15 mei 2010

Concert 14 mei 2010


Vrijdag 14 mei 2010, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-Whun Chung

Ravel: Ma Mère l'Oye (suite)
Ravel: La valse
Tsjaikovsky: Symfonie nr. 6 'Pathétique'


Chung is een in kalme cadans terugkerende gastdirigent - zijn laatste optreden was een memorabele met een prachtige Zesde van Bruckner (hier de weblog). Nu de Zesde van Tsjaikovksy waarin de stijl van Chungs dirigeren volledig tot uiting kwam: beheerst, voor zichzelf sprekend, maar met een volle klank. Geen stormachtige of bijtende Tsjaikovsky zoals we de laatste jaren van met name Jansons en Gergiev hebben gehoord, maar een westers-klassieke uitvoering in de beste soort. Het derde deel begon als een heus scherzo, maar culmineerde in een groots slot, dat de zaal (uiteraard) tot luide bijval verleidde. Het duurde even voordat het publiek doorhad dat er nog meer zou komen. Ik ben eigenlijk zeer benieuwd hoe dat nu in Rusland gaat na dit derde deel, want ik heb het nog nooit meegemaakt dat het publiek hier niet applaudisseert. Voor de pauze een fraai Ravel-programma. Helaas koos Chung voor de suite uit Ma Mère l'Oye; dan hangen die prachtige subtiele melodieën toch apart in de lucht. En die tien minuten extra hadden er nog wel bijgekund bij dit concert. La valse is een fuifnummer: een lekker groot orkest en altijd luide bijval na afloop. Maar het is gewoon een meesterwerk, deze zwoele walsenorgie. Samen met het Scherzo uit Mahlers Vijfde de definitieve afrekening met de negentiende eeuwse Weense cultuur. Beide stukken werden met de grootst mogelijke subtiliteit en schwung gespeeld.

7 Comments:

Anonymous GTH said...

Uit deze uitvoering van het orkest van Tartastan blijkt dat men ongeneerd applaudiseert na het 2e deel en misschien nog uitbundiger dan we het in het Westen zouden durven: http://www.youtube.com/watch?v=cwVOgOEPtck

Ik heb ook nog een uitvoering onder Svetlanov gevonden, daar begint iemand met applaudiseren maar dit wordt door Svetlanov met een streng generaalshandgebaar gesmord.

Scrijver Alex Ross heeft tijdens zijn zeer boeiende lezing voor de Royal Philharmonic Society gesproken over zin- en onzin van gebruiken in de concertzaal, en dan met name over het applaudiseren en dan in het bijzonder na het 3e deel van de Pathetique.

http://www.royalphilharmonicsociety.org.uk/?page=lectures/rpsLectures/ross.html


Om niet te applaudiseren na dit deel is eigenlijk ronduit tegennatuurlijk, het vraagt er gewoon en ik denk zelf ook dat deze reactie de meest natuurlijke is adrenalinetechnisch gezien ook; het daarna volgende Adagio voelt daarna juist als een totale omslag! Zoals Alex Ross constateert, voor iemand die nooit in een concertzaal is geweest en dan zou willen applaudiseren na dit deel maar het niet mag zou waarschijnlijk nooit meer een concertzaal in durven stappen en er ook niks van begrijpen, want het is soms ook absurd.
Jammer dat we het stuk zo goed kennen en te geconditioneerd zijn om deze omslag nog echt te voelen. Ik benijd het premierepubliek van toen, die hebben waarschijnlijke de enige juiste reactie gegeven en het juist gevoel gehad.

15 mei, 2010 14:45  
Blogger Leen Roetman said...

Raak! Met deze reactie ben ik het helemaal eens.
Zo heb ik in 1995 een Madama Butterfly gezien in Teatro Carlo Felice in Genova (uitbreiding en renovatie van architect Aldo Rossi) waarbij het publiek in een spontaan applaus uitbarstte op het meest tragische moment als Cio Cio San zelfmoord pleegt ... een tentdoek stortte in elkaar en er rolde zich een rood doek op de grond uit waarbij er een hel licht opstak... Dit effect was zo overweldigend dat de natuurlijke reactie een applaus was!
Overigens een voor mij in alle opzichten zeer memorable voorstelling met een aantal Italiaanse operavrienden die met rode koppen naar buiten kwamen uitroepend "Straordinario, Straordinario" , voornamelijk door de zangprestatie van de door hun aanbeden Raina Kaibavansk!

19 mei, 2010 17:38  
Anonymous GTH said...

kijk zo hoort het, dat is muziek als een levende niet museale kunst wat er maar een beetje bij hoort.
Nog even over dat 3e deel van de Pathetique, ik ben er echt van overtuigd dat Tsjaikovski wist wat het effect van dit deel was, een zo groot mogelijk contrast creeren. Er bestaat bij mijn weten geen symfonie met een deel wat zo eindigt als dit 3e deel. De emotionele spontaniteit moet weer terug in de concertzaal, en dat niet alleen de kenners bepalen wat wel en niet mag.
P.s. heb je het boeiende interview met de algemeen directeur van het Rotterdams Phil op www.opusklassiek.nl gelezen, ik werd er in ieder geval erg enthousiast van? hij heeft echt grote plannen en een lange termijn visie met het orkest.

19 mei, 2010 20:01  
Blogger Leen Roetman said...

Ja dat interview heb ik gelezen! Hans Waege en Yannick geven het orkest een enorme nieuwe impuls. Yannick is een ongelooflijk getalenteerde dirigent. Ik heb al weer kaarten voor al zijn concerten volgend seizoen in Rotterdam. Hoe is het toch mogelijk dat het RphO er na Simon Rattle en Valery Gergiev er weer in geslaagd is zo'n getalenteerde dirigent aan te trekken?

19 mei, 2010 23:55  
Blogger Leen Roetman said...

Wijze jury van de Edisons 2010!!
Yannick een Edison voor zijn Ravel CD (categorie orkestmuziek), Gergiev een Edison voor de Neus van Sjostakovitsj, Pierre Boulez de Edison Klassiek 2010 Oeuvreprijs!
Gardiner had twee nominaties (Brandenburgse concerten categorie Barok en Brahms 2 categorie orkestmuziek).

zie http://www.edisons.nl/klassiek

21 mei, 2010 19:14  
Anonymous GTH said...

Lijkt me een prima keuze! Alleen..stellen die Edisons anno 2010 nog iets voor? (niet cynisch bedoeld verder)

21 mei, 2010 20:45  
Blogger Leen Roetman said...

Ik denk het wel! SDG (Gardiner) heeft de nominaties op de website bekend gemaakt en Pierre Boulez zal naar alle waarschijnlijkheid zelf de Oevre Edison in het Kurhaus op 18 juni in ontvangst gaan nemen. Op 17 juni dirigeert hij in Muziekgebouw aan 't IJ het Ensemble Intercontemporain (Holland Festival).

21 mei, 2010 23:04  

Een reactie posten

<< Home