18 februari 2015

Concert 13 februari 2015

Vrijdag 13 februari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Orchestre des Champs-Elysées o.l.v. Philippe Herreweghe
Collegium Vocale, Gent
Ilse Ehrens, sopraan
Renata Pokupic, mezzosopraan
Magnus Staveland, tenor
Florian Busch, bas

Dvorák: Stabat mater

Ergens begin jaren negentig recenseerde ik een poosje cd's voor het heropgerichte tijdschrift Disk, en toen kreeg ik een dubbel-cd met het Stabat mater van Dvorák voorgelegd, in een uitvoering van Jirí Belohlávek. Ik was erg onder de indruk van de kwaliteit van het stuk, en ik heb het altijd veel mooier gevonden dan zijn Requiem. Met die Chandos-opname van Belohlávek is eigenlijk niets mis, ofschoon het wel wat voloptueus is allemaal. Vorig jaar was daar opeens een subtiel-slanke uitvoering op cd, gedirigeerd door Philippe Herreweghe, en kort daarna de aankondiging van een uitvoering in Amsterdam. Tja, vandaar. De zaal zat goed vol, ofschoon niet uitverkocht, en ik heb de formaties van Herreweghe niet eerder zo uitgebreid gezien: 50 koorzangers en een flink orkest. Maar nog steeds veel minder dan de troepen die Belohlávek getuige de foto's uit het cd-boekje op het strijdtoneel liet aanrukken. Ook de vier solisten zongen tijdens dit concert minder opera-achtig dan bij Belohlávek. Het was gewoon een heel fraaie en betrokken uitvoering; de zaal luisterde aandachtig naar dit onderschatte, onderbelichte en voor velen wellicht onbekende werk. Het is geen meesterwerk: sommige van de tien delen zijn iets te zoet. Maar het schurkt wel tegen die kwalificatie aan, want andere delen zijn weer onnavolgbaar mooi. Pure weelde om Herreweghe en zijn koor en orkest dit mooie Stabat mater hier 300 meter verderop te mogen beluisteren!

Concert 11 februari 2015

Woensdag 15 februari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Dorothea Röschmann, sopraan

R. Strauss: Der Bürger als Edelmann
Mahler: Symfonie nr. 4

Net als Rossini vond Strauss het zonde om muziek weg te gooien. Een zes uur durende combinatie van toneel, toneelmuziek en opera die hij samen met Von Hoffmansthal had geschreven bleek nauwelijks uitvoerbaar. Strauss gebruikte de meeste muziek vervolgens voor een nieuwe coherente opera (Ariadne auf Naxos) en van het resterende materiaal stelde hij een toegankelijke suite samen met veel referenties naar eerdere stijlen uit de muziekgeschiedenis. Ik hoorde Der Bürger als Edelmann één keer eerder, door het KCO o.l.v. Lorin Maazel in 2000. Het is een wat mutserig stuk, dat echter uiterst subtiel en zwierig werd gespeeld door het flink uitgedunde orkest. Jansons beloonde het orkest met een noviteit: bij het applaus liet hij alle orkestleden apart opstaan, ook de violisten op de derde rij. Het gebaar zorgde voor extra luim en een aanzwellend applaus. Na de pauze serieuzer werk met de Vierde van Mahler. Het was een heuglijke uitvoering. Ik hoorde al vele grote dirigenten deze symfonie uitvoeren (waaronder Bernstein, Haitink, Chailly, Rattle, Fischer), maar geen van die best grootse uitvoeringen was zo vloeiend, transparant en subtiel als deze avond met Jansons. Relatief hoge tempi, en toch klonk alles heel beheerst en homogeen. In het eerste en tweede deel werkte dat prachtig; wat een verschil met de markante en expressieve vertolking van het tweede deel indertijd door Chailly. Het Ruhevoll vond ik daarentegen iets te vloeiend, hoe sonoor alles ook werd gespeeld; ik miste de dramatiek die toch ook in dit deel zit. Dorothea Röschmann verving de zieke Genia Kühmeier en dat zorgde voor een heel andere invulling van het slotdeel. Kühmeier is een slanke sopraan die engelachtig kan zingen; Röschmann is zowat het tegenovergestelde: haar timbre is donker, tegen het rauwe aan, en zij zong haar tekst uiterst expressief. Op zich best fraai gedaan, maar ik betwijfel of Jansons dit aanvankelijk in gedachten had.

13 februari 2015

Concert 5 & 7 februari 2015

Donderdag 5 en zaterdag 7 februari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Semyon Bychkov
Katia en Maria Labèque (piano's) (5 febr)
Simon Höfele, trompet (7 febr)

Mozart: Concert voor twee piano's en orkest
Haydn: Trompetconcert
R. Strauss: Eine Alpensinfonie

Tussen de subtiele, sprankelende Rossini-uitvoeringen door twee keer de Alpensinfonie; dat is gevarieerd en welluidend luisteren. Bychkov mag na zijn geslaagde rentrée in 2011 (zie hier) weer regelmatig terugkeren bij het KCO, ofschoon hij geen uitzonderlijk verrassende uitvoeringen presenteert. De Alpensinfonie klonk twee keer prima, vloeiend en goed afgewerkt, maar overrompelend werd het niet. Het orkest speelde prachtig sonoor, en dan valt er een hoop te genieten met dit stuk, maar de extra verfijning ontbrak. Tijdens het abonnementsconcert op donderdag klonk voor de pauze het Dubbelconcert van Mozart door de zusjes Labèque; het is een speels en soepel concert, maar heeft wel wat extra power nodig om volledig te kunnen boeien. Ik heb er een cd-opname van met Nikolaus Harnoncourt, Chick Chorea en Friedrich Gulda, ook met het KCO, en die uitvoering is spannend en uitdagend. Bychkov en de Labéques speelden het concert te gewoontjes en dan blijft het concert te eendimensionaal. Op zaterdag speelde de 20-jarige trompettist Simon Höfele tijdens het Essentials-concert het eveneens wat eendimensionale concert van Haydn. Thomas Vanderveken gaf weer aanstekelijke inleidingen. Het blijkt een succesvolle formule: de zaal zowat uitverkocht, vol jongeren, en de inleidingen van Vanderveken met powerpoints op grote schermen zetten je voorafgaand aan de uitvoeringen op het juiste spoor. Die inleidingen mogen best apart gepubliceerd worden; ze zijn het bekijken meer dan waard.

09 februari 2015

Opera 29 januari, 3 & 8 februari 2015

Donderdag 29 januari, dinsdag 3 februari, zondag 8 februari 2015, Muziektheather Amsterdam
De Nationale Opera

Rossini: Il viaggio a Reims

Corinna - Eleonora Buratto
La Marchesa Melibea - Anna Goryachova
La Contessa di Folleville - Nino Machaidze
Madama Cortese - Carmen Gionnattasio
Il Cavaliere Belfiore - Juan Francisco Gatell
Il Conte di Libenskof - Michael Spyres
Lord Sidney - Roberto Tagliavini
Don Profondo - Nicola Ulivieri
Il Barone di Trombonok - Bruno De Simone
Don Alvaro - Mario Cassi
Don Prudenzo - Biagio Pizzuti
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Stefano Montanari

Ieder mens heeft zo zijn eigenaardigheden, en het geen weerstand kunnen bieden aan grandioze operaproducties is één van de mijne. Enfin, ik schreef in mijn weblog over de premièrevoorstelling van Il viaggio a Reims (zie hieronder) dat ik nog twee keer zou gaan; het werden er drie - ik beschrijf ze hier gemakshalve in één log. Ik deed het vaker: drie keer naar eenzelfde opera uit een serie voorstellingen, maar vier keer kwam nog niet eerder voor. En hoe overdadig het ook overkomt: ik heb alle keren met volle teugen genoten, zag en hoorde al die drie volgende keren alsof ze de eerste en enige keer waren. Op detailpunten was dat overigens ook zo, want Montanari varieerde er in zijn begeleidingen lustig op los. Bij de laatste voorstelling zat ik op de tweede rij, en zag de orkestleden regelmatig glimlachen om weer andere accentueringen - die zij overigens vol overtuiging en accuratesse opvolgden. Orkest, zangers en dirigent hadden er zichtbaar plezier in; ik hoorde van iemand die in deze productie een mimerol speelde, dat iedereen er ook enorm veel lol in had. Logisch eigenlijk: de muziek van Rossini is zomers aanstekelijk, en de enscenering uitermate intelligent, speels en coherent. Enige kritiek die je op het geheel zou kunnen hebben is dat de uitbeelding dikwijls niet strookt met wat er gezongen wordt. Wie de boventiteling meesleest en op die manier de handeling probeert te volgen, raakt al snel in complete verwarring door wat er op het toneel te zien is. Maar ja: eigenlijk is er geen handeling in deze opera, sluiten een aantal taferelen inhoudelijk niet op elkaar aan, of beter: staan volledig los van elkaar, en biedt de enscenering van deze productie meer lijn en ontwikkeling dan het verhaal van de opera zelf. Van de zangers sprongen Eleonora Buratto, Nino Machaidze, Carmen Gionnattasio en Michael Spyres eruit. De aria's van Corinna en het duet van Madama Cortese en Il Conte di Libenskof direct na de pauze vormen de vocale hoogtepunten van de voorstelling, ook al worden eigenlijk alle taferelen prachtig vertolkt. Ik kan nog lang doorgaan, maar het moge duidelijk zijn dat ik vier avonden in de zevende hemel heb vertoefd. Daarom bovenin gewoon maar een van de bekendste foto's van de grote Rossini op latere leeftijd. Ik kan er lang naar kijken. Uit die kop kwam toch al die fabelachtige muziek. (Als je erop klikt komt de foto fraai vergroot en scherp op je scherm.)

23 januari 2015

Opera 20 januari 2015

Dinsdag 20 januari 2015, Muziektheather Amsterdam
De Nationale Opera

Rossini: Il viaggio a Reims

Corinna - Eleonora Buratto
La Marchesa Melibea - Anna Goryachova
La Contessa di Folleville - Nino Machaidze
Madama Cortese - Carmen Gionnattasio
Il Cavaliere Belfiore - Juan Francisco Gatell
Il Conte di Libenskof - Michael Spyres
Lord Sidney - Roberto Tagliavini
Don Profondo - Nicola Ulivieri
Il Barone di Trombonok - Bruno De Simone
Don Alvaro - Mario Cassi
Don Prudenzo - Biagio Pizzuti
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Stefano Montanari

Ik verheugde me al op deze productie sinds het uitkomen van de seizoensbrochure, eind februari vorig jaar. Il viaggio a Reims vind ik Rossini's meest sprankelende en rijke opera; zelfs de Barbier is niet zo goed als Il viaggio. Deze éénakter in 26 taferelen is een aaneenschakeling van briljante aria's, duetten en ensembles. Het begint al met die duizelingwekkende aria van Madama Cortese, gevolgd door een even hilarisch als subliem optreden van de Contessa di Folleville. Ze valt in katzwijn nadat ze te horen heeft gekregen dat de koets met haar spullen is omgeslagen. Als dan toch enkele schoenen en een hoed de ramp hebben overleefd, is dat aanleiding voor weer een feestelijke aria. Enzovoort, enzovoort. Het enseblestuk voor 14 stemmen a capella en het daaropvolgende in sneltreinvaart gezongen 20ste tafereel is het piece de résistance van deze opera, misschien wel van heel Rossini's oeuvre. We zijn dan al ruim een uur en drie kwartier onderweg; maar het logische slot voor de pauze. Daarna volgt nog een klein uur finale, zowel muzikaal als scenisch een hoogtepunt in de geschiedenis van opera in Nederland. De wijze waarop alles samenvalt in het tableau vivant waarin het schilderij van de kroning van Charles X van François Gérard wordt uitgebeeld (en daarmee vervloeiend), beneemt je volledig de adem, maar niet nadat dat al gebeurde door de lange aria van Corinne (veel langer dan op mijn cd-opname). Maar zo goed en breekbaar gezongen door Eleonora Buratto, dat de zaal na al die jolijt opeens muisstil werd. Ik fietste hoopvol naar het Muziektheater en fietste gelukzalig weer terug. Vooral ook in de wetenschap dat ik nog twee keer ga. Klik maar even op de foto hierboven...
Inmiddels las ik ook al wat recensies. Ik moet misschien maar stoppen die te lezen, want ik begrijp er steeds minder van. Erik Voermans in Het Parool geeft 3 van de 5 sterren aan deze productie. Maar dit zijn wel zijn woorden: oogstrelend spektakel, de regisseur krijgt het onmogelijke voor elkaar, prachtig zingend koor, je weet helemaal niet meer wat je hoort, het orkest maakt alle opwinding voelbaar, de musici spelen vol vuur, ijzersterke cast, etc. Reden voor die 3 sterren is dat hij Rossini wat te traag voor deze tijd vindt. Zelfs de slotaria van Corinne vindt hij te lang. Wel mooi gezongen. En de begeleiding van de harpiste is schitterend. Begrijpt u het?

22 januari 2015

Concert 15 januari 2015

Donderdag 15 januari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Christianne Stotijn, mezzosopraan
Groot Omroepkoor, Nationaal Jongenskoor, Nationaal Kinderkoor

Mahler: Symfonie nr. 3

Voor dit concert en dat van de dag erna was aanvankelijk Haitink ingepland, maar nu hij weer eens in onmin met de orkestdirectie leeft werd Daniele Gatti ingehuurd, nog voordat bekend werd dat Jansons er als chefdirigent ermee zou ophouden en dus dat Gatti als toekomstig chef kon worden benoemd. Een onvoorziene rondedans van voormalige, huidige en toekomstige chefdirigenten derhalve. Maar uiteindelijk gewoon een geweldig concert met de langste symfonie uit het klassieke orkestrepertoire. En na de prachtige uitvoering van de Zesde eerder dit seizoen (zie hier) opnieuw Gatti met Mahler. Mengelberg, Haitink en ook Chailly werden (in Amsterdam) groot met Mahler, maar dirigeerden zijn symfonieën pas toen zij chefdirigent van het Concertgebouworkest waren (van Van Beinum weet ik het niet zeker - zoveel Mahler dirigeerde hij trouwens niet), en Jansons dirigeerde vóór zijn benoeming als chef alleen de Zevende. Gatti daarentegen heeft nog voor zijn start als chef al bijna de helft van Mahlers symfonieën op de Amsterdamse lessenaars gehad (resp. 5, 9, 6 en nu 3). Moge hij de Haitinkse gewoonte van uitvoeren en hernemen herintroduceren. Deze uitvoering vond ik trouwens erg in de stijl van Haitink: niet de permanente spanning van noot tot noot zoals bij Chailly en Jansons (hoe geweldig ook), maar meer een vloeiende opbouw naar een culminerend slot. De opening van het eerste deel vond ik wat 'gewoontjes', maar het paste uiteindelijk in de visie van Gatti: niet meteen al je kruit verschieten maar uitsmeren over ruim één uur en drie kwartier. Het slotdeel werd relatief langzaam genomen en kreeg daardoor de emotionele lading die het deel toekomt. Ik vond het vocale aandeel niet helemaal overtuigend. Christianne Stotijn is misschien al weer op haar retour, en de kinderkoren vielen een beetje weg in het geheel. Maar net als bij de Zesde maakte Gatti duidelijk dat hij de Amsterdamse Mahlertraditie in ere zal houden. Prachtig concert!
De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO, genomen tijdens de repetities.

19 januari 2015

Concert 7 januari 2015

Woensdag 7 januari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Debussy: Ibéria uit 'Trois images pour orchestre'
De Falla: Suite uit 'El sombrero de tres picos'
Massenet: Scènes napolitanes
Respighi: Pini di Roma

Een op het eerste gezicht allegaartje aan stukken, maar op de keper beschouwd heel overdacht. Voor de pauze Spanje, na de pauze Italië. En dan steeds eerst een Franse componist gevolgd door eentje uit het eigen land. Het was duidelijk: bij Spanje won de Fransman het van de Spanjaard, en bij Italië won de Italiaan het van de Fransman. De Falla en Massenet schreven aantrekkelijke stukken, maar deze overstegen het niveau van feestnummers met moeite. Jansons had zin in het nieuwe jaar, en het KCO ook, dus deze stukken knalden de zaal in. Ibéria hoorde ik al heel lang niet meer; het is Debussy op zijn toegankelijkst. Ik was uiteindelijk gekomen voor Respighi, een naar mijn mening volledig ondergewaardeerde componist. Die sublieme Pini di Roma hoorde ik een paar jaar geleden ook al eens (zie hier), maar wanneer nu eens die andere Romeinse stukken, of al die andere kleurrijke composties die zo ontegenzeggelijk van Respighi zijn? Want er valt zeker het nodige op de kwaliteit van zijn werken af te dingen, maar ze hebben dikwijls wel degelijk een eigen signatuur. En die mag veel vaker gehoord worden. Misschien dat Gatti eens wat stukken hier introduceert? Pini di Roma is een geweldig werk, en kreeg deze avond een prachtige uitvoering: bont, subtiel, spannend en overdonderend. Waar die nachtegaal vandaan kwam, heb ik niet kunnen achterhalen. Maar de koperblazers op de zijbalkons en bovenaan de trappen in de Via appia deden het gebouw op zijn grondvesten trillen. Zoals het hoort in dit slotdeel!

07 januari 2015

Opera 19 december 2014

Vrijdag 19 december 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Puccini: La bohème

Mimì - Grazia Doronzio
Musetta - Joyce El-Khoury
Rodolfo - Atalla Ayan
Marcello - Massimo Cavalletti
Schaunard - Thomas Oliemans
Colline - Gianluca Buratto
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orlest o.l.v. Renato Palumbo

Deze nieuwe productie van Puccini's meesterwerk is een schot in de roos. De enscenering is prachtig tijdeigen, functioneel en toch heel fijnzinnig. De hoofdrolzangers zijn jong, geloofwaardig en passen uitstekend bij hun rol. Mimi komt als een wat plomp meisje op, en blijft ook steeds dat lieflijk-schuchtere naaistertje ten opzichte van de mondaine Musetta. Rodolfo is een jonge dertiger, en aanvankelijk gewoon een van de vier jonge mislukte kunstenaars. Met zijn voorstel-aria slaat muzikaal de vlam in de pan, en Atalla Ayan ontpopte zich tot een prachtige Rodolfo. Ook Doronzio, El-Khoury en de andere zangers bleken uitstekend gecast. Geen muzikaal vuurwerk, maar een fraai afgewogen en - je zou haast zeggen - authentieke uitvoering. Renato Palumbo bleek de perfecte dirigent. Het orkest klonk slank, prima in balans met de zangers en uiterst precies. Bijzonder fraaie voorstelling!

Concert 17 december 2014

Woensdag 17 december 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Denis Matsuev, piano

Martinu: La Rhapsodie
Lutoslawski: Variaties op een thema van Paganini
Gershwin: Rhapsodie in Blue
Chabrier: España
Ravel: Rapsodie espagnole
Liszt: Tweede hongaarse rapsodie

Een concert met maar liefst 6 verschillende werken van evenzoveel componisten; een rapsodie van rapsodieën. Het gevaar bestaat dat het concert vooral een serie traplopen en changementen wordt, maar dat was gelukkig hier niet het geval. Gewoon een serie heerlijke stukken, grandioos en bevlogen uitgevoerd. Hoogtepunt was het optreden van Denis Matsuev, een enorme vent die ongelooflijk virtuoos kan spelen. Dat was ook wel nodig, want de Variaties van Lutoslawski en de Rhapsody in Blue van Gershwin zijn geen makkelijke stukken om te spelen. Daarna speelde hij een zomogelijk nog onspeelbaarder toegift. De zaal beloonde hem met groot gejuich. Ook fijn om eens die heerlijke Tweede hongaarse rapsodie van Liszt te horen. Ik hen het stuk al sinds mijn zestiende; ik kreeg toen een plaat met een opname van dit stuk door de Berliner Phiulharmoniker o.l.v. Von Karajan. Later kocht ik de cd-versie. Die opname is grandioos: hard, kamerbreed, rauw, soms enorm ongelijk, maar onweerstaanbaar. Jansons kwam tot een slankere uitvoering, ook wat sneller. Gewoon een subliem stuk muziek.

01 december 2014

Concert 27 november 2014

Donderdag 27 november 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti

Mahler: Symfonie nr. 6

Dit was het eerste concert onder leiding van Gatti sinds bekend werd dat hij met ingang van het seizoen 2015-2016 de volgende chef-dirigent van het KCO wordt, toevalligerwijs onderdeel van mijn KCO-abonnement. Een volle zaal derhalve en het journaille op scherp. Ik ben slechts een blogger, een amateurverslaggever die roept wat hem voor de geest komt. Maar het is interessant te lezen wat de betaalde, professionele scribenten van de landelijke dagbladpers te berde brachten in hun pogingen dit ene concert van Gatti als zijn ultieme toelatingsexamen te beoordelen. Eerst maar Erik Voermans in Het Parool (zie hier zijn hele recensie); hij begaat de nodige uitglijders. Hij schrijft: 'Wat wel enige zorgen baarde, was dat Gatti niets toevoegde aan de bestaande canon van Zesdes...'. De kop boven het artikel (in de papieren krant): 'Beetje te eigenwijs, die Gatti.' Verder bekritiseert hij Gatti om zijn keuze om het Scherzo als tweede deel te spelen en het Andante als derde deel. 'Haitink en Jansons gaan hierin niet met Gatti mee,' schrijft Voermans, en ook dat je daar 'fundamentele kritiek op kunt hebben om die delen om te draaien.' Nou, Haitink hield bij zijn opname in 1966 dezelfde volgorde aan als Gatti nu. Zoals ook Von Karajan, Inbal, Bernstein, Chailly (met het KCO) en Boulez op hun opnames. Voermans weet het echter beter. Het is pas sinds een jaar of tien dat de volgorde Andante-Scherzo in zwang is. Dus Gatti draaide de volgorde niet om; hij koos voor de traditionele volgorde die pas sinds kort ter discussie staat. Om die keuze dan als fundamenteel verkeerd weg te zetten... Hoe zeker is Voermans trouwens dat de volgorde Andante-Scherzo de juiste is? De scribente van de Volkskrant heeft zich helemaal ingedekt tegen iedere vorm van positiviteit (hier) en spreekt over groepen mensen die de zaal verlaten (terwijl er gewoon één meneer onwel werd en door omstanders werd weggeloodst), en ook zij rept van het Andante als gebruikelijke tweede deel. En je moet maar durven om als stukjesschrijver een aanvoerder van een orkestgroep die verklaart nog nooit zo goed te hebben gerepeteerd te overrulen door te schrijven dat het orkest zichzelf niet meer is. Biëlla Luttmer vindt zichzelf kennelijk de Eduard Hanslick van de 21ste eeuw! Ja, ik kan mij volledig vinden in wat Peter van der Lint in Trouw schrijft (hier). In mijn eigen woorden: het was een prachtige, spannende en enorm bij de lurven grijpende uitvoering. Ik vind die Zesde een enorm ongemakkelijk werk, en daarom is het misschien wel Mahlers beste. Ik verheug me eigenlijk nooit op een uitvoering ervan, het stuk brengt je volledig uit je 'comfort zone'. Maar Gatti wist dat helemaal te bewerkstelligen. En ja, ik ben ook maar een scribent die roept wat-i vindt. Als Voermans en Luttmer met hun stukjes moesten worden beoordeeld zoals zij Gatti bij dit concert beoordelen (als toelatingsexamen), dan zakten zij wat mij betreft met dubbele cijfers. Niet omdat zij een andere mening zijn toegedaan over de kwaliteit (over smaak valt niet te twisten), maar omdat zij feitelijke lulkoek verkopen en die hanteren als dragende argumenten.

29 november 2014

Opera 26 november 2014

Woensdag 26 november 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Wagner: Lohengrin

Lohengrin - Nikolai Schukoff
Elsa - Juliane Banse
Heinrich der Vogler - Günther Groissböck
Friedrich von Telramund - Evgeny Nikitin
Ortrud - Michaela Schuster
Heerrufer - Bastiaan Everink
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Nog een keer naar deze prachtige opera. Ik zat nu op rij 7, en dan is de beleving toch krachtiger dan vanaf rij 16. Er werd naar mijn idee iets beter gezongen; het orkest speelde wederom fantastisch. Marc Albrecht heeft duidelijk gezag bij het orkest. Lohengrin is niet Wagners beste opera, maar voor 75% biedt het wel al alle ingrediënten van zijn latere opera's: symboliek, uitgesponnen confrontaties, een verhaallijn waar alle details uiteindelijk in elkaar grijpen. En alleen in Lohengrin een fenomenale stuwing in de koor- en orkestpartij, in de tweede akte. Heerlijk!

Concert 21 november 2014

Vrijdag 21 november 2014, Concertgebouw Amsterdam
Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Bernard Haitink
Emanuel Ax, piano

Brahms: Pianoconcert nr. 2
Brahms: Symfonie nr. 4

Evenals de Beethovencyclus verdeelt Haitink zijn Brahmscyclus met het COE over twee jaar. Vorig jaar was ik bij het concert met het Dubbelconcert en de Eerste symfonie (zie hier), en nu die met het Tweede panoconcert en de Vierde symfonie. Twee avonden voor dit concert speelden Ax en Haitink met het COE het Eerste pianoconcert en de Derde symfonie, maar ik liet dat voorbijgaan; drie jaar geleden deden ze hetzelfde programnma ook al bij het KCO (zie hier). Het Tweede pianoconcert hoorde ik in tegenstelling tot het Eerste al heel lang niet meer live, terwijl het zo'n grandioos concert is. Brahms laat de presentatie van de openingsthema's van het eerste en derde deel aan andere solo-instrumenten over (resp. de hoorn en de cello), maar de pianist heeft genoeg voorhanden. Die passage met de akkoordenstapelingen in het derde deel, vlak voor de herneming van het openingsthema, behoort tot de fraaiste momenten uit de concertliteratuur. Over de kwaliteiten van de Vierde symfonie houd ik het kort. Iedere extra letter doet er afbreuk aan. Ax en Haitink musiceerden met verbluffende en nog steeds verbazingwekkende autoriteit. Brahms kun je op vele manieren goed spelen, maar zo subliem als tijdens dit concert klinkt Brahms zelden.

Opera 20 november 2014

Donderdag 20 november 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Wagner: Lohengrin

Lohengrin - Nikolai Schukoff
Elsa - Juliane Banse
Heinrich der Vogler - Günther Groissböck
Friedrich von Telramund - Evgeny Nikitin
Ortrud - Michaela Schuster
Heerrufer - Bastiaan Everink
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Deze productie in de regie van Pierre Audi stamt uit 2002, en eigenlijk herinnerde ik me er alleen de uitbeelding van de eerste akte van. Verder dat het me allemaal wat weinig deed. Nu is er veel verbeterd. Allereerst speelde het orkest onder leiding van Marc Albrecht de sterren van de hemel; veel indringender dan indertijd onder de slappe leiding van Edo de Waart. Het koor wint per productie aan kracht, en de solisten bleken goed tot uitstekend. De stem van Nikolai Schukoff zit aan de grens van zijn mogelijkheden, maar eigenlijk was er weinig op hem aan te merken. Hetzelfde geldt voor Juliane Banse, maar haar stem toonde wel iets meer veerkracht. Günther Groissböck maakte de meeste indruk (hij zong bij DNO twee jaar geleden ook al Hunding) - hij zong werkelijk geweldig krachtig en sonoor. Ook Evgeny Nikitin voldeed uitstekend. Michaela Schuster bracht een pregnante en prima klinkende Ortrud. De regie vond ik een beetje wisselend. De eerste akte is fenomenaal verbeeld, de tweede akte gewoon goed, maar de derde akte is nikserig: een verhoging met een doelloos kamerscherm, een onafgewerkte trap, en naast die verhoging wat stellages met kleden erover, waardoorheen het koor zich een weg moet banen bij het zingen van het beroemde bruiloftskoor. Maar goed, al met al een prima (maar geen superieure) Lohengrin-uitvoering.

24 november 2014

Concert 14 november 2014

Vrijdag 14 november 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Robin Ticciati
Vesselina Kasarova, sopraan

Fauré: Suite Pelléas et Mélisande
Berlioz: La mort de Cléopâtre
Ravel: Valses nobles et sentimentales
Debussy: La mer

Robin Ticciati debuteerde in 2011 bij het KCO en dat werd niet allerwegen positief ontvangen; ook ikzelf was gereserveerd (zie hier de weblog). Het orkest zag meer in hem en vroeg hem terug. En met de uitvoering van La mer van Debussy, toch het hoofdwerk van de avond, bewees het daarmee zijn gelijk. De suite Pelléas et Mélisande van Fauré klonk ok, maar is niet bepaald een karakterstuk, en in La mort de Cléopâtre vond ik het orkest te netjes. Vesselina Kasarova die de aanvankelijk gecaste Elina Garanca verving probeerde er weliswaar een show van te maken, maar aangrijpend werd de uitvoering niet. Misschien was Berlioz daar ook debet aan; het is een apart stuk, vol Berlioz-gekte, maar minder overtuigend dan in andere composities. Tijdens het concert de zaterdag voor dit (zie hieronder) hoorde ik ook al de Valses nobles et sentimentales van Ravel. Het KCO klinkt stukken mooier en glanzender dan het Rotterdamse collegaorkest, maar toch had die uitvoering meer zeggingskracht. Onder Ticciati klonken de walsen te gewoontjes. In La mer bewees hij echter zijn kwaliteit. Dat grandioze drieluik klonk spannend, uiterst transparant en vloeiend. Haitink blijft de grootmeester in dit stuk, maar Ticciati wist het orkest eveneens tot grote hoogten op te stuwen. Het KCO verdient de allerbeste dirigenten, maar ook goed dat ze jonge en veelbelovende dirigenten als Ticciati de kans geven zich te ontwikkelen.

10 november 2014

Concert 8 november 2014

Zaterdag 8 november 2014, Concertgebouw Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Michel Plasson
Louis Lortie, piano

Ravel: Valses nobles et sentimentales
Saint-Saëns: Pianoconcert nr. 5
Franck: Symfonie

Michel Plasson is een groot dirigent die, zeker buiten Frankrijk, nooit een sterrenstatus bereikte. Hij maakte echter vele prachtige opnames voor EMI, en vooral die van de opera’s van Offenbach, Massenet en Gounod behoren tot de beste die er zijn. In Nederland dirigeerde hij slechts enkele keren. Ik hoorde hem al eens eerder, ook met het Rotterdams Philharmonisch, met o.a. de schromelijk ondergewaardeerde Symfonie van Chausson. In mijn herinnering was het nog niet zo lang geleden, maar hij ontbreekt op deze weblog in de dirigentenlijst; het bleek najaar 2005 geweest te zijn... Nu dus negen jaar later, Plasson is inmiddels 81. Het werd een memorabel concert. De Valse nobles et sentimentales kregen een breekbare en uiterst idiomatische uitvoering, prachtig transparant gespeeld. Zo hoort Ravel te klinken, maar hoe zelden gebeurt dat! Het Vijfde pianoconcert van Saint-Saëns is een werk dat het helemaal van het middendeel moet hebben. De hoekdelen zijn weinig pregnant, modderen thematisch maar wat aan en voldoen zelfs niet aan de klassieke uitspraak over Saint-Saëns muzikale oeuvre: 'slechte muziek maar mooi geschreven'. Maar dat middendeel maakt het hele concert interessant. Het is thematisch een rommeltje, ontbeert een kop en een staart, maar bevat klanken die geen andere componist eerder aan de piano wist te ontlokken. Het deel bevat een (quasi) oriëntaalse sfeer die je op het puntje van je stoel laat zitten. Ik hoorde het concert nooit eerder live, maar ken het door en door van cd. De uitvoering van Louis Lortie was relatief snel, gedreven (soms iets te), maar prima. Plasson begeleidde uitstekend, voortdurend gericht op een goede klankbalans tussen piano en orkest. De grote Symfonie van Franck hoorde ik wel al meerdere keren, maar nog nooit met zoveel grandeur en spanning als deze middag. Plasson schotelde een geweldige, gerijpte interpretatie voor. Een gemiste kans dat Plasson nooit door het KCO is uitgenodigd.

05 november 2014

Concert 23 oktober 2014

Donderdag 23 oktober 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons
Liviu Prunaru, viool
Gregor Horsch, cello

Brahms: Dubbelconcert
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 4

In 2009 speelde het KCO de expressieve Vierde van Sjostakovitsj voor het laatst, toen onder leiding van Mark Elder (zie hier de weblog). Andris Nelsons is aan een cyclus van Sjostakovitsj-symfonieën begonnen en na een zeer fraaie Vijfde twee weken geleden (hier) nu een even overtuigende Vierde. Het is een stuk dat erin hakt en dat deed de uitvoering ook. Nelsons had het orkest volledig in zijn greep en dat speelde uiterst gedreven. Ik heb de symfonie eigenlijk nog nooit van cd beluisterd; alleen in de concertzaal. Zo eens per vijf jaar een uitvoering is dan te weinig om het echt goed te doorgronden. Snel maar eens een van de uitvoeringen uit mijn kast trekken... Voor de pauze het heerlijke Dubbelconcert van Brahms. Zo hoor je het stuk nooit, en zo twee keer in een jaar (vorig jaar met Haitink, zie hier). De solisten kwamen uit het orkest en speelden prima; wel misten ze de kracht die rondtrekkende solisten wel hebben. Maar het klonk allemaal erg precies en muzikaal; Nelsons overtuigde door een prachtige balans te bewerkstelligen.

27 oktober 2014

Concert 21 oktober 2014

Dinsdag 21 oktober 2014, Concertgebouw Amsterdam
Orkest van de 18e eeuw o.l.v. Daniel Reuss & Ed Spanjaard & Kenneth Montgomery
Janusz Olejniczak, piano
Ilse Eerens, sopraan
Rosanne van Sandwijk, mezzosopraan
Jan Kobow, tenor
Capella Amsterdam

Mozart: Mis in c, KV427
Chopin: Pianoconcert nr. 2
Mozart: Symfonie nr. 41 'Jupiter'

Wat een jubileumconcert ter gelegenheid van de 80-ste verjaardag van Frans Brüggen had moeten zijn, werd een herdenkingsconcert van de in augustus overleden oprichter en enig en eeuwig dirigent van het Orkest van de 18e eeuw. Goed, ik hoorde het orkest ook eens gedirigeerd door Simon Rattle (met Haydns Jahreszeiten) en ook enkele andere dirigenten stonden eens voor het orkest, maar Frans Brüggen was de vaste leidsman. Zozeer zelfs dat altijd geroepen werd dat als Brüggen ermee zou stoppen, ook het orkest zou ophouden te bestaan. Inmiddels had men al enige goede ervaringen opgedaan met Daniel Reuss, Ed Spanjaard en Kenneth Montgomery, dus met deze drie probeert het (project)orkest verder te gaan. Ik wens het orkest alle goeds, want het is een prima ensemble, en ik heb er vele mooie concerten van meegemaakt; op eentje na alle voordat ik deze weblog begon (zie hier voor die ene uit 2008, zowaar ook met Chopin). Dit herdenkingsconcert met slechts een driekwart gevulde zaal vond ik wisselend. Pas vlak voor het stemmen werd omgeroepen dat de volgorde van het programma werd gewijzigd (eerst de mis, en na de pauze het concert en de symfonie - in plaats van andersom). Eerst dus die fenomenale Mis in c van Mozart, die ik nog nooit eerder live hoorde, maar die ik door de prachige opname van John-Eliot Gardiner regelmatig beluister en zowat van noot tot noot ken. Het is een meesterwerk dat het wel moet hebben van een krachtige uitvoering; anders blijft het een van die vele missen van Mozart. En zo klonk het stuk helaas wel. Daniel Reuss opteerde voor een secure, verzorgde, maar saaie uitvoering. Het Gratias en het Qui tollis horen door merg en been te gaan, maar werden te snel en te wollig gezongen en gespeeld. Ook het Benedictus sloeg me niet uit het veld, terwijl het zulke hemelse muziek is. Het koor en de solisten zongen netjes, maar niet grandioos. Na de pauze het Tweede concert van Chopin met - volgens het boekje - Chopinspecialist Janusz Olejniczak op - ik meen - een Bechsteinpiano. Tja, net als bij dat concert in 2008 klonk het als gepingel, en vanavond bovendien met heel veel missers. Spanjaard dirigeerde uitdagend, maar een dirigent kan weinig opvallen bij Chopin. Daarna mocht de oude rot Kenneth Montgomery de avond afsluiten met Mozarts Jupitersymfonie. Het werd het beste deel van de avond. Vanwege het lange programma werden nagenoeg alle herhalingen genegeerd, toch een van de verworvenheden van de 'authentieke' uitvoerinspraktijk. Maar goed: Montgomery dirigeerde een eigenzinnige en uitdagend scherpe uitvoering die er mocht zijn.

20 oktober 2014

Concert 16 oktober 2014

Donderdag 16 oktober 2014, De Doelen Rotterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin
Dorothea Röschmann, sopraan

Wagner: Siegfried-Idyll
R. Strauss: Vier letzte Lieder
Brahms: Symfonie nr. 3

Dit concert kon er ook nog wel bij: een mooi programma en vanuit mijn werk in Den Haag makkelijk te doen. Ik kwam er pas in Rotterdam achter dat de Intercity Direct-treinen na 22 uur niet meer reden die avond, dus de thuisreis duurde langer dan gedacht. Maar goed, kunst is lijden en dit programma was te verleidelijk. Helemaal ideaal was de uitvoering ervan echter niet. Dorotheo Röschmann zong bij vlagen prachtig, maar soms ook iets te schel en te schreeuwerig. Misschien wilde ze teveel interpreteren, of de tekortkomingen van haar stem verdoezelen...? Nézet-Séguin begeleidde daarnaast iets te ingehouden; het orkest mag soms best wel lekker weelderig klinken in deze liederen. In Brahms ging hij daarentegen voluit. In het eerste deel - door die drietelsmaat een uitermate lastig deel - vloog het orkest door zijn overenthousiasme bijna uit de bocht, maar het ging gelukkig net goed. De andere delen klonken uitstekend. De Siegfried-Idyll kreeg de beste uitvoering van het concert: prachtig breekbaar gespeeld, vloeiend en subtiel.

Recital 15 oktober 2014

Woensdag 15 oktober 2014, Concertgebouw Amsterdam
Leonidas Kavakos, viool
Yuja Wang, piano

Brahms: Vioolsonate nr. 1
Brahms: Vioolsonate nr. 2
Brahms: Vioolsonate nr. 3

Kavakos en Wang maakten een - naar verluidt - erg geslaagde cd-opname van de drie vioolsonates van Brahms, en geven al langere tijd recitals met deze drie prachtige stukken. Nu dan in de grote zaal van het Concertgebouw; ondanks mijn nogal drukke concertprogramma een kans om niet te laten lopen. Tja, Kavakos speelt prachtig viool, en Wang houdt wel van lekker warmbloedig pianospel. Een  onbezorgd concert dus, met uitzondering van de telefoon die vlak na het begin van de Tweede sonate door de zaal schalde, en die Kavakos deed besluiten te stoppen; na enkele dodelijke blikken de zaal in geworpen te hebben begon het duo opnieuw bij het begin. Alle drie de sonates zijn prachtig en hebben een uniek karakter. Maar die Derde sonate is duidelijk de meest grootse; zo krachtig als het vierde deel klonk nog geen eerder deel deze avond. Er waren drie toegiften, maar die hadden voor mij niet gehoeven. Kavakos en Wang hadden met Brahms hun visitekaartje allang afgegeven.

Concert 11 oktober 2014

Zaterdag 11 oktober 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons
Conrad Tao, piano

Liszt: Pianoconcert nr. 1
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 5

Het KCO introduceert dit seizoen een nieuw concertconcept: Essentials. Dat is een pauzeloos concert waarbij een belangrijk werk uit de muziekgeschiedenis centraal staat. Daaraan voorafgaand een soloconcert met een rijzende ster. En aan het begin van het concert een korte introductie door de Vlaamse televisiemaker Thomas Vanderveken. Dit eerste Essentials-concert was een groot succes. Een uitverkochte zaal, en opvallend veel jongeren in het publiek. Links en rechts van het podium grote televisieschermen waarop een presentatie te zien was die het verhaal van Vanderveken begeleidde. Het was een korte, interessante en uitermate vloeiend uitgesproken presentatie; hopelijk is deze binnenkort ergens terug te zien en te horen, want het verhaal was alleszins de moeite van het beluisteren waard. Daarna vloog de jonge Amerikaanse pianist Conrad Tao de lange trap af, om een werkelijk grandioze uitvoering van Liszts Eerste pianoconcert te geven. De vonken vlogen van de Steinway. Nelsons en het KCO stonden hun mannetje, maar alle aandacht ging uit naar dit kleine ventje die als een klavierleeuw zijn instrument te lijf ging. Liszt heeft niet zoveel fijnzinnigheid nodig; deze uitvoering was stukken beter dan die door Daniel Barenboim ruim drie jaar geleden (zie hier). Tao speelde als toegift de Precipitato uit de Zevende sonate van Prokofiev. Dat kon scherper gespeeld, maar je moet het maar durven na dat Liszt-concert. Het laten wegzakken van de piano is altijd een kleine pauze op zich, en daarna dan het Essentials-werk: de Vijfde van Sjostakovitsj. Het KCO speelt de komende seizoenen alle Sjostakovitsj-symfonieën en dit was de eerste aflevering van de cyclus. De Vijfde kreeg een puntgave uitvoering. Andris Nelsons staat regelmatig voor het orkest, maar ik hoorde hem pas een keer eerder (zie hier). Deze avond overtuigde hij mij volledig. Hij verlangde en kreeg precisie, en liet het orkest soms fluisterstil spelen. Niet eerder kwam het effect van de celesta in dit werk zo goed over het voetlicht. De zaal luisterde ademloos; een zeer overtuigende uitvoering. Komende week vervolgt Nelsons de Sjostakovitsj-cyclus met de Vierde.

14 oktober 2014

Concert 10 oktober 2014

Vrijdag 10 oktober 2014, Musis Sacrum Arnhem
Het Gelders Orkest o.l.v. Antonello Manacorda
Emma Bell, sopraan

R. Strauss: Vier letzte Lieder
Mahler: Symfonie nr. 1

Door een nauwelijks na te vertellen samenloop van omstandigheden die reeds in 1977 begon, kwam ik deze vrijdag voor het eerst in Musis Sacrum in Arnhem terecht, bij het jubileumconcert van Het Gelders Orkest dat 125 jaar bestaat. Er waren toespraken van de zakelijk directeur van het orkest en de burgemeester van Arnhem, een gratis gebakje en prosecco in de pauze, en de minister van OCW zat in de zaal. Maar verder een gewoon concert met twee grootse werken. Ik zat achter het orkest (de foto hierboven nam ik bij het slotapplaus, met glittertjes uit het plafond) en bij Strauss was dat zeker niet ideaal. Maar Emma Bell had een harde, wat rauwe stem, dus eigenlijk was ze ook vanaf mijn plaats goed te verstaan. Strauss is in deze liederen grandioos, en het orkest klonk prima. Concertmeester Cecile Huijnen mocht ook met de toegift Morgen meedelen in het succes. De Eerste van Mahler behoort met die van Brahms tot de beste twee eerstelingen, en het Gelders kwam een heel eind. Maar het moet gezegd: het weet het niveau van het zo foutloos mogelijk spelen, waar dat overgaat in interpreteren en verdiepen, nog niet voldoende te ontstijgen. Het klonk af en toe iets teveel als een project-uitvoering, vol spanning en zenuwen en de bijbehorende missers. Dat is geen verwijt: misschien is dat het lot van de regionale orkesten na alle bezuinigingen. Voor de rest: het was een mooie feestelijke avond en ik heb meer dan geboeid geluisterd.

11 oktober 2014

Concert 2 oktober 2014

Donderdag 2 oktober 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Michael Schønwandt
Alexander Gavrylyuk, piano

Sibelius: Pohjola's dochter
Rachmnaninov: Pianoconcert nr. 2
Nielsen: Symfonie nr. 4

Schønwandt heb ik gemist bij zijn debuut bij het KCO, in 2010, maar zijn rentrée bleek een enorm succes. Wat mij betreft kan hij worden toegevoegd aan het kleine rijtje gastdirigenten die regelmatig terugkeren en dan het orkest leiden alsof ze ermee kunnen lezen en schrijven. Bovendien komt hij over als een man die weet wat hij wil, maar daarmee niet te koop loopt. Een vakman dus. De nieuwe chefdirigent zal naar ik vermoed weinig Sibelius en Nielsen gaan doen, en deze componisten staan te weinig op de lessenaars van het KCO. Dus... Pohjola's dochter van Sibelius opent met - voor mij althans - een van de mooiste passages uit de gehele orkestliteratuur. Dat samenspel tussen de cello en de houtblazers: hier schildert Sibelius onnavolgbaar prachtig met klankkleuren. De Vierde van Nielsen heb ik al jaren op cd, maar ik beluisterde die nog nooit. Ook hoorde ik het werk nog niet eerder tijdens een concert - wel al eens de Derde en Vijfde symfonie. Ik moet het me maar snel eigen maken, deze symfonie over 'Het onuitblusbare', want het is een prachtig gevarieerd stuk. Schønwandt leidde het orkest vol energie en overtuigingskracht; terecht werd de uitvoering met een krachtig applaus en bravogeroep beloond. Alexander Gavrylyuk hoorde ik in 2010 eens met het Tweede pianoconcert van Prokofiev (zie hier). Deze uitvoering van het Tweede concert van Rachmaninov overklaste die van nog geen half jaar geleden van Simon Trpceski bij het KCO op alle fronten (zie hier). Al bij de openingsakkoorden zat ik rechtop in mijn stoel, en dat bleef het gehele volgende half uur. Gavryluyk en ook Schønwandt waren vastbesloten uit dit stuk te halen wat erin zat en gingen tot het uiterste. Een geweldige uitvoering.

Concert 25 september 2014

Donderdag 25 september 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jonathan Nott
Jane Archibald, sopraan
Allyson McHardy, alt
Groot Omroepkoor
Vlaams Radio Koor

Ockeghem: Kyrie uit Missa prolationum
Ligety: Requiem
Varèse: Arcana
Ravel: La valse

Sinds tijden weer eens naar een 'modern' concert; de kern werd gevormd door het Requiem van Ligety en Arcana van Varèse. Ockeghem was in zijn vijftiende eeuw een  modernist; in het Kyrie uit zijn Missa prolationum zingen de vier stemmen ieder in een andere maatsoort; toch klinkt het als een eenheid. Het Requiem van Ligety is een schril stuk en stelt hoge eisen aan koor, orkest en vooral ook de sopraan en de alt. Jonathan Nott had goed gerepeteerd; het klonk allemaal zeer overtuigend en strak. Je zit geboeid te luisteren naar het grote onbekende, en toch word je bij dit stuk gegrepen door die herkenbare oerkracht die in ieder meesterwerk verborgen zit. Datzelfde gold voor Arcana van Varèse, dat ooit door Riccardo Chailly in Amsterdam werd geïntroduceerd, en nu twee jaar na Amériques o.l.v. Jansons (zie hier) wederom op de lessenaars stond. Het zijn stukken die tot het vaste repertoire van het orkest mogen behoren: ze overrompelen, brengen je in verwarring en doen de tijd vergeten. Die kleine 20 minuten van Arcana duren voor je gevoel oneindig langer. Voor wie La valse voor het eerst hoort zal hetzelfde gelden. Maar het aantal keren dat ik dit stuk bij het KCO heb gehoord is niet meer te tellen. Het is de meest kwalitatieve uitsmijter van een 'moeilijk' concert, maar helaas begint het effect wat sleets te worden. Aan het stuk zelf ligt het niet.
Voorafgaande aan dit pauzeloze concert ging een inleiding door de Vlaamse schrijver Tom Lanoye vooraf, die het thema van dit concert 'Het sublieme' gebruikte om over oer- en eigentijdse thema's zijn licht te laten schijnen: van syriëgangers tot de film A Space Odyssey waarin delen uit het Requiem van Ligety te horen zijn. Hier is zijn inleiding na te lezen.

06 oktober 2014

Concert 17 september 2014

Woensdag 17 september 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Yuja Wang, piano
Omar Tomasoni, piano

Rossini: Ouverture La gazza ladra
Sjostakovitsj: Concert voor piano, strijkorkest en trompet
Prokofiev: Symfonie nr. 5

Jansons zette in de loop der jaren regelmatig een Rossini-ouverture op de lessenaars; misschien komt er ooit nog een RCO-cd met een verzameling ervan uit. De La gazza ladra-ouverture is - samen met de Wilhelm Tell - zijn aanstekelijkste. Schijnt bij Rossini in principe de zon, in deze ouverture is er geen vuiltje aan de lucht, is de temperatuur ideaal, en is het uitzicht zaligmakend. Wat een subliem stuk muziek! Jansons en het KCO brachten er niet een volledig ideale uitvoering van; het klonk af en toe iets te log. Maar de uitvoerenden moeten het bij Rossini wel erg bont maken om je als luisteraar niet ongelukkig te maken, dus ik zat breed glimlachend en genietend in de zaal. Daarna volgde nog meer energie: het als Eerste pianoconcert van Sjostakovitsj bekend staand concert voor piano, strijkers en trompet. Jansons en de kittige Yuja Wang waren de gangmakers, terwijl Tomasoni de show stal als sonoor en trefzekere spelende vleugelspits. Yuja Wang hoorde ik al eens eerder in het Derde pianoconcert van Prokofiev (zie hier de weblog) en ook nu kwam ze op in dunne jurk en op naaldhakken. Maar wat een pit! Jansons hield de boel strak in de hand. De tweede helft van het slotdeel werd gebisseerd - leuk gezicht: de trompettist werd er volledig door overvallen en wist niet waar hij moest beginnen. Maar toen hij de draad had opgepakt speelde hij de sterren van de hemel. Na de pauze Prokofievs bekendste symfonie - Jansons leidde een prachtige uitvoering: warmbloedig, gedreven en vol kracht. We gaan dat nog missen, later...

24 september 2014

Opera 6 september 2014

Zaterdag 6 september 2014, Muziekthater Amsterdam
De Nationale Opera

Monteverdi: Orfeo

La Musica/Euridice - Anna Lucia Richter
Orfeo - Georg Nigl
La messagiera/La Speranza - Charlotte Hellekant
Caronte - Douglas Williams
Prosperina - Luciana Mancini
Plutone - Konstantin Wolff
Vocalconsort Berlin
Freiburger BarockConsort o.l.v. Pablo Heras-Casado

Monteverdi's opera is niet de allereerste opera uit de muziekgeschiedenis, maar hij komt er wel erg dichtbij, en het stuk heeft terecht repertoire gehouden. Ik heb er een goede opname van Gardiner van, en die beluister ik regelmatig. Dit was de derde en laatste voorstelling in Amsterdam van deze gastproductie. Niet helemaal geslaagd, maar voldoende goed om geboeid te luisteren. De zangers zongen prima en de enscenering van Sasha Waltz haalde weliswaar niet die van Audi, maar mocht er zeker zijn. Wat me wel stoorde was de choreografie, eveneens van Sasha Waltz. Er was permanent beweging bij de koorleden en de solisten; gedurende de hele avond geen seconde dat het toneelbeeld in rust was. Dat permanente bewegen, dansen, hollen en springen: het werd op een gegeven moment storend. De solisten waren soms halve dansers, en dat deed hun vocale prestaties geen goed. Die arme Georg Nigl: zijn rol is bepaald niet gemakkelijk, maar hij kreeg er van Waltz nog een flinke taak bij. Het Freiburger orkest stond in twee delen links en rechts op het podium, en ook dat vond ik geen ideale positie. Maar goed, Monteverdi vergoedde alles.

Concert 6 september 2014

Zaterdag 6 september 2014, Concertgebouw Amsterdam
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Bernard Haitink
Anne Schwanewilms, sopraan

Wagner: Vorspiel en Liebestod uit Tristan und Isolde
Berg: Sieben Frühe Lieder
Mahler: Symfonie nr. 4

Sinds ik deze weblog startte, was het nog niet voorgekomen: twee concerten op één dag. Het gebeurde wel eens eerder, maar dat was heel lang terug: op zaterdagmiddag naar de Matinee, en 's avonds een ander concert of opera. Ook wel eens twee opera's achter elkaar: concertant en daarna in het Muziekthaeater een andere. Enfin, helemaal ideaal is het niet. Deze dag viel mee vanwege het gevarieerde programma. Eerst het jubileumconcert van Bernard Haitink bij het Radio Philharmonisch Orkest. Hij dirigeerde dat orkest voor het eerst in juli 1954, en met het stuk dat hij toen dirigeerde opende hij nu dit concert: Wagners Vorspiel en Liebestod. Het zal in 1954 vast niet zo evenwichtig en fraai opgebouwd hebben geklonken als nu. Anne Schwanewilms viel in voor Christiane Karg, en haar stem is naar mijn indruk kleiner geworden dan wat ik me van haar herinner. Ze zingt nog steeds erg fraai, slank en expressief, maar soms werd ze iets teveel door het orkest overstemd. De zeven liederen van Berg kende ik niet, maar bleken mooier dan ik vooraf vreesde. Mahler 4 is natuurlijk een kolfje naar Haitinks hand, en hij liet het stuk volledig voor zichzelf spreken: geen malle fratsen, slank en doorzichtig orkestspel. Na het tweede deel liet Schwanewilms minstens 5 minuten op zich wachten; Haitink was duidelijk not amused. Maar ze maakte het in het slotdeel helemaal goed. De foto hierboven is van dit concert.

31 augustus 2014

Concert 25 augustus 2014

Concert 25 augustus 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Leonidas Kavakos, viool

Brahms: Vioolconcert
R. Strauss: Tod und Verklärung
R. Strauss: Till Eulenspiegels lustige Streiche

Kavakos is komend jaar Artist in Residence en hij opende dat met een grandioze uitvoering van Brahms' vioolconcert. Dat is een hondsmoeilijk en machtig stuk, en Leonidas bewees hier zijn reputatie als een van de meest technisch briljante violisten van deze tijd. Puntgaaf gespeeld, fraai opgebouwd. De begeleiding door het orkest was vooral dienstbaar, relatief ingehouden. Dat kan ook grootser en rauwer, maar zo innig begeleid heeft ook wel wat. Het Adagio is Brahms op zijn allermooist en allerbest (en dat terwijl Brahms eigenlijk alleen maar goede muziek heeft nagelaten; Brahms is altijd goed!). Na de pauze twee karakterstukken van Richard Strauss; wat een fenomenaal orkestrator. Het Largo waarmee Tod und Verklärung opent, vind ik zo'n geweldig stuk. Jansons en het KCO brachten Tod und Verklärung enkele jaren geleden al, maar voor zover ik weet speelden ze Till Eulenspiegel nu voor het eerst. Het guitige zootje ongeregeld van dit stuk knalde de zaal in. 'Gewoon' weer een KCO-concert waarna je gelukzalig naar huis gaat.
De foto hierboven heb ik van de facebook-pagina van het orkest gehaald; hij werd volgens het bijschrift tijdens de repetities op de vrijdag voor het concert gemaakt. Ik weet alleen niet waar ze toen repeteerden, want dit is duidelijk niet het Concertgebouw.

30 augustus 2014

Bach

Voor de bespreking van dit boek zie mijn boekenweblog.

26 augustus 2014

Concert 20 augustus 2014

Woensdag 20 augustus 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Jean-Yves Thibaudet, piano

Sjostakovitsj: Symfonie nr. 1
Ravel: Pianoconcert in G
Ravel: 2e Suite uit Daphnis et Chloé

Jansons begint aan zijn laatste seizoen als chefdirigent van het KCO, maar niets duidt erop dat dirigent en orkest elkaar niet meer mogen. Integendeel. Ondanks dat dit hun eerste concert na de zomervakantie was, speelde het orkest uiterst secuur, ragfijn en precies zoals Jansons het kennelijk eiste. Sjostakovitsj' Eerste is een jeugdwerk, maar behoort wel tot zijn meest geslaagde symfonieën. Ik hoorde het ooit eens gedirigeerd door Georg Solti, maar nu klonk het stellig met meer precisie. De zaal luisterde muisstil. Na de pauze Thibaudet in het pianoconcert in G van Ravel; ik weet niet hoe vaak ik het hem heb horen spelen; dit was zeker niet de tweede keer. Het werk zit hem van nature in de vingers; als toegift speelde hij de Pavane pour un infante défunte. Tenslotte het voltallige KCO in de tweede suite uit Daphnis et Chloé. Tja, ik schreef het hier al eens: deze suite begint met het fraaiste stuk uit het hele werk, maar die zonsopkomst heeft eigenlijk een inleiding nodig. Zo koud begonnen is het effect minder krachtig. Enfin, het blijft een hoogtepunt in de orkestliteratuur: niet alleen die climax van de zonsopkomst, maar juist ook dat lijzige wakker worden erna. De fluitsolo en de apotheose: het werd allemaal grandioos gespeeld. De foto hierboven werd tijdens het concert gemaakt, en plukte ik van de facebookpagina van het orkest.

Concert 19 augustus 2014

Dinsdag 19 augustus 2014, Concertgebouw Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin

Mahler: Symfonie nr. 6

Zo, het nieuwe concertseizoen is van start gegaan. In een week tijd drie concerten met stevige orkestwerken: het RphO en het KCO gaan in Europa de festivals af, en dat doe je dan niet met een Haydn-symfonie of een Rossini-ouverture, want het hele orkest moet mee. Het Rotterdams Philharmonisch opende de reeks en ging vol aan de bak met de Zesde van Mahler, zijn ongemakkelijkste symfonie. Het stuk eindigt uiterst wrang, en ook in de anderhalf uur daarvoor zit je eigenlijk nauwelijks lekker in je stoel. En toch is het een stuk dat voortdurend intrigeert. Ik hoorde Nézet-Séguin nog nooit eerder tijdens een concert, alleen als operadirigent bij DNO (zie de dirigentenlijst hiernaast). Dat beviel steeds uitstekend. Ook op het concertpodium is zijn gedrevenheid enorm, en dat maakte dit een typisch Rotterdamse uitvoering: gedreven, zonder kapsones, ongepolijst, met opgestroopte mouwen. Soms prachtig, soms ook wat kort door de bocht. Het nieuwe concertseizoen kon daarentegen slechter beginnen.