
De laatste tijd beluister ik meer dan regelmatig de
Vijfde symfonie van
Anton Bruckner. Ik had al een stuk of vijf uitvoeringen van deze symfonie in de kast staan, waaronder de befaamde opname van Klemperer, en verder o.a. Celibidache en twee opnames door Eugen Jochum: de opname uit de DG-verzamelbox en een live-uitvoering op Philips met het Concertgebouworkest uit het begin van de jaren zestig, opgenomen in het zuidduitse klooster van Ottobeuren. Maar deze hernieuwde belangstelling is te danken aan de werkelijke fenomenale opname van Nikolaus Harnoncourt en de Wiener Philharmoniker. Ik kocht deze opname vorige maand, en het is met afstand de beste uitvoering die van dit werk te koop is; ook de EMI-opname van Klemperer valt hierbij in het niet.
In zijn interview begin jaren tachtig met Jan Brokken bestempelde Bernard Haitink de Wiener Philharmoniker als het ideale orkest voor juist deze Vijfde symfonie van Bruckner. Met name de Finale en dan vooral het grandioze slot daarvan vereist een perfecte balans tussen (lage) strijkers en koperblazers, en dan vormen de Weners toch echt het beste orkest daarvoor. Ik mocht een paar jaar terug het genoegen smaken Haitink met de Wiener Philharmoniker met dit werk te horen (in het Concertgebouw) - de inzet van de eerste fuga in het slotdeel zal ik nooit vergeten. Haitink had eerder al een opname van dit werk met de Wiener gemaakt; ik ken die opname (nog) niet. Maar wat Harnoncourt met dit orkest bereikt is werkelijk superieur. Harnoncourt brengt zijn inzicht van de barok- en classicistische muziek mee; de Weners hun fabuleuze orkestcultuur. Die geniale dubbelfuga in de Finale moest dus wel een ideale uitvoering krijgen. In deze even merkwaardige als meesterlijke contrapuntische symfonie komen deze beide werelden samen in een uitvoering die op alle fronten klopt. Het tweede deel lijkt te snel gespeeld, maar ook hier sta je versteld van de schoonheid van de muziek en de uitvoering. De Finale is natuurlijk het absolute hoogtepunt - compositorisch wellicht het beste wat de Oostenrijkse meester schreef. Onbegrijpelijk dat Brahms niks van Bruckner wilde weten; als je het slotdeel van diens Vierde symfonie naast de Finale van Bruckners Vijfde legt, dan zouden beide heren elkaar toch hebben moeten omarmen?
Bruckners Vijfde is het hoogtepunt van de klassieke symfonie; alles wat Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert in deze muziekvorm ontdekten en uitbouwden heeft Bruckner in zijn Vijfde tot de (theoretische) essentie gesublimeerd. Het is geen dramatisch-emotioneel werk, maar het ontroert door zijn zuiverheid van vorm. Nikolaus Harnoncourt en de Wiener Philharmoniker zorgden voor de perfecte opname van dit meesterwerk. Ik heb de tweede cd met repetitiefragmenten nog niet beluisterd - ik heb daar eigenlijk weinig behoefte aan.
Ondanks alle perfectie door Harnoncourt en de Wiener ga ik nog twee uitvoeringen aan mijn collectie toevoegen. Allereerst de Haitink-opname met de Weners; daarnaast is er een cd uitgebracht van het allerlaatste concert dat Eugen Jochum in het najaar van 1986 met het Concertgebouworkest gaf. Hij was toen ver in de tachtig, en zou een paar maanden later overlijden. Deze Vijfde van Bruckner stond toen op de lessenaars, en ik zat als 21-jarig ventje in de zaal.