14 september 2008

Concert 6 september 2008


Zaterdag 6 september 2008, Concertgebouw Amsterdam
Chicago Symphony Orchestra o.l.v. Bernard haitink
Murray Perahia, piano

Mozart: Pianoconcert nr 24, KV 491
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 4


Na Mahler 6 ging het orkest uit Chicago wederom vol aan de bak, met die grillige Vierde symfonie van Sjostakovitsj. Ik hoorde de symfonie ooit eens eerder, tijdens het Gergiev-festival in september 2001. Gergiev zou toen dirigeren, maar vanwege 11/9 twee dagen ervoor zat hij vast op een Amerikaans vliegveld, zodat de symfonie door Maxim Sjostakovitsj werd gedirigeerd. Het is een weerbarstig stuk dat ik geenszins een meesterwerk zou willen noemen. Maar het imponeert door zijn relatieve eigenzinnigheid en door de afwisselingen tussen kolossale en verstilde passages. Sommige andere symfonieën van Sjostakovitsj beluister ik thuis nog wel eens, maar deze Vierde moet je uitsluitend in de concertzaal horen. Met het Chicago Symphony en Haitink zit je dan natuurlijk erg goed. Wellicht dat Gergiev of Jansons meer Russische ziel in het werk zullen leggen, maar het klonk allemaal erg glanzend en fraai, en vanaf mijn podiumplaats heb ik evenzeer zitten genieten van het uitzicht - het blijven voor zo af en toe verrukkelijke plaatsen. En ja: het Chicago Symphony is een subliem orkest. Hun komend seizoenprogramma is om je vingers bij af te likken: Haitink die o.a. nog Bruckner 8, Mahler 2 en Schubert 9 komt doen, Chailly met Bruckner 5 en Mahler 10, Boulez met Strawinsky en meer van zulke heerlijkheden. Het aanbod in Amsterdam is geesnzins verkeerd, maar wie in Chicago woont hoeft op orkestgebied niet jaloers op ons te zijn.
Voor de pauze een vertrouwde combinatie: Haitink en Murray Perahia. Ik hoorde ze beiden samen voor het eerst tijdens één van mijn eerste bezoeken aan het Concertgebouworkest, in het voorjaar van 1986 met het Vijfde pianoconcert van Beethoven. Later ook nog eens in een ander Mozart-pianoconcert. Volgend voorjaar keren ze terug bij het KCO in het Schumann-concert. Nu dan met dat fraaie mineur-concert in c van Mozart dat een subtiele en afgewogen uitvoering kreeg. Bij Perahia is alles in balans, zozeer zelfs dat het soms allemaal wel erg perfect klinkt. Maar het mag van mijn hoor, zo oorstrelend mooi.

09 september 2008

Concert 5 september 2008


Vrijdag 5 september 2008, Concertgebouw Amsterdam
Chicago Symphony Orchestra o.l.v. Bernard Haitink

Mahler: Symfonie nr. 6

Ik heb de afgelopen jaren al veel Amerikaanse orkesten gehoord, en zeker niet de minste: Boston, San Fransisco, Philadelphia, Pittsburgh. Maar nog niet de beste, of althans: wat beschouwd wordt als het beste Amerikaanse orkest. Groot dus mijn geluk toen ik zelfs twee concerten van dit orkest achter elkaar aangekondigd zag, en dan zelfs nog gedirigeerd door Haitink. Enfin, het werd een prachtig weekend door inderdaad het beste Amerikaanse orkest. Te beginnen met de mooiste Mahler 6 die ik ooit hoorde. Haitink dirigeerde het stuk een paar jaar geleden bij het KCO, en daarna nog met Jansons en Gergiev kregen we bepaald niet de slechtste interpretaties voorgeschoteld. Maar zo analytisch en coherent als deze avond zal het stuk zelden geklonken hebben. Ik hoorde opeens allerlei nieuwe frases en klankcombinaties, alsof voor het eerst de boel eens flink werd afgestoft. Tegelijkertijd bleef het die dreigende, ongemakkelijke en 'unheimische' symfonie, waarna het eigenlijk moeilijk applaudisseren is. Maar wat een fantastisch orkest, en wat een geweldige dirigent die het zo kan laten spelen. Een onvergetelijke avond. De foto hierboven vond ik op het net, met als titel: Haitink at rehearsal with the Chicago Symphony, in mei 2008 in Carnegie Hall.

02 september 2008

Opera 1 september 2008


Maandag 1 september 2008, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

R. Strauss: Die Frau ohne Schatten

Der Kaiser - Klaus Florian Vogt
Die Kaiserin - Gabriele Fontana
Die Amme - Doris Soffel
Barak - Terje Stensvold
Sein Weib - Evelyn Herlitzius
Der Geisterbote - Peteris Eglitis
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

En na die prachtige zomerconcerten blijkt het aan het officiële begin van het nieuwe seizoen allemaal nóg mooier en indrukwekkender te kunnen. Want deze première-avond met Strauss' sublieme sprookjesopera was verpletterend in alle opzichten. Strauss schrijft een cast voor waarvan de vijf hoofdrollen tot de beste zangers in hun stemvak moeten behoren. En die waren er! Werkelijk, ik heb geen zwakke plekken in de bezetting kunnen horen. Na een half uur had ik al een brok in mijn keel van overweldiging, en toen moesten nog tweeënhalf uur volgen. Vogt zong prachtig lyrisch en licht; Fontana heeft een wat harde stem, maar juist in deze rol paste die prachtig; Soffel kan bij mij na haar sublieme Fricka niet meer stuk, maar nu dan een hele opera die geweldige présence; Stensvold zong innemend lyrisch; en van Herlitzius had ik nog nooit gehoord, ik zal haar nu nooit meer vergeten. Het Nederlands Philharmonisch speelde zelden zó gloedvol, aangespoord door een dirigent die deze muziek (getuige zijn uitspraken in Het Parool) als puber al bestudeerde, en die dirigeerde alsof hij niks liever deed dan juist deze opera dirigeren. Tenslotte de enscenering van Andreas Homiki; die bezit al sinds zijn onstaan in 1992 een legendarische status, en nu bleek hoe terecht. Ik heb sinds zijn opening in het Muziektheater al veel prachtige operavoorstellingen bezocht, maar deze avond komt in de top-10. Ik bezocht deze première trouwens op een extra los kaartje, dat ik had aangeschaft omdat ik deze opera zo geweldig vind en ik de gedachte niet kon verdragen misschien wel weer 16 jaar op een nieuwe uitvoering te moeten wachten. Over twee weken mijn reguliere abonnementsvoorstelling. Vanwege de superbe kwaliteit van deze productie heb ik er zojuist per internet nog een paar extra tientjes tegenaan gegooid...

Concert 30 augustus 2008


Zaterdag 30 augustus 2008, Concertgebouw Amsterdam
Gustav Mahler Jugendorchester o.l.v. Sir Colin Davis
Nikolaj Znaider, viool

Sibelius: Vioolconcert
Berlioz: Symphonie fantastique


Een droomprogramma: verrukkelijke muziekstukken, uitgevoerd door een meesterlijike solist en een dirigent op de bok die ik voor beide componisten tot de best denkbare interpreten reken. Het werd dan ook een prachtig concert. Zowel solist, dirigent als het jeugdige orkest hadden er zichtbaar en hoorbaar zin in. Niet alles ging perfect, maar je hoort zelden zulke uit het hart-bevlogen uitvoeringen waarbij het toegewijd muziekmaken centraal staat.
Het vioolconcert van Sibelius is een persoonlijke favoriet. Het stuk is homogeen opgebouwd, virtuoos en bezonken, en bevat prachtige thema's. Znaider heeft een geweldig instrument dat hij fraai kan laten zingen. Tja, dan klinken die eerste thema's van het openingsdeel en het Adagio hemels mooi. Davis trok in zijn begeleiding soms flink van leer, maar liet het orkest soms ook fluisterzacht spelen. Een prachtige vertolking van dit meesterwerk.
Dat gold ook voor de Symphonie fantastique, een kolfje naar Davis' hand. Het jeugdorkest liet zich zijn uitdagende wensen geen twee keer zeggen, dus de toch al felle stijl die Davis in Berlioz hanteert (vergelijk zijn opnames bijvoorbeeld met die van Dutoit), werden tijdens dit concert extra beklemtoond. De Marche au supplice en de Songe d'une nuit du Sabbat waren daardoor misschien wel iets te hard, maar gottegot, wat een extase! Als je zijn houding hieronder ziet (en zo staat hij soms - klik op de foto, dan krijg je 'm groot op je scherm) kun je je niet voorstellen dat hij juist in die gekke Berlioz op zijn best is. Davis is één van de leukste dirigenten om naar te kijken.

Concert 28 augustus 2008


Donderdag 28 augustus 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Leo van Doeselaar, orgel

Messiaen: Hymne au Saint-Sacrement
Poulenc: Orgelconcert
Bruckner: Symfonie nr. 3


Aan het begin van het nieuwe concertseizoen geen opwarmertjes. Meteen in de hoogste versnelling: binnen anderhalve week grote symfonieën van Bruckner, Berlioz, Mahler en Sjostakovitsj en ook Strauss' fenomenale opera Die Frau ohne Schatten! En dat gedirigeerd door grote dirigenten als Jansons, C. Davis en Haitink. Mariss Jansons beet de spits af met een bijzonder geslaagd zomerconcert in paapsche sferen. Het vroege werk van Olivier Messiaen was licht verteerbaar, maar nu vind ik het wel genoeg in zijn herdenkingsjaar. Het orgelconcert van Poulenc kreeg een gedreven en na afloop luid toegejuichte uitvoering, maar ik vind het hooguit een aardig stuk, dat vooral de kans bood om het Maarschalkerweerdorgel eens in volle glorie te beluisteren. De muziek van Poulenc ligt me eigenlijk niet zo. Dat is met Bruckner wel anders. De Derde was één van zijn eerste symfonieën die ik grondig leerde kennen, en ofschoon ik de Finale niet erg geslaagd vind blijf ik een zwak voor deze symfonie hebben. Het openingsdeel en het Andante zijn waarlijk grootse delen. Jansons speelde de derde Nowak-versie uit 1889, die helaas niet die stormachtige later ontdekte coda uit de tweede versie uit 1877 bevat, maar juist wel een bijzonder fraaie uitwerking van het derde thema aan het slot van het openingsdeel. Anderhalf jaar geleden legde Jansons deze symfonie al eerder op de lessenaar (zie hier de log), en de positieve indruk van toen kan ik nu alleen maar versterken: het orkest was prachtig op dreef en speelde fantastisch sonoor en glanzend. Bij Jansons minder geladen dramatiek (zoals bij Haitink), maar wat een balans. Van mij mag het zo, en als Jansons volgende maand met de Vierde wederom zo'n indruk achterlaat is bewezen dat ook deze componist bij hem in vertrouwde handen is. Tenslotte naast alle hulde voor dirigent en orkest: wat is Bruckner toch een geweldige componist. Het is gevaarlijk om in overtreffende trappen te spreken, maar... Bruckner! Bovenaan zíjn orgel, en onder wat zich twee etages daaronder bevindt: zijn rustplaats. Het was niet voor niets mijn eerste componisten-pelgrimage.

22 augustus 2008

Komend concertseizoen 08-09

Volgende week begint weer het nieuwe concert- en operaseizoen. In deze log een overzichtje van wat mij zoal te wachten staat tot juni volgend jaar. Veel programma's die op papier heel gemiddeld ogen, en enkele uitschieters. En ook weer een buitenlands reisje in het verschiet...

Concerten
Jansons gaat komend jaar bij het KCO voor het uitbouwen van zijn ijzeren repertoire: Brahms, Strauss, Bruckner. Opvallend is het Requiem van Dvorák, dat in mijn D-abonnement zit. Daarin verder allemaal stukken die ik redelijk tot zeer goed ken. Jaap van Zweden met Sjostakovitsj 5, Leonidas Kavakos komt het Brahms-concert spelen en Haitink met La mer. Het is een fraaie en smakelijke serie. De A-serie ziet er stevig uit. Goede dirigenten (Knussen, Salonen, Stenz, Colin Davis) en ook enkele grote solisten (Bronfman, Janine Jansen in het geweldige Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj). Veel losse kaarten gekocht voor concerten uit andere series. Jansons met Bruckner 4 voorafgegaan door Krystian Zimerman in het Lutoslawski-concert, Zubin Mehta op herhaling met een all-Strawinsky-concert, Haitink met Bruckner 9, Iván Fischer die Beethoven te lijf gaat, Harnoncourt die de complete Midzomernachtsdroom van Mendelssohn voorschotelt; om naar uit te kijken. Tenslotte toch ook maar een los kaartje gekocht voor het debuut van rising star Dudamel.
In de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten over twee weken misschien wel meteen het hoogtepunt van het jaar: de twee concerten van het Chicago Symphony Orchestra met Haitink. Mahler 6 en Sjostakovitsj 4: fasten your seatbelts. Verder zie ik uit naar de terugkeer van Chailly met het Gewandhausorkest.

Opera
Het seizoen van de Nederlandse Opera begin stevig: eerst Die Frau ohne Schatten en meteen daarna Boris Godounov. Ik heb voor beide producties een extra kaartje voor een tweede keer gekocht. Verder een aardig seizoen met La traviata en Carmen als hoogtepunten. Daarnaast in de zaterdagmatinee in februari een concertante Meistersinger gedirigeerd door Jaap van Zweden. Zijn Lohengrin afgelopen jaar was geweldig, dus dit belooft wederom een fraaie boel te worden. Wel jammer dat we al om 11.00 's ochtends verwacht worden aan te schuiven. Tenslotte ook een buitenlands opera-reisje. In oktober ga ik een weekendje op en neer naar Zürich. Het operahuis en de stad schijnen erg fraai te zijn, en Haitink dirigeert er Fidelio.

Van alle concerten en opera's op deze log een bespreking!

15 juli 2008

Biografie

Het komt zelden voor dat je een biografie leest waarin de schrijver bepaald geen positief beeld schetst van zijn onderwerp. Dit is nu zo’n zeldzaam voorbeeld. Oliver Hilmes prikt de door Alma Mahler-Werfel zelf ontworpen en in stand gehouden mythe door dat zij een dienstbare kunstminnende vrouw was die haar hele leven ten dienste van de kunst en de kunstenaars stelde. Haar eigen biografie Mijn leven las ik zelf niet, wel een brievenboek Het is een vloek een meisje te zijn. Hilmes ontdekte in archieven allerlei nieuw materiaal, waaronder haar eigen ongecensureerde biografische aantekeningen. En daaruit bleek dat ze moedwillig de zaken heeft veranderd om het beeld over zichzelf zo positief te laten uitpakken. Alma Mahler-Werfel (geboren als Alma Schindler) was drie keer getrouwd (met de componist Gustav Mahler, met de architect Walter Gropius en met de schrijver Franz Werfel), en had daarvoor en daartussen vele serieuze en minder-serieuze verhoudingen. Haar echtgenoten werden door haar geminacht, waarbij ze (met name bij Werfel) niet onder stoelen of banken stak dat ze hem eigenlijk minderwaardig vond omdat hij joods was; bij Mahler had ze nog niet zo’n antisemitisme ontwikkeld. Mannen moesten haar aanbidden, anders beschouwde zij hen als haar vijand, waarnaar ze soms ook handelde. Ondanks haar groeiend antisemitisme en haar sympathie met de politiek van de nazi’s, moest ze na de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland vluchten, en kwam ze na de nodige omzwervingen in de Verenigde Staten terecht, waar ze in Los Angeles in een Duitse kunstenaarskolonie terechtkwam, waar o.a. de schrijvers Thomas en Heinrich Mann, de componisten Schönberg en Korngold en de dirigenten Walter en Klemperer onderdeel van uitmaakten. Ook daar bleef ze een intrigante, die bewust misverstanden in het leven riep om er zelf beter van te worden. Deze vlot geschreven en vertaalde biografie draait vooral om Alma en haar verhoudingen; bijna 400 bladzijden relationeel positiespel. Uitermate boeiend, ook omdat het al die grootheden (met name uit de muziekwereld zijn mij bekend) opeens gewone mensen zijn. Een fraaie biografie.

26 juni 2008

Concert 23 juni 2008


Maandag 23 juni 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Neeme Järvi

Von Weber: Ouverture Euryanthe
Schumann: Symfonie nr. 1
Moessorgski/Ravel: Schilderijen van een tentoonstelling


Herhaling van het programma van 22 mei j.l. (zie hier de concertlog), alleen dit keer gedirigeerd door Neeme Järvi die de zieke Jansons verving. Het is al heel lang geleden dat ik deze Estse dirigent aan het werk zag; ergens eind jaren tachtig of begin jaren negentig eveneens bij het KCO. De man was als hij geen dirigent was geworden vast en zeker slager geworden, zijn kop is er voor gehouwen. Enfin, het werd alsnog een fraai concert. Lag vorige maand het hoogtepunt na de pauze met de Schilderijententoonstelling, dit keer vond ik de prestaties voor de pauze het best. Jansons kreeg het niet voor elkaar de Frühlingssymfoinie helder uit de verf te laten komen, Järvi lukte dat juist wel. De toon was precies goed: niet te zwaar, niet te licht, spits en gedreven. En dan is die niet-meesterlijke Eerste opeens toch wel een fraai werk. De Schilderijententoonstelling kreeg vooral een keurige uitvoering. Järvi nam tussen de meeste delen steeds enkele seconden pauze, en dat haalde de vaart en spanning uit het stuk. Maar het KCO in dit bonte werk is natuurlijk niet te versmaden.
Hiermee is mijn concertseizoen voorbij. Er moeten nog wat losse kaartjes binnenkomen, maar mijn kostje voor het volgend seizoen is alweer gekocht. Ergens in de zomer daarvan een overzichtje. Mijn eerstvolgende concert is pas eind augustus; tot die tijd wellicht wat cd-besprekingen en inlossing van oudere beloften. In ieder geval: fijne vakantie allemaal!

22 juni 2008

Concert 19 juni 2008


Donderdag 19 juni 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Jean-Yves Thibaudet, piano
Cynthia Millar, ondes martenot

Messiaen: Turangalîla-symfonie

In de NRC van zaterdag 21 juni het bericht dat Jansons daags na dit concert met hartritmestoornissen in het AMC was opgenomen, en dat hij al zijn volgende concerten in deze reeks en de tournee naar Londen en Spanje heeft moeten afzeggen. Ik schrijf dit op zondag, en op de website van het KCO nog niets daarover. De Turangalîla-symfonie hoorde ik al eens eerder (leve het concertenschriftje): op 9 maart 1991 in de vara-matinee door het Rotterdams Philharmonisch met Reinbert de Leeuw, en op 20 maart 1992 door het KCO o.l.v. Chailly, en ook toen met pianist Thibaudet. Hiervan herinner ik me vooral de extra ingelaste pauze na het vijfde deel. Thibaudet had tijdens dat stormachtige deel zo zitten beuken dat er een snaar van zijn piano was gesprongen. Er was even een kort overlegje tussen Thibaudet en Chailly, waarna Chailly zich omdraaide naar de zaal en uitriep: ladies and gentleman, break!
Ik heb er geen cd-opname van, dus ik was vooraf benieuwd hoe ik dit stuk na 16 jaar opnieuw zou ondergaan. Eerlijk: het viel me niet echt mee. Er zitten enkele prachtige delen tussen, met name dat stormachtige vijfde en gevleugelde zesde deel. Sommige andere delen deden me echter helemaal niets, behalve dan dat ik ze te lang vond duren. Messiaen is bepaald geen kernachtige componist. Het kan allemaal wellicht ook een beetje aan Jansons hebben gelegen. Ik vond het orkest niet echt helder en uitgebalanceerd spelen. Maar ach, als je al in zoveel repertoire uitblinkt, hoef je van mij geen Messiaen-specialist te zijn. De zaal was slechts voor tweederde gevuld ongeveer, en de toegevoegde waarde van de belichting van Kees van de Lagemaat is mij ontgaan. Maandagavond neemt Neeme Järvi de herhaling van het Schumann/Moessorgski-programma over; hij neemt ook de tournee naar Londen en Granada voor zijn rekening. Moge Jansons snel weer opknappen en na de zomer weer klaarstaan voor weer een fraai KCO-seizoen!
Bovenaan deze log een foto van de ondes martenot, de zingende zaag. Hieronder Jean-Yves Thibaudet, die naarmate de jaren vorderen steeds meer op Maurice Ravel begint te lijken.

14 juni 2008

Concert 13 juni 2008


Vrijdag 13 juni 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Ingo Metzmacher

Zuidam: Adam-Interludes
Messiaen: Éclairs sur l'Au-dela...


Ja, kunst is lijden. Naar het Concertgebouw met twee niet bepaald favoriete componisten op het programma, terwijl het Nederlands elftal de sterren van de hemel tegen Frankrijk speelt. Goede wedstrijden komen er nog wel meer waarschijnlijk, en wanneer er 'Schijnsels op het hiernamaals' op het programma staat is er eigenlijk geen excuus. Geen topconcert desondanks, maar dat kwam door de muziek. De redelijk gevulde zaal was muisstil, en het uitgebreide KCO speelde prachtig. Maar de orkestdelen uit de opera Adam in ballingschap die Zuidam momenteel componeert (première 2009) bieden relatief lichte kost. Echt mooi is het allemaal niet, wel verteerbaar. Het 70 minuten durende Éclairs sur l'Au-dela... biedt een gevarieerde rondgang door de orkestgroepen. Het openingsdeel is voor koperblazers, en zo volgen delen waar de strijkers centraal staan, en ook een deel waarin de houtblazers een overbevolkte en opgewonden vogelkooi nabootst. Na afloop vond ik het woord waar ik de muziek van Messiaen mee wil vergelijken: een waterbed. Het is allemaal overwegend rustig wiegend en rustig, en geen moment is het hetzelfde. Zodra er iets gebeurt verandert de cadans een beetje, niet veel, maar het blijft wel allemaal een beetje in dezelfde stijl. Edoch, stevig verankerd ligt het allemaal niet, niet mijn kopje thee. Dat openingsdeel bijvoorbeeld leek me een herhaling van een van de delen uit L'Ascension (zie blog over het concert van 6 juni j.l.), terwijl dat toch ruim 50 jaar eerder werd gecomponeerd. Enfin, ik vind het geenszins slechte of vervelende muziek, maar vooral een beetje saai en eendimensionaal. Ik kijk wel uit naar de Turangalîla-symfonie volgende week. Dat stuk hoorde ik al eens een paar keer eerder, dus misschien heb ik een aha-erlebnis?

Concert 10 juni 2008


Dinsdag 10 juni 2008, Concertgebouw Amsterdam
Kammerorchester Basel o.l.v. Julia Schröder
Cecilia Bartoli, mezzo-sopraan

García: Uit ' La figlia dell'aria':
- Ouverture
- E non lo vedo... Son regina

Persiani: Uit 'Ines di Castro':
- Cari giorni

Mendelssohn: Scherzo uit Octet

Mendelssohn: 'Infelice'

Rossini: Temporale uit: 'Il barbiere di Siviglia'

Rossini: Uit 'La cenerentola'
- Nacqui all'affano, non più mesta

Rossini: Ouverture uit 'Tancredi'

Rossini: Uit: 'Semiramide':
- Bel raggio lusinghier... Dolce pensiero

Rossini: Ouverture uit 'Il signor Bruschino'

Rossini: Uit 'Otello':
- Assisa al piè d'un salice'

De Bériot: Andante uit 7e Vioolconcert

Balfe: Uit 'The maid of Artois':
- Yon Moon o'ver the Mountains'

Hummel: Air à la Tyrolienne avev variations

Malibran: Rataplan

Ik hoorde La Bartoli één keer eerder live, in Les nuits d’été met Pierre Boulez. Nu dan eindelijk eens in het repertoire waarmee ze beroemd is geworden. En inderdaad, het was een geweldige avond. Bartoli heeft een innemende présence: ze gedraagt zich weliswaar als de ster, maar ze deelt het succes ook met de andere musici op het podium, ze heeft een houding dat ze er zelf ook een beetje verbaasd over is dat ze zo goed kan zingen, én ze zingt met zichtbaar plezier. Tja, en als zo’n Non più mesta er dan zo grandioos uitkomt, dan gaat de zaal terecht plat. Het programma was prachtig harmonieus; de eerste aria van García was geen opwarmertje, maar meteen vol in de aanval. En tussen de acrobatiek ook enkele prachtige verstilde stukken. En lekker veel Rossini; heerlijke componist is hij toch, en dan nu eindelijk eens op het hoogste niveau gezongen en gespeeld. Het programma was een zogenaamd Malibran-programma. Maria Malibran (1808-1836) gold in haar tijd als de beste mezzo in het toen net opkomende belcanto – je kunt ook vermoeden dat door Malibran componisten als Bellini en Donizetti hun stijl mede lieten ontwikkelen. Een aantal stukken staat ook op haar Malibran-cd; die ga ik absoluut kopen. Enfin, Bartoli liet het doodstille publiek alle mogelijkheden van haar stem horen. geweldig. Ze heeft een kleine, niet ver dragende stem, maar wat uit die strot komt is betoverend.
De avond had een verrassend extra hoog niveau door het verrukkelijke spel van het Kammerorchester Basel. Dat is een ‘authentiek’ orkest dat vanavond werd aangevoerd door Stehgeigerin Julia Schröder. Het Scherzo uit Mendelssohns Octet, de twee Rossini-ouvertures en het onweer uit de Barbier: het waren hoogtepunten van fijnzinnig en enthousiast orkestspel. De juichstemming werd aan het einde verstoord door de uitreiking aan Bartoli van een Edison voor de Malibran-cd. Ik hoef na zoveel moois niet uit de mond van kwakzalver Herman van Veen te horen hoe mooi haar stem is en hoe blij we met haar moeten zijn. Geef dat mens gewoon dat beeldje en laat dat gênante lulverhaal achterwege.

13 juni 2008

Biografie

De eerste druk van Jean Sibelius van Guy Rickards zag ik een aantal jaren geleden eens in New York in een boekwinkel, en besloot die toen niet te kopen. Sinds een jaar wilde ik wel eens wat meer weten van deze intrigerende Finse componist, maar die eerste druk bleek nergens meer te krijgen. Onlangs kwam er echter een herdruk uit; ik las het in een paar dagen en voldeed daarmee meteen weer aan mijn target van minimaal één boek in het Engels per jaar. Het is geen goede biografie. Rickards raast in 200 bladzijden door het leven van Sibelius (1865-1957), en stipt daarin de gebruikelijke aspecten van een gemiddeld leven aan: geboorte, familie, studie, liefde, trouwen, kinderen, relatieproblemen en dood. Daarnaast natuurlijk ook het nodige over de componist, maar de meesterwerken die Sibelius voortbracht 'zijn' er allemaal opeens. Geen achtergronden over het hoe-of-waarom, geen analyse hoe Sibelius aan zijn eigen karakteristieke stijl kwam. Wel af en toe wat informatie over de politieke verwikkelingen - Finland werd tijdens het leven van Sibelius een eigen staat, inclusief een kort burgeroorlogje en strijd tegen de Russen, Duitsers enzovoort. Sibelius was volgens Rickards geen prettig mens. Hij zoop en rookte zich een ongeluk; hij werd eens door de Engelse douane vastgehouden omdat hij voor zijn tournee van een paar weken naar Engeland een enorme hoeveelheid sigaren van zijn eigen merk met zich meedroeg. Zijn vrouw Aino was haar hele leven depressief vanwege het gedrag van de componist, maar ze bleef hem trouw. Uit Rickards verhaal kun je opmaken dat haar mooiste jaren de 12 jaren na zijn dood waren; zij werd 98...
Ik luister de laatste tijd enorm veel naar muziek van Sibelius. Zijn symfonieën (waarvan ik de oneven nummers het mooist vind), maar vooral ook enkele van zijn symfonische gedichten (de Oceaniden, Nachtelijke rit en zonsopkomst, Pohjola's dochter, de Woudnimf), de Lemmikäinen Suite en het Vioolconcert: het zijn allemaal meesterwerken. Onlangs ontdekte ik in een cd-doos de Woudnimf, en dat stuk kan ik dan een week lang minstens een keer per dag horen. Enfin, door het boek van Rickards weet ik nu iets meer over het leven van de Finse meester af, maar een overtuigende biografie is het allerminst.

08 juni 2008

Concert 6 juni 2008


Vrijdag 6 juni 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-Whun Chung

Messiaen: L'Ascension
Bruckner: Symfonie nr. 6


Een weergaloos mooi concert, vanwege een werkelijk sublieme en evenwichtige uitvoering van Bruckners Zesde. Bovendien een mooi samengesteld programma: zowel Messiaen als Bruckner waren diepgelovige katholieken, en beiden waren grote organisten. In beide werken komen ook typische orgelsamenklanken voor; Messiaen bewerkte zijn L'Ascension uit 1933 later ook voor orgel. Het is een meditatief stuk in vier delen, dat soms als een gebed van muziek klinkt. Niet zijn ontoegankelijkste werk, en voor een vroege twintiger zeker niet slecht geschreven. Hoogtepunt van het concert was de Zesde van Bruckner, dat vorig jaar nog een bijster slechte uitvoering kreeg door het orkest uit Stuttgart o.l.v. Roger Norrington. Maar vanavond liet Chung zich kennen als de leerling van Giulini. Relatief bedaagde tempi, maar alles fraai afgewerkt en vol spanning. Het Adagio hoorde ik nog niet eerder zo intens. De zaal was al het hele concert muisstil, maar tijdens dit deel hing er een ambiance in de zaal alsof iedereen (inclusief de orkestleden die even niet hoefden te spelen) zich realiseerde dat er iets subliems aan de gang was. En dat was namelijk ook zo. Werkelijk grandioos was het derde thema in dit deel. Chung liet het in een uitermate traag en bezonken tempo spelen: fantastisch effect. Na dat Adagio was er even een kleine ontlading in de zaal: dit was wel erg fraai... Ook de andere delen werden groots gespeeld, maar dat Adagio zullen we zelden of nooit meer zo mooi voorgeschoteld krijgen. Wat maakt een goed gespeelde Bruckner-symfonie een mens toch altijd weer even helemaal gelukkig!

07 juni 2008

Opera 1 juni 2008

Zondag 1 juni 2008, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Messiaen: Saint François d'Assise

l'Ange - Camilla Tilling
Saint François - Rod Gilfry
Le Lépreux - Hubert Delamboye
Frère Léon - Henk Neven
Frère Massée - Tom Randle
Frère Élie - Donald Kaasch
Frère Bernard - Armand Arapian
Frère Sylvestre - Jan Willem Baljet
Frère Rufin - André Morsch
Koor van De Nederlandse Opera
Residentie Orkest o.l.v. Ingo Metzmacher

Première van deze ruim vier uur durende opera van Messiaen, die dit jaar honderd jaar geleden werd geboren en die deze maand niet alleen bij DNO maar ook bij het KCO centraal staat. Ik ben bepaald geen liefhebber van zijn muziek; althans: ik vind er eigenlijk een beetje weinig aan. Via mijn weblogs van mijn juni-concerten kom je er waarschijnlijk wel achter wat ik daar precies mee bedoel. Wat betreft deze opera: het is een door-en-door religieus stuk zonder al te veel handeling. Maar dat is door de prachtige enscenering en regie van Pierre Audi eigenlijk niet zo het probleem. De traagheid van de muziek en de vertellingen geven het geheel wel iets transcendentaals, maar tijdens het laatste deel na de tweede pauze was ik wel een beetje op. De enscenering maakt dit sowieso een voorstelling om gezien te hebben, terwijl ook de uitvoering van hoog niveau is. Rod Gilfry was nog herstellende van een keelonsteking, dus zijn stem haperde af en toe, maar over het algemeen gaf hij een indrukwekkende vertolking. Tom Randle en Henk Neven zongen de belangrijkste neven-broeders en zongen en acteerden prachtig. Subliem waren Camilla Tilling en Hubert Delamboye als de Engel en de Melaatse. De tableaux waarin zij centraal staan (nr. 3 en 5) behoren tot de hoogtepunten van de opera. Een prachtig spelend orkest en een volbloedig koor, tja, alles aanwezig voor een geweldige opera-ervaring. Maar die muziek is soms niet vooruit te branden en die accoordenstapelingen worden soms wat teveel van het goede. Ik bezit twee halve opera-abonnementen, en deze Saint-François was de enige dubbeling. Ik houd het echter bij deze ene keer; ik zou er als een berg tegen opzien om die vier en een half uur nog eens uit te moeten zitten.
Tot slot: sinds kort plaatst DNO op zijn website geen scenefoto's meer; alleen een trailer. Mijn bron voor fraaie afbeeldingen is hiermee weggevallen. De foto boven deze log komt van NRC Handelsblad en biedt bepaald geen goed beeld van de enscenering. Maar goed, gewoon zelf gaan, lijkt me.

30 mei 2008

Herontdekkingen in mijn cd-kast 1

Ik bezit naar schatting zo ongeveer plusminus om en nabij 2000 cd's met klassieke muziek, en soms komen daar een zootje heruitgaven bij (zie twee weblogs hiervoor). De eerste cd die ik kocht (nu ruim 20 jaar geleden)  heb ik naar verhouding het meest gedraaid, daarna werd de kans steeds kleiner dat een cd uit mijn verzameling in de speler terechtkwam. Enfin, wie veel heeft verzameld ontdekt daarin opeens verborgen schatten. Ook: je keert weer terug naar wat je ooit in vervoering bracht (wees dus zeer kritisch bij het opruimen en weggooien). Zo kwam ik vandaag terecht bij een opname die ik al een poos niet meer beluisterd had, maar een parel in mijn collectie is: de stereo-opname uit december 1960 van Norma van Bellini, met o.a. Callas, Ludwig en Corelli. Het was Callas' tweede Norma-opname (die eerste ken ik niet), maar wat een prachtuitvoering is deze tweede opname. Callas is hoorbaar over haar top, maar ze zingt fantastisch, en Corelli zingt als de mooie man die hij was en waar iedereen voor viel.

Echter, hoogtepunt van deze uitvoering (en van de opera) is het koor van de Gallische strijders in het tweede bedrijf en de halve aria van Oroveso. Hier is Bellini op zijn best, en hier begrijp je waarom Wagner zich verwant aan Bellini voelde: een simpele melodie, ogenschijnlijk eindeloos herhaald, maar prachtig uitgelijnd (strijkers + houtblazers!). Het gaat maar door, Oroveso begint aan een aria, maar die melodie gaat op in de oorspronkelijke melodie en wordt subliem opgelost en afgerond. Oroveso wordt gezongen door Nicola Zaccaria, die zo'n verrukkelijk dramatische stem heeft. De hulde gaat echter naar Tullio Serafin, die ouwe rot die in de jaren vijftig en begin jaren zestig meerdere grootse opnames van Italiaanse opera's dirigeerde. Deze Norma werd in november 1960 in de Scala opgenomen.

In juli/augustus van datzelfde jaar dirigeerde Serafin voor RCA een evenzeer geweldige Otello, dit keer in Rome met o.a. Vickers, Rysanek en Gobbi. Beide opnames behoren tot de schoolvoorbeelden van wat ze zo mooi Italianitá noemen. Onopgesmukt echt Italiaans. Geen bord pasta in een sterrenrestaurant, maar een bord pasta gekookt door die moeder in dat ene dorpje over die berg in Toscane. (Vraag me niet naar het verschil, maar je snapt wat ik bedoel). Ter illustratie onderaan deze log een fraaie foto van Serafin die ik op internet vond (klik er vooral even op dan krijg je de foto prachtig groot op je scherm). Geschoten tijdens de opnamesessies van die RCA-Otello, in het operahuis van Rome. Broek opgetrokken tot boven zijn navel, bril net van de neus genomen, maar als je de uitvoering hoort: daar kan Von Karajan niet aan tippen! 'Jongens, nog even het slot van de tweede akte, dan gaan we aan de anti-pasti en de chianti.' Het was blijkbaar bloedheet in de zaal, zie de man rechts op de foto met een zakdoek op zijn hoofd.

De derde geweldige Serafin-opname betreft de Decca-Bohème, waarvan ik alleen de aria Che gelida manina gezongen door Carlo Bergonzi op een verzamel-cd bezit. Die aria wordt ontroerend prachtig gezongen, en ontroerend prachtig begeleid door Serafin. Hij spreidt het bedje voor Bergonzi, die er voluit en dankbaar instapt. Dit is dirigeren van Italiaanse opera zoals we helaas in de theaters eigenlijk nooit horen. Maar niet getreurd: we hebben Serafin op cd, en dat is een groot goed, waard om regelmatig te herontdekken!