06 april 2026

Opera 10 maart 2026

Dinsdag 10 maart 2026, Teatro alla Scala Milaan
Teatro alla Scala

Wagner: Das Rheingold

Wotan - Nicholas Brownlee
Fricka - Okka von der Damerau
Loge - Norbert Ernst
Alberich - Olafur Sigurdarson
Mime - Wolfgang Ablinger-Sperrhacke
Erda - Christa Mayer
Fasolt - Jogmin Park
Fafner - Ain Anger
Froh - Siyabonga Maqungo
Donner - André Schuen
Woglinde - Polina Pastirchak
Wellgunde - Svetlina Stoyanova
Flosshilde - Virginie Verrez
Orchestra del Teatro alla Scala o.l.v. Simone Young

Ik verval in herhaling als ik beschrijf waarom ik hierheen ging, zie beter de weblog van de uitvoering van Götterdämmerung een maand hiervoor in de Scala (zie hier). Ik vind de Rheingold een geweldig stuk, het is Wagner op zijn gevarieerdst en onderhoudendst, en dat in wat volgens mij het meest lange onafgebroken klassieke-muziekstuk aller tijden is: tweeënhalf uur muziek zonder pauze of onderbreking. Ik hoorde het in Amsterdam minstens een keer of twaalf, steeds in de geweldige enscenering van Pierre Audi, daarvoor ooit een keer in Brussel in een suffe verplaatsing naar de nazi-tijd, en nu in de Scala in een zo partituurgetrouw mogelijke regie van David McVicar. Audi bracht de allerbeste: de handeling van de Rheingold begint op de bodem van de Rijn, gaat daarna naar de godenwereld helemaal in de hemel, en daarna weer naar de onderwereld onder die Rijnbodem... Audi beeldde het prachtig uit. McVicars regie was eenvoudiger, maar ook geloofwaardig (de reuzen Fasol en Fafner: subliem, zie de foto hierboven), en met ironische elementen. Ik snapte nu eindelijk de uitbeelding van het einde van de Götterdämmerung vorige maand: het goud werd verbeeld door een mimespeler, die door Alberich wordt geroofd en aan het einde van de Rheingold gepijnigd ronddoolt, en uiteindelijk aan het einde van Götterdämmerung weer mag zwemmen in de Rijn. Maar goed, het was uiteindelijk de uitvoering die mij en de hele Scalazaal tweeënhalf uur de adem ontnam. Hoofdzakelijk bejaard publiek, maar ik heb geen kuchje gehoord (en ik zat midden in de zaal). Logisch, want Simone Young leidde een uitvoering die klonk als een klok. Groots orkestspel, geweldige zangers en gedreven geacteerd. Zelfs de twee meest duffe rollen (Froh en Donner) waren subliem gecast. Een geweldige afsluiting van een hele Ring in de Scala binnen ruim een jaar, niet helemaal in de juiste volgorde, maar who cares. 

15 maart 2026

Concert 1 maart 2026

Zondag 1 maart 2026, Centro Cultural de Belém, Lissabon
Silvia Sequeira, sopraan
Maria Luisa de Freitas, mezzo-sopraan
Marco Alves dos Santas, tenor
Job Tomé, bariton
Coro do Teatro Nacional de São Carlos
Orquestra Sinfónica Portuguesa o.l.v. Graeme Jenkins

Mahler: Adagio uit Symfonie nr. 10
Mahler: Das klagende Lied

Een mooi programma met Mahlers officiële eerste en voltooide laatste werken; Das klagende Lied hoorde ik nooit eerder live. Ik recenseerde decennia geleden cd's voor de muziektijdschriften Disk en Luister, en voor de eerste eens een vergelijkende discografie van Das klagende Lied; ik heb er een stuk of vijf uitvoeringen van in mijn cd-kast staan maar beluisterde sindsdien geen van deze. Helaas was deze live-uitvoering (de volledige driedelige versie) erg teleurstellend. Dat lag vooral aan Jenkins; hij dirigeerde zoals ik hem herinner bij zijn gastoptredens bij de Nederlandse Opera begin jaren negentig: visieloos en zonder gedrevenheid. In 2021 en 2023 was hij hier in Lissabon beter op dreef (zie hier en hier) maar een niet erg sterk stuk als Das Klagende Lied heeft een dirigent nodig die alles en iedereen boven zichzelf kan laten uitstijgen, en dat heeft Jenkins niet in zich. Mahler componeerde het op zijn achttiende voor een wedstrijd (met Brahms in de jury) en wist er niet mee te winnen. Voor de pauze het openingsdeel uit de onvoltooide Tiende symfonie dat Mahler nog geheel wist te voltooien. Het is een ijzingwekkend deel dat voortborduurt op het Adagio uit de voorgaande Negende symfonie, maar ook een flinke stap verder in kilheid vormt. Ik hoorde de hele Tiende in Amsterdam enkele keren; jammer dat de live-uitvoering van Chailly met het KCO niet op cd is uitgebracht. De foto hierboven wordt beschouwd als de laatste foto van Mahler, op de boot terug vanuit Amerika naar Europa, april 1911. Vlak na aankomst in Wenen overleed hij, op 18 mei 1911.

08 maart 2026

Opera 17 februari 2026

Dinsdag 17 februari 2026, Teatro alla Scala Milaan
Teatro alla Scala

Wagner: Götterdämmerung

Siegfried - Klaus Florian Vogt
Brünnhilde - Camilla Nylund
Hagen - Günther Groissböck 
Alberich - Johannes Martin Kranzle
Gunther - Russell Braun
Gutrune - Olga Bezsmertna
Waltraute - Nina Stemme
Orchestro e choro del Teatro alla Scalla o.l.v. Simone Young

Vorig jaar als onderdeel van mijn Scala-abonnement naar de Walküre (hier) en Siegfried (hier), en voor het laatste deel van de Ring een los kaartje gekocht. Götterdämmerung is een zwaar stuk waarin ontzettend veel gebeurt, dat veel scènewisselingen telt en dat grandioze muziek bevat. In Amsterdam zag ik vele malen de Audi-Ring dus ik ken de Götterdämmerung eigenlijk heel goed. Toch eerst een kanttekening: ik vind het niet het sterkste deel uit de Ring, omdat het verloop van het verhaal deels rust op de Gibuchungen (Gunther en Gutrune), een heerser en zijn zus aan de Rijn. En daardoor wordt het mystieke uit de eerdere Ring-delen doorbroken. Maar goed, verder is het een opera vol fantastische muziek die hoge eisen stelt aan zangers, koor en orkest, en net als bij de Walküre en de Siegfried was er een geweldige cast gecontracteerd. Vogt en Nylund behoren tot de beste zangers voor Siegfried en Brünnhilde, en zelfs voor die scène van tien minuten met Waltraute was een grandioze zangeres ingehuurd; Nina Stemme zong werkelijk fantastisch en leverde het hoogtepunt van de avond. Maar ook Vogt en Nylund leverden een topprestatie. Simone Young verleidde het Scala-orkest wederom tot gloedvol spel; het is een toporkest. Ik schrijf dit een kleine vier weken na de voorstelling, en dacht dat de voorstellingen van de gehele Ring vorige en komende week volledig uitverkocht waren. Totdat ik ruim een week geleden op de Scala-website verzeild raakte en toch nog goede plaatsen voor Das Rheingold vond. Tja, dan toch maar de Ring voltooid; morgen naar Milaan en overmorgen rooft Alberich het goud en begint de ellende.

27 februari 2026

Musical-Opera 17 januari 2026

Zaterdag 17 januari 2026, Teatro Municipal de Ourém
Teatro Nacional de São Carlos

Weill: Johnny Johnson

Mia Henriques - Johnny Johnson
en vele andere solisten
Orchestra Sinfónica Portuguesa o.l.v. João Paulo Santos

Ik ging in mei vorig jaar naar de Scala in Milaan voor een Kurt Weill-triptych en dat was fantastisch, zie hier de weblog. Zoals ik in die weblog beschreef was dit de eerste echte kennismaking met de muziek van Kurt Weill. Meer Scala-bezoeken erna, en zelfs weer Amsterdam, maar in het nieuwe jaar opeens een nieuwsbrief van de São Carlos-opera uit Lissabon (het theater is in renovatie), dat ze een rondreis door Portugal zouden maken met een musical van Weill en dat ze ook Ourém zouden aandoen, een stadje op een half uur rijden van waar ik woon en waar er kennelijk een cultureel theater is. Ik ken Ourém omdat ik er vaak naar een fysiotherapeut ging na mijn heupoperaties, en de wekelijkse markt is er gigantisch. Maar niet dat er ook een prima cultureel centrum is dat op een zaterdagavond bijna uitverkocht bleek voor een Kurt Weill-musical: dat wist ik niet. Het stuk werd prima gebracht: orkest links op het podium, rechts ervan een verhoging en daarachter zaten de stuk of wat tien solisten die om beurten op de verhoging hun aandeel brachten. Een muzikaal komen en gaan, en alles in - kan ik inmiddels wel zeggen - typische Weill-stijl. Er werd prima gezongen en geacteerd, en meer dan goed gespeeld door het Portugees Symfonieorkest o.l.v. de dikbuikige maar scherp dirigerende Santos. Ik was met lokale vrienden, het duurde bijna twee uur zonder pauze, dronken vooraf een bekertje chocolademelk uit de machine, maar het was een heerlijke avond. 

07 januari 2026

Opera 26 december 2025

Zondag 26 december 2026, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Bellini: I Capuleti e i Montecchi

Romeo - Vasilisa Berzhanskaya
Giuletta - Yaritza Véliz
Capellio - Jerzy Butryn
Tebaldo - Julien Dran
Lorenzo - Bogdan Talos
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Antonino Fogliani

Met kerst was ik vier dagen in Nederland voor bezoek aan familie en vrienden, en tweede kerstdag zou een dag zonder afspraken zijn. Maar ik raakte een maand ervoor uiterst toevallig verzeild op de website van DNO en toen bleek dat er voor die dag nog voldoende kaarten voor deze Bellini-productie beschikbaar waren. Mijn goede vrienden C en I met wie ik ook naar Dresden was (zie hier en hier) bleken ook te kunnen en zo zaten we als 'gewoon' in het Muziektheater. Ik was er voor het laatst op 5 februari 2020 bij Nabucco (zie hier). Daarna brak de coronacrisis uit, en een jaar later verhuisde in naar Portugal. Het werd een grandioos weerzien, want deze productie van Bellini's verklanking van het Romeo-en-Juliaverhaal werd werkelijk fantastisch gespeeld en gezongen. Niet alleen de twee hoofdrollen waren uitmuntend gecast, ook de drie 'bijrollen' bleken uitzonderlijk goed. Berzhanskaya hoorde ik afgelopen juni in de Scala van Milaan als Adalgisa in Norma (zie hier) en Véliz was een onbekende voor me, maar beiden zongen adembenemend mooi - Bellini kon zich geen beter liefdespaar wensen. Van de drie 'bijrollen' kreeg alleen Tebaldo een aria toebedeeld, aan het begin van de opera, en Dran deed meteen de oren spitsen. Jammer dat Capellio en Lorenzo geen aria's hadden, want Butryn en Talos hadden daar zeker iets prachtigs van gemaakt. Koor en orkest waren in topvorm. In de recensies van deze productie werd de enscenering door Tatjana Gürbaca flink bekritiseerd, maar ik had er allerminst moeite mee. De draaischijf paste prima, en er werd van alles uitgebeeld dat veelal te plaatsen was. DNO liet zich deze middag weer van zijn allerbeste kant zien! Ik ben bezig alle opera's van Verdi te doorgronden (zie hier en hier), maar Bellini verdient eveneens studie. Wat een prachtige muziek schreef hij toch - je hoort bij iedere melodie meteen dat het Bellini is.
Na de opera volgde nog een geweldig kerstdiner met C en I en familie - soms kan het allemaal niet op.