18 december 2020

Concert 11 oktober 2020

Zondag 11 oktober 2020, Concertgebouw Amsterdam

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Gustavo Gimeno & Krystian Zimerman, piano


Beethoven: Pianoconcert nr. 1, 2, 3, 4, 5

Eigenlijk 3 concerten, of één concert met twee lange pauzes. Het laatste concert voordat de boel weer op slot moest. Maar goed, wat een dag. Het concert met het Tweede en Eerste pianoconcert (in die volgorde) begon om half elf, het concert met het Derde concert om kwart over een, en het concert met het Vierde en Vijfde pianoconcert om half vier. Tja, wat te zeggen: doe het maar om al die concerten binnen een uur of zes te spelen. En dan zo spannend, moeiteloos, en gewoon erg mooi. Gimeno liet het orkest lekker spits spelen, en Zimerman voelde zich hoorbaar in zijn nopjes. 

Ik besloot al voor corona dat ik stad en land zou verlaten voor een ander voort-bestaan. Dat gaat in januari gebeuren. Ooit kom ik terug in het Concertgebouw, natuurlijk. Maar dit was voor heel voorlopig de laatste keer.

Tot horens!


Concert 24 en 25 september 2020

Donderdag 24 en vrijdag 25 september 2020, Concertgebouw Amsterdam

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Klaus Mäkelä


Jimmy López: The travails of Persiles and Sigismunda

Sibelius: Symfonie nr. 1


Twee keer naar dit concert. De eerste keer lang van tevoren besteld, de dag erna een half uur voor aanvang om even de gedachten te verzetten na huis-verkoop-gedoe. Ik kan van het López-stuk niets meer herinneren. Des te meer van Sibelius 1. Ik hoorde ooit alle symfonieën van Sibelius door het KCO, maar tot deze concerten nog niet eerder zijn Eerste. Mäkelä is half in de twintig, maar dirigeerde met autoriteit en met schwung. Hij is geeneens een belofte. Als je zijn concertprogramnma bekijkt mag het KCO blij zijn dat hij tijd voor ze heeft. Dat heeft hij opeens extra: vandaag werd bekend dat hij de Kerstmatinee van Fabio Luisi overneemt (die heeft Covid). En terecht: Mäkelä haalde het beste uit het KCO, ik zat ademloos te genieten van een geweldige Sibelius 1.


Concert 17 september 2020

Donderdag 17 september 2020, Concertgebouw Amsterdam

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Semyon Bychkov

Kirill Gerstein (piano), Miroslav Petkov (trompet)


Sjostakovitsj: Concert voor piano, trompet en orkest (pianoconcert nr. 1)

Dvorák: Symfonie nr. 8


Ideaal concert om mijn ouders van in de tachtig uit te nodigen. Ze houden allebei van Dvorák, en mijn vader is enorm fan van Sjostakovitsj. En als risico-doelgroep ook eens goed voor hen om uit huis te zijn. Het orkest speelde in topvorm en Gerstein en Petkov hadden er zin in. Mijn ouders genoten, en ik ook.

Concert 4 september 2020

Vrijdag 4 september 2020, Concertgebouw Amsterdam

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe


Haydn: Symfonie nr. 96 & Schubert: Symfonie nr. 6

De laatste keer dat het KCO Schubert 6 speelde was o.l.v. Harnoncourt. Jaren 90. Haydns 'Miracle' hoorde ik nog nooit eerder live. Ik ken het stuk van noot tot noot, door de Harnoncourt-opname, eveneens met het KCO. Het laaste deel ervan is Haydn op zijn allerbest. Herreweghe liet minder extreem spelen dan voorheen Harnoncourt, maar wel heel verzorgd en gewoon erg mooi!

Bijna einde muziekweblog

Ik schreef voorgaande weblog eind september, toen ik nog dacht dat ik weer vaker naar concerten kon. Maar in oktober kwam er een einde aan de 350-, later 250-bezoekers-per-concert-regeling. Ik houd van compleetheid, en omdat ik in januari a.s. naar Portugal verhuis en dan sowieso nog heel weinig of nooit naar concerten zal gaan, voeg ik toch nog even enkele concerten toe omdat ze het waard zijn genoemd te worden. Geen uitgebreide beschrijving erbij, wel enkele steekwoorden. 

Overigens blijft de technische update van Blogger een ramp, dus ik publiceer de concertgevens zonder aandacht voor opmaak.

Tenslotte: ik kreeg op mijn vorige bericht enkele heel aardige reacties. Dank daarvoor!

30 september 2020

Einde muziekweblog

Het doet enorm pijn, maar ik denk dat ik ga stoppen met de klassieke-muzieklog. Blogger heeft onlangs de instellingen zodanig gewijzigd dat het me enorm veel tijd kost om fatsoenlijk een weblog vorm te geven. Ik moet een half uur in html rommelen om allerlei vreemde codes, die automatisch in de tekst worden gezet en die de lopende tekst chaotisch maken, te verwijderen.

(Dit was dus een gewone enkele enter...) Misschien dat ik ooit nog eens de tijd vind om de hele blog naar een gebruiksvriendelijker programma om te zetten, maar nu dus niet.

Wellicht tot ooit.

13 september 2020

Concert 29 augustus 2020

Zaterdag 29 augustus 2020, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons

Rachmaninov: Symfonie nr 2

Nelsons was voor dit concertseizoen niet gecontracteerd, maar door corona is alles anders en Nelsons (allerwegen als grote kanshebber voor het chefdirigentschap betiteld - terecht) zat hoogstwaarschijnlijk toch thuis op de bank te niksen. Na de Eroica van Beethoven vorige week (zie hier) wederom een volbloed symfonie geprogrammeerd. Ik vind de Tweede Rachmaninov een grandioos stuk. De langzame inleiding is  even prachtig als dramatisch, en het simpele hoofdthema van dat eerste deel doet altijd even mijn adem stokken. De symfonie duurt een vol uur, en ik was na de puntige ritmiek van Beethoven erg toe aan een warm romantisch stuk. Met deze Tweede Rachmaninov kon ik het niet beter treffen. Nelsons koos opvallend langzame tempi en benadrukte vooral de duistere kanten. Het orkest bediende Nelsons op zijn wenken; heerlijke uitvoering. Moge de klik tussen orkest en Nelsons tot een vaste relatie leiden...

30 augustus 2020

Concert 23 augustus 2020

Zondag 23 augustus 2020, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. François-Xavier Roth

Ter Velduis: Who, What, Where, When Why
Beethoven: Symfonie nr 3

En het KCO geeft weer concerten! Na bijna een half jaar stilte is er een aangepast concertprogramma tot het einde van dit kalenderjaar met concerten van ongeveer een uur, die soms twee keer per dag gegeven worden. Maximaal 350 bezoekers, en sowieso geen gehoest! Heerlijk om weer in de Grote Zaal naar het orkest te kunnen luisteren; het was voor mij maandenlang het grootste gemis vanwege de lockdown. Naast een aantal besloten concerten was er deze week één concert waar je een kaartje voor kon krijgen. François-Xavier Roth dirigeerde een fijn openingsconcert met het gemakkelijk in het gehoor liggend stuk Who, What, Where, When, Why van Jacob ter Veldhuis, een vraag-en-antwoordspel dat deze zelfverklaard avant-popcomponist deze zomer schreef. Niet al te diepgaand, maar het klonk wel fraai. Daarna de Eroïca van Beethoven waarin Roth zich als een navolger van Harnoncourt presenteerde. Strakke tempi, felle contrasten en in de snelle delen ook wat ongelijkheden. Die konden (deels) ook aan de ruime opstelling van het orkest liggen, alsook aan het beperkt aantal bezoekers; de Grote Zaal klinkt dan toch ruimtelijker, minder warm. De Marcia funebre werd fantastisch gespeeld. 

31 maart 2020

Concert 5 maart 2020

Donderdag 5 maart 2020, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alain Altinoglu
Jean-Yves Thibaudet, piano

Rihm: Sostenuto
Ravel: Pianoconcert in G
Franck: Symfonie

Debuut bij het KCO van de Frans-Armeense dirigent Altinoglu, momenteel chefdirigent aan de Brusselse Munt. Aan het korte, woeste orkeststuk van Rihm viel niet zoveel eer te behalen, maar des te meer in Ravel en Franck. Thibaudet hoorde ik al minstens een keer of vier met dit geweldige pianoconcert van Ravel, maar hij speelde het als nieuw: geraffineerd, virtuoos en zangerig. Hoe bekend het stuk ook is, zo gespeeld werd het boven zichzelf uitgetild. Na de pauze de onvolprezen Symfonie van Franck; een meesterwerk en door de grote dirigenten te nadrukkelijk genegeerd. Waarschijnlijk omdat het zo moeilijk is de juiste snaar te raken. Onbegrijpelijk dat Haitink het bij mijn weten nooit heeft gedirigeerd, er is in elk geval geen opname - het zou toch een juist voor hem iconische symfonie moeten zijn. Maar goed, Altinoglu dirigeerde een gedreven, haast te vlotte uitvoering, en hield de boel strak in de hand. De opbouw, de melodierijkdom en vooral: de kunst van het doorwerken der thema's: ik kreeg het even te kwaad tijdens deze uitvoering.
Tja, en dan: dit is voorlopig de laatste weblog, tot betere tijden. Dit concert vond plaats anderhalve week nadat ik samen met vriend C. en zo'n anderhalf duizend anderen een kwartier voor aanvang van Il Trovatore in de Milanese Scala te horen kreeg dat uit voorzorg de voorstelling niet door ging. In Amsterdam mocht het nog even door, maar ook hier ligt alles plat. Ik zal proberen deze weblog op andere wijze te voeden. Wellicht wat favoriete cd-opnames van stukken waar ik anders naartoe zou zijn gegaan. Goede gezondheid allen!

24 maart 2020

Concert 7 februari 2020

Vrijdag 7 februari 2020, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-whun Chung

Mahler: Symfonie nr. 9

Ik schrijf dit terwijl we ons nog niet echt realiseren wat de c-crisis voor impact heeft en gaat hebben, maar het met zijn allen in een concertzaal zitten doet nu - meer dan ooit - als paradijslijk voor. Nu we sinds gisteren weten dat het Mahlerfeest is afgelast, was dit concert als derde in een serie van drie (in het Concertgebouw althans) voorlopig de laatste Mahler door het KCO. In de dagen erna speelde orkest en dirigent nog in het buitenland - de uitvoering in de nieuwe Elbphilharmonie van Hamburg is online te zien en te genieten, zie hier! Chung is een intrigerende dirigent; hij dirigeert alsof het allemaal wat terloops is. Maar niets zonder reden. Uit een column van een orkestlid over dirigenten las ik dat zijn inderdaad wat terloopse dirigeerslag niet altijd even duidelijk is. Dus werd aan hem gevraagd: maestro, kunt u hier en daar wat duidelijker aangeven. Zijn antwoord: als ik meer geef, krijg ik minder van jullie terug. Typerend voor Chung. En toch klonk alles strak en helder. Mahler 9 is een iconisch orkestwerk, het eerste deel te veelomvattend om in woorden te vatten. De herinnering aan dit concert is tijdens deze kluizenaarstijden extra behulpzaam.

23 maart 2020

Opera 1 februari 2020

Zaterdag 1 februari 2020, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant

Rossini: Semiramide

Semiramide - Albina Shagimuratova
Arsace - Varduhi Abrahamyan
Idreno - Michele Angelini
Assur - Mirco Palazzi
Azema - Maria Novella Malfatti
Mitrane - Alessandro Luciano
Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Michele Mariotti

Tussen de Nabucco-voorstellingen door ook even een geweldige Rossini-opera. Ik ken het stuk van de cd-opname met Joan Sutherland, maar hoorde het nog nooit live. Nu DNO meer Italiaanse opera's gaat brengen is er wellicht hoop dat deze prachtige opera seria ook eens in het Muziektheater komt. Deze concertante uitvoering mocht er zijn. Michele Mariotti kennen we van zijn optreden in La forza del destino bij DNO (zie hier), en er waren enkele uitstekende zangers gecontracteerd. Aan het begin werd bekendgemaakt dat Albina Shagimuratova eigenlijk niet kon zingen wegens een verkoudheid, maar om de uitvoering te redden deed ze het toch. Ik kon werkelijk niets aan haar zingen opmerken dat ze ziek zou zijn. Haar duet met Varduhi Abrahamyan was het hoogtepunt van de middag - hier legt Rossini de basis waar Bellini op zou verdergaan. Michele Angelini liet de zaal ontploffen na zijn twee hondsmoeilijke aria's. Rossini schudt in deze opera de ene briljante aria na de andere uit zijn mouw, en ondanks de uiteindelijk tragische afloop van het verhaal is de muzikale stemming doorgaans zonovergoten. Een verrukkelijke middag.

12 maart 2020

Opera 27 januari & 5 februari 2020

Maandag 27 januari & woensdag 5 februari 2020, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Verdi: Nabucco

Nabucco - George Petean
Abigaille - Anna Pirozzi
Ismaele - Freddie De Tommaso
Zaccaria - Dmitry Belosselskiy
Fenena - Alisa Kolosova
Koor van De Nationale Opera
Residentie Orkest o.l.v. Maurizio Benini

Vorig jaar april hoorde ik Nabucco voor het eerst, concertant in het Concertgebouw (zie hier), en nu dan twee keer geënsceneerd bij DNO. Het is een geweldige opera, en tegelijkertijd onbevredigend. Geweldig omdat het stuk onweerstaanbaar mooie muziek bevat, onbevredigend omdat die mooie stukken geen eenheid vormen - zowel muzikaal als verhaaltechnisch teveel en-toen-en-toen. Helaas wist regisseur Andreas Homokide de zwakke kanten van de opera niet te verbloemen (sommige regisseurs kunnen dat). Gelukkig werd er uitstekend gezongen (de Nabucco en Abigaille waren subliem gecast), en het operakoor bewees wederom zijn unieke kwaliteit. Benini liet het Residentie Orkest spelen zoals ik het nog nooit eerder hoorde. En toch ondanks al die positieve kanten: het was geen volledig geslaagde productie. Ik moet eerst enkele andere gezien hebben (Verona?) om precies het euvel te duiden, maar het was allemaal te bedacht, te statisch. Bepaald niet Verdi's beste opera, maar desondanks een opera om in je hart te sluiten.

08 maart 2020

Concert 25 januari 2020

Zaterdag 25 januari 2020, Concertgebouw Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergiev
Gautier Capuçon, cello

Rossini: Ouverture Guillaume Tell
Sjostakovitsj: Celloconcert nr. 1
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 15

Een matinee om niet te laten schieten. De Rotterdammers spelen onder leiding van hun oude chefdirigent op hun best, zo ook tijdens dit concert. De Vijftiende symfonie van Sjostakovitsj bevat citaten uit Wagners Ring en uit Guillaume Tell van Rossini, dus om met die ouverture te beginnen was logisch gedacht. Het stuk is briljant, eigenlijk is die hele lange opera die erop volgt stukken minder geslaagd. Gergiev bracht prachtige diepe dimensies aan. Het Eerste celloconcert van Sjostakovitsj is bepaald geen feestmuziek en kreeg door Gautier Capuçon een technisch feilloze maar wat bestudeerde uitvoering. Het klonk me wat te klinisch, niet aangrijpend. De Vijftiende van Sjostakovitsj is een van zijn beste symfonieën, weer geheel anders dan de symfonieën daarvoor. Het is in zichzelf gekeerde muziek, bedachtzaam, mysterieus en prachtig georkestreerd. In het briljante slot van de symfonie combineert Sjostakovitsj wat hij voor de slotmaten van het tweede en derde deel van zijn Vierde symfonie componeerde.
De foto hierboven is tijdens dit concert gemaakt en komt van de facebookpagina van de cellist.

09 februari 2020

Concert 24 januari 2020

Vrijdag 24 januari 2020, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Francois-Xavier Roth
En de sopraan?

Lully: Suite uit Alceste
Handel: uit Alceste: Gentle Morheus
Handel: uit Alceste: Come Fancy
Rameau: uit Hippolyte et Aricie: Ouverture en Chaconne
Von Gluck: uit Alceste: Ouverture en aria Ah! Malgré moi
Mozart: uit Idomeneo: Chaconne, aria Quando avran' fine omai en Ouverture

Een hoop gedoe dit concert. De oorspronkelijk gecontracteerde Anna Lucia Richter zegde ruim voor de serie van drie concerten af, en werd vervangen door Anna Prohaska. Maar op de ochtend van dit derde concert moest ook zij wegens ziekte verstek laten gaan en werd een onbekende sopraan uit Duitsland bereid gevonden het merendeel van de geprogrammeerde aria's over te nemen. Haar naam werd vooraf aangekondigd, maar ik heb die niet onthouden. Ook niet echt reden toe, eerlijk gezegd. Ze zong verdienstelijk, maar ze oversteeg nauwelijks het orkest en niet bepaald een provinciaal niveau. Vooruit, het kan haar ook niet kwalijk genomen worden, maar het concert moest het verder vooral hebben van de orkestrale delen. Met Lully werd een naam uit de namengalerij van de grote zaal afgestreept, ook al had Rameau in zijn plaats mogen prijken. Wat een grandioze muziek componeerde hij toch! Roth draaide de volgorde van Ouverture en Chaconne uit Mozarts Idomeneo om - ook bracht hij van de Chaconne ongeveer de helft van wat ik van dit geweldige stuk ken. Het had er nog bij gemogen want het concert was een half uur eerder afgelopen dan het programma aangaf. Clavecinist Menno van Delft speelde van Rameau nog een solowerk - dat was voor mij een unicum in de grote zaal.
In de Opéra Garnier in Parijs staan een rij beelden van grote Franse componisten. Van Lully, en ook Rameau. Het beeld van deze laatste maar eens getoond.

02 februari 2020

Concert 19 januari 2020

Zondag 19 januari 2020, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons
Hakan Hardenberger, trompet
Pierre-Laurent Aimard, piano
Groot Omroepkoor

Beethoven: delen uit Die Geschöpfe des Prometheus
Dean: Dramatis Personae voor trompet en orkest
Skrjabin: Prometheus - Le poème du feu

Het jaar is alweer een maand oud, en muzikaal begon het pas met dit concert op de 19e januari, maar in de kleine twee weken erna al veel bezocht en gehoord, dus hoog tijd om te schrijven. Dit concert was bijzonder om meerdere redenen. Allereerst: de terugkeer van Andris Nelsons die sinds de aanstelling van Gatti als chefdirigent opeens verstek liet gaan - terwijl hij daarvoor zo vaak te gast was. Voorts het bijzondere programma rondom het Prometheus-thema. Ik kocht in mijn studententijd een cd met de complete balletmuziek Die Geschöpfe des Prometheus van Beethoven en beluisterde die cd heel vaak, dus de enkele delen die Nelsons en het KCO speelden klonken me bekend in de oren; ze werden wel veel beter gespeeld dan ik van die cd herinnerde. Strak, vloeiend en kleurrijk. Het trompetconcert van Dean was een soort potpourri waarin Hardenberger als een playboy-virtuoos de aandacht opeiste, maar echt boeiend was het stuk niet. Tot het einde, toen het opeens transformeerde tot een neo-klassieke pastiche. Maar dat leek me ook wat goedkoop om uiteindelijk de handen op elkaar te krijgen. Na de pauze het symfonisch gedicht Prometheus van Skrjabin, dat sinds 1912 niet eerder door het KCO werd gespeeld (toen o.l.v. Mengelberg met Skrjabin aan de piano). Nu met lichtorgel, zoals Skjabin het bedacht had, althans: een interpretatie ervan. Een lichtgevende klok gemonteerd aan het orgel en stroboscopische effecten in de zaal. Mooi, maar het had voor mij niet gehoeven; die lichteffecten leidden slechts af van de muziek. Hoe dan ook een bijzonder concert. Nelsons moet de nieuwe chef worden, vind ik.

26 januari 2020

Concert 17 december 2019

Dinsdag 17 december 2019, Conceretgebouw Amsterdam
Münchner Philharmoniker o.l.v. Valéry Gergiev
Daniel Lozakovitsj, viool

Beethoven: Vioolconcert
Bruckner: Symfonie nr. 7

Een welluidend en lang laatste concert van het jaar. Voor de pauze speelde de tiener Lozakovitsj het grandioze Beethoven-vioolconcert; het blijft immer ontroeren en verbazen. Het joch is nog geen twintig, maar speelde het volwassen, gerijpt en technisch feilloos. De pauze eindigde rond half tien, en toen nog die Zevende Bruckner. Gergiev liet de Münchner spelen ter nagedachtenis van hun illustere chef Celibidache, die niks liever dirigeerde dan Bruckner, en met juist dit orkest de meest grandioze Bruckners realiseerde. Deze uitvoering was vol, gedragen, zwaar en robuust - pas rond elf uur klonk de slotnoot. Er leiden meerdere wegen naar Rome, alsook dat deze symfonie ook lichtvoetiger en zangeriger gespeeld kan worden. Maar deze lekkere zware zuidduitse verklanking mocht er zijn! En de trillende handjes van Gergiev worden steeds intrigerender.

22 januari 2020

Concert 11 december 2019

Woensdag 11 december 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Isabelle Faust, viool
Tabea Zimmermann, altviool

Rossini: Ouverture L'Italiana in Algeri
Mozart: Sinfonia Concertante KV364
Rossini: Ouverture La gazza ladra
Haydn: Symfonie nr. 102

Ieder stuk van dit concert was al een reden om erheen te gaan. En het werd een feest, door Fischer, door de dames Faust en Zimmermann en door Rossini, Mozart en Haydn. En niet te vergeten door het KCO. De ouverture tot de Italiaanse in Algerije begint zacht en dwingt de luisteraar tot stilzijn. En wanneer de luisteraar stil is trakteert Rossini hem/haar op een uitbrander. Geniaal begin. Dario Fo ensceneerde deze opera eens bij DNO en juist dat begin van die ouverture kan ik me ervan goed herinneren. Na de ouverture een indringende uitvoering van Mozarts Sinfonia Concertante voor viool, altviool en orkest. Ik ken het stuk van haver tot gort, maar hoorde het nog nooit eerder live. Het is een meesterwerk, door de onnavolgbare en tegelijkertijd o zo natuurlijk klinkende wisselwerking tussen de twee solisten. Alleen al hoe Mozart de solisten in het eerste deel introduceert. Hij laat ze loskomen uit de orkestinleiding: zo briljant! En in het middendeel is geen thema gelijk, en alles is tegelijkertijd zo aangrijpend. Faust en Zimmermann speelden als een twee-eenheid, elkaar uitdagend en naar elkaar luisterend. Eindelijk dit dierbare stuk live gehoord, en bijkans ideaal uitgevoerd. Na de pauze Rossini's meest sublieme ouverture. Trommels links en rechts, en je hoort de ekster diefachtig zijn. En de beste uitbeelding van zomer in muziek. Tenslotte Haydns symfonie nr. 102, van de Londense een van de minst bekende, maar een verrukkelijk stuk. Door Fischer iets te larmoyant uitgevoerd, maar alleen al dat tweede deel, met die om de melodie zwevende solo-cello maakt alles goed - bedenk het maar! Ik schreef het al eerder: wat een grootheid, die Haydn. Een gelukmakend concert met louter briljante stukken.
De foto boven deze weblog is gemaakt door Renske Vrolijk tijdens de repetities voor dit concert.

19 januari 2020

Opera 6 december 2019

Vrijdag 6 december 2019, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Rossini: La Cenerentola

Don Ramiro - Lawrence Brownlee
Angelina - Isabel Leonard
Alidoro - Roberto Tagliavini
Don Magnifico - Nicola Alaimo
Dandini - Alessio Arduini
Clorinda - Julietta Aleksanyan
Tisbe - Polly Leech
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Daniele Rustioni

Eerste productie van La Cenerentola in Het Muziektheater sinds het in 1987 zijn deuren opende. Het is een meesterwerk; Rossini tovert de ene muzikale vondst na de andere tevoorschijn - het verhaal is bovendien zoveel serieuzer dan dat van de Barbiere en andere opera's. Met Brownlee, Leonard en Alaimo aan kop stond er een geweldige cast op het podium, en Rustioni leidde het NKO in een gedreven gespeelde begeleiding. Brownlee bleek een nagenoeg ideale Ramiro - zijn bravoure aria in het tweede bedrijf zong hij grandioos. Vlak daarvoor opende Alaimo dat tweede bedrijf al even verrukkelijk - zijn aria (Sia qualunque delle figlie) is de evenknie van die van Bartolo (A un dottor della mia sorte) uit de Barbiere; Rossini had duidelijk iets met de zelfgenoegzame oude mannen in deze opera's. Isabel Leonard zong de titelrol vol lieflijkheid en souplesse - haar oogopslag maakte haar een uiterst beminnelijke Assepoester - en de slotaria Non piu mesta zong ze prachtig. Hoe apart toch: Rossini laat een opera eindigen met een aria! Na de turbulent-chaotische Rossini-ensceneringen van Dario Fo en Lotte de Beer nu een visueel-statische en kleurrijke uitbeelding door Laurent Pelly - het paste prima bij dit meer individualische verhaal. In de laaste seconde staat Angelina opeens weer met emmer en mop in de lege ruimte - alles was kennelijk een droom.

16 december 2019

Opera 16 & 24 november, 4 december 2019

Zaterdag 16 en zondag 24 november, woensdag 4 december 2019, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Wagner: Die Walküre

Siegmund - Michael König
Hunding - Stephen Milling
Sieglinde - Eva-Maria Westbroek
Wotan - Iain Paterson
Brünnhilde - Martina Serafin
Fricka - Okka von der Damerau
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Wie dit leest zal denken dat ik gek ben: drie keer naar dezelfde opera binnen drie weken. Dat ben ik wellicht ook, maar happy me: drie keer Die Walküre in deze onvolprezen enscenering van Pierre Audi was voor mij een soort van primaire levensbehoefte. Ik zag deze enscenering al minstens 12 keer sinds deze ruim 20 jaar geleden voor het eerst werd gepresenteerd. De laatste twee keer in 2013: hier en hier. En nu dan aangekondigd voor het allerlaatst. Een geheel nieuwe cast, en Albrecht in zijn afscheidsjaar op de top van zijn kunnen. Die Walküre is een opera die ontroert, verbaast, opzweept, en steeds nieuwe inzichten biedt. Je wordt als toeschouwer in die eerste akte een uur lang meegesleurd, en na de koffie aan het begin van de tweede akte in enkele minuten tot de orde geroepen: die hele eerste akte bleek slechts een spelletje van Wotan, waarna Fricka dat spelletje subiet van tafel veegt - startsein van de ondergang van het godenrijk. Er werd grandioos gezongen - Westbroek als Sieglinde superb, maar eigenlijk geen enkele zwakke plek (en dat was eerder wel anders). Tijdens de première moest ik flink wennen aan de heel trage tempi van Albrecht - tijdens de twee latere voorstellingen leken die tempi wat opgeschroefd (of ik had me er al op voorbereid). Enfin, een keer of 15 dezelfde enscenering van deze grandioze Wagner-opera: het is mooi geweest en ik voel me geprivilegieerd.

29 november 2019

Concert 31 oktober 2019

Donderdag 31 oktober 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Tugan Sokhiev

Beethoven: Symfonie nr. 4
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 10

Sokhiev dirigeerde twee keer eerde bij het KCO: in 2006 vlak voordat ik deze weblog startte en in 2010 (zie hier de weblog). Na 9 jaar dus (pas) weer terug en ook nu viel op dat hij van preciezie houdt. Ik vreesde voor de start van Beethoven 4: het Adagio waarmee de symfonie opent is zo ongelooflijk breekbaar dat een enkele kuch of een nog niet geconcentreerd publiek de sfeer helemaal verziekt. Maar Sokhiev en het KCO dwongen het publiek direct tot opperste concentratie, en zo begon een meer dan uitstekende Vierde Beethoven; tussen die Eroïca en Vijfde op het 'oor' een tussenstuk, maar een grandioze symfonie, en bijzonder moeilijk om de juiste snaar te raken. Dat gebeurde deze avond. Alleen al om deze Vierde Beethoven reden om deze Sokhiev minstens ieder jaar terug te vragen. Na de pauze een even goed gespeelde Tiende Sjostakovitsj - het is eigenlijk na zijn Vierde symfonie zijn meest prachtige. Je wordt als luisteraar alle kanten heen geslingerd, maar het is net een minder hemelbestormend stuk dan die Vierde, maar wel evenwichtig en pakkend. Toevallig beide werken kort na elkaar bij het KCO (zie hier) - pure weelde. Sokhiev verleidde het KCO tot groots orkestspel.

24 november 2019

Concert 17 oktober 2019

Donderdag 17 oktober 2019, Conceertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Thomas Hengelbrock
Nadine Koutcher, sopraan
Jonathan Abernethy, tenor

Purcell: Suite uit King Arthur
Handel: Selectie uit opera's
Haydn: Symfonie nr. 52

Ik lig aardig achter met mijn muziek-weblog. Dus uit de diepte van mijn herinnering dit concert van ruim een maand geleden beschreven. Hengelbrock is bij het KCO de plaatsvervanger van Harnoncourt, maar zijn optredens zijn te wisselend. Ik vind hem te lichtgewicht voor het serieuze klassieke repertoire, ook al was dit concert weer fris en vrolijk. Purcell klonk prima, maar de muziek was niet echt diepgaand. Een rijke pastiche uit meerdere opera's van Handel leverde een uiterst geanimeerd toneeloptreden van twee jonge zangers op, die het podium van het Concertgebouw omtoverden tot een mini-operatoneel. Hengelbrock stelde een onnavolgbare selectie uit meerdere Handel-opera's samen, met recitatieven, aria's en duetten, maar het klonk als een eenheid, ofschoon het dat dus geenszins was. Na de pauze weer gewoon rechtlijnig-klassiek, met Haydn-halverwege: hij componeerde 104 symfonieën - we hoorden nr. 52. Een geweldig stuk in mineur, met in het langzame deel een voortdurend en in vele gedaanten herhaald tremolo. Haydn in mineur: dubbel interessant, want zijn vanzelfsprekende frisheid lijkt er tegenstrijdig aan. Wat een grootheid, die Haydn!

13 oktober 2019

Concert 2 oktober 2019

Woensdag 2 oktober 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Valery Gergiev
Victor Julien-Laferrière, cello

Dutilleux: Tout un monde lointain
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 4

Ik ben geen liefhebber van Dutilleux - het KCO speelde toen hij nog leefde regelmatig zijn werken en de oude Fransman werd erna steevast luid toegejuicht als de Debussy van deze tijd. Nu dan zijn celloconcert, dat opvallend goed en geconcentreerd werd gespeeld door de jonge Julien-Laferrière; dirigent, orkest en solist namen elkaar om en om op sleeptouw. Ik luisterde aandachtiger dan vooraf gedacht. Na de pauze het werk waarvoor ik een kaartje had gekocht: de grandioze Vierde van Sjostakovitsj. Het wordt alom weggezet als een mastodontische symfonie, maar dat is het geenszins. Van zijn vijftien symfonieën is deze verreweg zijn baanbrekendste - beluister het vanuit de wetenschap dat hij alleen nog maar de eerste, tweede en derde symfonie had geschreven, en niet al die latere veelgespeelde... Die eerste drie symfonieën duren ieder niet langer dan een half uur, en dan opeens deze grandioze, rijke en spannende symfonie van ruim een uur! Gezien de ontwikkeling van de componist alsook de gruwelijke jaren in de Sovjet-Unie waarin hij deze symfonie durfde te schrijven (1935-1936), bleek het au fond een revolutionair, uiterst gedurfd én levensgevaarlijk werk. Eigenlijk kent de geschiedenis van de klassieke muziek geen ander stuk dat zo gewaagd is als deze Vierde. Gergiev is een dirigent die het KCO boven zichzelf laat uitstijgen. Nu Haitink is gestopt, en Jansons vaker afzegt dan verschijnt, is Gergiev samen met Fischer de grootste dirigent die het KCO regelmatig op de bok krijgt. Sjostakovitsj klinkt niet mooi bij Gergiev, maar vooral rauw en puur. De symfonie begint marciaal (hoe we de latere Sjostakovits kennen), maar gaandeweg wordt het stuk steeds verstilder en subtiel. Het eindigt in een geweldige lange dramatische en uitstervende klank; Gergiev hield na het uitsterven ervan het B-serie-publiek nog ruim 30 seconden muisstil. Grandioze uitvoering.

09 oktober 2019

Opera 5 & 21 september 2019

Donderdag 5 en zaterdag 21 september 2019, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Leoncavallo: Pagliacci
Mascagni: Cavalleria Rusticana

Pagliacci
Prologo/Tonio: Roman Burdenko
Nedda: Ailyn Pérez
Canio: Brandon Jovanovich
Peppe: Marco Ciaponi
Silvio: Mattia Olivieri

Cavalleria Rusticana
Santuzza: Anita Rachvelishvili
Lola: Rihab Chaieb
Turridu: Brian Jagde
Alfio: Roman Burdenko

Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Lorenzo Viotti

Ooit eerder in het Muziektheater (ik kan me er nauwelijks iets van herinneren), en een kleine vier jaar geleden op één dag op en neer naar Londen om deze double bill in Covent Garden te horen (zie hier de weblog). En nu een weergaloze productie bij DNO, in omgekeerde volgorde van de gebruikelijke, en met de debuterende nieuwe chef Lorenzo Viotti, ooit eerder gehoord als invaller bij het KCO (hier). Chailly voerde ooit tijdens de Kerstmatinee Pagliacci uit - ik bezocht toen de 'generale' een dag of twee ervoor - de opname is nog steeds geweldig. Pas sinds Covent Garden ben ik de Cavalleria vaker gaan beluisteren en eigenlijk vind ik die opera een veel groter meesterwerk dan de Pagliacci. Het is vooral die grandioze, zo enorm Italiaanse eerste 25 minuten waarin Mascagni eindeloos herhaalt maar subtiel varieert en opbouwt, culminerend in het kerkelijke Regina Coeli - Verdi deed het beter in de Forza, maar hij moet jaloers op de melodie zijn geweest. Het is een mij dierbaar stuk - en met de ongelooflijk zingende Rachvelishvili en het koor van DNO een onvergetelijk muzikaal hoogtepunt. Beide opera's werden zo grandioos gebracht - teveel om zelfs de hoogtepunten hier te beschrijven. Maar wel dit: als twee heftige korte stukken gecomponeerd, volledig los van elkaar, maar als gelegenheidskoppel perfect passend en de luisteraar/toeschouwer twee keer vijf kwartier in zijn stoel drukkend. Ik schrijf deze weblog een drietal weken na de laatste uitvoering, en ik heb er al heimwee naar - wanneer ooit weer deze sublieme stukken? Als ze in de Scala gaan, ga ik erheen!

15 september 2019

Opera concertant 31 augustus 2019

Zaterdag 31 augustus 2019, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant

Wagner: 2e Akte uit: Tristan und Isolde

Christine Goerke - Isolde
Stuart Skelton - Tristan
Claudia Mahnke - Brangäne
Matthias Goerne - Marke
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding

Als je de recensies leest over dit concert, lopen de meningen flink uiteen. Over één aspect is het journaille het eens: dit was geen perfecte Wagner-uitvoering. En ik ben het met dit laatste absoluut eens, maar niet over veel andere meningen. Enfin, alleszins ideaal, deze uitvoering. Volgens mij hoofdzakelijk te wijten aan het feit dat de zangers achter het orkest stonden. Tja, daar valt in de vele climaxen niet tegenop te zingen. In Bayreuth (nooit geweest overigens) zit het orkest grotendeels onder het podium en dat maakt dat de zangers goed kunnen mengen met het orkest. In de Grote Zaal van het Concertgebouw is het orkest bij voorbaat de bovenliggende partij; eigenlijk stemmenmoord om de zangers daaroverheen te laten zingen. Zowel Christine Goerke als Stuart Skelton deden hun opperste best, maar pakkend vond ik hun aandeel niet. Claudia Mahnke zong haar onheilstijdingen tijdens het liefdesduet bovenaan de trap, en dat mengde dus wel heel goed. Prachtige stem, en wat een revolutionaire, zinderende muziek! Ik hoopte op een grandioos optreden van Matthias Goerne, één van de indringendste zangers van dit moment. Maar hij is geen bij de keel grijpende Marke. Diens monoloog zet dat hele liefdesduet meteen in een ander daglicht, maar Goerne zong de monoloog te lyrisch, in plaats van als een aanklacht. Helaas. Over Harding lopen de meningen uiteen - ik vond het orkest geweldig klinken, en Harding probeerde de balans zoveel als mogelijk te bewaren. Allerminst een slecht concert; onmogelijk met deze uitvoerenden en: Wagner! Maar de DNO-uitvoeringen o.l.v. Marc Albrecht begin vorig jaar (hier) waren alleszins bevredigender.

08 september 2019

Concert 28 augustus 2019

Woensdag 28 augustus 2019, Concertgebouw Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani (+ pianist)

Mozart: Pianoconcert nr. 27 in Bes, KV 595
Bruckner: Symfonie nr. 5 In Bes

De nieuwe chef van het Rotterdams Philharmonisch schijnt bijzonder te zijn; ik hoorde hem nog niet eerder en met dit programma een uitgelezen kans hem te horen. Ik geef het je te doen: eerst zelf Mozarts laatste pianoconcert spelen en dirigeren, en dan nog die grandioze Vijfde van Bruckner. Enfin, Shani is jong, bevlogen, uiterst begaafd en heeft energie. Ik hoorde Mozarts laatste pianoconcert nog nooit eerder live, maar ken het maat voor maat - het is een weemoedig en toch ook sprankelend stuk. Shani speelde het gedegen, maar ook fijnzinnig. Het middendeel klonk uiterst muzikaal en fraai. Na de pauze een uitstekende Vijfde van Bruckner - wat een meesterwerk is het toch. Het ontroert door zijn perfecte structuur gecombineerd met een enorme rijkdom aan thema's en variaties daarop. Ik had de symfonie al vele jaren niet meer gehoord, maar ken ook van dit stuk maat voor maat: het voelde tijdens dit concert als een terugkeer naar de essentie. Shani dirigeerde een prachtige uitvoering. Hij lijkt me een gedegener en beter dirigent van Nézet-Séguin, die ik altijd wat slordig en overdreven vond. Een mooi concert in Bes!

31 augustus 2019

Concert 13 augustus 2019

Dinsdag 13 augustus 2019, Concertgebouw Amsterdam
National Youth Orchestra of the United States of America o.l.v. Antonio Pappano
Joyce DiDonato, sopraan

Beckman: Occidentalis
Berlioz: Les nuits d'été
Prokofiev: Symfonie nr. 5

Op het allerlaatst een kaartje gekocht voor dit concert, en bepaald geen spijt. Ik zat helemaal achterin in de hoek van het balkon op de bovenste rij, maar het klonk er geweldig. Zeker wanneer zo'n Amerikaans jeugdorkest (in rode broek en op sneakers, zie foto) even wil laten horen wat het kan. Het obligate home made orkestwerk van Benjamin Beckman was vooral hard en veel - het duurde een minuut of vier, dus vooruit. Ook in Prokofievs Vijfde ging het orkest voluit, maar Pappano hield de boel strak in het gareel, en het stuk kan het hebben. Hoogtepunt van het concert waren de onwaarschijnlijk fraai gezongen zes liederen Les nuits d'été van Berlioz. Sowieso één van mijn favoriete muziekstukken, en DiDonato zong ze hemels. Ik hoorde ze eens gezongen door o.a. Anne Sofie Von Otter en door Cecila Bartoli, maar DiDonato maakte enorme indruk door haar muzikaliteit en intimiteit. De liederen klinken zo eenvoudig, maar zijn zo moeilijk te spelen en te zingen. Pappano en DiDonato bleken perfect op elkaar ingespeeld.

Concert 28 juli 2019

Zaterdag 28 juli 2019, Concertgebouw Amsterdam
Leo van Doeselaar, Maarschalkerweerdorgel

J.S. Bach: Passacaglia in c, BWV582
Poglietti: Canzon und Capriccio über das Henner und Hannergeschreÿ
Vierne: uit Orgelsymfonie nr. 1: Prélude en Allegro vivace
Franck: Koraal nr. 2 in b
Debussy (arr. Robin): Prélude à l'apres midi d'un faune
Brahms (arr. Smits): uit Symfonie nr. 4: Allegro energico e passionato

Voor het derde jaar op rij (en daarvoor in 2015) een ruim uurtje orgel in de Grote Zaal. Ik ga de genoegens ervan niet opnieuw beschrijven, zie de eerdere weblogs (de laatste vorig jaar hier). Tijdens dit recital stond de passacaglia centraal, te beginnen met die onverwoestbare van Bach (er is ook eentje met het BWV-nummer 564 maar ik heb nog geen verschil met BWV582 kunnen ontdekken). Heerlijk om dan ook het slotdeel uit Brahms' Vierde te horen - het orkest-origineel wint het uiteraard van de orgelbewerking, maar desondanks... Dat gold ook voor de bewerking van de Prélude à l'apres midi d'un faune van Debussy; de orkestversie is zoveel rijker in klank en stemming. Grote openbaring van dit concert was de werkelijk fantastische Prélude uit de Eerste orgelsymfonie van Louis Vierne. Een donker wrang klinkend stuk waarin de chromatiek uit Wagners Tristan en Parsifal in doorklonk. Na het concert naar huis en met concertgenoot naar de boot om door de grachten te varen. Het leven kan slechter.

07 juli 2019

Concert 15 juni 2019

Zaterdag 15 juni 2019, Concertgebouw Amsterdam
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v Bernard Haitink
Camilla Tilling, sopraan

R. Strauss: Das Rosenband
R. Strauss: Ich wollt ein Sträusslein binden
R. Strauss: Säusle, liebe Myrthe
R. Strauss: Die heiligen drei Könige aus Morgenland
R. Strauss: Morgen
Bruckner: Symfonie nr. 7

Na vele Haitink-concerten (een ruime 40 sinds ik in 2006 deze weblog startte, en wellicht evenzoveel in de jaren ervoor sinds mijn eerste Haitink-concert in december 1985 - hier de weblog ervan), is dit zijn aangekondigde allerlaatste. Nog enkele concerten met het Chamber Orchestra of Europe en de Wiener Philharmoniker in augustus en september, en dan houdt hij ermee op. Het is een begrijpelijke beslissing, ofschoon moeilijk te verdragen: er lag altijd wel een Haitink-concert in het verschiet, en nu opeens niet meer. Ik houd me tegen beter weten in vast aan de vele keren dat Haitink eerder zijn afscheid aankondigde er er toch weer op terugkwam. In het voorjaar van 1986 was hij zo getroubleerd met de directie van het Concertgebouworkest dat hij de programma's van zijn laatste concerten van het seizoen omgooide (ik had een kaartje voor die allerlaatste: het werd Beethovens Vijfde pianoconcert met Perahia en Bruckners Derde), maar hij verzoende zich alsnog, en bleef tot het eeuwfeest in 1988 - ik was bij zijn laatste Kerstmatinee met Mahler 9 en de laatste eeuwfeest-uitvoering met Mahler 8, inclusief zijn tot-ziens-toespraak. Na vijf jaar keerde hij terug bij het KCO en toen werd ieder concert erna een belevenis. Na een volgende brouille maakte hij wederom een comeback. Dus tja, er blijft hoop. Mocht het echt de laatste keer zijn geweest: het was een prachtig concert met subliem orkestspel in de begeleiding van de vijf Strauss-liederen, en een Zevende Bruckner die dicht aansloot bij zijn pure, vloeiende opname met het Concertgebouworkest eind jaren 70. Geen weemoedigheid hier, slecht een herinnering aan een prachtig concert o.l.v. een grootse levende dirigent.

24 juni 2019

Opera 12 juni 2019

Woensdag 12 juni 2019, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Debussy: Pelléas et Mélisande

Pelléas - Paul Appleby
Mélisande - Elena Tsallagova
Golaud - Brian Mulligan
Arkel - Peter Rose
Geneviève - Katia Ledoux
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Stéphane Denève

Deze productie is het resultaat van een alles-is-anders-show. Oorspronkelijk zou het KCO o.l.v. chefdirigent Daniele Gatti de opera Otello van Verdi doen. Nagenoeg alle zangers gecontracteerd, behalve de titelrol (bepaald veeleisend). Er bleek geen voldoende goede Otello te vinden, maar wel een tenor die Verdi's Un ballo in maschera aankon, en dan kun je met de verdere gecontracteerden (bariton en sopraan) ook vooruit. Maar ja, de bariton die dus eerst Jago zou zingen, voelde zich gedegradeerd, dus hij cancelde zijn toezegging om naar Amsterdam te komen. Een streep door alles, en ruim een jaar geleden (de seizoensbrochure kon op het laatste moment nog gewijzigd worden) besloten om een geheel andere opera te doen, met een volledig nieuwe en jonge cast die wél wilde. En toen werd in augustus j.l. de chef va het KCO eruit gemieterd, en Denève bereid gevonden de leiding over te nemen... Het werd een prachtige uitvoerig, door de prima zangers, het onvolprezen KCO en de fraaie suggestieve enscenering van Olivier Py. Om met die enscenering te beginnen: een draaischijf en trapstellages die in wisselende constructie prima de vele scènes verbeeldden: ingenieus en de sprookjesachtige sfeer behoudend. De cast was groots, met een feeërieke Mélisande en barse Golaud aan top. Het KCO is natuurlijk potentieel het beste Debussy-orkest, maar ik vond de directie van Denève iets te eendimensionaal. Tja, ooit die uitvoering o.l.v. Haitink (zie hier), wat een verschil! Pelléas et Mélisande bevat enkele fragmenten die voor mij tot de allermooiste uit de operaliteratuur behoren, maar het is ook geen ultiem perfecte opera. Ofschoon wel een uniek eigen-aardig werk! Een fraaie productie, maar een Otello of Un ballo in maschera o.l.v. Gatti sloten beter aan op mijn stemming dezer weken.

16 juni 2019

Recital 2 juni 2019

Zondag 2 juni 2019, Concertgebouw Amsterdam
Krystian Zimerman, piano

Brahms: Pianosonate nr. 3
Chopin: Scherzi 1-4

De Derde pianosonate van Brahms is een geweldig stuk; ik hoorde het eens door Grigory Sokolov, en ben er sindsdien helemaal aan verknocht. Onmogelijk dus om niet naar dit recital te gaan - Zimerman is een grandioos pianist en ja: die Derde sonate van Brahms speelde hij prachtig. De zaal was muisstil, en dan is dat tweede deel Andante een hoogtepunt om nooit te vergeten; het had immers net zo goed kapotgehoest kunnen zijn. Aan het slot van het recital dankte Zimerman het publiek duidelijk voor de concentratie. Wat een durf trouwens: na die grootse Brahms-sonate die vier hondsmoeilijke Scherzi van Chopin. Nagenoeg foutloos gespeeld, en vol bravoure. Als toegiften de eerste twee Ballades op. 10 van Brahms. Fantastisch recital.