccini: Madama Butterfly

Butterfly - Lianna Haroutounian
Suziki - Marie-Nicole Lemieux
Pinkerton - Arnold Rutkowski
Sharpless - Angelo Veccia
Goro - Ho-yoon Chung
Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Pietro Rizzo

Veel muziekstukken heb ik via de plaat of de cd leren kennen; pas daarna door meerdere live-uitvoeringen beter kunnen doorgronden. Madama Butterfly was de eerste opera die ik op cd kocht (andere eerder wel al op langspeelplaat) en die uitvoering met Renata Tebaldi was geen goede keuze. De uitvoering bij DNO o.l.v. Edo de Waart ergens begin jaren negentig maakte de mismatch compleet; ik hoorde de opera eigenlijk nooit meer tot deze uitvoering in het Concertgebouw. En toen stokte regelmatig mijn adem. Want naast de even simpele als trefzekere dramatiek is het vooral de harmonische eigenheid van deze opera die verbazing wekt. Maar goed, dan moeten de stemmen wel passen, en dat deed die van de Armeense Lianna Haroutounian volledig. Arnold Rutkowski zong trefzeker, maar zijn stem kwam volume tekort om te imponeren. Haroutounian zong en speelde Butterfly vol overtuiging en dan is er geen quasi-japanse enscenering nodig om je te verplaatsen in wat je hoort en meeleest met de boventiteling. De bijrollen (veel Koreaanse zangers!) waren prima bezet. De jonge Italiaanse dirigent Pietro Rizzo viel op het laatste moment in voor de ziek geworden Karel Mark Chichon; maar aangezien die Italianen met deze muziek zijn opgevoed kon er natuurlijk niks misgaan. Het vorig jaar eindigde en dit jaar startte met overtuigende concertante opera-uitvoeringen; je zou haast denken dat het operatheater overbodig is. Had ik indertijd maar de Karajan-uitvoering met Mirella Freni gekocht; ik heb me heel lang iets moois ontzegd.

22 december 2015

Opera 18 december 2015

Vrijdag 18 december 2015, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant

Wagner: Lohengrin

Lohengrin - Klaus Florian Vogt
Elsa - Camilla Nylund
Heinrich der Vogler- Falck Struckmann
Friedrich von Telramund - Evgeny Nikitin
Ortrud - Katarina Dalayman
Heerrufer - Samuel Youn
Koor van de Nationale Opera
Groot Omroepkoor
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Sir Mark Elder

Een paar jaar geleden stond bij het KCO o.l.v. Andris Nelsons Wagners Fliegende Holländer op de lessenaars en die uitvoering (ik heb die gemist) bleek zo'n succes dat men besloot nu de Lohengrin uit te voeren. Nelsons kreeg twee weken geleden een blessure aan zijn schouder, dus nog voor de repetities begonnen werd good old Mark Elder ingehuurd. Die hoorde ik bij het KCO onder andere al eens een prima Vierde van Sjostakovitsj dirigeren (zie hier) en eerder dit jaar twee keer onvergetelijk in Berlioz' Benvenuto Cellini bij De Nationale Opera (zie hier). Hij kon dus al lezen en schrijven met het operakoor, dat deze avond met het Groot Omroepkoor was samengevoegd. Maar goed, of Andris Nelsons verschil had gemaakt durf ik te betwijfelen. Want: kon deze uitvoering überhaupt beter? Er stond een welhaast ideale cast op het podium; geen enkele rol was slechts goed of minder dan dat. Vaak heb je bij een operauitvoering dat je vooral naar die ene of twee zangers uitkijkt die eruitspringen; deze avond hoefde dat niet. Er werd voortdurend op het hoogste niveau gezongen. Vooruit: de Grahlserzählung van Klaus-Florian Vogt hoorde ik nog nooit zo mooi, ook niet op mijn cd-uitvoeringen. Wat een unieke stem heeft Vogt, ideaal voor Lohengrin en Parsifal (zie hier). Camilla Nylund straalde van begin tot eind, Struckmann was beter bij stem dan tijdens de concertante Tristan in september (zie hier) en blijft immer imposant, en Nikitin en Dalayman zongen een duivels paar. Youn maakte van de Heerrufer een halve heldentenorrol. Tja, en dan het KCO - lampjes op de lessenaars, dus alsof de orkestleden op een verhoogde orkestbak zaten. En die klank... Het was onaards mooi, onvergetelijk. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO - op Nikitin na staan alle hoofdrolzangers op het podium.

20 december 2015

Opera 13 december 2015

Zondag 13 december 2015, Royal Opera House Covent Garden London
The Royal Opera

Mascagni: Cavalleria Rusticana
Leoncavallo: Pagliacci

Cavalleria Rusticana
Turridu - Yonghoon Lee
Mamma Lucia - Elena Zilio
Santuzza - Eva-Maria Westbroek
Alfio - Dimitri Platanias
Lola - Martina Belli

Pagliacci
Tonio - Dimitri Platanias
Canio - Aleksandrs Antonenko
Nedda - Carmen Giannattasio
Silvio - Dionysios Sourbis

Royal Opera Chorus
Orchestra of the Royal Opera o.l.v. Antonio Pappano

Afgelopen mei was ik hier ook al en in mijn weblog schreef ik dat zulke snoepreisjes niet voor iedere maand zijn (zie hier). Maar deze productie was niet te weerstaan, en door de matineevoorstelling op één dag op en neer te doen. 's Ochtends om kwart voor zes op de fiets, en 's avonds om elf uur weer thuis. Wederom een plaats achterin de 'orchestra stalls' maar door de relatief steil aflopende zaal zit je voor je gevoel als enige pal voor dat podium. En hoe geweldig klinkt die zaal; iedere oneffenheid in het orkest klinkt zonder pardon - maar ook het vele fraais. Westbroek als Santuzza in de Cavalleria Rusticana gaf natuurlijk de doorslag om te gaan, en ofschoon haar présence onweerstaanbaar is, moest ik in het begin wel even wennen aan haar donkere timbre. Maar wie anders had deze rol zo scherp en hartverscheurend kunnen neerzetten? Yonghoon Lee zong eveneens grandioos en kleerkast Platanias deed uitzien naar zijn opening in Pagliacci. Tja, die was zoals je het wil hebben. Gewoon twee heerlijke uitvoeringen; het Engelse publiek ging terecht uit zijn dak. Normaliter vind ik een draaischijf met twee of drie toneelbeelden een wat te gemakkelijke oplossing, maar nu bleek dat een gouden vondst. Regisseur Damiano Michieletto voegde in feite beide opera's scenisch ineen - tja, waarom ook niet. Ook qua personenregie: al in de Cavalleria Rusticana werd een uitvoering van Pagliacci aangekondigd, en liepen de hoofdpersonen daarvan rond, en in Pagliacci zat Westbroek luid snikkend op een bankje. In het Muziektheater hoor je net zulke goede uitvoeringen, maar zo'n decadent reisje naar Londen...

Concert 3 december 2015

Donderdag 3 december 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alexandre Bloch
Jean-Yves Thibaudet, piano

Messiaen: Les offrandres oubliées
MacMillan: Pianoconcert nr. 3 'The Mysteries of Light'
Ravel: Alborado del gracioso
Dukas: L'apprenti sorcier
Ravel: Rapsodie espagnole

In 2012 viel de jonge Alexandre Bloch kennelijk voldoende goed voor de ziekgeworden Mariss Jansons in (zie hier), dat hij nu mocht terugkeren. Debutanten mogen vaak alleen stukken buiten het kernrepertoire dirigeren, en dat leverde deze avond een bonte verzameling muziek op. Voor de pauze het moeilijke werk met Messiaen en MacMillan, en na de pauze drie bekende korte stukken van Ravel en Dukas. MacMillan droeg zijn Derde pianoconcert op aan Thibaudet, en die gaf een bevlogen lezing van dit wat bonkige stuk. Ook fijn om eens tijdens een concert De tovenaarsleerling van Dukas te horen, onsterfelijk geworden door de Fantasia-verfilming van Walt Disney. Bloch speelde zijn hoogste troeven echter uit in de Rapsodie espagnole; een lekkere uitsmijter. Ik heb aantrekkelijker concerten meegemaakt, maar vooruit: het was desondanks de moeite waard.

30 november 2015

Concert 21 november 2015

Zaterdag 21 november 2015, Concertgebouw Amsterdam
London Philharmonic Orchestra o.l.v. Christoph Eschenbach
Christian Tetzlaff, viool

Rihm: Verwandlung 3

Beethoven: Vioolconcert
Brahms: Symfonie nr. 1

Een ijzeren programma in de zaterdagmatinee. Het korte stuk van Rihm werd in het programmaboekje aangeprijsd als een mix van ingrediënten aangeleverd door Richard Strauss, Schreker en Korngold, maar die schreven toch echt boeiender muziek. De Eerste van Brahms kon mijn aandacht ook niet goed vasthouden. Eschenbach leidde een loodzware uitvoering, hard en massief. Er hadden zeker 30 procent minder strijkers op het podium mogen zitten. Tja, na de lichtere en vloeiender Brahms-uitvoeringen van Haitink, Fischer en Harding van de afgelopen tijd was dit wel weer even wennen. Het concert werd echter memorabel door de weergaloze uitvoering van het Vioolconcert van Beethoven door violist Christian Tetzlaff. Hij speelde eigenzinnig, technisch niet eens helemaal vlekkeloos, maar met een enorme concentratie en zelfverzekerdheid. Een kennis verwoordde het na afloop precies goed: Tetzlaff wist de zaal mee te krijgen in zijn concentratie, waardoor er een enorme spanning werd opgebouwd. Het publiek was muisstil, waardoor Tetzlaff soms tot het uiterste ging in fluisterzacht spelen, en waardoor het publiek nog verder zijn adem inhield. Daarnaast veroorloofde hij zich allerlei vrijheden in versieringen, en klonk de cadens van het eerste deel door de samenspraak met de pauken als een waar kunststukje. Zo vaak hoorde ik dat geweldige en hondsmoeilijke Beethoven-concert niet, maar dit was de meest memorabele tot nu toe.

20 november 2015

Concert 11 & 13 & 15 november 2015

Concert 11 & 13 & 15 november 2015, Concertgebouw Amsterdam
The Chamber Orchestra of Europa o.l.v. Bernard Haitink
Isabelle Faust, viool
Gautier Capucon, cello
Murray Perahia, piano

Schumann: Ouverture, Scherzo en Finale
Schumann: Vioolconcert
Schumann: Symfonie nr. 3

Schumann: Symfonie nr. 1
Schumann: Celloconcert
Schumann: Symfonie nr. 4

Schumann: Ouverture Manfred
Schumann: Pianoconcert
Schumann: Symfonie nr. 2

Drie concerten met Bernard Haitink, 86 inmiddels, en nog zo levendig als wat. Hij loopt wat moeizaam, verzet op de bok geen stap, maar dirigeert met een souplesse en precizie die verbazing wekken. Tijdens eerdere symfonieseries met het Chamber Orchestra of Europe (Beethoven en Brahms, zie o.a. hier en hier) werd duidelijk dat Haitink op zijn oude dag het allemaal even anders wilde doen. Scherper, minder gepolijst, je zou haast zeggen: authentiek. En alle herhalingstekens respecterend! Maar het waren daarnaast ook typische Haitink-uitvoeringen zoals ik al zo vaak hoorde: met autoriteit en inzicht gespeeld, geïnspireerd, krachtig. In het eerste concert bleek de uitvoering van het zelden gespeelde Vioolconcert een openbaring. Ik hoorde het heel lang geleden eens eerder (door Ida Haendel), heb er ook een uitvoering van op cd, maar beluisterde die al tijden niet meer, en herkende het toch. Maar zo fraai als tijdens dit concert hoorde ik het nog nooit. Het middendeel werd onaards mooi gespeeld. Misschien geen ultiem meesterwerk, maar het verdient veel meer aandacht dan het nu krijgt. De Rheinische ken ik door en door, en in het openingsdeel miste ik iets van de tomeloze energie die dit deel kenmerkt. Maar het derde deel - doorgaans een soort van overgangsdeel tussen dat fraaie Scherzo en sublieme Feierlich - kreeg nu juist een geweldige verstilde en natuurzuivere uitvoering. Tja, Haitink wist weer eens te verbazen.
Twee dagen later twee symfonieën rondom het Celloconcert. Dat stuk hoorde ik nog niet eerder, en het is zeker geen meesterwerk. Renaud Capucon speelde vurig en vol warmte, maar het concert vond ik te langdradig. De Frühlingssymfonie kan eigenlijk niet stuk; het klinkt als een doorsnee-symfonie, maar bevat fraaie eigenzinnigheden, zoals het herhalen van de langzame opening halverwege de expositie. De Vierde is echter Schumanns beste symfonie, vol energie, verstilling enzovoort. De overgang van het derde naar het vierde deel blijft één van de meest raadselachtige passages uit de hele orkestliteratuur, en Haitink gaf het een Bruckneriaanse grandeur mee. De hele symfonie kreeg sowieso een geweldige gedreven en puntige uitvoering.
Tijdens het derde concert louter meesterwerken op de lessenaars. De Tweede symfonie is de minst bekende van Schumanns symfonieën, maar ik vind het een geweldig stuk. Het openingsdeel bruist van de energie, en dan komt daar nog een grandioos en krachtig Scherzo overheen; de strijkers moeten daarna zowat aan de beademing. Haitink zweepte het orkest op, geweldig wat hij ermee bereikte. Voor de pauze was daar al het optreden van Perahia, die ik al in 1986 samen met Haitink hoorde in het Vijfde pianoconcert van Beethoven, en later meer met o.a. Mozart en ook het Schumann-concert. Maar deze avond speelden ze het alsof het de eerste keer was. Soms wat missertjes, maar met een surplus aan bravoure en zangerigheid.
De muziek van Schumann is geen allemansvriend, maar ik houd er erg van. De orkeststukken van deze drie concerten (met uitzondering van het Viool- en Celloconcert) beluister ik regelmatig, alsook zijn pianomuziek en dat geweldige Pianokwintet. Het is muziek waar ik niet zonder kan.
De foto van Haitink werd tijdens één van de concerten gemaakt; de foto hieronder is een daguerreotype van de componist uit 1850.

12 november 2015

Concert 7 november 2015

Zaterdag 7 november 2015, Concertgebouw Amsterdam
Les Arts Florissants o.l.v. William Christie

Händel: Theodora

Theodora - Katherine Watson
Irene - Stéphanie d'Oustrac
Didymus - Philippe Jaroussky
Septimus - Kresimir Spicer
Valens - Callum Thorpe

Ik had me niet goed voorbereid op dit concert en was er heilig van overtuigd dat ik naar een concertante uitvoering van een Händel-opera zou gaan; pas in het programmaboekje dat ik vlak voor aanvang kocht las ik dat het een oratorium betrof. De op één na laatste die Händel componeerde - hij schreef in totaal 29 oratoria. En 42 opera's trouwens. Maar als ik vooraf geen programmaboekje had gekocht, had ik na afloop nog steeds geloofd dat Theodora een opera was. De dramatiek van dit stuk is enorm, en in niets lijkt het op die gewijde composities, van Händels Messiah tot de oratoria van Haydn en Mendelssohn. Geen solisten met in hun handen zwarte opengevouwen leesmappen, stijf gepositioneerd links en rechts van de dirigent, maar acterende solisten die uit het hoofd zingen, opkomen en weer afgaan, en zelfs een koor dat voor het orkest komt staan en een jolig drinklied zingt. Ik hoorde eigenlijk alle bekende dirigenten uit de authentieke uitvoeringspraktijk, behalve William Christie. Hij maakte deze middag een onvergetelijke indruk met zijn grootse gebaren, niet gericht op preciezie, maar op dramatiek en een vloeiende beweging. Koor en orkest zongen en speelden overigens feilloos, en met een vrijwel ideaal solistenteam leverde dat een grandioze middag op die alle reservers ten aanzien van Händel deden verbleken. Een memorabele uitvoering.

09 november 2015

Zondag 1 november 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Verdi: Il trovatore

Il Conte di Luna - Simone Piazzola
Leonora - Carmen Giannattasio
Azucena - Violeta Urmana
Manrico - Francesco Meli
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Maurizio Benini

Aan het slot van mijn bespreking van de premièrevoorstelling van deze Il trovatore sprak ik de verwachting uit dat bij dit bezoek alles stellig geolied zou klinken (zie hier). En inderdaad, bij deze laatste voorstelling uit de reeks klonk alles zowat perfect. Nu niet meer die kleine oneffenheidjes tussen koor en orkest, en de solisten zongen wederom vol kracht en passie. Deze productie is door de recensenten niet met onverdeeld genoegen verwelkomd, en ik snap daar eigenlijk helemaal niks van. Over sommige details in de enscenering kun je je bedenkingen hebben (tijdens het Miserere gooien enkele soldaten een lijk in een graf, wat in het publiek geroezemoes veroorzaakt - en dat precies tijdens dat geweldige achtergrondkoor). Maar de opera krijgt een overwegend stijlvolle uitbeelding, en orkest, zangers en koor spelen en zingen grandioos. Dirigent Benini is een vakman, meer dan dat: hij had duidelijk wat te vertellen. En natuurlijk: Verdi zelf componeerde met Il trovatore een meesterwerk. verhaaltechnisch niet perfect, maar muzikaal des te meer. Hij stapelt de ene grandioze scene bovenop de andere, en meer dan in veel andere opera's zijn er nergens inzinkingen.

08 november 2015

Concert 28 oktober 2015

Woensdag 28 oktober 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Gustavo Gimeno
Yuja Wang, piano

Tsjaikovsky: Pianoconcert nr. 2
Rimsky-Korsakov: Sheherazade

Het KCO is op tournee naar het verre oosten, en speelde vooraf de twee programma's in hun bagage tijdens reguliere abonnementsconcerten in. De tournee staat onder leiding van Gustavo Gimeno die ruim tien jaar solo-slagwerker bij het orkest was en vorig jaar als dirigent met groot succes inviel voor een zieke Mariss Jansons (zie hier); kennelijk was die eerste keer zo goed bevallen dat het orkest hem tijdens dit chefloze jaar voor vele concerten op de bok contracteerde. Getuige dit concert met één van de twee programma's volkomen terecht, want Gimeno is een zwierige dirigent die het orkest warmbloedig en geconcentreerd laat spelen. In het zelden gehoorde Tweede pianoconcert van Tsjaikovsky is de orkestpartij minstens zo moeilijk als de solopartij; in het tweede deel speelt de piano zelfs een bescheiden rol ten opzichte van de solopartijen van de cello en viool. Die pianopartij is in de hoekdelen overigens hondsmoeilijk, maar Yuja Wang speelt alsof ze alles zelf bedacht en opgeschreven heeft. Na de pauze een weelderige uitvoering van één van de meest kleurrijke orkeststukken uit het hele repertoire. De thematiek in Sheherazade is niet al te divers, maar Rimsky-Korsakov spint de luttele thema's grandioos mooi uit. Als ik een college over kleuren en instrumentatiekunst in de muziek zou moeten geven, zou ik dit stuk als leidraad nemen. Die flageoletnoten van de soloviool in het slotdeel; subliem gecomponeerd! Het KCO en concertmeester Liviu Prunaru speelden geweldig. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het orkest; de schoen van Yuja Wang tijdens hun concert in Taipeh.

25 oktober 2015

Concert 25 oktober 2015

Zondag 25 oktober 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding
Nederlands Kamerkoor
Judith van Wanroij, sopraan

Bach: Cantate Nach dir, Herr, verlanget mich, BWV150
Bach: Motet Jesu meine Freude, BWV227
Brahms: Symfonie nr. 4

Twee weken na de start van het miniproject Brahms meets Bach het vervolg met een (naar men denkt) vroege Bachcantate, het onweerstaanbaar fraaie motet Jesu meine Freude en Brahms' meest geniale orkestwerk. De cantate werd wat lijzig gespeeld en gezongen, maar dat paste wonderwel bij die altijd speciale zondagmiddagambiance in de Grote Zaal, wanneer het daglicht via de halve koepels binnendringt. Het kamerkoor moest in de cantate even op stoom komen, maar hoe geweldig klonk het motet Jesu meine Freude daarna! Van de Bachmotetten is dit mijn lievelingsstuk, en vooral dan het Gute nacht, hier gezongen door slechts negen zangers. Er zaten links en rechts op het podium zich meer en meer vervelende kinderen, maar tijdens dit gedeelte zaten ook zij opeens als vastgevroren op hun stoelen. Na de pauze dirigeerde Daniel Harding een memorabele Vierde van Brahms, zoals ik dit stuk nog nooit eerder hoorde: vloeiend, licht, transparant en uiterst gedetailleerd. Een klassieke uitvoering, tot in de puntjes verzorgd. Dat zo'n jonge dirigent het KCO tot zo'n sublieme Brahms heeft weten te verleiden, zegt veel over zijn kwaliteiten. Fluittiste Emily Beynon speelde haar solo in het vierde deel ontroerend mooi; de tranen sprongen in mijn ogen. Ik kan er na zovele beluisteringen nog steeds niet over uit hoe geniaal gecomponeerd dat slotdeel is: Brahms is altijd goed, maar dit deel is zijn allerbeste orkestcompositie.

18 oktober 2015

Concert 9 oktober 2015

Vrijdag 9 oktober 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Hanno Müller-Brachmann, bas

Bach: Orkestsuite nr. 2
Bach: Cantate Ich habe Genug, BWV82
Brahms: Symfonie nr. 2

Het KCO doet dit jaar een miniproject rondom de vier symfonieën van Brahms, gekoppeld aan vocale werken van Bach. Die symfonieën hoor je vaak genoeg, maar een Bachcantate hoorde ik nog nooit bij het KCO. Vreemd eigenlijk, want met hun jaarlijkse Bach-passie is er voldoende muzikale affiniteit voor ook die cantates. Moge dit miniproject daarom succesvol zijn en tot uitbreiding leiden! Deze eerste aflevering was een muzikaal feest. De toon werd gezet door de Tweede orkestsuite, met eerste-fluittiste Emily Beynon in de hoofdrol. Bij elkaar acht spelers (Fischer zelf achter een orgeltje, een klavecinist, en - staand - zes aanvoerders van de verschillende orkestgroepen uit het orkest). De suite knalde energiek de zaal in; overdonderend applaus na afloop. Daarna een groter orkestbezetting en bassist Hanno Müller-Brachmann voor de solocantate Ich habe genug. Ik moest even wennen aan zijn stem, maar hij zong krachtig en lyrisch. Na de pauze een vloeiende en stuwende uitvoering van Brahms' tweede. Fischer heeft er kijk op en het orkest speelde bevlogen. Zelfs de zelfkritische Brahms had geen kritische kanttekening bij deze uitvoering kunnen plaatsen. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO en werd tijdens de repetities voor dit concert genomen.

17 oktober 2015

Opera 8 oktober 2015

Donderdag 8 oktober 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Verdi: Il trovatore

Il Conte di Luna - Simone Piazzola
Leonora - Carmen Giannattasio
Azucena - Violeta Urmana
Manrico - Francesco Meli
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Maurizio Benini

Dit is pas de eerste productie van Il trovatore sinds de opening van Het Muziektheater in 1987. Er zijn wel wat meer hiaten in het DNO-aanbod, maar goed: beter laat dan nooit. Il trovatore is wat muziek betreft een prachtige opera; Verdi op zijn gloedvolst. Helaas is het verhaal te complex om na te vertellen, en is de verhaallijn niet bepaald evenwichtig. Gelukkig koos regisseur Ales Ollé er niet voor om iedere scene een eigen toneelbeeld te geven (zoals vorig seizoen met Macbeth, zie hier), maar helemaal ideaal was deze uitbeelding ook niet. Het geheel werd ten tijde van de Eerste Wereldoorlog geplaatst, en de bedoeling daarvan ontging me volledig. Gelukkig overheerste die setting niet; de grote blokken die steeds in een andere positie werden gehesen en zo de scenewisselingen vormgaven, vond ik geen slechte vondst. De aandacht kon helemaal naar de uitvoering gaan, en die vond ik meer dan goed. De hoofdrolzangers zijn allen van heel hoog niveau, tenor Francesco Meli voorop. Ook Violeta Urmana zong vol kracht. Simone Piazolla heeft maar één aria (wel een prachtige), en ondanks zijn wat kleine stem werd die wel erg fraai gezongen. Carmen Giannattasio is geen tragisch-innemende Leonora, maar ze zong wel sonoor en virtuoos. In de orkestbak weer zo'n onbekende oude Italiaanse rot voor het orkest die weet hoe je Verdi moet dirigeren. Hier en daar wat oneffenheidjes, maar verder heerlijk orkestspel. Ik ga nog een tweede keer, aan het einde van de voorstellingenreeks; dan zal alles vast goed geolied klinken.

20 september 2015

Concert 16 september 2015

Woensdag 16 september 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons
Janine Jansen, viool

Bartók: Vioolconcert nr. 1
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 7

Dit concert kon er na de drie stevige concerten in de vier dagen hiervoor ook nog wel bij. Een groot liefhebber van Bartók zal ik nooit worden; echt geraakt word ik door zijn muziek niet. De muzikaliteit van Janine Jansen en de innige samenwerking met het KCO vergoeden veel - Jansen is een echt fenomeen; ik heb haar nog nooit slecht of ongeïnspireerd horen spelen. Na de pauze die enorme Leningrad-symfonie waarover Sjostakovitsj in zijn door Volkov opgetekende memoires een andere uitleg geeft aan de betekenis van het stuk dan wat je normaal in de programmatoelichtingen leest, en zeker van die enorme mars in het openingsdeel. Voor velen maakt deze mars de hele symfonie tot een banale miskleun, maar kennelijk is teveel herhaling voor hen te gemakkelijk. En dat terwijl die mars gevarieerder en pakkender is dan de Boléro van Ravel. De symfonie houdt je vijf kwartier in zijn greep, en zo grandioos gespeeld als deze avond door het KCO valt er helemaal niets te klagen. Ik denk dat Sjostakovitsj - voor zover al niet het geval - meer en meer sophisticated wordt. En terecht. Het 'oude' publiek van de B-serie was stiller dan ik ervan gewend ben.

19 september 2015

Concert 14 september 2015

Maandag 14 september 2015, Concertgebouw Amsterdam
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Koor van de Nationale Opera
Csilla Boross, sopraan
Sonia Ganassi, mezzosopraan
Saimir Pirgu, tenor
Roberto Tagliavini, bas

Verdi: Requiem

Het derde concert op drie achtereenvolgende dagen; en niet met de kalmste programma's. Maar een Verdi-requiem vanuit operaperspectief gespeeld en gezongen laat je niet zomaar voorbijgaan. Het was een geweldige uitvoering, vooral door de stuwende leiding van Albrecht, het bevlogen spel van het orkest en de zwierige zang van het operakoor. De energie die Albrecht tentoonspreidt is eigenlijk onvoorstelbaar, en het effect daarvan op koor en orkest grandioos. Die krachtige loopjes door de trompetsectie hoorde ik niet eerder zo fel en rauw, precies zoals Verdi ze ook voorschrijft in Otello. De uitvoeringen met het KCO van Chailly en Jansons waren uitstekend, maar Albrecht deed niet voor hen onder. Het solistenkwartet zong wat vlak, maar er waren geen zwakke schakels. Tja, wie kan dit geweldige requiem weerstaan?