18 december 2008

Concert 17 december 2008


Woensdag 17 december 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer

Bartók: Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta
Tsjaikovsky: Symfonie nr. 4


Iván Fischer is een groot dirigent. De laatste jaren zijn zijn concerten bij het KCO steevast van uitmuntende kwaliteit, en zijn optreden vorig jaar met zijn eigen Budapest Festival Orkest (met een prachtige Bruckner 7) zal ik niet snel vergeten. Trouwens, wanneer je een orkest opricht en dat (volgens de laatste peiling van Gramophone onder muziekjournalisten) in ruim 25 jaar in de top tien van de beste orkesten ter wereld weet te krijgen, dan ben je sowieso een kanjer. Deze avond stond hij weer voor wat volgens de journalisten het allerbeste orkest van de wereld is, en dat leverde een geweldig concert op. Ik hoorde de Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta al vele malen: in de A-serie kwam het stuk regelmatig langs, maar ook Solti en Levine heb ik het horen dirigeren. Zo subtiel, rijk en spits als deze avond hoorde ik het echter nog niet eerder. Na een enkel kuchje aan het begin was het hoogbejaarde publiek van de B-serie muisstil; hier gebeurde wat bijzonders. Fischer dirigeert ogenschijnlijk een beetje lomp en nonchalant, maar ieder gebaar is effectief en toepasselijk om zijn bedoeling kenbaar te maken. Dat geweldige tweede deel, waarin vooral de snaren en het slagwerk schitterende combinaties aangaan, kwam er subliem uit. Na de pauze die heerlijke Vierde van Tsjaikovsky; het was allemaal precies zoals het moest zijn: perfect opgebouwd, subliem gespeeld, en nergens over de top. Een klasse-dirigent voor een klasse-orkest. Tja, het is dat het KCO met Jansons de best denkbare chefdirigent heeft, maar voor Fischer misschien toch maar een status aparte creëren (alvast...)?

09 december 2008

Concert 7 december 2008


Zondag 7 december 2008, Doelen Rotterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. James Conlon

Mahler: Symfonie nr. 10 (uitvoeringsversie Cooke)

De Tiende van Mahler hoor je zelden of nooit. Heel lang geleden hoorde ik de Cooke-uitvoeringsversie bij het KCO o.l.v. Simon Rattle (tijdens zijn mislukte gastdirigentschap waarna hij nooit meer voor het orkest terugkeerde). Enkele jaren later dirigeerde Chailly een fenomenale uitvoering bij hetzelfde orkest; van beide dirigenten bezit ik ook een opname die ik echter nooit beluister. Nu het werk op de lessenaars van het Rotterdams Philharmonisch bleek te liggen, en ik dit weekend toch langs mijn ouders die redelijk in de buurt wonen zou gaan... Enfin, de zaal van de Doelen was deze zondagmiddag net voor de helft gevuld. Het wil in Rotterdam maar niet lukken om bij reguliere abonnementsconcerten die een populair karakter overstijgen de zaal goed gevuld te krijgen. Alleen bij bijzondere evenementen (Gergiev op bezoek, iets met kinderen of bij een aparte festiviteit) komen er voldoende mensen (uit Amsterdam ook?) naar de Doelen. Maar de basis - de vaste concertgangers die niet terugdeinzen voor onbekend repertoire - lijkt smal. Wanneer een oud-chefdirigent een groots en bijzonder Mahler-werk komt dirigeren hoort de zaal redelijk gevuld te zijn, en niet zoals afgelopen zondag te leeg... De uitvoering was niet bijzonder. Goed, maar rechtlijnig en weinig uitgesproken. Voldoende goed om het werk weer eens nader te leren kennen, maar een groot Mahler-dirigent is Conlon zeker niet. Zeker het laatste deel, met de klappen op de grote trom, hoort door merg en been te gaan. En dat gebeurde niet. Desondanks een zeer welkome hernieuwde kennismaking met dit aparte muziekstuk!

03 december 2008

Herontdekkingen in mijn cd kast 2 - Karajan 2




In mei j.l. deed ik twee beloftes: de titel boven deze log geeft aan welke. Door een hernieuwde kennismaking met een verrukkelijke cd uit mijn verzameling kan ik in één aan beide beloftes gevolg geven. Ik kocht de cd met ouvertures van Offenbach uitgevoerd door de Berliner Philharmoniker o.l.v. Von Karajan al in 1995, maar hij bleef soms jaren onbespeeld. Maar onlangs kwam hij weer uit de kast en zette ik hem op mijn iPod, zodat ik de muziek ook tijdens treinreizen en fitness-oefeningen kan beluisteren.

En op de trainingsapparaten werd ik weer helemaal blij van deze collectie ouvertures van de steevast met binocle getooide Duits-Franse componist. Ik heb de fraaiste foto's die ik op internet van hem vond in deze log geplaatst - het is gewoon een geweldige kop om naar te kijken. (Merk het verschil op tussen de foto's en de cartoon helemaal onderin...!)


En de glimlach die als vanzelf onstaat bij het zien van die foto's, komt ook tevoorschijn als je naar deze cd met ouvertures luistert.


Ik leerde de ouverture Orphée aux Enfers als puber kennen bij de fanfare in Zuid-Limburg waar ik een jaartje of zeven speelde - de dirigent leek dat wel een aardig stuk. Ik zou 'onze' uitvoering niet meer willen terughoren, maar wat Von Karajan ervan maakt is ronduit prachtig. Het hoempapa-thema aan het slot van de ouverture is wereldberoemd, maar het hoogtepunt van de ouverture (en de uitvoering) is de passage met de solo-viool. Lekker schmieren, maar wat een melodie!


Een andere onweerstaanbare ouverture is La Grande-Duchesse de Gerolstein: alleen al de bekkens die aan het begin een slag eerder inzetten! Even verderop buitelen de melodieën over elkaar heen, de ene nog heerlijker dan de andere.


De ouverture La Belle Hélène is gewoon een erg goed opgebouwd stuk. Von Karajan speelt zijn hoogste troeven uit in Vert-Vert/Kakadu een ouverture waarin de meest fijnzinnige passages worden afgewisseld met de bontste kermismuziek. De opname stamt uit de late-Von Karajan-periode (1980). Dat wil zeggen: weinig subtiel, lekker vet en massaal, en zeker niet overal even goed afgewerkt. Ik heb de indruk dat ze er maximaal twee repetities aan hebben besteed, en daarna hup op de band. Maar de kwaliteit van orkest en dirigent levert geweldige uitbundige uitvoeringen op waarin toch ook hun grootsheid doorstraalt. Een feest-cd van een feest-componist! 



28 november 2008

Concert 27 november 2008


Donderdag 27 november 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jaap van Zweden
Alexei Ogrintchouk, hobo

Wagenaar: Ouverture Cyrano de Bergerac
Mozart: Hoboconcert
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 5


Na zijn successen in de VS is Jaap van Zweden weer terug in eigen land, en nu dan mijn eerste keer dat ik hem het KCO hoorde leiden. Van Zweden is een groot dirigent, ook al dirigeert hij wat slungelig. Zijn kwaliteit ligt vooralsnog in gedrevenheid en de afwerking van het orkestspel. Alles klonk scherp, markant en precies. Hij haalde uit de vrij warrige ouverture van Wagenaar wat eruit te halen viel en de samenwerking in het hoboconcert van Mozart met Alexei Ogrintchouk kon niet beter. Ogrintchouk had er zichtbaar zin in, en zijn spel is zowel technisch als lyrisch perfect. In de hoofdschotel van dit concert, de Vijfde van Sjostakovitsj, peilde Van Zweden misschien niet de dramatische lading die ik Haitink er wel eens uit heb horen halen - dat was trouwens ruim 20 jaar geleden, met Jaap van Zweden als concertmeester... Maar de uitvoering stond als een huis, liet de muziek voor zichzelf spreken en werd prachtig sonoor gespeeld. Het KCO laat zich niet zomaar verleiden tot klasse orkestspel; Van Zweden kreeg het voor elkaar.
De foto van Van Zweden is van Marco Bakker (www.marcobakker.com) - bij wijze van copyrightvermelding.

11 november 2008

Concert 6 november 2008


Donderdag 6 november 2008, Vredenburg Leidsche Rijn, Utrecht
Koor en Orkest Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Dorothee Mields, sopraan
Damien Guillon, altus
Hans Jörg Mammel, tenor
Stephan MacLeod, bas

Bach: Cantate Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen, BWV 12
Schütz: Aus der Tiefe, SWV 25
Bach: Cantate Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir, BWV 131
Bach: Cantate Ich hatte viel bekümmernis, BWV 21


Het is alweer twee jaar geleden dat Herreweghe met zijn formatie in het Concertgebouw tijdens de zaterdagmatinee een geweldig concert gaf met enkele prachtige Bach-catates (lees de log daarvan hier). Maar in mijn herinnering nog zo kort geleden! Groot mijn vreugde toen ik opeens op internet een nieuw Cantate-concert aangekondigd zag, en dubbel groot omdat ze daarbij ook mijn favoriete cantate zouden uitvoeren: BWV 131. Het werd een subtiel feest van schoonheid, daar in die aluminium fabrieksdoos langs de snelweg A2. De cantate BWV 12 begint met een Sinfonia, en de muziek van het daaropvolgende koor gebruikte Bach later voor het Crucifixus in de Mis in b. Tja, wie daar ongevoelig voor is... De korte psalmzetting Aus der Tiefe van Schütz voor dubelkoor en basso continuo kon niet fraaier gezongen worden. 12 zangers in totaal telde het koor van Herreweghe, en wat een afwerking en homogeniteit! Over de pracht van BWV 131 geen verder woord; wie het werk niet kent moet het snel maar gaan kopen (Herreweghe nam het al heel lang geleden op, en die uitvoering is voor weinig geld te krijgen). Maarten 't Hart schrijft naar aanleiding van BWV 21 dat het jammer is dat Bach nooit een opera heeft gecomponeerd. En inderdaad: het duet tussen de Ziel en Jezus is het hoopgtepunt van deze cantate. Alleen al het spel met het 'ja' en 'nein' is geniaal. Maar voor dit duet was er ook al die prachtige sopraanaria, die door Dorothee Mields onaards mooi gezongen werd. Last but not least: in elke van deze drie Bach-cantates heeft de solo-hobo in minstens een aria of deel de tegenstem. En vanavond zat daar Marcel Ponseele in het orkest, ontegenzeggelijk de beste 'authentieke' hoboïst. Dan is het leven weer even helemaal perfect.

04 november 2008

Opera 28 oktober 2008


Maandag 28 oktober 2008, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Moessorgksy: Boris Godoenov

Boris - John Tomlinson
Feodor - Brian Asawa
Xenia - Marina Zyatkova
Sjoejski - Chris Merritt
Pimen - Vladimir Vaneev
Varlaam - Werner van Mechelen
Koor van De Nederlandse Opera
Residentie orkest o.l.v. Alexander Lazarev

Tweede bezoek aan deze opera. De muziek blijft geweldig, en de enscenering blijft geslaagd. De herbergscène is voor het verhaal niet echt essentieel, en haalt dan ook de vaart uit de voorstelling. De confrontatie tussen Boris en Sjoeijski maakt dan alles weer goed. De vocale bezetting is prima, John Tomlinson een indrukwekkende Boris, en het orkestaandeel vind ik nog steeds niet ideaal. Maar goed, Moessorgky is de grote winnaar; wat een sublieme opera is dit toch.

29 oktober 2008

Concert 23 oktober 2008


Donderdag 23 oktober 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Brahms: Symfonie nr. 3
Dvorák: Symfonie nr. 8


Een concert met twee gezichten. De uitvoering van de Derde van Brahms was in mijn oren nog niet voldoende speelrijp. Zeker in dat lastig te dirigeren eerste deel ging er nog teveel mis, wat nog eens extra helder werd omdat Jansons voor een doorzichige, relatief ingehouden benadering koos. En als dan de details dan nog haperen... Ik ben ook altijd even uit mijn hum wanneer de herhalingstekens van de expositie niet worden gerespecteerd. De kruistocht van Harnoncourt blijkt nog steeds niet helemaal gewonnen. De lyrische tweede en derde delen klinken bij dit orkest standaard mooi, maar ook de kracht van het vierde deel kwam niet voldoende uit de verf. Het was de eerste concertuitvoering van deze symfonie door Jansons en het orkest, en de kans is groot dat tijdens de komende tournee de kwaliteit stijgt. Tijdens deze laatste week voor de tournee spelen ze tijdens vier concerten maar liefst 10 verschillende werken, waarvan slechts twee eerder tijdens concerten zijn uitgevoerd. Tja, dan moet er in korte tijd veel gerepeteerd worden, en zo'n duivels moeilijke Derde Brahms laat niet met zich sollen.
Na de pauze precies het tegenovergestelde beeld: de wel al eerder gespeelde Achtste van Dvorák knalde de zaal in, werd perfect gespeeld en met zichtbaar meer enthousiasme door Jansons gedirigeerd. Die recapitulatie van het Allegretto grazioso: onaards mooi. Ik hoorde deze symfonie van dit orkest al drie keer eerder: onder leiding van De Waart, Giulini en Harnoncourt. Alledrie prachtige uitvoeringen, en deze van Jansons deed daar niet voor onder. Integendeel!

18 oktober 2008

Concert 15 oktober 2008


Woensdag 15 oktober 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Herbert Blomstedt

Nielsen: Symfonie nr. 3
Mendelssohn: Symfonie nr. 3


'Een dirigent die het orkest zo mooi en warm kan laten klinken moet jaarlijks terugkeren', schreef ik hier over Blomstedts laatste concert bij het KCO in april 2007. En inderdaad, Blomstedt een rasechte muzikant die het orkest tot fraai en energiek spel verleidt. Hij is bovendien (met Haitink) het bewijs dat oude dirigenten steeds jeugdiger lijken te worden. De man is al 81 maar loopt de trap af en staat te dirigeren alsof hij in de kracht van zijn leven is. De 'Sinfonia espansiva' van Carl Nielsen is geen meesterwerk, maar bruist wel van de muzikale ideeën en het langzame deel spreekt het meest aan. Daarin heeft Nielsen twee zangstemmen geïntegreerd (hier gezongen door Marieke Steenhoek en Mattijs van de Woerd) wat het geheel opeens aan Vaughan Williams doet denken. Ik heb de Blomstedt-opnames van de Nielsen-symfonieën in de cd-kast staan (maar nog nooit geheel beluisterd) - ik zal de Derde eens nader bestuderen. Dat hoef ik niet met de 'Schotse' van Mendelssohn, want dat is een lievelingssymfonie. Hoewel Blomstedt een contrastrijke interpretatie dirigeerde, vond ik zijn aanpak soms wat te voortvarend. Het hoogtepunt van het stuk vind ik de recapitulatie van het hoofdthema in het eerste deel, met die klagende tegenstem van de celli; die liet Blomstedt onderbelicht, helaas. Maar er waren ook sublieme momenten, zoals de presentatie van dat mooie mineur-hoofdthema in de expositie, waar de strijkers zo intiem speelden dat de soloklarinettist die de melodie óók speelt prachtig mengde met de strijkers. En dat was op rij 25 allemaal prachtig te horen. Tja, dan is alles weer even helemaal perfect.

Concert 14 oktober 2008


Dinsdag 14 oktober 2008, Concertgebouw Amsterdam
Le Concert Spirituel o.l.v. Hervé Niquet

Dandrieu: Les caractères de la guerre
Händel: Water Music
Händel: delen uit Concerto grosso op. 3 nr. 4 & 5
Händel: Music for the Royal Fireworks


De hele Water Music staat zelden op de concertprogramma's en dat terwijl het verrukkelijke muziek is. De cd-opnames van Trevor Pinnock en van Jordi Savall zijn minstens zo verrukkelijk, en ik luister deze muziek regelmatig: vooral op de iPod onderweg kunnen weinig stukken tegen de Water Music op. Enfin, deze live-uitvoering was daarentegen geen succes. Niquet wilde zo authentiek mogelijk doen en stelde de ruimte van de grotze zaal van het Concertgebouw voor als de blote hemel boven de Theems: ik telde in zijn orkest op een gegeven moment (naast alle strijkers) 14 hobo's, 9 hoorns en 9 trompetten. En daarvan toeterden er altijd wel een vier- of vijftal vals. De uitvoering was vooral hard, ruw en snel; sommige delen waren alweer voorbij voor je er erg in had. Hetzelfde verging het de Vuurwerkmuziek, helaas.

15 oktober 2008

Opera 11 oktober 2008


Zaterdag 11 oktober 2008, Opernhaus Zürich
Oper Zürich

Beethoven: Fidelio

Leonore - Melanie Diener
Florestan - Roberto Saccà
Rocco - Alfred Muff
Don Pizarro - Lucio Gallo
Marzelline - Sandra Trattnigg
Jaquino - Christoph Strehl
Don Fernando - Fresimir Strazanac
Chor der Oper Zürich
Orchester der Oper Zürich o.l.v. Bernard Haitink

Zürich is een bijzonder plezierige stad, zeker bij zulk prachtig rustig najaarsweer als dit weekend. Het is een uurtje vliegen, en dan kom je in die overzichtelijke, schone en goed georganiseerde wereld die Zwitserland heet. Het Kunsthaus van Zürich is een prachtig museum, en je kunt er verder lekker eten en plezierig verpozen. Aanleiding om te gaan was deze operavoorstelling. Het operagebouw van Zürich is een klein theater, zeker vergeleken bij die enorme ruimte van het Muziektheater. Maar dat Muziektheater is eigenlijk de uitzondering vergeleken bij al die suikertaart-operahuizen in Europa. De opera van Zürich staat als vernieuwend en 'klein maar fijn' bekend, maar dat bleek niet uit deze oubollig en eendimensionaal geënsceneerde Fidelio. Ook enkele zangers waren niet helemaal van het niveau dat we bij de Nederlandse Opera gewend zijn. Melanie Diener kon haar rol van Leonore eigenlijk net niet aan, en de stemmen van Sandra Trattnigg en Christoph Strehl waren te klein om over het orkest heen te komen. Alfred Muff is een oudgediende die wel voldeed als gevangenisbewaarder en Roberto Saccà zong een prima Florestan; een naam om te onthouden. De credits gaan naar het orkest en Haitink, die weliswaar geen aparte, maar wel een goed afgewerkte en gulle verklanking van Beethovens partituur verzorgden. In het tweede bedrijf speelde het orkest tussen het duet van Leonore en Florestan en de Finale bij een gesloten doek de Tweede Leonore-ouverture, en die werd door het verder zo kalme en stille Zwitserse publiek luid toegejuicht. Geen ultiem-perfecte operavoorstelling (vooruit, ook Beethoven is hier niet op zijn best), maar evenals in Londen vorig jaar een mooi moment om Haitink op het podium van een operatheater te zien verschijnen. Het zal er waarschijnlijk niet meer van komen, maar hoe graag zou ik hem eens in de bak en op dat podium van het Muziektheater willen zien. Als je op de foto boven klikt, verschijnt-i groter op je scherm. Ik nam 'm zelf, een uurtje voor aanvang. De borstbeelden links en rechts zijn Goethe en Schiller, en in het midden van links naar rechts Weber, Mozart en Wagner. Het gebouw werd in een jaar tijd gebouwd, en werd in 1891 opgeleverd. (En wij doen 10 jaar over de renovatie van een gebouw...)

05 oktober 2008

Concert 2 oktober 2008


Donderdag 2 oktober 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti

Beethoven: Symfonie nr 6 'Pastorale'
Bartók: Concert voor orkest


Daniele Gatti is een sierlijk dirigent, en onder zijn leiding speelt het KCO altijd bevlogen. Interpretatief is Gatti (nog) niet zo goed als bijvoorbeeld Haitink en Jansons, maar zijn concerten heb ik tot op heden altijd overtuigend gevonden. Zo ook vanavond. Na de pauze het immer boeiende Concert voor orkest van Bartók. Het boeit door de bonte verzameling invallen die toch ook weer zo fraai geheel vormen. Het werk is eerder interessant dan aangrijpend, en het kreeg vanavond een flitsende uitvoering. Het hoogtepunt van het concert was echter de Pastorale voor de pauze, die heerlijk vloeiend en evenwichtig werd uitgevoerd. Norrington leidde een paar jaar geleden bij het KCO een nog subtielere uitvoering, maar ook Gatti verstond de kunst dit werk in al zijn pracht te laten horen. Want ondanks alle lof voor de uitvoerenden: wat een ultiem meesterwerk is die Pastorale toch. Het is permanent mooi-mooier-mooist wat je hoort.

30 september 2008

Opera 29 september 2008


Maandag 29 september 2008, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Moessorgksy: Boris Godoenov

Boris - John Tomlinson
Feodor - Brian Asawa
Xenia - Marina Zyatkova
Sjoejski - Chris Merritt
Pimen - Vladimir Vaneev
Varlaam - Werner van Mechelen
Koor van De Nederlandse Opera
Residentie orkest o.l.v. Alexander Lazarev

Reprise van de productie uit 2001, met net als toen John Tomlinson als Boris. De enscenering van Willy Decker is prachtig, alleen laat hij soms te nadrukkelijk zien wat ook al uitgesproken wordt. Het tableau vivant achterin waarbij (in Boris' herinnering) de kleine Dmitri wordt doodgestoken is een herhaling wat ook al aan het begin van de opera getoond wordt. Maar goed, het is blijkbaar zijn handelsmerk (net als in Die tote Stadt van Korngold): tableaux vivants achter op het podium, een portret van dezelfde figuur in veelvoud, donkerbruine kleuren. Ik snap de keuze om de opera ineen te presenteren: het compacte verhaal komt daardoor helder en scherp over het voetlicht. (Opvallend: bij de Harry Kupfer-enscenering eind jaren tachtig eveneens geen pauze.) Tweeënhalfuur op de inmiddels flink doorgezakte stoelen van het Muziektheater is geen onverdeeld genoegen. Enfin, wat je te horen en te zien krijgt is van hoog niveau. Tomlinson is een overtuigende Boris. Hij is nog steeds prima bij stem en hij draagt ook in zijn acteren de hele voorstelling. Bij Chris Merritt vraag ik me altijd af of ik zijn zingen wel mooi vind, maar boeiend is hij alleszins. Uitstekend zingt ook Vladimir Vaneev als Pimen, die eigenlijk de mooiste rol van de opera heeft. Zijn relaas tijdens de vergadering van de bojaren luidt het einde van Boris in, en wat een geweldige en aangrijpende muziek componeerde Moessorgsky hier. Dat relaas en de aansluitende les die Boris aan Feodor geeft, zijn hoogtepunten uit de operaliteratuur. Ook elders schreef Moessorgsky geweldige muziek. Toen ik deze opera voor het eerst hoorde (tijdens het eerste Muziektheater-seizoen in 1988) was ik helemaal gebiologeerd door de aparte harmonische stijl. En nog steeds vind ik de muzikale stijl die Moessorgsky juist in Boris Godoenov hanteert erg mooi. In het afgelopen weekend las ik voor het eerst de tekst van Poesjkin waarop Moessorgsky zijn libretto baseerde. Niet alle scenes uit het toneelstuk van Poesjkin zijn in de oerversie van de opera terechtgekomen, maar voor de rest zijn veel teksten één op één overgenomen. In tegenstelling tot de recensenten van het Parool en de NRC vond ik het aandeel van het orkest niet geheel overtuigend. Wellicht had ik nog teveel de overrompelende orkestklank van het Nederlands Philharmonisch bij Die Frau ohne Schatten in mijn gehoor. Ik vond het Residentie Orkest namelijk vrij eenvormig en weinig warmbloedig klinken; Lazarev had het orkestaandeel meer dramatiek mogen meegeven. Ik had al eerder een los kaartje voor een tweede bezoek aan deze voorstelling gekocht, vanwege de pracht van deze opera. Dat is de laatste voorstelling uit de reeks eind oktober. Wellicht dat het orkest dan met meer diepgang speelt dan tijdens deze première-avond.

Concert 28 september 2008


Zondag 28 september 2008, Muziekgebouw aan 't IJ
Orkest van de 18e eeuw o.l.v. Frans Brüggen
Nelson Goerner, fortepiano
Nicola Wemyss, sopraan
Anne Grimm, sopraan
Marcel Beekman, tenor
Jasper Schweppe, bariton

Chopin: Pianoconcert nr. 2
Rameau: Suite uit 'Les Indes Galantes'


Interessant om bij mij om de hoek het Orkest van de 18e eeuw te beluisteren, in Chopin! De zaal van het Muziekgebouw blijkt prima te zijn voor authentieke orkesten: net als voorheen de Vredenburg-zaal is deze zaal met een wat scherpere akoestiek beter voor deze orkesten dan bijvoorbeeld de relatief warm klinkende zalen van het Concertgebouw en de Doelen. Ik hoorde geloof ik nog nooit eerder een pianoconcert van Chopin in de concertzaal, en dan meteen een ongebruikelijke. En authentiek of niet, zo'n fortepiano blijft gepingel vergeleken met een volbloedige Steinway-piano. Nelson Goerner speelde eigenlijk best goed en poëtisch, maar in vervoering kon de klank van zijn fortepiano mij niet brengen. Na de pauze een ruime selectie uit Les Indes Galantes van Rameau, inclusief enkele zangdelen. Ik kende de orkestrale delen van de prachtige cd die Brüggen en zijn orkest van de suite hebben gemaakt. De gezongen delen waren eigenlijk weinig interessant: geen echte aria's maar gezongen conversaties. En de zangers zongen voldoende goed, maar niet uitzonderlijk. De kwaliteit van het orkest vond ik er niet beter op geworden. Het kan deels ook liggen aan het feit dat ik meer en meer de klank van een traditioneel orkest verkies boven een authentiek orkest: de authentieke hobo, hoorn en trompet klinken eigenlijk zelden echt mooi (zeker bij concerten; bij cd-opanmes wordt er m.i. veel gerepareerd). Maar deze avond waren toch ook veel slordigheden te beluisteren. Hun Haydn- en Rameau-opnames zal ik blijven koesteren, maar Frans Brüggen en zijn orkest hebben hun beste tijd nu wel gehad, vrees ik. 

Concert 26 september 2008


Vrijdag 26 september 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Oliver Knussen
Anssi Karttunen, cello

Britten: Sinfonia da Requiem
Saariaho: Notes on Light
Knussen: The Way to Castle Yonder
Britten: Four Sea Interludes & Passacaglia uit Peter Grimes


Oliver Knussen is de grootste levende dirigent. Qua omvang dan. Sinds bovenstaande foto genomen is, heeft hij zich op lichamelijk gebied verder weten te ontwikkelen. Ondanks dat enorme lijf dirigeert hij spits en helder. De twee Britten-werken op dit programma klonken als een klok; vooral het prachtige Sinfonia da Requiem kreeg een geweldige uitvoering. Minder interessant vond ik de korte en jolige potpourri uit Knussens eigen opera Higglety Pigglety Pop en het van glissandi aan elkaar hangende celloconcert van de Finse componiste Saariaho. Daarom geen volledig bevredigend concert, maar de uitvoering van het Sinfonia da Requiem van Britten had ik niet willen missen.

24 september 2008

Opera 23 september 2008


Dinsdag 23 september 2008, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

R. Strauss: Die Frau ohne Schatten

Der Kaiser - Klaus Florian Vogt
Die Kaiserin - Gabriele Fontana
Die Amme - Doris Soffel
Barak - Terje Stensvold
Sein Weib - Evelyn Herlitzius
Der Geisterbote - Peteris Eglitis
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Vooruit, een derde keer, om het af te leren... Maar wat een geweldige uitvoering wederom. Misschien onvoorstelbaar, maar ik heb ook deze derde keer van begin tot eind geconcentreerd en geboeid zitten kijken en luisteren. Nu weer over tot de orde van de dag; maandag start de voorstellingenreeks van Boris Godoenov, ook zo'n fantastische opera.