25 oktober 2015

Concert 25 oktober 2015

Zondag 25 oktober 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding
Nederlands Kamerkoor
Judith van Wanroij, sopraan

Bach: Cantate Nach dir, Herr, verlanget mich, BWV150
Bach: Motet Jesu meine Freude, BWV227
Brahms: Symfonie nr. 4

Twee weken na de start van het miniproject Brahms meets Bach het vervolg met een (naar men denkt) vroege Bachcantate, het onweerstaanbaar fraaie motet Jesu meine Freude en Brahms' meest geniale orkestwerk. De cantate werd wat lijzig gespeeld en gezongen, maar dat paste wonderwel bij die altijd speciale zondagmiddagambiance in de Grote Zaal, wanneer het daglicht via de halve koepels binnendringt. Het kamerkoor moest in de cantate even op stoom komen, maar hoe geweldig klonk het motet Jesu meine Freude daarna! Van de Bachmotetten is dit mijn lievelingsstuk, en vooral dan het Gute nacht, hier gezongen door slechts negen zangers. Er zaten links en rechts op het podium zich meer en meer vervelende kinderen, maar tijdens dit gedeelte zaten ook zij opeens als vastgevroren op hun stoelen. Na de pauze dirigeerde Daniel Harding een memorabele Vierde van Brahms, zoals ik dit stuk nog nooit eerder hoorde: vloeiend, licht, transparant en uiterst gedetailleerd. Een klassieke uitvoering, tot in de puntjes verzorgd. Dat zo'n jonge dirigent het KCO tot zo'n sublieme Brahms heeft weten te verleiden, zegt veel over zijn kwaliteiten. Fluittiste Emily Beynon speelde haar solo in het vierde deel ontroerend mooi; de tranen sprongen in mijn ogen. Ik kan er na zovele beluisteringen nog steeds niet over uit hoe geniaal gecomponeerd dat slotdeel is: Brahms is altijd goed, maar dit deel is zijn allerbeste orkestcompositie.

18 oktober 2015

Concert 9 oktober 2015

Vrijdag 9 oktober 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Hanno Müller-Brachmann, bas

Bach: Orkestsuite nr. 2
Bach: Cantate Ich habe Genug, BWV82
Brahms: Symfonie nr. 2

Het KCO doet dit jaar een miniproject rondom de vier symfonieën van Brahms, gekoppeld aan vocale werken van Bach. Die symfonieën hoor je vaak genoeg, maar een Bachcantate hoorde ik nog nooit bij het KCO. Vreemd eigenlijk, want met hun jaarlijkse Bach-passie is er voldoende muzikale affiniteit voor ook die cantates. Moge dit miniproject daarom succesvol zijn en tot uitbreiding leiden! Deze eerste aflevering was een muzikaal feest. De toon werd gezet door de Tweede orkestsuite, met eerste-fluittiste Emily Beynon in de hoofdrol. Bij elkaar acht spelers (Fischer zelf achter een orgeltje, een klavecinist, en - staand - zes aanvoerders van de verschillende orkestgroepen uit het orkest). De suite knalde energiek de zaal in; overdonderend applaus na afloop. Daarna een groter orkestbezetting en bassist Hanno Müller-Brachmann voor de solocantate Ich habe genug. Ik moest even wennen aan zijn stem, maar hij zong krachtig en lyrisch. Na de pauze een vloeiende en stuwende uitvoering van Brahms' tweede. Fischer heeft er kijk op en het orkest speelde bevlogen. Zelfs de zelfkritische Brahms had geen kritische kanttekening bij deze uitvoering kunnen plaatsen. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO en werd tijdens de repetities voor dit concert genomen.

17 oktober 2015

Opera 8 oktober 2015

Donderdag 8 oktober 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Verdi: Il trovatore

Il Conte di Luna - Simone Piazzola
Leonora - Carmen Giannattasio
Azucena - Violeta Urmana
Manrico - Francesco Meli
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Maurizio Benini

Dit is pas de eerste productie van Il trovatore sinds de opening van Het Muziektheater in 1987. Er zijn wel wat meer hiaten in het DNO-aanbod, maar goed: beter laat dan nooit. Il trovatore is wat muziek betreft een prachtige opera; Verdi op zijn gloedvolst. Helaas is het verhaal te complex om na te vertellen, en is de verhaallijn niet bepaald evenwichtig. Gelukkig koos regisseur Ales Ollé er niet voor om iedere scene een eigen toneelbeeld te geven (zoals vorig seizoen met Macbeth, zie hier), maar helemaal ideaal was deze uitbeelding ook niet. Het geheel werd ten tijde van de Eerste Wereldoorlog geplaatst, en de bedoeling daarvan ontging me volledig. Gelukkig overheerste die setting niet; de grote blokken die steeds in een andere positie werden gehesen en zo de scenewisselingen vormgaven, vond ik geen slechte vondst. De aandacht kon helemaal naar de uitvoering gaan, en die vond ik meer dan goed. De hoofdrolzangers zijn allen van heel hoog niveau, tenor Francesco Meli voorop. Ook Violeta Urmana zong vol kracht. Simone Piazolla heeft maar één aria (wel een prachtige), en ondanks zijn wat kleine stem werd die wel erg fraai gezongen. Carmen Giannattasio is geen tragisch-innemende Leonora, maar ze zong wel sonoor en virtuoos. In de orkestbak weer zo'n onbekende oude Italiaanse rot voor het orkest die weet hoe je Verdi moet dirigeren. Hier en daar wat oneffenheidjes, maar verder heerlijk orkestspel. Ik ga nog een tweede keer, aan het einde van de voorstellingenreeks; dan zal alles vast goed geolied klinken.

20 september 2015

Concert 16 september 2015

Woensdag 16 september 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons
Janine Jansen, viool

Bartók: Vioolconcert nr. 1
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 7

Dit concert kon er na de drie stevige concerten in de vier dagen hiervoor ook nog wel bij. Een groot liefhebber van Bartók zal ik nooit worden; echt geraakt word ik door zijn muziek niet. De muzikaliteit van Janine Jansen en de innige samenwerking met het KCO vergoeden veel - Jansen is een echt fenomeen; ik heb haar nog nooit slecht of ongeïnspireerd horen spelen. Na de pauze die enorme Leningrad-symfonie waarover Sjostakovitsj in zijn door Volkov opgetekende memoires een andere uitleg geeft aan de betekenis van het stuk dan wat je normaal in de programmatoelichtingen leest, en zeker van die enorme mars in het openingsdeel. Voor velen maakt deze mars de hele symfonie tot een banale miskleun, maar kennelijk is teveel herhaling voor hen te gemakkelijk. En dat terwijl die mars gevarieerder en pakkender is dan de Boléro van Ravel. De symfonie houdt je vijf kwartier in zijn greep, en zo grandioos gespeeld als deze avond door het KCO valt er helemaal niets te klagen. Ik denk dat Sjostakovitsj - voor zover al niet het geval - meer en meer sophisticated wordt. En terecht. Het 'oude' publiek van de B-serie was stiller dan ik ervan gewend ben.

19 september 2015

Concert 14 september 2015

Maandag 14 september 2015, Concertgebouw Amsterdam
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Koor van de Nationale Opera
Csilla Boross, sopraan
Sonia Ganassi, mezzosopraan
Saimir Pirgu, tenor
Roberto Tagliavini, bas

Verdi: Requiem

Het derde concert op drie achtereenvolgende dagen; en niet met de kalmste programma's. Maar een Verdi-requiem vanuit operaperspectief gespeeld en gezongen laat je niet zomaar voorbijgaan. Het was een geweldige uitvoering, vooral door de stuwende leiding van Albrecht, het bevlogen spel van het orkest en de zwierige zang van het operakoor. De energie die Albrecht tentoonspreidt is eigenlijk onvoorstelbaar, en het effect daarvan op koor en orkest grandioos. Die krachtige loopjes door de trompetsectie hoorde ik niet eerder zo fel en rauw, precies zoals Verdi ze ook voorschrijft in Otello. De uitvoeringen met het KCO van Chailly en Jansons waren uitstekend, maar Albrecht deed niet voor hen onder. Het solistenkwartet zong wat vlak, maar er waren geen zwakke schakels. Tja, wie kan dit geweldige requiem weerstaan?

17 september 2015

Concert 13 september 2015

Zondag 13 september 2015, Concertgebouw Amsterdam
San Francisco Symphony Orchestra o.l.v. Michael Tilson Thomas
Yuja Wang, piano

Beethoven: Pianoconcert nr. 4
Mahler: Symfonie nr. 1

Dit wordt de eerste weblog van een concert met MTT, terwijl ik hem al vaker op de bok van het Concertgebouw zag staan, maar alle keren voor 2006 toen ik deze weblog startte. Met het San Francisco al eens een Mahler 9, en ook een paar keer bij het KCO. Waarom nu niet meer...? Ook op zijn 71ste blijft hij een leuke dirigent om naar te kijken, en zeker niet de lelijkste trouwens. Hij dirigeert wat larmoyant, soms haast suf, maar wanneer het moet zwaait hij driftig heen en weer. Het orkest is na zijn inmiddels twintig jaar chefdirigentschap volledig op hem ingespeeld en dan hoef je ook niet meer te gebaren wat je wilt. Vooruit: het KCO is stukken beter, en een Amerikaans orkest op Europese tour speelt helemaal op zijn gepolijst. Zo'n Mahler 1 (sinds een jaar de derde keer dat ik het stuk hoor) wordt dan wat gewoontjes, maar goed: het klonk allemaal als een te perfect gegoten klok. Yuja Wang speelde het Vierde concert van Beethoven iets te gemaniëreerd - maar het ongelooflijk subliem gecomponeerde middendeel werd wel perfect gespeeld. En dan is alles goed in het leven.

Opera 12 september 2015

Zaterdag 12 september 2015, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant

Wagner: Tristan und Isolde

Tristan - Ian Storey
Isolde - Jennifer Wilson
König Marke - Falk Struckmann
Kurwenal - Jochen Schmeckenbecher
Brangäne - Marina Prudenskaja
Melot - Paul McNamara
Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden

De 'Tristan' hoorde ik al eens eerder concertant, in de Rotterdamse Doelen o.l.v. Gergiev en verder meerdere keren in het Muziektheater en een keer in de opera van Zürich. Zie de lijst van opera's in de rechterkolom. Echter, nog nooit eerder in het Concertgebouw, en vanaf rij 18 in het midden is dat natuurlijk pure weelde. Het Radio Philharmonisch en Van Zweden beleefden hun 'finest moments', en op de kwaliteit van de zangers was niet bezuinigd. Jennifer Wilson straalde van begin tot het bittere einde, en Marina Prudenskaja was een droom-Brangäne. Ze zong haar 'Habet acht' bovenaan de trap, en klonk prachtig dreigend. De oorspronkelijk aangekondigde Clifton Forbis moest een dag voor de uitvoering op doktersadvies afzeggen, en nog die vrijdagmiddag werd Ian Storey uit Engeland overgevlogen; hij zong de Tristan-partij zonder een minuut repetitie met het orkest. Een zanger duidelijk aan het einde van zijn carrière, maar hij zong met autoriteit én vooral: sonoor! Falk Struckmann imponeerde eerder als Amfortas en Gurnemanz, en ofschoon eveneens bijna uitgezongen vulde hij de rol van Marke onnavolgbaar getergd in. De ideale Tristan bestaat alleen op cd, maar wie kan een goede live-uitvoering van dit onnavolgbare meesterwerk weerstaan?

08 september 2015

Opera 5 september 2015

Zaterdag 5 september 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

R. Strauss: Der Rosenkavalier

Die Feldmarschallin - Camilla Nylund
Baron Ochs - Peter Rose
Octavian - Paula Murrihy
Sophie - Hanna-Elisabeth Müller
Faninal - Martin Gantner
Ein Sänger - Yosep Kann
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch orkest o.l.v. Marc Albrecht

Na de twee zomerconcerten van het KCO is met deze première van Der Rosenkavalier het nieuwe muziekseizoen echt van start gegaan. Ik denk dat dit pas mijn tweede Rosenkavalier was; de productie in 2011 (zie hier) met Rattle lijkt al heel lang geleden en pas nu kon ik het stuk van begin tot eind waarderen en bewonderen. Allereerst: de muziek van Strauss is geniaal, perfect passend bij de handeling. Alleen het terzet aan het slot van het derde bedrijf ontroert; de rest is gewoon verbazingwekkend briljant, echter niet emotioneel-dieprakend zoals Wagner en Verdi kunnen zijn. De subtiliteiten vliegen je daarentegen om de oren. De componist kon de Alpen verklanken, de afslachting van Agamemnon, en in Der Rosenkavalier een orgasme, valse Weense suikerschmerz, en een lomperik. Tja, en met een Nederlands Philharmonisch en Albrecht die zich in geen ander repertoire zo thuis voelen, en een cast zonder zwakke plekken: je komt oren tekort voor zoveel schoonheid. Camilla Nylund zingt een zelfbewuste en stijlvolle Feldmarschallin en Peter Rose is de vleesgeworden Ochs. Paula Murrihy is iets te vrouwelijk om volledig geloofwaardig te zijn als Octavian, maar ze zingt geweldig en acteert vol overgave. De enscenering van Jan Philipp Gloger stoort niet, maar is niet overtuigend. Vooral de derde akte - gesitueerd in een gang van een peeskamerhotel - valt tegen. Een stijlvolle kamer met zes deuren had evenzeer gekund, dus de moderne vertaling biedt geen extra diepgang, integendeel. En de eerste akte is weliswaar in een fraaie grootse huiskamer gesitueerd, maar dat daar die heftige nacht plaatsvond waarmee de introductie van de opera het einde aankondigt: waarom niet gewoon dat hele grote bed? Maar goed, genoeg visuele schoonheden. De oren worden met deze productie vooral in de watten gelegd. Later deze maand nog een keer.

31 augustus 2015

Concert 27 augustus 2015

Donderdag 27 augustus 2015 - Concertgebouw Amsterdam
Gustav Mahler Jugend Orchester o.l.v. Herbert Blomstedt

Mozart: Symfonie nr. 39
Dvorák: Symfonie nr. 9 ' Uit de nieuwe wereld'

Vier jaar geleden dirigeerde Blomstedt ook al Mozarts 39ste, toen bij het KCO, en na de pauze Schuberts Negende. Een memorabel concert, zie hier de weblog. En nu een andere Negende na de pauze, 'Uit de nieuwe wereld' van Dvorák. Blomstedt is inmiddels 88, banjert nog gewoon de lange trap af en op en dirigeert met een ongelooglijke energie en autoriteit. Het talentvolle jonge grut van het Gustav Mahler Orchester liet zich overweldigen door de gerijpte maar nog steeds frisse interpretaties van Blomstedt. Mozart klonk net als vier jaar geleden scherp en fris - de symfonie is met de Praagse mijn meest favoriete Mozart-symfonie. De Nieuwe wereld-symfonie hoorde ik al heel lang niet meer; het blijft een lekker stuk muziek. Iedereen had er zin in, en zo klonk de uitvoering ook. Blomstedt kreeg de meeste bravo's - terecht! Ik zat op de hoek van het podium en nam zelf bovenstaande vage foto bij het slotapplaus.

25 augustus 2015

Concert 21 augustus 2015

Vrijdag 21 augustus 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding
Kristian Bezuidenhout, piano

Dvorák: Ouverture Othello
Mozart: Pianoconcert nr. 18, KV456
Dvorák: Symfonie nr. 8

Het KCO is begonnen aan zijn chefloze seizoen. Mariss Jansons zien we pas in juni weer terug in het Muziektheater met Pique Dame van Tsjaikovski, en de aanstaande chef Daniele Gatti leidt dit seizoen alleen een onbetaalbaar galaconcert in september en een gewoon abonnementsconcert in het voorjaar (met o.a. Berlioz' Symphonie fantastique). Gustavo Gimeno, Ivan Fischer, Andris Nelsons en Daniel Harding keren meerdere keren terug om de bordjes hoog te houden; het wordt een apart en toch aantrekkelijk seizoen. Afgelopen week speelden het KCO en Daniel Harding vier concerten, met drie programma's. Twee keer de Sacre tijdens Sail en Lowlands, een Bruckner 5 die ik moest missen, en dit gewone programma met een ouverture, concert en symfonie. De ouverture en symfonie van Dvorák klonken fraai maar ook wat regulier. Lekker musiceren, maar geen opzienbarende uitvoeringen. In het 18e pianoconcert van Mozart gebeurde echter heel veel fraais. Kristian Bezuidenhout is een allesbehalve saaie pianist; er gebeurt altijd iets boeiends wanneer hij speelt. In het voorjaar speelde hij bij het KCO het 9e concert van Mozart, toen op een fortepiano (zie hier de weblog). En nu het 18e op een gewone Steinway. Zowel pianist als dirigent/orkest blonken uit in speelsheid en gedrevenheid. De balans tussen piano en orkest was prima en het concert klonk alsof het Mozarts enige meesterwerk was. Twee dertigers die iets moois wilden laten horen en een orkest die daarin graag meeging: dan heb je een mooie uitvoering. De foto hierboven werd tijdens de repetities gemaakt.

15 juli 2015

Concert 12 juli 2015

Zondag 12 juli 2015, Concertgebouw Amsterdam
Philharmonie Zuid-Nederland o.l.v. Ed Spanjaard
Federico Colli, piano
Leo van Doeselaar, Maarschalkerweerdorgel

Rachmaninov: Pianoconcert nr. 3
Saint-Saëns: Symfonie nr. 3

Juli en augustus zijn doorgaans slappe maanden voor deze weblog, en ook dit jaar weinig concerten waar ik me tot aangetrokken voel. Na het bijzondere orgelconcert van vorige week zaterdag nu een lekker volbloedig programma waarmee je ook medio juli de Grote Zaal vol mee krijgt. Het Limburgs Symfonieorkest was het eerste orkest dat ik live hoorde (zie hier), en het is al een poos geleden met het toenmalige Brabants Orkest opgegaan in de Philharmonie Zuid-Nederland. Voormalig chefdirigent Ed Spanjaard heeft hoorbaar veel autoriteit: Rachmaninov en Saint-Saëns klonken uitermate precies en energiek. Het openingsdeel van het Derde pianoconcert kreeg een langzamer tempo dan normaal, en hoe fraai klonk daardoor dat mooie openingsthema. Federico Colli speelde uitstekend; misschien iets teveel op safe maar goed, je moet het maar durven, dit concert. Spanjaard zorgde voor een prachtige balans tussen orkest en piano; vanaf de tweede rij op het podium op de meest buitenste stoel was de klankbalans in ieder geval prima. Na de pauze een gedreven uitvoering van de orgelsymfonie van Saint-Saëns, een struk waar het vakmanschap van de maker vanaf spat. En hoe lekker voelt dat toch: die lage orgelklank aan het begin van het tweede deel. Al je ingewanden trillen mee. Spanjaard, het orkest en Leo van Doeselaar hadden er hoorbaar zin in.

13 juli 2015

Concert 4 juli 2015

Zaterdag 4 juli 2015 - Concertgebouw Amsterdam
Leo van Doeselaar - Maarschalkerweerdorgel

Bach: Concert in a, BWV 1065 (bew. Bovet)
Bach: Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen (bew. Liszt)
Chopin: Prélude in e, op. 28 nr. 4 (bew. Lizst)
Chopin: Nocturne in Es, op. 9 nr. 2 (bew. Lemare)
Bovet: 2 Tango's
Moessorgski: Delen uit Schilderijen van een tentoonstelling (bew. Blarr)

Ik kom al bijna 30 jaar in de Grote Zaal van het Concertgebouw en keek tijdens concerten al ontelbare malen tegen het imposante Maarschalkerweerdorgel aan. Het aantal keren dat ik het instrument daadwerkelijk hoorde is echter op de vingers van twee handen te tellen. En dan ook steeds in combinatie met een symfonieorkest: in de orgelsymfonie van Saint-Saëns, de Alpensymfonie en Also sprach Zarathustra van Strauss, en de Achtste van Mahler. Maar nu dan eindelijk een fraaie gelegenheid om het als solo-instrument te beluisteren, zomaar op een zaterdag in juli tussen half twee en half drie ’s middags. Buiten een hittegolf, binnen een voor eenderde gevulde zaal en Leo van Doeselaar die een bont programma had samengesteld. Geen oorspronkelijk orgelwerk, maar bewerkingen voor orgel, en soms ook bewerkingen voor orgel van bewerkingen. Van Doeselaar, titulair organist van het Concertgebouw, koos speciaal deze stukken om alle registers en mogelijkheden van het orgel te kunnen laten horen. Naast de speeltafel stond een camera, en daarnaast een groot scherm waarop het publiek de verrichtingen van Van Doeselaar kon volgen. Goed gedaan! Bach bewerkte het concert voor vier violen van Vivaldi tot een concert voor vier clavecimbels; beide stukken zijn onweerstaanbaar. En ook voor orgel mag het gehoord worden. In het Largo vormt de passage waar de vier violen cq vier clavecimbels solo spelen het hoogtepunt van het concert, en ook op het orgel stond de tijd eventjes stil. De bewerkingen van Lizst van Bach en Chopin en de twee tango’s van Bovet vormden een boeiende opmaat naar de kraker op het programma: een ruime selectie uit de Schilderijententoonstelling van Moessorgski, voor orgel bewerkt door O.G. Blarr. Helaas ontbrak Bydlo, maar o.a. Gnomus, Il vecchio castello, het ballet van de kuikens etc. klonken grandioos. Bij de Grote Poort van Kiev gingen alle registers open. Heerlijk!
De foto hierboven nam ik niet tijdens dit concert, maar een week later (zie de volgende weblog - volgt). Maar gewoon een mooie foto van de organist achter zijn speeltafel - even op de foto klikken.)

21 juni 2015

Concert 15 juni 2015

Maandag 15 juni 2015 - Concertgebouw Amsterdam
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Simone Lamsma, viool

Schönberg: Begleitmusik zu einer Lichtspielscene
Korngold: Vioolconcert
Mahler: Symfonie nr. 1

Van een lieve collega kreeg ik een vrijkaartje voor dit seizoens-slotconcert van het NedPho. Het programma met Korngold en Mahler is onweerstaanbaar, zeker ook omdat Albrecht vier jaar terug met een energieke Tweede van Mahler indruk maakte (zie hier). In het slotdeel van deze eveneens onstuimige Eerste Mahler verrichte Albrecht pure lichamelijke topsport; het resultaat was er ook naar. Albrecht bracht flinke tempowisselingen aan; soms stond de muziek bijkans helemaal stil, om vlak erna weer in volle vaart vooruit te gaan. Dat maakte de uitvoering misschien wat onevenwichtg, maar zeker zo spannend. Ik hoorde onder Jansons en Haitink evenwichtiger Eerste Mahlers, en ooit onder Bernstein de meest sublieme, maar Albrecht deed niet heel veel voor hen onder. Voor de pauze een minstens zo prachtige vertolking van het Vioolconcerg van Korngold; een fraai concert waarin viool en orkest niet voor elkaar onder doen. Het concert tekent de stijl van Korngold: lyrisch, briljant geïnstrumenteerd, zowel bont als intiem, maar thematisch net iets te eendimensionaal. Het wordt desondanks te weinig gespeeld. Lamsma en het NedPho/Albrecht gaven het concert alle eerbetoon! Als opening een kort schimmig stuk van Schönberg. Een fraaie afsluiting van het concertseizoen!

16 juni 2015

Opera 1 juni 2015

Maandag 1 juni 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Berg: Lulu

Lulu - Mojca Erdmann
Gräfin Geschwitz - Jennifer Larmore
Der Maler/Ein Neger - William Burden
Dr. Schön/Jack the Ripper - Johan Reuter
Alwa - Daniel Brenna
Schigolch - Frans Grundheber
Ein Tierbändiger/Ein Athlet - Werner Van Mechelen
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Lothar Zagrosek

Deze derde opera in vijf dagen bleek bepaald geen uitsmijter van het muzikale seizoen. Een allerwegen breed aangekondigde productie met het KCO, de door Friedrich Cerha voltooide versie in drie bedrijven van Bergs onvoltooide opera en een regie van William Kentridge: het kon volgens eenieder die er vooraf over schreef niet misgaan. En tja: het orkest speelde prachtig, ook onder Zagrosek die Fabio Luisi verving. De zangers bleken welhaast perfect gecast, acteerden groots en ook de enscenering was fraai. Maar ja, ik blijf ook op klassieke-muziekgebied een boerenpummel die graag een melodie hoort (liefst op de klassieke manier, in 8 maten), en anders wel iets dramatisch doorgecomponeerd of zo. Maar dit fijnzinnig-expressionistische werk van Alban Berg: ik heb er helemaal niks mee. Sinds lange tijd ben ik tijdens een operavoorstelling weer eens een paar minuten ingedommeld, en keek ik vele malen op mijn horloge of de aangekondigde pauze- of eindtijd al nabij was. Het zegt meer over mij dan over deze opera, maar dat geldt misschien ook wel bij al mijn laaiende recensies. Wie wil weten hoe het echt was, gaat zelf maar luisteren en kijken.

10 juni 2015

Opera 30 mei 2015


Zaterdag 30 mei 2015, Royal Opera House, Covent Garden London
The Royal Opera London

Puccini: La bohème

Mimì - Anna Netrebko
Musetta - Jennifer Rowley
Rodolfo - Joseph Calleja
Marcello - Lucas Meachem
Schaunard - Simone del Savio
Colline - Marco Vinco
Koor van De Nationale Opera
Royal Opera Choruis
Orchestra of the Royal Opera House o.l.v. Dan Ettinger

Dit was de vierde keer dat ik in dit operatheater was. Ik zag er in de vroege jaren negentig eens een balletvoorstelling, en vanaf de laatste rij op het hoogste balkon een eindeloze vroege Mozart-opera (Mitridate) en in 2007 vanaf de derde rij in de zaal een weergaloze Parsifal o.l.v. Bernard Haitink (zie hier de weblog ervan). Nu zat ik op de laatste rij van de zaal (de 'orchestra stalls') - even duur als voorin trouwens. Het was een impulsieve aankoop; mijn account van 7 jaar geleden deed het nog en de stoel was binnen 10 seconden aangeklikt en de creditcardgegevens in 20 seconden ingevoerd... Leve het internet. De enscenering van John Copley wordt in Londen beschouwd als een klassieker. De eerste serie voorstellingen dateert van 1974, o.a. met Placido Domingo. Sindsdien ging deze enscenering vele keren, en na deze serie gaat de boel in de vuilcontainer. In juli mag Placido Domingo daarom de allerlaatste voorstelling dirigeren; tja, in Londen hebben ze wel gevoel voor historie. Het is een zo waarheidsgetrouw mogelijke enscenering; in Amsterdam zou deze als saai en te voor de hand liggend uitgefloten worden. Maar goed, het ging me om de zangers en Netrebko en Callega zongen de sterren van de hemel. Calleja zong twee jaar geleden tijdens het fameuze Prinsengrachtconcert met het KCO (zie hier), maar ook nu zong hij groots. Hij heeft een klein bibbertje in zijn stem, maar verder klinkt die als een klok. En tja, in de recensies in Engelse kranten werd Anna Netrebko soms wat te hard bevonden, maar op de 22 rij van de zaal mengde ze zich prachtig met het orkest, en sneed haar stem door hart en ziel. Zelden een sopraan zo zuiver en moeiteloos horen zingen! Op die laatste rij van de zaal klonken zangers en orkest in een weergaloze balans. En ook de fijnste tokkels op de harp klonken alsof je ernaast zat. Enfin, niet voor iedere maand, maar zo heel af en toe een snoepreisje naar een groot theater doet een mens veel goed.