29 mei 2008

Concert 26 mei 2008


Maandag 26 mei 2008, Muziekgebouw aan 't IJ Amsterdam
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Gordan Nikolic
Accordone:
Marco Beasley, zang
Guido Morini, clavecimbel
Mauro Durante, percussie

Notte Napolitana

Ik woon er zowat om de hoek, kan het vanaf mijn balkon zien liggen, fiets er nagenoeg dagelijks voorbij, en toch was ik nog niet eerder in het Muziekgebouw aan 't IJ. Tot deze avond dan, met een los kaartje voor een verrassingsprogramma door het Nederlands Kamerorkest onder leiding van zijn concertmeester. Het werd een bijzondere avond. Het orkest speelde een meer vullende en begeleidende rol. Centraal stond het ensemble Accordone, waarvan de zanger Marco Beasley allerlei Italiaanse liederen uit de renaissance, barok en romantiek ten gehore bracht. Een groot zanger is hij niet, wel een authentieke zanger. Tussen de liederen door ook wat orkestwerken van Italiaanse bodem, waarvan de Notturno van Giuseppe Martucci (1856-1909) mij zeer bekoorde. Het is een kruising van een Mahler-adagio met wat Respighi-achtige kleuren. Erg fraai, op het randje van kitsch. Voor een indruk wat dit ensemble allemaal uitspookt: ze hebben een fraaie website. Opvallende rol speelde de jonge Mauro Durante, die de show stal met een tamboerijnsolo van tien minuten. Tja, met dat ding kun je een zaal plat krijgen, zo bleek.
De zaal van het Muziekgebouw ziet er fraai uit, en klinkt evenzeer goed. Geen ruimte voor een volbloedige Mahler 7 of Meistersingerouverture, maar daar hebben we het Concertgebouw voor. Authentieke orkesten zouden zich hier wel eens beter kunnen thuisvoelen dan aan de Van Baerle. Ik heb inmiddels een tweede concert besteld. In september speelt het Orkest van de 18e eeuw een suite van Rameau (altijd goed) en het tweede pianoconcert van Chopin.

Concert 22 mei 2008


Donderdag 22 mei 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Von Weber: Ouverture Euryanthe
Schumann: Symfonie nr. 1
Moessorgski/Ravel: Schilderijen van een tentoonstelling


Het KCO o.l.v. Jansons in de Schilderijententoonstelling: een topper natuurlijk. En zo pakte het ook uit. Bij deze eerste uitvoering waren er nog wel de nodige schoonheidsfoutjes, maar de kracht en sfeertekeningen waren subliem. Hoogtepunt van het stuk vind ik Bydlo, en dat kreeg een bijzonder diepe verklanking. Het orkest en Jansons spelen het stuk de komende tijd nog vele malen, ook op tournees. Ik heb voor half juni een kaartje voor nog maar een tweede keer gekocht. Zo fraai hoor je het stuk zelden gespeeld. En hoe ijzeren dit repertoire ook: Ravel maakte een fantastische instrumentatie. Ter vergelijking ga ik eens opzoek naar die van Stokowski, die schijnt ook goed te zijn. Voor de pauze van dit concert evenzeer prachtig orkestspel, maar toch een niet bevredigend concertdeel. De ouverture Euryanthe haalt het niet bij die van Der Freischütz en Oberon. En de Frühlingssymfonie van Schumann, die ik nog nooit eerder live hoorde, is geenszins een sterk werk. Schumannsymfonieen zijn weerbarstige stukken: ze moeten niet te Beethoviaans, maar zeker ook niet te zwaar gespeeld worden. Schumann vereist een eigen doorzichtige orkestklank, en er zijn maar weinig dirigenten die dat voor elkaar krijgen. Ook Jansons niet. Hoe goed het orkest ook speelde, hier klonk geen overtuigende Schumann. Maar eerlijk is eerlijk: ook Schumann zelf overtuigt niet met dit stuk.
Bovenaan deze log het prachtige schilderij dat Ilja Repin van Moessorgski schilderde; ik heb het een paar jaar geleden in het echt bewonderd tijdens de Repin-tentoonstelling in Groningen. Ik heb het op de grootste stand ingevoegd. Alle reden daarvoor, toch?

27 mei 2008

Karajan 1


Op 5 april j.l. zou Herbert von Karajan 100 jaar zijn geworden en ter gelegenheid daarvan brengen de cd-maatschappijen allerlei jubileumuitgaven van zijn opnamen uit. Bijna 20 jaar na zijn dood is Herbert von Karajan nog steeds een best-seller. Ik had al de nodige Karajan-cd's in de kast staan, maar kocht vorige week bij mijn Duitse cd-handel JPC een box van EMI met al zijn opera- en vocale opnamen die hij voor dat label heeft vastgelegd. Geen selectie of best-of, nee, alles! 72 cd's, met opnamen tussen 1946 tot 1984, voor € 100,-. Dat wil onder andere zeggen: de Nozze di Figaro, Cosí fan tutte en Die Zauberflöte uit begin jaren vijftig (ik zie nu met George London als Sprecher en Almaviva!), twee Meistersingers, twee Trovatores, twee Missa Solemni, twee deutsches Requiems, de live Lucia uit Berlijn met Callas, een Mis in b uit 1952, een Salome, Tristan, Lohengrin, Fledermaus, Falstaff, Fidelio enzovoort enzovoort. Enkele opnames had in uiteraard al in de kast staan, en enkele daarvan behoren tot mijn desert islands discs: de Meistersinger uit Dresden, de Pelléas en bovenal de Don Carlo met Freni en Carreras. Voor een volledige track-list bezoek dan deze pagina van EMI, dan kun je een adobebestand openen (voor zolang het duurt). Ik heb vandaag ook maar die andere doos besteld: 88 cd's met al zijn orkestopnamen voor EMI. Ook daarvan heb ik al wat, maar er zitten ook trouvailles in die ik nog niet heb (waaronder zijn eerste Beethoven-cyclus bijvoorbeeld, en een opname van Mozarts 29ste symfonie, de eerste plaat die ik kocht). Ik zit nu met de Otello op de koptelefoon, en die opname is een perfect bewijs van Karajans beruchte zangersbegeleiding. Die arme Vickers (in het boekje staat abusievelijk Domingo als Otello vermeld) was duidelijk op zijn retour, en Von Karajan blaast hem en (de matig zingende) Peter Glossop als Jago aan het slot van de tweede akte letterlijk van het podium. Maar ja: orkestraal is het verbijsterend prachtig! Als DG eenzelfde actie zou houden, dan kocht ik die dozen ook. Maar dat zullen ze wel niet doen: Von Karajan is voor die maatschappij nog teveel een melkkoe. Samen met deze doos bestelde ik een onlangs verschenen film over Von Karajan van Robert Dornhelm; daarvan had ik een goede recensie gelezen. Binnenkort zal ik deze film bekijken en daarvan hier verslag uitbrengen.

24 mei 2008

Opera 21 mei 2008

Woensdag 21 mei 2008, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Wagner: Tristan und Isolde

Tristan - Stig Andersen
Isolde - Linda Watson
König Marke - Stephen Milling
Brangäne - Heidi Brunner
Kurwenal - Gerd Grochowski
Melot - Hendrik Vonk
Ein junger Seeman/Ein Hirt - Norbert Ernst
Ein Steuermann - Harry Teeuwen
Koor van de Nederlandse Opera, Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Ingo Metzmacher

Herhaling van de eigen DNO-productie van een paar jaar geleden, toen gedirigeerd door Simon Rattle, die ik toen drie keer bezocht. Nu slechts één keer, en eigenlijk spijt dat ik niet nog een tweede kaartje heb gekocht. De enscenering is niet subliem, maar goed genoeg en zeker niet zo ergerlijk als in de NRC beschreven. Muzikaal een prima uitvoering, met Linda Watson als stralende en autoritaire Isolde; wat een présence heeft dat mens. Binnen tien minuten na het Vorspiel heeft ze de toon van de voorstelling gezet! Stig Andersen moet er even inkomen, maar in 'zijn' derde bedrijf zingt en acteert hij bijzonder overtuigend. Hoogtepunt is daarentegen het tweede bedrijf, wellicht de meest sublieme akte uit de hele operaliteratuur. Het begint al met dat wegstervende jachttafereel, dan die prachtig evoluërende confrontatie van Isolde met Brangäne, daarna... ach, hoogtepunt op hoogtepunt: het liefdesduet, daardoorheen de waarschuwingen van Brangäne, de klaagzang van die arme Marke, het ontroerende antwoord van Tristan... allemaal teveel wat een normaal mens in ruim een uur aankan. Deze avond kreeg deze akte een uitstekende uitvoering, prachtig gezongen en gespeeld en perfect in balans. Metzmacher dirigeerde hier groots: de climaxen kregen het volle pond, zonder dat de stemmen in het orkestgeweld verloren gingen. Geenszins een perfecte Tristan und Isolde (als je de cd-opnames van Böhn en Kleiber in je hoofd hebt), maar wel een uitvoering die de kracht van dit multieme meesterwerk alle recht deed. En dan heb je een prima avond. Met Don Carlos van Verdi en Mozarts Don Giovanni begoort de Tristan und Isolde tot de beste opera's. Is de Tristan und Isolde Wagners beste opera? Tja, alleen de Walküre leunt er dicht tegenaan (en daarna de Meistersinger en Parsifal)... Gelukkig bestaan er geen onbewoonde eilanden meer waar je tot het einde der tijden naartoe moet. Terug naar deze Tristan: een fraaie, slanke en innemende Brangäne en een dramatische Marke. Die rol vind ik immer aangrijpend. Van alle hoofdpersonen blijven alleen Brangäne en Marke in leven, maar de laatstgenoemde is het echte slachtoffer. Alleen hij heeft geen enkele schuld aan wat er gebeurt, en hij wordt nog verkeerd begrepen ook. Slechts tien minuten mag hij zijn beklag doen (ja, in die tweede akte!), en wat een beklemmend relaas houdt hij dan. Treurnis, slechts treurnis. Van mijn opnames op cd (Furtwängler, Böhm, Karajan en Kleiber) dirigeert Kleiber dit relaas onnavolgbaar prachtig. Alleen al dat stukje op de tekst ... die so herrlich hold erhaben mir die Seele musste laben, trotz Feind und Gefahr, die fürstliche Braut brachtest du mir dar. Tja, die diepgang is niet te peilen. Enfin, een avond die het meesterlijke van deze opera volledig onderstreepte. Dus geslaagd! (Als je op de beide illustraties klikt komen ze prachtig groot op je scherm.)

14 mei 2008

Concert 13 mei 2008


Dinsdag 13 mei, Concertgebouw Amsterdam
Les Musiciens du Louvre o.l.v. Marc Minkowski

Haydn: Symfonie nr. 85 ' La reine'
Gluck: Muziek uit 'Don Juan'
Rameau: Une autre symphonie imaginaire


Ik had voor dit concert een los kaartje gekocht om eens door een goed barokorkest die sublieme muziek van Rameau te horen. Bovendien vind ik Minkowski een goede dirigent; bij De Nederlandse Opera dirigeerde hij eens een prima uitvoering van een Handel-opera, en ik hoorde hem eens met Anne-Sophie von Otter een prachtige Les nuits d'été uitvoeren. Op cd natuurlijk hun geweldige Ariodante. Tenslotte heb ik Minkowksi eens voor Luister in Parijs geïnterviewd, en toen ook de cd-opname van Charpentiers Te deum bijgewoond. Enfin, vandaar. Na de pauze inderdaad een vol uur Rameau, waarbij Minkowski de in Preludium aangekondigde delen uit de verschillende opera's en volgorde geheel omgooide. Hij kondigde zelf aan dat op de website van het Concertgebouw de uiteindelijke speellijst gepubliceerd zou worden. Voor de statistieken hieronder een kopie:
Rameau - Ouverture (uit 'Castor et Pollux)
Rameau - Air tendre en rondeau (uit 'Zoroastre')
Rameau - Air des Furies (uit 'Les Paladins')
Rameau - Prologue: Entrée pour les esclaves Africains (uit 'Les Indes galantes')
Rameau - Les Incas: Prélude pour l'adoration du soleil (uit 'Les Indes galantes')
Rameau - Les fleurs: Air pour Zéphire (uit 'Les Indes galantes')
Rameau - Les fleurs: Deuxième air pour Zéphire (uit 'Les Indes galantes')
Rameau - Les fleurs: Air pour Borée (uit 'Les Indes galantes')
Rameau - Ouverture (uit 'Acante et Céphise, ou La Sympathie')
Rameau - Airs I en II (uit 'Castor et Pollux')
Rameau - Gavottes (uit 'Castor et Pollux')
Rameau - Tambourin I en II (uit 'Castor et Pollux')
Rameau - Sarabande pour la Statue (uit 'Pygmalion')
Rameau - Entrée d'Acante (uit 'Acante et Céphise, ou La Sympathie')
Rameau - Rigaudons I, II en III (uit 'Acante et Céphise, ou La Sympathie')
Rameau - Chaconne finale (uit 'Castor et Pollux)
Om artistieke redenen heeft dirigent Marc Minkowski op korte termijn besloten de volgorde van het repertoire te wijzigingen. Hierboven vindt u de volgorde zoals door hem werd aangekondigd tijdens het concert.


Na deze verzameling ook nog twee toegiften; met Rameau zou je dat trouwens eindeloos kunnen volhouden. Ieder deel is een genot van muzikale eigenzinnigheid. Maar het fraaist zijn toch de intieme delen waar strijkers en fluiten ijle sferen oproepen. Wat een sublieme muziek! Voor de pauze eveneens louter afwijkingen van het programmaboekje. Eerst de 85ste van Haydn, werkelijk prachtig subtiel en zwierig gespeeld. Het is zomaar één van die zes Parijse symfonieën, dat tweede deel is echter zo prachtig. Op papier een Romance, in mijn beleving zeven minuten weemoed. Daarna een selectie uit de Balletmuziek uit Don Juan van Gluck. Minkowski praatte ieder deel aan elkaar. Absoluut hoogtepunt (en niet in het oorspronkelijke programma aangekondigd): het slotdeel waarin Don Juan naar de hel gaat. Mozarts verklanking blijft superieur, maar Gluck liet zich eveneens tot sublieme en virtuoze muziek inspireren. De zaal was voor 40% leeg, maar die 60% kregen een verrukkelijk concert voorgeschoteld.

11 mei 2008

Concert 9 mei 2008


Vrijdag 9 mei 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Trevor Pinnock
Mario Joao Pires, piano

J.Chr. Bach: Sinfonia op. 18 nr. 2 Lucio Silla
Mozart: Pianoconcert nr. 9 KV 271
Liszt: The black gondola (ork. Adams)
Haydn: Symfonie nr. 99

Dit op het eerste gezicht wat gemiddeld-klassieke concert (geen grote orkestwerken, een debuterende dirigent) werd een enorm feest van fijnzinnigheid, muzikale vriendschap en zomerse heerlijkheid. Van Trevor Pinnock staan enkele sublieme cd's in mijn kast: de Vier Jaargetijden van Vivaldi en de Orkestsuites en Brandenburgse Concerten van Bach: opnames uit het begin van de jaren tachtig, maar ongemeen frisse, levendige en tijdloze uitvoeringen. Nu dan voor het eerst bij het KCO, en wat een liefde op het eerste gezicht! De fijnzinnigheid en speelvreugde openbaarde zich al in die korte Sinfonia van Johann Christian Bach. Op de dirigeerplek stond een clavecimbel, en Pinnock hamerde met zijn linkerhand op de toetsen en rechts dirigeerde hij het orkest. Heerlijk gezicht. Maar muzikaal prachtig: de klank van het clavecimbel mengde zich erg fraai met het spits spelende orkest. De hobo draagt het middendeel, en de nieuwe hoboïst Lucas Macías Navarro liet horen dat het allemaal nog mooier kan. Nadat het clavecimbel was weggedragen en de piano op het podium was gehesen, kregen we van Pinnock en Pires een werkelijk sublieme uitvoering van Mozarts Jeunnehomme-concert. Het schijnt dat ze beiden dit concert ook al bij andere orkesten hebben gespeeld, maar van routine was geen sprake. In het middendeel bereikt Mozart een enorme emotionele diepgang, en de zaal hield zijn adem in. Pires speelde fantastisch idiomatisch: zo moest het allemaal klinken! De extra kruk stond al klaar: als toegift gaven Pinnock en Pires samen achter de piano een vrolijk deel uit één van Mozarts sonates voor pinaovierhandig weg. Na de pauze een orkestratie door John Adams van het pianowerk van Liszt dat ik nog niet kende. Een donker stuk, mooi gespeeld. Tenslotte mijn favoriete Londense symfonie van Haydn: de 99ste met dat verrukkelijke melodische tweede en dansante derde deel. Pinnock koos hogere tempi dan Harnoncourt indertijd, maar de subtiliteiten en uitdagende fraseringen vlogen je om de oren. Hondsmoeilijk repertoire: in iedere maat gebeurt er zoveel dat wanneer één orkestlid ergens even een halve tel te laat inzet, complete uitglijers kunnen optreden. Het gebeurde hier allemaal niet. Pinnock en het KCO waren elkaar volledig vertrouwd. Wanneer het orkest met deze gastdirectie een potentiële opvolger voor Harnoncourt in het klassieke repertoire zocht, dan hoeven ze wat mij betreft niet meer verder te zoeken. Op herhaling, deze Pinnock!

03 mei 2008

cd's

In mijn weblog over het concert van 7 maart j.l. (zie hier) verzuchtte ik dat ik van het Brahms-Schönberg Kwartet graag de KCO-uitvoering op cd zou willen hebben, als alternatief van mijn cd-opname in mijn verzameling. En ziedaar: ik kreeg onlangs een mailtje van iemand die de radio-uitzending van het zondagmiddagconcert van 9 maart had opgenomen op zijn cd-recorder. En zo ben ik nu in het bezit van een uitstekend klinkende cd-opname van een prachtige uitvoering! Op dezelfde cd ook nog de uitvoering van het Tweede pianoconcert van Beethoven, dat voor de pauze werd gespeeld. Fantastisch.
En het kan nog niet op: deze zelfde bezoeker reisde net als ik in december j.l. op en neer naar Londen om in de Royal Opera de Parsifal gedirigeerd door Bernard Haitink te horen; lees hier de weblog over dat bezoek. En van de radio-uitzending op BBC3 maakte hij eveneens een prachtig klinkende opname. Ook daarvan kreeg ik van hem een kopie op vier cd's; ik waande me bij beluistering meteen weer op de derde rij...
Geweldig toch? 

25 april 2008

Concert 23 april 2008


Woensdag 23 april 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt
Christian Gerhaher, bariton
Christiane Iven, mezzo-sopraan
Alastair Miles, bas
Werner Güra, tenor
Mojca Erdmann, sopraan
Birgit Remmert, alt
Elisabeth von Magnus, alt
Franz-Josef Selig, bas
Nationaal Kinderkoor
Groot Omroepkoor

Schumann: Szenen aus Goethes Faust

Het is alweer een poos geleden dat honorair gastdirigent Harnoncourt bij het KCO dirigeert. Hij behoort tot mijn favoriete dirigenten, en ik hoorde in het verleden veel geweldige concerten onder zijn leiding. Volgend jaar keert hij gelukkig alweer terug, met een Mendelssohn-concert. Nu een prachtig Schumann-concert met een werk dat ik nog nooit eerder hoorde. De Szenen uit Faust is geen meesterwerk, wel een gevarieerd stuk; soms dramatisch en dreigend, vaak ook lieflijk en kalm. Hoogtepunt vond ik Fausts Verklärung uit het derde deel, dat werkelijk subliem gezongen werd door Christian Gerhaher. Ik hoorde hem al eens eerder bij het KCO in Elias van Mendelssohn, maar vanavond stond hij in het centrum van de uitvoering. Wat een lenige en mooie stem heeft die man. Verder een bijzonder fraai spelend KCO en een bijna tachtigjarige dirigent die als vanouds stond te gesticuleren en swingen dat het een aard heeft... Heerlijk! Bovendien flink waar voor je geld: acht solisten, twee koren, het KCO, Harnoncourt en die allemaal tot bijna elf uur in de weer. Ik las in de NRC dat van deze uitvoering een opname van gemaakt is. Die ga ik na verschijnen zeker kopen.

Opera 19 april 2008


Zaterdag 19 april 2008, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Verdi: Un ballo in maschera

Riccardo - Roberto Aronica
Renato - Andrzej Dobber
Amelia - Tatjana Serjan
Ulrica - Marianne Cornetti
Oscar - Rosemary Joshua
Koor van de Nederlandse Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Carlo Rizzi

Op de valreep kon ik nog kaarten krijgen voor een tweede keer. Geen extra bijzonderheden; alle sterke kanten van deze productie waren ook deze avond aanwezig. Het is een meesterlijke productie.

11 april 2008

Opera 10 april 2008


Donderdag 10 april 2008, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Verdi: Un ballo in maschera

Riccardo - Roberto Aronica
Renato - Andrzej Dobber
Amelia - Tatjana Serjan
Ulrica - Marianne Cornetti
Oscar - Rosemary Joshua
Koor van de Nederlandse Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Carlo Rizzi

Gisteravond de première van deze nieuwe productie, en ik heb vanmiddag op de valreep nog een kaartje kunnen kopen voor een volgende voorstelling in de reeks. Want dit is een verrukkelijke productie! Ik houd in principe niet van gemoderniseerde producties waarin een schijnbare boodschap verborgen zit, maar dit is één van de meest geslaagde moderne ensceneringen van een 'klassieke' opera. Zeker in het begin slaat het allemaal nergens op wat er op het toneel gebeurt, maar het is allemaal ontzettend grappig en origineel. Toen het doek aan het einde van de ouverture opging schoot ik direct in de lach, vanwege dat grote bord (zie hierboven) en het kartonnen standbeeld van Riccardo in de hoek. Als er ooit een veiling van opera-attributen komt, ga ik daarop bieden! In de tweede akte (aan het begin daarvan een sublieme scenische kopie van het slot van de eerste akte) wordt de enscenering opeens erg toepasselijk, en in de derde akte is die met de scheiding tussen het gemaskerde bal en de koude werkelijkheid werkelijk fenomenaal. Gewaagd hoor, om na die gruwelijke eerste Un Ballo in het Muziektheater begin jaren '90 wederom met een moderne uitbeelding te komen, maar nu is de vrede tussen Un Ballo en de Stopera hersteld. Het succes van deze avond wordt verdubbeld door de meer dan prima uitvoering. Alle hoofdrollen zijn uitstekend bezet. Met Villázon zou de uitvoering misschien op het allerhoogst denkbare niveau zijn geweest, maar ik heb hem gisteren niet gemist. En ach, ook Villázon had niet voorkomen dat je eigenlijk alleen maar Carlo Bergonzi in al die tenor-aria's wilt horen. Roberto Aronica moest er even inkomen, maar hij staat zijn mannetje. Tatjana Serjan is een prachtige volle Amelia. Naast deze topprestaties gaat echter alle hulde naar Andrzej Dobber, die de prachigste Verdi-bariton heeft die ik ken. Hij zong de afgelopen jaren hier in Amsterdam al een sublieme MacBeth en Boccanegra, en nu dan een glanzende Renato. Zijn stem vind ik erg lijken op die van Mario Sereni, beluister hem o.a. op de RCA-opname van Verdi's Ernani - geweldig! Dobber heeft een zilver-omrand stemgeluid, een genot om naar te luisteren. Moge hij nog veel Verdi-rollen hier komen zingen - we hebben nog een La Forza del destino tegoed... Carlo Rizzi is een uitstekende Verdi-dirigent, die daarin misschien alleen in Chailly nog zijn meerdere moet erkennen, maar wat is hij een verademing vergeleken met wat we van o.a. De Waart en anderen hebben moeten aanhoren. Wie nog geen kaartje heeft: probeer te pakken wat je pakken kan, want je mist anders een topavond van deze prachtige melodieuze opera waarin de lach en de traan permanent stuivertje wisselen. Daarom hierna een foto van Verdi, zonder wie het leven eigenlijk geen zin heeft. Toch?

29 maart 2008

Operaconcert 28 maart 2008


Vrijdag 28 maart 2008, Muziektheater Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Carlo Rizzi
Rolando Villazón, tenor

Verdi, Tsjaikovsky, Mascagni en Gomes

Het verhaal is bekend: Villazón zegde al in het vroege najaar zijn aandeel in de komende voorstellingenreeks van Un ballo in maschera af, en zingt dezer dagen twee recitals als goedmakertje. Ik bezocht de eerste van de twee. Het was een unieke opera-avond, zoals we hier in Amsterdam zelden meemaken (en helemaal nooit in het Muziektheater). Het orkest op het podium, daarachter het koor, en Villazón op de voorgrond. Ik zat in het midden op rij acht, dus perfect. En Villazón zong de sterren van de hemel. Hij is perfect bij stem, zingt krachtig en vol dramatiek en ontliep bepaald niet de risico's. Villazón zong na zijn officiële programma van zes aria's nog twee toegiften, en het was duidelijk dat hij het tot dat wilde beperken. Om het concert toch nog de nodige lengte te geven ook wat orkeststukken én het slavenkoor; tja, het blijft een meesterlijk stuk (en nog nooit eerder in het Muziektheater te horen geweest). Villazón had er duidelijk zin in, en het publiek ging er helemaal in mee. Er werd gefotografeerd, gescandeerd, maar tijdens zijn zingen was het muisstil. Er zal zelden zo luid gejuicht zijn in de stopera.

Concert 26 maart 2008


Woensdag 26 maart 2008, Concertgebouw Amsterdam
Boedapest Festival Orkest o.l.v. Iván Fischer
Jean-Guihen Queyras, cello

Dvorák: Celloconcert
Bruckner: Symfonie nr. 7


Ik heb me dezer dagen afgevraagd of ik dit orkest al niet eens eerder heb gehoord met een Bruckner-symfonie (de Vijfde). Ik zou dan echt de archiefdozen moeten doorspitten. Hoe dan ook: Fischer is een groot Bruckner-dirigent, getuige een werkelijk fantastische Zevende. Hij nam de tempi soms flink hoger dan ik gewend ben, maar de opbouw, de afwerking en het prachtige orkestgeluid van dit orkest uit Boedapest waren grandioos. Het orkest zat bovendien in een aparte opstelling: de contrabassen en celli over de volle breedte achterin, daarvoor de alten, links de eerste violen, rechts de tweede en in het midden vlak voor de dirigent de houtblazers. Rechtsachter de trompetten en trombones, linksachter de hoorns/wagnertuba's. De grote tuba verhuisde voor het tweede deel van rechtsachter naar linksachter. Door deze opstelling mengden de houtblazers prachtig met de strijkers; de gescheiden opstelling van het koper leverde in sommige passages een bijzonder fraai stereo-effect op. Al met al een bijzonder geslaagde en bijster interessante Zevende. Het KCO zou maar eens een optie op Fischer moeten gaan nemen...
Voor de pauze niet de oorspronkelijk gecontracteerde Pieter Wispelwey, maar zijn vervanger Jean-Guihen Queyras liet al snel de teleurstelling vergeten. Hij speelde warmbloedig en fraai in balans met het orkest. Een topper, dit concert.

22 maart 2008

Concert 8 maart 2008


Zaterdag 8 maart 2008, Concertgebouw Amsterdam
Consensus Vocalis, Nederlands Kamerorkest o.l.v. Sir Colin Davis
Charles Daniels, tenor (evangelist)
Robert Holl, bas (Christus)
Lisa larsson, sopraan
Annette Markert, alt
Andrew Kennedy, tenor
Ekkehard Abele, bas

Bach: Matthäus Passion

Het was kiezen tussen op papier twee interessante uitvoeringen van de Matthäus: Fischer bij het KCO en de tachtigjarige Colin Davis bij het Nederlands Kamerorkest. Omdat een dirigent bij het KCO zelden slechts één keer een passie dirigeert koos ik voor the grand old Davis die zichzelf had uitgenodigd om met het Nederlands Kamerorkest dit werk uit te voeren. Hij is dikke vrienden met de 'dirigerende' concertmeester van het NKO, Gordan Nikolić, tevens concertmeester van het London Symphony Orchestra waarvan Davis jarenlang chefdirigent was en nu de eretitel van President vervult, wat dat ook moge inhouden. Enfin, vandaar. Davis is weliswaar van de oude stempel, maar wellicht zat er een verrassing in. Bovendien heeft de tenor Charles Daniels een intrigerende stem. Niet ultiem perfect, maar ik heb enkele cd's waarop hij prachtig zingt. Het had dus een fraaie avond kunnen worden, maar helaas, ik vond het een teleurstellende uitvoering van de Matthäus. De tempi waren dikwijls erg traag, en de vloeiende lijn ontbrak. Charles Daniels zong en declameerde bij vlagen prachtig, maar soms ook matigjes. Zijn uitspraak van het Duits was evenmin vlekkeloos. Op de solisten viel weinig aan te merken, maar een uitschieter ontbrak, zodat je je ook niet op een specifieke aria kon zitten verheugen. Alleen Robert Holl als Christus was groots. Zo moet een Christus in de Matthäus zijn! Misschien treed ik nu op wat religieuze tenen, maar de Christus in de Matthäus is eigenlijk een grote belerende zeurpiet en sjagrijn, ook voordat hij wordt opgepakt. Enfin, dat terzijde. Hoogtepunten waar je altijd even voor op het puntje van je stoel gaat zitten (het koraal Was mein Gott will, das g'scheh allzeit, de aria So ist mein jesus nun gefangen met aansluitend Sind Blitze, sind Donner en de Aus Liebe-aria) waren dat niet echt, en dan gaat de glans er toch wel wat af. Het projectkoor Consensus Vocalis zong gemiddeld genomen goed, maar ook dat maakte niet die indruk die net Nederlands Kamerkoor of het Collegium Vocale Gent wel maakten. Deze gebeurde wat ik me met niet-bevredigende uitvoeringen van de Matthäus vaker is overkomen: halverwege het tweede deel ga ik doorbladeren in het boekje om te zien of we er al bijna zijn. En dan is het vooral bij die twee bas-aria's even doorbijten. Natuurlijk, ik ben zo verwend als wat met in mijn herinnering prachtige uitvoeringen van de Matthäus van Harnoncourt, Koopman, Herreweghe en vorig jaar Norrington, en met Colin Davis op de bok mag je eigenlijk niet klagen. Het blijft sowieso een bijzondere dirigent om naar te kijken. En ach, iedere kok vergeet wel eens voldoende peper, zout en kruiden in het eten te strooien. In augustus komt Davis weer Berlioz dirigeren, dat is bij hem per definitie in vertrouwde handen.

21 maart 2008

Concert 7 maart 2008


Vrijdag 7 maart 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Richard Goode, piano

Von Weber: Ouverture Der Freischütz
Van Beethoven: Pianoconcert nr. 2
Brahms: Pianokwartet op. 25 (orkestratie Schönberg)

Een weekje met vakantie, vandaar de 'radiostilte' - twee concerten en vijf boeken in te halen: allez!
Op dit concert heb ik me een jaar verheugd. Toen vorig jaar de seizoensbrochure uitkwam, was ik vooral erg blij met juist dit programma. Fischer had al een streepje bij me voor, maar hij lijkt sinds zijn fenomenale directie van Rimsky-Korsakov's Sheherazade in oktober 2006 (zie hier de weblog van dat concert) ook definitief bij het orkest doorgebroken. Verder wilde ik Richard Goode graag eens live horen; zijn cd-opnames van Beethovens pianosonates zijn werkelijk subliem, en dan nu eens in het enige pianoconcert van Beethoven dat ik nog nooit eerder live hoorde. En dan, tja, die meesterlijke 'Nulde symfonie' van Brahms. Schönberg maakte in orkestratie een eigenzinnige doch partituurgetrouwe orkestversie van het Pianokwartet op. 25 van Brahms, en sinds ik in 1988 toevallig een cd-opname hiervan kocht ben ik aan deze orkestversie verslingerd. Die cd kocht ik niet vanwege die Brahms-orkestratie; die was echter op een dubbel-cd gekoppeld aan Mahlers Tiende symfonie - uitvoering o.l.v. Simon Rattle. Het KCO speelde die orkestratie al eens eerder, in november 1998 o.l.v. Tilson-Thomas; in mijn schriftje noteerde ik toen dat ik het vooral heerlijk vond dit stuk eens door het KCO te horen. En ja, dat was deze avond eveneens het geval. Als er bovendien één dirigent is die dit Hongaars getinte stuk bruisend kan laten klinken is het Fischer wel. O, als hiervan eens een cd-opname mocht verschijnen, want die Rattle-opname met het orkest van Birmingham is geenszins perfect. Goode speelde een prachtige Beethoven, bovendien bijzonder fraai in balans met het orkest. Het Adagio was altijd al een favoriet deel uit Beethovens pianoconcerten, en dat kreeg deze avond een pure uitvoering. En daaraan voorafgaand ook nog die meesterlijke Freischütz-ouverture. Volmaakt geluk bestaat, soms!

06 maart 2008

Concert 26 februari 2008


Dinsdag 26 februari 2008, Concertgebouw Amsterdam
Wiener Philharmoniker o.l.v. Valery Gergiev

Berlioz: Delen uit Roméo et Juliette
Tsjaikovksy: Symfonie nr. 5

Met de Wiener op bezoek is het altijd feest. Dit orkest speelt niet alleen fantastisch goed, het laat ook horen dat het een geheel eigen en lange orkestcultuur met zich meedraagt en dat ook (letterlijk) tentoonspreidt. Was het daarmee een perferct concert? Nee, zeker niet. Met name in Berlioz ging er teveel mis en paste de klankleur van het orkest minder goed bij deze fabelachtige en onnavolgbare muziek. Het KCO zou met dezelfde dirigent stellig tot een beter resultaat gekomen zijn. Ik had de indruk dat Gergiev zichzelf liet verleiden tot eigenzinnigheden waar het orkest niet meteen raad mee wist maar zich daar professioneel doorheen sloeg. Dat maakte het wel een spannende uitvoering; in elk geval te verkiezen boven het slaafs uitvoeren van wat werd ingestudeerd. In de Vijfde van Tsjaikovsky waren er minder slippertjes, en was het puur genieten geblazen van een gedreven, soms stormachtige uitvoering door een perfect orkest en een perfecte dirigent die ervoor gingen. Als toegift twee Strauss-walsen (geloof ik), en ja: in dat repertoire zijn ze helemaal overslaanbaar.