15 juli 2008

Biografie

Het komt zelden voor dat je een biografie leest waarin de schrijver bepaald geen positief beeld schetst van zijn onderwerp. Dit is nu zo’n zeldzaam voorbeeld. Oliver Hilmes prikt de door Alma Mahler-Werfel zelf ontworpen en in stand gehouden mythe door dat zij een dienstbare kunstminnende vrouw was die haar hele leven ten dienste van de kunst en de kunstenaars stelde. Haar eigen biografie Mijn leven las ik zelf niet, wel een brievenboek Het is een vloek een meisje te zijn. Hilmes ontdekte in archieven allerlei nieuw materiaal, waaronder haar eigen ongecensureerde biografische aantekeningen. En daaruit bleek dat ze moedwillig de zaken heeft veranderd om het beeld over zichzelf zo positief te laten uitpakken. Alma Mahler-Werfel (geboren als Alma Schindler) was drie keer getrouwd (met de componist Gustav Mahler, met de architect Walter Gropius en met de schrijver Franz Werfel), en had daarvoor en daartussen vele serieuze en minder-serieuze verhoudingen. Haar echtgenoten werden door haar geminacht, waarbij ze (met name bij Werfel) niet onder stoelen of banken stak dat ze hem eigenlijk minderwaardig vond omdat hij joods was; bij Mahler had ze nog niet zo’n antisemitisme ontwikkeld. Mannen moesten haar aanbidden, anders beschouwde zij hen als haar vijand, waarnaar ze soms ook handelde. Ondanks haar groeiend antisemitisme en haar sympathie met de politiek van de nazi’s, moest ze na de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland vluchten, en kwam ze na de nodige omzwervingen in de Verenigde Staten terecht, waar ze in Los Angeles in een Duitse kunstenaarskolonie terechtkwam, waar o.a. de schrijvers Thomas en Heinrich Mann, de componisten Schönberg en Korngold en de dirigenten Walter en Klemperer onderdeel van uitmaakten. Ook daar bleef ze een intrigante, die bewust misverstanden in het leven riep om er zelf beter van te worden. Deze vlot geschreven en vertaalde biografie draait vooral om Alma en haar verhoudingen; bijna 400 bladzijden relationeel positiespel. Uitermate boeiend, ook omdat het al die grootheden (met name uit de muziekwereld zijn mij bekend) opeens gewone mensen zijn. Een fraaie biografie.

26 juni 2008

Concert 23 juni 2008


Maandag 23 juni 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Neeme Järvi

Von Weber: Ouverture Euryanthe
Schumann: Symfonie nr. 1
Moessorgski/Ravel: Schilderijen van een tentoonstelling


Herhaling van het programma van 22 mei j.l. (zie hier de concertlog), alleen dit keer gedirigeerd door Neeme Järvi die de zieke Jansons verving. Het is al heel lang geleden dat ik deze Estse dirigent aan het werk zag; ergens eind jaren tachtig of begin jaren negentig eveneens bij het KCO. De man was als hij geen dirigent was geworden vast en zeker slager geworden, zijn kop is er voor gehouwen. Enfin, het werd alsnog een fraai concert. Lag vorige maand het hoogtepunt na de pauze met de Schilderijententoonstelling, dit keer vond ik de prestaties voor de pauze het best. Jansons kreeg het niet voor elkaar de Frühlingssymfoinie helder uit de verf te laten komen, Järvi lukte dat juist wel. De toon was precies goed: niet te zwaar, niet te licht, spits en gedreven. En dan is die niet-meesterlijke Eerste opeens toch wel een fraai werk. De Schilderijententoonstelling kreeg vooral een keurige uitvoering. Järvi nam tussen de meeste delen steeds enkele seconden pauze, en dat haalde de vaart en spanning uit het stuk. Maar het KCO in dit bonte werk is natuurlijk niet te versmaden.
Hiermee is mijn concertseizoen voorbij. Er moeten nog wat losse kaartjes binnenkomen, maar mijn kostje voor het volgend seizoen is alweer gekocht. Ergens in de zomer daarvan een overzichtje. Mijn eerstvolgende concert is pas eind augustus; tot die tijd wellicht wat cd-besprekingen en inlossing van oudere beloften. In ieder geval: fijne vakantie allemaal!

22 juni 2008

Concert 19 juni 2008


Donderdag 19 juni 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Jean-Yves Thibaudet, piano
Cynthia Millar, ondes martenot

Messiaen: Turangalîla-symfonie

In de NRC van zaterdag 21 juni het bericht dat Jansons daags na dit concert met hartritmestoornissen in het AMC was opgenomen, en dat hij al zijn volgende concerten in deze reeks en de tournee naar Londen en Spanje heeft moeten afzeggen. Ik schrijf dit op zondag, en op de website van het KCO nog niets daarover. De Turangalîla-symfonie hoorde ik al eens eerder (leve het concertenschriftje): op 9 maart 1991 in de vara-matinee door het Rotterdams Philharmonisch met Reinbert de Leeuw, en op 20 maart 1992 door het KCO o.l.v. Chailly, en ook toen met pianist Thibaudet. Hiervan herinner ik me vooral de extra ingelaste pauze na het vijfde deel. Thibaudet had tijdens dat stormachtige deel zo zitten beuken dat er een snaar van zijn piano was gesprongen. Er was even een kort overlegje tussen Thibaudet en Chailly, waarna Chailly zich omdraaide naar de zaal en uitriep: ladies and gentleman, break!
Ik heb er geen cd-opname van, dus ik was vooraf benieuwd hoe ik dit stuk na 16 jaar opnieuw zou ondergaan. Eerlijk: het viel me niet echt mee. Er zitten enkele prachtige delen tussen, met name dat stormachtige vijfde en gevleugelde zesde deel. Sommige andere delen deden me echter helemaal niets, behalve dan dat ik ze te lang vond duren. Messiaen is bepaald geen kernachtige componist. Het kan allemaal wellicht ook een beetje aan Jansons hebben gelegen. Ik vond het orkest niet echt helder en uitgebalanceerd spelen. Maar ach, als je al in zoveel repertoire uitblinkt, hoef je van mij geen Messiaen-specialist te zijn. De zaal was slechts voor tweederde gevuld ongeveer, en de toegevoegde waarde van de belichting van Kees van de Lagemaat is mij ontgaan. Maandagavond neemt Neeme Järvi de herhaling van het Schumann/Moessorgski-programma over; hij neemt ook de tournee naar Londen en Granada voor zijn rekening. Moge Jansons snel weer opknappen en na de zomer weer klaarstaan voor weer een fraai KCO-seizoen!
Bovenaan deze log een foto van de ondes martenot, de zingende zaag. Hieronder Jean-Yves Thibaudet, die naarmate de jaren vorderen steeds meer op Maurice Ravel begint te lijken.

14 juni 2008

Concert 13 juni 2008


Vrijdag 13 juni 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Ingo Metzmacher

Zuidam: Adam-Interludes
Messiaen: Éclairs sur l'Au-dela...


Ja, kunst is lijden. Naar het Concertgebouw met twee niet bepaald favoriete componisten op het programma, terwijl het Nederlands elftal de sterren van de hemel tegen Frankrijk speelt. Goede wedstrijden komen er nog wel meer waarschijnlijk, en wanneer er 'Schijnsels op het hiernamaals' op het programma staat is er eigenlijk geen excuus. Geen topconcert desondanks, maar dat kwam door de muziek. De redelijk gevulde zaal was muisstil, en het uitgebreide KCO speelde prachtig. Maar de orkestdelen uit de opera Adam in ballingschap die Zuidam momenteel componeert (première 2009) bieden relatief lichte kost. Echt mooi is het allemaal niet, wel verteerbaar. Het 70 minuten durende Éclairs sur l'Au-dela... biedt een gevarieerde rondgang door de orkestgroepen. Het openingsdeel is voor koperblazers, en zo volgen delen waar de strijkers centraal staan, en ook een deel waarin de houtblazers een overbevolkte en opgewonden vogelkooi nabootst. Na afloop vond ik het woord waar ik de muziek van Messiaen mee wil vergelijken: een waterbed. Het is allemaal overwegend rustig wiegend en rustig, en geen moment is het hetzelfde. Zodra er iets gebeurt verandert de cadans een beetje, niet veel, maar het blijft wel allemaal een beetje in dezelfde stijl. Edoch, stevig verankerd ligt het allemaal niet, niet mijn kopje thee. Dat openingsdeel bijvoorbeeld leek me een herhaling van een van de delen uit L'Ascension (zie blog over het concert van 6 juni j.l.), terwijl dat toch ruim 50 jaar eerder werd gecomponeerd. Enfin, ik vind het geenszins slechte of vervelende muziek, maar vooral een beetje saai en eendimensionaal. Ik kijk wel uit naar de Turangalîla-symfonie volgende week. Dat stuk hoorde ik al eens een paar keer eerder, dus misschien heb ik een aha-erlebnis?

Concert 10 juni 2008


Dinsdag 10 juni 2008, Concertgebouw Amsterdam
Kammerorchester Basel o.l.v. Julia Schröder
Cecilia Bartoli, mezzo-sopraan

García: Uit ' La figlia dell'aria':
- Ouverture
- E non lo vedo... Son regina

Persiani: Uit 'Ines di Castro':
- Cari giorni

Mendelssohn: Scherzo uit Octet

Mendelssohn: 'Infelice'

Rossini: Temporale uit: 'Il barbiere di Siviglia'

Rossini: Uit 'La cenerentola'
- Nacqui all'affano, non più mesta

Rossini: Ouverture uit 'Tancredi'

Rossini: Uit: 'Semiramide':
- Bel raggio lusinghier... Dolce pensiero

Rossini: Ouverture uit 'Il signor Bruschino'

Rossini: Uit 'Otello':
- Assisa al piè d'un salice'

De Bériot: Andante uit 7e Vioolconcert

Balfe: Uit 'The maid of Artois':
- Yon Moon o'ver the Mountains'

Hummel: Air à la Tyrolienne avev variations

Malibran: Rataplan

Ik hoorde La Bartoli één keer eerder live, in Les nuits d’été met Pierre Boulez. Nu dan eindelijk eens in het repertoire waarmee ze beroemd is geworden. En inderdaad, het was een geweldige avond. Bartoli heeft een innemende présence: ze gedraagt zich weliswaar als de ster, maar ze deelt het succes ook met de andere musici op het podium, ze heeft een houding dat ze er zelf ook een beetje verbaasd over is dat ze zo goed kan zingen, én ze zingt met zichtbaar plezier. Tja, en als zo’n Non più mesta er dan zo grandioos uitkomt, dan gaat de zaal terecht plat. Het programma was prachtig harmonieus; de eerste aria van García was geen opwarmertje, maar meteen vol in de aanval. En tussen de acrobatiek ook enkele prachtige verstilde stukken. En lekker veel Rossini; heerlijke componist is hij toch, en dan nu eindelijk eens op het hoogste niveau gezongen en gespeeld. Het programma was een zogenaamd Malibran-programma. Maria Malibran (1808-1836) gold in haar tijd als de beste mezzo in het toen net opkomende belcanto – je kunt ook vermoeden dat door Malibran componisten als Bellini en Donizetti hun stijl mede lieten ontwikkelen. Een aantal stukken staat ook op haar Malibran-cd; die ga ik absoluut kopen. Enfin, Bartoli liet het doodstille publiek alle mogelijkheden van haar stem horen. geweldig. Ze heeft een kleine, niet ver dragende stem, maar wat uit die strot komt is betoverend.
De avond had een verrassend extra hoog niveau door het verrukkelijke spel van het Kammerorchester Basel. Dat is een ‘authentiek’ orkest dat vanavond werd aangevoerd door Stehgeigerin Julia Schröder. Het Scherzo uit Mendelssohns Octet, de twee Rossini-ouvertures en het onweer uit de Barbier: het waren hoogtepunten van fijnzinnig en enthousiast orkestspel. De juichstemming werd aan het einde verstoord door de uitreiking aan Bartoli van een Edison voor de Malibran-cd. Ik hoef na zoveel moois niet uit de mond van kwakzalver Herman van Veen te horen hoe mooi haar stem is en hoe blij we met haar moeten zijn. Geef dat mens gewoon dat beeldje en laat dat gênante lulverhaal achterwege.

13 juni 2008

Biografie

De eerste druk van Jean Sibelius van Guy Rickards zag ik een aantal jaren geleden eens in New York in een boekwinkel, en besloot die toen niet te kopen. Sinds een jaar wilde ik wel eens wat meer weten van deze intrigerende Finse componist, maar die eerste druk bleek nergens meer te krijgen. Onlangs kwam er echter een herdruk uit; ik las het in een paar dagen en voldeed daarmee meteen weer aan mijn target van minimaal één boek in het Engels per jaar. Het is geen goede biografie. Rickards raast in 200 bladzijden door het leven van Sibelius (1865-1957), en stipt daarin de gebruikelijke aspecten van een gemiddeld leven aan: geboorte, familie, studie, liefde, trouwen, kinderen, relatieproblemen en dood. Daarnaast natuurlijk ook het nodige over de componist, maar de meesterwerken die Sibelius voortbracht 'zijn' er allemaal opeens. Geen achtergronden over het hoe-of-waarom, geen analyse hoe Sibelius aan zijn eigen karakteristieke stijl kwam. Wel af en toe wat informatie over de politieke verwikkelingen - Finland werd tijdens het leven van Sibelius een eigen staat, inclusief een kort burgeroorlogje en strijd tegen de Russen, Duitsers enzovoort. Sibelius was volgens Rickards geen prettig mens. Hij zoop en rookte zich een ongeluk; hij werd eens door de Engelse douane vastgehouden omdat hij voor zijn tournee van een paar weken naar Engeland een enorme hoeveelheid sigaren van zijn eigen merk met zich meedroeg. Zijn vrouw Aino was haar hele leven depressief vanwege het gedrag van de componist, maar ze bleef hem trouw. Uit Rickards verhaal kun je opmaken dat haar mooiste jaren de 12 jaren na zijn dood waren; zij werd 98...
Ik luister de laatste tijd enorm veel naar muziek van Sibelius. Zijn symfonieën (waarvan ik de oneven nummers het mooist vind), maar vooral ook enkele van zijn symfonische gedichten (de Oceaniden, Nachtelijke rit en zonsopkomst, Pohjola's dochter, de Woudnimf), de Lemmikäinen Suite en het Vioolconcert: het zijn allemaal meesterwerken. Onlangs ontdekte ik in een cd-doos de Woudnimf, en dat stuk kan ik dan een week lang minstens een keer per dag horen. Enfin, door het boek van Rickards weet ik nu iets meer over het leven van de Finse meester af, maar een overtuigende biografie is het allerminst.

08 juni 2008

Concert 6 juni 2008


Vrijdag 6 juni 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-Whun Chung

Messiaen: L'Ascension
Bruckner: Symfonie nr. 6


Een weergaloos mooi concert, vanwege een werkelijk sublieme en evenwichtige uitvoering van Bruckners Zesde. Bovendien een mooi samengesteld programma: zowel Messiaen als Bruckner waren diepgelovige katholieken, en beiden waren grote organisten. In beide werken komen ook typische orgelsamenklanken voor; Messiaen bewerkte zijn L'Ascension uit 1933 later ook voor orgel. Het is een meditatief stuk in vier delen, dat soms als een gebed van muziek klinkt. Niet zijn ontoegankelijkste werk, en voor een vroege twintiger zeker niet slecht geschreven. Hoogtepunt van het concert was de Zesde van Bruckner, dat vorig jaar nog een bijster slechte uitvoering kreeg door het orkest uit Stuttgart o.l.v. Roger Norrington. Maar vanavond liet Chung zich kennen als de leerling van Giulini. Relatief bedaagde tempi, maar alles fraai afgewerkt en vol spanning. Het Adagio hoorde ik nog niet eerder zo intens. De zaal was al het hele concert muisstil, maar tijdens dit deel hing er een ambiance in de zaal alsof iedereen (inclusief de orkestleden die even niet hoefden te spelen) zich realiseerde dat er iets subliems aan de gang was. En dat was namelijk ook zo. Werkelijk grandioos was het derde thema in dit deel. Chung liet het in een uitermate traag en bezonken tempo spelen: fantastisch effect. Na dat Adagio was er even een kleine ontlading in de zaal: dit was wel erg fraai... Ook de andere delen werden groots gespeeld, maar dat Adagio zullen we zelden of nooit meer zo mooi voorgeschoteld krijgen. Wat maakt een goed gespeelde Bruckner-symfonie een mens toch altijd weer even helemaal gelukkig!

07 juni 2008

Opera 1 juni 2008

Zondag 1 juni 2008, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Messiaen: Saint François d'Assise

l'Ange - Camilla Tilling
Saint François - Rod Gilfry
Le Lépreux - Hubert Delamboye
Frère Léon - Henk Neven
Frère Massée - Tom Randle
Frère Élie - Donald Kaasch
Frère Bernard - Armand Arapian
Frère Sylvestre - Jan Willem Baljet
Frère Rufin - André Morsch
Koor van De Nederlandse Opera
Residentie Orkest o.l.v. Ingo Metzmacher

Première van deze ruim vier uur durende opera van Messiaen, die dit jaar honderd jaar geleden werd geboren en die deze maand niet alleen bij DNO maar ook bij het KCO centraal staat. Ik ben bepaald geen liefhebber van zijn muziek; althans: ik vind er eigenlijk een beetje weinig aan. Via mijn weblogs van mijn juni-concerten kom je er waarschijnlijk wel achter wat ik daar precies mee bedoel. Wat betreft deze opera: het is een door-en-door religieus stuk zonder al te veel handeling. Maar dat is door de prachtige enscenering en regie van Pierre Audi eigenlijk niet zo het probleem. De traagheid van de muziek en de vertellingen geven het geheel wel iets transcendentaals, maar tijdens het laatste deel na de tweede pauze was ik wel een beetje op. De enscenering maakt dit sowieso een voorstelling om gezien te hebben, terwijl ook de uitvoering van hoog niveau is. Rod Gilfry was nog herstellende van een keelonsteking, dus zijn stem haperde af en toe, maar over het algemeen gaf hij een indrukwekkende vertolking. Tom Randle en Henk Neven zongen de belangrijkste neven-broeders en zongen en acteerden prachtig. Subliem waren Camilla Tilling en Hubert Delamboye als de Engel en de Melaatse. De tableaux waarin zij centraal staan (nr. 3 en 5) behoren tot de hoogtepunten van de opera. Een prachtig spelend orkest en een volbloedig koor, tja, alles aanwezig voor een geweldige opera-ervaring. Maar die muziek is soms niet vooruit te branden en die accoordenstapelingen worden soms wat teveel van het goede. Ik bezit twee halve opera-abonnementen, en deze Saint-François was de enige dubbeling. Ik houd het echter bij deze ene keer; ik zou er als een berg tegen opzien om die vier en een half uur nog eens uit te moeten zitten.
Tot slot: sinds kort plaatst DNO op zijn website geen scenefoto's meer; alleen een trailer. Mijn bron voor fraaie afbeeldingen is hiermee weggevallen. De foto boven deze log komt van NRC Handelsblad en biedt bepaald geen goed beeld van de enscenering. Maar goed, gewoon zelf gaan, lijkt me.

30 mei 2008

Herontdekkingen in mijn cd-kast 1

Ik bezit naar schatting zo ongeveer plusminus om en nabij 2000 cd's met klassieke muziek, en soms komen daar een zootje heruitgaven bij (zie twee weblogs hiervoor). De eerste cd die ik kocht (nu ruim 20 jaar geleden)  heb ik naar verhouding het meest gedraaid, daarna werd de kans steeds kleiner dat een cd uit mijn verzameling in de speler terechtkwam. Enfin, wie veel heeft verzameld ontdekt daarin opeens verborgen schatten. Ook: je keert weer terug naar wat je ooit in vervoering bracht (wees dus zeer kritisch bij het opruimen en weggooien). Zo kwam ik vandaag terecht bij een opname die ik al een poos niet meer beluisterd had, maar een parel in mijn collectie is: de stereo-opname uit december 1960 van Norma van Bellini, met o.a. Callas, Ludwig en Corelli. Het was Callas' tweede Norma-opname (die eerste ken ik niet), maar wat een prachtuitvoering is deze tweede opname. Callas is hoorbaar over haar top, maar ze zingt fantastisch, en Corelli zingt als de mooie man die hij was en waar iedereen voor viel.

Echter, hoogtepunt van deze uitvoering (en van de opera) is het koor van de Gallische strijders in het tweede bedrijf en de halve aria van Oroveso. Hier is Bellini op zijn best, en hier begrijp je waarom Wagner zich verwant aan Bellini voelde: een simpele melodie, ogenschijnlijk eindeloos herhaald, maar prachtig uitgelijnd (strijkers + houtblazers!). Het gaat maar door, Oroveso begint aan een aria, maar die melodie gaat op in de oorspronkelijke melodie en wordt subliem opgelost en afgerond. Oroveso wordt gezongen door Nicola Zaccaria, die zo'n verrukkelijk dramatische stem heeft. De hulde gaat echter naar Tullio Serafin, die ouwe rot die in de jaren vijftig en begin jaren zestig meerdere grootse opnames van Italiaanse opera's dirigeerde. Deze Norma werd in november 1960 in de Scala opgenomen.

In juli/augustus van datzelfde jaar dirigeerde Serafin voor RCA een evenzeer geweldige Otello, dit keer in Rome met o.a. Vickers, Rysanek en Gobbi. Beide opnames behoren tot de schoolvoorbeelden van wat ze zo mooi Italianitá noemen. Onopgesmukt echt Italiaans. Geen bord pasta in een sterrenrestaurant, maar een bord pasta gekookt door die moeder in dat ene dorpje over die berg in Toscane. (Vraag me niet naar het verschil, maar je snapt wat ik bedoel). Ter illustratie onderaan deze log een fraaie foto van Serafin die ik op internet vond (klik er vooral even op dan krijg je de foto prachtig groot op je scherm). Geschoten tijdens de opnamesessies van die RCA-Otello, in het operahuis van Rome. Broek opgetrokken tot boven zijn navel, bril net van de neus genomen, maar als je de uitvoering hoort: daar kan Von Karajan niet aan tippen! 'Jongens, nog even het slot van de tweede akte, dan gaan we aan de anti-pasti en de chianti.' Het was blijkbaar bloedheet in de zaal, zie de man rechts op de foto met een zakdoek op zijn hoofd.

De derde geweldige Serafin-opname betreft de Decca-Bohème, waarvan ik alleen de aria Che gelida manina gezongen door Carlo Bergonzi op een verzamel-cd bezit. Die aria wordt ontroerend prachtig gezongen, en ontroerend prachtig begeleid door Serafin. Hij spreidt het bedje voor Bergonzi, die er voluit en dankbaar instapt. Dit is dirigeren van Italiaanse opera zoals we helaas in de theaters eigenlijk nooit horen. Maar niet getreurd: we hebben Serafin op cd, en dat is een groot goed, waard om regelmatig te herontdekken!

29 mei 2008

Concert 26 mei 2008


Maandag 26 mei 2008, Muziekgebouw aan 't IJ Amsterdam
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Gordan Nikolic
Accordone:
Marco Beasley, zang
Guido Morini, clavecimbel
Mauro Durante, percussie

Notte Napolitana

Ik woon er zowat om de hoek, kan het vanaf mijn balkon zien liggen, fiets er nagenoeg dagelijks voorbij, en toch was ik nog niet eerder in het Muziekgebouw aan 't IJ. Tot deze avond dan, met een los kaartje voor een verrassingsprogramma door het Nederlands Kamerorkest onder leiding van zijn concertmeester. Het werd een bijzondere avond. Het orkest speelde een meer vullende en begeleidende rol. Centraal stond het ensemble Accordone, waarvan de zanger Marco Beasley allerlei Italiaanse liederen uit de renaissance, barok en romantiek ten gehore bracht. Een groot zanger is hij niet, wel een authentieke zanger. Tussen de liederen door ook wat orkestwerken van Italiaanse bodem, waarvan de Notturno van Giuseppe Martucci (1856-1909) mij zeer bekoorde. Het is een kruising van een Mahler-adagio met wat Respighi-achtige kleuren. Erg fraai, op het randje van kitsch. Voor een indruk wat dit ensemble allemaal uitspookt: ze hebben een fraaie website. Opvallende rol speelde de jonge Mauro Durante, die de show stal met een tamboerijnsolo van tien minuten. Tja, met dat ding kun je een zaal plat krijgen, zo bleek.
De zaal van het Muziekgebouw ziet er fraai uit, en klinkt evenzeer goed. Geen ruimte voor een volbloedige Mahler 7 of Meistersingerouverture, maar daar hebben we het Concertgebouw voor. Authentieke orkesten zouden zich hier wel eens beter kunnen thuisvoelen dan aan de Van Baerle. Ik heb inmiddels een tweede concert besteld. In september speelt het Orkest van de 18e eeuw een suite van Rameau (altijd goed) en het tweede pianoconcert van Chopin.

Concert 22 mei 2008


Donderdag 22 mei 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Von Weber: Ouverture Euryanthe
Schumann: Symfonie nr. 1
Moessorgski/Ravel: Schilderijen van een tentoonstelling


Het KCO o.l.v. Jansons in de Schilderijententoonstelling: een topper natuurlijk. En zo pakte het ook uit. Bij deze eerste uitvoering waren er nog wel de nodige schoonheidsfoutjes, maar de kracht en sfeertekeningen waren subliem. Hoogtepunt van het stuk vind ik Bydlo, en dat kreeg een bijzonder diepe verklanking. Het orkest en Jansons spelen het stuk de komende tijd nog vele malen, ook op tournees. Ik heb voor half juni een kaartje voor nog maar een tweede keer gekocht. Zo fraai hoor je het stuk zelden gespeeld. En hoe ijzeren dit repertoire ook: Ravel maakte een fantastische instrumentatie. Ter vergelijking ga ik eens opzoek naar die van Stokowski, die schijnt ook goed te zijn. Voor de pauze van dit concert evenzeer prachtig orkestspel, maar toch een niet bevredigend concertdeel. De ouverture Euryanthe haalt het niet bij die van Der Freischütz en Oberon. En de Frühlingssymfonie van Schumann, die ik nog nooit eerder live hoorde, is geenszins een sterk werk. Schumannsymfonieen zijn weerbarstige stukken: ze moeten niet te Beethoviaans, maar zeker ook niet te zwaar gespeeld worden. Schumann vereist een eigen doorzichtige orkestklank, en er zijn maar weinig dirigenten die dat voor elkaar krijgen. Ook Jansons niet. Hoe goed het orkest ook speelde, hier klonk geen overtuigende Schumann. Maar eerlijk is eerlijk: ook Schumann zelf overtuigt niet met dit stuk.
Bovenaan deze log het prachtige schilderij dat Ilja Repin van Moessorgski schilderde; ik heb het een paar jaar geleden in het echt bewonderd tijdens de Repin-tentoonstelling in Groningen. Ik heb het op de grootste stand ingevoegd. Alle reden daarvoor, toch?

27 mei 2008

Karajan 1


Op 5 april j.l. zou Herbert von Karajan 100 jaar zijn geworden en ter gelegenheid daarvan brengen de cd-maatschappijen allerlei jubileumuitgaven van zijn opnamen uit. Bijna 20 jaar na zijn dood is Herbert von Karajan nog steeds een best-seller. Ik had al de nodige Karajan-cd's in de kast staan, maar kocht vorige week bij mijn Duitse cd-handel JPC een box van EMI met al zijn opera- en vocale opnamen die hij voor dat label heeft vastgelegd. Geen selectie of best-of, nee, alles! 72 cd's, met opnamen tussen 1946 tot 1984, voor € 100,-. Dat wil onder andere zeggen: de Nozze di Figaro, Cosí fan tutte en Die Zauberflöte uit begin jaren vijftig (ik zie nu met George London als Sprecher en Almaviva!), twee Meistersingers, twee Trovatores, twee Missa Solemni, twee deutsches Requiems, de live Lucia uit Berlijn met Callas, een Mis in b uit 1952, een Salome, Tristan, Lohengrin, Fledermaus, Falstaff, Fidelio enzovoort enzovoort. Enkele opnames had in uiteraard al in de kast staan, en enkele daarvan behoren tot mijn desert islands discs: de Meistersinger uit Dresden, de Pelléas en bovenal de Don Carlo met Freni en Carreras. Voor een volledige track-list bezoek dan deze pagina van EMI, dan kun je een adobebestand openen (voor zolang het duurt). Ik heb vandaag ook maar die andere doos besteld: 88 cd's met al zijn orkestopnamen voor EMI. Ook daarvan heb ik al wat, maar er zitten ook trouvailles in die ik nog niet heb (waaronder zijn eerste Beethoven-cyclus bijvoorbeeld, en een opname van Mozarts 29ste symfonie, de eerste plaat die ik kocht). Ik zit nu met de Otello op de koptelefoon, en die opname is een perfect bewijs van Karajans beruchte zangersbegeleiding. Die arme Vickers (in het boekje staat abusievelijk Domingo als Otello vermeld) was duidelijk op zijn retour, en Von Karajan blaast hem en (de matig zingende) Peter Glossop als Jago aan het slot van de tweede akte letterlijk van het podium. Maar ja: orkestraal is het verbijsterend prachtig! Als DG eenzelfde actie zou houden, dan kocht ik die dozen ook. Maar dat zullen ze wel niet doen: Von Karajan is voor die maatschappij nog teveel een melkkoe. Samen met deze doos bestelde ik een onlangs verschenen film over Von Karajan van Robert Dornhelm; daarvan had ik een goede recensie gelezen. Binnenkort zal ik deze film bekijken en daarvan hier verslag uitbrengen.

24 mei 2008

Opera 21 mei 2008

Woensdag 21 mei 2008, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Wagner: Tristan und Isolde

Tristan - Stig Andersen
Isolde - Linda Watson
König Marke - Stephen Milling
Brangäne - Heidi Brunner
Kurwenal - Gerd Grochowski
Melot - Hendrik Vonk
Ein junger Seeman/Ein Hirt - Norbert Ernst
Ein Steuermann - Harry Teeuwen
Koor van de Nederlandse Opera, Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Ingo Metzmacher

Herhaling van de eigen DNO-productie van een paar jaar geleden, toen gedirigeerd door Simon Rattle, die ik toen drie keer bezocht. Nu slechts één keer, en eigenlijk spijt dat ik niet nog een tweede kaartje heb gekocht. De enscenering is niet subliem, maar goed genoeg en zeker niet zo ergerlijk als in de NRC beschreven. Muzikaal een prima uitvoering, met Linda Watson als stralende en autoritaire Isolde; wat een présence heeft dat mens. Binnen tien minuten na het Vorspiel heeft ze de toon van de voorstelling gezet! Stig Andersen moet er even inkomen, maar in 'zijn' derde bedrijf zingt en acteert hij bijzonder overtuigend. Hoogtepunt is daarentegen het tweede bedrijf, wellicht de meest sublieme akte uit de hele operaliteratuur. Het begint al met dat wegstervende jachttafereel, dan die prachtig evoluërende confrontatie van Isolde met Brangäne, daarna... ach, hoogtepunt op hoogtepunt: het liefdesduet, daardoorheen de waarschuwingen van Brangäne, de klaagzang van die arme Marke, het ontroerende antwoord van Tristan... allemaal teveel wat een normaal mens in ruim een uur aankan. Deze avond kreeg deze akte een uitstekende uitvoering, prachtig gezongen en gespeeld en perfect in balans. Metzmacher dirigeerde hier groots: de climaxen kregen het volle pond, zonder dat de stemmen in het orkestgeweld verloren gingen. Geenszins een perfecte Tristan und Isolde (als je de cd-opnames van Böhn en Kleiber in je hoofd hebt), maar wel een uitvoering die de kracht van dit multieme meesterwerk alle recht deed. En dan heb je een prima avond. Met Don Carlos van Verdi en Mozarts Don Giovanni begoort de Tristan und Isolde tot de beste opera's. Is de Tristan und Isolde Wagners beste opera? Tja, alleen de Walküre leunt er dicht tegenaan (en daarna de Meistersinger en Parsifal)... Gelukkig bestaan er geen onbewoonde eilanden meer waar je tot het einde der tijden naartoe moet. Terug naar deze Tristan: een fraaie, slanke en innemende Brangäne en een dramatische Marke. Die rol vind ik immer aangrijpend. Van alle hoofdpersonen blijven alleen Brangäne en Marke in leven, maar de laatstgenoemde is het echte slachtoffer. Alleen hij heeft geen enkele schuld aan wat er gebeurt, en hij wordt nog verkeerd begrepen ook. Slechts tien minuten mag hij zijn beklag doen (ja, in die tweede akte!), en wat een beklemmend relaas houdt hij dan. Treurnis, slechts treurnis. Van mijn opnames op cd (Furtwängler, Böhm, Karajan en Kleiber) dirigeert Kleiber dit relaas onnavolgbaar prachtig. Alleen al dat stukje op de tekst ... die so herrlich hold erhaben mir die Seele musste laben, trotz Feind und Gefahr, die fürstliche Braut brachtest du mir dar. Tja, die diepgang is niet te peilen. Enfin, een avond die het meesterlijke van deze opera volledig onderstreepte. Dus geslaagd! (Als je op de beide illustraties klikt komen ze prachtig groot op je scherm.)

14 mei 2008

Concert 13 mei 2008


Dinsdag 13 mei, Concertgebouw Amsterdam
Les Musiciens du Louvre o.l.v. Marc Minkowski

Haydn: Symfonie nr. 85 ' La reine'
Gluck: Muziek uit 'Don Juan'
Rameau: Une autre symphonie imaginaire


Ik had voor dit concert een los kaartje gekocht om eens door een goed barokorkest die sublieme muziek van Rameau te horen. Bovendien vind ik Minkowski een goede dirigent; bij De Nederlandse Opera dirigeerde hij eens een prima uitvoering van een Handel-opera, en ik hoorde hem eens met Anne-Sophie von Otter een prachtige Les nuits d'été uitvoeren. Op cd natuurlijk hun geweldige Ariodante. Tenslotte heb ik Minkowksi eens voor Luister in Parijs geïnterviewd, en toen ook de cd-opname van Charpentiers Te deum bijgewoond. Enfin, vandaar. Na de pauze inderdaad een vol uur Rameau, waarbij Minkowski de in Preludium aangekondigde delen uit de verschillende opera's en volgorde geheel omgooide. Hij kondigde zelf aan dat op de website van het Concertgebouw de uiteindelijke speellijst gepubliceerd zou worden. Voor de statistieken hieronder een kopie:
Rameau - Ouverture (uit 'Castor et Pollux)
Rameau - Air tendre en rondeau (uit 'Zoroastre')
Rameau - Air des Furies (uit 'Les Paladins')
Rameau - Prologue: Entrée pour les esclaves Africains (uit 'Les Indes galantes')
Rameau - Les Incas: Prélude pour l'adoration du soleil (uit 'Les Indes galantes')
Rameau - Les fleurs: Air pour Zéphire (uit 'Les Indes galantes')
Rameau - Les fleurs: Deuxième air pour Zéphire (uit 'Les Indes galantes')
Rameau - Les fleurs: Air pour Borée (uit 'Les Indes galantes')
Rameau - Ouverture (uit 'Acante et Céphise, ou La Sympathie')
Rameau - Airs I en II (uit 'Castor et Pollux')
Rameau - Gavottes (uit 'Castor et Pollux')
Rameau - Tambourin I en II (uit 'Castor et Pollux')
Rameau - Sarabande pour la Statue (uit 'Pygmalion')
Rameau - Entrée d'Acante (uit 'Acante et Céphise, ou La Sympathie')
Rameau - Rigaudons I, II en III (uit 'Acante et Céphise, ou La Sympathie')
Rameau - Chaconne finale (uit 'Castor et Pollux)
Om artistieke redenen heeft dirigent Marc Minkowski op korte termijn besloten de volgorde van het repertoire te wijzigingen. Hierboven vindt u de volgorde zoals door hem werd aangekondigd tijdens het concert.


Na deze verzameling ook nog twee toegiften; met Rameau zou je dat trouwens eindeloos kunnen volhouden. Ieder deel is een genot van muzikale eigenzinnigheid. Maar het fraaist zijn toch de intieme delen waar strijkers en fluiten ijle sferen oproepen. Wat een sublieme muziek! Voor de pauze eveneens louter afwijkingen van het programmaboekje. Eerst de 85ste van Haydn, werkelijk prachtig subtiel en zwierig gespeeld. Het is zomaar één van die zes Parijse symfonieën, dat tweede deel is echter zo prachtig. Op papier een Romance, in mijn beleving zeven minuten weemoed. Daarna een selectie uit de Balletmuziek uit Don Juan van Gluck. Minkowski praatte ieder deel aan elkaar. Absoluut hoogtepunt (en niet in het oorspronkelijke programma aangekondigd): het slotdeel waarin Don Juan naar de hel gaat. Mozarts verklanking blijft superieur, maar Gluck liet zich eveneens tot sublieme en virtuoze muziek inspireren. De zaal was voor 40% leeg, maar die 60% kregen een verrukkelijk concert voorgeschoteld.

11 mei 2008

Concert 9 mei 2008


Vrijdag 9 mei 2008, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Trevor Pinnock
Mario Joao Pires, piano

J.Chr. Bach: Sinfonia op. 18 nr. 2 Lucio Silla
Mozart: Pianoconcert nr. 9 KV 271
Liszt: The black gondola (ork. Adams)
Haydn: Symfonie nr. 99

Dit op het eerste gezicht wat gemiddeld-klassieke concert (geen grote orkestwerken, een debuterende dirigent) werd een enorm feest van fijnzinnigheid, muzikale vriendschap en zomerse heerlijkheid. Van Trevor Pinnock staan enkele sublieme cd's in mijn kast: de Vier Jaargetijden van Vivaldi en de Orkestsuites en Brandenburgse Concerten van Bach: opnames uit het begin van de jaren tachtig, maar ongemeen frisse, levendige en tijdloze uitvoeringen. Nu dan voor het eerst bij het KCO, en wat een liefde op het eerste gezicht! De fijnzinnigheid en speelvreugde openbaarde zich al in die korte Sinfonia van Johann Christian Bach. Op de dirigeerplek stond een clavecimbel, en Pinnock hamerde met zijn linkerhand op de toetsen en rechts dirigeerde hij het orkest. Heerlijk gezicht. Maar muzikaal prachtig: de klank van het clavecimbel mengde zich erg fraai met het spits spelende orkest. De hobo draagt het middendeel, en de nieuwe hoboïst Lucas Macías Navarro liet horen dat het allemaal nog mooier kan. Nadat het clavecimbel was weggedragen en de piano op het podium was gehesen, kregen we van Pinnock en Pires een werkelijk sublieme uitvoering van Mozarts Jeunnehomme-concert. Het schijnt dat ze beiden dit concert ook al bij andere orkesten hebben gespeeld, maar van routine was geen sprake. In het middendeel bereikt Mozart een enorme emotionele diepgang, en de zaal hield zijn adem in. Pires speelde fantastisch idiomatisch: zo moest het allemaal klinken! De extra kruk stond al klaar: als toegift gaven Pinnock en Pires samen achter de piano een vrolijk deel uit één van Mozarts sonates voor pinaovierhandig weg. Na de pauze een orkestratie door John Adams van het pianowerk van Liszt dat ik nog niet kende. Een donker stuk, mooi gespeeld. Tenslotte mijn favoriete Londense symfonie van Haydn: de 99ste met dat verrukkelijke melodische tweede en dansante derde deel. Pinnock koos hogere tempi dan Harnoncourt indertijd, maar de subtiliteiten en uitdagende fraseringen vlogen je om de oren. Hondsmoeilijk repertoire: in iedere maat gebeurt er zoveel dat wanneer één orkestlid ergens even een halve tel te laat inzet, complete uitglijers kunnen optreden. Het gebeurde hier allemaal niet. Pinnock en het KCO waren elkaar volledig vertrouwd. Wanneer het orkest met deze gastdirectie een potentiële opvolger voor Harnoncourt in het klassieke repertoire zocht, dan hoeven ze wat mij betreft niet meer verder te zoeken. Op herhaling, deze Pinnock!