30 september 2020

einde muziekweblog

Het doet enorm pijn, maar ik denk dat ik ga stoppen met de klassieke-muzieklog. Blogger heeft onlangs de instellingen zodanig gewijzigd dat het me enorm veel tijd kost om fatsoenlijk een weblog vorm te geven. Ik moet een half uur in html rommelen om allerlei vreemde codes, die automatisch in de tekst worden gezet en die de lopende tekst chaotisch maken, te verwijderen.

(Dit was dus een gewone enkele enter...) Misschien dat ik ooit nog eens de tijd vind om de hele blog naar een gebruiksvriendelijker programma om te zetten, maar nu dus niet.

Wellicht tot ooit.

13 september 2020

Concert 29 augustus 2020

Zaterdag 29 augustus 2020, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons

Rachmaninov: Symfonie nr 2

Nelsons was voor dit concertseizoen niet gecontracteerd, maar door corona is alles anders en Nelsons (allerwegen als grote kanshebber voor het chefdirigentschap betiteld - terecht) zat hoogstwaarschijnlijk toch thuis op de bank te niksen. Na de Eroica van Beethoven vorige week (zie hier) wederom een volbloed symfonie geprogrammeerd. Ik vind de Tweede Rachmaninov een grandioos stuk. De langzame inleiding is  even prachtig als dramatisch, en het simpele hoofdthema van dat eerste deel doet altijd even mijn adem stokken. De symfonie duurt een vol uur, en ik was na de puntige ritmiek van Beethoven erg toe aan een warm romantisch stuk. Met deze Tweede Rachmaninov kon ik het niet beter treffen. Nelsons koos opvallend langzame tempi en benadrukte vooral de duistere kanten. Het orkest bediende Nelsons op zijn wenken; heerlijke uitvoering. Moge de klik tussen orkest en Nelsons tot een vaste relatie leiden...

30 augustus 2020

Concert 23 augustus 2020

Zondag 23 augustus 2020, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. François-Xavier Roth

Ter Velduis: Who, What, Where, When Why
Beethoven: Symfonie nr 3

En het KCO geeft weer concerten! Na bijna een half jaar stilte is er een aangepast concertprogramma tot het einde van dit kalenderjaar met concerten van ongeveer een uur, die soms twee keer per dag gegeven worden. Maximaal 350 bezoekers, en sowieso geen gehoest! Heerlijk om weer in de Grote Zaal naar het orkest te kunnen luisteren; het was voor mij maandenlang het grootste gemis vanwege de lockdown. Naast een aantal besloten concerten was er deze week één concert waar je een kaartje voor kon krijgen. François-Xavier Roth dirigeerde een fijn openingsconcert met het gemakkelijk in het gehoor liggend stuk Who, What, Where, When, Why van Jacob ter Veldhuis, een vraag-en-antwoordspel dat deze zelfverklaard avant-popcomponist deze zomer schreef. Niet al te diepgaand, maar het klonk wel fraai. Daarna de Eroïca van Beethoven waarin Roth zich als een navolger van Harnoncourt presenteerde. Strakke tempi, felle contrasten en in de snelle delen ook wat ongelijkheden. Die konden (deels) ook aan de ruime opstelling van het orkest liggen, alsook aan het beperkt aantal bezoekers; de Grote Zaal klinkt dan toch ruimtelijker, minder warm. De Marcia funebre werd fantastisch gespeeld. 

31 maart 2020

Concert 5 maart 2020

Donderdag 5 maart 2020, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alain Altinoglu
Jean-Yves Thibaudet, piano

Rihm: Sostenuto
Ravel: Pianoconcert in G
Franck: Symfonie

Debuut bij het KCO van de Frans-Armeense dirigent Altinoglu, momenteel chefdirigent aan de Brusselse Munt. Aan het korte, woeste orkeststuk van Rihm viel niet zoveel eer te behalen, maar des te meer in Ravel en Franck. Thibaudet hoorde ik al minstens een keer of vier met dit geweldige pianoconcert van Ravel, maar hij speelde het als nieuw: geraffineerd, virtuoos en zangerig. Hoe bekend het stuk ook is, zo gespeeld werd het boven zichzelf uitgetild. Na de pauze de onvolprezen Symfonie van Franck; een meesterwerk en door de grote dirigenten te nadrukkelijk genegeerd. Waarschijnlijk omdat het zo moeilijk is de juiste snaar te raken. Onbegrijpelijk dat Haitink het bij mijn weten nooit heeft gedirigeerd, er is in elk geval geen opname - het zou toch een juist voor hem iconische symfonie moeten zijn. Maar goed, Altinoglu dirigeerde een gedreven, haast te vlotte uitvoering, en hield de boel strak in de hand. De opbouw, de melodierijkdom en vooral: de kunst van het doorwerken der thema's: ik kreeg het even te kwaad tijdens deze uitvoering.
Tja, en dan: dit is voorlopig de laatste weblog, tot betere tijden. Dit concert vond plaats anderhalve week nadat ik samen met vriend C. en zo'n anderhalf duizend anderen een kwartier voor aanvang van Il Trovatore in de Milanese Scala te horen kreeg dat uit voorzorg de voorstelling niet door ging. In Amsterdam mocht het nog even door, maar ook hier ligt alles plat. Ik zal proberen deze weblog op andere wijze te voeden. Wellicht wat favoriete cd-opnames van stukken waar ik anders naartoe zou zijn gegaan. Goede gezondheid allen!

24 maart 2020

Concert 7 februari 2020

Vrijdag 7 februari 2020, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-whun Chung

Mahler: Symfonie nr. 9

Ik schrijf dit terwijl we ons nog niet echt realiseren wat de c-crisis voor impact heeft en gaat hebben, maar het met zijn allen in een concertzaal zitten doet nu - meer dan ooit - als paradijslijk voor. Nu we sinds gisteren weten dat het Mahlerfeest is afgelast, was dit concert als derde in een serie van drie (in het Concertgebouw althans) voorlopig de laatste Mahler door het KCO. In de dagen erna speelde orkest en dirigent nog in het buitenland - de uitvoering in de nieuwe Elbphilharmonie van Hamburg is online te zien en te genieten, zie hier! Chung is een intrigerende dirigent; hij dirigeert alsof het allemaal wat terloops is. Maar niets zonder reden. Uit een column van een orkestlid over dirigenten las ik dat zijn inderdaad wat terloopse dirigeerslag niet altijd even duidelijk is. Dus werd aan hem gevraagd: maestro, kunt u hier en daar wat duidelijker aangeven. Zijn antwoord: als ik meer geef, krijg ik minder van jullie terug. Typerend voor Chung. En toch klonk alles strak en helder. Mahler 9 is een iconisch orkestwerk, het eerste deel te veelomvattend om in woorden te vatten. De herinnering aan dit concert is tijdens deze kluizenaarstijden extra behulpzaam.

23 maart 2020

Opera 1 februari 2020

Zaterdag 1 februari 2020, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant

Rossini: Semiramide

Semiramide - Albina Shagimuratova
Arsace - Varduhi Abrahamyan
Idreno - Michele Angelini
Assur - Mirco Palazzi
Azema - Maria Novella Malfatti
Mitrane - Alessandro Luciano
Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Michele Mariotti

Tussen de Nabucco-voorstellingen door ook even een geweldige Rossini-opera. Ik ken het stuk van de cd-opname met Joan Sutherland, maar hoorde het nog nooit live. Nu DNO meer Italiaanse opera's gaat brengen is er wellicht hoop dat deze prachtige opera seria ook eens in het Muziektheater komt. Deze concertante uitvoering mocht er zijn. Michele Mariotti kennen we van zijn optreden in La forza del destino bij DNO (zie hier), en er waren enkele uitstekende zangers gecontracteerd. Aan het begin werd bekendgemaakt dat Albina Shagimuratova eigenlijk niet kon zingen wegens een verkoudheid, maar om de uitvoering te redden deed ze het toch. Ik kon werkelijk niets aan haar zingen opmerken dat ze ziek zou zijn. Haar duet met Varduhi Abrahamyan was het hoogtepunt van de middag - hier legt Rossini de basis waar Bellini op zou verdergaan. Michele Angelini liet de zaal ontploffen na zijn twee hondsmoeilijke aria's. Rossini schudt in deze opera de ene briljante aria na de andere uit zijn mouw, en ondanks de uiteindelijk tragische afloop van het verhaal is de muzikale stemming doorgaans zonovergoten. Een verrukkelijke middag.

12 maart 2020

Opera 27 januari & 5 februari 2020

Maandag 27 januari & woensdag 5 februari 2020, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Verdi: Nabucco

Nabucco - George Petean
Abigaille - Anna Pirozzi
Ismaele - Freddie De Tommaso
Zaccaria - Dmitry Belosselskiy
Fenena - Alisa Kolosova
Koor van De Nationale Opera
Residentie Orkest o.l.v. Maurizio Benini

Vorig jaar april hoorde ik Nabucco voor het eerst, concertant in het Concertgebouw (zie hier), en nu dan twee keer geënsceneerd bij DNO. Het is een geweldige opera, en tegelijkertijd onbevredigend. Geweldig omdat het stuk onweerstaanbaar mooie muziek bevat, onbevredigend omdat die mooie stukken geen eenheid vormen - zowel muzikaal als verhaaltechnisch teveel en-toen-en-toen. Helaas wist regisseur Andreas Homokide de zwakke kanten van de opera niet te verbloemen (sommige regisseurs kunnen dat). Gelukkig werd er uitstekend gezongen (de Nabucco en Abigaille waren subliem gecast), en het operakoor bewees wederom zijn unieke kwaliteit. Benini liet het Residentie Orkest spelen zoals ik het nog nooit eerder hoorde. En toch ondanks al die positieve kanten: het was geen volledig geslaagde productie. Ik moet eerst enkele andere gezien hebben (Verona?) om precies het euvel te duiden, maar het was allemaal te bedacht, te statisch. Bepaald niet Verdi's beste opera, maar desondanks een opera om in je hart te sluiten.

08 maart 2020

Concert 25 januari 2020

Zaterdag 25 januari 2020, Concertgebouw Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergiev
Gautier Capuçon, cello

Rossini: Ouverture Guillaume Tell
Sjostakovitsj: Celloconcert nr. 1
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 15

Een matinee om niet te laten schieten. De Rotterdammers spelen onder leiding van hun oude chefdirigent op hun best, zo ook tijdens dit concert. De Vijftiende symfonie van Sjostakovitsj bevat citaten uit Wagners Ring en uit Guillaume Tell van Rossini, dus om met die ouverture te beginnen was logisch gedacht. Het stuk is briljant, eigenlijk is die hele lange opera die erop volgt stukken minder geslaagd. Gergiev bracht prachtige diepe dimensies aan. Het Eerste celloconcert van Sjostakovitsj is bepaald geen feestmuziek en kreeg door Gautier Capuçon een technisch feilloze maar wat bestudeerde uitvoering. Het klonk me wat te klinisch, niet aangrijpend. De Vijftiende van Sjostakovitsj is een van zijn beste symfonieën, weer geheel anders dan de symfonieën daarvoor. Het is in zichzelf gekeerde muziek, bedachtzaam, mysterieus en prachtig georkestreerd. In het briljante slot van de symfonie combineert Sjostakovitsj wat hij voor de slotmaten van het tweede en derde deel van zijn Vierde symfonie componeerde.
De foto hierboven is tijdens dit concert gemaakt en komt van de facebookpagina van de cellist.

09 februari 2020

Concert 24 januari 2020

Vrijdag 24 januari 2020, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Francois-Xavier Roth
En de sopraan?

Lully: Suite uit Alceste
Handel: uit Alceste: Gentle Morheus
Handel: uit Alceste: Come Fancy
Rameau: uit Hippolyte et Aricie: Ouverture en Chaconne
Von Gluck: uit Alceste: Ouverture en aria Ah! Malgré moi
Mozart: uit Idomeneo: Chaconne, aria Quando avran' fine omai en Ouverture

Een hoop gedoe dit concert. De oorspronkelijk gecontracteerde Anna Lucia Richter zegde ruim voor de serie van drie concerten af, en werd vervangen door Anna Prohaska. Maar op de ochtend van dit derde concert moest ook zij wegens ziekte verstek laten gaan en werd een onbekende sopraan uit Duitsland bereid gevonden het merendeel van de geprogrammeerde aria's over te nemen. Haar naam werd vooraf aangekondigd, maar ik heb die niet onthouden. Ook niet echt reden toe, eerlijk gezegd. Ze zong verdienstelijk, maar ze oversteeg nauwelijks het orkest en niet bepaald een provinciaal niveau. Vooruit, het kan haar ook niet kwalijk genomen worden, maar het concert moest het verder vooral hebben van de orkestrale delen. Met Lully werd een naam uit de namengalerij van de grote zaal afgestreept, ook al had Rameau in zijn plaats mogen prijken. Wat een grandioze muziek componeerde hij toch! Roth draaide de volgorde van Ouverture en Chaconne uit Mozarts Idomeneo om - ook bracht hij van de Chaconne ongeveer de helft van wat ik van dit geweldige stuk ken. Het had er nog bij gemogen want het concert was een half uur eerder afgelopen dan het programma aangaf. Clavecinist Menno van Delft speelde van Rameau nog een solowerk - dat was voor mij een unicum in de grote zaal.
In de Opéra Garnier in Parijs staan een rij beelden van grote Franse componisten. Van Lully, en ook Rameau. Het beeld van deze laatste maar eens getoond.

02 februari 2020

Concert 19 januari 2020

Zondag 19 januari 2020, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons
Hakan Hardenberger, trompet
Pierre-Laurent Aimard, piano
Groot Omroepkoor

Beethoven: delen uit Die Geschöpfe des Prometheus
Dean: Dramatis Personae voor trompet en orkest
Skrjabin: Prometheus - Le poème du feu

Het jaar is alweer een maand oud, en muzikaal begon het pas met dit concert op de 19e januari, maar in de kleine twee weken erna al veel bezocht en gehoord, dus hoog tijd om te schrijven. Dit concert was bijzonder om meerdere redenen. Allereerst: de terugkeer van Andris Nelsons die sinds de aanstelling van Gatti als chefdirigent opeens verstek liet gaan - terwijl hij daarvoor zo vaak te gast was. Voorts het bijzondere programma rondom het Prometheus-thema. Ik kocht in mijn studententijd een cd met de complete balletmuziek Die Geschöpfe des Prometheus van Beethoven en beluisterde die cd heel vaak, dus de enkele delen die Nelsons en het KCO speelden klonken me bekend in de oren; ze werden wel veel beter gespeeld dan ik van die cd herinnerde. Strak, vloeiend en kleurrijk. Het trompetconcert van Dean was een soort potpourri waarin Hardenberger als een playboy-virtuoos de aandacht opeiste, maar echt boeiend was het stuk niet. Tot het einde, toen het opeens transformeerde tot een neo-klassieke pastiche. Maar dat leek me ook wat goedkoop om uiteindelijk de handen op elkaar te krijgen. Na de pauze het symfonisch gedicht Prometheus van Skrjabin, dat sinds 1912 niet eerder door het KCO werd gespeeld (toen o.l.v. Mengelberg met Skrjabin aan de piano). Nu met lichtorgel, zoals Skjabin het bedacht had, althans: een interpretatie ervan. Een lichtgevende klok gemonteerd aan het orgel en stroboscopische effecten in de zaal. Mooi, maar het had voor mij niet gehoeven; die lichteffecten leidden slechts af van de muziek. Hoe dan ook een bijzonder concert. Nelsons moet de nieuwe chef worden, vind ik.

26 januari 2020

Concert 17 december 2019

Dinsdag 17 december 2019, Conceretgebouw Amsterdam
Münchner Philharmoniker o.l.v. Valéry Gergiev
Daniel Lozakovitsj, viool

Beethoven: Vioolconcert
Bruckner: Symfonie nr. 7

Een welluidend en lang laatste concert van het jaar. Voor de pauze speelde de tiener Lozakovitsj het grandioze Beethoven-vioolconcert; het blijft immer ontroeren en verbazen. Het joch is nog geen twintig, maar speelde het volwassen, gerijpt en technisch feilloos. De pauze eindigde rond half tien, en toen nog die Zevende Bruckner. Gergiev liet de Münchner spelen ter nagedachtenis van hun illustere chef Celibidache, die niks liever dirigeerde dan Bruckner, en met juist dit orkest de meest grandioze Bruckners realiseerde. Deze uitvoering was vol, gedragen, zwaar en robuust - pas rond elf uur klonk de slotnoot. Er leiden meerdere wegen naar Rome, alsook dat deze symfonie ook lichtvoetiger en zangeriger gespeeld kan worden. Maar deze lekkere zware zuidduitse verklanking mocht er zijn! En de trillende handjes van Gergiev worden steeds intrigerender.

22 januari 2020

Concert 11 december 2019

Woensdag 11 december 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Isabelle Faust, viool
Tabea Zimmermann, altviool

Rossini: Ouverture L'Italiana in Algeri
Mozart: Sinfonia Concertante KV364
Rossini: Ouverture La gazza ladra
Haydn: Symfonie nr. 102

Ieder stuk van dit concert was al een reden om erheen te gaan. En het werd een feest, door Fischer, door de dames Faust en Zimmermann en door Rossini, Mozart en Haydn. En niet te vergeten door het KCO. De ouverture tot de Italiaanse in Algerije begint zacht en dwingt de luisteraar tot stilzijn. En wanneer de luisteraar stil is trakteert Rossini hem/haar op een uitbrander. Geniaal begin. Dario Fo ensceneerde deze opera eens bij DNO en juist dat begin van die ouverture kan ik me ervan goed herinneren. Na de ouverture een indringende uitvoering van Mozarts Sinfonia Concertante voor viool, altviool en orkest. Ik ken het stuk van haver tot gort, maar hoorde het nog nooit eerder live. Het is een meesterwerk, door de onnavolgbare en tegelijkertijd o zo natuurlijk klinkende wisselwerking tussen de twee solisten. Alleen al hoe Mozart de solisten in het eerste deel introduceert. Hij laat ze loskomen uit de orkestinleiding: zo briljant! En in het middendeel is geen thema gelijk, en alles is tegelijkertijd zo aangrijpend. Faust en Zimmermann speelden als een twee-eenheid, elkaar uitdagend en naar elkaar luisterend. Eindelijk dit dierbare stuk live gehoord, en bijkans ideaal uitgevoerd. Na de pauze Rossini's meest sublieme ouverture. Trommels links en rechts, en je hoort de ekster diefachtig zijn. En de beste uitbeelding van zomer in muziek. Tenslotte Haydns symfonie nr. 102, van de Londense een van de minst bekende, maar een verrukkelijk stuk. Door Fischer iets te larmoyant uitgevoerd, maar alleen al dat tweede deel, met die om de melodie zwevende solo-cello maakt alles goed - bedenk het maar! Ik schreef het al eerder: wat een grootheid, die Haydn. Een gelukmakend concert met louter briljante stukken.
De foto boven deze weblog is gemaakt door Renske Vrolijk tijdens de repetities voor dit concert.

19 januari 2020

Opera 6 december 2019

Vrijdag 6 december 2019, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Rossini: La Cenerentola

Don Ramiro - Lawrence Brownlee
Angelina - Isabel Leonard
Alidoro - Roberto Tagliavini
Don Magnifico - Nicola Alaimo
Dandini - Alessio Arduini
Clorinda - Julietta Aleksanyan
Tisbe - Polly Leech
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Daniele Rustioni

Eerste productie van La Cenerentola in Het Muziektheater sinds het in 1987 zijn deuren opende. Het is een meesterwerk; Rossini tovert de ene muzikale vondst na de andere tevoorschijn - het verhaal is bovendien zoveel serieuzer dan dat van de Barbiere en andere opera's. Met Brownlee, Leonard en Alaimo aan kop stond er een geweldige cast op het podium, en Rustioni leidde het NKO in een gedreven gespeelde begeleiding. Brownlee bleek een nagenoeg ideale Ramiro - zijn bravoure aria in het tweede bedrijf zong hij grandioos. Vlak daarvoor opende Alaimo dat tweede bedrijf al even verrukkelijk - zijn aria (Sia qualunque delle figlie) is de evenknie van die van Bartolo (A un dottor della mia sorte) uit de Barbiere; Rossini had duidelijk iets met de zelfgenoegzame oude mannen in deze opera's. Isabel Leonard zong de titelrol vol lieflijkheid en souplesse - haar oogopslag maakte haar een uiterst beminnelijke Assepoester - en de slotaria Non piu mesta zong ze prachtig. Hoe apart toch: Rossini laat een opera eindigen met een aria! Na de turbulent-chaotische Rossini-ensceneringen van Dario Fo en Lotte de Beer nu een visueel-statische en kleurrijke uitbeelding door Laurent Pelly - het paste prima bij dit meer individualische verhaal. In de laaste seconde staat Angelina opeens weer met emmer en mop in de lege ruimte - alles was kennelijk een droom.

16 december 2019

Opera 16 & 24 november, 4 december 2019

Zaterdag 16 en zondag 24 november, woensdag 4 december 2019, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Wagner: Die Walküre

Siegmund - Michael König
Hunding - Stephen Milling
Sieglinde - Eva-Maria Westbroek
Wotan - Iain Paterson
Brünnhilde - Martina Serafin
Fricka - Okka von der Damerau
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Wie dit leest zal denken dat ik gek ben: drie keer naar dezelfde opera binnen drie weken. Dat ben ik wellicht ook, maar happy me: drie keer Die Walküre in deze onvolprezen enscenering van Pierre Audi was voor mij een soort van primaire levensbehoefte. Ik zag deze enscenering al minstens 12 keer sinds deze ruim 20 jaar geleden voor het eerst werd gepresenteerd. De laatste twee keer in 2013: hier en hier. En nu dan aangekondigd voor het allerlaatst. Een geheel nieuwe cast, en Albrecht in zijn afscheidsjaar op de top van zijn kunnen. Die Walküre is een opera die ontroert, verbaast, opzweept, en steeds nieuwe inzichten biedt. Je wordt als toeschouwer in die eerste akte een uur lang meegesleurd, en na de koffie aan het begin van de tweede akte in enkele minuten tot de orde geroepen: die hele eerste akte bleek slechts een spelletje van Wotan, waarna Fricka dat spelletje subiet van tafel veegt - startsein van de ondergang van het godenrijk. Er werd grandioos gezongen - Westbroek als Sieglinde superb, maar eigenlijk geen enkele zwakke plek (en dat was eerder wel anders). Tijdens de première moest ik flink wennen aan de heel trage tempi van Albrecht - tijdens de twee latere voorstellingen leken die tempi wat opgeschroefd (of ik had me er al op voorbereid). Enfin, een keer of 15 dezelfde enscenering van deze grandioze Wagner-opera: het is mooi geweest en ik voel me geprivilegieerd.

29 november 2019

Concert 31 oktober 2019

Donderdag 31 oktober 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Tugan Sokhiev

Beethoven: Symfonie nr. 4
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 10

Sokhiev dirigeerde twee keer eerde bij het KCO: in 2006 vlak voordat ik deze weblog startte en in 2010 (zie hier de weblog). Na 9 jaar dus (pas) weer terug en ook nu viel op dat hij van preciezie houdt. Ik vreesde voor de start van Beethoven 4: het Adagio waarmee de symfonie opent is zo ongelooflijk breekbaar dat een enkele kuch of een nog niet geconcentreerd publiek de sfeer helemaal verziekt. Maar Sokhiev en het KCO dwongen het publiek direct tot opperste concentratie, en zo begon een meer dan uitstekende Vierde Beethoven; tussen die Eroïca en Vijfde op het 'oor' een tussenstuk, maar een grandioze symfonie, en bijzonder moeilijk om de juiste snaar te raken. Dat gebeurde deze avond. Alleen al om deze Vierde Beethoven reden om deze Sokhiev minstens ieder jaar terug te vragen. Na de pauze een even goed gespeelde Tiende Sjostakovitsj - het is eigenlijk na zijn Vierde symfonie zijn meest prachtige. Je wordt als luisteraar alle kanten heen geslingerd, maar het is net een minder hemelbestormend stuk dan die Vierde, maar wel evenwichtig en pakkend. Toevallig beide werken kort na elkaar bij het KCO (zie hier) - pure weelde. Sokhiev verleidde het KCO tot groots orkestspel.

24 november 2019

Concert 17 oktober 2019

Donderdag 17 oktober 2019, Conceertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Thomas Hengelbrock
Nadine Koutcher, sopraan
Jonathan Abernethy, tenor

Purcell: Suite uit King Arthur
Handel: Selectie uit opera's
Haydn: Symfonie nr. 52

Ik lig aardig achter met mijn muziek-weblog. Dus uit de diepte van mijn herinnering dit concert van ruim een maand geleden beschreven. Hengelbrock is bij het KCO de plaatsvervanger van Harnoncourt, maar zijn optredens zijn te wisselend. Ik vind hem te lichtgewicht voor het serieuze klassieke repertoire, ook al was dit concert weer fris en vrolijk. Purcell klonk prima, maar de muziek was niet echt diepgaand. Een rijke pastiche uit meerdere opera's van Handel leverde een uiterst geanimeerd toneeloptreden van twee jonge zangers op, die het podium van het Concertgebouw omtoverden tot een mini-operatoneel. Hengelbrock stelde een onnavolgbare selectie uit meerdere Handel-opera's samen, met recitatieven, aria's en duetten, maar het klonk als een eenheid, ofschoon het dat dus geenszins was. Na de pauze weer gewoon rechtlijnig-klassiek, met Haydn-halverwege: hij componeerde 104 symfonieën - we hoorden nr. 52. Een geweldig stuk in mineur, met in het langzame deel een voortdurend en in vele gedaanten herhaald tremolo. Haydn in mineur: dubbel interessant, want zijn vanzelfsprekende frisheid lijkt er tegenstrijdig aan. Wat een grootheid, die Haydn!

13 oktober 2019

Concert 2 oktober 2019

Woensdag 2 oktober 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Valery Gergiev
Victor Julien-Laferrière, cello

Dutilleux: Tout un monde lointain
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 4

Ik ben geen liefhebber van Dutilleux - het KCO speelde toen hij nog leefde regelmatig zijn werken en de oude Fransman werd erna steevast luid toegejuicht als de Debussy van deze tijd. Nu dan zijn celloconcert, dat opvallend goed en geconcentreerd werd gespeeld door de jonge Julien-Laferrière; dirigent, orkest en solist namen elkaar om en om op sleeptouw. Ik luisterde aandachtiger dan vooraf gedacht. Na de pauze het werk waarvoor ik een kaartje had gekocht: de grandioze Vierde van Sjostakovitsj. Het wordt alom weggezet als een mastodontische symfonie, maar dat is het geenszins. Van zijn vijftien symfonieën is deze verreweg zijn baanbrekendste - beluister het vanuit de wetenschap dat hij alleen nog maar de eerste, tweede en derde symfonie had geschreven, en niet al die latere veelgespeelde... Die eerste drie symfonieën duren ieder niet langer dan een half uur, en dan opeens deze grandioze, rijke en spannende symfonie van ruim een uur! Gezien de ontwikkeling van de componist alsook de gruwelijke jaren in de Sovjet-Unie waarin hij deze symfonie durfde te schrijven (1935-1936), bleek het au fond een revolutionair, uiterst gedurfd én levensgevaarlijk werk. Eigenlijk kent de geschiedenis van de klassieke muziek geen ander stuk dat zo gewaagd is als deze Vierde. Gergiev is een dirigent die het KCO boven zichzelf laat uitstijgen. Nu Haitink is gestopt, en Jansons vaker afzegt dan verschijnt, is Gergiev samen met Fischer de grootste dirigent die het KCO regelmatig op de bok krijgt. Sjostakovitsj klinkt niet mooi bij Gergiev, maar vooral rauw en puur. De symfonie begint marciaal (hoe we de latere Sjostakovits kennen), maar gaandeweg wordt het stuk steeds verstilder en subtiel. Het eindigt in een geweldige lange dramatische en uitstervende klank; Gergiev hield na het uitsterven ervan het B-serie-publiek nog ruim 30 seconden muisstil. Grandioze uitvoering.

09 oktober 2019

Opera 5 & 21 september 2019

Donderdag 5 en zaterdag 21 september 2019, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Leoncavallo: Pagliacci
Mascagni: Cavalleria Rusticana

Pagliacci
Prologo/Tonio: Roman Burdenko
Nedda: Ailyn Pérez
Canio: Brandon Jovanovich
Peppe: Marco Ciaponi
Silvio: Mattia Olivieri

Cavalleria Rusticana
Santuzza: Anita Rachvelishvili
Lola: Rihab Chaieb
Turridu: Brian Jagde
Alfio: Roman Burdenko

Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Lorenzo Viotti

Ooit eerder in het Muziektheater (ik kan me er nauwelijks iets van herinneren), en een kleine vier jaar geleden op één dag op en neer naar Londen om deze double bill in Covent Garden te horen (zie hier de weblog). En nu een weergaloze productie bij DNO, in omgekeerde volgorde van de gebruikelijke, en met de debuterende nieuwe chef Lorenzo Viotti, ooit eerder gehoord als invaller bij het KCO (hier). Chailly voerde ooit tijdens de Kerstmatinee Pagliacci uit - ik bezocht toen de 'generale' een dag of twee ervoor - de opname is nog steeds geweldig. Pas sinds Covent Garden ben ik de Cavalleria vaker gaan beluisteren en eigenlijk vind ik die opera een veel groter meesterwerk dan de Pagliacci. Het is vooral die grandioze, zo enorm Italiaanse eerste 25 minuten waarin Mascagni eindeloos herhaalt maar subtiel varieert en opbouwt, culminerend in het kerkelijke Regina Coeli - Verdi deed het beter in de Forza, maar hij moet jaloers op de melodie zijn geweest. Het is een mij dierbaar stuk - en met de ongelooflijk zingende Rachvelishvili en het koor van DNO een onvergetelijk muzikaal hoogtepunt. Beide opera's werden zo grandioos gebracht - teveel om zelfs de hoogtepunten hier te beschrijven. Maar wel dit: als twee heftige korte stukken gecomponeerd, volledig los van elkaar, maar als gelegenheidskoppel perfect passend en de luisteraar/toeschouwer twee keer vijf kwartier in zijn stoel drukkend. Ik schrijf deze weblog een drietal weken na de laatste uitvoering, en ik heb er al heimwee naar - wanneer ooit weer deze sublieme stukken? Als ze in de Scala gaan, ga ik erheen!

15 september 2019

Opera concertant 31 augustus 2019

Zaterdag 31 augustus 2019, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant

Wagner: 2e Akte uit: Tristan und Isolde

Christine Goerke - Isolde
Stuart Skelton - Tristan
Claudia Mahnke - Brangäne
Matthias Goerne - Marke
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding

Als je de recensies leest over dit concert, lopen de meningen flink uiteen. Over één aspect is het journaille het eens: dit was geen perfecte Wagner-uitvoering. En ik ben het met dit laatste absoluut eens, maar niet over veel andere meningen. Enfin, alleszins ideaal, deze uitvoering. Volgens mij hoofdzakelijk te wijten aan het feit dat de zangers achter het orkest stonden. Tja, daar valt in de vele climaxen niet tegenop te zingen. In Bayreuth (nooit geweest overigens) zit het orkest grotendeels onder het podium en dat maakt dat de zangers goed kunnen mengen met het orkest. In de Grote Zaal van het Concertgebouw is het orkest bij voorbaat de bovenliggende partij; eigenlijk stemmenmoord om de zangers daaroverheen te laten zingen. Zowel Christine Goerke als Stuart Skelton deden hun opperste best, maar pakkend vond ik hun aandeel niet. Claudia Mahnke zong haar onheilstijdingen tijdens het liefdesduet bovenaan de trap, en dat mengde dus wel heel goed. Prachtige stem, en wat een revolutionaire, zinderende muziek! Ik hoopte op een grandioos optreden van Matthias Goerne, één van de indringendste zangers van dit moment. Maar hij is geen bij de keel grijpende Marke. Diens monoloog zet dat hele liefdesduet meteen in een ander daglicht, maar Goerne zong de monoloog te lyrisch, in plaats van als een aanklacht. Helaas. Over Harding lopen de meningen uiteen - ik vond het orkest geweldig klinken, en Harding probeerde de balans zoveel als mogelijk te bewaren. Allerminst een slecht concert; onmogelijk met deze uitvoerenden en: Wagner! Maar de DNO-uitvoeringen o.l.v. Marc Albrecht begin vorig jaar (hier) waren alleszins bevredigender.

08 september 2019

Concert 28 augustus 2019

Woensdag 28 augustus 2019, Concertgebouw Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani (+ pianist)

Mozart: Pianoconcert nr. 27 in Bes, KV 595
Bruckner: Symfonie nr. 5 In Bes

De nieuwe chef van het Rotterdams Philharmonisch schijnt bijzonder te zijn; ik hoorde hem nog niet eerder en met dit programma een uitgelezen kans hem te horen. Ik geef het je te doen: eerst zelf Mozarts laatste pianoconcert spelen en dirigeren, en dan nog die grandioze Vijfde van Bruckner. Enfin, Shani is jong, bevlogen, uiterst begaafd en heeft energie. Ik hoorde Mozarts laatste pianoconcert nog nooit eerder live, maar ken het maat voor maat - het is een weemoedig en toch ook sprankelend stuk. Shani speelde het gedegen, maar ook fijnzinnig. Het middendeel klonk uiterst muzikaal en fraai. Na de pauze een uitstekende Vijfde van Bruckner - wat een meesterwerk is het toch. Het ontroert door zijn perfecte structuur gecombineerd met een enorme rijkdom aan thema's en variaties daarop. Ik had de symfonie al vele jaren niet meer gehoord, maar ken ook van dit stuk maat voor maat: het voelde tijdens dit concert als een terugkeer naar de essentie. Shani dirigeerde een prachtige uitvoering. Hij lijkt me een gedegener en beter dirigent van Nézet-Séguin, die ik altijd wat slordig en overdreven vond. Een mooi concert in Bes!

31 augustus 2019

Concert 13 augustus 2019

Dinsdag 13 augustus 2019, Concertgebouw Amsterdam
National Youth Orchestra of the United States of America o.l.v. Antonio Pappano
Joyce DiDonato, sopraan

Beckman: Occidentalis
Berlioz: Les nuits d'été
Prokofiev: Symfonie nr. 5

Op het allerlaatst een kaartje gekocht voor dit concert, en bepaald geen spijt. Ik zat helemaal achterin in de hoek van het balkon op de bovenste rij, maar het klonk er geweldig. Zeker wanneer zo'n Amerikaans jeugdorkest (in rode broek en op sneakers, zie foto) even wil laten horen wat het kan. Het obligate home made orkestwerk van Benjamin Beckman was vooral hard en veel - het duurde een minuut of vier, dus vooruit. Ook in Prokofievs Vijfde ging het orkest voluit, maar Pappano hield de boel strak in het gareel, en het stuk kan het hebben. Hoogtepunt van het concert waren de onwaarschijnlijk fraai gezongen zes liederen Les nuits d'été van Berlioz. Sowieso één van mijn favoriete muziekstukken, en DiDonato zong ze hemels. Ik hoorde ze eens gezongen door o.a. Anne Sofie Von Otter en door Cecila Bartoli, maar DiDonato maakte enorme indruk door haar muzikaliteit en intimiteit. De liederen klinken zo eenvoudig, maar zijn zo moeilijk te spelen en te zingen. Pappano en DiDonato bleken perfect op elkaar ingespeeld.

Concert 28 juli 2019

Zaterdag 28 juli 2019, Concertgebouw Amsterdam
Leo van Doeselaar, Maarschalkerweerdorgel

J.S. Bach: Passacaglia in c, BWV582
Poglietti: Canzon und Capriccio über das Henner und Hannergeschreÿ
Vierne: uit Orgelsymfonie nr. 1: Prélude en Allegro vivace
Franck: Koraal nr. 2 in b
Debussy (arr. Robin): Prélude à l'apres midi d'un faune
Brahms (arr. Smits): uit Symfonie nr. 4: Allegro energico e passionato

Voor het derde jaar op rij (en daarvoor in 2015) een ruim uurtje orgel in de Grote Zaal. Ik ga de genoegens ervan niet opnieuw beschrijven, zie de eerdere weblogs (de laatste vorig jaar hier). Tijdens dit recital stond de passacaglia centraal, te beginnen met die onverwoestbare van Bach (er is ook eentje met het BWV-nummer 564 maar ik heb nog geen verschil met BWV582 kunnen ontdekken). Heerlijk om dan ook het slotdeel uit Brahms' Vierde te horen - het orkest-origineel wint het uiteraard van de orgelbewerking, maar desondanks... Dat gold ook voor de bewerking van de Prélude à l'apres midi d'un faune van Debussy; de orkestversie is zoveel rijker in klank en stemming. Grote openbaring van dit concert was de werkelijk fantastische Prélude uit de Eerste orgelsymfonie van Louis Vierne. Een donker wrang klinkend stuk waarin de chromatiek uit Wagners Tristan en Parsifal in doorklonk. Na het concert naar huis en met concertgenoot naar de boot om door de grachten te varen. Het leven kan slechter.

07 juli 2019

Concert 15 juni 2019

Zaterdag 15 juni 2019, Concertgebouw Amsterdam
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v Bernard Haitink
Camilla Tilling, sopraan

R. Strauss: Das Rosenband
R. Strauss: Ich wollt ein Sträusslein binden
R. Strauss: Säusle, liebe Myrthe
R. Strauss: Die heiligen drei Könige aus Morgenland
R. Strauss: Morgen
Bruckner: Symfonie nr. 7

Na vele Haitink-concerten (een ruime 40 sinds ik in 2006 deze weblog startte, en wellicht evenzoveel in de jaren ervoor sinds mijn eerste Haitink-concert in december 1985 - hier de weblog ervan), is dit zijn aangekondigde allerlaatste. Nog enkele concerten met het Chamber Orchestra of Europe en de Wiener Philharmoniker in augustus en september, en dan houdt hij ermee op. Het is een begrijpelijke beslissing, ofschoon moeilijk te verdragen: er lag altijd wel een Haitink-concert in het verschiet, en nu opeens niet meer. Ik houd me tegen beter weten in vast aan de vele keren dat Haitink eerder zijn afscheid aankondigde er er toch weer op terugkwam. In het voorjaar van 1986 was hij zo getroubleerd met de directie van het Concertgebouworkest dat hij de programma's van zijn laatste concerten van het seizoen omgooide (ik had een kaartje voor die allerlaatste: het werd Beethovens Vijfde pianoconcert met Perahia en Bruckners Derde), maar hij verzoende zich alsnog, en bleef tot het eeuwfeest in 1988 - ik was bij zijn laatste Kerstmatinee met Mahler 9 en de laatste eeuwfeest-uitvoering met Mahler 8, inclusief zijn tot-ziens-toespraak. Na vijf jaar keerde hij terug bij het KCO en toen werd ieder concert erna een belevenis. Na een volgende brouille maakte hij wederom een comeback. Dus tja, er blijft hoop. Mocht het echt de laatste keer zijn geweest: het was een prachtig concert met subliem orkestspel in de begeleiding van de vijf Strauss-liederen, en een Zevende Bruckner die dicht aansloot bij zijn pure, vloeiende opname met het Concertgebouworkest eind jaren 70. Geen weemoedigheid hier, slecht een herinnering aan een prachtig concert o.l.v. een grootse levende dirigent.

24 juni 2019

Opera 12 juni 2019

Woensdag 12 juni 2019, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Debussy: Pelléas et Mélisande

Pelléas - Paul Appleby
Mélisande - Elena Tsallagova
Golaud - Brian Mulligan
Arkel - Peter Rose
Geneviève - Katia Ledoux
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Stéphane Denève

Deze productie is het resultaat van een alles-is-anders-show. Oorspronkelijk zou het KCO o.l.v. chefdirigent Daniele Gatti de opera Otello van Verdi doen. Nagenoeg alle zangers gecontracteerd, behalve de titelrol (bepaald veeleisend). Er bleek geen voldoende goede Otello te vinden, maar wel een tenor die Verdi's Un ballo in maschera aankon, en dan kun je met de verdere gecontracteerden (bariton en sopraan) ook vooruit. Maar ja, de bariton die dus eerst Jago zou zingen, voelde zich gedegradeerd, dus hij cancelde zijn toezegging om naar Amsterdam te komen. Een streep door alles, en ruim een jaar geleden (de seizoensbrochure kon op het laatste moment nog gewijzigd worden) besloten om een geheel andere opera te doen, met een volledig nieuwe en jonge cast die wél wilde. En toen werd in augustus j.l. de chef va het KCO eruit gemieterd, en Denève bereid gevonden de leiding over te nemen... Het werd een prachtige uitvoerig, door de prima zangers, het onvolprezen KCO en de fraaie suggestieve enscenering van Olivier Py. Om met die enscenering te beginnen: een draaischijf en trapstellages die in wisselende constructie prima de vele scènes verbeeldden: ingenieus en de sprookjesachtige sfeer behoudend. De cast was groots, met een feeërieke Mélisande en barse Golaud aan top. Het KCO is natuurlijk potentieel het beste Debussy-orkest, maar ik vond de directie van Denève iets te eendimensionaal. Tja, ooit die uitvoering o.l.v. Haitink (zie hier), wat een verschil! Pelléas et Mélisande bevat enkele fragmenten die voor mij tot de allermooiste uit de operaliteratuur behoren, maar het is ook geen ultiem perfecte opera. Ofschoon wel een uniek eigen-aardig werk! Een fraaie productie, maar een Otello of Un ballo in maschera o.l.v. Gatti sloten beter aan op mijn stemming dezer weken.

16 juni 2019

Recital 2 juni 2019

Zondag 2 juni 2019, Concertgebouw Amsterdam
Krystian Zimerman, piano

Brahms: Pianosonate nr. 3
Chopin: Scherzi 1-4

De Derde pianosonate van Brahms is een geweldig stuk; ik hoorde het eens door Grigory Sokolov, en ben er sindsdien helemaal aan verknocht. Onmogelijk dus om niet naar dit recital te gaan - Zimerman is een grandioos pianist en ja: die Derde sonate van Brahms speelde hij prachtig. De zaal was muisstil, en dan is dat tweede deel Andante een hoogtepunt om nooit te vergeten; het had immers net zo goed kapotgehoest kunnen zijn. Aan het slot van het recital dankte Zimerman het publiek duidelijk voor de concentratie. Wat een durf trouwens: na die grootse Brahms-sonate die vier hondsmoeilijke Scherzi van Chopin. Nagenoeg foutloos gespeeld, en vol bravoure. Als toegiften de eerste twee Ballades op. 10 van Brahms. Fantastisch recital.

01 juni 2019

Concert 4 mei 2019

Zaterdag 4 mei 2019, Concertgebouw Amsterdam
Freiburger Barockorchester o.l.v. René Jacobs
RIAS Kammerchor
Polina Pastirchak, sopraan
Sophie Harmsen, mezzosopraan
Steve Davislim, tenor
Johannes Weisser, bariton

Beethoven: Missa solemnis

Tja, en dan net bekomen van dat Berlioz-requiem meteen naar de Missa solemnnis, niet eens zoveel eerder gecomponeerd, maar zo anders. En toch ook: van uit eenzelfde eigenaardige drang geschreven. Ik hoorde nog nooit een concert o.l.v. Jacobs, en dit was een goede gelegenheid. Hij dirigeert ogenschijnlijk losjes, maar aan alles valt te horen dat hij iedere maat minitieus heeft ingestudeerd. Het klonk daardoor inderdaad soms iets te bestudeerd, maar tegelijkertijd harmonieus, gedreven, uiterst transparant en dienend aan die onvoorstelbare partituur van Beethoven. Het Kyrie is relatief toegankelijk, maar daarna barst Beethoven los in het Gloria en Credo, waarna het koor op apengapen ligt. Hierna volgde een pauze - dat lieten Herreweghe (zie hier), Harnoncourt (zie hier en hier) en Gardiner (hier) niet toe. Daarna het Sanctus, waarvan de eerste twee minuten de meest onnavolgbare muziek bevatten die Beethoven componeerde. Je wordt harmonisch welhaast iedere seconde op het verkeerde been gezet, maar hoe aangrijpend is deze muziek tegelijkertijd. En wat Beethoven in het Agnus dei doet is al helemaal niet te bevatten. Die pauze had niet gehoeven, maar voor de rest een geweldige uitvoering om dit meesterwerrk van Beethoven weer eens tot me te nemen.

31 mei 2019

Concert 3 mei 2019

Vrijdag 3 mei 2019, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Antonio Pappano
Javier Camarena, tenor
Groot Omroepkoor
Koor van de Accademia Nazionale di Santa Cecilia

Berlioz: Grande messe des morts / Requiem

Van de grote werken van Berlioz is zijn Requiem mijn grote blinde vlek. Dat komt volledig door de vreselijke opname o.l.v. Colin Davis (op Philips) die ik al tijden heb. De Berlioz-opnames van Colin Davis zijn alle grandioos, behalve die van het Requiem. Die is ronduit belabberd: het koor zing vals en ongeïnspireerd en de tenor kan zijn partij niet aan. Tja, dan valt er weinig meer te winnen door het orkest. Ik kwam bij beluisteringen met moeite door het eerste deel, en het tweede deel met het overrompelende Dies irae komt niet goed uit de luidsprekers. Daarna borg ik de cd's steeds maar weer op. Nu dan voor het eerst live - het was een belevenis, bovenal een verrukkelijke ervaring dit grandioze werk in een prima uitvoering te horen. Die 10 pauken en de vier extra blaasorkesten links en rechts: het KCO klonk weergaloos. Maar wat een prachtige muziek schreef Berlioz! Het Lacrymosa bijvoorbeeld: wat een meesterlijke muziek. Er hing een woud aan microfoons boven het orkest; moge er een cd-opname van verschijnen. Pappano had de boel goed in de hand, de koren zongen prachtig sonoor en Camanera stal in het Sanctus de show met zijn kleine maar hondsmoeilijke aandeel. Weer zo'n onvergetelijk concert.

15 mei 2019

Opera 21 april 2019

Zondag 21 april 2019, Wiener Staatsoper, Wenen
Wiener Staatsoper

Wagner: Parsifal

Amfortas - Thomas Johannes Mayer
Gurnemanz - René Pape
Titurel - Ryan Speedo Green
Parsifal - Simon O'Neill
Klingsor - Boaz Daniel
Kundry - Elena Zhidkova
Chor und Orchester der Wiener Staatsoper o.l.v. Valery Gergiev

Tijdens een uurtje surfen op internet was deze voorstelling de aanleiding om eindelijk, voor het eerst in mijn leven, naar Wenen te gaan. Een operavoorstelling op eerste Paasdag is kennelijk niet populair - er waren een maand tevoren nog veel kaarten. Ik koos gewoon de duurste, midden in de zaal; zo vaak kom je er ook weer niet. Het was een onvergetelijke uitvoering, vooral door het orkestspel. Het orkest van de Weense Staatsopera heet tijdens hun concertuitvoeringen Wiener Philharmoniker, en van hun ruime ledental hadden ze hun topbezetting opgeroepen; stellig vanwege Gergiev. Ik hoorde nog nooit zo'n sublieme, krachtige, volle, donkere klank tijdens een opera. Tja, ze staan erom bekend. De parketvloer trilde regelmatig. En die climaxen in dat ongelooflijk prachtige derde bedrijf klonken zo subliem rijk en dramatisch dat ze voor altijd in mijn geheugen gegrift staan. Prima cast, aangevoerd door René Pape als Gurnemanz, een zanger met autoriteit. Ook O'Neill, Zhidkova en Daniel zongen uitstekend. Toen ik het ticket boekte, stond Matthias Goerne als Amfortas aangekondigd, maar al snel daarna vervangen door Mayer, die die dagen toch al aanwezig was om in Salome de rol van Jochanaan te zingen. Bepaald geen slechte zanger, maar niet bevredigend genoeg om de lichte teleurstelling weg te nemen; wat zou Goerne van deze geweldige rol gemaakt hebben? Vooralsnog staat alleen George London eenzaam aan de top als Amfortas-interpreet. En tja, dan de enscenering van Alvis Hermanis - die was onbegrijpelijk stom. Het geheel speelde zich af in een Weens ziekenhuis (Wagner Spital); Gurnemanz liep rond als dokter in witte jas, Klingsor probeerde als chirurg een patiënt met elektroden tot leven te wekken, de bloemenmeisjes als zusters, en Amfortas als bedlegerige zielepoot. En zo meer. Mooie plaatjes tijdens de graalscene en het slot, maar zulke ensceneringen waar oude verhalen naar de moderne tijd worden getransformeerd om daar duiding aan te geven: dat kan toch echt niet meer. Het stoorde me daarentegen niet echt: ik zat eigenlijk vooral hemels-gelukzalig naar dat weergaloze orkest te luisteren. Onvergetelijk.

12 mei 2019

Concert 20 april 2019

Zaterdag 20 april 2019, Musikverein Goldener Saal, Wenen
Wiener Mozart Orchester o.l.v. András Deák
Sera Gösch, sopraan
Sebastian Holeck, bariton
Eszter Haffner, viool

Mozart: Uit Symfonie nr. 35 'Haffner': deel 1 
Mozart: Uit Don Giovani: Deh, vieni alla finestra
Mozart: Uit Don Giovani: Là ci darem la mano
Mozart: Uit Don Giovani: Finch' han dal vino
Mozart: Uit Vioolconcert nr. 1 KV207: deel 1 & 2
Mozart: Uit Idomeneo: D'Oreste, d'asace
Mozart: Uit Eine kleine Nachtmusik: deel 1
Mozart: Rondo. Alla Turca, KV331
Mozart: Uit Le nozze di Figaro: Ouverture
Mozart: Uit Le nozze di Figaro: Non più andrai
Mozart: Uit Die Entführung aus dem Serail: Martern aller Arten
Mozart: Uit Symfonie nr. 40: deel 1
Mozart: Uit Die Zauberflöte: Der Vogelfänger bin ich ja
Mozart: Uit Die Zauberflöte: Pa-pa
Strauss jr.: An der schönen blauen Donau
Strauss sr.: Radetzky-Marsch

Al voor dit concert zag ik op tegen het moment waarop ik dit programma hier moest intypen. Maar ook zo'n toeristenconcert moet volledig genoemd, en het was alleszins de moeite waard. Bezoekers van deze weblog weten dat ik van klassieke muziek houd, en het werd toch echt eens tijd om naar Wenen te gaan; ik was er nog nooit geweest. Tijdens een uurtje surfen op internet langs de Europese operahuizen (wat doen ze zoal) kwam ik op de website van de Weense Staatsopera, en jawel: voor de uitvoering van Parsifal o.l.v. Gergiev op eerste Paasdag waren nog genoeg kaarten. Binnen een tweede uur een ticket en vlucht geboekt - eindelijk naar Wenen. En er was zowaar ook een concert in de Musikverein, de avond ervoor. Nog die ochtend bezocht ik de Zentralfriedhof, en stond helemaal alleen aan het graf van Beethoven, Schubert, Brahms en vader en zoon Strauss. Allen prachtig bij elkaar, en geen Chinees of Japanner te bekennen. In de middag een rondleiding door de Musikverein - de Brahmszaal is bijna net zo mooi als de Gouden. En in de kelder een moderne repetitiezaal waar het podium van die gouden zaal was nagebouwd. Hoe ze daarop überhaupt een 3e Mahler kwijtkunnen! 's Avonds dan naar het concert, ik had een fraaie plek midden in de zaal. Het Concertgebouw is stukken comfortabeler en ruimer; de Musikverein kan stellig een opknapbeurt gebruiken. Maar wat een pracht en praal, en wat een historie! Wie gingen er niet door die zijdeur en wie stonden er niet op dat podium. Tijdens dit concert zat de zaal vol met selfiesticks, waaraan vooral Chinezen vastzaten. Maar goed, het orkest speelde niet slecht, en de twee zangers zongen beter dan gevreesd. Een kwart van de tijd ging op aan geapplaudisseer, maar ik waande me tijdens een regulier abonnementsconcert van de Musikfreunde. En tijdens de pauze stond ik zomaar achteraan dat podium; een tussendeur naar de Brahmszaal bleek niet op slot - rare lui die Oostenrijkers. Na al die Mozarts werd nog even het slot van het Nieuwjaarsconcert nagespeeld, behalve dan dat in de blauwe Donau alle herhalingen werden genegeerd - dan is het stuk heel snel uit. De foto hierboven is van een website van dat Weense Mozart Orkest, en het beeld verschilt nauwelijks van mijn uitzicht tijdens het concert, behalve dan dat er achter het orkest ook nog publiek zat en dat dat publiek vooral Aziatisch was getoonzet. Het kon me allemaal niks schelen - ooit een keer een avond in de Musikverein is memorabel en goud waard!

07 mei 2019

Opera 18 april & 1 mei 2019

Donderdag 18 april & woensdag 1 mei 2018, Het Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Wagner: Tannhäuser

Tannhäuser - Daniel Kirch
Landgraf Hermann - Stephen Milling/Karl-Heinz Lehner
Elisabeth - Svetlana Aksenova
Venus - Ekaterina Gubanova
Wolfram von Eschenbach - Björn Bürger
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Twee keer naar deze nieuwe productie van Tannhäuser. Bepaald niet Wagners sterkste opera, maar het heeft enkele onweerstaanbaar mooie delen. Wagner is duidelijk aan het zoeken en experimenteren. Daardoor enerzijds geen coherent stuk, anderzijds soms wat suf, maar dan opeens weer grandioos geweldig mooi. O du mein holder Abendstern is gewoon te kort en te mooi, maar ook: hoe prachtig duikt de muziek dan opeens de diepte in en verandert de hemelse schoonheid in luttele momenten in een duivels duistere sfeer. En ach ja, het hoofdthema blijft één van Wagners mooiste melodieën. De enscenering van regisseur Christof Loy mocht er zijn: één toneelbeeld voor de gehele akte, die voortdurend voldeed. Iedereen in galakostuum - het paste wonderwel bij dit middeleeuwse ridderverhaal. Ouverture en Bacchanaal kregen een geweldige uitbeelding: de kalme soirée mondde uit in een orgie zoals nog nooit op het podium van het Muziektheater te zien was. Prima zangers, ofschoon Daniel Kirch in de titelrol er teveel moeite mee leek te hebben. Aksenova en Gubanova zongen daarentegen geweldig, en ook Bürger zong (en acteerde) groots. Stephen Milling was bij de laatste voorstelling ziek - hij acteerde wel maar liet het zingen over aan Lehner. Het stoorde nauwelijks. Albrecht haalde uit het orkest wat erin zat - hij is werkelijk een grandioos dirigent die het NedPho tot grote hoogte wist te brengen. Twee heerlijke Wagner-avonden.