01 februari 2013

Concert 30 januari 2013


Woensdag 30 januari 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koor & orkest Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Dorothee Mields, sopraan
Damien Guillon, altus
Thomas Hobbs, tenor
Peter Kooij, bas

Bach: Cantate Herr, wie du willt, so schicks mit mir, BWV 73
Bach: Cantate Ich bin vergnügt mit meinem Glücke, BWV 84
Bach: Cantate Sie werden euch in den Bann tun, BWV 44
Bach: Cantate Ich elender Mensch, wer wird mich erlösen, BWV 48
Bach: Cantate Ich glaube, lieber herr, hilf meinem Unglauben, BWV 109

In 2006 en 2008 gaf Herreweghe met zijn Gentse formatie al eerder een concert waarin enkele Bach-cantates centraal stonden (zie hier en hier de weblogs daarvan). Dat waren twee gelukkig makende concerten; na ruim vier jaar weer zo'n concert dat je gemoed helemaal schoonspoelt. Van deze vijf cantates kende ik er drie - ik draai regelmatig in de auto, trein of sportschool één of meerdere willekeurige cantates en daardoor plaatsen die zich als vanzelf in mijn muzikale memorie. Herrweghe is mijn favoriete Bach-dirigent. Zijn aanpak is nauwkeurig maar vloeiend, iedere frase doet ertoe en hij legt Bachs onnavolgbare verklanking van de teksten prachtig bloot; je zit permanent met gespitste oren. Dat deed ook de rest van de goed gevulde Grote Zaal. Heerlijk ook om de geweldige Peter Kooij nog eens te horen; op menige opname van Bach-cantates door Herreweghe is hij een grootse vertolker van recitatieven en aria's en zo ook deze avond. De vier solisten maakten overigens deel uit van het koor, dat inclusief hen uit 12 zangers bestond. Subtiliteit en zuiverheid alom! Evenals bij de twee eerdere concerten werd een motet gezongen, nu voor vijf stemmen a capella. Ik kon Herreweghe niet verstaan om welk stuk het ging en van wie, maar het was uitermate fraai.

29 januari 2013

Concert 25 januari 2013


Vrijdag 25 januari 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Leonidas Kavakos, viool

Bartók: Vioolconcert nr. 2
Mahler: Symfonie nr. 1

Exacte herhaling van het concert van 29 augustus j.l. (zie hier de weblog daarvan). Het Tweede vioolconcert van Bartók deed me dit keer weinig, hoe prachtig Kavakos ook speelde. Zijn gitaarachtige toegift hoorde ik ook al eerder gespeeld door hem, maar was wederom verrukkelijk. Na de pauze een (wederom) grandioze Eerste Mahler. Ondanks de kleine missertjes bij de koperblazers stond de uitvoering als een huis. Ik zat dit keer prinsheerlijk op de eerste rij op het podium en kon Jansons' verrichtingen goed observeren. Hij is voortdurend bezig de partituur in bewegingen om te zetten. Bijzonder fascinerend om te zien, maar ook zeer integer en artistiek. Het orkest en Jansons zijn een maandje op pad met Bruckner, Mahler en Strauss; het zij de wereld gegund!

Concert 23 januari 2013


Woensdag 23 januari 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Wagenaar: Ouverture De getemde feeks
R. Strauss: Tod und Verklärung
Tsjaikovski: Symfonie nr. 5

Het programma voor de pauze (Wagenaar en Strauss) stond ook in oktober j.l. met Jansons gepland maar toen moest hij de concerten wegens ziekte afzeggen. De toen gespeelde Strauss-orkestliederen met Anja Harteros redden het concert (zie hier de weblog daarvan). Nu dan wel met Jansons, gedreven als altijd. Na de wat plichtmatige ouverture van Wagenaar (ik zou zeggen: goed geschreven, maar speel voortaan gewoon de Meistersinger-ouverture) een werkelijk suberbe Tod und Verklärung. Het is een typisch Strauss-stuk met zijn afwisselende dreiging, wanorde en lyriek. Ik heb een prima cd-opname van het stuk met het Concertgebouworkest en Haitink, maar Jansons is stellig de beste Strauss-dirigent. Zijn live-opnames van Ein Heldenleven, Don Juan en Eine Alpensinfonie bewijzen dat. Deze Tod und Verklärung zal waarschijnlijk aan de vorig jaar gespeelde Also sprach Zarathustra gekoppeld worden. Na de pauze de Vijfde van Tsjaikovski, die ik eind jaren tachtig pas goed leerde kennen door de prachtige opname van Jansons met zijn toenmalige orkest uit Oslo. Het tekent Jansons: nergens enig spoor van routine, iedere maat doet ertoe. Een geweldig subtiele en gedreven uitvoering. De man is eigenlijk onnavolgbaar!

26 december 2012

Concert 25 december 2012

Dinsdag 25 december 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Ferrucio Furlanetto, bas

Mozart: Ouverture Le Nozze di Figaro
Mozart: Madamia, il catalogo è questo uit Don Giovanni
Mozart: Non più andrai uit Le Nozze di Figaro
Mozart: Tutto è disposto... Aprite un po' quegl'occhi uit Le Nozze di Figaro
Mozart: Vedr Mentre lo Spospiro uit Le Nozze di Figaro
Bruckner: Symfonie nr. 7

Dit is mijn vierde kerstmatinee op rij; het is de best denkbare besteding van de tijd voorafgaande aan het kerstdiner. Dit keer had ik mijn ouders uitgenodigd; ik had ze getrakteerd op prachtige plaatsen midden in de zaal. En tja, dan eerst Ferrucio Furlanetto! Gottegot, wat een beheersing, vakmanschap en kennis van wat hij zingt! Furlanetto is 63, maar zijn stem is nog puntgaaf. Na zijn geweldige debuut bij het KCO twee jaar geleden (zie hier de weblog) maakte hij voor Jansons een uitzondering op de Italiaanse regel dat je met Kerst thuis bij je moeder bent. Hij zong de vier Mozart-aria's zoals ik ze nog nooit gehoord had: ieder woord kreeg aandacht, ook in gebaren. Een grandioos optreden! Na de pauze (zeer ongebruikelijk bij een kerstmatinee) wederom Bruckners Zevende. Even goed als twee dagen eerder, zie hieronder; jammer dat het publiek minder stil was dan zondagmiddag. Veel gehoest en na ieder deel een aarzelend applaus. Het kerstmatinee-publiek is bepaald geen Bruckner-kenner. Het maakte voor de uitvoering allemaal niet uit. Ook deze middag een sublieme Zevende, en hoe goed nu voor het eerst in de kerstmatinee een Brucknersymfonie op de lessenaars te hebben. Jansons is een groot Bruckner-dirigent!

Concert 23 december 2012

Zondag 23 december 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Lisa Batiashvili, viool

Prokofiev: Vioolconcert nr. 1
Bruckner: Symfonie nr. 7

Twee jaar geleden zou Jansons al Bruckners Zevende bij het KCO dirigeren, maar hij moest die concerten toen afzeggen; Haitink nam deze over (zie hier de weblog). Nu dan toch met Jansons, en ik hoorde zelden zo'n sonoor gespeelde Brucknersymfonie. Vloeiende tempi, grote detaillering en verschillen in dynamiek, en vooral: een sublieme harmonische eenheid tussen strijkers, hout- en koperblazers. De hoorns, wagnertuba's, trombines en trompetten: ze speelden fantastisch. Jansons maakte er een krachtige uitvoering van, beklemtoonde de duistere klanken en liet het orkest dan weer fluisterzacht, dan weer op volle sterkte spelen. De symfonie klonk alsof deze al veel vaker uitgevoerd was, maar dit was toch echt de eerste keer. Voor de pauze het Eerste vioolconcert van Prokofiev; niet echt een lievelingsstuk, maar zo fragiel en mooi klinkend gespeeld als door Lisa Batiashvili slik ik alle reserves tegen Prokofiev in. Een recensent schreef over een uitvoering eerder deze week dat de violiste nauwelijks tegen de technische eisen van met name het middendeel opgewassen was, maar tijdens dit concert speelde ze feilloos.

Opera 21 december 2012

Vrijdag 21 december 2012, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Mozart: Die Zauberflöte

Tamino - Maximilian Schmitt
Sarastro - Brindley Sheratt
Sprecher - Maarten Koningsberger
Königin der nacht - Iride Martinez
Pamina - Christina Landshamer
Papageno - Thomas Oliemans
Papagena - Nina Lejderman
Monostatos - Wolfgang Ablinger-Sperrhacke
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v Marc Albrecht

In de NRC en het Parool werd deze nieuwe productie de hemel in geprezen, en inderdaad: dit was een buitengewoon prachtige Zauberflöte. Ik zag er aanvankelijk een beetje tegenop; de eerdere producties bij DNO waren geen succes, en met name het tweede bedrijf kan langdradig zijn door de vele dialogen. Deze enscenering en uitvoering logenstraften echter alle mogelijke bezwaren. De enscenering was grandioos: inventief, grappig, en zo realistisch als mogelijk. De slang geprojecteerd op het scherm, Tamino er verlicht achter: treffend! Het hangende plateau bleek voor de vele scènewisselingen een multifunctionele vondst. De kwaliteit van de uitvoering was onverwacht goed. Maximilian Schmitt acteerde wat kleurloos, maar zong prima. Thomas Oliemans is een gemiddeld goede bariton, maar hij droeg met zijn geweldig acteren bijkans de hele voorstelling. Iride Martinez zong een uitstekende 'Hölle Rache'; zo goed had ik die aria nog niet live horen zingen. Grote verrassing was echter Brindley Sheratt. De rol van Sarastro is geen gemakkelijke; diens aria's vereisen een krachtige sonore stem, en Sheratt zong met autoriteit en vol schoonheid. Marc Albrecht deed voor de prestaties op het podium bepaald niet onder, ook hier tegen de verwachting in. Albrecht bracht met het Nederlands Kamerorkest een felle, Harnoncourt-achtige speelstijl: puntig, fel, vol vaart. Als ik geweten had dat deze Zauberflöte zo goed was, zou ik zeker nog een tweede keer gegaan zijn. Maar alle resterende voorstelingen waren al uitverkocht. Terecht!

24 december 2012

Concert 6 december 2012


Donderdag 6 december 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Sir John Eliot Gardiner
Kristian Bezuidenhout, piano

Mozart: Symfonie nr. 31
Beethoven: Pianoconcert nr. 2
Tsjaikovski: Symfonie nr. 2

De lange Sir John is een energiek man, ook op zijn 69ste. Bovendien een perfectionist. Dat bleek meteen na het eerste deel van de Parijse symfonie van Mozart. Halverwege dat deel hoorde ik een bromtoon en tijdens de rust tussen het eerste en tweede deel gebaarde Gardiner dat die eerst moest verdwijnen voordat er verder gespeeld zou worden. Na vijf minuten stopte de bromtoon en continueerde Gardiner en het KCO de symfonie. Aardig gedaan: ze speelden achter elkaar de beide versies van het Andante. Geen gemakkelijke symfonie overigens: de hoge vaart van het openings- en slotdeel vereist ultieme punctualiteit. En dat bood het orkest! In het Tweede pianoconcert van Beethoven trok Bezuidenhout de aandacht met een geweldige eigen cadens in het openingsdeel. Normaliter hoeft zo'n eigen cadens van mij niet: doe nu maar gewoon die van de componist. Maar deze van Bezuidenhout was expressief en virtuoos; het publiek hield zijn adem in. Het concert klonk fris, gewaagd en precies; een heerlijk stuk. Gardiner en Tsjaikovksi is geen alledaagse combinatie, maar hij dirigeerde deze Kleinrussische vol scherpte en energie, en met een perfect spelend KCO krijg je dan vanzelf een prima uitvoering voorgeschoteld.

23 december 2012

Opera 30 november 2012



Donderdag 30 november 2012, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Wagner: Das Rheingold

Wotan - Thomas Johannes Mayer
Fricka - Doris Soffel
Loge - Stefan Margita
Alberich - Werner van Mechelen
Mime - Wolfgang Ablinger-Sperrhacke
Erda - Marina Prudenskaja
Fasolt - Stephen Milling/Günther Groissbüock
Fafner - Jan-Hendrik Rootering
Froh - Marcel Reijans
Donner - Vladimir Baykov
Woglinde - Lisette Bolle
Wellgunde - Barbara Senator
Flosshilde - Bettina Ranch
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen

Wat bij de première nog niet helemaal goed ging, lukte bij deze laatste voorstelling uit de reeks wel. Ik zat op een fraaie plaats (op het eerste balkon rechts): daarmee zag het er allemaal weer net wat anders uit. Ik heb deze Rheingold zowat vanuit alle hoeken van de zaal gezien, bij de eerste voorstellingenreeks ook een keer vanuit de 'adventure seats'; dat ik ook deze elfde of twaalfde keer geboeid heb zitten kijken en luisteren, mag toch wel de kracht van deze enscenering onderstrepen. De uitvoering was helemaal goed; een Rheingold om in je geheugen te koesteren.

02 december 2012

Opera 15 november 2012


Donderdag 15 november 2012, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Wagner: Das Rheingold

Wotan - Thomas Johannes Mayer
Fricka - Doris Soffel
Loge - Stefan Margita
Alberich - Werner van Mechelen
Mime - Wolfgang Ablinger-Sperrhacke
Erda - Marina Prudenskaja
Fasolt - Stephen Milling/Günther Groissbüock
Fafner - Jan-Hendrik Rootering
Froh - Marcel Reijans
Donner - Vladimir Baykov
Woglinde - Lisette Bolle
Wellgunde - Barbara Senator
Flosshilde - Bettina Ranch
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen

Deze weblog bestaat nu ruim zes jaar, maar de Amsterdamse Ring des Nibelungen werd hier nog niet besproken. En dat terwijl ik alle vier de opera's van de Ring in deze enscenering alles bij elkaar zo'n tien keer gezien heb; ik zal met mijn oude muziekschriftje binennkort de optelsom maken. Na de laatste voorstellingenreeks in 2005 wilde men het decor aan de vuilnisman meegeven; voor de opslag ervan is een flinke loods nodig, en dat kost geld. Uiteindelijk besloot DNO rondom het Wagnerjaar 2013 deze Ring nog één keer te programmeren, maar na de laatste voorstellingen van de hele cyclus in februari 2014 gaat alles toch echt de verbrander in. Misschien jammer, maar muziek is nu eenmaal een vluchtige kunstvorm. En de herinnering zal blijven. Waarom nu reeds zo'n nostalgisch verhaaltje? Ach, alleen al deze Rheingold is in zijn uitbeelding ijzersterk. Audi en Tzipin knopen de drie werelden van Das Rheingold (de bodem van de Rijn, de Godenwereld en het onderaardse Nibelheim) geloofwaardig aan elkaar. Wanneer Wotan en Loge naar Nibelheim vertrekken, lopen ze rechts het podium af, zie je ze achterin naar links lopen en opeens helemaal linksbovenin de ijzeren trap naar het podium afdalen. De openingsscene, op de bodem van de Rijn, is geweldig gedaan; de Rijndochters glijden over het schuine plexiglazen vlak als vissen in het water, en ook hier klopt het toneelbeeld met de uitspraken 'oben' en 'unten'.
De uitvoering was bij deze première nog niet helemaal perfect. Het orkest maakte enkele vervelende missertjes, en het klonk allemaal nog wat onwennig. De cast was gemiddeld goed, ofschoon niet uitzonderlijk. Stephen Milling kon door ziekte niet zingen, maar acteerde wel; Günther Groissböck zong vanaf de zijkant zeer fraai de rol van Fasolt. De licht en wenbaar zingende Stefan Margita maakte van Loge een fraai personage, subtieler dan Chris Meritt bij vorige uitvoeringsreeksen.


Recital 11 november 2012


Zondag 11 november 2012, Concertgebouw Amsterdam
Paul Lewis, piano

Schubert: Sonate in c, D958
Schubert: Sonate in A, D959
Schubert: Sonate in Bes, D960

De drie laatste pianosonates van Schubert achter elkaar op één avond: dat is intens genieten. Ik ken deze stukken al sinds mijn studententijd, en houd er meer van dan van de meeste Beethovensonates en veel andere pianomuziek. Iedere keer wanneer ik naar deze sonates luister, beklemt me de gedachte dat wanneer het Schubert gegeven zou zijn nog tien jaar langer te leven we nog zoveel meer van dit onaards mooie overgeleverd zouden hebben. Maar goed, Paul Lewis speelde technisch perfect, misschien iets te 'straight forward', maar hij deelde met een doodstille zaal tot ruim na half elf de overtuiging dat Schubert in zijn laatste levensjaar wonderen verrichte.

17 november 2012

Concert 7 november 2012


Woensdag 7 november 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Lorin Maazel

Van Anrooy: Piet Hein Rapsodie
Prokofiev: delen uit Romeo en Julia
Tsjaikovski: Symfonie nr. 4

Maazel mag dan een exuberante icoon zijn, zoals ik hem bij zijn vorige gastoptreden beschreef (zie hier de weblog daarvan), maar zijn optredens bij het KCO zijn steevast goed. Nu wederom een geweldig concert. Het KCO is een toporkest, maar moet tot topprestaties uitgedaagd worden door dirigenten die geen loopje met zich laten nemen. Sommige dirigenten doen dat door hun innemendheid, enthousiasme of excentriciteit, en sommigen door hun ervaring en autoriteit. Jansons heeft het allemaal, en Maazel vooral veel autoriteit. En dat valt goed bij dit orkest. Al bij de Piet Hein Rapsodie was dat hoorbaar. Ik kende het stuk eigenlijk alleen van wat losse flarden van de radio, en dan in wat flauwe, kinderconcertachtige settings. Maar zet een internationale topdirigent voor een toporkest: het stuk werd perfect gespeeld, krachtig en swingend. Hetzelfde gold voor de vijf delen uit Romeo en Julia: groots orkestspel! De Vierde van Tsjaikovski heb ik bij het KCO al met vele dirigenten gehoord: Chailly, Blomstedt, Jansons, Gilbert, Fischer. Deze uitvoering van Maazel was misschien niet de meest Russische, maar zo strak gespeeld als tijdens dit concert hoorde ik dit heerlijke stuk niet eerder. Het tempo in het eerste deel was misschien wat te traag, maar de opbouw was grandioos. Hoogtepunt was het Scherzo. Maazel bracht allerlei spannende accenten aan in de pizzicati: duizelingwekkend. Ach, alles bij elkaar gewoon een groots concert. Snel weer terug, deze 82-jarige icoon.

07 november 2012

Concert 31 oktober 2012


Woensdag 31 oktober 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jan Willem de Vriend
Arthur & Lucas Jussen, piano's

Mozart: Concert voor twee piano's
Händel: Water Music

Toen ik op deze woensdag laat in de middag thuiskwam, vond ik een plas water op mijn vloer: het lekte vanuit het plafond. Met emmers kon ik de schade beperken, en toch dit concert bezoeken waar ik een los kaartje voor had gekocht. Het debuut van de gebroeders Jussen bleek een groot succes: ze speelden frivool en in uitdagende wisselwerking dit verrukkelijke concert, dat Mozart - niet veel jaren ouder dan deze tieners achter de piano - voor hemzelf en zijn zus componeerde. Ik was echter primair gekomen voor Händels watermuziek, dat ik gewoonweg een eindeloos heerlijk stuk vind. Ik was benieuwd wat het KCO hiervan zou maken. Het werd een onvergetelijk uurtje. De Vriend dirigeerde vlotte tempi, liet blazers en strijkers links, rechts en achter op de balkons of zelfs achter op de gang het vraag- en antwoordspel met het orkest op het podium spelen, en varieerde naar hartelust binnen afzonderlijke delen in instrumentatie en dynamiek. Werkelijk grandioos. Deze muzikale watermuziek deed mijn wateroverlast thuis een uur lang volledig vergeten.

Ballet 28 oktober 2012



Zondag 28 oktober 2012, Het Muziektheater Amsterdam
Het Nationale Ballet
Holland Symfonia o.l.v. Ermanno Florio

Paquita
Bolero
Carmen

Dit is geloof ik mijn eerste weblog over een balletvoorstelling. In de jaren negentig ging ik regelmatig naar ballet, maar daarna om onopgehelderde redenen niet meer. Dit groepsuitje van de DEC startte met het bijwonen van een groepsles waarin de dansers van het Nationale Ballet een ruim uur lang een aantal basispassen uitvoerden. Ook tijdens deze les is de totale beheersing van het lichaam geweldig om te zien. Je pakt de punt van je voet en dan been en arm loodrecht omhoog... Na een korte lunch in de artiestenfoyer de zaal in voor dit warmbloedige programma. Paquita, een choreografie van Marius Pepita, bleek een wat eenvormige opeenvolging van solo-optredens. De muziek kwam van verschillende vergeten componisten, in een arrangement van John Lanchbery. Ravels Bolero werd het hoogtepunt van de middag. Het stuk leent zich uitstekend voor een choreografie, hier van huischoreograaf Krzysztof Pastor, in een prachtig tweekleurig decor.  Een danspaar gaat de confrontatie aan met 28 tegenspelers: geweldig gedaan! Tot slot een gedanste versie van Carmen, in de choreografie van Ted Brandsen. Ik vond het niet geslaagd: een opera laat zich niet dansen, het blijft teveel schijngevecht-gedoe. De suite door Rodion Shchedrin samengesteld geeft de highlights uit de opera, maar waarom niet gewoon één van de eigen suites van Bizet gebruikt? Holland Symfonia speelde opvallend goed, veel beter dan wat ik me van lange tijd geleden van het Balletorkest herinner. Toch wel een aangenaam weerzien met het Nationale Ballet; het is een uitermate goed gezelschap! 

06 november 2012

Concert 25 oktober 2012


Donderdag 25 oktober 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti

Mahler: Symfonie nr. 9

Ik had al twee latere weblogs geplaatst toen ik er achterkwam dat ik dit concert vergeten was van een weblog te voorzien. Misschien enigszins tekenend, want helemaal tevreden was ik er niet over. Gatti is een geconcentreerd dirigent, heeft een duidelijke visie en is thuis in de symfonieën van Mahler. Bij het KCO dirigeerde hij in de Mahler-serie de Vijfde (zie hier de weblog), en in augustus j.l. bracht hij met het Mahler Jeugdorkest de Zevende (zie hier de weblog). Mijn kanttekeningen bij beide uitvoeringen gelden ook deze Negende. Hoe geconcentreerd de uitvoering ook was, de vervoering en verbluffing over de intense kracht van deze muziek bleef bij mij uit. Ik schreef het al eerder: Mahlers Negende is zijn ultieme symfonie; het eerste deel biedt een synthese van alle emoties uit zijn eerdere symfonieën, en over de kracht van het slot-adagio hoef ik niets te zeggen die dit stuk kent. Mahler en Gatti: voor mij nog geen ideale combinatie.
De blog-software staat toe om blogs eerder te dateren, dus ik kan dit gewoon chronologisch tussen de andere concerten plaatsen.

05 november 2012

Concert 11 oktober 2012


Donderdag 11 oktober 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alexandre Bloch
Anja Harteros, sopraan

Wagenaar: Ouverture De getemde feeks
R. Strauss: Orkestliederen (Allerseelen, Die heiligen drei Könige aus Morgenland, Waldseligkeit, Wiegenlied, Morgen!, Zueignung)
Widmann: Teufel Amor
R. Strauss: Tod und Verklärung

Hoe spijtig dat Jansons wederom moest afzeggen! Dit programma toont Jansons' veelzijdigheid: na de fragiele liederen van Strauss een grandioos veelomvattend werk van Widmann, dreigend en massaal. De jonge Alexandre Bloch nam het programma ongewijzigd over, verhuisde Widmann naar vóór de pauze. Dat leverde voor vele concertgangers een koude douche op. Na de grandioos gezongen en gespeelde orkestliederen van Strauss dachten velen dat het al pauze was. Maar nee, het orkest bleef zitten, er kwamen zelfs orkestleden bij, dus men dacht: o ja, er komt nog wat. Dat bleek dus een massief modern werk van een half uur te zijn. Wel goed eigenlijk: kunst mag uitdagen! Hoe fraai Teufel Amor, Tod und Verklärung en de ouverture van Wagenaar ook klonken: onbetwist en onvergetelijk hoogtepunt van dit concert was het optreden van Anja Harteros. Tijdens de laatste Kerstmatinee maakte ze enorme indruk in de Vier letzte Lieder onder Haitink, en nu zo mogelijk nog meer met deze zes orkestliederen. Ik kende ze van de opnames van Elisabeth Schwarzkopf en Jessye Norman, maar Harteros zong ze mooier. Zouden ze met Jansons op de bok voor RCO Live zijn opgenomen?