20 november 2011

Concert 15 november 2011


Dinsdag 15 november 2011, Paleis voor Schone Kunsten Brussel
Collegium Vocale Gent & Accademia Chigiana Siena
Orchestre des Champs-Élysées o.l.v. Philippe Herreweghe
Hanna-Elisabeth Müller, sopraan
Gerhild Romberger, alt
Benjamin Hulett, tenor
David-Wilson-Johnson, bas

Beethoven: Missa solemnis

Ik werk dit najaar in Mechelen en verblijf door de week in Brussel. Weinig aanbod aan klassieke muziek aldaar om naast alle werkzaamheden later dan wenselijk te gaan slapen. Maar Herreweghe met zijn eigen ensembles in Beethovens meesterwerk is een must uiteraard. Twee jaar geleden voerde hij met dezelfde koren (en dezelfde tenor) het zelfde werk tijdens een zaterdag-matinee ook uit in het Concertgebouw (zie hier de weblog) en zo overrompelend als die uitvoering was deze volledig 'authentieke' helaas niet. Het lag vooral aan de zaal, vrees ik. Hoe verwend ben ik toch met dat Concertgebouw in Amsterdam om de hoek! De Henry Le Boeuffzaal van het Paleis voor Schone Kunsten is te droog en te hoekig. Het plafond had minimaal 10 meter hoger moeten zijn - wanneer diezelfde hoogte in de Grote Zaal van het Concertgebouw was aangehouden, hadden de balkon-bezoekers zich gebukt naar hun plaats moeten begeven. Tja, dat hoor je eraan af. De twee eigen koren van Herreweghe waren ook nu weer onnavolgbaar fantastisch. Wat hun aandeel betreft was dit een geweldige uitvoering. Ook de vier solisten waren, ofschoon niet overrompelend, prima. Het orkest speelde goed, maar zo'n half-ielig/vals gespeelde vioolsolo in het Benedictus doet flink afbreuk aan de totaalervaring, ook al maakt iedere seconde van het Sanctus alle onvolkomenheden in het leven helemaal goed. Na afloop werd Herreweghe in prachtig communautair-ingewikkeld Frans/Nederlands toegesproken vanwege zijn 40/20-jarig jubileum: 40 jaar Collegium Vocale Gent en 20 jaar dirigerend in het Paleis. Daarna signeerde Herreweghe zijn nieuwste Brahms-cd in de shop van het paleis; ik kon zelfs een minuutje met hem praten. Dat lukt je in Amsterdam bepaald niet.
In het voorjaar komt Harnoncourt de Missa solemnis bij het KCO dirigeren - ik tel de dagen af!

Concert 10 november 2011


Donderdag 10 november 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Robin Ticciati
Jonathan Biss, piano

Schumann: Ouverture Genoveva
Mozart: Pianoconcert nr. 17, KV 453
Brahms: Serenade nr. 1


Robin Ticciati, een Engelsman met een Italiaanse achternaam, debuteerde vanavond bij het KCO. Er volgen nog meer debuten dit jaar: het orkest is bezig met een scout voor nieuwe aanwas in de dirigenten-dug-out. Ticciati maakte een goed, maar geen overrompelend debuut. Hij had de zaak prima onder controle, liet echter geen onuitwisbare indruk achter. De Genoveva-ouverture liet hij heel hoekig en transparant spelen, haast Beethoviaans en neigend naar 'authentiek'. In het 17e pianoconcert van Mozart werkte de lichtvoetige aanpak niet zo goed; het was te speels en te frivool en een echte innerlijke band tussen pianist en dirigent/orkest bleef achterwege. Zo adembenemend als het optreden van Bliss twee jaar geleden, zie hier de weblog, was het nu niet. De Eerste serenade van Brahms hoorde ik nooit eerder live, ofschoon ik het op cd vele keren hoorde van de opname van Haitink met het (K)CO. Een mooi stuk dat vooral doet piekeren over de vraag waarom Brahms tot bijna 20 jaar daarna pas met een eerste symfonie durfde komen. Zo ver zat hij er hier toch niet naast? Fraai door Ticciati gerealiseerd: het laatste deel van deze Serenade leek een programmatische en interpretatieve aansluiting met de Schumann-ouverture.

31 oktober 2011

Concert 28 oktober 2011


Vrijdag 28 oktober 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Herbert Blomstedt

Mozart: Symfonie nr. 39
Schubert: Symfonie nr. 9


De Grote symfonie in C van Schubert behoort tot mijn meest favoriete symfonieën, maar geslaagde uitvoeringen zijn zeldzaam. Eigenlijk bewaar ik alleen goede herinneringen aan de uitvoeringen onder leiding van Harnoncourt, in het begin van de jaren negentig. De vastlegging op cd door Teldec houdt de herinnering levendig, ofschoon de opnamekwaliteit niet honderd procent is. Met name daardoor, alsook door de nog grotere orkestrale transparantie, blijft de 'authentieke' uitvoering door The orchestra of the age of enlightenment o.l.v. Charles Mackerras mijn ultieme opname van dit grootse stuk. Er gebeurt zoveel in deze symfonie, zoveel stemmen, tegenstemmen, detailwerking, dramatiek: het is nagenoeg onmogelijk alle elementen allemaal helder over het voetlicht te brengen. Mackerras en Harnoncourt kregen dat voor elkaar, maar de dirigenten die ik dit stuk ook live hoorde dirigeren (Tennstedt, Brüggen, Sawallisch, Metha, Rattle) lukten dat niet. Tot nu opeens Herbert Blomstedt met een werkelijk fantastische Schubert 9 kwam aanzetten! Ik hoorde hier een uiterst transparante, gedreven, scherpe en welhaast ideale uitvoering. Er zat een flink strijkerscorps, maar de houtblazers kwamen er uitstekend doorheen en waren ideaal in balans. De tempi en de spanningsopbouw waren gewoonweg perfect. En als vervolgens ook nog alle herhalingen worden gerespecteerd: een topuitvoering.
In Mozarts 39ste respecteerde Blomstedt eveneens herhalingstekens die normaliter worden genegeerd (zoals die van de doorwerking in het slotdeel). Met een klein orkest kwam hij evenzeer tot een prachtig doorzichtige uitvoering. Gewoon een grootmeester, deze inmiddels 84-jarige, maar uiterst levenslustige Blomstedt!

23 oktober 2011

Concert 20 oktober 2011


Donderdag 20 oktober 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Emanuel Ax, piano

Goebaidoelina: Het gastmaal tijdens de pest
Haydn: Pianoconcert in D, Hob. XVIII:11
Varèse: Amériques


Ik werk dezer maanden in België, woon door de week in Brussel, maar reis voor de weekenden op en neer naar Amsterdam. Voor dit concert was ik apart op en neer gereisd, want Jansons in Varèse wilde ik niet missen. Het was inderdaad enerverend, ofschoon de credits natuurlijk gaan naar Varèse. Riccardio Chailly introduceerde deze componist met succes bij het KCO en dat Jansons dit nu voortzet is bijzonder lovenswaardig. Want wat een brok energie, deze Amériques! De sirenes klonken minder snerpend dan bij Chailly, maar het stuk klonk groots. Dat het opeens afgelopen was behoort tot een van de eigenaardigheden van deze muziek, en dat het reguliere abonnementspubliek hiermee niet overweg kon onderstreepte alleen maar de bijzonderheid van dit stuk. Voor de pauze was er qua intensiteit al een heel concert voorafgegaan. De oorsponkelijk aangekondigde wereldpremière van het Concert voor orkest van Goebaidoelina was nog niet voltooid, en werd vervangen door Het gastmaal tijdens de pest, een intens werk vol opgebouwde spanning. Aardig om de componiste aanwezig te zien. Meteen erna een geheel ander hoogtepunt: het door Emanuel Ax en Jansons uiterst subtiel en glanzend gespeelde Pianocondert in D van Haydn. Ik ken het werk van een cd-opname in authentieke bezetting met clavecimbel (met Trevor Pinnock), maar ook met het KCO en op een verkleinde Steinway blijkt het een verrukkelijk stuk. Ax is een innemende pianist, een vakman pur sang; de impromptu van Schubert als toegift was eveneens van grote schoonheid. Een heuglijk, groots concert.

Opera 16 oktober 2011


Zondag 16 oktober 2011, Het Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

R. Strauss: Elektra

Elektra - Evelyn Herlitzius
Klytämnestra - Michaela Schuster
Chrysothemis - Camilla Nylund
Orest - Gerd Grochowski
Aegisth - Hubert Delamboye
Toonkunstkoor Amsterdam
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Een prachtige uitvoering van dit absolute meesterwerk! De uitvoering werd gedragen door de ranke Herlitzius, die echter een enorm krachtige en zuivere stem heeft. Ik hoorde haar ruim anderhalf jaar geleden ook al in deze rol, in Brussel (zie hier de weblog daarvan). En haar invulling was dit keer misschien nog beter. Live hoorde ik deze rol nooit eerder zo goed gezongen als door Herlitzius. Schuster was een grootse Klytämnestra, ofschoon de aristocratische Soffel in Brussel ongeëvenaard was. Nylund zong een krachtige Chrosothemis; later dit seizoen zingt ze bij DNO Elisabetta in Don Carlo; daar kunnen we ons verheugen. Grochowski vond ik wat vlak, Delamboye daarentegen een opmerkelijk zuivere en fraaie Aegisth. Het NedPho en Albrecht lijken een uitstekend huwelijk aangegaan te zijn; het orkest klinkt vol, gedreven en harmonieus. En wat een grootse opera is de Elektra toch; ik hoorde het werk al zeker een keer of ach live, het blijft een verbazingwekkend krachtig en overrompelende opera.

Concert 30 september 2011


Vrijdag 30 september 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding
Lang Lang, piano

Grieg: Pianoconcert
Beethoven: Symfonie nr. 3 'Eroica'


Lang Lang is een fenomeen; ik hoorde hem een paar jaar geleden met een prima uitvoering van Beethovens Vierde pianoconcert (zie hier de weblog ervan). En nu dan in het Grieg-concert. Het werd een grandioze uitvoering, stormachtig maar nergens over de top, helder en meeslepend en genuanceerd waar het moest. Als toegift een bewerking (van Liszt waarschijnlijk) van de Hongaarse mars uit La Damnation de Faust van Berlioz; je moet het maar durven spelen. Na de pauze een degelijke doorsnee-Eroica. Goede tempi, relatief groot orkest maar alles op zijn plek. Geen uitvoering voor de eeuwigheid, maar voldoende goed om een klein uurtje geconcenteerd naar te luisteren.

16 oktober 2011

Concert 16 september 2011


Vrijdag 16 september 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Genia Kühmeier, sopraan
Bernarda Fink, alt
Mark Padmore, tenor
Gerard Finley, Bas
Groot Omroepkoor

Strawinsky: Psalmensymfonie
Mozart: Requiem


Ik hoorde Mozarts Requiem pas een keer eerder live, een jaar of vijf geleden in het Palau de la Música Catalana in Barcelona door een gelegenheidsensemble. Nu dan door het KCO en zijn chefdirigent, aangevuld door een prachtig zingend Omroepkoor en vier topsolisten. Het had een logge boel kunnen worden, zo'n traditionele bezetting, maar het werd een doorzichtige, gedetailleerde en dramatische uitvoering. Niet neo-authentiek, maar gewoon bijzonder stijlvol en dienstbaar aan de muziek. Ik leerde het stuk kennen via de cd-uitvoering van Christopher Hogwood, die een andere dan de reguliere Süssmayr-versie opnam, en in plaats van gewone sopranen jongenssopranen inzette. Die klank raak ik nooit meer kwijt, alsook dat ik de Süssmayr-versie minder geslaagd vind. Maar goed, dat ligt aan hoe ik het werk heb leren kennen. Maar daarbuiten: dit was een geweldige uitvoering, en de vele microfoons boven het orkest deden vermoeden dat er te zijner tijd een cd van uitgebracht wordt; ik kijk er naar uit.
Voor de pauze de Psalmensymfonie van Strawinsky, een fraai, maar ook wat ongemakkelijk en niet volledig boeiend stuk. Wel goed gezongen!

Opera 10 september 2010


Zaterdag 10 september 2011, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Gluck: Iphigénie en Aulide
Gluck: Iphigénie en Tauride


Iphigénie en Aulide
Iphigénie - Véronique Gens
Agamemnon - Nicolas Testé
Clytemnestre - Anne Sofie von Otter
Achille - Frédéric Antoun
Diane - Salomé Haller
Arcas - Laurent Alvaro

Iphigénie en Tauride
Iphigénie - Mireille Delunsch
Oreste - Jean-Francois Lapointe
Pylade - Yann Beuron
Diane - Salomé Haller
Thoas - Laurent Alvaro
Koor van De Nederlandse Opera, Les Musiciens du Louvre o.l.v. Marc Minkowski

Deze Gluck-dubbel bood ruim 4 uur overwegend gelijkvormige muziek. De recensent van NRC Handelsblad schreef dat de luisteraar nogal op de proef werd gesteld hierdoor, maar bij mij vlogen die 4 uren om. Niet vanwege Gluck, maar door de onvoorstelbaar superbe cast die voor deze megaproductie was gecontracteerd. Gens en Delunsch gelden als meesteressen in de Franse zangkunst en ofschoon werd aangekondigd dat Delunsch veel pijn in haar rug had zong ook zij fantastisch. Ook de mannenrollen waren perfect gecast. Testé als Agamemnon en Lapointe en Beuron als de onafscheidelijke vrienden Oreste en Pylade zongen de sterren van de hemel met hun prachtige stemmen. De grote ster was echter Anne Sofie von Otter, die in subtiliteit en klankschoonheid alle andere zangers overtrof. Haar treuraria was het hoogtepunt van de avond. De enscenering van Pierre Audi vond ik wat rommelig. Trap op, trap af - het bood weinig extra's. Minkowski zorgde voor een uitstekende orkestrale begeleiding en soms voor vuurwerk. Zelden zo'n perfecte zangersgroep bij elkaar gehoord.

11 september 2011

Concert 31 augustus 2011


Woensdag 31 augustus 2011, Concertgebouw Amsterdam
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Robert Gambill - Siegmund
Melanie Diener - Sieglinde
Dimitry Ivashchenko - Hunding

Wagner: Voorspel en venusbergmuziek uit Tannhäuser
Wagner: Eerste akte uit Die Walküre


De nieuwe chef van het NedPho is een theaterman. In deze twee wagnerstukken viel me op dat hij het verhaal probeert te verklanken en daarbij het orkest op sleeptouw neemt om ieder moment zo expressief mogelijk te laten zijn. Ik houd er wel van. Het orkest is Albrecht hoorbaar dienstbaar, er is duidelijk een klik. Het Voorspel en de venusbergmuziek uit Tannhäuser vond ik juist vanwege dat theatrale bijzonder goed geslaagd. Ook het orkestrale aandeel in de eerste akte Walküre was groots. De zangers waren echter niet ideaal. De intonatie vormde geen probleem, en twee keer tien seconden 'Wälse' vind ik ook altijd een plus, maar er ontbrak vervoering bij de twee hoofdrolzangers. Met name Robert Gambill zong teveel alsof hij een oratorium aan het zingen was. Maar goed, net als twee dagen eerder met het KCO is zo'n zomerconcert na ruim twee maanden afwezigheid vooral bedoeld om warm te draaien. En dat lukte dankzij Albrecht zeker.

31 augustus 2011

Concert 29 augustus 2011


Maandag 29 augustus 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons

Wagner: Ouverture Rienzi
R. Strauss: Dans van de 7 sluiers uit Salome
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 8


Nelsons maakte al eerder zijn debuut bij het KCO en hij mag nu met twee programma's de tour langs de festivals doen. Het eerste programma bleek reeds uitverkocht, deze tweede met groot orkestraal werk mocht er ook zijn. De ouverture Rienzi hoorde ik nog nooit eerder live, ik vind het een heerlijk stuk. Het kreeg een prima uitvoering. De dans van de zeven sluiers viel tegen. Het moet orgastisch klinken, en het bleef allemaal te braaf. Natuurlijk, het KCO speelt deze muziek prachtig transparant en warmbloedig, maar Nelsons had meer moeten durven. De Achtste van Sjostakovitsj behoort tot zijn beste symfonieën en Nelsons wist duidelijk raad met dit werk. Het is zo'n symfonie waaraan geen einde lijkt te komen cq waarin de tijd stilstaat en waarin de emoties permanent op hoogspanning staan. Het orkest speelde prachtig; er was een nieuwe althoboïst en zijn solo was ofschoon niet helemaal perfect wel het hoogtepunt van de uitvoering. Een lekker begin van het nieuwe seizoen.

11 juli 2011

Opera 10 juli 2011


Zondag 10 juli 2011 - Het Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Tsjaikovsky: Jevgeni Onegin

Onegin - Bo Skovhus
Tatjana - Krassimira Stoyanova
Ljenski - Andrej Dunaev
Olga - Elena Maximova
Gremin - Mikhail Petrenko
Koor van de Nederlandse Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

De tweede keer, en dit was tevens de laatste van deze productie. Het was allemaal helemaal volledig af, perfect en geweldig; een opera-ervaring zoals je maar zelden meemaakt. Ook in de orkestbak van het Muziektheater zijn Jansons en het KCO een combinatie waarbij alle superlatieve tekort schieten. Wat een weelde, pure weelde! Totdat deze weelde wordt tenietgedaan door de huidge koele rechtse wind geniet ik er nog met volle teugen van, zolang als het nog duurt. Hopelijk volgt er ooit nog eens een serie uitvoeringen van de Boris Godoenov door deze combinatie, wat zou dat geweldig zijn! Iedere keer dat Jansons het KCO dirigeert is een godsgeschenk, niks meer en niks minder.
En die enscenering en de zangers: gewoon prachtig!

09 juli 2011

Opera 20 juni 2011


Maandag 20 juni 2011 - Het Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Tsjaikovsky: Jevgeni Onegin

Onegin - Bo Skovhus
Tatjana - Krassimira Stoyanova
Ljenski - Andrej Dunaev
Olga - Elena Maximova
Gremin - Mikhail Petrenko
Koor van de Nederlandse Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Onbetwist de productie van het seizoen! Het KCO in de bak van het Muziektheater is immer van een weelde en rijkdom die de operaliefhebber intens gelukkig maken, en nu met Jansons in zijn tweede opera in Amsterdam van een dubbele rijkdom. De begeleiding van de briefscene bijvoorbeeld: wat een subtiliteit en sfeer! Zo mooi gespeeld als deze avond hoorde ik deze opera nooit eerder. De cast was uitstekend bezet met een prima zingende Stoyanova als Tatjana, en Petrenko maakte van die ene heerlijke aria van Gremin een verrukkelijk Russisch geheel. De rol van Onegin blijft een ondankbare: hij kan nergens echt vocaal schitteren, en hij moet het hebben van de dramatische zeggingskracht. Mensen naast mij in de zaal hoorde ik zeggen dat Skovhus niet goed bij stem was, maar ik heb dat niet opgemerkt. De enscenering van Stefan Herheim vond ik prachtig. Het is een bonte mengeling van verleden, heden en toekomst dat je te zien krijgt, maar bovendien erg fraai gestalte gegeven. In mijn andere abonnement zit deze voorstelling ook, dus ik mag nog een keer!

Concert 27 mei 2011


Vrijdag 27 mei 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Daniel Barenboim, piano

Von Weber: Ouverture Oberon
Liszt: Pianoconcert nr. 2
Rossini: Ouverture Wilhelm Tell
Liszt: Pianoconcert nr. 1


Ik kocht een jaar geleden nietsvermoedend een los kaartje voor dit extra concert, omdat ik Barenboim wel eens een pianoconcert wilde horen spelen. Als dirigent viel hij me een paar jaar geleden enorm tegen in Mahlers Zevende (zie hier de weblog daarvan) en van een eerder solorecital kan ik me weinig meer herinneren. Dit extra concert bleek een verjaardagscadeautje voor prinsex Máxima te zijn en alle podium en balkonplaatsen waren gereserveerd voor genodigden van de koninklijke familie, die voltalling op de eerste rij van het frontbalkon zat. Van premier Rutte tot vader Zorregieta, en van de ceo's of inmiddels commissarissen van alle banken en andere multinationals tot Erica Terpstra, ze zaten er allemaal. Over de koninklijke familie geen kwaad woord, maar voor de rest zat er wat mij betreft vooral veel schorriemorrie in galakostuum. In de zaal het gewone publiek, dat zich beveiligingspoortjes en fouillering moest laten welgevallen om te doen waarvoor het gekomen was: luisteren naar een toporkest onder leiding van een topdirigent die twee welbekende ouvertures meer dan subliem uitvoerde. En tja, Barenboim speelde soms wankel en slordig, maar soms ook geweldig krachtig en idiomatisch. Hij is bovenal een grote persoonlijkheid die dat in zijn spel probeert over te brengen, en dat soms wel en soms niet voor elkaar krijgt. Na de uitvoeringen betrad Máxima het podium en ook zij stal de show met haar innemend frisse optreden. Barenboim gooide er nog wat Argentijnse tango's uit, waarna het publiek voldaan naar huis keerde en het schorriemorrie in apenpak uit de staatsruif ging drinken.

Concert 25 mei 2011


Woensdag 25 mei 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Oszkar Ökrös, cimbalon

W.Fr. Bach: Andagio und Fuge
Mozart: Symfonie nr. 38
Brahms: Haydn-variaties
Dvorák: Legendes nr. 6 & 10
Liszt: Hongaarse rapsodie nr. 1/14


In april j.l. zorgde Fischer voor een hilarisch concert door de Hongaarse violist Jószef Lindvaï mee te nemen voor Paganini's eerste vioolconcert. Nu zorgde hij voor zomogelijk nog meer verrassing door de kolossale Oszkar Ökrös uit te nodigen voor de cimablon-partij in Liszt eerste Hongaarse rapsodie. Ökrös is bijna even breed als lang, en kwam in een spierwit pak het podium op; de hele zaal ging meteen plat. En dan die lekker uitbundige muziek waar deze meneer af en toe helemaal los ging met die lepeltjes op de snaren. Een onvergetelijk gezicht en gehoor. Daarvoor al had Fischer wederom aangetoond van alle markten thuis te zijn. Hoogtepunt en de reden waarom ik een los kaartje voor dit concert kocht was de Praagse van Mozart. Het is een ultiem meesterwerk; die langzame inleiding van het eerste deel is eindeloos boeiend en grandioos gecomponeerd en bevat bijkans het drama van een hele opera. En ja, Fischer en het KCO gaven een prachtige uitvoering van deze Adagio-inleiding, als ook van de resterende delen. En graag gememoreerd: Fischer respecteerde de herhalingen van de exposities! Scherp gespeeld, briljant in klank en finesse. Een prachtige uitvoering, waarschijnlijk sinds Josef Krips niet meer zo mooi gespeeld. Daarvoor al een fraaie Sinfonia van Wilhelm Friedemann Bach, en na de pauze en warmbloedige uitvoering van de onvolprezen Haydn-variaties van Brahms. de twee legendes van Dvorák waren een intermezzo, totdat Ökrös het podium betrad... Klik voor het idee even op de foto hierboven en beluister/bekijk daarna dit filmpje dat ik op YouTube vond: daar spelen Ökrös en Fischer hetzelfde stuk met de Berliner Philharmoniker; je hoort de laatste 3 minuten ervan.

26 juni 2011

Opera 23 mei 2011


Maandag 23 mei, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

R. Strauss: Der Rosenkavalier

Feldmarschallin - Anne Schwanewilms
Baron Ochs - Kurt Rydl/Runi Brattaberg
Octavian - Michelle Breedt
Sophie - Sally Matthews
Faninal - Michael Kraus
Koor van De Nederlandse Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Sir Simon Rattle

Al een hele poos niet meer naar de opera geweest. Ondanks alle juichende berichten over deze topproductie werd ik er niet door meegesleept. Er was vooraf al de teleurstelling over het niet zingen van de aanvankelijk geprogrammeerde Kozena als Octavian. En vlak voordat het doek zou opengaan werd bekendgemaakt dat Rydl die dag zijn stem kwijt was. Hij speelde wel zijn rol, maar zijn partij werd vanaf de zijkant van het toneel gezongen door Runi Brattaberg, die gecast was voor de rol van commissaris van politie maar in kleine theaters ook Ochs gezongen heeft. Dat deed hij allemaal naar behoren, maar hoe graag had ik die geweldige rol door Rydl gezongen willen horen. De grote ster van de avond was Anne Schwanewilms, die zo geweldig zong: smachtend, kreunend, kirrend, lyrisch, en alles loepzuiver. Een ideale Feldmarchallin! Natuurlijk, niks te klagen over Simon Rattle die in de orkestbak die het Rotterdams Philharmonisch wist te verleiden tot meer dan uitstekend orkestspel. Maar erg opzienbarend vond ik het allemaal niet. Gewoon een goede, maar door het Ochs-gedoe een rommelige voorstelling. Er had meer ingezeten.