31 augustus 2015

Concert 27 augustus 2015

Donderdag 27 augustus 2015 - Concertgebouw Amsterdam
Gustav Mahler Jugend Orchester o.l.v. Herbert Blomstedt

Mozart: Symfonie nr. 39
Dvorák: Symfonie nr. 9 ' Uit de nieuwe wereld'

Vier jaar geleden dirigeerde Blomstedt ook al Mozarts 39ste, toen bij het KCO, en na de pauze Schuberts Negende. Een memorabel concert, zie hier de weblog. En nu een andere Negende na de pauze, 'Uit de nieuwe wereld' van Dvorák. Blomstedt is inmiddels 88, banjert nog gewoon de lange trap af en op en dirigeert met een ongelooglijke energie en autoriteit. Het talentvolle jonge grut van het Gustav Mahler Orchester liet zich overweldigen door de gerijpte maar nog steeds frisse interpretaties van Blomstedt. Mozart klonk net als vier jaar geleden scherp en fris - de symfonie is met de Praagse mijn meest favoriete Mozart-symfonie. De Nieuwe wereld-symfonie hoorde ik al heel lang niet meer; het blijft een lekker stuk muziek. Iedereen had er zin in, en zo klonk de uitvoering ook. Blomstedt kreeg de meeste bravo's - terecht! Ik zat op de hoek van het podium en nam zelf bovenstaande vage foto bij het slotapplaus.

25 augustus 2015

Concert 21 augustus 2015

Vrijdag 21 augustus 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding
Kristian Bezuidenhout, piano

Dvorák: Ouverture Othello
Mozart: Pianoconcert nr. 18, KV456
Dvorák: Symfonie nr. 8

Het KCO is begonnen aan zijn chefloze seizoen. Mariss Jansons zien we pas in juni weer terug in het Muziektheater met Pique Dame van Tsjaikovski, en de aanstaande chef Daniele Gatti leidt dit seizoen alleen een onbetaalbaar galaconcert in september en een gewoon abonnementsconcert in het voorjaar (met o.a. Berlioz' Symphonie fantastique). Gustavo Gimeno, Ivan Fischer, Andris Nelsons en Daniel Harding keren meerdere keren terug om de bordjes hoog te houden; het wordt een apart en toch aantrekkelijk seizoen. Afgelopen week speelden het KCO en Daniel Harding vier concerten, met drie programma's. Twee keer de Sacre tijdens Sail en Lowlands, een Bruckner 5 die ik moest missen, en dit gewone programma met een ouverture, concert en symfonie. De ouverture en symfonie van Dvorák klonken fraai maar ook wat regulier. Lekker musiceren, maar geen opzienbarende uitvoeringen. In het 18e pianoconcert van Mozart gebeurde echter heel veel fraais. Kristian Bezuidenhout is een allesbehalve saaie pianist; er gebeurt altijd iets boeiends wanneer hij speelt. In het voorjaar speelde hij bij het KCO het 9e concert van Mozart, toen op een fortepiano (zie hier de weblog). En nu het 18e op een gewone Steinway. Zowel pianist als dirigent/orkest blonken uit in speelsheid en gedrevenheid. De balans tussen piano en orkest was prima en het concert klonk alsof het Mozarts enige meesterwerk was. Twee dertigers die iets moois wilden laten horen en een orkest die daarin graag meeging: dan heb je een mooie uitvoering. De foto hierboven werd tijdens de repetities gemaakt.

15 juli 2015

Concert 12 juli 2015

Zondag 12 juli 2015, Concertgebouw Amsterdam
Philharmonie Zuid-Nederland o.l.v. Ed Spanjaard
Federico Colli, piano
Leo van Doeselaar, Maarschalkerweerdorgel

Rachmaninov: Pianoconcert nr. 3
Saint-Saëns: Symfonie nr. 3

Juli en augustus zijn doorgaans slappe maanden voor deze weblog, en ook dit jaar weinig concerten waar ik me tot aangetrokken voel. Na het bijzondere orgelconcert van vorige week zaterdag nu een lekker volbloedig programma waarmee je ook medio juli de Grote Zaal vol mee krijgt. Het Limburgs Symfonieorkest was het eerste orkest dat ik live hoorde (zie hier), en het is al een poos geleden met het toenmalige Brabants Orkest opgegaan in de Philharmonie Zuid-Nederland. Voormalig chefdirigent Ed Spanjaard heeft hoorbaar veel autoriteit: Rachmaninov en Saint-Saëns klonken uitermate precies en energiek. Het openingsdeel van het Derde pianoconcert kreeg een langzamer tempo dan normaal, en hoe fraai klonk daardoor dat mooie openingsthema. Federico Colli speelde uitstekend; misschien iets teveel op safe maar goed, je moet het maar durven, dit concert. Spanjaard zorgde voor een prachtige balans tussen orkest en piano; vanaf de tweede rij op het podium op de meest buitenste stoel was de klankbalans in ieder geval prima. Na de pauze een gedreven uitvoering van de orgelsymfonie van Saint-Saëns, een struk waar het vakmanschap van de maker vanaf spat. En hoe lekker voelt dat toch: die lage orgelklank aan het begin van het tweede deel. Al je ingewanden trillen mee. Spanjaard, het orkest en Leo van Doeselaar hadden er hoorbaar zin in.

13 juli 2015

Concert 4 juli 2015

Zaterdag 4 juli 2015 - Concertgebouw Amsterdam
Leo van Doeselaar - Maarschalkerweerdorgel

Bach: Concert in a, BWV 1065 (bew. Bovet)
Bach: Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen (bew. Liszt)
Chopin: Prélude in e, op. 28 nr. 4 (bew. Lizst)
Chopin: Nocturne in Es, op. 9 nr. 2 (bew. Lemare)
Bovet: 2 Tango's
Moessorgski: Delen uit Schilderijen van een tentoonstelling (bew. Blarr)

Ik kom al bijna 30 jaar in de Grote Zaal van het Concertgebouw en keek tijdens concerten al ontelbare malen tegen het imposante Maarschalkerweerdorgel aan. Het aantal keren dat ik het instrument daadwerkelijk hoorde is echter op de vingers van twee handen te tellen. En dan ook steeds in combinatie met een symfonieorkest: in de orgelsymfonie van Saint-Saëns, de Alpensymfonie en Also sprach Zarathustra van Strauss, en de Achtste van Mahler. Maar nu dan eindelijk een fraaie gelegenheid om het als solo-instrument te beluisteren, zomaar op een zaterdag in juli tussen half twee en half drie ’s middags. Buiten een hittegolf, binnen een voor eenderde gevulde zaal en Leo van Doeselaar die een bont programma had samengesteld. Geen oorspronkelijk orgelwerk, maar bewerkingen voor orgel, en soms ook bewerkingen voor orgel van bewerkingen. Van Doeselaar, titulair organist van het Concertgebouw, koos speciaal deze stukken om alle registers en mogelijkheden van het orgel te kunnen laten horen. Naast de speeltafel stond een camera, en daarnaast een groot scherm waarop het publiek de verrichtingen van Van Doeselaar kon volgen. Goed gedaan! Bach bewerkte het concert voor vier violen van Vivaldi tot een concert voor vier clavecimbels; beide stukken zijn onweerstaanbaar. En ook voor orgel mag het gehoord worden. In het Largo vormt de passage waar de vier violen cq vier clavecimbels solo spelen het hoogtepunt van het concert, en ook op het orgel stond de tijd eventjes stil. De bewerkingen van Lizst van Bach en Chopin en de twee tango’s van Bovet vormden een boeiende opmaat naar de kraker op het programma: een ruime selectie uit de Schilderijententoonstelling van Moessorgski, voor orgel bewerkt door O.G. Blarr. Helaas ontbrak Bydlo, maar o.a. Gnomus, Il vecchio castello, het ballet van de kuikens etc. klonken grandioos. Bij de Grote Poort van Kiev gingen alle registers open. Heerlijk!
De foto hierboven nam ik niet tijdens dit concert, maar een week later (zie de volgende weblog - volgt). Maar gewoon een mooie foto van de organist achter zijn speeltafel - even op de foto klikken.)

21 juni 2015

Concert 15 juni 2015

Maandag 15 juni 2015 - Concertgebouw Amsterdam
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Simone Lamsma, viool

Schönberg: Begleitmusik zu einer Lichtspielscene
Korngold: Vioolconcert
Mahler: Symfonie nr. 1

Van een lieve collega kreeg ik een vrijkaartje voor dit seizoens-slotconcert van het NedPho. Het programma met Korngold en Mahler is onweerstaanbaar, zeker ook omdat Albrecht vier jaar terug met een energieke Tweede van Mahler indruk maakte (zie hier). In het slotdeel van deze eveneens onstuimige Eerste Mahler verrichte Albrecht pure lichamelijke topsport; het resultaat was er ook naar. Albrecht bracht flinke tempowisselingen aan; soms stond de muziek bijkans helemaal stil, om vlak erna weer in volle vaart vooruit te gaan. Dat maakte de uitvoering misschien wat onevenwichtg, maar zeker zo spannend. Ik hoorde onder Jansons en Haitink evenwichtiger Eerste Mahlers, en ooit onder Bernstein de meest sublieme, maar Albrecht deed niet heel veel voor hen onder. Voor de pauze een minstens zo prachtige vertolking van het Vioolconcerg van Korngold; een fraai concert waarin viool en orkest niet voor elkaar onder doen. Het concert tekent de stijl van Korngold: lyrisch, briljant geïnstrumenteerd, zowel bont als intiem, maar thematisch net iets te eendimensionaal. Het wordt desondanks te weinig gespeeld. Lamsma en het NedPho/Albrecht gaven het concert alle eerbetoon! Als opening een kort schimmig stuk van Schönberg. Een fraaie afsluiting van het concertseizoen!

16 juni 2015

Opera 1 juni 2015

Maandag 1 juni 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Berg: Lulu

Lulu - Mojca Erdmann
Gräfin Geschwitz - Jennifer Larmore
Der Maler/Ein Neger - William Burden
Dr. Schön/Jack the Ripper - Johan Reuter
Alwa - Daniel Brenna
Schigolch - Frans Grundheber
Ein Tierbändiger/Ein Athlet - Werner Van Mechelen
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Lothar Zagrosek

Deze derde opera in vijf dagen bleek bepaald geen uitsmijter van het muzikale seizoen. Een allerwegen breed aangekondigde productie met het KCO, de door Friedrich Cerha voltooide versie in drie bedrijven van Bergs onvoltooide opera en een regie van William Kentridge: het kon volgens eenieder die er vooraf over schreef niet misgaan. En tja: het orkest speelde prachtig, ook onder Zagrosek die Fabio Luisi verving. De zangers bleken welhaast perfect gecast, acteerden groots en ook de enscenering was fraai. Maar ja, ik blijf ook op klassieke-muziekgebied een boerenpummel die graag een melodie hoort (liefst op de klassieke manier, in 8 maten), en anders wel iets dramatisch doorgecomponeerd of zo. Maar dit fijnzinnig-expressionistische werk van Alban Berg: ik heb er helemaal niks mee. Sinds lange tijd ben ik tijdens een operavoorstelling weer eens een paar minuten ingedommeld, en keek ik vele malen op mijn horloge of de aangekondigde pauze- of eindtijd al nabij was. Het zegt meer over mij dan over deze opera, maar dat geldt misschien ook wel bij al mijn laaiende recensies. Wie wil weten hoe het echt was, gaat zelf maar luisteren en kijken.

10 juni 2015

Opera 30 mei 2015


Zaterdag 30 mei 2015, Royal Opera House, Covent Garden London
The Royal Opera London

Puccini: La bohème

Mimì - Anna Netrebko
Musetta - Jennifer Rowley
Rodolfo - Joseph Calleja
Marcello - Lucas Meachem
Schaunard - Simone del Savio
Colline - Marco Vinco
Koor van De Nationale Opera
Royal Opera Choruis
Orchestra of the Royal Opera House o.l.v. Dan Ettinger

Dit was de vierde keer dat ik in dit operatheater was. Ik zag er in de vroege jaren negentig eens een balletvoorstelling, en vanaf de laatste rij op het hoogste balkon een eindeloze vroege Mozart-opera (Mitridate) en in 2007 vanaf de derde rij in de zaal een weergaloze Parsifal o.l.v. Bernard Haitink (zie hier de weblog ervan). Nu zat ik op de laatste rij van de zaal (de 'orchestra stalls') - even duur als voorin trouwens. Het was een impulsieve aankoop; mijn account van 7 jaar geleden deed het nog en de stoel was binnen 10 seconden aangeklikt en de creditcardgegevens in 20 seconden ingevoerd... Leve het internet. De enscenering van John Copley wordt in Londen beschouwd als een klassieker. De eerste serie voorstellingen dateert van 1974, o.a. met Placido Domingo. Sindsdien ging deze enscenering vele keren, en na deze serie gaat de boel in de vuilcontainer. In juli mag Placido Domingo daarom de allerlaatste voorstelling dirigeren; tja, in Londen hebben ze wel gevoel voor historie. Het is een zo waarheidsgetrouw mogelijke enscenering; in Amsterdam zou deze als saai en te voor de hand liggend uitgefloten worden. Maar goed, het ging me om de zangers en Netrebko en Callega zongen de sterren van de hemel. Calleja zong twee jaar geleden tijdens het fameuze Prinsengrachtconcert met het KCO (zie hier), maar ook nu zong hij groots. Hij heeft een klein bibbertje in zijn stem, maar verder klinkt die als een klok. En tja, in de recensies in Engelse kranten werd Anna Netrebko soms wat te hard bevonden, maar op de 22 rij van de zaal mengde ze zich prachtig met het orkest, en sneed haar stem door hart en ziel. Zelden een sopraan zo zuiver en moeiteloos horen zingen! Op die laatste rij van de zaal klonken zangers en orkest in een weergaloze balans. En ook de fijnste tokkels op de harp klonken alsof je ernaast zat. Enfin, niet voor iedere maand, maar zo heel af en toe een snoepreisje naar een groot theater doet een mens veel goed.

05 juni 2015

Opera 28 mei 2015

Donderdag 28 mei 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Berlioz: Benvenuto Cellini

Benvenuto Cellini - John Osborn
Giacomo Balducci - Maurizio Muraro
Fieramosca - Laurent Naouri
Teresa - Mariangela Sicilia
Asciano - Michèle Losier
Le Pape Clement VII - Orlin Anastassov
Koor van de Nationale Opera
Rotterdams Philharmonisch orkest o.l.v. Sir Mark Elder

Tweede bezoek aan deze geweldige productie. Het was wederom een groot feest. Ik heb weinig toe te voegen aan mijn vorige beschrijvingen, van de première. Alleen dan dat ondanks de prachtige enscenering - volledig in stijl van wat Berlioz aan muziek componeerde: namelijk doldwaas - en ondanks de geweldige zangers (de hoofdpersonen waren zo ontzettend geloofwaardig en dan nog zo ideaal zingen...), en ondanks het geweldig spelende orkest...: het is vooral Berlioz die alle credits verdient. Wat een originaliteit, wat een eigenzinnigheid, wat een subtiliteiten, wat een onconventionaliteit en wat een humor! Hij stapelt gekte op gekte, je weet niet wat je hoort. Het is overigens niet alleen maar doldwaasheid. Met de dramatische opening van het tweede bedrijf, waar hij in andere toonsoorten de hoofdthema's uit het eerste bedrijf bewerkt - hoe kort en welhaast onopvallend ook - baant hij de paden voor Wagner. Die moet Berlioz' partituur stellig gedetailleerd bestudeerd hebben! Met Il viaggio a Reims was dit dé productie van de Nationale Opera dit seizoen!

26 mei 2015

Concert 15 mei 2015

Vrijdag 15 mei 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jan Willem de Vriend
Kristian Bezuidenhout, fortepiano

Mozart: Balletmuziek uit Idomeneo
Mozart: Pianoconcert nr. 9 KV 271
Schubert: Symfonie nr. 1

Ik vrees dat dit mijn laatste concert was in het Concertgebouw van dit seizoen; pas eind augustus staat het volgende in mijn agenda. Een pittige afsluiter! De balletmuziek uit Idomeneo is power-Mozart: het stuk barst uit zijn voegen van energie. Ik ken het van de opname van de hele opera van Gardiner - ik was ook bij de concertante uitvoering daarvan ergens in 1990/1991. De Vriend en het KCO gingen voluit; heerlijk! Bezuidenhout is een eigenzinnige pianist; standaard zijn zijn optredens nooit. De kracht van de uitvoering van het Jeunehomme-concert lag vooral in de opvallend goede balans tussen orkest en fortepiano. Een gewone Steinway valt in de Grote Zaal soms al weg in het orkestgeluid; het relatief ielige geluid van een fortepiano heeft het bij wijze van spreken al zwaar tegenover een soloviool. Maar het klonk allemaal heel evenwichtig, en met zulke geïnspireerde musici als Bezuidenhout, De Vriend en het KCO klinkt zo'n Mozart-concert dan prachtig. Na de pauze de Eerste van Schubert; die hoorde ik ooit eens eerder door Harnoncourt. Schubert was pas 16 toen hij dit stuk componeerde (zestien!), en wat een sturm und drang, en wat een eigen handtekening in klankkleuren reeds. De kracht van Schubert en de uitvoerenden hielden het publiek ruim een half uur gevangen.

11 mei 2015

Opera 9 mei 2015

Zaterdag 9 mei 2015 - Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Berlioz: Benvenuto Cellini

Benvenuto Cellini - John Osborn
Giacomo Balducci - Maurizio Muraro
Fieramosca - Laurent Naouri
Teresa - Mariangela Sicilia
Asciano - Michèle Losier
Le Pape Clement VII - Orlin Anastassov
Koor van de Nationale Opera
Rotterdams Philharmonisch orkest o.l.v. Sir Mark Elder

Er zijn maar weinig componisten die zo origineel zijn als Hector Berlioz. En geen enkele andere componist was zo tegendraads en zo onconventioneel. Deze opera stamt uit 1838; tien jaar daarvoor overleed Schubert, een jaar voor hem Beethoven. Maar zij beiden zouden hun wenkbrauwen fronsend en tegelijkertijd bewonderend naar de eigenzinnigheden en vondsten van de nog jonge Hector hebben geluisterd. Enfin, de opera flopte, ook later na aanpassing. Het negentiende-eeuwse publiek was nog lang niet zover. Ergens begin jaren negentig bracht DNO ook al een serie voorstellingen, maar die productie was niet goed. Nu een nieuwe, geregisseerd door Terry Gilliam, bekend van Monthy Python's Flying Circus. Het is een sublieme productie, een feest van begin tot einde. Al tijdens de ouverture is het raak, en dat houdt drie uur niet op. Meerdere keren moest ik aan de Rossini-ensceneringen van Dario Fo denken: een in- en uit elkaar schuivend huis, grote poppen, permanente beweging enzovoort. Het einde van het eerste bedrijf maakt je intens gelukkig: er gebeurt zoveel dat je ogen en oren tekort komt, en een heel operakoor dat op de pulserende muziek van Berlioz meedeint, is onweerstaanbaar melig. En ondertussen hangt er 5 meter boven het koor een acrobate zonder veiligheidskoord de meest halsbrekende capriolen aan een ring uit te voeren. Gekmakend prachtig.
Tja, en dan heb ik het nog niet gehad over de uitvoering. Mark Elder leidt met vaste hand het Rotterdams Philharmonisch - bij zijn opkomst na de pauze stampvoette het orkest al voor hem; het zegt veel over zijn autoriteit. En dan de zangers: een idealere bezetting lijkt bij dit hondsmoeilijke stuk nauwelijks mogelijk. Ik heb van deze opera de opname van Colin Davis met Nicolai Gedda en Christiane Eda-Pierre, en waar Gedda soms te geknepen klinkt, is Osborn vloeiend en natuurlijk. Sicilia is een prachtige Teresa. Aparte vermelding voor Laurent Nouri die superb acteert (hij springt zingend van hoge trappen, zwaait vervaarlijk met degens etc), maar zingt tegelijkertijd grandioos, in de stijl van de oude rot Jules Bastin. En dan het koor... kan het beter? Enfin, dit is een Berlioz-uitvoering op zijn allerbest. (Uiteraard voor een tweede keer een kaartje geregeld.)

23 april 2015

Opera 6 april 2015

Maandag 6 april 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Verdi: Macbeth

MacBeth - Scott Hendricks
Banco - Vitalij Kowaljow
Lady MacBeth - Amarilli Nizza
MacDuff - Wookyung Kim
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch orkest o.l.v. Marc Albrecht

Dit was de tweede voorstelling in een reeks van negen, en vanwege het paasweekeinde had ik de recensies nog niet gelezen. Maar al in de pauze formuleerden we wat we daags erna in de kranten lazen: dit is geen goede productie van Verdi's vroege meesterwerk. De regie en enscenering van Andrea Breth komen over als een zwaktebod, als een haastklus. Er zijn minstens acht scenewisselingen waarbij het scherm naar beneden gaat en orkest en publiek een paar minuten zit te niksen. Wat een verschil met eerdere operaproducties dit seizoen waarbij de regisseur wel in een vloek en een zucht een nieuwe scene wist te creëren (Die Zauberflöte vorige maand bijvoorbeeld - zie hier). Dan komt deze MacBeth erg teleurstellend en klungelig over. En tja, met een weinig opzienbarende Scott Hendricks in de titelrol, en een zwabberend zingende Amarilli Nizza (die de zieke Nadja Michael verving, die op haar beurt de geplande Tatjana Serjan verving die ruzie kreeg met de regisseuze) - dan zit je ook niet lekker te luisteren. Dat laatste is altijd een teken aan de wand: regisseurs die zangers wegpesten... Enfin, alleen Wookyung Kim zong prachtig, maar zijn aandeel is met slechts een aria te klein om de voorstelling naar een hoger plan te tillen. Marc Albrecht dirigeerde met groot enthousiasme en pit, en hij ontpopt zich productie na productie als een groot operadirigent. Maar tegen zo'n matige enscenering en cast was zelfs hij niet opgewassen.

06 april 2015

Concert 2 april 2015

Donderdag 2 april 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Valery Gergiev
Leonidas Kavakos, viool

Sjostakovitsj: Vioolconcert nr. 1
Wagner: Uit Parsifal: Prelude & Karfreitagszauber
Wagner: Uit Götterdämmerung: Tagesgrauen & Siegfrieds Rheinfahrt
Wagner: Ouverture Die Meistersinger von Nürnberg

Een programma en met uitvoerenden om van te smullen. Het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj leerde ik al kennen toen ik een jaar of 16-17 was; ik hoorde het op de radio (denk ik) en kocht er een plaat van (Oistrach en Mrawinsky - waarschijnlijk vlak na de première eind jaren vijftig opgenomen). Het was mijn eerste kennismaking met het werk van Sjostakovitsj, en die plaat draaide ik grijs - later ook de cd-versie ervan. Een paar jaar geleden speelde Janine Jansen het stuk bij het KCO (zie hier), maar deze uitvoering door Kavakos en Gergiev zal ik zeker nooit meer vergeten. Kavakos speelde feilloos, maar meer dan dat: de samenwerking tussen solist, dirigent en orkest was grandioos, er ontstond een chemie waarbij de spanning tot in je maag voelbaar was. Tja, dan hakt dit stuk er in - het is een onbetwist meesterwerk, vind ik. Na de pauze een mooie collectie Wagner-stukken. De Parsifal-delen klonken prachtig, de Götterdämmerung-delen gewoon lekker en de ouverture Meistersinger grandioos. Gergiev is een analytisch dirigent, en hij belichtte alle lijnen in deze meesterlijke ouverture; ik hoorde het zelden zo goed. Heerlijk concert.

05 april 2015

Concert 27 maart 2015

Vrijdag 27 maart 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Richard Egarr
Michael Schade, tenor (Evangelist)
Andrew Foster-Williams, bas (Christus)
Carolyn Sampson, sopraan
Ann Hallenberg, alt
Benjamin Hulett, tenor
Christopher Purves, bas

Bach: Johannes-Passion

Vergeleken met de Matthäus is de Johannes-Passion minder enerverend, ofschoon Bach ook met de Johannes een meesterwerk componeerde. Het is alweer een lange tijd geleden dat ik de Johannes hoorde. Richard Egarr gaf orkest, koor en solisten flink de sporen; het eerste deel duurde net een half uur. Ook na de pauze ging het snel. Het had wel wat; de hoge tempi gaven de koorpartijen grote dramatische kracht. In de aria's hadden de solisten soms wat moeite om de balans met het orkest te vinden, maar er werd verder erg goed gezongen. Ondanks dat Benjamin Hulett verkouden heette te zijn, zong hij zijn aria's opvallend helder; ook Carolyn Sampson zong haar aria 'Zerfliesse, mein Herze' hemels mooi. Geen Johannes voor de eeuwigheid, want de meer peinzende benadering van Herreweghe doet me meer. Maar het was zeker een geslaagde uitvoering.

31 maart 2015

Concert 19 maart 2015

Donderdag 19 maart 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Thomas Hampson, bariton

Mahler: Wer hat dies Liedel erdacht
Mahler: Das irdische Leben
Mahler: Trost im Unglück
Padding: Ick seg adieu
Copland: The Dodger
Copland: The Little Horses
Copland: The Boatman's Dance
Bartók: Concert voor orkest

Het concert op de avond na deze donderdag werd plotseling het afscheidsconcert van Mariss Jansons als chefdirigent van het KCO: Jansons maakte ruim een jaar geleden bekend ermee te stoppen, en toen was het programma en de seizoensinvulling al definitief. Dus geen apart programma, maar een regulier A-serieconcert (in de donderdagvariant zonder pauze). Deze avond meer applaus dan gewoonlijk, en Hampson die na Bartók de maestro de bloemen kwam brengen, maar een afscheidssfeer hing er niet echt. Thomas Hampson zingt niet meer zo goed als twintig jaar geleden. Ik hoorde hem ooit eerder een keer live; in Brahms' Deutsches Requiem. Maar verder heb ik wel enkele prachtige cd-opnames van hem. Hij stal deze avond wel de show met een krachtige performance, en dat vergoedde veel van de ouderdomsslijtage van zijn stem. Het hoofdwerk van dit concert, Bartóks Concert voor orkest kreeg een spannende en bevlogen vertolking. Typisch voor Jansons. Ik herinner mij zijn eerste concert als chef in september 2004 nog als de dag van gisteren (Honneger en R. Strauss); die kleine 11 jaar zijn omgevlogen.
Tenslotte: ik had al een poosje het voornemen om hier op te merken dat Jansons nog geen eigen portretschilderij kreeg toebedeeld; tijdens zijn afscheidsconcert op de 20ste werd het alsnog gepresenteerd. Hierboven schilder en geschilderde.

17 maart 2015

Recital 15 maart 2015

Zondag 15 maart 2015, Concertgebouw Amsterdam
Richard Goode, piano

Beethoven: Sonate nr. 30, op. 109
Beethoven: Sonate nr. 31, op. 110
Beethoven: Uit 11 Bagatellen op. 119: nrs 6 - 11
Beethoven: Sonate nr. 32, op. 111

Vorig jaar juni speelde Krytian Zimerman in de Riaskoff-serie eveneens de drie laatste Beethoven-sonates (zie hier), en eigenlijk alleen Maurizio Pollini en Richard Goode zijn in dit repertoire even groots, getuige hun opnames althans. Van Goode heb ik de cd-box met alle Beethoven-sonates in de kast staan, en de natuurlijkheid en onopgesmuktheid van Goodes interpretatie maken zijn opnames tot een referentie. En ja, ook tijdens dit recital klonken deze drie laatste sonates in hun naakte essentie. Geen enkele uitvoering kan het predikaat 'ultiem de beste' of iets vergelijkbaars krijgen, maar Goode leidde de zaal wel naar de kern van wat deze sonates te bieden hebben. Waar Zimerman vorig jaar een kleine toespraak hield, speelde Goode een zestal korte Bagatellen. Dus ook nu stond ik tien minuten voor tien weer buiten. Want na die onaardse Arietta uit op. 111 past geen enkele toegift.

Opera 6 maart 2015

Vrijdag 6 maart 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Mozart: Die Zauberflöte

Tamino - Maximilian Schmitt
Sarastro - Brindley Sheratt
Sprecher - Maarten Koningsberger
Königin der Nacht - Iride Martinez
Pamina - Chen Reiss
Papageno - Thomas Oliemans
Papagena - Regula Mühlemann
Monostatos - Wolfgang Ablinger-Sperrhacke
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v Marc Albrecht

In december 2012 bleek de enscenering van Mozarts Zauberflöte door regisseur Simon McBurney en de pakkende uitvoering o.l.v. Marc Albrecht zo'n enorm succes dat de Nationale reeds nu een reprise brengt, met nagenoeg dezelfde zangers. Het toneelbeeld stond me nog goed voor ogen, dus dan vallen bij herhaling opeens allerlei details op. Evenals bij de Ring-productie van Audi en Haenchen kenmerkt deze Zauberflöte zich door de krachtige verstrengeling tussen uitbeelding, zangers en orkest. Niet voor niets lopen de zangers soms door het orkest, of nemen orkestleden op het podium plaats om deel te nemen aan de handeling. Albrecht wacht bij zijn opkomst niet af tot het applaus verstomd was; hij laat meteen beginnen, en bij de slotmaten gaan de orkestleden staan en worden de schijnwerpers op hen gericht. Enfin, het is een voorstelling vol actie en detailwerking, zonder overdadigheid. Het kan misschien altijd nog oventuigender, maar ik ben daar nog niet van overtuigd...

08 maart 2015

Concert 4 maart 2015

Woensdag 4 maart 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons
Anne-Sophie Mutter, viool

Sibelius: Vioolconcert
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 10

Anne-Sophie Mutter werd in de tweede helft van de jaren zeventig, ze was een jaar of 15, door Herbert van Karajan ontdekt, en met haar nam hij voor DG meteen enkele platen met grote vioolconcerten op. Als tiener kocht ik toen die met twee vioolconcerten van Mozart, en later kocht ik nog de cd met het Brahms-vioolconcert. Dat is nog steeds mijn favoriete opname van dat concert; Von Karajan en Mutter gaan er geweldig vol in. Mutter hoorde ik een paar jaar geleden in het concert van Tsjaikovsky (zie hier de weblog), en deze uitvoering van het Sibelius-concert was van intense grootsheid. Die magische opening van het eerste deel werd fluisterzacht gespeeld, en ook verderop werden de dynamische verschillen flink uitgebuit. Daarnaast speelde Mutter feilloos, krachtig en gedurfd; ook Nelsons en het orkest speelden hun best niet eenvoudige partij vol energie. Geweldig om dit sublieme vioolconcert zo prachtig uitgevoerd te horen! Na de pauze de Tiende van Sjostakovitsj. Evenals in de Vierde en Vijfde symfonie eerder dit seizoen (hier en hier), leidde Nelsons een verzorgde en gedreven uitvoering. Ik heb het vaker gezegd: veel Sjostakovitjs-symfonieën lijken sterk op elkaar. De vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, tiende en elfde symfonie hebben min of meer dezelfde emotionele lading. Op zich niets mis mee: een uitvoering van deze symfonieën is doorgaans een belevenis. Maar om uit te leggen waarrin de Tiende zich sterk onderscheidt van de Elfde of Achtste... Gewoon een goede symfonie dus. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO, gemaakt tijdens de repetities.

02 maart 2015

Opera 25 februari 2015

Woensdag 25 februari 2015, Stadsschouwburg Amsterdam
De Nationale Opera

Händel: Alcina

Alcina - Sandrine Piau
Ruggiero - Maite Belmonte
Bradamante - Angélique Noldus
Morgana - Sabina Puértolas
Oberto - Chloé Briot
Oronte - Daniel Behle
Melisso - Giovanni Furlanetto
Astolfo - Eduard Hihuet
Choeur de Chambre de l'Imep
Les Talents Lyriques o.l.v. Christophe Rousset

De Nationale presenteerde tussen Il viaggio en de Zauberflöte twee opera's van Händel in de Stadsschouwburg: Tamerlano en Alcina. Om en om, avond aan avond, drie keer beide opera's. Twee keer drie uur de ene da capo-aria na de andere vond ik iets teveel van het goede, dus ik koos op goed geluk voor Alcina. Joan Sutherland, Arleen Auger en Renée Fleming hebben zich ooit op de titelrol van deze opera gestort, dus dat leek me wel een uitdagende keuze. Het is voor de romantisch georiënteerde operaliefhebber even wennen: weinig actie, tekstuele nietszeggendheid en ogenschijnlijke herhalingen van muzikale gedachten. Maar na een half uurtje krijgt het allemaal opeens toch zeggingskracht, krijg je 'oor' voor de details en blijkt Händel toch eigenzinniger dan je aanvankelijk dacht. En in het tweede bedrijf is daar opeens die lange aria van Alcina waarin Händel lijkt te breken met alle muzikale wetten. Ondertussen ontpopte zich een oogstrelende voorstelling waarin met weinig middelen het maximale werd bereikt, vooral door de passende kostuums en wat houten panelen aan weerszijden van het toneel. Tja, dan zijn die ruim drie uur Händel toch erg de moeite waard. Er werd prachtig gezongen door Piau, Belmonte, Noldus en Puértolas. Les Talents Lyriques en Rousset hoorde ik al eens eerder in een Rameau-opera en de indruk van toen herhaalde zich nu: te ielig, te onvast en te droog. Maar goed, Händel en regisseur Pierre Audi trokken alle aandacht naar wat er zich op het toneel voltrok.

18 februari 2015

Concert 13 februari 2015

Vrijdag 13 februari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Orchestre des Champs-Elysées o.l.v. Philippe Herreweghe
Collegium Vocale, Gent
Ilse Ehrens, sopraan
Renata Pokupic, mezzosopraan
Magnus Staveland, tenor
Florian Busch, bas

Dvorák: Stabat mater

Ergens begin jaren negentig recenseerde ik een poosje cd's voor het heropgerichte tijdschrift Disk, en toen kreeg ik een dubbel-cd met het Stabat mater van Dvorák voorgelegd, in een uitvoering van Jirí Belohlávek. Ik was erg onder de indruk van de kwaliteit van het stuk, en ik heb het altijd veel mooier gevonden dan zijn Requiem. Met die Chandos-opname van Belohlávek is eigenlijk niets mis, ofschoon het wel wat voloptueus is allemaal. Vorig jaar was daar opeens een subtiel-slanke uitvoering op cd, gedirigeerd door Philippe Herreweghe, en kort daarna de aankondiging van een uitvoering in Amsterdam. Tja, vandaar. De zaal zat goed vol, ofschoon niet uitverkocht, en ik heb de formaties van Herreweghe niet eerder zo uitgebreid gezien: 50 koorzangers en een flink orkest. Maar nog steeds veel minder dan de troepen die Belohlávek getuige de foto's uit het cd-boekje op het strijdtoneel liet aanrukken. Ook de vier solisten zongen tijdens dit concert minder opera-achtig dan bij Belohlávek. Het was gewoon een heel fraaie en betrokken uitvoering; de zaal luisterde aandachtig naar dit onderschatte, onderbelichte en voor velen wellicht onbekende werk. Het is geen meesterwerk: sommige van de tien delen zijn iets te zoet. Maar het schurkt wel tegen die kwalificatie aan, want andere delen zijn weer onnavolgbaar mooi. Pure weelde om Herreweghe en zijn koor en orkest dit mooie Stabat mater hier 300 meter verderop te mogen beluisteren!

Concert 11 februari 2015

Woensdag 15 februari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Dorothea Röschmann, sopraan

R. Strauss: Der Bürger als Edelmann
Mahler: Symfonie nr. 4

Net als Rossini vond Strauss het zonde om muziek weg te gooien. Een zes uur durende combinatie van toneel, toneelmuziek en opera die hij samen met Von Hoffmansthal had geschreven bleek nauwelijks uitvoerbaar. Strauss gebruikte de meeste muziek vervolgens voor een nieuwe coherente opera (Ariadne auf Naxos) en van het resterende materiaal stelde hij een toegankelijke suite samen met veel referenties naar eerdere stijlen uit de muziekgeschiedenis. Ik hoorde Der Bürger als Edelmann één keer eerder, door het KCO o.l.v. Lorin Maazel in 2000. Het is een wat mutserig stuk, dat echter uiterst subtiel en zwierig werd gespeeld door het flink uitgedunde orkest. Jansons beloonde het orkest met een noviteit: bij het applaus liet hij alle orkestleden apart opstaan, ook de violisten op de derde rij. Het gebaar zorgde voor extra luim en een aanzwellend applaus. Na de pauze serieuzer werk met de Vierde van Mahler. Het was een heuglijke uitvoering. Ik hoorde al vele grote dirigenten deze symfonie uitvoeren (waaronder Bernstein, Haitink, Chailly, Rattle, Fischer), maar geen van die best grootse uitvoeringen was zo vloeiend, transparant en subtiel als deze avond met Jansons. Relatief hoge tempi, en toch klonk alles heel beheerst en homogeen. In het eerste en tweede deel werkte dat prachtig; wat een verschil met de markante en expressieve vertolking van het tweede deel indertijd door Chailly. Het Ruhevoll vond ik daarentegen iets te vloeiend, hoe sonoor alles ook werd gespeeld; ik miste de dramatiek die toch ook in dit deel zit. Dorothea Röschmann verving de zieke Genia Kühmeier en dat zorgde voor een heel andere invulling van het slotdeel. Kühmeier is een slanke sopraan die engelachtig kan zingen; Röschmann is zowat het tegenovergestelde: haar timbre is donker, tegen het rauwe aan, en zij zong haar tekst uiterst expressief. Op zich best fraai gedaan, maar ik betwijfel of Jansons dit aanvankelijk in gedachten had.

13 februari 2015

Concert 5 & 7 februari 2015

Donderdag 5 en zaterdag 7 februari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Semyon Bychkov
Katia en Maria Labèque (piano's) (5 febr)
Simon Höfele, trompet (7 febr)

Mozart: Concert voor twee piano's en orkest
Haydn: Trompetconcert
R. Strauss: Eine Alpensinfonie

Tussen de subtiele, sprankelende Rossini-uitvoeringen door twee keer de Alpensinfonie; dat is gevarieerd en welluidend luisteren. Bychkov mag na zijn geslaagde rentrée in 2011 (zie hier) weer regelmatig terugkeren bij het KCO, ofschoon hij geen uitzonderlijk verrassende uitvoeringen presenteert. De Alpensinfonie klonk twee keer prima, vloeiend en goed afgewerkt, maar overrompelend werd het niet. Het orkest speelde prachtig sonoor, en dan valt er een hoop te genieten met dit stuk, maar de extra verfijning ontbrak. Tijdens het abonnementsconcert op donderdag klonk voor de pauze het Dubbelconcert van Mozart door de zusjes Labèque; het is een speels en soepel concert, maar heeft wel wat extra power nodig om volledig te kunnen boeien. Ik heb er een cd-opname van met Nikolaus Harnoncourt, Chick Chorea en Friedrich Gulda, ook met het KCO, en die uitvoering is spannend en uitdagend. Bychkov en de Labéques speelden het concert te gewoontjes en dan blijft het concert te eendimensionaal. Op zaterdag speelde de 20-jarige trompettist Simon Höfele tijdens het Essentials-concert het eveneens wat eendimensionale concert van Haydn. Thomas Vanderveken gaf weer aanstekelijke inleidingen. Het blijkt een succesvolle formule: de zaal zowat uitverkocht, vol jongeren, en de inleidingen van Vanderveken met powerpoints op grote schermen zetten je voorafgaand aan de uitvoeringen op het juiste spoor. Die inleidingen mogen best apart gepubliceerd worden; ze zijn het bekijken meer dan waard.

09 februari 2015

Opera 29 januari, 3 & 8 februari 2015

Donderdag 29 januari, dinsdag 3 februari, zondag 8 februari 2015, Muziektheather Amsterdam
De Nationale Opera

Rossini: Il viaggio a Reims

Corinna - Eleonora Buratto
La Marchesa Melibea - Anna Goryachova
La Contessa di Folleville - Nino Machaidze
Madama Cortese - Carmen Gionnattasio
Il Cavaliere Belfiore - Juan Francisco Gatell
Il Conte di Libenskof - Michael Spyres
Lord Sidney - Roberto Tagliavini
Don Profondo - Nicola Ulivieri
Il Barone di Trombonok - Bruno De Simone
Don Alvaro - Mario Cassi
Don Prudenzo - Biagio Pizzuti
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Stefano Montanari

Ieder mens heeft zo zijn eigenaardigheden, en het geen weerstand kunnen bieden aan grandioze operaproducties is één van de mijne. Enfin, ik schreef in mijn weblog over de premièrevoorstelling van Il viaggio a Reims (zie hieronder) dat ik nog twee keer zou gaan; het werden er drie - ik beschrijf ze hier gemakshalve in één log. Ik deed het vaker: drie keer naar eenzelfde opera uit een serie voorstellingen, maar vier keer kwam nog niet eerder voor. En hoe overdadig het ook overkomt: ik heb alle keren met volle teugen genoten, zag en hoorde al die drie volgende keren alsof ze de eerste en enige keer waren. Op detailpunten was dat overigens ook zo, want Montanari varieerde er in zijn begeleidingen lustig op los. Bij de laatste voorstelling zat ik op de tweede rij, en zag de orkestleden regelmatig glimlachen om weer andere accentueringen - die zij overigens vol overtuiging en accuratesse opvolgden. Orkest, zangers en dirigent hadden er zichtbaar plezier in; ik hoorde van iemand die in deze productie een mimerol speelde, dat iedereen er ook enorm veel lol in had. Logisch eigenlijk: de muziek van Rossini is zomers aanstekelijk, en de enscenering uitermate intelligent, speels en coherent. Enige kritiek die je op het geheel zou kunnen hebben is dat de uitbeelding dikwijls niet strookt met wat er gezongen wordt. Wie de boventiteling meesleest en op die manier de handeling probeert te volgen, raakt al snel in complete verwarring door wat er op het toneel te zien is. Maar ja: eigenlijk is er geen handeling in deze opera, sluiten een aantal taferelen inhoudelijk niet op elkaar aan, of beter: staan volledig los van elkaar, en biedt de enscenering van deze productie meer lijn en ontwikkeling dan het verhaal van de opera zelf. Van de zangers sprongen Eleonora Buratto, Nino Machaidze, Carmen Gionnattasio en Michael Spyres eruit. De aria's van Corinna en het duet van Madama Cortese en Il Conte di Libenskof direct na de pauze vormen de vocale hoogtepunten van de voorstelling, ook al worden eigenlijk alle taferelen prachtig vertolkt. Ik kan nog lang doorgaan, maar het moge duidelijk zijn dat ik vier avonden in de zevende hemel heb vertoefd. Daarom bovenin gewoon maar een van de bekendste foto's van de grote Rossini op latere leeftijd. Ik kan er lang naar kijken. Uit die kop kwam toch al die fabelachtige muziek. (Als je erop klikt komt de foto fraai vergroot en scherp op je scherm.)

23 januari 2015

Opera 20 januari 2015

Dinsdag 20 januari 2015, Muziektheather Amsterdam
De Nationale Opera

Rossini: Il viaggio a Reims

Corinna - Eleonora Buratto
La Marchesa Melibea - Anna Goryachova
La Contessa di Folleville - Nino Machaidze
Madama Cortese - Carmen Gionnattasio
Il Cavaliere Belfiore - Juan Francisco Gatell
Il Conte di Libenskof - Michael Spyres
Lord Sidney - Roberto Tagliavini
Don Profondo - Nicola Ulivieri
Il Barone di Trombonok - Bruno De Simone
Don Alvaro - Mario Cassi
Don Prudenzo - Biagio Pizzuti
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Stefano Montanari

Ik verheugde me al op deze productie sinds het uitkomen van de seizoensbrochure, eind februari vorig jaar. Il viaggio a Reims vind ik Rossini's meest sprankelende en rijke opera; zelfs de Barbier is niet zo goed als Il viaggio. Deze éénakter in 26 taferelen is een aaneenschakeling van briljante aria's, duetten en ensembles. Het begint al met die duizelingwekkende aria van Madama Cortese, gevolgd door een even hilarisch als subliem optreden van de Contessa di Folleville. Ze valt in katzwijn nadat ze te horen heeft gekregen dat de koets met haar spullen is omgeslagen. Als dan toch enkele schoenen en een hoed de ramp hebben overleefd, is dat aanleiding voor weer een feestelijke aria. Enzovoort, enzovoort. Het enseblestuk voor 14 stemmen a capella en het daaropvolgende in sneltreinvaart gezongen 20ste tafereel is het piece de résistance van deze opera, misschien wel van heel Rossini's oeuvre. We zijn dan al ruim een uur en drie kwartier onderweg; maar het logische slot voor de pauze. Daarna volgt nog een klein uur finale, zowel muzikaal als scenisch een hoogtepunt in de geschiedenis van opera in Nederland. De wijze waarop alles samenvalt in het tableau vivant waarin het schilderij van de kroning van Charles X van François Gérard wordt uitgebeeld (en daarmee vervloeiend), beneemt je volledig de adem, maar niet nadat dat al gebeurde door de lange aria van Corinne (veel langer dan op mijn cd-opname). Maar zo goed en breekbaar gezongen door Eleonora Buratto, dat de zaal na al die jolijt opeens muisstil werd. Ik fietste hoopvol naar het Muziektheater en fietste gelukzalig weer terug. Vooral ook in de wetenschap dat ik nog twee keer ga. Klik maar even op de foto hierboven...
Inmiddels las ik ook al wat recensies. Ik moet misschien maar stoppen die te lezen, want ik begrijp er steeds minder van. Erik Voermans in Het Parool geeft 3 van de 5 sterren aan deze productie. Maar dit zijn wel zijn woorden: oogstrelend spektakel, de regisseur krijgt het onmogelijke voor elkaar, prachtig zingend koor, je weet helemaal niet meer wat je hoort, het orkest maakt alle opwinding voelbaar, de musici spelen vol vuur, ijzersterke cast, etc. Reden voor die 3 sterren is dat hij Rossini wat te traag voor deze tijd vindt. Zelfs de slotaria van Corinne vindt hij te lang. Wel mooi gezongen. En de begeleiding van de harpiste is schitterend. Begrijpt u het?

22 januari 2015

Concert 15 januari 2015

Donderdag 15 januari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Christianne Stotijn, mezzosopraan
Groot Omroepkoor, Nationaal Jongenskoor, Nationaal Kinderkoor

Mahler: Symfonie nr. 3

Voor dit concert en dat van de dag erna was aanvankelijk Haitink ingepland, maar nu hij weer eens in onmin met de orkestdirectie leeft werd Daniele Gatti ingehuurd, nog voordat bekend werd dat Jansons er als chefdirigent ermee zou ophouden en dus dat Gatti als toekomstig chef kon worden benoemd. Een onvoorziene rondedans van voormalige, huidige en toekomstige chefdirigenten derhalve. Maar uiteindelijk gewoon een geweldig concert met de langste symfonie uit het klassieke orkestrepertoire. En na de prachtige uitvoering van de Zesde eerder dit seizoen (zie hier) opnieuw Gatti met Mahler. Mengelberg, Haitink en ook Chailly werden (in Amsterdam) groot met Mahler, maar dirigeerden zijn symfonieën pas toen zij chefdirigent van het Concertgebouworkest waren (van Van Beinum weet ik het niet zeker - zoveel Mahler dirigeerde hij trouwens niet), en Jansons dirigeerde vóór zijn benoeming als chef alleen de Zevende. Gatti daarentegen heeft nog voor zijn start als chef al bijna de helft van Mahlers symfonieën op de Amsterdamse lessenaars gehad (resp. 5, 9, 6 en nu 3). Moge hij de Haitinkse gewoonte van uitvoeren en hernemen herintroduceren. Deze uitvoering vond ik trouwens erg in de stijl van Haitink: niet de permanente spanning van noot tot noot zoals bij Chailly en Jansons (hoe geweldig ook), maar meer een vloeiende opbouw naar een culminerend slot. De opening van het eerste deel vond ik wat 'gewoontjes', maar het paste uiteindelijk in de visie van Gatti: niet meteen al je kruit verschieten maar uitsmeren over ruim één uur en drie kwartier. Het slotdeel werd relatief langzaam genomen en kreeg daardoor de emotionele lading die het deel toekomt. Ik vond het vocale aandeel niet helemaal overtuigend. Christianne Stotijn is misschien al weer op haar retour, en de kinderkoren vielen een beetje weg in het geheel. Maar net als bij de Zesde maakte Gatti duidelijk dat hij de Amsterdamse Mahlertraditie in ere zal houden. Prachtig concert!
De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO, genomen tijdens de repetities.

19 januari 2015

Concert 7 januari 2015

Woensdag 7 januari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Debussy: Ibéria uit 'Trois images pour orchestre'
De Falla: Suite uit 'El sombrero de tres picos'
Massenet: Scènes napolitanes
Respighi: Pini di Roma

Een op het eerste gezicht allegaartje aan stukken, maar op de keper beschouwd heel overdacht. Voor de pauze Spanje, na de pauze Italië. En dan steeds eerst een Franse componist gevolgd door eentje uit het eigen land. Het was duidelijk: bij Spanje won de Fransman het van de Spanjaard, en bij Italië won de Italiaan het van de Fransman. De Falla en Massenet schreven aantrekkelijke stukken, maar deze overstegen het niveau van feestnummers met moeite. Jansons had zin in het nieuwe jaar, en het KCO ook, dus deze stukken knalden de zaal in. Ibéria hoorde ik al heel lang niet meer; het is Debussy op zijn toegankelijkst. Ik was uiteindelijk gekomen voor Respighi, een naar mijn mening volledig ondergewaardeerde componist. Die sublieme Pini di Roma hoorde ik een paar jaar geleden ook al eens (zie hier), maar wanneer nu eens die andere Romeinse stukken, of al die andere kleurrijke composties die zo ontegenzeggelijk van Respighi zijn? Want er valt zeker het nodige op de kwaliteit van zijn werken af te dingen, maar ze hebben dikwijls wel degelijk een eigen signatuur. En die mag veel vaker gehoord worden. Misschien dat Gatti eens wat stukken hier introduceert? Pini di Roma is een geweldig werk, en kreeg deze avond een prachtige uitvoering: bont, subtiel, spannend en overdonderend. Waar die nachtegaal vandaan kwam, heb ik niet kunnen achterhalen. Maar de koperblazers op de zijbalkons en bovenaan de trappen in de Via appia deden het gebouw op zijn grondvesten trillen. Zoals het hoort in dit slotdeel!

07 januari 2015

Opera 19 december 2014

Vrijdag 19 december 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Puccini: La bohème

Mimì - Grazia Doronzio
Musetta - Joyce El-Khoury
Rodolfo - Atalla Ayan
Marcello - Massimo Cavalletti
Schaunard - Thomas Oliemans
Colline - Gianluca Buratto
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orlest o.l.v. Renato Palumbo

Deze nieuwe productie van Puccini's meesterwerk is een schot in de roos. De enscenering is prachtig tijdeigen, functioneel en toch heel fijnzinnig. De hoofdrolzangers zijn jong, geloofwaardig en passen uitstekend bij hun rol. Mimi komt als een wat plomp meisje op, en blijft ook steeds dat lieflijk-schuchtere naaistertje ten opzichte van de mondaine Musetta. Rodolfo is een jonge dertiger, en aanvankelijk gewoon een van de vier jonge mislukte kunstenaars. Met zijn voorstel-aria slaat muzikaal de vlam in de pan, en Atalla Ayan ontpopte zich tot een prachtige Rodolfo. Ook Doronzio, El-Khoury en de andere zangers bleken uitstekend gecast. Geen muzikaal vuurwerk, maar een fraai afgewogen en - je zou haast zeggen - authentieke uitvoering. Renato Palumbo bleek de perfecte dirigent. Het orkest klonk slank, prima in balans met de zangers en uiterst precies. Bijzonder fraaie voorstelling!

Concert 17 december 2014

Woensdag 17 december 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Denis Matsuev, piano

Martinu: La Rhapsodie
Lutoslawski: Variaties op een thema van Paganini
Gershwin: Rhapsodie in Blue
Chabrier: España
Ravel: Rapsodie espagnole
Liszt: Tweede hongaarse rapsodie

Een concert met maar liefst 6 verschillende werken van evenzoveel componisten; een rapsodie van rapsodieën. Het gevaar bestaat dat het concert vooral een serie traplopen en changementen wordt, maar dat was gelukkig hier niet het geval. Gewoon een serie heerlijke stukken, grandioos en bevlogen uitgevoerd. Hoogtepunt was het optreden van Denis Matsuev, een enorme vent die ongelooflijk virtuoos kan spelen. Dat was ook wel nodig, want de Variaties van Lutoslawski en de Rhapsody in Blue van Gershwin zijn geen makkelijke stukken om te spelen. Daarna speelde hij een zomogelijk nog onspeelbaarder toegift. De zaal beloonde hem met groot gejuich. Ook fijn om eens die heerlijke Tweede hongaarse rapsodie van Liszt te horen. Ik hen het stuk al sinds mijn zestiende; ik kreeg toen een plaat met een opname van dit stuk door de Berliner Phiulharmoniker o.l.v. Von Karajan. Later kocht ik de cd-versie. Die opname is grandioos: hard, kamerbreed, rauw, soms enorm ongelijk, maar onweerstaanbaar. Jansons kwam tot een slankere uitvoering, ook wat sneller. Gewoon een subliem stuk muziek.

01 december 2014

Concert 27 november 2014

Donderdag 27 november 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti

Mahler: Symfonie nr. 6

Dit was het eerste concert onder leiding van Gatti sinds bekend werd dat hij met ingang van het seizoen 2015-2016 de volgende chef-dirigent van het KCO wordt, toevalligerwijs onderdeel van mijn KCO-abonnement. Een volle zaal derhalve en het journaille op scherp. Ik ben slechts een blogger, een amateurverslaggever die roept wat hem voor de geest komt. Maar het is interessant te lezen wat de betaalde, professionele scribenten van de landelijke dagbladpers te berde brachten in hun pogingen dit ene concert van Gatti als zijn ultieme toelatingsexamen te beoordelen. Eerst maar Erik Voermans in Het Parool (zie hier zijn hele recensie); hij begaat de nodige uitglijders. Hij schrijft: 'Wat wel enige zorgen baarde, was dat Gatti niets toevoegde aan de bestaande canon van Zesdes...'. De kop boven het artikel (in de papieren krant): 'Beetje te eigenwijs, die Gatti.' Verder bekritiseert hij Gatti om zijn keuze om het Scherzo als tweede deel te spelen en het Andante als derde deel. 'Haitink en Jansons gaan hierin niet met Gatti mee,' schrijft Voermans, en ook dat je daar 'fundamentele kritiek op kunt hebben om die delen om te draaien.' Nou, Haitink hield bij zijn opname in 1966 dezelfde volgorde aan als Gatti nu. Zoals ook Von Karajan, Inbal, Bernstein, Chailly (met het KCO) en Boulez op hun opnames. Voermans weet het echter beter. Het is pas sinds een jaar of tien dat de volgorde Andante-Scherzo in zwang is. Dus Gatti draaide de volgorde niet om; hij koos voor de traditionele volgorde die pas sinds kort ter discussie staat. Om die keuze dan als fundamenteel verkeerd weg te zetten... Hoe zeker is Voermans trouwens dat de volgorde Andante-Scherzo de juiste is? De scribente van de Volkskrant heeft zich helemaal ingedekt tegen iedere vorm van positiviteit (hier) en spreekt over groepen mensen die de zaal verlaten (terwijl er gewoon één meneer onwel werd en door omstanders werd weggeloodst), en ook zij rept van het Andante als gebruikelijke tweede deel. En je moet maar durven om als stukjesschrijver een aanvoerder van een orkestgroep die verklaart nog nooit zo goed te hebben gerepeteerd te overrulen door te schrijven dat het orkest zichzelf niet meer is. Biëlla Luttmer vindt zichzelf kennelijk de Eduard Hanslick van de 21ste eeuw! Ja, ik kan mij volledig vinden in wat Peter van der Lint in Trouw schrijft (hier). In mijn eigen woorden: het was een prachtige, spannende en enorm bij de lurven grijpende uitvoering. Ik vind die Zesde een enorm ongemakkelijk werk, en daarom is het misschien wel Mahlers beste. Ik verheug me eigenlijk nooit op een uitvoering ervan, het stuk brengt je volledig uit je 'comfort zone'. Maar Gatti wist dat helemaal te bewerkstelligen. En ja, ik ben ook maar een scribent die roept wat-i vindt. Als Voermans en Luttmer met hun stukjes moesten worden beoordeeld zoals zij Gatti bij dit concert beoordelen (als toelatingsexamen), dan zakten zij wat mij betreft met dubbele cijfers. Niet omdat zij een andere mening zijn toegedaan over de kwaliteit (over smaak valt niet te twisten), maar omdat zij feitelijke lulkoek verkopen en die hanteren als dragende argumenten.

29 november 2014

Opera 26 november 2014

Woensdag 26 november 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Wagner: Lohengrin

Lohengrin - Nikolai Schukoff
Elsa - Juliane Banse
Heinrich der Vogler - Günther Groissböck
Friedrich von Telramund - Evgeny Nikitin
Ortrud - Michaela Schuster
Heerrufer - Bastiaan Everink
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Nog een keer naar deze prachtige opera. Ik zat nu op rij 7, en dan is de beleving toch krachtiger dan vanaf rij 16. Er werd naar mijn idee iets beter gezongen; het orkest speelde wederom fantastisch. Marc Albrecht heeft duidelijk gezag bij het orkest. Lohengrin is niet Wagners beste opera, maar voor 75% biedt het wel al alle ingrediënten van zijn latere opera's: symboliek, uitgesponnen confrontaties, een verhaallijn waar alle details uiteindelijk in elkaar grijpen. En alleen in Lohengrin een fenomenale stuwing in de koor- en orkestpartij, in de tweede akte. Heerlijk!

Concert 21 november 2014

Vrijdag 21 november 2014, Concertgebouw Amsterdam
Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Bernard Haitink
Emanuel Ax, piano

Brahms: Pianoconcert nr. 2
Brahms: Symfonie nr. 4

Evenals de Beethovencyclus verdeelt Haitink zijn Brahmscyclus met het COE over twee jaar. Vorig jaar was ik bij het concert met het Dubbelconcert en de Eerste symfonie (zie hier), en nu die met het Tweede panoconcert en de Vierde symfonie. Twee avonden voor dit concert speelden Ax en Haitink met het COE het Eerste pianoconcert en de Derde symfonie, maar ik liet dat voorbijgaan; drie jaar geleden deden ze hetzelfde programnma ook al bij het KCO (zie hier). Het Tweede pianoconcert hoorde ik in tegenstelling tot het Eerste al heel lang niet meer live, terwijl het zo'n grandioos concert is. Brahms laat de presentatie van de openingsthema's van het eerste en derde deel aan andere solo-instrumenten over (resp. de hoorn en de cello), maar de pianist heeft genoeg voorhanden. Die passage met de akkoordenstapelingen in het derde deel, vlak voor de herneming van het openingsthema, behoort tot de fraaiste momenten uit de concertliteratuur. Over de kwaliteiten van de Vierde symfonie houd ik het kort. Iedere extra letter doet er afbreuk aan. Ax en Haitink musiceerden met verbluffende en nog steeds verbazingwekkende autoriteit. Brahms kun je op vele manieren goed spelen, maar zo subliem als tijdens dit concert klinkt Brahms zelden.