Donderdag 6 december 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding
Pierre-Laurent Aimard, piano
Elena Zhidkova, mezzo-sopraan
Gábor Bretz, bas-bariton
Dvorák: Pianoconcert
Bartók: Hertog Blauwbaards burcht
Een concert met twee gezichten. Voor de pauze artist in residence Pierre-Laurent Aimard met het Pianoconcert van Dvorák, dat ik nog nooit eerder hoorde. En tja, het viel geenszins mee. Dvorák heeft geweldige melodieën geschreven (in zijn latere symfonieën, het celloconcert, in strijkwartetten etc.) maar in dit pianoconcert bleven die bij goede bedoelingen steken. Er werd met overtuiging gespeeld, maar ik viel bijna in slaap. Na de pauze was het helemaal anders. Ik hoorde de éénakter van Bartók een paar keer bij DNO (lang geleden) en daarna twee keer concertant o.l.v. Haitink en Fischer. Zie hier de weblog van de uitvoering onder Fischer uit 2010. En wat was dit eveneens een geweldige uitvoering! Harding is geen showdirigent, maar zijn concerten zijn wel steeds goed en dienend. Hij begeleidde uiterst verzorgd en spannend. De twee mij volslagen onbekende zangers bleken de best denkbare. Ze zongen grandioos, dramatisch en maakten er echt opera van. Gábor Bretz kan trouwens zo op nummer één in de top-tien van de barihunks (zie hier). Er werd een heuse operahuis-sfeer gecreëerd: bij de opening van de vijfde deur - de grote climax in de muziek - gingen opeens de lichten vol aan. Tja, gewoon lekker. En dan dat KCO voluit... Zo saai het concert voor de pauze, zo onvergetelijk kleurrijk en spannend erna.
Sinds 2006 beschrijf ik hier alle concerten en operavoorstellingen die ik heb bezocht.
29 december 2018
26 december 2018
Opera 28 november en 2 december 2018
Woensdag 28 november en zondag 2 december 2018, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
Rossini: Il barbiere di Siviglia
Rosina - Nina Machaidze
Almaviva - René Barbera
Bartolo - Mischa Kiria
Figaro - Davide Luciano
Basilio - Marko Mimica
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Maurizio Benini
Twee keer naar de Barbier; al bij de ouverture tijdens de eerste keer werd duidelijk dat deze nieuwe productie van Lotte de Beer een waardige opvolger van die van Dario Fo zou kunnen worden. En inderdaad: dit is een Barbier die even zo vaak gebracht en gezien mag worden als die zonnige gekke drukke productie van Fo. Na die eerste keer meteen een kaartje gekocht voor de allerlaatste voorstelling uit de reeks, vier dagen later. Ik zag de Fo-regie vele keren, en er zijn vele overeenkomsten met die van De Beer. Maar zij maakte desondanks een geheel eigen vrolijke en weldoordachte productie, met aan het slot een zwart randje: Almaviva en Rosina worden later immers elkaars vijanden, weten we uit Mozarts Le Nozze di Figaro. De hollende cupcakes uit de ouverture (tijdens de zondagmiddagvoorstelling viel er eentje om, en het bleek niet makkelijk weer op de been te komen), de grandioze rol van Bartolo, het paard etc: een verrukkelijk oogstrelende Barbier. En ja: ook een zeer oorstrelende. Prima zangers: Nina Machaidze (eerder al heerlijk in Il viaggio a Reims - zie hier), René Barbera en Mischa Kiria - ze zongen hun rol uitmuntend en vol overgave. Op woensdagavond zong ook Davide Luciano prima, op zondagmiddag bleek hij echter ziek, en was op het allerlaatste moment een bariton uit Duitsland gehaald; een regieassistente speelde Figaro terwijl de unknown-bariton vanaf de zijkant de zaal overtuigde. Verbazingwekkend was vooral het aandeel van het orkest: Maurizio Benini (eerder al uiterst overtuigend in Il Trovatore - zie hier) gaf Rossini's muziek een drive die ik nooit eerder hoorde. Het was allemaal gedrevener, spitsvondiger, subtieler. Meer Italiaanse belcanto met hem graag! DNO heeft nog zoveel in te halen op dat gebied.
De Nationale Opera
Rossini: Il barbiere di Siviglia
Rosina - Nina Machaidze
Almaviva - René Barbera
Bartolo - Mischa Kiria
Figaro - Davide Luciano
Basilio - Marko Mimica
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Maurizio Benini
Twee keer naar de Barbier; al bij de ouverture tijdens de eerste keer werd duidelijk dat deze nieuwe productie van Lotte de Beer een waardige opvolger van die van Dario Fo zou kunnen worden. En inderdaad: dit is een Barbier die even zo vaak gebracht en gezien mag worden als die zonnige gekke drukke productie van Fo. Na die eerste keer meteen een kaartje gekocht voor de allerlaatste voorstelling uit de reeks, vier dagen later. Ik zag de Fo-regie vele keren, en er zijn vele overeenkomsten met die van De Beer. Maar zij maakte desondanks een geheel eigen vrolijke en weldoordachte productie, met aan het slot een zwart randje: Almaviva en Rosina worden later immers elkaars vijanden, weten we uit Mozarts Le Nozze di Figaro. De hollende cupcakes uit de ouverture (tijdens de zondagmiddagvoorstelling viel er eentje om, en het bleek niet makkelijk weer op de been te komen), de grandioze rol van Bartolo, het paard etc: een verrukkelijk oogstrelende Barbier. En ja: ook een zeer oorstrelende. Prima zangers: Nina Machaidze (eerder al heerlijk in Il viaggio a Reims - zie hier), René Barbera en Mischa Kiria - ze zongen hun rol uitmuntend en vol overgave. Op woensdagavond zong ook Davide Luciano prima, op zondagmiddag bleek hij echter ziek, en was op het allerlaatste moment een bariton uit Duitsland gehaald; een regieassistente speelde Figaro terwijl de unknown-bariton vanaf de zijkant de zaal overtuigde. Verbazingwekkend was vooral het aandeel van het orkest: Maurizio Benini (eerder al uiterst overtuigend in Il Trovatore - zie hier) gaf Rossini's muziek een drive die ik nooit eerder hoorde. Het was allemaal gedrevener, spitsvondiger, subtieler. Meer Italiaanse belcanto met hem graag! DNO heeft nog zoveel in te halen op dat gebied.
08 december 2018
Concert 21 november 2018
Woensdag 21 november 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe
Isabelle Faust, viool
Schubert: Duitse Dansen D820 (ork. Webern)
Beethoven: Vioolconcert
Schumann: Symfonie nr. 2
Herreweghe met zijn tweede programma bij het KCO deze maand, net zo klassiek als het vorige (zie hier). Schuberts zes Duitse Dansen in de orkestratie van Anton Webern klonken prachtig - ze waren echter voorbij voor je er erg in had. Isabelle Faust is een interessante violiste: muzikaal en eigenzinnig zonder gemaniëreerd te zijn. Haar lezing van Beethovens geweldige vioolconcert mocht er zijn, zeker ook door de naadloos passende begeleiding door Herreweghe en het orkest: relatief hoge tempi, vloeiend, transparant. Het middendeel klonk uiterst fragiel en spannend. Na de pauze de Tweede van Schumann, relatief minder bekend dan zijn drie andere symfonieën, maar een geweldig stuk. Het eerste deel opent met een prachtige langzame inleiding, waarna er flink de vaart in wordt gezet. Het hieropvolgende Scherzo is dan nog sneller; het orkest moet even stevig aan de bak. Net als in de Tweede Brahms eerder deze maand klonk deze Schumann ongewoon transparant en slank. Mooi gedaan!
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe
Isabelle Faust, viool
Schubert: Duitse Dansen D820 (ork. Webern)
Beethoven: Vioolconcert
Schumann: Symfonie nr. 2
Herreweghe met zijn tweede programma bij het KCO deze maand, net zo klassiek als het vorige (zie hier). Schuberts zes Duitse Dansen in de orkestratie van Anton Webern klonken prachtig - ze waren echter voorbij voor je er erg in had. Isabelle Faust is een interessante violiste: muzikaal en eigenzinnig zonder gemaniëreerd te zijn. Haar lezing van Beethovens geweldige vioolconcert mocht er zijn, zeker ook door de naadloos passende begeleiding door Herreweghe en het orkest: relatief hoge tempi, vloeiend, transparant. Het middendeel klonk uiterst fragiel en spannend. Na de pauze de Tweede van Schumann, relatief minder bekend dan zijn drie andere symfonieën, maar een geweldig stuk. Het eerste deel opent met een prachtige langzame inleiding, waarna er flink de vaart in wordt gezet. Het hieropvolgende Scherzo is dan nog sneller; het orkest moet even stevig aan de bak. Net als in de Tweede Brahms eerder deze maand klonk deze Schumann ongewoon transparant en slank. Mooi gedaan!
22 november 2018
Concert 7 november 2018
Woensdag 7 november 2018, Concertgebouw Amsterdam
Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. John Eliot Gardiner
Corinne Winters, sopraan
Ann Hallenberg, mezzosopraan
Edgaras Montvidas, tenor
Gianluca Buratto, bas
Monteverdi Choir
Verdi: Messa di Requiem
Vergeleken met andere oude-muziekspecialisten (Harnoncourt, Pinnock, Herreweghe, Brüggen etc.) vond en vind ik de opnames van Gardiner dikwijls te scherp en ongenaakbaar. Zijn opnames van de pianoconcerten van Mozart, Beethovens Missa Solemnis, ja zelfs Monteverdi's Maria Vespers: fraai gedaan, maar ook te hard, te scherp, te vilein. Sinds een aantal jaren zijn die scherpe randjes aan het vervagen, en zijn optredens hier in het Concertgebouw - met welk orkest ook - overtuigden meer en meer. Zie de weblogs via de dirigentenlijst hiernaast. Twee weken geleden nog een fraai Berlioz-programma (zie hier) en nu direct terug met een onvergetelijke en bijkans onmogelijk te overtreffen uitvoering van het Requiem van Verdi. Er werd fluisterend, zuchtend, declamerend, sonoor en schreeuwend gezongen, en gebeukt in het Dies Irae alsof het dak móest instorten. Dat Verdi Requiem is op zichzelf al een onverwoestbaar meesterwerk, maar Gardiner openbaarde vele extra dimensies. Ik ken het stuk maat voor maat door ontelbare keren luisteren op cd, en ook live o.l.v. Chailly en Jansons, maar zo enerverend als deze avond hoorde ik het stuk nog niet eerder. Grandioze solisten, een grandioos koor, orkest en dirigent. En die sublieme muziek van Verdi. Wat een avond.
Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. John Eliot Gardiner
Corinne Winters, sopraan
Ann Hallenberg, mezzosopraan
Edgaras Montvidas, tenor
Gianluca Buratto, bas
Monteverdi Choir
Verdi: Messa di Requiem
Vergeleken met andere oude-muziekspecialisten (Harnoncourt, Pinnock, Herreweghe, Brüggen etc.) vond en vind ik de opnames van Gardiner dikwijls te scherp en ongenaakbaar. Zijn opnames van de pianoconcerten van Mozart, Beethovens Missa Solemnis, ja zelfs Monteverdi's Maria Vespers: fraai gedaan, maar ook te hard, te scherp, te vilein. Sinds een aantal jaren zijn die scherpe randjes aan het vervagen, en zijn optredens hier in het Concertgebouw - met welk orkest ook - overtuigden meer en meer. Zie de weblogs via de dirigentenlijst hiernaast. Twee weken geleden nog een fraai Berlioz-programma (zie hier) en nu direct terug met een onvergetelijke en bijkans onmogelijk te overtreffen uitvoering van het Requiem van Verdi. Er werd fluisterend, zuchtend, declamerend, sonoor en schreeuwend gezongen, en gebeukt in het Dies Irae alsof het dak móest instorten. Dat Verdi Requiem is op zichzelf al een onverwoestbaar meesterwerk, maar Gardiner openbaarde vele extra dimensies. Ik ken het stuk maat voor maat door ontelbare keren luisteren op cd, en ook live o.l.v. Chailly en Jansons, maar zo enerverend als deze avond hoorde ik het stuk nog niet eerder. Grandioze solisten, een grandioos koor, orkest en dirigent. En die sublieme muziek van Verdi. Wat een avond.
12 november 2018
Concert 1 november 2018
Donderdag 1 november 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe
Yefim Bronfman, piano
Beethoven: Pianoconcert nr. 4
Brahms: Symfonie nr. 2
Een logischer vervanger voor de ontslagen chef Gatti konden ze niet vinden voor dit klassieke programma. Eind deze maand stond Herreweghe namelijk al geboekt voor een programma met Beethovens Vioolconcert en Schumanns Tweede symfonie, en dit programma is meer dan equivalent daaraan. Wel net zo merkwaardig: de oude-muziekspecialist Herreweghe samen met klavierleeuw Bronfman op één podium. Het bleek een belevenis, omdat Herreweghe zorgde voor kristalhelder orkestspel waarin Bronfman vrijuit kon zwemmen. Het was de eerste uitvoering in een lange reeks inclusief tournee, en het zou interessant zijn geweest de laatste uitvoering ervan te horen, want niet alles was nog uitgekristalliseerd, maar wel al grandioos. Het onbegrijpelijk subliem gecomponeerde tweede deel werd strak en pakkend gespeeld - Beethoven op zijn best. Na de pauze een even slanke als glasheldere Tweede Brahms, tegenpool van de volbloed Karajan-, Giulini- en Solti-lezingen. Allemaal even fraai, maar Herreweghe bracht een zeer overtuigend tegengeluid. In het derde deel ging het bijna mis - Herreweghe slaat nu eenmaal anders de maat dan de gemiddelde dirigent. Een groots concert en ik kijk uit naar zijn Schumann eind deze maand. De foto hierboven werd gemaakt tijdens de repetitie in Helsinki voor het laatste concert in de reeks. Het tekent de professionaliteit van beide grootheden.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe
Yefim Bronfman, piano
Beethoven: Pianoconcert nr. 4
Brahms: Symfonie nr. 2
Een logischer vervanger voor de ontslagen chef Gatti konden ze niet vinden voor dit klassieke programma. Eind deze maand stond Herreweghe namelijk al geboekt voor een programma met Beethovens Vioolconcert en Schumanns Tweede symfonie, en dit programma is meer dan equivalent daaraan. Wel net zo merkwaardig: de oude-muziekspecialist Herreweghe samen met klavierleeuw Bronfman op één podium. Het bleek een belevenis, omdat Herreweghe zorgde voor kristalhelder orkestspel waarin Bronfman vrijuit kon zwemmen. Het was de eerste uitvoering in een lange reeks inclusief tournee, en het zou interessant zijn geweest de laatste uitvoering ervan te horen, want niet alles was nog uitgekristalliseerd, maar wel al grandioos. Het onbegrijpelijk subliem gecomponeerde tweede deel werd strak en pakkend gespeeld - Beethoven op zijn best. Na de pauze een even slanke als glasheldere Tweede Brahms, tegenpool van de volbloed Karajan-, Giulini- en Solti-lezingen. Allemaal even fraai, maar Herreweghe bracht een zeer overtuigend tegengeluid. In het derde deel ging het bijna mis - Herreweghe slaat nu eenmaal anders de maat dan de gemiddelde dirigent. Een groots concert en ik kijk uit naar zijn Schumann eind deze maand. De foto hierboven werd gemaakt tijdens de repetitie in Helsinki voor het laatste concert in de reeks. Het tekent de professionaliteit van beide grootheden.
04 november 2018
Concert 20 oktober 2018
Zaterdag 20 oktober 2018, Concertgebouw Amsterdam
Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. John Eliot Gardiner
Lucille Richardot, mezzosopraan
Berlioz: Ouverture Le corsaire
Berlioz: Le mort de Cléopâtre
Berlioz: Uit Les Troyens: Chasse royale et Orage
Berlioz: Uit Les Troyens: Ah! Je vais mourir
Berlioz: Symphonie fantastique
Een onstuimig en gevarieerd Berlioz-programma, uitgevoerd door een orkest en een dirigent die Berlioz graag onstuimig uitvoeren. Voor de pauze twee gezongen levenseinden van twee Noord-Afrikaanse koninginnen, bijzonder gaaf en pakkend gezongen door de Franse mezzo Lucille Richardot. Gardiner ging er soms flink tegenaan, maar Richardot hield zich uitstekend staande. De koninklijke jacht uit Les Troyens werd perfect uitgevoerd; het is een stuk van uitersten en Gardiner gaf het het volle pond. Er zit ook een vocaal element in, hier gebracht door de orkestleden die al spelend ook de vocale uitroepen voor hun rekening namen. Na de pauze Berlioz' bekendste symfonie, gespeeld inclusief twee Ophicleïdes, het blaasinstrument dat in de 19e eeuw vrij veel werd voorgeschreven (niet alleen door Berlioz, maar ook door o.a. Mendelssohn, Verdi en Wagner), maar later door de tuba werd vervangen. Gardiner leidde een rauwe, gedreven uitvoering. Het tempo lag af en toe zo hoog dat er hier en daar wat schoonheidsfoutjes in het orkestspel optraden. Maar beter zo'n energieke dan een matte foutloze uitvoering.
Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. John Eliot Gardiner
Lucille Richardot, mezzosopraan
Berlioz: Ouverture Le corsaire
Berlioz: Le mort de Cléopâtre
Berlioz: Uit Les Troyens: Chasse royale et Orage
Berlioz: Uit Les Troyens: Ah! Je vais mourir
Berlioz: Symphonie fantastique
Een onstuimig en gevarieerd Berlioz-programma, uitgevoerd door een orkest en een dirigent die Berlioz graag onstuimig uitvoeren. Voor de pauze twee gezongen levenseinden van twee Noord-Afrikaanse koninginnen, bijzonder gaaf en pakkend gezongen door de Franse mezzo Lucille Richardot. Gardiner ging er soms flink tegenaan, maar Richardot hield zich uitstekend staande. De koninklijke jacht uit Les Troyens werd perfect uitgevoerd; het is een stuk van uitersten en Gardiner gaf het het volle pond. Er zit ook een vocaal element in, hier gebracht door de orkestleden die al spelend ook de vocale uitroepen voor hun rekening namen. Na de pauze Berlioz' bekendste symfonie, gespeeld inclusief twee Ophicleïdes, het blaasinstrument dat in de 19e eeuw vrij veel werd voorgeschreven (niet alleen door Berlioz, maar ook door o.a. Mendelssohn, Verdi en Wagner), maar later door de tuba werd vervangen. Gardiner leidde een rauwe, gedreven uitvoering. Het tempo lag af en toe zo hoog dat er hier en daar wat schoonheidsfoutjes in het orkestspel optraden. Maar beter zo'n energieke dan een matte foutloze uitvoering.
19 oktober 2018
Concert 3 oktober 2018
Woensdag 3 oktober 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Trevor Pinnock
Beatrice Rana, piano
Chopin: Pianoconcert nr. 1
Liszt/Adams: The Black Gondola
Haydn: Symfonie nr. 103
Een weinig samenhangend programma, deze avond. Ik stel me voor dat het bij het samenstellen zo gegaan kan zijn: Pinnock blinkt uit in Haydn, dus dat sowieso. Het KCO wist rijzende ster Beatrice Rana te contracteren, dus zij bepaalde welk soloconcert ze zou spelen; met Chopin Eerste kan iedere dirigent uit de voeten (want zoveel valt er niet te dirigeren in dit stuk). En ja, dan nog iets extra's: een stuk waarin de concertleden die teveel waren voor Haydn maar wel nodig voor Chopin nog iets concreets hadden om te spelen... Ik sla hier wellicht de plank volledig mis, maar het leek me wel een logische gedachtegang. Enfin, Beatrice Rana speelde poëtisch en sierlijk, ook al speelt Krytian Zimerman op mijn cd-opanme (met Giulini als dirigent) het stuk rijker en dramatischer. Pinnock begeleidde trouwens erg goed. Na de pauze het door John Adams georkestreerde tweede pianostuk La lugubre gondola - best aardig om dit duistere stuk door een orkest te horen spelen, maar geen bewerking die het origineel in de schaduw stelt. Tenslotte dan de symfonie met de paukenroffel van Haydn, een ogenschijnlijk traditioneel maar uiterst origineel werk. De opname die Harnoncourt indertijd met het KCO maakte is subliem, en Pinnock kwam daar redelijk bij in de buurt. Pinnock straalt permanent een enorme muzikale energie uit en dat vertaalde zich hier in een heerlijke Haydn.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Trevor Pinnock
Beatrice Rana, piano
Chopin: Pianoconcert nr. 1
Liszt/Adams: The Black Gondola
Haydn: Symfonie nr. 103
Een weinig samenhangend programma, deze avond. Ik stel me voor dat het bij het samenstellen zo gegaan kan zijn: Pinnock blinkt uit in Haydn, dus dat sowieso. Het KCO wist rijzende ster Beatrice Rana te contracteren, dus zij bepaalde welk soloconcert ze zou spelen; met Chopin Eerste kan iedere dirigent uit de voeten (want zoveel valt er niet te dirigeren in dit stuk). En ja, dan nog iets extra's: een stuk waarin de concertleden die teveel waren voor Haydn maar wel nodig voor Chopin nog iets concreets hadden om te spelen... Ik sla hier wellicht de plank volledig mis, maar het leek me wel een logische gedachtegang. Enfin, Beatrice Rana speelde poëtisch en sierlijk, ook al speelt Krytian Zimerman op mijn cd-opanme (met Giulini als dirigent) het stuk rijker en dramatischer. Pinnock begeleidde trouwens erg goed. Na de pauze het door John Adams georkestreerde tweede pianostuk La lugubre gondola - best aardig om dit duistere stuk door een orkest te horen spelen, maar geen bewerking die het origineel in de schaduw stelt. Tenslotte dan de symfonie met de paukenroffel van Haydn, een ogenschijnlijk traditioneel maar uiterst origineel werk. De opname die Harnoncourt indertijd met het KCO maakte is subliem, en Pinnock kwam daar redelijk bij in de buurt. Pinnock straalt permanent een enorme muzikale energie uit en dat vertaalde zich hier in een heerlijke Haydn.
07 oktober 2018
Concert 27 september 2018
Donderdag 27 september 2018, Concertgebouw Amsterdam
Judith Chemia - Jeanne d'Arc
Jean-Claude Drouot - Frère Dominique
Claire de Sévigné - sopraan (La Vierge)
Christine Goerke - sopraan (Marguerite)
Judit Kutasi - mezzosopraan (Catherine)
Jean-Noël Briend - tenor
Steven Humes - bas
Rotterdam Symphony Chorus, Nationaal Kinderkoor
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Stéphane Denève
Honegger: Jeanne d'Arc au bûcher
Ik ging niet met overmatig enthousiasme naar dit concert. Ik ben soms conservatiever dan ik zou willen zijn. Maar goed, je hebt een abonnement en er komt nog genoeg Brahms, Schumann en Bruckner later dit concertseizoen. Het bleek echter een geweldig concert, met prachtige muziek als een halve opera op het podium van het Concertgebouw gebracht. Jeanne stond op een hoge, houten stellage voor het orgel en naast en voor de dirigent werd druk geacteerd en gezongen. De tijd vloog voorbij, en stond soms helemaal stil bij de prachtige koorpartijen - het deel met het kinderkoor was hemels mooi. Na een uur had ik het echter wel een beetje gehad - Honegger verraste niet meer zo. Goed dat het KCO en de bevlogen en uiterst artistiek-Frans uitziende en gebarende Denève dit stuk op de lessenaars plaatsten, maar nu weer over op Brahms, Schumann en Bruckner.
Judith Chemia - Jeanne d'Arc
Jean-Claude Drouot - Frère Dominique
Claire de Sévigné - sopraan (La Vierge)
Christine Goerke - sopraan (Marguerite)
Judit Kutasi - mezzosopraan (Catherine)
Jean-Noël Briend - tenor
Steven Humes - bas
Rotterdam Symphony Chorus, Nationaal Kinderkoor
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Stéphane Denève
Honegger: Jeanne d'Arc au bûcher
Ik ging niet met overmatig enthousiasme naar dit concert. Ik ben soms conservatiever dan ik zou willen zijn. Maar goed, je hebt een abonnement en er komt nog genoeg Brahms, Schumann en Bruckner later dit concertseizoen. Het bleek echter een geweldig concert, met prachtige muziek als een halve opera op het podium van het Concertgebouw gebracht. Jeanne stond op een hoge, houten stellage voor het orgel en naast en voor de dirigent werd druk geacteerd en gezongen. De tijd vloog voorbij, en stond soms helemaal stil bij de prachtige koorpartijen - het deel met het kinderkoor was hemels mooi. Na een uur had ik het echter wel een beetje gehad - Honegger verraste niet meer zo. Goed dat het KCO en de bevlogen en uiterst artistiek-Frans uitziende en gebarende Denève dit stuk op de lessenaars plaatsten, maar nu weer over op Brahms, Schumann en Bruckner.
24 september 2018
Concert 23 september 2018
Zondag 23 september 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Michael Sanderling
Andriessen: Mysteriën
Bruckner: Symfonie nr. 3
Vorige maand dirigeerde Manfred Honeck ook al de Derde Bruckner, en die heerlijke uitvoering (zie hier) mocht niet de enige zijn: de reguliere abonnementsconcerten werden nu door Michael Sanderling overgenomen, dus snel een kaartje gekocht. Het bleek een in vele opzichten confronterend en geweldig concert. Allereerst Andriessens Mysteriën voor de pauze: het KCO-opdrachtwerk aan Louis Andriessen werd in 2013 voor het eerst opgevoerd o.l.v. Mariss Jansons - lees mijn weblog toen! Andriessen en Jansons konden het niet goed met elkaar vinden, maar hoe goed dat Gatti het zesdelige stuk wilde hernemen en Sanderling het kundig overnam! Het mag een KCO-repertoirestuk worden, wat mij betreft. En ja, dan toch weer die Derde Bruckner, net als vorige maand de derde versie uit 1889. Maar voor de rest alleen maar verschillen met die uitvoering. In de jaren negentig hoorde ik twee (of drie?) keer Kurt Sanderling bij het KCO, met in ieder geval de Zevende Bruckner en de ander keer tja, de Derde of Vierde? - Ik weet het niet meer. Maar wat ik wel herinner: het waren trage, statige, gedragen uitvoeringen, gedirigeerd met autoriteit. En zo dirigeerde nu ook zijn zoon: pas enkele jaren dirigent (daarvoor solocellist), maar het orkest zijn kijk op dit stuk evenzeer met autoriteit opleggend. De eerste twee delen hoorde ik nooit eerder zo spannend-traag (of het moet onder zijn vader zijn geweest). En het orkest speelde grandioos; de zaal hield zijn adem in en ik wist zelf evenzeer nauwelijk hoe ik het zoeken moest. Michael Sanderling moet stellig terug, weer met Bruckner! Over de familie Sanderling gesproken: vader Kurt Sanderling was natuurlijk de grote dirigent, maar nog voor ik hem bij het KCO zag en hoorde, ging ik als Leidse student eens (ergens rond 1985) naar een concert in de Stadsgehoorzaal, waar het Residentieorkest speelde o.l.v. Thomas Sanderling - zoon uit een eerder huwelijk van vader Kurt. Schumanns Rheinische, dat weet ik nog. Maar goed: houd die andere zoon Michael in de gaten! Ik gun hem een foto maar het mysterie Bruckner gaat boven alles. Die boerenkop (klik erop), en dan toch de meest grandioze symfonische muziek daaruit ontstaan...
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Michael Sanderling
Andriessen: Mysteriën
Bruckner: Symfonie nr. 3
Vorige maand dirigeerde Manfred Honeck ook al de Derde Bruckner, en die heerlijke uitvoering (zie hier) mocht niet de enige zijn: de reguliere abonnementsconcerten werden nu door Michael Sanderling overgenomen, dus snel een kaartje gekocht. Het bleek een in vele opzichten confronterend en geweldig concert. Allereerst Andriessens Mysteriën voor de pauze: het KCO-opdrachtwerk aan Louis Andriessen werd in 2013 voor het eerst opgevoerd o.l.v. Mariss Jansons - lees mijn weblog toen! Andriessen en Jansons konden het niet goed met elkaar vinden, maar hoe goed dat Gatti het zesdelige stuk wilde hernemen en Sanderling het kundig overnam! Het mag een KCO-repertoirestuk worden, wat mij betreft. En ja, dan toch weer die Derde Bruckner, net als vorige maand de derde versie uit 1889. Maar voor de rest alleen maar verschillen met die uitvoering. In de jaren negentig hoorde ik twee (of drie?) keer Kurt Sanderling bij het KCO, met in ieder geval de Zevende Bruckner en de ander keer tja, de Derde of Vierde? - Ik weet het niet meer. Maar wat ik wel herinner: het waren trage, statige, gedragen uitvoeringen, gedirigeerd met autoriteit. En zo dirigeerde nu ook zijn zoon: pas enkele jaren dirigent (daarvoor solocellist), maar het orkest zijn kijk op dit stuk evenzeer met autoriteit opleggend. De eerste twee delen hoorde ik nooit eerder zo spannend-traag (of het moet onder zijn vader zijn geweest). En het orkest speelde grandioos; de zaal hield zijn adem in en ik wist zelf evenzeer nauwelijk hoe ik het zoeken moest. Michael Sanderling moet stellig terug, weer met Bruckner! Over de familie Sanderling gesproken: vader Kurt Sanderling was natuurlijk de grote dirigent, maar nog voor ik hem bij het KCO zag en hoorde, ging ik als Leidse student eens (ergens rond 1985) naar een concert in de Stadsgehoorzaal, waar het Residentieorkest speelde o.l.v. Thomas Sanderling - zoon uit een eerder huwelijk van vader Kurt. Schumanns Rheinische, dat weet ik nog. Maar goed: houd die andere zoon Michael in de gaten! Ik gun hem een foto maar het mysterie Bruckner gaat boven alles. Die boerenkop (klik erop), en dan toch de meest grandioze symfonische muziek daaruit ontstaan...
09 september 2018
Opera 8 september 2018
Zaterdag 8 september 2018, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant
Moessorgski: Boris Godoenov
Boris - Alexander Tsymbalyuk
Fjodor - Olivia Vermeulen
Xenia - Tetiana Miyus
Sjoejski - Frank van Aken
Pimen - Ante Jerkunica
Grigory - Dmitry Golovnin
Marina - Alisa Kolosova
Rangoni - Vladislav Sulimsky
Varlaam - Alexander Krasnov
Joerodivy - James Kryshak
Vlaams Radio Koor, Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Pablo Heras-Casado
Het is precies tien jaar geleden dat ik deze opera voor het laatst hoorde, bij DNO. Zie hier en hier. En wederom zorgde Facebook ervoor dat ik enkele dagen voor dit concert een perfecte plaats midden in de zaal kon kopen. Een week geleden waren er slechts podiumplaatsen te koop - bij zo'n concertante uitvoering waar de zangers naast de dirigent staan geenszins ideaal. Maar kennelijk komen er enkele dagen voor zo'n concert goede zaalplaatsen beschikbaar en gaat Facebook los. Enfin, drie dagen voor dit concert kocht ik een kaartje op rij 20 aan het middengangpad. Wat een opera is dit toch; die verbazing die ik eind jaren tachtig tijdens het eerste Muziektheater-seizoen had, toen ik totaal onvoorbereid deze opera voor het eerst hoorde, had ik nu wederom. De koorscènes van de proloog, de vertelling van Pimen in de eerste akte, de confrontatie tussen Boris en Sjoejski en de daaropvolgende overpeinzingen van Boris, en dan nog die vertelling van Pimen in de vierde akte en de doodsstrijd van Boris daarna: wat een grandioze, aangrijpende muziek. De twee pauzes tijdens dit concert gaven me voldoende tijd het uitgebreide programmaboekje te lezen over de historische achtergronden en vooral de versiegeschiedenis van deze opera. Heras-Casado dirigeerde de 1872-versie, inclusief de zogenaamde Poolse akte, en de scène die volgt op de dood van Boris. Mijn opname o.l.v. Cluytens en Boris Christoff - die daarop zowel Pimen, Varlaam en Boris zingt - biedt die scènes ook, maar de laatste twee zijn omgedraaid zodat de opera eindigt met de dood van Boris. Dat was tijdens dit concert wel een rare gewaarwording: Boris dood, en dan nog die gekke scène met de pelgrims en de Joerovidi (hoe mooi zijn te zingen muziek ook is). Enfin: wat een uitvoering! En dan vooral: wat een Boris! Alexander Tsymbalyuk is begin 40, en wat een stem! Hij zong op volle kracht, en met een stemkleuring zoals ik nog nooit bij een bas hoorde. Hij deed Christoff even helemaal vergeten. Hij drukte me met zijn stem diep in mijn stoel. Dat deed Ante Jerkunica als Pimen evenzeer - Tsymbalyuk en Jerkunica waren de twee grote sterren van deze uitvoering. De andere zangers deden nauwelijks voor hen onder, en koor en orkest zongen en speelden groots. Heras-Casado dirigeerde nauwkeurig - hoe geweldig: een Boris Goedoenov in het Concertgebouw. Ik zag het portert hierboven van Ilja Repin ooit in het echt - hoe dicht kun je bij die onnavolgbaar eigenaardige Moessorgski eigenlijk komen?
Opera concertant
Moessorgski: Boris Godoenov
Boris - Alexander Tsymbalyuk
Fjodor - Olivia Vermeulen
Xenia - Tetiana Miyus
Sjoejski - Frank van Aken
Pimen - Ante Jerkunica
Grigory - Dmitry Golovnin
Marina - Alisa Kolosova
Rangoni - Vladislav Sulimsky
Varlaam - Alexander Krasnov
Joerodivy - James Kryshak
Vlaams Radio Koor, Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Pablo Heras-Casado
Het is precies tien jaar geleden dat ik deze opera voor het laatst hoorde, bij DNO. Zie hier en hier. En wederom zorgde Facebook ervoor dat ik enkele dagen voor dit concert een perfecte plaats midden in de zaal kon kopen. Een week geleden waren er slechts podiumplaatsen te koop - bij zo'n concertante uitvoering waar de zangers naast de dirigent staan geenszins ideaal. Maar kennelijk komen er enkele dagen voor zo'n concert goede zaalplaatsen beschikbaar en gaat Facebook los. Enfin, drie dagen voor dit concert kocht ik een kaartje op rij 20 aan het middengangpad. Wat een opera is dit toch; die verbazing die ik eind jaren tachtig tijdens het eerste Muziektheater-seizoen had, toen ik totaal onvoorbereid deze opera voor het eerst hoorde, had ik nu wederom. De koorscènes van de proloog, de vertelling van Pimen in de eerste akte, de confrontatie tussen Boris en Sjoejski en de daaropvolgende overpeinzingen van Boris, en dan nog die vertelling van Pimen in de vierde akte en de doodsstrijd van Boris daarna: wat een grandioze, aangrijpende muziek. De twee pauzes tijdens dit concert gaven me voldoende tijd het uitgebreide programmaboekje te lezen over de historische achtergronden en vooral de versiegeschiedenis van deze opera. Heras-Casado dirigeerde de 1872-versie, inclusief de zogenaamde Poolse akte, en de scène die volgt op de dood van Boris. Mijn opname o.l.v. Cluytens en Boris Christoff - die daarop zowel Pimen, Varlaam en Boris zingt - biedt die scènes ook, maar de laatste twee zijn omgedraaid zodat de opera eindigt met de dood van Boris. Dat was tijdens dit concert wel een rare gewaarwording: Boris dood, en dan nog die gekke scène met de pelgrims en de Joerovidi (hoe mooi zijn te zingen muziek ook is). Enfin: wat een uitvoering! En dan vooral: wat een Boris! Alexander Tsymbalyuk is begin 40, en wat een stem! Hij zong op volle kracht, en met een stemkleuring zoals ik nog nooit bij een bas hoorde. Hij deed Christoff even helemaal vergeten. Hij drukte me met zijn stem diep in mijn stoel. Dat deed Ante Jerkunica als Pimen evenzeer - Tsymbalyuk en Jerkunica waren de twee grote sterren van deze uitvoering. De andere zangers deden nauwelijks voor hen onder, en koor en orkest zongen en speelden groots. Heras-Casado dirigeerde nauwkeurig - hoe geweldig: een Boris Goedoenov in het Concertgebouw. Ik zag het portert hierboven van Ilja Repin ooit in het echt - hoe dicht kun je bij die onnavolgbaar eigenaardige Moessorgski eigenlijk komen?
02 september 2018
Concert 29 augustus 2018
Woensdag 29 augustus 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
Mahler: Symfonie nr. 9
Door 'de val' moest Haitink in juni het zondagmiddagconcert afzeggen (zie hier en hier), en door de Gatti-perikelen sprong de eredirigent - twee chefdirigenten tussenin - zomaar in om een concert van een weggestuurde kersverse nieuwe chef over te nemen, en daarmee ook het afgezegde concert alsnog goedmakend. En het was een onvergetelijk concert, Haitink ten voeten uit. Want ruim twee maanden later beziet hij die Negende Mahler toch weer net iets anders. Was het begin juni vloeiend en gedreven, nu was het opeens broos, veel trager en uiterst fragiel. De zaal hield ruim anderhalf uur zijn adem in, ook ik wist soms niet meer of ik durfde te ademen. Ik schreef het al vaker: hoe aangrijpend dat vierde deel ook is, het openingsdeel is de ultieme Mahler waarin alles samenkomt wat hij muzikaal te vertellen heeft. En het klonk nu weer anders dan begin juni, even spannend en nieuw. Ook op zijn 89ste verrast Haitink keer op keer.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
Mahler: Symfonie nr. 9
Door 'de val' moest Haitink in juni het zondagmiddagconcert afzeggen (zie hier en hier), en door de Gatti-perikelen sprong de eredirigent - twee chefdirigenten tussenin - zomaar in om een concert van een weggestuurde kersverse nieuwe chef over te nemen, en daarmee ook het afgezegde concert alsnog goedmakend. En het was een onvergetelijk concert, Haitink ten voeten uit. Want ruim twee maanden later beziet hij die Negende Mahler toch weer net iets anders. Was het begin juni vloeiend en gedreven, nu was het opeens broos, veel trager en uiterst fragiel. De zaal hield ruim anderhalf uur zijn adem in, ook ik wist soms niet meer of ik durfde te ademen. Ik schreef het al vaker: hoe aangrijpend dat vierde deel ook is, het openingsdeel is de ultieme Mahler waarin alles samenkomt wat hij muzikaal te vertellen heeft. En het klonk nu weer anders dan begin juni, even spannend en nieuw. Ook op zijn 89ste verrast Haitink keer op keer.
26 augustus 2018
Concert 23 augustus 2018
Donderdag 23 augustus 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Manfred Honeck
Anett Fritsch, sopraan
Webern: Fünf Sätze, op. 5
Berg: Altenberg-Lieder
Bruckner: Symfonie nr. 3
Het Gatti-vervangingscircus is begonnen; ik zal er af en toe nog wel naar verwijzen, maar veel zin heeft het ook niet echt. Gatti is weg en keert niet weerom. Manfred Honeck dirigeerde ruim twee jaar geleden een mooi concert met Beethoven en Mahler (zie hier) en nu een uitdagend programma met Bruckners Derde als hoogtepunt. Ik houd niet van Webern en Berg; het gaat bij mij het ene oor in en het andere nog sneller uit. Die vijf miniaturen van Webern zou ik desondanks eens nader moeten bestuderen, er gebeurt veel in heel weinig tijd. De liederen van Berg werden zeer trefzeker door Anett Fritsch gezongen, of soms vooral gedeclameerd. Maar mooi vind ik deze muziek gewoonweg niet. Na de pauze dan die geweldige Derde van Bruckner; de laatste keer dat ik het live hoorde was precies 10 jaar geleden o.l.v. Mariss Jansons (zie hier). Honeck dirigeerde een vloeiende en zeer transparante uitvoering (van de derde versie uit 1889), waarmee hij benadrukte dat deze symfonie een typisch overgangswerk is: van de nog weifelende en niet altijd evenwichtige Eerste en Tweede naar de wel volledig coherente Vierde. Het laatste deel van deze Derde vind ik wat rommelig en moeizaam, ofschoon het derde echo-thema uiterst origineel is. Maar goed, wat een geweldige symfonie verder, en wat ultiem heerlijk: Bruckner door het KCO!
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Manfred Honeck
Anett Fritsch, sopraan
Webern: Fünf Sätze, op. 5
Berg: Altenberg-Lieder
Bruckner: Symfonie nr. 3
Het Gatti-vervangingscircus is begonnen; ik zal er af en toe nog wel naar verwijzen, maar veel zin heeft het ook niet echt. Gatti is weg en keert niet weerom. Manfred Honeck dirigeerde ruim twee jaar geleden een mooi concert met Beethoven en Mahler (zie hier) en nu een uitdagend programma met Bruckners Derde als hoogtepunt. Ik houd niet van Webern en Berg; het gaat bij mij het ene oor in en het andere nog sneller uit. Die vijf miniaturen van Webern zou ik desondanks eens nader moeten bestuderen, er gebeurt veel in heel weinig tijd. De liederen van Berg werden zeer trefzeker door Anett Fritsch gezongen, of soms vooral gedeclameerd. Maar mooi vind ik deze muziek gewoonweg niet. Na de pauze dan die geweldige Derde van Bruckner; de laatste keer dat ik het live hoorde was precies 10 jaar geleden o.l.v. Mariss Jansons (zie hier). Honeck dirigeerde een vloeiende en zeer transparante uitvoering (van de derde versie uit 1889), waarmee hij benadrukte dat deze symfonie een typisch overgangswerk is: van de nog weifelende en niet altijd evenwichtige Eerste en Tweede naar de wel volledig coherente Vierde. Het laatste deel van deze Derde vind ik wat rommelig en moeizaam, ofschoon het derde echo-thema uiterst origineel is. Maar goed, wat een geweldige symfonie verder, en wat ultiem heerlijk: Bruckner door het KCO!
10 augustus 2018
Opera 22 juli 2018
Zondag 22 juli 2018, Arena di Verona
Arena di Verona Opera Festival
Verdi: Aida
Aida - Maria José Siri
Amneris - Violetta Urmana
Radames - Carlo Ventre
Il re - Romano Dal Zovo
Ramfis - In Sung Sim
Amonasro - Ambrogio Maestri
Arena di Verona Orkest en Koor o.l.v. Daniel Oren
Ik ben soms verrukkelijk inconsequent. Afgelopen oktober schreef ik over mijn bezoek aan de Aida in Verona vijf weken ervoor dat ik er komend jaar niet per se opnieuw heen hoefde (lees hier), maar 10 maanden na die woorden zat ik er weer. En het werd de meest enerverende en gedenkwaardige opera-avond uit mijn geheugen. De Zeffirelli-enscenering zag ik er ruim 10 jaar terug ook, al was die van vorig jaar imposanter en verfijnder. Maar deze avond zong een geweldige cast o.l.v. een geweldige operadirigent. En die cast werd uitgebreid met het weer, die de avond onvergetelijk maakte. De eerste en tweede akte verliepen regulier, maar tijdens de pauze tussen de tweede en derde akte begon het zachtjes te druppelen, zodat de pauze bijna een uur duurde in plaats van de geplande 25 minuten. Het werd weer droog, en iedereen nam zijn plaats in. Enfin, die derde akte (wat een prachtig poëtisch begin na die pompeuze tweede akte) moest drie keer worden onderbroken door terugkerend gedruppel. Het was allemaal te weinig om volledig te stoppen, dus steeds weer de orkestleden terug in de bak, dirigent op, en Aida en Radames meteen voluit in hun duet enzovoort. Na de derde onderbreking werd omgeroepen dat de vierde akte meteen zonder pauze zou worden ingezet, maar het begon wel vervaarlijk te weerlichten en te waaien - het was inmiddels half twee 's nachts... Die vierde akte was net tien minuten aan de gang, toen er opeens dikke druppels vielen; iedereen weg en nu voorgoed. Die druppels bleken voorbode van een enorme hoosbui. Enfin, Aida en Radames werd de dood bespaard deze avond. We renden het plein over en dronken nog tot na twee uur onder de luifels een glas witte wijn. Aida is niet Verdi's allerbeste opera - er zitten enkele te snel gemaakte overgangen in, maar tegelijkertijd is het een prachtig drama, en wie kan het weergaloze Possente Ftha weerstaan? Von Karajan en Katia Ricciarelli namen het prachtig op (zie hier); maar alleen Toscanini dirigeerde in 1949 de harpen kernachtiger dan ooit (hier). In de Arena klonk het trouwens ook geweldig. De Arena van Verona is verslavend...
Arena di Verona Opera Festival
Verdi: Aida
Aida - Maria José Siri
Amneris - Violetta Urmana
Radames - Carlo Ventre
Il re - Romano Dal Zovo
Ramfis - In Sung Sim
Amonasro - Ambrogio Maestri
Arena di Verona Orkest en Koor o.l.v. Daniel Oren
Ik ben soms verrukkelijk inconsequent. Afgelopen oktober schreef ik over mijn bezoek aan de Aida in Verona vijf weken ervoor dat ik er komend jaar niet per se opnieuw heen hoefde (lees hier), maar 10 maanden na die woorden zat ik er weer. En het werd de meest enerverende en gedenkwaardige opera-avond uit mijn geheugen. De Zeffirelli-enscenering zag ik er ruim 10 jaar terug ook, al was die van vorig jaar imposanter en verfijnder. Maar deze avond zong een geweldige cast o.l.v. een geweldige operadirigent. En die cast werd uitgebreid met het weer, die de avond onvergetelijk maakte. De eerste en tweede akte verliepen regulier, maar tijdens de pauze tussen de tweede en derde akte begon het zachtjes te druppelen, zodat de pauze bijna een uur duurde in plaats van de geplande 25 minuten. Het werd weer droog, en iedereen nam zijn plaats in. Enfin, die derde akte (wat een prachtig poëtisch begin na die pompeuze tweede akte) moest drie keer worden onderbroken door terugkerend gedruppel. Het was allemaal te weinig om volledig te stoppen, dus steeds weer de orkestleden terug in de bak, dirigent op, en Aida en Radames meteen voluit in hun duet enzovoort. Na de derde onderbreking werd omgeroepen dat de vierde akte meteen zonder pauze zou worden ingezet, maar het begon wel vervaarlijk te weerlichten en te waaien - het was inmiddels half twee 's nachts... Die vierde akte was net tien minuten aan de gang, toen er opeens dikke druppels vielen; iedereen weg en nu voorgoed. Die druppels bleken voorbode van een enorme hoosbui. Enfin, Aida en Radames werd de dood bespaard deze avond. We renden het plein over en dronken nog tot na twee uur onder de luifels een glas witte wijn. Aida is niet Verdi's allerbeste opera - er zitten enkele te snel gemaakte overgangen in, maar tegelijkertijd is het een prachtig drama, en wie kan het weergaloze Possente Ftha weerstaan? Von Karajan en Katia Ricciarelli namen het prachtig op (zie hier); maar alleen Toscanini dirigeerde in 1949 de harpen kernachtiger dan ooit (hier). In de Arena klonk het trouwens ook geweldig. De Arena van Verona is verslavend...
07 augustus 2018
Concert 8 juli 2018
8 juli 2018, Concertgebouw Amsterdam
Leo van Doeselaar, Maarschalkerweerdorgel
J.S. Bach: Toccata en fuga, BWV 565
J.S. Bach: Concerto in d, BWV 596
Rossini: Petite caprice in C 'style Offenbach'
Rossini: Ouverture La gazza ladra
Verdi: Uit Requiem: Kyrie eleison & Sanctus
Yon: Humoresque l'organe primitivo
Widor: Uit Symfonie nr. 5: Allegro vivace
Saint-Saëns: Danse macabre
Vorig jaar speelde Leo van Doeselaar ook op een zondagmiddag in juli een heerlijk uurtje orgel in de Grote Zaal (zie hier de weblog). Toen was het (eind juli) een regenachtige middag, nu begin juli reeds vol zomers, en nu ik deze weblog een maand later schrijf nog steeds. Tja, de Gazza ladra ouverture van Rossini op het orgel in de Grote Zaal, of Bachs bekendste orgelwerk... Die 70 minuten zijn precies genoeg, maar ook uniek: je zit gedurende het concertseizoen uren en uren naar dat instrument te kijken, maar je hoort het verder nooit. Verder precies wat ik vorig jaar schreef en drie jaar gelden (volg de link in de weblog van vorig jaar). Van Doeselaar is een heerlijk spelende organist, die met trots alle facetten van zijn instrument tentoonspreidt. Zijn introfilmpje uit mei j.l. zegt genoeg: zie hier. Hierboven een foto van de bouwer van het orgel in de Grote Zaal.
Leo van Doeselaar, Maarschalkerweerdorgel
J.S. Bach: Toccata en fuga, BWV 565
J.S. Bach: Concerto in d, BWV 596
Rossini: Petite caprice in C 'style Offenbach'
Rossini: Ouverture La gazza ladra
Verdi: Uit Requiem: Kyrie eleison & Sanctus
Yon: Humoresque l'organe primitivo
Widor: Uit Symfonie nr. 5: Allegro vivace
Saint-Saëns: Danse macabre
Vorig jaar speelde Leo van Doeselaar ook op een zondagmiddag in juli een heerlijk uurtje orgel in de Grote Zaal (zie hier de weblog). Toen was het (eind juli) een regenachtige middag, nu begin juli reeds vol zomers, en nu ik deze weblog een maand later schrijf nog steeds. Tja, de Gazza ladra ouverture van Rossini op het orgel in de Grote Zaal, of Bachs bekendste orgelwerk... Die 70 minuten zijn precies genoeg, maar ook uniek: je zit gedurende het concertseizoen uren en uren naar dat instrument te kijken, maar je hoort het verder nooit. Verder precies wat ik vorig jaar schreef en drie jaar gelden (volg de link in de weblog van vorig jaar). Van Doeselaar is een heerlijk spelende organist, die met trots alle facetten van zijn instrument tentoonspreidt. Zijn introfilmpje uit mei j.l. zegt genoeg: zie hier. Hierboven een foto van de bouwer van het orgel in de Grote Zaal.
05 augustus 2018
Concert 21 juni 2018
Donderdag 21 juni 2018, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Eva-Maria Westbroek, sopraan
Beethoven: Symfonie nr. 2
Wagner: uit Das Rheingold: Einzug der Götter in Walhall
Wagner: uit Die Walküre: Walkürenritt
Wagner: uit Siegfried: Waldweben
Wagner: uit Götterdämmerung: Tagesgrauen-Siegfrieds Rheinfahrt-Brünnhildes Schlussgesang
Nou, en zo bleek dit concert opeens mijn laatste van het KCO en Gatti; de dag erna zou Gatti bij de herhaling van dit programma voor de laatste keer optreden met het KCO... Want het is uitgesloten dat hij na zijn ontslag op staande voet - enkele dagen geleden bekendgemaakt - ooit nog eens zal terugkeren bij het orkest. Er valt van alles te zeggen over de #metoo-onthullingen in de Washington Post; uiteindelijk hebben de verklaringen van orkestleden van het KCO zelf Gatti de das omgedaan. Een enorm drama, allereerst voor de nauw betrokkenen zelf. Maar ook voor de traditie van het orkest: een breuk met het verleden van lange verbintenissen tussen chef en orkest, géén schilderij van Gatti in de dirigentenfoyer, en vooral een zoektocht naar een nieuwe chef en naar goede vervangers die de vele concerten komend seizoen moeten overnemen. Het stof van de klap moet nog neerdalen, en daarna kan pas echt de schade overzien worden.
Gatti is een groot dirigent en dit concert was exemplarisch voor zijn kwaliteiten. Een fraaie Tweede Beethoven, vloeiend en punctueel. Na de pauze een uur hoogtepunten uit de vier delen van Wagners Ring des Nibelungen, aaneengesloten gespeeld. Gatti is een groot Wagnerdirigent, en het orkest speelde grandioos. Nog grandiozer was het aandeel van Eva-Maria Westbroek. De rol van Brünnhilde zal ze nooit volledig zingen, maar van het Schlussgesang maakte ze een artistieke voltreffer van jewelste. Perfect bij stem, en dramatisch hoogst enerverend. Met de kennis van nu een extra dramatisch concert.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Eva-Maria Westbroek, sopraan
Beethoven: Symfonie nr. 2
Wagner: uit Das Rheingold: Einzug der Götter in Walhall
Wagner: uit Die Walküre: Walkürenritt
Wagner: uit Siegfried: Waldweben
Wagner: uit Götterdämmerung: Tagesgrauen-Siegfrieds Rheinfahrt-Brünnhildes Schlussgesang
Nou, en zo bleek dit concert opeens mijn laatste van het KCO en Gatti; de dag erna zou Gatti bij de herhaling van dit programma voor de laatste keer optreden met het KCO... Want het is uitgesloten dat hij na zijn ontslag op staande voet - enkele dagen geleden bekendgemaakt - ooit nog eens zal terugkeren bij het orkest. Er valt van alles te zeggen over de #metoo-onthullingen in de Washington Post; uiteindelijk hebben de verklaringen van orkestleden van het KCO zelf Gatti de das omgedaan. Een enorm drama, allereerst voor de nauw betrokkenen zelf. Maar ook voor de traditie van het orkest: een breuk met het verleden van lange verbintenissen tussen chef en orkest, géén schilderij van Gatti in de dirigentenfoyer, en vooral een zoektocht naar een nieuwe chef en naar goede vervangers die de vele concerten komend seizoen moeten overnemen. Het stof van de klap moet nog neerdalen, en daarna kan pas echt de schade overzien worden.
Gatti is een groot dirigent en dit concert was exemplarisch voor zijn kwaliteiten. Een fraaie Tweede Beethoven, vloeiend en punctueel. Na de pauze een uur hoogtepunten uit de vier delen van Wagners Ring des Nibelungen, aaneengesloten gespeeld. Gatti is een groot Wagnerdirigent, en het orkest speelde grandioos. Nog grandiozer was het aandeel van Eva-Maria Westbroek. De rol van Brünnhilde zal ze nooit volledig zingen, maar van het Schlussgesang maakte ze een artistieke voltreffer van jewelste. Perfect bij stem, en dramatisch hoogst enerverend. Met de kennis van nu een extra dramatisch concert.
Abonneren op:
Posts (Atom)














