Ik bezit naar schatting zo ongeveer plusminus om en nabij 2000 cd's met klassieke muziek, en soms komen daar een zootje heruitgaven bij (zie twee weblogs hiervoor). De eerste cd die ik kocht (nu ruim 20 jaar geleden) heb ik naar verhouding het meest gedraaid, daarna werd de kans steeds kleiner dat een cd uit mijn verzameling in de speler terechtkwam. Enfin, wie veel heeft verzameld ontdekt daarin opeens verborgen schatten. Ook: je keert weer terug naar wat je ooit in vervoering bracht (wees dus zeer kritisch bij het opruimen en weggooien). Zo kwam ik vandaag terecht bij een opname die ik al een poos niet meer beluisterd had, maar een parel in mijn collectie is: de stereo-opname uit december 1960 van Norma van Bellini, met o.a. Callas, Ludwig en Corelli. Het was Callas' tweede Norma-opname (die eerste ken ik niet), maar wat een prachtuitvoering is deze tweede opname. Callas is hoorbaar over haar top, maar ze zingt fantastisch, en Corelli zingt als de mooie man die hij was en waar iedereen voor viel.

Echter, hoogtepunt van deze uitvoering (en van de opera) is het koor van de Gallische strijders in het tweede bedrijf en de halve aria van Oroveso. Hier is Bellini op zijn best, en hier begrijp je waarom Wagner zich verwant aan Bellini voelde: een simpele melodie, ogenschijnlijk eindeloos herhaald, maar prachtig uitgelijnd (strijkers + houtblazers!). Het gaat maar door, Oroveso begint aan een aria, maar die melodie gaat op in de oorspronkelijke melodie en wordt subliem opgelost en afgerond. Oroveso wordt gezongen door Nicola Zaccaria, die zo'n verrukkelijk dramatische stem heeft. De hulde gaat echter naar Tullio Serafin, die ouwe rot die in de jaren vijftig en begin jaren zestig meerdere grootse opnames van Italiaanse opera's dirigeerde. Deze Norma werd in november 1960 in de Scala opgenomen.

In juli/augustus van datzelfde jaar dirigeerde Serafin voor RCA een evenzeer geweldige Otello, dit keer in Rome met o.a. Vickers, Rysanek en Gobbi. Beide opnames behoren tot de schoolvoorbeelden van wat ze zo mooi Italianitá noemen. Onopgesmukt echt Italiaans. Geen bord pasta in een sterrenrestaurant, maar een bord pasta gekookt door die moeder in dat ene dorpje over die berg in Toscane. (Vraag me niet naar het verschil, maar je snapt wat ik bedoel). Ter illustratie onderaan deze log een fraaie foto van Serafin die ik op internet vond (klik er vooral even op dan krijg je de foto prachtig groot op je scherm). Geschoten tijdens de opnamesessies van die RCA-Otello, in het operahuis van Rome. Broek opgetrokken tot boven zijn navel, bril net van de neus genomen, maar als je de uitvoering hoort: daar kan Von Karajan niet aan tippen! 'Jongens, nog even het slot van de tweede akte, dan gaan we aan de anti-pasti en de chianti.' Het was blijkbaar bloedheet in de zaal, zie de man rechts op de foto met een zakdoek op zijn hoofd.

De derde geweldige Serafin-opname betreft de Decca-Bohème, waarvan ik alleen de aria
Che gelida manina gezongen door Carlo Bergonzi op een verzamel-cd bezit. Die aria wordt ontroerend prachtig gezongen, en ontroerend prachtig begeleid door Serafin. Hij spreidt het bedje voor Bergonzi, die er voluit en dankbaar instapt. Dit is dirigeren van Italiaanse opera zoals we helaas in de theaters eigenlijk nooit horen. Maar niet getreurd: we hebben Serafin op cd, en dat is een groot goed, waard om regelmatig te herontdekken!