11 juli 2011

Opera 10 juli 2011


Zondag 10 juli 2011 - Het Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Tsjaikovsky: Jevgeni Onegin

Onegin - Bo Skovhus
Tatjana - Krassimira Stoyanova
Ljenski - Andrej Dunaev
Olga - Elena Maximova
Gremin - Mikhail Petrenko
Koor van de Nederlandse Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

De tweede keer, en dit was tevens de laatste van deze productie. Het was allemaal helemaal volledig af, perfect en geweldig; een opera-ervaring zoals je maar zelden meemaakt. Ook in de orkestbak van het Muziektheater zijn Jansons en het KCO een combinatie waarbij alle superlatieve tekort schieten. Wat een weelde, pure weelde! Totdat deze weelde wordt tenietgedaan door de huidge koele rechtse wind geniet ik er nog met volle teugen van, zolang als het nog duurt. Hopelijk volgt er ooit nog eens een serie uitvoeringen van de Boris Godoenov door deze combinatie, wat zou dat geweldig zijn! Iedere keer dat Jansons het KCO dirigeert is een godsgeschenk, niks meer en niks minder.
En die enscenering en de zangers: gewoon prachtig!

09 juli 2011

Opera 20 juni 2011


Maandag 20 juni 2011 - Het Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Tsjaikovsky: Jevgeni Onegin

Onegin - Bo Skovhus
Tatjana - Krassimira Stoyanova
Ljenski - Andrej Dunaev
Olga - Elena Maximova
Gremin - Mikhail Petrenko
Koor van de Nederlandse Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Onbetwist de productie van het seizoen! Het KCO in de bak van het Muziektheater is immer van een weelde en rijkdom die de operaliefhebber intens gelukkig maken, en nu met Jansons in zijn tweede opera in Amsterdam van een dubbele rijkdom. De begeleiding van de briefscene bijvoorbeeld: wat een subtiliteit en sfeer! Zo mooi gespeeld als deze avond hoorde ik deze opera nooit eerder. De cast was uitstekend bezet met een prima zingende Stoyanova als Tatjana, en Petrenko maakte van die ene heerlijke aria van Gremin een verrukkelijk Russisch geheel. De rol van Onegin blijft een ondankbare: hij kan nergens echt vocaal schitteren, en hij moet het hebben van de dramatische zeggingskracht. Mensen naast mij in de zaal hoorde ik zeggen dat Skovhus niet goed bij stem was, maar ik heb dat niet opgemerkt. De enscenering van Stefan Herheim vond ik prachtig. Het is een bonte mengeling van verleden, heden en toekomst dat je te zien krijgt, maar bovendien erg fraai gestalte gegeven. In mijn andere abonnement zit deze voorstelling ook, dus ik mag nog een keer!

Concert 27 mei 2011


Vrijdag 27 mei 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Daniel Barenboim, piano

Von Weber: Ouverture Oberon
Liszt: Pianoconcert nr. 2
Rossini: Ouverture Wilhelm Tell
Liszt: Pianoconcert nr. 1


Ik kocht een jaar geleden nietsvermoedend een los kaartje voor dit extra concert, omdat ik Barenboim wel eens een pianoconcert wilde horen spelen. Als dirigent viel hij me een paar jaar geleden enorm tegen in Mahlers Zevende (zie hier de weblog daarvan) en van een eerder solorecital kan ik me weinig meer herinneren. Dit extra concert bleek een verjaardagscadeautje voor prinsex Máxima te zijn en alle podium en balkonplaatsen waren gereserveerd voor genodigden van de koninklijke familie, die voltalling op de eerste rij van het frontbalkon zat. Van premier Rutte tot vader Zorregieta, en van de ceo's of inmiddels commissarissen van alle banken en andere multinationals tot Erica Terpstra, ze zaten er allemaal. Over de koninklijke familie geen kwaad woord, maar voor de rest zat er wat mij betreft vooral veel schorriemorrie in galakostuum. In de zaal het gewone publiek, dat zich beveiligingspoortjes en fouillering moest laten welgevallen om te doen waarvoor het gekomen was: luisteren naar een toporkest onder leiding van een topdirigent die twee welbekende ouvertures meer dan subliem uitvoerde. En tja, Barenboim speelde soms wankel en slordig, maar soms ook geweldig krachtig en idiomatisch. Hij is bovenal een grote persoonlijkheid die dat in zijn spel probeert over te brengen, en dat soms wel en soms niet voor elkaar krijgt. Na de uitvoeringen betrad Máxima het podium en ook zij stal de show met haar innemend frisse optreden. Barenboim gooide er nog wat Argentijnse tango's uit, waarna het publiek voldaan naar huis keerde en het schorriemorrie in apenpak uit de staatsruif ging drinken.

Concert 25 mei 2011


Woensdag 25 mei 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Oszkar Ökrös, cimbalon

W.Fr. Bach: Andagio und Fuge
Mozart: Symfonie nr. 38
Brahms: Haydn-variaties
Dvorák: Legendes nr. 6 & 10
Liszt: Hongaarse rapsodie nr. 1/14


In april j.l. zorgde Fischer voor een hilarisch concert door de Hongaarse violist Jószef Lindvaï mee te nemen voor Paganini's eerste vioolconcert. Nu zorgde hij voor zomogelijk nog meer verrassing door de kolossale Oszkar Ökrös uit te nodigen voor de cimablon-partij in Liszt eerste Hongaarse rapsodie. Ökrös is bijna even breed als lang, en kwam in een spierwit pak het podium op; de hele zaal ging meteen plat. En dan die lekker uitbundige muziek waar deze meneer af en toe helemaal los ging met die lepeltjes op de snaren. Een onvergetelijk gezicht en gehoor. Daarvoor al had Fischer wederom aangetoond van alle markten thuis te zijn. Hoogtepunt en de reden waarom ik een los kaartje voor dit concert kocht was de Praagse van Mozart. Het is een ultiem meesterwerk; die langzame inleiding van het eerste deel is eindeloos boeiend en grandioos gecomponeerd en bevat bijkans het drama van een hele opera. En ja, Fischer en het KCO gaven een prachtige uitvoering van deze Adagio-inleiding, als ook van de resterende delen. En graag gememoreerd: Fischer respecteerde de herhalingen van de exposities! Scherp gespeeld, briljant in klank en finesse. Een prachtige uitvoering, waarschijnlijk sinds Josef Krips niet meer zo mooi gespeeld. Daarvoor al een fraaie Sinfonia van Wilhelm Friedemann Bach, en na de pauze en warmbloedige uitvoering van de onvolprezen Haydn-variaties van Brahms. de twee legendes van Dvorák waren een intermezzo, totdat Ökrös het podium betrad... Klik voor het idee even op de foto hierboven en beluister/bekijk daarna dit filmpje dat ik op YouTube vond: daar spelen Ökrös en Fischer hetzelfde stuk met de Berliner Philharmoniker; je hoort de laatste 3 minuten ervan.

26 juni 2011

Opera 23 mei 2011


Maandag 23 mei, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

R. Strauss: Der Rosenkavalier

Feldmarschallin - Anne Schwanewilms
Baron Ochs - Kurt Rydl/Runi Brattaberg
Octavian - Michelle Breedt
Sophie - Sally Matthews
Faninal - Michael Kraus
Koor van De Nederlandse Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Sir Simon Rattle

Al een hele poos niet meer naar de opera geweest. Ondanks alle juichende berichten over deze topproductie werd ik er niet door meegesleept. Er was vooraf al de teleurstelling over het niet zingen van de aanvankelijk geprogrammeerde Kozena als Octavian. En vlak voordat het doek zou opengaan werd bekendgemaakt dat Rydl die dag zijn stem kwijt was. Hij speelde wel zijn rol, maar zijn partij werd vanaf de zijkant van het toneel gezongen door Runi Brattaberg, die gecast was voor de rol van commissaris van politie maar in kleine theaters ook Ochs gezongen heeft. Dat deed hij allemaal naar behoren, maar hoe graag had ik die geweldige rol door Rydl gezongen willen horen. De grote ster van de avond was Anne Schwanewilms, die zo geweldig zong: smachtend, kreunend, kirrend, lyrisch, en alles loepzuiver. Een ideale Feldmarchallin! Natuurlijk, niks te klagen over Simon Rattle die in de orkestbak die het Rotterdams Philharmonisch wist te verleiden tot meer dan uitstekend orkestspel. Maar erg opzienbarend vond ik het allemaal niet. Gewoon een goede, maar door het Ochs-gedoe een rommelige voorstelling. Er had meer ingezeten.

Concert 18 mei 2011


Woensdag 18 mei 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.lv. Fabio Luisi
Anna Larsson, alt
Robert Dean Smith, tenor

Mahler: Totenfeier
Mahler: Das Lied von der Erde


Mahler overled deze dag precies 100 jaar geleden, en dit concert bood vergeleken met de onstuimige Tweede van de dag ervoor een ingehouden stemming. De Totenfeier is de oorspronkelijke versie van het openingsdeel van diezelfde Tweede, en alleen een in dit stuk ingewijde luisteraar herkent de verschillen. Ik denk dat de oorspronkelijke en definitieve versies van dat openingsdeel slechts 10% van elkaar afwijken. De opbouw, thematiek en instrumentatie zijn nagenoeg volledig identiek. Das Lied von der Erde was het hoofdwerk van dit concert, met dezelfde solisten als tijdens het jubileumconcert van Haitink in november 2006 (zie hier de weblog daarvan). Ik vond de solisten nu wat beter op dreef, ook al blijft de tenorpartij eigenlijk iets onmogelijks. Anna Larsson maakte in Der Abschied indruk door een expressieve en bewogen uitvoering, zonder al te dramatisch te zingen. Dat paste prima bij de schijnbaar onbewogen maar zuivere en dienende orkestrale begeleiding. Luisi is geen dirigent met uiterlijk vertoon, lijkt een saaie klerk op de bok, maar dirigeert uiterst efficiënt en doeltreffend. Alles bij elkaar een stemmig concert.

Concert 17 mei 2011


Dinsdag 17 mei 2011, Concertgebouw Amsterdam
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Elisabeth Watts, sopraan
Birgit Remmert, alt
Nederlands Concertkoor

Mahler: Symfonie nr. 2

Ik lig zo'n zes of zeven concerten achter; het kwam er even niet van de afgelopen maand. Teveel bezig met concerten bezoeken... Ik kocht op de dag zelf nog een kaartje voor dit concert, en werd niet teleurgesteld. Albrecht is een wat onstuimige dirigent, en dat heeft zijn uitwerking op de uitvoering. Ongepolijst, een beetje ruw, maar wel vol energie en dramatiek. Volgens mij eet Albrecht iedere dag borden vol pasta en biefstukken om zijn gewicht op peil te houden. Die Tweede van Mahler bevat zoveel emoties dat je aandacht bij zo'n energieke uitvoering geen moment verslapt. Het Nederlands Philharmonisch blijft een opmerkelijk goed orkest en met de uitstekende zingende solisten en het Concertkoor was dit gewoon een prima concert. Vooraf bliezen de koperblazers van Giovanni Gabrieli het Jubilate Deo ter nagedachtenis van Yakov Kreizberg.

14 mei 2011

Concert 13 mei 2011


Vrijdag 13 mei 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink

Mahler: Symfonie nr. 9

Tijdens het concert wist ik niet waarom, maar daags erna denk ik van wel te weten waarom ik al na drie maten van het eerste deel als nooit tevoren volschoot, als ook bij het begin van het slotdeel (ik heb nog nooit eerder zo zitten waterlanden als tijdens dit concert): Mahlers Negende ervaar ik als zijn meest essentiële schepping. Alleen al die eerste maten van het openingsdeel zitten zo boordevol zeggingskracht dat je wanneer je zijn hele oeuvre goed kent als vanzelf doorhebt dat hij hier in ingekookte vorm de essentie van al het voorgaande werk gaat verkondigen. En dat is inderdaad wat in dat openeningsdeel gebeurt. Natuurlijk, het slotdeel is ongeëvenaard in zijn aangrijpendheid, maar voor mij stijgt het openeningsdeel daar nog bovenuit. Misschien werd het 'jank-effect' nog versterkt door de combinatie Haitink-KCO. Want ja, mijn eerste Kerstmatinee was die in 1987 waar Haitink bij deze Negende zijn stokje liet vallen. Ik was toen 22 en een broekie in Mahler, en heb dat concert toen zeker niet zo intens beleefd als dit concert nu. Maar ik herinner het me wel. En om dan ruim 23 jaar later dezelfde dirigent met hetzelfde orkest dezelfde symfonie nog eens te horen... alleen al de numerieke vergelijking grijpt je bij de lurven. Er hingen allemaal microfoons boven en er stonden allemaal camera's rondom het orkest, dus het zal wel op tv worden uitgezonden, op dvd verschijnen en hopelijk ook op cd. De vraag is of de uitvoering dan als historsch de boeken in gaat. Voor mij zeker, maar het kan zomaar gebeuren dat bij nader inzien de uitvoering als gemiddeld beoordeeld gaat worden. Haitink opteerde namelijk voor gemiddelde tempi, voor weinig emotionele uitspattingen en voor het vermijden van extases. De muziek sprak volledig voor zichzelf, en dat bleek voor mij voldoende om volledig voor de bijl te gaan. En hoe subliem speelde het orkest; en hoe beheerst en met autoriteit dirigeerde Haitink. Het publiek van de Mahler-serie is het beste publiek dat er is: het weet stil te zijn wanneer het moet. Pas toen Haitink na het uitsterven van de slotmaat berustend op zijn krukje ging zitten stak het applaus op. En de allerluidste bijval kreeg uiteindelijk Mahler zelf, toen Haitink de partituur in de hoogte hield. Een zeer heuglijk concert.

29 april 2011

Concert 27 april 2011


Woensdag 27 april 2011, Concertgebouw Amsterdam
Boedapest Festival Orkest o.l.v. Iván Fischer
József Lendvaï, viool

Dvorák: Praagse walsen
Paganini: Vioolconcert nr. 1
Schumann: Symfonie nr. 3


Wederom een grandioos concert door het Boedapest Festival Orkest o.l.v. chefdirigent Fischer. Het is eigenlijk ongelooflijk onder welk streng regime dit orkest opereert. Ze spelen soms avond aan avond, nagenoeg iedere maand ook in het buitenland, en dit laatste zonder veel reistijdverlies: vliegen, installeren, spelen en meteen verder vliegen. Ik heb dit orkest al meerdere keren gehoord, en steeds viel het enthousiasme en de natuurlijkheid van hun muzikaliteit op; nergens een spoortje van routine of slapte in de aandacht. Zo ook tijdens dit concert; het was allemaal weer uiterst verzorgd en muzikaal. Ster van de avond was de Hongaarse violist Jozsef Lendvaï, uiterlijk een kruising van Michiel Romeyn als Oboema en André Rieu. Lendvaï speelde het hondsmoeilijke eerste concert van Paganini; nog nooit hoorde ik een van zijn vioolconcerten live. Je moet het maar durven spelen, en Lendvaï speelde het prachtig: technisch zo goed als maar mogelijk is, en tegelijkertijd muzikaal en subtiel. Ik moest aanvankelijk erg lachen om de verschijning van Lendvaï: zo'n woeste kop die eventjes Paganini komt doen. 'Hij lijkt er voor uitgezocht', zei mijn concertgenoot nog voordat er een noot geklonken had. Uiteindelijk logenstrafte de uitvoering die opmerking, maar het paste wel allemaal bij elkaar. Een Cappriccio van Paganini als toegift maakte zijn optreden compleet. Na de pauze serieus werk met de Rheinische van Schumann, een meesterwerk en meesterlijk gespeeld: warmbloedig, vol kracht en schwung. Misschien had het hier en daar wat doorzichtiger gekund, maar Fischer liet blijken ook met Schumann overweg te kunnen. Later deze maand komt hij weer naar het KCO voor een bont programma met van alles en nog wat; de man is onnavolgbaar divers.

Concert 7 april 2011


Donderdag 7 april 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Ludovic Morlot
Lynn Harrell, cello

Messiaen: Les offrandes oubliées
Dutilleux: Tout un monde lointain...
Franck: Symfonie


Ik hoorde de geweldige symfonie van Franck ooit eens eerder live, door het Residentie Orkest, toen het nog speelde in het Congresgebouw. Het verbaarst me nog steeds waarom het stuk niet tot het kernrepertoire van Bernard Haitink behoort, want als er een werk is waar de Duitse en Franse romantiek samenvloeien is het wel in deze driedelige symfonie. Enfin, de jonge Franse Ludovic Morlot maakte zijn debuut bij het KCO en deed dat vol overtuiging. Hij had de boel stevig onder controle, en dan klinkt zo'n groots werk groots. Het programma voor de pauze kon mij maar matig bekoren. Messiaen en Dutilleux zijn geen lievelingscomponisten; het celloconcert van de laatstgenoemde is ronduit vervelend, hoe betrokken Lynn Harrell ook speelde. Hem hoorde ik ook eens eerder tijdens een concert, in 1988 tijdens een zomerconcert met Chailly. Geen concert voor de eeuwigheid, maar fijn om die symfonie van Franck weer eens live gehoord te hebben.

02 april 2011

Concert 30 maart 2011


Woensdag 30 maart 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe
Miah Persson, sopraan

Mozart: Symfonie nr. 36
Mozart: Aria 'Un moto di gioia mi sento' KV579
Mozart: Aria 'Ruhe sanft, mein holdes Leben' uit Zaide
Mozart: Aria 'Misera, dove son' KV369
Mendelssohn: Symfonie nr. 3


Ik hoorde bij mijn weten de Linzer-symfonie van Mozart nog nooit eerder live. En net als bij de Prager die later dit seizoen door het KCO wordt gespeeld, heeft deze Mozartsymfonie een langzame inleiding die een wereld op zich vormt waarnaar je nimmer uitgeluisterd raakt. In deze Linzer alleen strijkers, trompetten en hoorns, en fagotten en hobo's. En met name die fagotten en hobo's zorgen voor een geweldige kleuring die de tijd even doen stilstaan. Het kwam er onder de handen van Herreweghe allemaal prachtig uit. De snelle delen waren niet overal even precies, maar de lichte transparantie toets maakte de uitvoering prachtig. De drie aria's bleken teveel niemendalletjes om echt te boeien. De aria uit Zaide bleek nog het boeiendst. Miah Persson zong fraai zuiver en glanzend, maar niet heel dramatisch. De Schotse van Mendelssohn werd bij het KCO 2,5 jaar geleden nog gedirigeerd door Herbert Blomstedt, maar ik kan het stuk niet vaak genoeg horen. Het is een meesterwerk. Herreweghe verzorgde een prachtuitvoering: dramatisch, vloeiend en helder. Herreweghe toverde vergezichten tevoorschijn die ik nog niet eerder in dit stuk had gehoord. Hopelijk blijft hij regelmatig terugkeren bij het orkest.

30 maart 2011

Concert 17 maart 2011


Donderdag 17 maart 2011, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. David Zinman

Turnage: Texan Tenebrae
Britten: Sinfonia da Requiem
Mahler: Nicht zu schnell uit Pianokwartet (orkestr. Matthews)
Schumann: Symfonie nr. 4


Normaliter zorgt Zinman voor goede, gedegen uitvoeringen die je de volgende dag alweer vergeten bent. Dat zou bij dit concert ook gebeurd zijn als het bij de eerste drie werken van dit programma was gebleven. Interessant, mooi gespeeld, maar niet echt pakkend. De uitvoering van de Vierde van Schumann was echter eentje om nooit meer te vergeten: zo goed hoorde ik dit stuk nog nooit eerder gespeeld, ook niet op mijn gewaardeerde cd-uitvoering door Sawallisch. Met relatief hoge tempi, uiterst doorzichtig orkestspel en fijnzinnige accentueringen zorgde Zinman voor een uitvoering die deze symfonie nog overtuigender liet klinken dan het werk uit zichzelf toch al is. Het eerste en laatste deel slibben door hun hoge tempo en gevlochten thematiek gemakkelijk dicht, maar Zinman had het orkest perfect in de hand en liet het bijzonder scherp en transparant spelen. Het hoge tempo van het 'Ziemlich langsam' in het openingsdeel was een vondst, en de mysterieuze overgang van deel 3 naar deel 4 werd grandioos gerealiseerd. Een geweldige uitvoering!
O ja, voor wie een bespreking van Mahler 8 o.l.v. Jansons mist: ik was door omstandigheden helaas verhinderd...

28 maart 2011

Concert 6 maart 2011


Zondag 6 maart 2011, Vredenburg Leidse Rijn Utrecht
Budapest Festival Orkest o.l.v. Iván Fischer
Petra Lang, sopraan

Wagner: Siegfried Idyll
Wagner: Ouverture en bachanaal uit Tannhäuser
Wagner: Ouverture Die Meisersinger von Nürnberg
Wagner: Siegfrieds Rheinfahrt & Siegfrieds Trauermarsch & Brünnhildes Schlussgesang uit
Götterdämmerung

Ik lig slechts twee te beschrijven concerten achter; het kwam er even niet van ze te beschrijven. Eerst maar deze eerste: een grandioos Wagner-concert in die rare lelijke fabrieksdoos langs de A2, gegeven door het orkest dat Fischer zelf oprichtte en in 25 jaar tijd tot één van de beste ter wereld maakte (welke andere dirigent kreeg dat zo snel voor elkaar?) en met medeneming van een bijzonder overtuigende sopraan die ik nog niet in zo'n zware rol hoorde. De sfeer in de zaal wat mat, maar op het podium gebeurde de spannendste dingen. Tijdens hun tournee door Europa werd dit programma een keer of tien gebracht, soms wel avond aan avond, maar van enige routine was geen sprake. Volgens jaar komt Fischer bij het KCO de Parsifal dirigeren; dat zou wel eens een bijzonder enerverende gebeurtenis kunnen worden! Ik vond nog een andere weblog over dit concert; twee dagen later gegeven in Eindhoven. Daarvan ook de foto, en bij wijze van copyright hier de link.

26 februari 2011

Concert 26 februari 2011


Zaterdag 26 februari 2011, Concertgebouw Amsterdam
Berliner Philharmoniker o.l.v. Sir Simon Rattle
Stefan Dohr, hoorn

Haydn: Symfonie nr. 99
Hosokawa: Hoornconcert 'Moment of blossoming'
Schubert: Symfonie nr. 9


In dit overwegend klassieke programma kwamen de Berliner in de zaterdagmatinee beter uit de verf dan tijdens Mahlers Derde de avond ervoor. Haydn en Schubert zaten uitstekend in de vingers. Desondanks geen onvergetelijke uitvoeringen. Er zaten naar mijn smaak nog steeds zo'n dertig procent teveel strijkers op het podium; het had allemaal veel transparanter kunnen klinken. Nu speelde er in Schubert een orkest ter grootte van wat je bij een gemiddelde Bruckner-symfonie gewend bent. Wel liet Rattle soms de helft van de violisten hun partij spelen, omdat de klank anders helemaal zou zijn dichtgelopen. Maar dat geeft al te denken natuurlijk. Verder fraai secuur orkestspel, interessante dynamische effecten, en een onbegrijpelijke hantering van de herhalingstekens (soms wel, soms niet). Zo'n eersteklas orkest in deze twee favioriete symfonieën blijft niet te versmaden natuurlijk, maar ik ben nu eenmaal te zeer vervend met het KCO. Het opdrachtwerk van Hosokawa was een wat eenvormig geheel van ijle klanken, met een solohoorn als centraal middelpunt, en rondom op de balkons, voor zover ik heb kunnen zien, andere koperblazers.

Concert 25 februari 2011


Vrijdag 25 februari 2011, Concertgebouw Amsterdam
Berliner Philharmoniker o.l.v. Sir Simon Rattle
Dames Groot Omroepkoor, Nationaal Kinderkoor
Anke Hermann, sopraan
Nathalie Stutzmann, alt

Wolf: Elfenlied
Brahms: Es tönt ein voller Harfenklang
Mahler: Symfonie nr. 3


De Berliner Philharmoniker, Simon Rattle en Mahler: wat mij betreft geen gelukkige combinatie. Enkele jaren geleden, nog voor ik deze weblog startte, speelden de Berlijners en Rattle een uiterst gemaniëreerde Vierde van Mahler, en hoewel deze Derde minder overtrokken werd gespeeld, vond ik het resultaat weinig bevredigend. De Berliner Philharmoniker is een massief spelend orkest waarin de strijkers, en dan vooral de celli en contrabassen, alle subtiliteit in de kiem smoren en vooral brede golven van overweldigend geluid produceren. Dat klinkt soms fantastisch, zoals in het slotdeel, maar dikwijls eenvormig en niet echt muzikaal. De houtblazers heb ik nauwelijks gehoord. Het klankbeeld dat Von Karajan bij dit orkest realiseerde (ik las in de NRC: hij dacht vanuit de contrabassen) hebben ze ruim 20 jaar na zijn dood nog steeds niet van zich afgeworpen. Rattle had verder een wat vlakke interpretatie van dit grootse werk; eigenlijk vond ik de uitvoering vooral saai. Alleen het slotdeel werd fraai opgebouwd, maar in de delen ervoor miste ik een krachtige visie. Rattle speelde vooral de dynamische verschillen flink tegen eklkaar uit, maar dat is niet genoeg als er verder een coherente interpretatie lijkt te ontbreken. Aan de symfonie gingen twee korte koorwerkjes vooraf, fraai gezongen en gespeeld, maar de samenhang met de symfonie ontging me een beetje.