20 februari 2009

Anthology KCO 5


Ik koop nagenoeg alle cd's die in de serie RCOlive verschijnen, alsook de cd-boxen onder de naam Anthology ogf the Royal Concertgebouw Orchestra. Na vier dozen met opnames uit eerdere decennia verscheen onlangs deel vijf met daarin opanmes gemaakt tussen 1980 en 1990. Op 9 november 1985 bezocht ik voor het eerst het Concertgebouw(orkest) en werd snel daarna een regelmatige bezoeker. In deze box dus enkele concerten die ik heb bijgewoond (of de parallelle concerten een dag of wat ervoor/erna): Leonard Bernstein met Schubert 5 en Mahler 1, Harnoncourt met Beethoven 3 en Leinsdorf met Strauss' Suite uit Die Frau ohne Schatten. De Bernstein-concerten vonden op verschillende data plaats (na Schubert 5 speelden ze Mahler 4 met die jongenssopraan; Mahler 1 werd voorafgegaan door Schubert 8); het waren bij elkaar vier concerten die ik nooit meer zal vergeten. De twee Bernstein-concerten vanwege Bernstein, het Harnoncourt-concert vanwege het gruwelijk hoge tempo in het eerste deel van de Eroïca (in de krant stond: het Concertgebouwortkest speelt zich uit de naad deze week) - maar vergelijk deze uitvoering eens met Harnoncourts officiële Teldec-opname van Beethoven 3 met het Chamber Orchestra of Europe... tja, wat een orkest ook toen al!, en Leinsdorf vanwege zijn typische manier van dirigeren: hij keek steevast in de partituur en daarna over zijn bril met een blik van: jullie doen toch wel wat er staat? Maar het was wel die grootse Leinsdorf van wie in mijn cd-kast superbe opnames staan van Die Walküre, Un ballo in maschera, Macbeth en Die tote Stadt...! Ik heb nog niet alle 14 cd's van deze box beluisterd, maar ik heb hiernaast inmiddels wel enkele fantastische opnames beluisterd van Carlo Maria Giulini die in juni 1979 een fenomenale Brahms 4 dirigeerde (later in de jaren '80 hoorde en zag ik hem in hetzelfde werk bij het (K)CO), Kondrashin met een prachtige Nielsen 5 en Martha Argerich die in november 1983 o.l.v. Neeme Järvi een geweldige uitvoering van Beethovens Tweede pianoconcert weggaf. Momenteel op de koptelefoon Tsjaikovsky 6 o.l.v Antal Doráti dd 14 mei 1983 (in het derde deel in een trager tempo dan we gewend zijn, maar wat speelt het orkest geweldig!), die ik later eveneens een keer zag dirigeren, met het Concertgebouworkest in de PW-Alexanderzaal in het Congresgebouw in Den Haag met o.a. Beethoven 7. Ach ja, dit soort uitgaves vertelt je dat je oud wordt...
Hoe fraai allemaal ook, ik vind de box niet helemaal geslaagd. Belangrijkste reden: de box bevat opnames die al elders op cd zijn verschenen. Daardoor wordt de kans gemist 100 procent aanvullend en dus ultiem interessant te zijn. Want die Mahler 1 en Schubert 5 van Bernstein verschenen ook al als live-opname op DG, de Bruckner 6 o.l.v. Jochum (met de coupures in het slotdeel) op Tahra (waarom dan niet Jochums laatste KCO-concert, in 1986 met Bruckner 5, eveneens op Tahra uitgebracht maar wel een concert dat speciale betekenis had en heeft - en ja, ik was daarbij), en Haitink nam Schumann 1 ook voor Philips op. Het is net als in de Chailly-box uit de KCO-dirigentenserie: waarom nu juist Mahler 8 (ook op cd verschenen) en niet die sublieme uitvoering van Mahler 10, die Chailly ook met het het Radio-orkest uit Berlijn opnam, maar waarvan zijn KCO-uitvoering een échte aanvulling op de catalogus vormt! Misschien ben ik een zeikerd, maar het zijn details die deze box voor 90% geweldig maken, en niet voor 100%. Maar met deze box heb ik opnames in huis waar ik zelf deelgenoot van was, en daar kan geen studio-opname tegenop.

Operaseizoen 09-10


Afgelopen week verscheen de nieuwe seizoensbrochure van De Nederlandse Opera. Het belooft een prachtig seizoen te worden, met interessante nieuwe producties van o.a. La Juive van Halévy, Salome van Strauss, La fanciulla del West van Puccini (met Eva-Maria Westbroek!) en Der fliegende Holländer van Wagner. Represes om naar uit te kijken zijn die van Le nozze di Figaro van Mozart (een geweldige enscenering) en Les troyens van Berlioz. Daarnaast nog wat (relatief) kleinschaliger werk met Dido and Aeneas van Purcell, en Hertog Blauwbaarts burcht van Bartók. Voor het volledige programma zie de website van DNO.

Wat me echter toch al een poosje bezighoudt: er zijn sinds het jaar dat DNO in het Muziektheater huist (1987) nog steeds enkele operakrakers en subtoppers die op hun eerste enscenering wachten:
Verdi: Il trovatore en La forza del destino
Von Weber: Der Freischütz
Offenbach: Les contes d'Hoffmann
Rossini: La cenerentola en Guillaume Tell
Puccini: Manon Lescaut
Moessorgsky: Khovantsjina
Dvorak: Rusalka

Natuurlijk zijn er nog een heleboel andere opera's te noemen die nog niet eerder in het Muziektheater zijn uitgevoerd, maar deze zijn m.i. toch wel de bekendste van het achterstallig onderhoud. Er zitten er een paar bij waar Riccardo Chailly wel raad mee zou weten (zie mijn vorige log).

Concert 15 februari 2009


Zondag 15 februari 2009, Concertgebouw Amsterdam
Gewandhausorchester Leipzig o.l.v. Riccardo Chailly

Mendelssohn: Symfonie nr. 3
Bruckner: Symfonie nr. 3


Deze weblog bestaat nu ruim 2,5 jaar en in die tijd passeerden bijvoorbeeld Haitink en Metzmacher ieder 9 keer, Jansons 17 keer, en Gergiev en Fischer ieder 4 keer. Chailly ontbrak echter nog in de dirigentenlijst, terwijl ik hem tijdens zijn gehele chefdirigentschap bij het KCO vele keren heb zien/horen dirigeren. Enfin, nu toch eindelijk Chailly in de lijst, met zijn eerste concert in het Concertgebouw sinds zijn vertrek bij het KCO in juni 2004. Zo negatief als het Parool of zo positief als de NRC zou ik dit concert niet willen beoordelen. Chailly dirigeerde enthousiast en gedreven en in de Schotse van Mendelssohn pakte dat prachtig uit. Er lag een wat afwijkende versie van deze heerlijke symfonie op de lessenaars, want ik hoorde enkele onbekende frases en overgangen, maar zowel Preludium als de recensies maakten geen melding van een oer- of nog niet eerder ontdekte definitieve versie of iets dergelijks. Chailly dwong relatief hoge tempi af, en dit orkest dat deze symfonie ook in 1842 bij zijn première speelde, wist daar voldoende raad mee. Toch kwamen ook al in deze symfonie, maar zeker in de uitvoering van de Derde van Bruckner de onvolkomenheden van dit Leipziger orkest aan het licht. Het orkest is weliswaar een goed ensemble, maar ook niet meer dan dat. De strijkers, hout- en koperblazers vormen geen naadloze eenheid en met name de blazers lieten steekjes vallen. Eveneens nergens vermeld: Chailly liet de tweede versie van Bruckners Derde spelen, inclusief die verrukkelijk stormachtige Coda van het Scherzo. Chailly heeft nog zeker het nodige te verrichten in Leipzig wil het orkest enigszins in de buurt komen van het niveau van het KCO. Moge hij snel over zijn rare houding heenstappen om voorlopig niet naar zijn oude orkest terug te keren. Misschien een idee om hem een opera te laten doen...?

08 februari 2009

Opera 7 februari 2009


Zaterdag 7 februari 2009, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant

Wagner: Die Meistersinger von Nürnberg

Hans Sachs - Robert Holl
Veit Pogner - Ain Anger
Sixtus Beckmesser - Eike Wilm Schulte
Walther von Stolzing - Burkhard Fritz
David - Rainer Trost
Eva - Barbara Haveman
Magdalene - Elizabeth Bishop
Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden

Een jaar en enkele dagen geleden zat ik op het podium bij de concertante uitvoering van Lohengrin, gedirigeerd door Jaap van Zweden (hier de weblog daarvan). Toen een revelatie, en nu haast vanzelfspreklend: een prachtige Wagner-uitvoering, in belangrijke mate door Nederlanders gedragen (dirigent, orkest, koor en twee belangrijke rollen). Een zeldzaamheid bovendien: ik moest mijn wekker zetten om voldoende op tijd in het Concertgebouw te zijn. De uitvoering begon al om 11.00 - een planningsfoutje omdat er ook al een avondconcert in de Grote Zaal ingeboekt stond? Wagner, orkest en Van Zweden zorgden er echter voor dat ik om 11.15 uur mijn tijdsbesef helemaal vergeten was. Want het moet nog maar eens onderstreept worden: Die Meistersinger von Nürnberg is een verrukkelijke, leuke, ontroerende en meesterlijk gecomponeerde opera. De ouverture is sowieso een van de allerbeste geschreven orkestwerken en behoort tot mijn ultieme lievelingsstukken. Evenals bij de Lohengrin vorig jaar zat ik niet ideaal: opnieuw op het podium, en nu langs de trap. Prachtig uitzicht, dat wel, maar ik had liever de zangers van voren bekeken. De balans tussen zangers en orkest viel daardoor in mijn oren uit in het nadeel van de zangers, dus het is lastig een afgewogen oordeel te vellen over hun presteren. Dat wil niet zeggen dat ik niet van hen genoten heb: Holl zong en acteerde met autoriteit, Schulte zette een uitstekende Beckmesser neer (m.i. één van de moeilijkste Wagner-rollen) en Trost oogde en zong een jeugdige David; Fritz en Haveman vond ik goed maar niet uitzonderlijk. Het Groot Omroepkoor en het Radio Philharmonisch bleken betrouwbare en harmonieuze partijen voor deze complexe materie. Maar ondanks alle grootse prestaties van de uitvoerenden: de meeste hulde moet toch uitgaan naar Wagner (hierboven een foto uit de tijd waarin hij aan de opera werkte) die met Die Meistersinger von Nürnberg een verrukkelijk meesterwerk componeerde vol sublieme details. Waar Mozart in Don Giovanni verwijst naar Le nozze di Figaro (zonder die naam te noemen), verwijst Wagner geweldig geïntegreerd in het lopende verhaal wél met naam en toenaam naar een eerdere compositie (Tristan und Isolde): de eerste heuse opera-trailer! Moge Van Zweden doorgaan met een concertante Wagner-cyclus...

06 februari 2009

Concert 5 februari 2008


Donderdag 5 februari 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Krassimira Stoyanova, sopraan
Mihoko Fujimura, alt
Klaus Florian Vogt, tenor
Thomas Quasthoff, bas
Wiener Singverein

Dvorák: Requiem

Voorafgaande aan dit concert verheugde ik mij niet heel bijzonder op deze avond, maar had ik meer een stille hoop dat het mij onbekende werk alleszins mee zou vallen. De avond werd een geweldige belevenis! Op het moment dat ik dit schrijf vindt in het Concertgebouw de herhaling van die uitvoering plaats, en ik ben bij wijze van spreken jaloers op de huidige concertgangers. Want het was een groots concert. Ik heb van het Requiem van Dvorák weliswaar een cd-opname in de kast staan (Kertesz), maar die heb ik nog nooit beluisterd. Een ultiem meesterwerk bleek het niet te zijn, maar zoals het gisteravond werd uitgevoerd was het mooi, mooier, mooist! Ondanks enkele minieme uitglijdertjes bij een enkel orkestlid zat daar een werkelijk prachtig spelend orkest, waarvoor een solistenkwartet dat bewees dat een goede keuze van solisten tot hemelse combinaties leidt, en achter dat orkest een befaamd koor dat terecht tot de beroemdste koorensembles ter wereld gerekend wordt. En tja, het wordt haast saai, maar dat alles onder leiding van een dirigent die zo veelzijdig is en daarin welhaast permanent excelleert dat het bijna vanzelfsprekend lijkt. Voorafgaande aan het concert werd omgeroepen dat van de uitvoering een live-cd-opname zou worden gemaakt, en dat het publiek daarom werd verzocht stil te zijn (alsof dat niet de regel is). Mede daarom, maar volgens mij ook door de prachtig-zuivere uitvoering was het publiek muisstil. De uitvoering kan zo op de band wat mij betreft. Het was één uur en drie kwartier genieten van samenspel op het hoogst denkbare niveau, waarbij de afzonderlijke bijdragen eveneens een lust voor het oor bleken. Want dat grootse koor zong zuiver, slank en warm en soms ook lekker breed en vol. En dat solistenkwartet bestond uit vier topzangers; hoe fraai de dames daarvan ook zongen, mijn aandacht ging uit naar die lange blonde germaanse god met zijn zuiver kinderlijk-jeugdige stem en die misvormde nibelung-kobold met de fraaiste bas-bariton die ik ooit live hoorde. En dat KCO: ach ja, hoe gelukkiger kan een orkestminnend mens dan nog zijn...?

30 januari 2009

Opera 28 januari 2009


Woensdag 28 januari 2009, Het Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Cavalli: Ercole amante

Ercole - Luca Pisaroni
Ione - Veronica Cangemi
Giunone - Anna Bonitatibus
Illo - Jeremy Ovenden
Deianira - Anna maria Panzarella
Licco - Marlin Miller
Koor van De Nederlandse Opera
Concerto Köln o.l.v. Ivor Bolton

Ik schreef al eens dat regisseurs een eigen handtekening bezitten in de uitbeeldingen van opera's. De regisseur deze Cavalli-opera, David Alden, was bij DNO één keer eerder te gast, in 1990 met een regie die hoog in de ranglijst van meest afschuwelijke en mislukte operaproducties staat: Un ballo in maschera. Ik bezocht daarvan toen de première, en zelden heb ik een regisseur zo horen uitjouwen. Bij zijn rentrée met deze nieuwe productie schijnt hij precies tegenovergesteld ontvangen te zijn. Vanwege de lovende recensies besloot ik voor deze barokopera een los kaartje te kopen. Ik verliet om 23.00 uur met een dubbel gevoel het Muziektheater. Deze herontdekte en gereconstrueerde opera van Francesco Cavalli bleek een aardig muziekwerk, maar dat me ook wat eenvormig voorkwam. Vooral de gelijkluidende klankoplossingen van welhaast ieder motief werden me wat teveel. Ik heb veel mooie muziek gehoord deze avond, maar werd er niet door geraakt. Dit tekort werd ruimschoots gecompenseerd door de overdadige enscenering. De voorstelling duurde ruim 3 uur, en voortdurend was er beweging, schoven van links naar rechts, van rechts naar links, van boven naar onder en van beneden naar boven allerlei attributen, decors, zangers, koorleden en figuranten over het toneel. De Rossini-ensceneringen van Dario Fo waren vergeleken hiermee saaie stillevens. Zeer onderhoudend, dikwijls bijzonder fraai en een enkele keer erg leuk. Maar toch ook wat overdadig. De zangers werden bij het applaus vooral toegejuicht vanwege hun acteerprestaties, en dan schiet het geheel toch zijn doel voorbij, lijkt me. Er werd zeker goed gezongen en gespeeld, ofschoon er geen uitblinkers op het podium stonden. Aparte vermelding verdient Marlin Miller, die als bediende Licco erg soepel en lenig zong en daardoor zijn rol knap uitbeeldde. En wat die handtekening van de regisseur betreft: net als indertijd bij Un ballo waren er grote plastic vissen, en deinden koorleden met armen in de lucht op de maat van de muziek heen en weer. Aan onbekende barokopera's mag Alden zich wel vergrijpen, maar liever geen standaardrepertoire.

25 januari 2009

Concert 21 januari 2009


Woensdag 21 januari 2009, Concertgebouw Amsterdam
Russisch Nationaal Orkest o.l.v. Vladimir Jurowski
Simon Trpceski, piano

Rachmaninov: Het dodeneiland
Prokofiev: Pianoconcert nr. 3
Tsjaikovksy: Symfonie nr. 6


Wanneer een Russisch orkest Russische muziek uitvoert, levert dat bijna altijd een boeiend concert op. De strijkersklank heeft altijd een extra dosis Weltschmerz, en de trompetten klinken een fractie scheller en daardoor 'authentiek'-Russisch. Het vorige concert van dit orkest in de serie wereldberoemde symfonieorkesten (in 2005) stond onder leiding van Pletnev, en dat vond ik een wat gemaniëreerd geheel. Nu dirigeerde hun eerste gastdirigent die ook al succesvolle directies bij het KCO op zijn naam heeft staan. Het hoogtepunt van het concert lag aan het begin: Het dodeneiland is misschien wel Rachmaninovs beste orkestwerk; in alle opzichten een fijnzinnig en kleurrijk meesterwerk waarin de stijlen van Wagner en Debussy een geslaagd huwelijk aangaan. Jurowski zorgde voor een bijzonder gedetailleerde en spannende uitvoering. Het Derde pianoconcert van Prokofiev biedt vooral virtuoos vuurwerk en de zich wat flamboyant gedragende Trpceski speelde het stuk feilloos. Alleen doet dit stuk me eigenlijk niet zoveel. Dan liever dat Tweede pianoconcert, dat je eigenlijk zelden of nooit hoort. In de Pathétique voelden de Russen zich natuurlijk als een vis in het water. Jurowski negeerde het standaard applaus na het derde deel door direct door te gaan met het Adagio, dat hij niet in stilte liet wegsterven maar juist een gemarkeerd-kloppend einde meegaf. Bijzonder fraai.

17 januari 2009

Concert 16 januari 2009


Vrijdag 16 januari 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Zubin Mehta
Groot Omroepkoor

Strawinsky: Symfonie in drie delen
Strawinsky: Psalmensymfonie
Strawinsky: Le sacre du printemps


Bernard Haitink noemde Zubin Mehta als het voorbeeld van de groep dirigenten die 'geen echte persoonlijkheid zijn, maar zichzelf enorm handig weten te verkopen. Iemand die met de publiciteit weet om te springen. Wel een man die zijn vak verstaat.' Zijn debuut in 2005 bij het KCO met de Achtste van Bruckner was een groot succes, ofschoon geen overrompelende uitvoering. Een optreden in 2007 met zijn eigen orkest uit Israël was slecht, maar dit Strawinsky-concert een regelrechte sensatie. Een prachtig programma, geleid door een charismatisch dirigent waar het KCO helemaal voor ging. De spitse, markante Symfonie in drie delen had ik geloof ik nog nooit eerder live gehoord, en werd subliem en transparant gespeeld. De balans tussen het relatief kleine orkest en het relatief grote koor in de Psalmensymfonie was perfect: het koor zong af en toe uiterst zacht en loepzuiver. In de Sacre legde Mehta de nadruk op de tegenstellingen: sommige passages werden haast kamermuziek, maar elders ging bijna het dak eraf. Het orkest speelde op zijn hoogste niveau, en met mijn plaats op de tweede rij van het frontbalkon precies in het midden zat ik (bijna) als een vorst. Een geweldig concert. (Als je op de foto klikt, krijg je de kop van Mehta voluit op je scherm.)

Concert 8 januari 2009


Donderdag 8 januari 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alan Gilbert
Leonidas Kavakos, viool

Schubert: Ouverture Rosamunde
Brahms: Vioolconcert
Schumann: Symfonie nr. 3


Een lekker begin van het nieuwe muzikale kalenderjaar. Eerdere concerten onder leiding van Alan Gilbert waren steevast goed (ofschoon niet uitzonderlijk), en dat gold ook voor de uitvoeringen van de de Schubert-ouverture en de Schumann-symfonie. We horen eigenlijk te weinig Schubert en zo'n bekende Rosamunde-ouverture is een feest voor het oor, zeker bij zo'n gedetailleerde uitvoering. Gilbert had in Schumann de juiste balans te pakken; wat een fraaie symfonie is deze Rheinische toch! Hoogtepunt van het concert was het optreden van meesterviolist Leonidas Kavakos in het vioolconcert van Brahms, dat masculiene stuk: een grote bek en een klein hartje. Kavakos speelde meer dan prachtig: virtuoos, technisch perfect en ook erg mooi. Er werd daarnaast door solist en orkest vooral samen muziek gemaakt, met als onvergetelijk moment het Adagio met de hobosolo van Alexei Ogrintchouk. Dan staat de tijd even stil.

18 december 2008

Concert 17 december 2008


Woensdag 17 december 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer

Bartók: Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta
Tsjaikovsky: Symfonie nr. 4


Iván Fischer is een groot dirigent. De laatste jaren zijn zijn concerten bij het KCO steevast van uitmuntende kwaliteit, en zijn optreden vorig jaar met zijn eigen Budapest Festival Orkest (met een prachtige Bruckner 7) zal ik niet snel vergeten. Trouwens, wanneer je een orkest opricht en dat (volgens de laatste peiling van Gramophone onder muziekjournalisten) in ruim 25 jaar in de top tien van de beste orkesten ter wereld weet te krijgen, dan ben je sowieso een kanjer. Deze avond stond hij weer voor wat volgens de journalisten het allerbeste orkest van de wereld is, en dat leverde een geweldig concert op. Ik hoorde de Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta al vele malen: in de A-serie kwam het stuk regelmatig langs, maar ook Solti en Levine heb ik het horen dirigeren. Zo subtiel, rijk en spits als deze avond hoorde ik het echter nog niet eerder. Na een enkel kuchje aan het begin was het hoogbejaarde publiek van de B-serie muisstil; hier gebeurde wat bijzonders. Fischer dirigeert ogenschijnlijk een beetje lomp en nonchalant, maar ieder gebaar is effectief en toepasselijk om zijn bedoeling kenbaar te maken. Dat geweldige tweede deel, waarin vooral de snaren en het slagwerk schitterende combinaties aangaan, kwam er subliem uit. Na de pauze die heerlijke Vierde van Tsjaikovsky; het was allemaal precies zoals het moest zijn: perfect opgebouwd, subliem gespeeld, en nergens over de top. Een klasse-dirigent voor een klasse-orkest. Tja, het is dat het KCO met Jansons de best denkbare chefdirigent heeft, maar voor Fischer misschien toch maar een status aparte creëren (alvast...)?

09 december 2008

Concert 7 december 2008


Zondag 7 december 2008, Doelen Rotterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. James Conlon

Mahler: Symfonie nr. 10 (uitvoeringsversie Cooke)

De Tiende van Mahler hoor je zelden of nooit. Heel lang geleden hoorde ik de Cooke-uitvoeringsversie bij het KCO o.l.v. Simon Rattle (tijdens zijn mislukte gastdirigentschap waarna hij nooit meer voor het orkest terugkeerde). Enkele jaren later dirigeerde Chailly een fenomenale uitvoering bij hetzelfde orkest; van beide dirigenten bezit ik ook een opname die ik echter nooit beluister. Nu het werk op de lessenaars van het Rotterdams Philharmonisch bleek te liggen, en ik dit weekend toch langs mijn ouders die redelijk in de buurt wonen zou gaan... Enfin, de zaal van de Doelen was deze zondagmiddag net voor de helft gevuld. Het wil in Rotterdam maar niet lukken om bij reguliere abonnementsconcerten die een populair karakter overstijgen de zaal goed gevuld te krijgen. Alleen bij bijzondere evenementen (Gergiev op bezoek, iets met kinderen of bij een aparte festiviteit) komen er voldoende mensen (uit Amsterdam ook?) naar de Doelen. Maar de basis - de vaste concertgangers die niet terugdeinzen voor onbekend repertoire - lijkt smal. Wanneer een oud-chefdirigent een groots en bijzonder Mahler-werk komt dirigeren hoort de zaal redelijk gevuld te zijn, en niet zoals afgelopen zondag te leeg... De uitvoering was niet bijzonder. Goed, maar rechtlijnig en weinig uitgesproken. Voldoende goed om het werk weer eens nader te leren kennen, maar een groot Mahler-dirigent is Conlon zeker niet. Zeker het laatste deel, met de klappen op de grote trom, hoort door merg en been te gaan. En dat gebeurde niet. Desondanks een zeer welkome hernieuwde kennismaking met dit aparte muziekstuk!

03 december 2008

Herontdekkingen in mijn cd kast 2 - Karajan 2




In mei j.l. deed ik twee beloftes: de titel boven deze log geeft aan welke. Door een hernieuwde kennismaking met een verrukkelijke cd uit mijn verzameling kan ik in één aan beide beloftes gevolg geven. Ik kocht de cd met ouvertures van Offenbach uitgevoerd door de Berliner Philharmoniker o.l.v. Von Karajan al in 1995, maar hij bleef soms jaren onbespeeld. Maar onlangs kwam hij weer uit de kast en zette ik hem op mijn iPod, zodat ik de muziek ook tijdens treinreizen en fitness-oefeningen kan beluisteren.

En op de trainingsapparaten werd ik weer helemaal blij van deze collectie ouvertures van de steevast met binocle getooide Duits-Franse componist. Ik heb de fraaiste foto's die ik op internet van hem vond in deze log geplaatst - het is gewoon een geweldige kop om naar te kijken. (Merk het verschil op tussen de foto's en de cartoon helemaal onderin...!)


En de glimlach die als vanzelf onstaat bij het zien van die foto's, komt ook tevoorschijn als je naar deze cd met ouvertures luistert.


Ik leerde de ouverture Orphée aux Enfers als puber kennen bij de fanfare in Zuid-Limburg waar ik een jaartje of zeven speelde - de dirigent leek dat wel een aardig stuk. Ik zou 'onze' uitvoering niet meer willen terughoren, maar wat Von Karajan ervan maakt is ronduit prachtig. Het hoempapa-thema aan het slot van de ouverture is wereldberoemd, maar het hoogtepunt van de ouverture (en de uitvoering) is de passage met de solo-viool. Lekker schmieren, maar wat een melodie!


Een andere onweerstaanbare ouverture is La Grande-Duchesse de Gerolstein: alleen al de bekkens die aan het begin een slag eerder inzetten! Even verderop buitelen de melodieën over elkaar heen, de ene nog heerlijker dan de andere.


De ouverture La Belle Hélène is gewoon een erg goed opgebouwd stuk. Von Karajan speelt zijn hoogste troeven uit in Vert-Vert/Kakadu een ouverture waarin de meest fijnzinnige passages worden afgewisseld met de bontste kermismuziek. De opname stamt uit de late-Von Karajan-periode (1980). Dat wil zeggen: weinig subtiel, lekker vet en massaal, en zeker niet overal even goed afgewerkt. Ik heb de indruk dat ze er maximaal twee repetities aan hebben besteed, en daarna hup op de band. Maar de kwaliteit van orkest en dirigent levert geweldige uitbundige uitvoeringen op waarin toch ook hun grootsheid doorstraalt. Een feest-cd van een feest-componist! 



28 november 2008

Concert 27 november 2008


Donderdag 27 november 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jaap van Zweden
Alexei Ogrintchouk, hobo

Wagenaar: Ouverture Cyrano de Bergerac
Mozart: Hoboconcert
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 5


Na zijn successen in de VS is Jaap van Zweden weer terug in eigen land, en nu dan mijn eerste keer dat ik hem het KCO hoorde leiden. Van Zweden is een groot dirigent, ook al dirigeert hij wat slungelig. Zijn kwaliteit ligt vooralsnog in gedrevenheid en de afwerking van het orkestspel. Alles klonk scherp, markant en precies. Hij haalde uit de vrij warrige ouverture van Wagenaar wat eruit te halen viel en de samenwerking in het hoboconcert van Mozart met Alexei Ogrintchouk kon niet beter. Ogrintchouk had er zichtbaar zin in, en zijn spel is zowel technisch als lyrisch perfect. In de hoofdschotel van dit concert, de Vijfde van Sjostakovitsj, peilde Van Zweden misschien niet de dramatische lading die ik Haitink er wel eens uit heb horen halen - dat was trouwens ruim 20 jaar geleden, met Jaap van Zweden als concertmeester... Maar de uitvoering stond als een huis, liet de muziek voor zichzelf spreken en werd prachtig sonoor gespeeld. Het KCO laat zich niet zomaar verleiden tot klasse orkestspel; Van Zweden kreeg het voor elkaar.
De foto van Van Zweden is van Marco Bakker (www.marcobakker.com) - bij wijze van copyrightvermelding.

11 november 2008

Concert 6 november 2008


Donderdag 6 november 2008, Vredenburg Leidsche Rijn, Utrecht
Koor en Orkest Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Dorothee Mields, sopraan
Damien Guillon, altus
Hans Jörg Mammel, tenor
Stephan MacLeod, bas

Bach: Cantate Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen, BWV 12
Schütz: Aus der Tiefe, SWV 25
Bach: Cantate Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir, BWV 131
Bach: Cantate Ich hatte viel bekümmernis, BWV 21


Het is alweer twee jaar geleden dat Herreweghe met zijn formatie in het Concertgebouw tijdens de zaterdagmatinee een geweldig concert gaf met enkele prachtige Bach-catates (lees de log daarvan hier). Maar in mijn herinnering nog zo kort geleden! Groot mijn vreugde toen ik opeens op internet een nieuw Cantate-concert aangekondigd zag, en dubbel groot omdat ze daarbij ook mijn favoriete cantate zouden uitvoeren: BWV 131. Het werd een subtiel feest van schoonheid, daar in die aluminium fabrieksdoos langs de snelweg A2. De cantate BWV 12 begint met een Sinfonia, en de muziek van het daaropvolgende koor gebruikte Bach later voor het Crucifixus in de Mis in b. Tja, wie daar ongevoelig voor is... De korte psalmzetting Aus der Tiefe van Schütz voor dubelkoor en basso continuo kon niet fraaier gezongen worden. 12 zangers in totaal telde het koor van Herreweghe, en wat een afwerking en homogeniteit! Over de pracht van BWV 131 geen verder woord; wie het werk niet kent moet het snel maar gaan kopen (Herreweghe nam het al heel lang geleden op, en die uitvoering is voor weinig geld te krijgen). Maarten 't Hart schrijft naar aanleiding van BWV 21 dat het jammer is dat Bach nooit een opera heeft gecomponeerd. En inderdaad: het duet tussen de Ziel en Jezus is het hoopgtepunt van deze cantate. Alleen al het spel met het 'ja' en 'nein' is geniaal. Maar voor dit duet was er ook al die prachtige sopraanaria, die door Dorothee Mields onaards mooi gezongen werd. Last but not least: in elke van deze drie Bach-cantates heeft de solo-hobo in minstens een aria of deel de tegenstem. En vanavond zat daar Marcel Ponseele in het orkest, ontegenzeggelijk de beste 'authentieke' hoboïst. Dan is het leven weer even helemaal perfect.

04 november 2008

Opera 28 oktober 2008


Maandag 28 oktober 2008, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Moessorgksy: Boris Godoenov

Boris - John Tomlinson
Feodor - Brian Asawa
Xenia - Marina Zyatkova
Sjoejski - Chris Merritt
Pimen - Vladimir Vaneev
Varlaam - Werner van Mechelen
Koor van De Nederlandse Opera
Residentie orkest o.l.v. Alexander Lazarev

Tweede bezoek aan deze opera. De muziek blijft geweldig, en de enscenering blijft geslaagd. De herbergscène is voor het verhaal niet echt essentieel, en haalt dan ook de vaart uit de voorstelling. De confrontatie tussen Boris en Sjoeijski maakt dan alles weer goed. De vocale bezetting is prima, John Tomlinson een indrukwekkende Boris, en het orkestaandeel vind ik nog steeds niet ideaal. Maar goed, Moessorgky is de grote winnaar; wat een sublieme opera is dit toch.