28 januari 2007

Concert 19 januari 2007


Vrijdag 19 januari 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Markus Stenz
Alexander Kerr, viool

Schreker: Voorspel tot Die Gezeichneten
Korngold: Vioolconcert
Matthews: Turning Point
Stravinsky: Scherzo fantastique
Stravinsky: Circus Polka

Ook Markus Stenz maakte een paar jaar geleden in de A-serie een succesvol debuut, en keert nu regelmatig terug bij het KCO. Het is een degelijke dirigent die steeds met interessante programma's optreedt. Ook dit concert in de A-serie mocht er zijn. Ik kende het werk van Schreker nog niet; heerlijk die klankstapelingen uit dat enorme orkest dat hij voorschrijft. Dat belooft wat later dit voorjaar, wanneer het KCO deze opera in het Muziektheater begeleidt! Voormalig concertmeester Alexander Kerr speelde het vioolconcert van Korngold wat te braaf. De wereldpremiere van Matthews' Turning Point viel me erg mee; het omvangrijke werk viel in twee totaal verschillende delen uiteen wat sfeer betreft. De twee stukken van Stravinsky waren lekkere uitsmijters.

Concert 14 januari 2007


Zondag 14 januari 2007, Concertgebouw Amsterdam
Staatskapelle Dresden o.l.v. Daniel Harding

Mahler: Symfonie nr. 9

In de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten dit keer de Staatskapelle Dresden, een van de beste orkesten van Europa dat al vaker in het Concertgebopuw te gast was (o.a. met Haitink). Nu dirigeerde de jonge Britse dirigent Daniel Harding de Negende symfonie van Mahler. Tja, een dilemma. Een dirigent van begin dertig kan natuurlijk nooit volledig alle diepten van dit werk peilen. Maar jong geleerd, oud gedaan; ook Haitink begon vroeg met zulke stukken. Harding bracht allerlei eigenzinnige accenten aan, maar wist me in de eerste drie delen desondanks niet echt te boeien. Op het laatste deel had hij duidelijk zijn kaarten gezet; met name de verstilde slotminuten werden prachtig gespeeld. Dat Harding daarvoor het licht in de zaal liet dempen, beschouw ik maar als een jeugdzonde.

26 januari 2007

Bruckner 5

De laatste tijd beluister ik meer dan regelmatig de Vijfde symfonie van Anton Bruckner. Ik had al een stuk of vijf uitvoeringen van deze symfonie in de kast staan, waaronder de befaamde opname van Klemperer, en verder o.a. Celibidache en twee opnames door Eugen Jochum: de opname uit de DG-verzamelbox en een live-uitvoering op Philips met het Concertgebouworkest uit het begin van de jaren zestig, opgenomen in het zuidduitse klooster van Ottobeuren. Maar deze hernieuwde belangstelling is te danken aan de werkelijke fenomenale opname van Nikolaus Harnoncourt en de Wiener Philharmoniker. Ik kocht deze opname vorige maand, en het is met afstand de beste uitvoering die van dit werk te koop is; ook de EMI-opname van Klemperer valt hierbij in het niet.
In zijn interview begin jaren tachtig met Jan Brokken bestempelde Bernard Haitink de Wiener Philharmoniker als het ideale orkest voor juist deze Vijfde symfonie van Bruckner. Met name de Finale en dan vooral het grandioze slot daarvan vereist een perfecte balans tussen (lage) strijkers en koperblazers, en dan vormen de Weners toch echt het beste orkest daarvoor. Ik mocht een paar jaar terug het genoegen smaken Haitink met de Wiener Philharmoniker met dit werk te horen (in het Concertgebouw) - de inzet van de eerste fuga in het slotdeel zal ik nooit vergeten. Haitink had eerder al een opname van dit werk met de Wiener gemaakt; ik ken die opname (nog) niet. Maar wat Harnoncourt met dit orkest bereikt is werkelijk superieur. Harnoncourt brengt zijn inzicht van de barok- en classicistische muziek mee; de Weners hun fabuleuze orkestcultuur. Die geniale dubbelfuga in de Finale moest dus wel een ideale uitvoering krijgen. In deze even merkwaardige als meesterlijke contrapuntische symfonie komen deze beide werelden samen in een uitvoering die op alle fronten klopt. Het tweede deel lijkt te snel gespeeld, maar ook hier sta je versteld van de schoonheid van de muziek en de uitvoering. De Finale is natuurlijk het absolute hoogtepunt - compositorisch wellicht het beste wat de Oostenrijkse meester schreef. Onbegrijpelijk dat Brahms niks van Bruckner wilde weten; als je het slotdeel van diens Vierde symfonie naast de Finale van Bruckners Vijfde legt, dan zouden beide heren elkaar toch hebben moeten omarmen?
Bruckners Vijfde is het hoogtepunt van de klassieke symfonie; alles wat Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert in deze muziekvorm ontdekten en uitbouwden heeft Bruckner in zijn Vijfde tot de (theoretische) essentie gesublimeerd. Het is geen dramatisch-emotioneel werk, maar het ontroert door zijn zuiverheid van vorm. Nikolaus Harnoncourt en de Wiener Philharmoniker zorgden voor de perfecte opname van dit meesterwerk. Ik heb de tweede cd met repetitiefragmenten nog niet beluisterd - ik heb daar eigenlijk weinig behoefte aan.
Ondanks alle perfectie door Harnoncourt en de Wiener ga ik nog twee uitvoeringen aan mijn collectie toevoegen. Allereerst de Haitink-opname met de Weners; daarnaast is er een cd uitgebracht van het allerlaatste concert dat Eugen Jochum in het najaar van 1986 met het Concertgebouworkest gaf. Hij was toen ver in de tachtig, en zou een paar maanden later overlijden. Deze Vijfde van Bruckner stond toen op de lessenaars, en ik zat als 21-jarig ventje in de zaal.



Concert 11 januari 2007













Donderdag 11 januari 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alan Gilbert
Piotr Anderszewski, piano

Moesorgski: Voorspel tot Chovanstsjina
Mozart: Pianoconcert nr. 23
Tsjaikovski: Symfonie nr. 4

De Amerikaanse dirigent Alan Gilbert debuteerde in 2003 succesvol in de A-serie bij het KCO en ook zijn volgende optreden in 2005 was uitstekend. Deze derde gastdirectie was evenzeer van grote klasse. De heerlijke Vierde van Tsjaikovski kreeg een puike uitvoering, vol kracht en met aandacht voor de details. De Pool Piotr Anderszewski had voor de pauze al geimponeerd met een eigenzinnige uitvoering van Mozarts Pianoconcert in A. Anderszewski speelde beheerst en subtiel, en legde interessante accenten op plaatsen waar ik ze niet kende. Met een fraaie Ochtendgloren over de Moskou-rivier waarmee Moesorgski's opera Chovanstsjina opent was dit een model-abonnementsconcert.

21 januari 2007

Opera 3 januari 2007


Dinsdag 3 januari 2007, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Mozart: Don Giovanni

Don Giovanni - Pietro Spagnoli
Il Commendatore - Mario Luperi
Myrto Papatanasiu - Donna Anna
Marcel Reijans - Don Ottavio
Charlotte Margiono - Donna Elvira
Jose Fardilha - Leporello
Roberto Accurso - Masetto
Cora Burggraaf - Zerlina
Koor van de Nederlandse Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Ingo Metzmacher

Waren de ensceneringen van Cosi fan tutte en Le nozze di Figaro goed tot zeer goed, met Don Giovanni sloegen de regisseurs Wieler en Morabito volledig de plank mis. Zozeer zelfs, dat ik tijdens het eerste bedrijf eventjes overwoog om in de pauze naar huis te gaan. Maar de muziek van Mozart is zo onweerstaanbaar dat ik dat niet over mijn hart kon verkrijgen. Don Giovanni is onbetwist de beste opera uit het hele repertoire en met Margiono als Donna Elvira voldoende reden om toch te blijven. Maar wat een dramatische enscenering! In tegenstelling tot de Cosi en Le Nozze gebeuren er op het toneel nu dingen die niets met het verhaal van doen hebben. Tja, dan haak ik af. Nergens een leuke vondst bovendien. De uitvoering was redelijk goed, met Margiono en de Portugese Papatanasiu als Donna Anna als positieve uitschieters. Nu bekend is geworden dat Metzmacher het binnenkort alweer gezien houdt bij de Nederlandse Opera toch ook een kritisch puntje ten aanzien van zijn directie in deze Da Ponte-opara's. Tijdens iedere voorstelling zat er wel eens een zanger een seconde of wat naast. Zoiets hoor ik zelden bij de opera - wat was er aan de hand met Metzmacher? Het schijnt dat ze deze voorstellingen in de toekomst nog eens gaan herhalen. Voor de Cosi en zeker Le nozze maak ik graag nog eens de gang naar het Muziektheater. Maar deze Don Giovanni wil ik nooit meer zien.

31 december 2006

Concert 23 december 2006


Zaterdag 23 december 2006, Concertgebouw Amsterdam
Groot Omroepkoor, Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Krassimira Stoyanova, sopraan
Marianne Cornetti, alt
Robert dean Smith, tenor
Franz-Josef Selig, bas

Kodaly: Psalmus Hungaricus
Beethoven: Symfonie nr. 9

Een prachtige koppeling, deze twee werken. Ik kende de Psalmus Hungaricus eerlijk gezegd niet, maar door de zeer overtuigende uitvoering liet het zich beluisteren als een sterk werk. Vooral de koorpassages bleken zeer fraai. De 9e van Beethoven is zowat een cultstuk door die Ode an der freude, terwijl dat vierde deel het minst sterke deel van de symfonie is. Eigenlijk is het niet meer dan een potpourri zonder muzikale kerngedachte. Voor de zangers is dat deel nauwelijks te doen. Het eerste en derde deel doen me dan veel meer. Jansons had de boel flink onder controle, en leidde een gespierde uitvoering. Een lekker groot orkest dat scherp musiceerde, een goed koor en prima solisten. Een fraaie afsluiting van een mooi muziekjaar. De afbeelding hierboven is uit het manuscript van de 9e.

Concert 22 december 2006


Vrijdag 22 december 2006, Concertgebouw Amsterdam
Monteverdi Choir, English Baroque Soloists o.l.v. John Eliot Gardiner
Julia Doyle, sopraan
Robin Blaze, countertenor
Nicholas Mulroy, tenor
Matthew Brook, bas

Bach: Cantate Wachet! betet! betet! wachet!, BWV 70
Bach: Cantate Herz und Mund und Tat und leben, BWV 147
Bach: Cantate Nun komm, der Heiden Heiland, BWV 61
Bach: Cantate Wachet auf, ruft uns die Stimme, BWV 140

Na het heerlijke concert met Bach-cantates door Herreweghe (zie muzieklog 19 november j.l.) nu vier andere Bach-cantates door Gardiner. Ik heb een aantal Bach-opnames van Gardiner (Hohe Messe, Matthaus-Passion, Weihnachtsoratorium) die me in de loop der tijd steeds minder zijn gaan bevallen. En ook dit concert leed aan wat daaraan ten grondslag ligt: Gardiners te rauwe aanpak van de muziek. Gardiner dirigeert Bach alsof hij Mozart, Brahms of Dvorak dirigeert: op de melodie. De accenten zet hij extra stevig aan, en dat is het eigenlijk wel zo'n beetje. Dan blijven de cantates natuurlijk prima overeind, want de muziek is ijzersterk. Maar de ontelbare nuances die Herreweghe naar boven haalt, blijven bij Gardiner onaangesproken. De solisten (uit het koor) zongen gemiddeld goed, maar niet uitzonderlijk. Door Bach werd dit concert toch de moeite waard, maar Gardiner is zeker niet de juiste dirigent voor deze muziek.

Opera 19 december 2006


Dinsdag 19 december 2006, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Mozart: Le nozze di Figaro

Il Conte - Garry Magee
La Contessa - Cellia Costea
Susanna - Danielle de Niese
Figaro - Luca Pisaroni
Cherubino - Maite Beaumont
Marcellina - Charlotte Margiono
Bartolo - Mario Luperi
Basilio - Marcel Reijans
Koor van de Nederlandse Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Ingo Metzmacher

In mijn vorige log noemde ik de Cosi na Don Giovanni Mozarts sterkste opera, maar ik denk dat die eer toch te beurt valt aan Le nozze di Figaro. Door het hogere John Lanting-gehalte van het verhaal is de variatie net wat meer dan in de Cosi. Het verhaal in de Nozze is op het randje van de geloofwaardigheid (het verhaal van de Cosi heeft meer diepgang), maar de muziek straalt van begin tot einde, zonder zwakke momenten. De moderne enscenering vond ik een van de sterkste die ik ooit zag. Normaliter houd ik niet van ensceneringen met een eigen verhaal, maar hier paste alles prima. De vlucht van Cherubino werd hier middels beelden van een bewakingscamera bewezen; een regelrechte vondst en een hoogtepunt van vernuft. Ook de slotscene waarin werkelijkheid en vermeende werkelijkheid zowel in tekst als (personen)regie door elkaar heenlopen was bijzonder fraai gerealiseerd. De uitvoering was goed, maar het niveau dat ooit Harnoncourt met het KCO op dezelfde plaats bereikten zal wel nooit meer gehaald worden. Begin januari sluit mijn trilogie af met Don Giovanni, wat de meest controversiele enscenerng schijnt te zijn. We zullen zien.

26 november 2006

Dramatisch slechte Haitink-biografie

Op 7 november j.l. was het precies 50 jaar geleden dat Bernard Haitink voor het eerst een concert gaf met met Concertgebouworkest. Dat gouden jubileum werd begin deze maand gevierd met een prachtig concert waarbij Haitink een droomprogramma dirigeerde: Mahlers Das Lied von der Erde en Vierde symfonie. Het concert was vele keren uitverkocht, maar ik was erbij. In september ontstond er een relletje. Bij dit jubileum zou aan Haitink het eerste exemplaar van een boek overhandigd worden waarin zijn relatie met het Concertgebouworkest beschreven werd. Haitink had een stukje uit het manuscript mogen lezen, en wees de inhoud af. Communicatief eigenaardig als Haitink altijd al is geweest verklaarde hij dat het boek niet bij het jubileum overhandigd mocht worden, anders zou hij niet komen dirigeren. Enfin, de directie van het Koninklijk Concertgebouworkest trok zijn handen van het boek af, en voldeed aldus aan Haitinks eis. Het concert ging gewoon door, en het boek verscheen een week later in alle stilte. Het is geschreven door Jan Bank en Emile Wennekes, getiteld De klank als handschrift. Bernard Haitink en het Concertgebouworkest.
Afgelopen week las ik dit boek, en ik kan niet anders zeggen dan dat ik zelden zo’n dramatisch slecht boek gelezen heb. Het barst werkelijk van de fouten en slordigheden, is erbarmelijk geschreven, getuigt van haastwerk en lapt alle basisregels van het schrijven van een biografie aan zijn laars. Ik heb alles wat mij opviel in het boek aangetekend, en in een worddocument gezet. Dat telt meer dan tien pagina’s! Liefhebbers moeten maar even als ‘comment’ hun mailadres achterlaten, dan stuur ik het document toe. Het gaat aan het begin al helemaal mis. Op het omslag staat als ondertitel Haitink en het Concertgebouworkest. Op de titelpagina: Bernard Haitink en het Concertgebouworkest. Inhoudelijk misschien een peulenschil, maar boekenmakers gruwen van zo’n misser. Hoe moet het boek voortaan geannoteerd worden? Voorts: ook de eerste regels van het voorwoord zijn een overtreding van de normen en waarden van het (biografisch) boekenschrijven. Je grabbelt wat akkoorden bij elkaar op een piano, maar pas wanneer je voor een orkest staat, begint pas het echte werken. [voetnoot 1]. Zo ongeveer beschreef Bernard Haitink eens het repetitieproces. Het citaat van Haitink is te vinden in het boek Met musici van Jan Brokken, en werd oorspronkelijk in de Haagse Post gepubliceerd. De woorden van Haitink zijn per letter in twee (!) bronnen na te gaan als ook dat de publicatiedata van deze bronnen nauwkeurig zijn te herleiden. En wat zeggen de auteurs, beiden hoogleraar dus kenners van wetenschappelijk onderzoek: zo ongeveer beschreef Bernard Haitink eens… Op dezelfde pagina, bij de derde keer dat de naam van het onderwerp wordt genoemd: Hatink. De auteurs grossieren in tautologieën en pleonasmen. Wat te denken van constructies als: geleidelijk steeds meer, of: de discussie golfde heen en weer, of: internationale broederschap van musici over de nationale grenzen heen. En hoogleraren die het aantal toehoorders zeer te wensen overhield schrijven dienen subiet ontslagen en terugverwezen te worden naar de brugklas vmbo. Wie de zin De blazerssectie vormt doorgaans een toch elastisch en wendbaar accurate slagwerkgroep die als specie tussen de orkestgroepen aaneensmeedt. begrijpt en weet uit te leggen mag het zeggen en krijgt van mij een boekenbon.
Ik wil mezelf geen kenner van de carrière van Haitink noemen, maar heb wel sinds begin jaren tachtig veel over hem gelezen, en veel concerten van Haitink bijgewoond. Als amateur-liefhebber kan ik ettelijke fouten in dit boek aanwijzen. De twee auteurs zijn hoogleraar; Wennekes zelfs hoogleraar Muziekwetenschap. Ze dienen zich diep te schamen!

25 november 2006

Opera 21 november 2006


Dinsdag 21 november 2006, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Mozart: Così fan tutte

Fiordiligi - Sally Matthews
Dorabella - Maite Beaumont
Guglielmo - Luca Pisaroni
Ferrando - Norman Shankle
Despina - Danielle de Niese
Don Alfonso - Garry Magee
Koor van de Nederlandse Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Ingo Metzmacher

Gedurende een kleine twee maanden worden de drie Da Ponte-opera's van Mozart uitgevoerd door De Nederlandse Opera en eigentijds geënsceneerd door het duo Wieler en Morabito. In december staan voor mij nog Don Giovanni en Le nozze di Figaro op het programma. Deze Cosí was erg geslaagd, zowel in enscenering als in muzikale uitvoering. Het verhaal werd gesitueerd ergens in de jaren vijftig/zestig, in luchtig-zomerse stijl. Het ronddraaiende huis met drie rukmtes bood alle gelegenheid voor snelle scene- en stemmingswisselingen. Hiernaast de nodige eigenzinnigheden, zoals de begeleiding van de recitatieven door een over het podium rondzwalkende gitarist en het uit een koffergrammofoon laten horen van de eerste militaire koormuziek uit het eerste bedrijf (wat iemand in de zaal aanleiding gaf keihard boe te roepen). Prima personenregie, en vooral: uitstekende zangers. Sally Matthews was een superieure Fiordiligi, Maite Beaumont een prima Dorabella. Misschien was alleen Norman Shankle als Ferrando wat weekjes, maar de rest: prima. Ooit speelde op dezelfde plek het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Harnoncourt dezelfde muziek, en fraaier dan die combinatie is niet meer mogelijk. Maar Metzmacher leidde een scherp spelend Kamerorkest. De Cosí fan tutte vind ik na Don Giovanni in muzikaal opzicht Mozarts sterkste opera. Jammer alleen dat het allerfraaiste stukje muziek uit deze opera nog geen minuut duurt: de aria Barbaro fato! Vorrei dir, e cor non ho waarin Don Alfonso zich aandient bij de dames om het slechte nieuws te brengen. Mozart in mineur, smartelijk en ironisch - fantastisch!

19 november 2006

Concert 18 november 2006


Zaterdag 18 november 2006, Concertgebouw Amsterdam
Koor en Orkest Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Dorothee Mields, sopraan
Matthew White, altus
Hans Jörg Mammel, tenor
Thomas E. Bauer, bas

Bach: Cantate Wer weiss, wie nahe mir mein Ende?, BWV 27
Bach: Cantate Komm, du süsse Todesstude, BWV 161
Bach: Cantate Christus, der ist mein Leben, BWV 95
Schelle: Motet Komm, Jesu, komm!
Bach: Cantate Liebster Gott, wann werd' ich sterben?, BWV 8

Zomaar op een gewone zaterdagmiddag ergens in november. En dan vier prachtige Bach-cantates voorgeschoteld krijgen door de beste Bach-dirigent van deze tijd. Dan is alles heel even volmaakt. Bij Herreweghe klinkt Bach vloeiend en dramatisch, maar tegelijkertijd met een enorme aandacht voor het detail. Met een klein accent hier of een aangezet tremolo daar krijgt de gezongen tekst een diepgang die anders ongemerkt voorbij zou gaan. Het koor en orkest van het Collegium Vocale is helemaal vergroeid met deze muziek - ik denk niet dat die nog mooier gezongen en gespeeld kan worden, al was het wel jammer dat in het orkest meesterhoboïst Marcel Ponseele ontbrak. De bas, tenor en countertenor zongen goed, maar niet uitzonderlijk. Sopraan Dorothee Mields zong wel hemels mooi, maar had weinig aandeel. Het fraaie Motet van Schelle bleek een a capella stuk voor vijf stemmen; een aardig intermezzo tussen die verrukkelijke cantates. In iedere cantate zat wel een aria, koraal of zelfs recitatief die je de adem deed inhouden. In december voert Gardiner eveneens 4 Bach-cantates uit; ik ben benieuwd of hij aan dit hoge niveau kan tippen. Alhoewel: ik weet eigenlijk wel zeker van niet. Daarvoor is Herreweghe gewoonweg te goed.

18 november 2006

Concert 15 november 2006


Woensdag 15 november, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Dvorák: Symfonie nr. 9 'Uit de nieuwe wereld'
Strawinsky: Le sacre du printemps

Het KCO gaat een maandje naar Japan, en ter voorbereiding speelden ze tijdens drie concerten in Amsterdam hun complete muzikale reisbagage. Ik koos voor het eerste concert, want Jansons en de Sacre zou een fraaie combinatie moeten zijn. En inderdaad: het was top. De Sacre klonk net iets duivelser, zwieriger, romantischer en drammeriger dan normaal. Het slot van het eerste deel was hels - de Japanners kunnen hun borst natmaken. Het applaus was mat. Geen wonder: dit was een concert in de B-serie en dat is het meest conservatieve KCO-publiek. In de moderne A-serie zou het publiek de tent afgebroken hebben, maar hier vinden de oudjes een ouverture van Rossini al gewaagd. De stemming van het publiek was voor de pauze uitbundiger. Jansons kijk op Dvoráks Negende kende ik al van de eerste RCO-live cd en ook tijdens dit concert werd een puike uitvoering neergezet. Zo verstild klonk het Largo nog niet eerder. Als de programmeur van het KCO dit leest: graag eens een concert met de Sacre van Strawinsky en Arcana van Varèse. Dat is een droomcombinatie.

17 november 2006

Concert 8 november 2006











Woensdag 8 november 2006, Concertgebouw Amsterdam
London Symphony Orchestra o.l.v. John Eliot Gardiner
Leif Ove Andsnes, piano

Martinu: Concert voor piano, pauken en dubbel strijkorkest
Mozart: Pianoconcert nr. 17, KV 453
Dvorák: Symfonie nr. 8

Daags na het gouden concert over tot de orde van de dag, met een fraai concert door het beste Engelse orkest geleid door John Eliot Gardiner. Eind jaren '80 en begin jaren '90 gold Gardiner als één van de beste (oude muziek) dirigenten, maar zijn ster is helemaal verbleekt. En eigenlijk wel terecht. Ik heb de nodige opnames van Gardiner in de kast staan, maar daarvan zijn er maar een paar die de tand des tijds kunnen doorstaan (de Mis in c op Philips en de opera's Idomeneo en La clemenza di Tito van Mozart en Léhars Lustige Witwe op DG), maar zijn Bach en Beethoven (en veel andere Mozarts) moeten het toch afleggen tegen de opnames van Herreweghe en Harnoncourt. Dat Gardiners expertise toch vooral ligt in de oudere muziek, bleek ook tijdens dit concert. Zijn begeleiding van het Mozart-concert was prima, en met het fijnzinnige spel van Andsnes was de uitvoering prachtig. Het concert van Martinu werd te grof gespeeld, maar wat een schitterend stuk! In de hoekdelen vliegen de vonken je om de oren... geweldig! Het zijn vooral de strijkers die de boventoon voeren. Het werk ademt een enorme krachtdadigheid uit, als een woedeuitbarsting of ontlading van emoties. Ik ga snel een opname van het stuk aanschaffen. Dvoráks Achtste werd fraai en uitbundig gespeeld; een symfonie waar niks mis mee kan, natuurlijk. Maar wel een lekker stuk.

12 november 2006

Goud voor Haitink: concert 7 november 2006


Dinsdag 7 november 2006, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
Anna Larsson, alt
Robert Dean Smith, tenor
Christine Schäfer, sopraan

Mahler: Das Lied von der Erde
Mahler: Symfonie nr. 4

Toen ik in een eerdere log meldde dat ik kaartjes had voor dit gouden concert maar op de slechtste plaatsen van de zaal zat, had ik het helemaal mis: de plaatsen bleken bijna de beste van de zaal. We zaten op de uiterste zijstoelen ter hoogte van de eerste rij, aan de violenkant (zaal zuid-kant) en hoe prachtig bleek dat: Haitink recht voor ons, daartussen Anna Larsson tijdens Das Lied von der Erde, en Christine Schäfer tijdens het slot van de Vierde. En Haitink op zijn allerbest. Het was onbetwist het concert van het jaar! Zo prachtig breekbaar speelde het orkest zelden. Tijdens de fluitsolo in Der Abschied leunde Haitink met twee handen op de lessenaar en gaf de fluitist alle ruimte... wat een beheersing en emotie! Larsson vond ik iets te onderkoeld, en Dean Smith maakte wat er van zijn hondsmoeilijke partij te maken was. Maar wat Haitink met het orkest deed was onwaarschijnlijk. Een paar jaar terug deed Haitink de Vierde ook al met het KCO, en toen was die uitvoering ragfijn en transparant. Nu daarentegen veel rauwer, boerser en voller. Niet beter of slechter dan toen, maar in elk geval verrassend en perfect gespeeld. Schäfer bleek wel de beste soliste.
Het hele concert komt geloof ik op cd en/of dvd - het is het waard om te koesteren. Na een kleine week ben ik nog vol van deze avond (terwijl er al en ander concert doorheen is gekomen). De foto hierboven is tijdens dit concert genomen en geplukt van de website van het KCO.

21 oktober 2006

Concert 20 oktober 2006


Vrijdag 20 oktober 2006, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Leonidas Kavakos, viool

Dvorák: Nocturne in B
Bartók: Vioolconcert nr. 2
Rimsky-Korsakov: Sheherazade

Een grandioos concert! Na het opwarmertje met Dvorák verscheen meesterviolist Leonidas Kavakos, die ik eigenlijk alleen ken van zijn sublieme opname van het Vioolconcert van Sibelius. Wat op die opname opvalt trof mij ook tijdens dit concert: de meer dan warmbloedige klank van zijn viool (een Stradivarius) en Kavakos' beheersing en muzikaliteit. Het Tweede vioolconcert van Bartók ken ik niet goed, en is vooralsnog geen favoriet, maar de uitvoering door Kavakos, ondersteund door een prachtig spelend KCO was desalniettemin groots. De hele zaal was trouwens na afloop euforisch, waarna Kavakos nog een prachtige Bach-toegift speelde. Ik zat naast een meneer die bij iedere ademstoot uit zijn neus floot, dus ik nam na de pauze een stoel op het balkon in dat ik voor de pauze vanuit de zaal leeg had gezien. In Sheherazade liet het KCO horen inderdaad één van de beste orkesten van Europa te zijn (wat mij betreft ook van de wereld trouwens). Strijkers en blazers waren in topvorm en met een als altijd opstuwende Fischer als dirigent leverde dat een puike uitvoering op. Precies drie jaar geleden speelde het orkest dit stuk onder David Zinman; toen was het gewoon een goede uitvoering maar niet meer dan dat. Nu zat ik op het puntje van mijn stoel.