05 mei 2009

Concert 22 april 2009


Woensdag 22 april 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt
Julia Kleiter, sopraan
Elisabeth von Magnus, alt
Gerd Böckmann, spreekstem
Nederlands Kamerkoor

Mendelssohn: Der 42. Psalm
Mendelssohn: Ein Sommernachtstraum


Een verrukkelijk concert. Het begon voor de pauze al zeer fijnzinnig door die prachtige 42ste psalm. Wanneer zo'n lekker zoet, typisch burgerlijk-romantisch Mendelssohn-stuk zo fijnzinnig en afgewogen wordt uitgevoerd als door Julia Kleiter, het Nederlands Kamerkoor en het KCO, dan kun je de typering burgerlijk-romantisch alleen maar als voordeel beschouwen. Aan het einde van de pauze werd duidelijk dat er iets bijzonders te gebeuren stond. De orkestleden hadden zich omgekleed in zomerse kledij: zo zien we de dames en heren orkestleden zelden of nooit nog eens. Naast alle vrolijke kleding droegen sommige orkestleden een zonnebril in het haar, of zelfs gewoon op, hadden enkelen een petje op (eentje achterstevoren), en had die ene violiste haar haar jeugdig los. Nog voordat het orkest aan stemmen toekwam hing er al een vrolijke stemming in de zaal. En toen daar opeens de bijna tachtigjarige Harnoncourt in gekleurd hemd, kakibroek met hoogwater en een wit petje op het hoofd de trap afkwam, kon de avond al niet meer stuk. De complete Midzomernachtsdroom is eigenlijk geen werk om compleet uit te voeren. De lange spreekteksten halen de vaart uit de muziek en bieden geen extra drama. Tussen al dat geklets echter wel enkele sublieme stukken muziek, die de Midzomernachtsdroom tot een geweldige werk maken. Alleen al die meesterlijk Ouverture! Harnoncourt gaf de best denkbare uitvoering: contrastrijk en dramatisch. In het 'Lied met elfenkoor' zong Julia Kleiter meer dan prachtig. Ze trof het vier keer op hoge noten te zingen woord 'Nacht' subtiel en loepzuiver. En ja, het KCO voluit in de Bruiloftsmars, daar wordt ieder mens vrolijk van.

20 april 2009

Concert 17 april 2009


Vrijdag 17 april 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Sakari Oramo
Janine Jansen, viool

Lindberg: Chorale
Janácek: Taras Bulba
Sjostakovitsj: Vioolconcert nr. 1


De rondborstige Chorale van Lindberg en de bonte en dramatische verklanking van het Gogol-verhaal door Janácek werden prima gespeeld, maar nagenoeg iedereen in de zaal kwam voor het gedeelte na de pauze. En we werden bepaald niet teleurgesteld. Bij velen is Janine Jansen bekend van haar Vivaldi-, Bruch- en Mendelssohn-opnamen, maar ik hoorde haar alleen eerder tijdens eveneens een A-concert met een overrompelende uitvoering van het vioolconcert van Britten. En nu dan met dat prachtige Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj. In preludium staat dat het KCO dit concert voor het eerst uitvoerde in december 1985, gedirigeerd door Haitink en met de toenmalige concertmeester Viktor Liberman als solist. Dat concert was mijn tweede bezoek aan het Concertgebouw(orkest), en mijn eerste keer Haitink. Ik schreef er al een weblog over, zie hier. Enfin, nu dan gespeeld door Janine Jansen, en deze uitvoering zal evenzeer als memorabel in mijn geheugen worden opgeslagen. Want wie dacht dat Jansen het zoveelste vioolsterretje is, werd tijdens dit concert gelogenstraft. Ze is een rasmuzikante, die haar Stradivarius prachtig laat klinken, maar het instrument geenszins ontziet. Technisch perfect, emotioneel geladen, en geweldig in balans met het orkest. Van begin tot eind hield de zaal zijn adem in, want dit was muziekmaken op het hoogst denkbare niveau. Een prachtige vertolking.

13 april 2009

Opera 9 april 2009


Donderdag 9 april 2009, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Verdi: La traviata

Violetta - Marina Poplavskaya
Alfredo Germont - Ismael Jordi
Giorgio Germont - Andrzej Dobber
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Paolo Carignani

De enscenering van Willy Decker kende ik een klein beetje van de foto's bij de cd's van de Salzburger uitvoering uit 2005 met Netrebko en Villazon. Nu dan in het echt; wat een meesterlijke enscenering. In zijn veelzeggendheid en treffendheid staat deze gelijk aan die van Homoki van Die Frau ohne Schatten, eerder dit seizoen. En muzikaal was deze Traviata even overrompelend en prachtig. Er waren drie prima tot perfecte hoofdrol-zangers en het orkest speelde onder Carignani zuiver, scherp en glansvol. Het optreden van Poplavskaya was een regelrechte sensatie. In het boekje staat het citaat dat je voor een Traviata eigenlijk drie verschillende sopranen nodig hebt: een coloratuursopraan voor de eerste, een lyrische sopraan voor de tweede en een vertolker van karakterrollen voor de derde. Echte goede sopranen halen deze stelling onderuit, en dat dééd Poplavskaja, ofschoon ze in de tweede en derde akte het meest overrompelde. Maar die eerste feestakte zal zelden zo goed geklonken hebben, vooral ook door het wederom perfect ingestudeerde koor en door de scherpe directie van de kale dirigerende Italiaan. Ismael Jordi heeft een wat kleine stem, maar vond ik prima passen bij de sterke aanwezigheid van Poplavskaya. En ja, Dobber is voor mij dé Verdi-bariton. Moge hij nog vaak terugkeren, zijn stem is zo prachtig. Mooiste moment van de opera: de overgang van de tweede naar de derde akte, zonder applaus meteen overgaand naar die vergeleken met de ouverture nog dramatischer prélude. Op 1 mei ga ik in naar de Deutsche Oper in Berlijn wederom naar een Traviata, dan met mevrouw Gheorghiu; dat kan mee- of enorm tegenvallen. Het zal niet eenvoudig zijn de prestatie van Poplavskaya te evenaren...

10 april 2009

Concert 8 april 2009


Woensdag 8 april 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Radu Lupu, piano

Beethoven: Ouverture Coriolan
Beethoven: Pianoconcert nr. 4
Beethoven: Ouverture Die Geschöpfe des Prometheus
Beethoven: Symfonie nr. 8


Het lukt me nooit om op het net een foto voor mijn weblog te vinden waar dirigent en solist samen op staan. Tot nu dus. Nog meer bijzonder was hun samenwerking op het podium van het Concertgebouw tijdens dit concert. Ik hoorde het Vierde pianoconcert niet eerder zo fraai. Fischer zorgde voor een perfect gespeelde en spannende begeleiding, Lupu voor magisch pianospel. De subtiliteiten buitelden over elkaar heen. Het sublieme middendeel was nu niet, zoals gewoonlijk, het muzikale hoogtepunt van dit concert; dat waren alle drie de delen. Fraai gezicht: Lupu speelde een vituose passage, maar keek al die tijd opzij naar het orkest om ook op die manier in direct contact met de orkestleden te staan. Ik had mijn losse kaartje echter gekocht voor Fischer, die de laatste jaren louter uitstekende concerten verzorgt. Zijn stijl in Beethoven is transparant en uitdagend, ofschoon minder hoekig als die van Harnoncourt. De uitstervende harteklop in de Corioloan-ouverture werd prachtig gespeeld. De Achtste symfonie staat zelden op de concertprogramma's, maar doet aan kwaliteit niet voor de andere symfonieën onder. Fischer schotelde een boeiende interpretatie voor, met felle tegenstellingen tussen de vele motieven. En terecht liet hij de hoornist en klarinettist extra meedelen in het applaus, want zij speelden het Trio van het derde deel subliem. Trouwens, ook de componist laat zich hier van zijn meesterlijkste kant zien. Een prachtig Beethoven-concert!

13 maart 2009

Concert 13 maart 2009


Vrijdag 13 maart 2009, De Doelen Rotterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Simon Rattle
Magdalena Kozená, sopraan

Berg: Zeven vroege liederen
Bruckner: Symfonie nr. 8


Je kunt je afvragen hoeveel schoonheid een normaal mens aankan, want na twee prachtige Haitink-concerten met geweldige uitvoeringen van Beethoven, Debussy en Bruckner was daar deze avond wederom een geweldig concert, dit keer in Rotterdam. Simon Rattle blijft (hoe sympathiek!) periodiek terugkeren naar het orkest dat hij in de jaren tachtig veelvuldig dirigeerde, ook nu hij als chef van de Berliner Philharmoniker tot de belangrijkste dirigenten van deze tijd behoort. Naast zijn fraaie Parsifal en Tristan met de Rotterdammers in het Muziektheater hoorde ik hem met zijn Berlijnse orkest twee keer in het Concertgebouw. Een Vierde Mahler viel mij zwaar tegen, maar zijn uit gevlochten staaldraad en verankerd plaatstaal gebeitelde Negende Bruckner klinkt zeven of acht jaar na dato nog in mijn oren na. Deze Rotterdamse Achtste Bruckner was eveneens gespierd. Ik hoorde het orkest nog niet eerder zo vol, krachtig en transparant bovendien. De contrabassen, celli en het koper zorgden bij menige tutti-passage voor een stevig fundament. Het koper moest in het eerste en tweede deel even warmlopen, maar in de Finale was hun rol glorieus. Rattle houdt duidelijk van tegenstellingen. Naast het stevige werk speelden de violen soms ook fluisterzachte tremolo's; van de houtblazers speelde de klarinettist werkelijk prachtig. Rattle is een totaal andere Bruckner-dirigent dan Haitink, bij wie de evenwichtige opbouw en de lange lijn centraal staan. Rattle boetseert dat het een aard heeft, geeft het orkest soms flink de sporen, om het meteen daarna weer klein en breekbaar te laten zijn. Voor onze door Haitink opgevoede Bruckner-oren niet helemaal coherent misschien, maar ik heb vanavond een zeldzaam spannende en eververende Bruckner Acht gehoord. Het publiek was tijdens de uitvoering muisstil, het applaus daarentegen enorm uitbundig, beide ongewoon voor Rotterdam, en volledig terecht!
Het concert kende voor de pauze nog een fraaie opening met de Zeven vroege liederen van Alban Berg, prachtig gezongen door Magdalena Kozená (naar het schijnt getrouwd met Rattle). Kozená hoorde ik een kleine twee jaar geleden een sublieme Melisande zingen onder Haitink. Wat een fraaie, frisse natuurlijke stem heeft zij. In augustus zingt ze bij het KCO o.l.v Jansons enkele Duparc-liederen. Ik verheug me er nu al op.

12 maart 2009

Concert 11 maart 2009


Woensdag 11 maart 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink

Mozart: Symfonie nr. 35
Debussy: La mer
Beethoven: Symfonie nr. 7


Dat was schrikken. Na het stemmen door het orkest kwam Simon Reinink, de directeur van het Concertgebouw, het podium op. Hij vertelde dat Haitink tijdens de repetitie door zijn rug was gegaan, en dat pas die middag om een uur of vier het verlossende woord kwam dat hij toch zou dirigeren. Groot applaus, en toen verscheen opeens Haitink vanaf de zijkant, schuifelend, met een stok, treetje voor treetje het trapje op. Ik schreef aan het einde van mijn vorige log dat Haitink nog zo fris oogde, en nu kwam daar opeens een oude breekbare man. Haitink wuifde met zijn stok het gulle applaus weg, ging op zijn kruk zitten, en dirigeerde half zittend en staand een geweldig vurig concert, alsof hij zijn lichamelijke toestand krachtig wilde ontkennen. De Haffner-symfonie klonk spits en vol, het is vreemd genoeg één van mijn minst favoriete Mozart-symfonieën, maar een lekkere opwarmer, feller dan ik het eens eerder onder Haitink hoorde. Daarna La mer, dat door geen enkele andere dirigent zo goed gedirigeerd wordt als door Haitink. Hij geeft het werk precies de juiste stemming, laat het enorme orkest volledig transparant klinken, en weet de muziek boven de noten uit te laten stijgen. Dat moment in het derde deel, wanneer de violen hun flageolettonen spelen en de fluit het hoofdthema recapituleert: hemels. Beethovens Zevende wordt wel eens als een relatieve lichtgewicht onder zijn symfonieën beschouwd, maar ik kan er geen genoeg van krijgen. En deze Zevende was fantastisch. Haitink dirigeerde de overgang van het fluitthema in het eerste deel naar de tutti-herhaling in één vloeiende beweging (zoals ook Carlos Kleiber dat deed in zijn concert met het Concertgebouworkest - te zien op dvd en youtube), en dan krijgt de expositie een vliegende start. Regelmatig ging zijn linkervuist de lucht in en maande hij het orkest tot nog meer felheid. Dat zijn de beste Haitink-concerten: wanneer hij meer van het orkest vraagt dan wat er gerepeteerd lijkt. Dan telt zo'n pijnlijke rug totaal niet meer.
Ik schrijf deze log een dag na het concert. Zojuist zag ik op tv de televisieregistratie met Beethovens Zevende van het herhalingsconcert eerder vanavond. Haitink zag er alweer een stuk minder breekbaar uit.

05 maart 2009

Concert 4 maart 2009 - Bernard Haitink 80


Woensdag 4 maart 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
Murray Perahia, piano

Schumann: Pianoconcert
Bruckner: Symfonie nr.9


Puur toeval/geluk dat ik mijn bestelde losse kaartje juist voor deze avond uit de serie van drie met dit programma toegewezen kreeg: precies de dag waarop Haitink 80 jaar werd. De komende twee weken zijn er daardoor allerlei uitzendingen op radio en tv, maar juist deze avond verliep zonder extra aandacht. Wat wel: een typisch Haitink-concert, inclusief Murray Perahia: dit was nu de vierde keer dat ik hen beiden op het podium zag. Nu in het Schumann-concert, dat ik niet bepaald een favoriet pianoconcert zou willen noemen. Het heeft fraaie momenten, maar ik vind het ook wat te verbrokkeld. Ik hoorde het eens onnavolgbaar uitdagend gespeeld door Martha Argerich, en nu welhaast tegengesteld: bijzonder lyrisch en poëtisch. Perahia speelde niet helemaal foutloos, maar wat een zachtaardigheid en fijnzinnigheid, ook in de samenwerking met het orkest. Na de pauze de Negende van Bruckner, waarvan het openingsdeel tot mijn favoriete Bruckner-delen behoort. Perfect van opbouw en harmonie; die hoorns geven het deel zo'n fraaie pastorale stemming vol vergezichten. Ondanks kleine haperingetjes in het orkest hier en daar was het een grootse uitvoering. Een jaar of zes geleden dirigeerde Haitink het stuk ook al een paar keer bij het KCO, en de drie uitvoeringen die ik er toen in anderhalf jaar tijd van bijwoonde verschilden nogal van karakter. En ook nu hoorde ik weer nieuwe elementen. Haitink is constant in de klankkleur in de tutti-passages, en ook zijn tempi verschillen niet zoveel. Maar hij brengt variatie aan in de transparantie en opbouw van de climaxen, waardoor je voortdurend verrast wordt door nieuwe inzichten zonder dat je het gevoel hebt naar een andere interpretatie te luisteren. Volgende week een volgend Haitink-concert met drie stukken die ik ook al eerder door hem gedirigeerd hoorde. Maar ik ben razend benieuwd! Moge Haitink nog vele jaren op dit niveau kunnen musiceren; het is ongelooflijk dat iemand van 80 nog zo fris oogt.

03 maart 2009

Concert 1 maart 2009


Zondag 1 maart 2009, Concertgebouw Amsterdam
Orchestra dell'Accademia Nazionale di Santa Cecilia o.l.v. Antonio Pappano

Bartók: Concert voor orkest
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 5


Het Orkest van de Nationale Academie van de heilige Cecilia logenstrafte onverbiddelijk mijn gedachten die ik voorafgaande aan dit concert had. Ik was wat teleurgesteld over het niet-Italiaanse programma (beide stukken had ik eerder dit seizoen al door het KCO gehoord); gewoon een volbloedig Italiaans programma met een Verdi-ouverture en Respighi en zo, dat zou interessant zijn. Bovendien: bestaan er wel goede Italiaanse symfonieorkesten...? Vanaf het begin van het Concert voor orkest werd echter duidelijk dat er wat bijzonders aan de hand was. Het orkest speelde fantastisch homogeen, af en toe lekker ongepolijst en zeker niet altijd volledig perfect, maar er werd op een sublieme manier muziek gemaakt. Pappano bleek bovendien uitstekende visies op beide stukken te hebben, dus er klonken ook interessante uitvoeringen. Het mysterieuze begin van het Concert voor orkest hoorde ik niet eerder zo fraai (prachtige fluitist!), de schwung en virtuositeit in het verdere stuk werden prima getroffen. De Vijfde Sjostakovitsj was eveneens prachtig. Het Allegretto klonk bijkans perfect, in het Largo speelde het orkest fluisterzacht, de finale van het Allegro was precies goed. Pappano liet zijn collega's Gatti en Van Zweden in respectievelijk Bartók en Sjostakovitsj ver achter zich! Twee toegiften (Puccini en Rossini) gaven het geheel nog een fraai Italiaans tintje, altijd lekker, maar het visitekaartje had het orkest daarvoor al afgegeven. Een memorabel concert.

01 maart 2009

Concert 26 februari 2009


Donderdag 26 februari 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jan Willem de Vriend
Gregor Horsch, cello

Händel: Music for the Royal Fireworks
Haydn: Celloconcert in D
Mozart: Ouverture Idomeneo
Schubert: Symfonie nr. 5


Op de website van het KCO staat dezer dagen een filmpje van een interview met Jan Willem de Vriend en wat repetitiebeelden. De Vriend vertelt daarop dat het orkest hem speciaal gevraagd had om deze Schubert-symfonie te spelen, want 'die hadden ze al zo lang niet meer gedaan.' Vreemd, want de laatste keer was pas 4 jaar geleden, ook in de D-serie, toen met Herreweghe. Voor een uitvoering door het KCO van de Eerste, Tweede, Vierde, Zesde en Negende symfonie moeten we veel langer terug. Enfin, het blijft een verrukkelijke symfonie, zeker wanneer deze zo geweldig wordt uitgevoerd als tijdens dit concert. De Vriend dirigeert een beetje als Harnoncourt, laat het orkest soms ook hetzelfde fraseren, maar dat kan alleen maar als positief opgevat worden. Het orkest speelde oorstrelend mooi, heerlijk. Dat was ook het geval in de Ouverture Idomeneo, die stevig begint maar rustig eindigt. Het concertgedeelte voor de pauze was minder goed. De Vuurwerkmuziek klonk fraai (zeker toen enkele orkestleden naar elders in de zaal verhuisden om vandaar enkele thema's te spelen), maar de trommels in La Réjouissance klonken toch wat minder pregnant dan ik had gehoopt. Het optreden van de solocellist van het orkest in het Celloconcert in D van Haydn was helaas geen succes. Dit concert heeft een perfect spelende solist nodig, en dat was deze avond niet het geval. Dan zakt het geheel in elkaar, en wordt het zelfs wat pijnlijk.

27 februari 2009

Opera 17 februari 2009


Dinsdag 17 februari 2009, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Bellini: I Puritani

Gualtiero Valton - Daniel Borowski
Giogoi - Riccardo Zanellato
Arturo - John Osborn
Riccardo Foth - Scott Hendricks
Elvira - Mariola Cantarero
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Giuliano Carella

I Puritani is een geweldige opera die heden ten dage eigenlijk nauwelijks meer bevredigend uitgevoerd kan worden. In het stuk komen een aantal lange aria's en ensembles voor waarin Bellini lange lijnen weeft, en die je als luisteraar op een gegeven moeten moment overweldigen en naar de keel grijpen. Dat gebeurt echter alleen wanneer er sublieme zangers op het toneel staan. Wanneer zo'n uitvoering dan wordt bevolkt door zangers die weliswaar de noten zingen maar verder geen wow-effect veroorzaken, dan zakt de uitvoering als een kaartenhuis in elkaar. Mariola Cantarero haalde weliswaar alle noten, maar ze kwam afstandelijk en weinig warm over. Daardoor droeg ze de voorstelling niet en dat hoorde ze wel te doen. Over John Osborn waren de recensies positiever, maar ook hem vond ik niet echt overtuigend zingen. Ik was zo'n vijftien jaar geleden bij de concertante uitvoering in de Zaterdagmatinee, waarin Luba Orgonasova en Stuart Neill wél die overweldiging voor elkaar kregen. De enscenering was adequaat, maar weinig bijzonder. Ik ben hem nu ruim anderhalve week later alweer bijna vergeten...

20 februari 2009

Anthology KCO 5


Ik koop nagenoeg alle cd's die in de serie RCOlive verschijnen, alsook de cd-boxen onder de naam Anthology ogf the Royal Concertgebouw Orchestra. Na vier dozen met opnames uit eerdere decennia verscheen onlangs deel vijf met daarin opanmes gemaakt tussen 1980 en 1990. Op 9 november 1985 bezocht ik voor het eerst het Concertgebouw(orkest) en werd snel daarna een regelmatige bezoeker. In deze box dus enkele concerten die ik heb bijgewoond (of de parallelle concerten een dag of wat ervoor/erna): Leonard Bernstein met Schubert 5 en Mahler 1, Harnoncourt met Beethoven 3 en Leinsdorf met Strauss' Suite uit Die Frau ohne Schatten. De Bernstein-concerten vonden op verschillende data plaats (na Schubert 5 speelden ze Mahler 4 met die jongenssopraan; Mahler 1 werd voorafgegaan door Schubert 8); het waren bij elkaar vier concerten die ik nooit meer zal vergeten. De twee Bernstein-concerten vanwege Bernstein, het Harnoncourt-concert vanwege het gruwelijk hoge tempo in het eerste deel van de Eroïca (in de krant stond: het Concertgebouwortkest speelt zich uit de naad deze week) - maar vergelijk deze uitvoering eens met Harnoncourts officiële Teldec-opname van Beethoven 3 met het Chamber Orchestra of Europe... tja, wat een orkest ook toen al!, en Leinsdorf vanwege zijn typische manier van dirigeren: hij keek steevast in de partituur en daarna over zijn bril met een blik van: jullie doen toch wel wat er staat? Maar het was wel die grootse Leinsdorf van wie in mijn cd-kast superbe opnames staan van Die Walküre, Un ballo in maschera, Macbeth en Die tote Stadt...! Ik heb nog niet alle 14 cd's van deze box beluisterd, maar ik heb hiernaast inmiddels wel enkele fantastische opnames beluisterd van Carlo Maria Giulini die in juni 1979 een fenomenale Brahms 4 dirigeerde (later in de jaren '80 hoorde en zag ik hem in hetzelfde werk bij het (K)CO), Kondrashin met een prachtige Nielsen 5 en Martha Argerich die in november 1983 o.l.v. Neeme Järvi een geweldige uitvoering van Beethovens Tweede pianoconcert weggaf. Momenteel op de koptelefoon Tsjaikovsky 6 o.l.v Antal Doráti dd 14 mei 1983 (in het derde deel in een trager tempo dan we gewend zijn, maar wat speelt het orkest geweldig!), die ik later eveneens een keer zag dirigeren, met het Concertgebouworkest in de PW-Alexanderzaal in het Congresgebouw in Den Haag met o.a. Beethoven 7. Ach ja, dit soort uitgaves vertelt je dat je oud wordt...
Hoe fraai allemaal ook, ik vind de box niet helemaal geslaagd. Belangrijkste reden: de box bevat opnames die al elders op cd zijn verschenen. Daardoor wordt de kans gemist 100 procent aanvullend en dus ultiem interessant te zijn. Want die Mahler 1 en Schubert 5 van Bernstein verschenen ook al als live-opname op DG, de Bruckner 6 o.l.v. Jochum (met de coupures in het slotdeel) op Tahra (waarom dan niet Jochums laatste KCO-concert, in 1986 met Bruckner 5, eveneens op Tahra uitgebracht maar wel een concert dat speciale betekenis had en heeft - en ja, ik was daarbij), en Haitink nam Schumann 1 ook voor Philips op. Het is net als in de Chailly-box uit de KCO-dirigentenserie: waarom nu juist Mahler 8 (ook op cd verschenen) en niet die sublieme uitvoering van Mahler 10, die Chailly ook met het het Radio-orkest uit Berlijn opnam, maar waarvan zijn KCO-uitvoering een échte aanvulling op de catalogus vormt! Misschien ben ik een zeikerd, maar het zijn details die deze box voor 90% geweldig maken, en niet voor 100%. Maar met deze box heb ik opnames in huis waar ik zelf deelgenoot van was, en daar kan geen studio-opname tegenop.

Operaseizoen 09-10


Afgelopen week verscheen de nieuwe seizoensbrochure van De Nederlandse Opera. Het belooft een prachtig seizoen te worden, met interessante nieuwe producties van o.a. La Juive van Halévy, Salome van Strauss, La fanciulla del West van Puccini (met Eva-Maria Westbroek!) en Der fliegende Holländer van Wagner. Represes om naar uit te kijken zijn die van Le nozze di Figaro van Mozart (een geweldige enscenering) en Les troyens van Berlioz. Daarnaast nog wat (relatief) kleinschaliger werk met Dido and Aeneas van Purcell, en Hertog Blauwbaarts burcht van Bartók. Voor het volledige programma zie de website van DNO.

Wat me echter toch al een poosje bezighoudt: er zijn sinds het jaar dat DNO in het Muziektheater huist (1987) nog steeds enkele operakrakers en subtoppers die op hun eerste enscenering wachten:
Verdi: Il trovatore en La forza del destino
Von Weber: Der Freischütz
Offenbach: Les contes d'Hoffmann
Rossini: La cenerentola en Guillaume Tell
Puccini: Manon Lescaut
Moessorgsky: Khovantsjina
Dvorak: Rusalka

Natuurlijk zijn er nog een heleboel andere opera's te noemen die nog niet eerder in het Muziektheater zijn uitgevoerd, maar deze zijn m.i. toch wel de bekendste van het achterstallig onderhoud. Er zitten er een paar bij waar Riccardo Chailly wel raad mee zou weten (zie mijn vorige log).

Concert 15 februari 2009


Zondag 15 februari 2009, Concertgebouw Amsterdam
Gewandhausorchester Leipzig o.l.v. Riccardo Chailly

Mendelssohn: Symfonie nr. 3
Bruckner: Symfonie nr. 3


Deze weblog bestaat nu ruim 2,5 jaar en in die tijd passeerden bijvoorbeeld Haitink en Metzmacher ieder 9 keer, Jansons 17 keer, en Gergiev en Fischer ieder 4 keer. Chailly ontbrak echter nog in de dirigentenlijst, terwijl ik hem tijdens zijn gehele chefdirigentschap bij het KCO vele keren heb zien/horen dirigeren. Enfin, nu toch eindelijk Chailly in de lijst, met zijn eerste concert in het Concertgebouw sinds zijn vertrek bij het KCO in juni 2004. Zo negatief als het Parool of zo positief als de NRC zou ik dit concert niet willen beoordelen. Chailly dirigeerde enthousiast en gedreven en in de Schotse van Mendelssohn pakte dat prachtig uit. Er lag een wat afwijkende versie van deze heerlijke symfonie op de lessenaars, want ik hoorde enkele onbekende frases en overgangen, maar zowel Preludium als de recensies maakten geen melding van een oer- of nog niet eerder ontdekte definitieve versie of iets dergelijks. Chailly dwong relatief hoge tempi af, en dit orkest dat deze symfonie ook in 1842 bij zijn première speelde, wist daar voldoende raad mee. Toch kwamen ook al in deze symfonie, maar zeker in de uitvoering van de Derde van Bruckner de onvolkomenheden van dit Leipziger orkest aan het licht. Het orkest is weliswaar een goed ensemble, maar ook niet meer dan dat. De strijkers, hout- en koperblazers vormen geen naadloze eenheid en met name de blazers lieten steekjes vallen. Eveneens nergens vermeld: Chailly liet de tweede versie van Bruckners Derde spelen, inclusief die verrukkelijk stormachtige Coda van het Scherzo. Chailly heeft nog zeker het nodige te verrichten in Leipzig wil het orkest enigszins in de buurt komen van het niveau van het KCO. Moge hij snel over zijn rare houding heenstappen om voorlopig niet naar zijn oude orkest terug te keren. Misschien een idee om hem een opera te laten doen...?

08 februari 2009

Opera 7 februari 2009


Zaterdag 7 februari 2009, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant

Wagner: Die Meistersinger von Nürnberg

Hans Sachs - Robert Holl
Veit Pogner - Ain Anger
Sixtus Beckmesser - Eike Wilm Schulte
Walther von Stolzing - Burkhard Fritz
David - Rainer Trost
Eva - Barbara Haveman
Magdalene - Elizabeth Bishop
Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden

Een jaar en enkele dagen geleden zat ik op het podium bij de concertante uitvoering van Lohengrin, gedirigeerd door Jaap van Zweden (hier de weblog daarvan). Toen een revelatie, en nu haast vanzelfspreklend: een prachtige Wagner-uitvoering, in belangrijke mate door Nederlanders gedragen (dirigent, orkest, koor en twee belangrijke rollen). Een zeldzaamheid bovendien: ik moest mijn wekker zetten om voldoende op tijd in het Concertgebouw te zijn. De uitvoering begon al om 11.00 - een planningsfoutje omdat er ook al een avondconcert in de Grote Zaal ingeboekt stond? Wagner, orkest en Van Zweden zorgden er echter voor dat ik om 11.15 uur mijn tijdsbesef helemaal vergeten was. Want het moet nog maar eens onderstreept worden: Die Meistersinger von Nürnberg is een verrukkelijke, leuke, ontroerende en meesterlijk gecomponeerde opera. De ouverture is sowieso een van de allerbeste geschreven orkestwerken en behoort tot mijn ultieme lievelingsstukken. Evenals bij de Lohengrin vorig jaar zat ik niet ideaal: opnieuw op het podium, en nu langs de trap. Prachtig uitzicht, dat wel, maar ik had liever de zangers van voren bekeken. De balans tussen zangers en orkest viel daardoor in mijn oren uit in het nadeel van de zangers, dus het is lastig een afgewogen oordeel te vellen over hun presteren. Dat wil niet zeggen dat ik niet van hen genoten heb: Holl zong en acteerde met autoriteit, Schulte zette een uitstekende Beckmesser neer (m.i. één van de moeilijkste Wagner-rollen) en Trost oogde en zong een jeugdige David; Fritz en Haveman vond ik goed maar niet uitzonderlijk. Het Groot Omroepkoor en het Radio Philharmonisch bleken betrouwbare en harmonieuze partijen voor deze complexe materie. Maar ondanks alle grootse prestaties van de uitvoerenden: de meeste hulde moet toch uitgaan naar Wagner (hierboven een foto uit de tijd waarin hij aan de opera werkte) die met Die Meistersinger von Nürnberg een verrukkelijk meesterwerk componeerde vol sublieme details. Waar Mozart in Don Giovanni verwijst naar Le nozze di Figaro (zonder die naam te noemen), verwijst Wagner geweldig geïntegreerd in het lopende verhaal wél met naam en toenaam naar een eerdere compositie (Tristan und Isolde): de eerste heuse opera-trailer! Moge Van Zweden doorgaan met een concertante Wagner-cyclus...

06 februari 2009

Concert 5 februari 2008


Donderdag 5 februari 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Krassimira Stoyanova, sopraan
Mihoko Fujimura, alt
Klaus Florian Vogt, tenor
Thomas Quasthoff, bas
Wiener Singverein

Dvorák: Requiem

Voorafgaande aan dit concert verheugde ik mij niet heel bijzonder op deze avond, maar had ik meer een stille hoop dat het mij onbekende werk alleszins mee zou vallen. De avond werd een geweldige belevenis! Op het moment dat ik dit schrijf vindt in het Concertgebouw de herhaling van die uitvoering plaats, en ik ben bij wijze van spreken jaloers op de huidige concertgangers. Want het was een groots concert. Ik heb van het Requiem van Dvorák weliswaar een cd-opname in de kast staan (Kertesz), maar die heb ik nog nooit beluisterd. Een ultiem meesterwerk bleek het niet te zijn, maar zoals het gisteravond werd uitgevoerd was het mooi, mooier, mooist! Ondanks enkele minieme uitglijdertjes bij een enkel orkestlid zat daar een werkelijk prachtig spelend orkest, waarvoor een solistenkwartet dat bewees dat een goede keuze van solisten tot hemelse combinaties leidt, en achter dat orkest een befaamd koor dat terecht tot de beroemdste koorensembles ter wereld gerekend wordt. En tja, het wordt haast saai, maar dat alles onder leiding van een dirigent die zo veelzijdig is en daarin welhaast permanent excelleert dat het bijna vanzelfsprekend lijkt. Voorafgaande aan het concert werd omgeroepen dat van de uitvoering een live-cd-opname zou worden gemaakt, en dat het publiek daarom werd verzocht stil te zijn (alsof dat niet de regel is). Mede daarom, maar volgens mij ook door de prachtig-zuivere uitvoering was het publiek muisstil. De uitvoering kan zo op de band wat mij betreft. Het was één uur en drie kwartier genieten van samenspel op het hoogst denkbare niveau, waarbij de afzonderlijke bijdragen eveneens een lust voor het oor bleken. Want dat grootse koor zong zuiver, slank en warm en soms ook lekker breed en vol. En dat solistenkwartet bestond uit vier topzangers; hoe fraai de dames daarvan ook zongen, mijn aandacht ging uit naar die lange blonde germaanse god met zijn zuiver kinderlijk-jeugdige stem en die misvormde nibelung-kobold met de fraaiste bas-bariton die ik ooit live hoorde. En dat KCO: ach ja, hoe gelukkiger kan een orkestminnend mens dan nog zijn...?