
Maandag 21 januari 2008, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera
Rameau: Castor en Pollux
Castor - Finnur Bjarnason
Pollux - Henk Neven
Télaïre - Anna Maria Panzarella
Phébé - Véronique Gens
Koor van De Nederlandse Opera
Les Talens Lyriques o.l.v. Christophe Rousset
De kranten spraken over deze nieuwe productie van Pierre Audi van een esthetisch hoogtepunt en roemden in één zin meteen ook de uitvoering. En dat maakte dat ik tijdens de eerste twee bedrijven (voor de pauze) flink heb moeten schakelen. Ik had het kunnen weten (en wist het eigenlijk ook al): Les Talens Lyriques o.l.v. Rousset speelden eerder al eens een Handel-opera bij DNO en daar heb ik met kromme tenen, samengeknepen billen, ballen en wat dies meer zij naar het geknars van dit orkest moeten luisteren. En ook vanavond bedierf dit orkest en de krampachtige directie van Rousset toch een flink deel van het plezier. Na de pauze ging het beter; in het intieme derde bedrijf ging weinig mis. maar waarom nu niet het orkest van de 18e Eeuw o.l.v. Frans Brüggen uitgenodigd. Hun drie Philips-cd's met suites uit Rameau-opera's kocht ik direct na hun verschijnen (alweer zo'n 20 jaar geleden!) en ik beluister ze met grote regelmaat. Het is verrukkelijke, geheel eigen muziek die nooit verveelt; de suite Castor en Pollux kan ik dromen zowat. Hoe subliem is die uitvoering door Brüggen c.s., en hoe armzalig die van Rousset c.s. in de bak van het Muziektheater. Met uitzondering van Finnur Bjarnason werd er op het podium prima gezongen: Anna Maria Panzarella zong de sterren van de hemel, en ook Henk Neven maakte grote indruk. De regie van Audi is inderdaad schitterend, maar hoe dan ook: het beeld is bij mij ondergeschikt aan wat ik hoor, en het iele gepruts door een derderangs authentiek gelegenheidsorkest doet dan afbreuk aan het visuele genot. Rameau heeft een geheel eigen klankkleur, waarbij de fagotten, fluiten en hobo's een belangrijke rol spelen (nu weet ik waar Berlioz zijn eigen combi van celli en fagotten vandaan heeft!). Rousset liet vooral melodietjes spelen, en had te weinig aandacht voor juist die typische Rameau-kleuren. Dan vallen dat prachtige en melancholische Ritournelle tendre en het vergelijkbare Entrée d'Hébé volledig in het niet. Zonde!
