Zondag 30 juli 2017, Concertgebouw Amsterdam
Leo van Doeselaar, orgel
Bach: Toccata, adagio en fuga BWV 564
Beethoven: Adagio WoO 33/1
Mendelssohn: 2 delen uit Symfonie nr. 5
De Klerk: Passacaglia
De Klerk: Toccata
Widor: 3 delen uit Symfonie nr. 5
Twee jaar geleden speelde Van Doeselaar - o.a. huisorganist van het Concertgebouw - een solorecital (zie hier de weblog) en nu een herhaling van dat recept. Naast het orgel een groot videoscherm en camera, gericht op de handen en voeten van de organist. Van Doeselaar had een gevarieerd programma samengesteld, met bekende en onbekende stukken, van klassiek tot relatief modern. Van Mendelssohns Reformatie-symfonie maakte William Thomas Best een transcriptie voor orgel, en Van Doeselaar speelde daarvan het derde en vierde deel. Bekende muziek in een geheel andere setting - het klonk grandioos. Charles-Marie Widor schreef 10 symfonieën voor orgel, en de Vijfde is verreweg het bekendst - of eigenlijk alleen het slotdeel daarvan. Dat is inderdaad een heerlijk stuk, maar ook het tweede en vierde deel dat Van Doeselaar uit deze symfonie speelde mochten er zijn. gewoon lekker, zo'n uur orgel in de Grote Zaal op een regenachtige zondagmiddag.
Sinds 2006 beschrijf ik hier alle concerten en operavoorstellingen die ik heb bezocht.
31 augustus 2017
31 juli 2017
Opera 9 juni & 2 juli 2017
Vrijdag 9 juni en zondag 2 juli 2017, Het Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
R. Strauss: Salome
Salome - Malyn Byström
Herodes - Lance Ryan
Herodias - Doris Soffel
Jochanaan - Evgeny Nikitin
Narraboth - Peter Sonn
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Twee keer naar Salome, naar de première en naar de voorlaatste voorstelling van de reeks. Na de première was ik nog niet helemaal overtuigd van zowel de enscenering en de uitvoering. De uitbeelding door Ivo van Hove vond ik een beetje eendimensionaal: het grote zwarte toneel en daarachter het steeds kleiner wordende deel van het paleis van Herodes. De symboliek was duidelijk genoeg, maar het was wel erg zwart allemaal. Er stonden goede zangers op het toneel, en Malyn Byström is visueel een ideale Salome en vocaal overtuigend genoeg, maar ze leek wel steeds tegen het randje van haar kunnen te zingen. Evgeny Nikitin, Lance Ryan en Peter Sonn zongen prima, maar de echte ster van de avond was voor mij toch Doris Soffel, die ook bij de vorige reeks in 2009 Herodias zong (zie hier en hier), en nu alle subtiliteiten van haar rol liet horen en zien. Het Koninklijk Concertgebouworkest in de bak van het Muziektheater is natuurlijk pure weelde en het klonk allemaal geweldig, maar bij de première vond ik de tempi van Gatti aan de lage kant. De Dans van de 7 sluiers klonk prachtig maar miste extase. Enfin, een fraaie maar niet overweldigende Salome. Drie weken later vond ik de vocale prestaties beter; het leek alsof Byström zelfverzekerder zong en ook Lance Ryan klonk natuurlijker. Het KCO speelde wederom grandioos; Gatti is een theaterdier en wist zijn orkest er helemaal in mee te krijgen. En tja, wat een meesterwerk van die rare Richard!
De Nationale Opera
R. Strauss: Salome
Salome - Malyn Byström
Herodes - Lance Ryan
Herodias - Doris Soffel
Jochanaan - Evgeny Nikitin
Narraboth - Peter Sonn
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Twee keer naar Salome, naar de première en naar de voorlaatste voorstelling van de reeks. Na de première was ik nog niet helemaal overtuigd van zowel de enscenering en de uitvoering. De uitbeelding door Ivo van Hove vond ik een beetje eendimensionaal: het grote zwarte toneel en daarachter het steeds kleiner wordende deel van het paleis van Herodes. De symboliek was duidelijk genoeg, maar het was wel erg zwart allemaal. Er stonden goede zangers op het toneel, en Malyn Byström is visueel een ideale Salome en vocaal overtuigend genoeg, maar ze leek wel steeds tegen het randje van haar kunnen te zingen. Evgeny Nikitin, Lance Ryan en Peter Sonn zongen prima, maar de echte ster van de avond was voor mij toch Doris Soffel, die ook bij de vorige reeks in 2009 Herodias zong (zie hier en hier), en nu alle subtiliteiten van haar rol liet horen en zien. Het Koninklijk Concertgebouworkest in de bak van het Muziektheater is natuurlijk pure weelde en het klonk allemaal geweldig, maar bij de première vond ik de tempi van Gatti aan de lage kant. De Dans van de 7 sluiers klonk prachtig maar miste extase. Enfin, een fraaie maar niet overweldigende Salome. Drie weken later vond ik de vocale prestaties beter; het leek alsof Byström zelfverzekerder zong en ook Lance Ryan klonk natuurlijker. Het KCO speelde wederom grandioos; Gatti is een theaterdier en wist zijn orkest er helemaal in mee te krijgen. En tja, wat een meesterwerk van die rare Richard!
27 juni 2017
Concert 8 juni 2017
Donderdag 8 juni 2017, Concertgebouw Amsterdam
Sächsische Staatskapelle Dresden o.l.v. Daniel Harding
Matthias Goerne, bariton
Mahler: Blumine
Mahler: Kindertotenlieder
Dvorák: Symfonie nr. 8
Een op papier wat karig programma – volgens het programmablad Preludium zou het concert ruim voor tien uur afgelopen zijn – maar het viel in de praktijk alleszins mee. De Staatskapelle uit Dresden is een geroutineerd orkest dat – evenals de Wiener Philharmoniker – in de eerste plaats een operaorkest is, en daarnaast een aantal concertprogramma’s speelt. Voor de pauze eerst het zoete Blumine, dat Mahler ooit als deel voor zijn Eerste symfonie had bedacht, maar het eruit schrapte. Matthias Goerne is een geweldige bariton, en de door hem uit het hoofd gezongen Kindertotenlieder hoorde ik nog nooit zo mooi en vol inlevingsvermogen. Na de pauze een uitbundige Achtste symfonie van Dvorak, feilloos en weelderig gespeeld onder de kundige leiding van Daniel Harding. Het werd uiteindelijk iets na tien uur dat ik buiten stond; precies goed.
Sächsische Staatskapelle Dresden o.l.v. Daniel Harding
Matthias Goerne, bariton
Mahler: Blumine
Mahler: Kindertotenlieder
Dvorák: Symfonie nr. 8
Een op papier wat karig programma – volgens het programmablad Preludium zou het concert ruim voor tien uur afgelopen zijn – maar het viel in de praktijk alleszins mee. De Staatskapelle uit Dresden is een geroutineerd orkest dat – evenals de Wiener Philharmoniker – in de eerste plaats een operaorkest is, en daarnaast een aantal concertprogramma’s speelt. Voor de pauze eerst het zoete Blumine, dat Mahler ooit als deel voor zijn Eerste symfonie had bedacht, maar het eruit schrapte. Matthias Goerne is een geweldige bariton, en de door hem uit het hoofd gezongen Kindertotenlieder hoorde ik nog nooit zo mooi en vol inlevingsvermogen. Na de pauze een uitbundige Achtste symfonie van Dvorak, feilloos en weelderig gespeeld onder de kundige leiding van Daniel Harding. Het werd uiteindelijk iets na tien uur dat ik buiten stond; precies goed.
25 juni 2017
Operarecital 4 juni 2017
Zondag 4 juni 2017, Concertgebouw Amsterdam
Residentie Orkest o.l.v. Jochen Rieder
Jonas Kaufmann, tenor
Eva-Maria Westbroek, sopraan
Verdi: Preludio uit Aida
Verdi: Uit Aida: Se quel guerrier io fossi!... Celeste Aida
Verdi: Ouverture Le forza del destino
Verdi: Uit La forza del destino: La vita è inferno all'infelice
Verdi: Uit Don Carlo: Tu che le vanità
Verdi: Preludio uit Otello
Verdi: Uit Otello: Gia nella notte densa
Wagner: Ouverture Rienzi
Wagner: Uit Die Walküre: akte 1, 3e scène
Tja, dat krijg je dan als je zelden of nooit nieuwe cd's koopt en ook nooit naar de radio luistert. Dan mis je de nieuwe sterren aan het operafirmament. Vrienden hadden me al verteld dat Jonas Kaufmann toch echt de grote stertenor van deze tijd is, maar ik heb geen cd-opname van hem en bij DNO komt hij ook niet. Dit Holland Festival-recital bood dus een prima gelegenheid om hem eens in het echt en voor het eerst te horen. En ja, het kostte een paar centen, maar het publiek kreeg dat ruimschoots vergoed in een weergaloos gezongen recital. Kaufmann had er duidelijk zin in, en zijn openingsaria uit Aida zette meteen de toon. De slotnoot hoort pianissimo gezongen te worden, maar geen van de grote namen uit mijn cd-kast doen dat. Kaufmann wél; hoe geweldig! Ook Westbroek - bepaald geen goedkope also starring-artiest - zong zich overtuigend los in Tu che le vanità. Maar het echte vuurwerk van dit recital boden de twee lange duet-scènes uit Otello en Die Walküre. Tja, zo hoor je ze zelden of nooit. Ik heb eens met een vriend al onze Walküre-opnames naast elkaar gelegd en met een stopwatch de lengte van de verschillende Wälses gemeten. Lauritz Melchior kwam twee keer achter elkaar tot een seconde of tien; Kaufmann ging hier dik overheen. Het slot van deze eerste akte Walküre was extatisch: twee geweldige stemmen die hun gezamenlijke triomfen in de grote operahuizen even dunnetjes wilden overdoen, en zongen en acteerden alsof ze in de beste Wagner-enscenering zaten. Goed gespeelde ouvertures door het Residentie Orkest en Kaufmann-dirigent Rieder, inclusief een rare Preludio uit Otello, die niet in de definitieve versie van de opera zit maar wel aan Verdi (als probeersel?) wordt toegeschreven. Een geweldig concert.
Residentie Orkest o.l.v. Jochen Rieder
Jonas Kaufmann, tenor
Eva-Maria Westbroek, sopraan
Verdi: Preludio uit Aida
Verdi: Uit Aida: Se quel guerrier io fossi!... Celeste Aida
Verdi: Ouverture Le forza del destino
Verdi: Uit La forza del destino: La vita è inferno all'infelice
Verdi: Uit Don Carlo: Tu che le vanità
Verdi: Preludio uit Otello
Verdi: Uit Otello: Gia nella notte densa
Wagner: Ouverture Rienzi
Wagner: Uit Die Walküre: akte 1, 3e scène
Tja, dat krijg je dan als je zelden of nooit nieuwe cd's koopt en ook nooit naar de radio luistert. Dan mis je de nieuwe sterren aan het operafirmament. Vrienden hadden me al verteld dat Jonas Kaufmann toch echt de grote stertenor van deze tijd is, maar ik heb geen cd-opname van hem en bij DNO komt hij ook niet. Dit Holland Festival-recital bood dus een prima gelegenheid om hem eens in het echt en voor het eerst te horen. En ja, het kostte een paar centen, maar het publiek kreeg dat ruimschoots vergoed in een weergaloos gezongen recital. Kaufmann had er duidelijk zin in, en zijn openingsaria uit Aida zette meteen de toon. De slotnoot hoort pianissimo gezongen te worden, maar geen van de grote namen uit mijn cd-kast doen dat. Kaufmann wél; hoe geweldig! Ook Westbroek - bepaald geen goedkope also starring-artiest - zong zich overtuigend los in Tu che le vanità. Maar het echte vuurwerk van dit recital boden de twee lange duet-scènes uit Otello en Die Walküre. Tja, zo hoor je ze zelden of nooit. Ik heb eens met een vriend al onze Walküre-opnames naast elkaar gelegd en met een stopwatch de lengte van de verschillende Wälses gemeten. Lauritz Melchior kwam twee keer achter elkaar tot een seconde of tien; Kaufmann ging hier dik overheen. Het slot van deze eerste akte Walküre was extatisch: twee geweldige stemmen die hun gezamenlijke triomfen in de grote operahuizen even dunnetjes wilden overdoen, en zongen en acteerden alsof ze in de beste Wagner-enscenering zaten. Goed gespeelde ouvertures door het Residentie Orkest en Kaufmann-dirigent Rieder, inclusief een rare Preludio uit Otello, die niet in de definitieve versie van de opera zit maar wel aan Verdi (als probeersel?) wordt toegeschreven. Een geweldig concert.
13 juni 2017
Opera 25 mei 2017
Donderdag 25 mei 2017, Opéra Bastille Parijs
Opéra national de Paris
Tsjaikovski: Jevgeny Onegin
Tatjana - Anna Netrebko
Jevgeny Onegin - Peter Mattei
Olga - Varduhi Abrahamyan
Lenski - Pavel Cernoch
Madama Larina - Elena Zaremba
Filipievna - Hanna Schwarz
Gremin - Alexander Tsymbalyuk
Orchestre et Choeurs de l'Opéra national de Paris o.l.v. Edward Gardner
Een flinke samenloop van omstandigheden bracht mij voor het eerst naar de Opéra Bastille in Parijs: ik moest voor werk naar Parijs en bleef er het aansluitende Hemelvaartweekend dat op donderdag begon, geliefde kwam over en mijn goede vriend met wie ik ongeveer de helft van alle concerten en opera's bezoek, ging dat lange weekend toevallig naar zijn zus die in de buurt woont en die ik nog van vroeger ken... Enfin, zo zaten we met zijn allen ademloos te luisteren naar deze prachtopera gezongen door een droomcast, aangevoerd door Anna Netrebko, die ik twee jaar geleden voor het eerst live hoorde in La Bohème in Covent Garden (zie hier de weblog), en van wie ik ooit haar debuut-cd kocht en sindsdien de briefscène uit Yevgeny Onegin nooit mooier gezongen hoorde dan op deze cd. Tot deze avond, want na een kleine twintig jaar is haar stem er bepaald niet slechter op geworden en sloeg ze die gehele grote Bastille-operazaal volledig uit het veld met een autoriteit die je zelden meemaakt. Hoe stil het publiek ervoor ook was: na de slotnoot van die briefscène volgde een minutenlang applaus van jewelste. Ook die grandioze slotscène waarin Tatjana Onegin de les leest had een enorme kracht. Peter Mattei deed nauwelijks voor Netrebko onder. Zijn glanzende soepele bariton klonk werkelijk fantastisch. Cernoch en Tsymbalyuk voldeden uitstekend als Lenski en Gremin, en tja: met Raúl Giménez als Triquet en Hanna Schwarz als huishoudster werd even de oude zangtraditie uit de vorige eeuw binnengebracht. Het scherp en adequaat spelend orkest en de enscenering van Willy Decker maakte het genoegen compleet. Eén toneelbeeld, maar alle zeven scènes kregen een logische uitbeelding. Weinig regisseurs die dat voor elkaar krijgen. Na de opera zaten we gezessen tot ver na middernacht na te genieten met champagne, slakken, vlees, vis en chablis.
Opéra national de Paris
Tsjaikovski: Jevgeny Onegin
Tatjana - Anna Netrebko
Jevgeny Onegin - Peter Mattei
Olga - Varduhi Abrahamyan
Lenski - Pavel Cernoch
Madama Larina - Elena Zaremba
Filipievna - Hanna Schwarz
Gremin - Alexander Tsymbalyuk
Orchestre et Choeurs de l'Opéra national de Paris o.l.v. Edward Gardner
Een flinke samenloop van omstandigheden bracht mij voor het eerst naar de Opéra Bastille in Parijs: ik moest voor werk naar Parijs en bleef er het aansluitende Hemelvaartweekend dat op donderdag begon, geliefde kwam over en mijn goede vriend met wie ik ongeveer de helft van alle concerten en opera's bezoek, ging dat lange weekend toevallig naar zijn zus die in de buurt woont en die ik nog van vroeger ken... Enfin, zo zaten we met zijn allen ademloos te luisteren naar deze prachtopera gezongen door een droomcast, aangevoerd door Anna Netrebko, die ik twee jaar geleden voor het eerst live hoorde in La Bohème in Covent Garden (zie hier de weblog), en van wie ik ooit haar debuut-cd kocht en sindsdien de briefscène uit Yevgeny Onegin nooit mooier gezongen hoorde dan op deze cd. Tot deze avond, want na een kleine twintig jaar is haar stem er bepaald niet slechter op geworden en sloeg ze die gehele grote Bastille-operazaal volledig uit het veld met een autoriteit die je zelden meemaakt. Hoe stil het publiek ervoor ook was: na de slotnoot van die briefscène volgde een minutenlang applaus van jewelste. Ook die grandioze slotscène waarin Tatjana Onegin de les leest had een enorme kracht. Peter Mattei deed nauwelijks voor Netrebko onder. Zijn glanzende soepele bariton klonk werkelijk fantastisch. Cernoch en Tsymbalyuk voldeden uitstekend als Lenski en Gremin, en tja: met Raúl Giménez als Triquet en Hanna Schwarz als huishoudster werd even de oude zangtraditie uit de vorige eeuw binnengebracht. Het scherp en adequaat spelend orkest en de enscenering van Willy Decker maakte het genoegen compleet. Eén toneelbeeld, maar alle zeven scènes kregen een logische uitbeelding. Weinig regisseurs die dat voor elkaar krijgen. Na de opera zaten we gezessen tot ver na middernacht na te genieten met champagne, slakken, vlees, vis en chablis.
Concert 17 mei 2017
Woensdag 17 mei 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jaap van Zweden
Denis Kozhukhin, piano
Prokofiev: Pianoconcert nr. 3
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 8
Met de aanstelling van Jaap van Zweden als de nieuwe chefdirigent van de New York Philharmonic (vanaf 2018) is hij helemaal 'hot' en kon een rentree bij het KCO niet uitblijven. De laatste keer dat hij het orkest dirigeerde was in 2008 (zie hier de weblog). Zijn Wagner-opera's in de zaterdagmatinee maakten duidelijk dat hij zijn vak verstaat; ik was dan ook heel benieuwd naar zijn optreden met het orkest waar hij lange tijd als concertmeester in meespeelde. Het viel me echter een beetje tegen. Het klonk allemaal uiterst verzorgd en precies, maar ik miste bezieling en spanning. In het Derde pianoconcert van Prokofiev leek en klonk het alsof Van Zweden en Kozhukhin totaal niets met elkaar hadden, en dat ze vooraf hadden afgesproken dat ze zo gelijk mogelijk zouden spelen, en dat voor de rest ieder voor zich zou gaan. Na de pauze een secuur gespeelde Achtste van Sjostakovitsj; het klonk allemaal prachtig, maar vooral ook een beetje hard en eendimensionaal. Van Zweden speelde een beetje teveel op safe. In de VS vinden ze dat misschien allemaal geweldig, maar ik had meer diepgang verwacht.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jaap van Zweden
Denis Kozhukhin, piano
Prokofiev: Pianoconcert nr. 3
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 8
Met de aanstelling van Jaap van Zweden als de nieuwe chefdirigent van de New York Philharmonic (vanaf 2018) is hij helemaal 'hot' en kon een rentree bij het KCO niet uitblijven. De laatste keer dat hij het orkest dirigeerde was in 2008 (zie hier de weblog). Zijn Wagner-opera's in de zaterdagmatinee maakten duidelijk dat hij zijn vak verstaat; ik was dan ook heel benieuwd naar zijn optreden met het orkest waar hij lange tijd als concertmeester in meespeelde. Het viel me echter een beetje tegen. Het klonk allemaal uiterst verzorgd en precies, maar ik miste bezieling en spanning. In het Derde pianoconcert van Prokofiev leek en klonk het alsof Van Zweden en Kozhukhin totaal niets met elkaar hadden, en dat ze vooraf hadden afgesproken dat ze zo gelijk mogelijk zouden spelen, en dat voor de rest ieder voor zich zou gaan. Na de pauze een secuur gespeelde Achtste van Sjostakovitsj; het klonk allemaal prachtig, maar vooral ook een beetje hard en eendimensionaal. Van Zweden speelde een beetje teveel op safe. In de VS vinden ze dat misschien allemaal geweldig, maar ik had meer diepgang verwacht.
Concert 14 mei 2017
Zondag 14 mei 2017, Concertgebouw Amsterdam
Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Bach: Cantate Mit Fried und Freud ich fahr dahin, BWV125
Bach: Mis in A, BWV234
Bach: Cantate Ein feste Burg ist unser Gott, BWV80
Om de paar jaar komt Herreweghe naar het Concertgebouw om met zijn eigen koor en orkest Bach-cantates uit te voeren. In 2014 was dat voor het laatst, zie hier de weblog. Deze keer drie stukken die ik regelmatig op cd of ipod beluister - ze zitten vast geprogrammeerd in mijn geheugen. Alledrie hebben een aria, koor of fragment die je in ultieme gelukzaligheid brengt. In de Mis in A is dat voor mij dat mysterieuze Christe eleison uit het Kyrie, in de Cantate BWV125 de onnavolgbaar mooie aria 'Ich will auch mit gebrochnen Augen', en in de Cantate BWV80 de meesterlijke orkestrale inleiding en afsluiting van de bas/sopraan-aria 'Alles, was von Gott geboren'. Er is in deze werken natuurlijk nog veel meer onnavolgbaar moois te horen, maar bij deze delen ga ik even helemaal rechtop zitten. Herreweghe en zijn formatie behoeven geen verder betoog; zij zijn voor mij de ideale Bach-vertolkers. Het is allemaal gebalanceerd, vloeiend en uiterst muzikaal. En vooral nergens routineus. In het najaar terug in het Concertgebouw met de Mariavespers van Monteverdi. De foto van Herreweghe hierboven is van Wouter Maeckelberghe; die mag genoemd!
Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Bach: Cantate Mit Fried und Freud ich fahr dahin, BWV125
Bach: Mis in A, BWV234
Bach: Cantate Ein feste Burg ist unser Gott, BWV80
Om de paar jaar komt Herreweghe naar het Concertgebouw om met zijn eigen koor en orkest Bach-cantates uit te voeren. In 2014 was dat voor het laatst, zie hier de weblog. Deze keer drie stukken die ik regelmatig op cd of ipod beluister - ze zitten vast geprogrammeerd in mijn geheugen. Alledrie hebben een aria, koor of fragment die je in ultieme gelukzaligheid brengt. In de Mis in A is dat voor mij dat mysterieuze Christe eleison uit het Kyrie, in de Cantate BWV125 de onnavolgbaar mooie aria 'Ich will auch mit gebrochnen Augen', en in de Cantate BWV80 de meesterlijke orkestrale inleiding en afsluiting van de bas/sopraan-aria 'Alles, was von Gott geboren'. Er is in deze werken natuurlijk nog veel meer onnavolgbaar moois te horen, maar bij deze delen ga ik even helemaal rechtop zitten. Herreweghe en zijn formatie behoeven geen verder betoog; zij zijn voor mij de ideale Bach-vertolkers. Het is allemaal gebalanceerd, vloeiend en uiterst muzikaal. En vooral nergens routineus. In het najaar terug in het Concertgebouw met de Mariavespers van Monteverdi. De foto van Herreweghe hierboven is van Wouter Maeckelberghe; die mag genoemd!
21 mei 2017
Concert 9 mei 2017
Dinsdag 9 mei 2017, Concertgebouw Amsterdam
Orchestra dell'Accademia Nazionale di Santa Cecilia o.l.v. Antonio Pappano
Yuja Wang, piano
Rossini: Ouverture Le siège de Corinthe
Tsjaikovski: Pianoconcert nr. 1
Respighi: Fontane di Roma
Respighi: Feste Romane
Acht jaar geleden hoorde ik het beste Italiaanse symfonieorkest ook al eens, ook toen o.l.v. Pappano, en dat was een geweldig concert (zie hier de weblog). Mijn verzuchting van toen werd verhoord: nu wel met een Italiaanse ouverture en Respighi! De Rossini-ouverture ken ik van een opname door het KCO en Chailly, en Pappano gaf er in de zaal een spetterende uitvoering van. Het is bepaald geen eenvoudig stuk, maar het orkest speelde uiterst precies en gedreven. Ik kan me niet herinneren of, en zo ja wanneer ik het Eerste pianoconcert van Tsjaikovski live gehoord heb. Hoe dan ook, ik ken het stuk door en door van cd, en nu dan in de concertzaal met sterpianiste Yuja Wang. Een fragiel dametje, en zoals altijd wat pikant gekleed. Maar achter de piano speelt ze als een klavierleeuw. Ik zat op het podium, maar de balans met het orkest was prima. Wang en Pappano gingen er stevig in, maar dit concert kan dat goed hebben. Na de pauze twee van de drie Romeinse schilderingen van Respighi. Pappano liet de delen en beide stukken zonder onderbreking in elkaar overgaan. Ik vind het geweldige muziek. Respighi is misschien niet een componist die tot de absolute top gerekend kan worden, maar hij heeft een unieke klankkleur, geholpen door een rijke instrumentatie en grote verschillen in dynamiek. Het Romeinse orkest speelde een kleine honderd jaar geleden ook de premières ervan, dus dit orkest wist er wel raad mee. Zowel Wang als Pappano trakteerde de zaal op twee toegiften.
Yuja Wang, piano
Rossini: Ouverture Le siège de Corinthe
Tsjaikovski: Pianoconcert nr. 1
Respighi: Fontane di Roma
Respighi: Feste Romane
Acht jaar geleden hoorde ik het beste Italiaanse symfonieorkest ook al eens, ook toen o.l.v. Pappano, en dat was een geweldig concert (zie hier de weblog). Mijn verzuchting van toen werd verhoord: nu wel met een Italiaanse ouverture en Respighi! De Rossini-ouverture ken ik van een opname door het KCO en Chailly, en Pappano gaf er in de zaal een spetterende uitvoering van. Het is bepaald geen eenvoudig stuk, maar het orkest speelde uiterst precies en gedreven. Ik kan me niet herinneren of, en zo ja wanneer ik het Eerste pianoconcert van Tsjaikovski live gehoord heb. Hoe dan ook, ik ken het stuk door en door van cd, en nu dan in de concertzaal met sterpianiste Yuja Wang. Een fragiel dametje, en zoals altijd wat pikant gekleed. Maar achter de piano speelt ze als een klavierleeuw. Ik zat op het podium, maar de balans met het orkest was prima. Wang en Pappano gingen er stevig in, maar dit concert kan dat goed hebben. Na de pauze twee van de drie Romeinse schilderingen van Respighi. Pappano liet de delen en beide stukken zonder onderbreking in elkaar overgaan. Ik vind het geweldige muziek. Respighi is misschien niet een componist die tot de absolute top gerekend kan worden, maar hij heeft een unieke klankkleur, geholpen door een rijke instrumentatie en grote verschillen in dynamiek. Het Romeinse orkest speelde een kleine honderd jaar geleden ook de premières ervan, dus dit orkest wist er wel raad mee. Zowel Wang als Pappano trakteerde de zaal op twee toegiften.
Concert 3 mei 2017
Woensdag 3 mei 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-Whun Chung
Isabelle Faust, viool
Brahms: Vioolconcert
Beethoven: Symfonie nr. 3 'Eroica'
Een klassiek programma, waarbij de aanvankelijk gecontracteerde Leonidas Kavakos moest afzeggen en door Isabelle Faust werd vervangen. Kavakos speelde het Brahmsconcert een kleine drie jaar geleden al bij het KCO, toen o.l.v. Jansons (zie hier de weblog). Faust bleek een uitstekend alternatief. Ze speelde het concert meer lyrisch dan krachtig en benadrukte daarmee de intiemere eigenschappen van het stuk. Ach, dat Brahmsconcert is zo geweldig dat je er meerdere kanten mee op kunt. Na de pauze een ogenschijnlijk traditionele uitvoering van Beethovens Eroica-symfonie. De Parool-recensent verwoordde daags na het concert treffend het karakter van de uitvoering: het klonk allemaal zo vanzelfsprekend dat alleen een heel goede dirigent zoiets bij zulke bekende muziek voor elkaar krijgt. De marcia funebre klonk prachtig gedragen, het scherzo uiterst precies en het slotdeel joviaal. Ik schreef het al eerder hier, maar die Chung is een erg goede dirigent die wat mij betreft vaker mag komen dan steeds om de twee, drie jaar.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-Whun Chung
Isabelle Faust, viool
Brahms: Vioolconcert
Beethoven: Symfonie nr. 3 'Eroica'
Een klassiek programma, waarbij de aanvankelijk gecontracteerde Leonidas Kavakos moest afzeggen en door Isabelle Faust werd vervangen. Kavakos speelde het Brahmsconcert een kleine drie jaar geleden al bij het KCO, toen o.l.v. Jansons (zie hier de weblog). Faust bleek een uitstekend alternatief. Ze speelde het concert meer lyrisch dan krachtig en benadrukte daarmee de intiemere eigenschappen van het stuk. Ach, dat Brahmsconcert is zo geweldig dat je er meerdere kanten mee op kunt. Na de pauze een ogenschijnlijk traditionele uitvoering van Beethovens Eroica-symfonie. De Parool-recensent verwoordde daags na het concert treffend het karakter van de uitvoering: het klonk allemaal zo vanzelfsprekend dat alleen een heel goede dirigent zoiets bij zulke bekende muziek voor elkaar krijgt. De marcia funebre klonk prachtig gedragen, het scherzo uiterst precies en het slotdeel joviaal. Ik schreef het al eerder hier, maar die Chung is een erg goede dirigent die wat mij betreft vaker mag komen dan steeds om de twee, drie jaar.
14 mei 2017
Opera 30 april 2017
Zondag 30 april 2017, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
Raskatov: A dog's heart
Filip Filippovitsj - Sergei Leiferkus
Bormental - Ville Rusanen
Sjarikov - Peter Hoare
Darja - Elena Vassilieva
Zina - Nancy Allen Lundy
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Martyn Brabbins
Deze opera van Alexander Raskatov, gebaseerd op het surrealistische verhaal van Michael Boelgakov, ging in 2010 bij DNO in première, maar ik liet dat toen aan mij voorbijgaan. De recensies toen en nu, en berichten van vrienden dat dit een wel heel erg geslaagde productie is, deden me besluiten een los kaartje te kopen. Ik verwachtte daardoor misschien een nog grotere impact, maar inderdaad: dit is een fantastische opera en enscenering. In het verhaal maakt de professor een mens van een straathond, maar die blijkt zich dan zeer onaangenaam te gedragen. Uiteindelijk maakt de professor er maar weer een hond van. Boelgakov schreef het maatschappijkritische stuk ergens in de jaren twintig van de vorige eeuw, dat door de Sovjet-autoriteiten meteen verboden werd. Pas in de jaren zeventig werd het voor het eerst gepubliceerd. De muziek is modern, en soms wat grotesk, en werd subliem gespeeld en gezongen. Sergei Leiferkus droeg de voorstelling; wat een autoriteit en kracht weet hij op zijn 70ste nog te bieden! Peter Hoare als de vermenselijkte hond en Nancy Allen Lundy als huishoudster leverden eveneens een topprestatie. Het Nederlands Kamerorkest speelde vlekkeloos. De enscenering van regisseur Simon McBurney lijkt zowat meegecomponeerd door Raskatov, zo natuurlijk en logisch steekt deze in elkaar. Het publiek beloonde zangers en orkest op ovationeel applaus; ook de componist verscheen op het podium en werd luid toegejuicht. Een aparte maar geweldige operaervaring.
De Nationale Opera
Raskatov: A dog's heart
Filip Filippovitsj - Sergei Leiferkus
Bormental - Ville Rusanen
Sjarikov - Peter Hoare
Darja - Elena Vassilieva
Zina - Nancy Allen Lundy
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Martyn Brabbins
Deze opera van Alexander Raskatov, gebaseerd op het surrealistische verhaal van Michael Boelgakov, ging in 2010 bij DNO in première, maar ik liet dat toen aan mij voorbijgaan. De recensies toen en nu, en berichten van vrienden dat dit een wel heel erg geslaagde productie is, deden me besluiten een los kaartje te kopen. Ik verwachtte daardoor misschien een nog grotere impact, maar inderdaad: dit is een fantastische opera en enscenering. In het verhaal maakt de professor een mens van een straathond, maar die blijkt zich dan zeer onaangenaam te gedragen. Uiteindelijk maakt de professor er maar weer een hond van. Boelgakov schreef het maatschappijkritische stuk ergens in de jaren twintig van de vorige eeuw, dat door de Sovjet-autoriteiten meteen verboden werd. Pas in de jaren zeventig werd het voor het eerst gepubliceerd. De muziek is modern, en soms wat grotesk, en werd subliem gespeeld en gezongen. Sergei Leiferkus droeg de voorstelling; wat een autoriteit en kracht weet hij op zijn 70ste nog te bieden! Peter Hoare als de vermenselijkte hond en Nancy Allen Lundy als huishoudster leverden eveneens een topprestatie. Het Nederlands Kamerorkest speelde vlekkeloos. De enscenering van regisseur Simon McBurney lijkt zowat meegecomponeerd door Raskatov, zo natuurlijk en logisch steekt deze in elkaar. Het publiek beloonde zangers en orkest op ovationeel applaus; ook de componist verscheen op het podium en werd luid toegejuicht. Een aparte maar geweldige operaervaring.
Concert 20 april 2017
Donderdag 20 april 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Jörgen van Rijen, trombone
Bartók: Hongaarse schetsen
MacMillan: Tromboneconcert
Dvorák: Symfonie nr. 7
Solotrombonist Van Rijen zat eens tijdens een etentje naast de componist James MacMillan, die al vaker werk voor het KCO schreef. Van Rijen vroeg hem een concert voor hem te schrijven; deze avond was de wereldpremière. Geen eenvoudig stuk om te spelen, maar ook de luisteraar werd het niet gemakkelijk gemaakt. Het werk is een soort allegaartje aan moderne muziakstijlen, maar het boeide alleszins. Er zaten ook drie trombonisten in het orkest, en MacMillan had voor hen ook een speciale rol weggelegd; aan het einde van het stuk speelden de solist en zijn drie orkestcollega's vrolijk toeterend een vraag- en antwoordspel. Geen muziek voor de eeuwigheid, maar het klonk allemaal fraai. Daarvoor een kort opwarmertje met vijf korte stukjes van Bartók. Na de pauze Dvoráks Zevende die ik door en door ken, maar niet zo aantrekkelijk vind als zijn Achtste en Negende. In de eerste twee delen komen de melodieën maar heel moeizaam los; de twee slotdelen vind ik beter geslaagd. Fischer gaf alles het volle pond. De foto hierboven werd door Van Rijen zelf gemaakt.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Jörgen van Rijen, trombone
Bartók: Hongaarse schetsen
MacMillan: Tromboneconcert
Dvorák: Symfonie nr. 7
Solotrombonist Van Rijen zat eens tijdens een etentje naast de componist James MacMillan, die al vaker werk voor het KCO schreef. Van Rijen vroeg hem een concert voor hem te schrijven; deze avond was de wereldpremière. Geen eenvoudig stuk om te spelen, maar ook de luisteraar werd het niet gemakkelijk gemaakt. Het werk is een soort allegaartje aan moderne muziakstijlen, maar het boeide alleszins. Er zaten ook drie trombonisten in het orkest, en MacMillan had voor hen ook een speciale rol weggelegd; aan het einde van het stuk speelden de solist en zijn drie orkestcollega's vrolijk toeterend een vraag- en antwoordspel. Geen muziek voor de eeuwigheid, maar het klonk allemaal fraai. Daarvoor een kort opwarmertje met vijf korte stukjes van Bartók. Na de pauze Dvoráks Zevende die ik door en door ken, maar niet zo aantrekkelijk vind als zijn Achtste en Negende. In de eerste twee delen komen de melodieën maar heel moeizaam los; de twee slotdelen vind ik beter geslaagd. Fischer gaf alles het volle pond. De foto hierboven werd door Van Rijen zelf gemaakt.
29 april 2017
Concert 29 maart 2017
Woensdag 29 maart 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons
Yefim Bronfman, piano
Prokofiev: Pianoconcert nr. 2
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 11
Twee geweldige stukken op het programma, met een voor dit repertoire ideale dirigent en pianist. Ik heb het hier al vaker geschreven, maar dat Tweede pianoconcert is mijn favoriete van de vijf die Prokofiev componeerde. Alleen al die fenomenale cadens in het eerste deel; het maakt in lengte zowat de helft van dat hele deel uit! Bronfman speelde het superieur en met ogenschijnlijk gemak. De Elfde van Sjostakovitsj hoorde ik vele jaren terug bij het NedPho o.l.v. de toenmalige chef Yakov Kreizberg (zie hier de weblog) en later bij het KCO o.l.v. zijn broer Semyon Bychkov (zie hier). Nu dan met Nelsons, die bij het KCO bezig is aan een cyclus met alle symfonieën. Op het vervolg moeten we even wachten, want volgend seizoen geen Nelsons bij het orkest. Zoals bij de eerdere afleveringen in de cyclus een gedreven uitvoering. Over de aard van het stuk schreef ik al uitvoerig in de vorige weblogs; geweldige symfonie!
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons
Yefim Bronfman, piano
Prokofiev: Pianoconcert nr. 2
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 11
Twee geweldige stukken op het programma, met een voor dit repertoire ideale dirigent en pianist. Ik heb het hier al vaker geschreven, maar dat Tweede pianoconcert is mijn favoriete van de vijf die Prokofiev componeerde. Alleen al die fenomenale cadens in het eerste deel; het maakt in lengte zowat de helft van dat hele deel uit! Bronfman speelde het superieur en met ogenschijnlijk gemak. De Elfde van Sjostakovitsj hoorde ik vele jaren terug bij het NedPho o.l.v. de toenmalige chef Yakov Kreizberg (zie hier de weblog) en later bij het KCO o.l.v. zijn broer Semyon Bychkov (zie hier). Nu dan met Nelsons, die bij het KCO bezig is aan een cyclus met alle symfonieën. Op het vervolg moeten we even wachten, want volgend seizoen geen Nelsons bij het orkest. Zoals bij de eerdere afleveringen in de cyclus een gedreven uitvoering. Over de aard van het stuk schreef ik al uitvoerig in de vorige weblogs; geweldige symfonie!
27 april 2017
Concert 23 maart 2017
Donderdag 23 maart 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest ol.v. Thomas Hengelbrock
Balthasar-Neumann-Chor
Katja Stuber, sopraan
Marion Eckstein, alt
Andreas Weller, tenor
Reinhard Mayr, bas
Schubert: Stabat Mater
Schubert: Symfonie nr. 8 'Unvollendete'
Mozart: Requiem
Nikolaus Harnoncourt was jarenlang van onschatbare waarde voor het KCO, maar hoe onwaarschijnlijk krachtig hij was: ook zijn leven bleek eindig. Pinnock en Herreweghe zijn goede alternatieven met hun eigen stijl, en ook Harnoncourt-student Hengelbrock lijkt een logische vervanger. Na een lieftallig en kort Stabat Mater een gedreven en scherpe uitvoering van Schuberts Onvoltooide - het stond ook op het programma bij mijn eerste bezoek aan het Concertgebouw(orkest) in 1985, toen o.l.v. Harnoncourt (zie hier de webog van dat concert). De cd-opname door Harnoncourt en het KCO blijft geweldig, maar Hengelbrock dirigeerde een minstens zo pakkende uitvoering, alsof zijn leven ervan afhing. Die Onvoltooide is een stuk met twee gezichten: ogenschijnlijk zijdeachtig, maar opeens ook heftig en ongemakkelijk. Na de pauze een prima uitvoering van Mozarts Requiem - de uitvoering o.l.v. Jansons in 2011 was in de zaal erg fraai (zie hier de weblog), maar klinkt op de cd helaas wat te wollig. Ik kon ook deze avond niet wennen aan de Süssmayer-versie, maar het klonk allemaal erg gedreven en voortvarend. Mooi concert.
Koninklijk Concertgebouworkest ol.v. Thomas Hengelbrock
Balthasar-Neumann-Chor
Katja Stuber, sopraan
Marion Eckstein, alt
Andreas Weller, tenor
Reinhard Mayr, bas
Schubert: Stabat Mater
Schubert: Symfonie nr. 8 'Unvollendete'
Mozart: Requiem
Nikolaus Harnoncourt was jarenlang van onschatbare waarde voor het KCO, maar hoe onwaarschijnlijk krachtig hij was: ook zijn leven bleek eindig. Pinnock en Herreweghe zijn goede alternatieven met hun eigen stijl, en ook Harnoncourt-student Hengelbrock lijkt een logische vervanger. Na een lieftallig en kort Stabat Mater een gedreven en scherpe uitvoering van Schuberts Onvoltooide - het stond ook op het programma bij mijn eerste bezoek aan het Concertgebouw(orkest) in 1985, toen o.l.v. Harnoncourt (zie hier de webog van dat concert). De cd-opname door Harnoncourt en het KCO blijft geweldig, maar Hengelbrock dirigeerde een minstens zo pakkende uitvoering, alsof zijn leven ervan afhing. Die Onvoltooide is een stuk met twee gezichten: ogenschijnlijk zijdeachtig, maar opeens ook heftig en ongemakkelijk. Na de pauze een prima uitvoering van Mozarts Requiem - de uitvoering o.l.v. Jansons in 2011 was in de zaal erg fraai (zie hier de weblog), maar klinkt op de cd helaas wat te wollig. Ik kon ook deze avond niet wennen aan de Süssmayer-versie, maar het klonk allemaal erg gedreven en voortvarend. Mooi concert.
23 april 2017
Concert 16 maart 2017
Donderdag 16 maart 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mickal Nesterowicz
Lisa Batiashvili, viool
Sjostakovitsj: Vioolconcert nr. 1
Bruckner: Symfonie nr. 1
Ik kocht een los kaartje voor dit concert om eens die Eerste symfonie van Bruckner live te horen. Ik ben een groot liefhebber van zijn symfonieën, maar die Eerste heb ik op cd nooit kunnen uitluisteren, dus ik dwong mezelf die zaal in. En tja, het is gewoon een stom stuk. De Nulde is aantrekkelijker, en de Tweede ten opzichte van deze Eerste bijzonder geslaagd. Maar deze eersteling is eigenlijk heel vervelend. Het Scherzo herbergt de nodige beloftes, maar in de andere delen is het een spraakwaterval van muzikale ideeën. Aan de uitvoering lag het niet: de voor de zieke Vladimir Jurowski ingevlogen jonge Poolse dirigent Mickal Nesterowicz dirigeerde de symfonie uit het hoofd en met autoriteit. Voor de pauze pure magie met Lisa Batiashvili die een geweldige uitvoering gaf van het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj. Ik ken het stuk sinds mijn 16e toen ik het eens op de radio hoorde en er een plaat van kocht (de eerste opname überhaupt van het stuk, met David Oistrach en Jevgeny Mrawinsky). Het stond ook op de lessenaars bij mijn tweede bezoek aan het Concertgebouw(orkest), en mijn eerste keer Haitink. Zie hier de weblog ervan. Het derde deel ervan, de Passacaglia, kan ik niet zonder droge ogen beluisteren. Het is een grandioos vioolconcert. Hierboven Sjostakovitsj en Oistrach.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mickal Nesterowicz
Lisa Batiashvili, viool
Sjostakovitsj: Vioolconcert nr. 1
Bruckner: Symfonie nr. 1
Ik kocht een los kaartje voor dit concert om eens die Eerste symfonie van Bruckner live te horen. Ik ben een groot liefhebber van zijn symfonieën, maar die Eerste heb ik op cd nooit kunnen uitluisteren, dus ik dwong mezelf die zaal in. En tja, het is gewoon een stom stuk. De Nulde is aantrekkelijker, en de Tweede ten opzichte van deze Eerste bijzonder geslaagd. Maar deze eersteling is eigenlijk heel vervelend. Het Scherzo herbergt de nodige beloftes, maar in de andere delen is het een spraakwaterval van muzikale ideeën. Aan de uitvoering lag het niet: de voor de zieke Vladimir Jurowski ingevlogen jonge Poolse dirigent Mickal Nesterowicz dirigeerde de symfonie uit het hoofd en met autoriteit. Voor de pauze pure magie met Lisa Batiashvili die een geweldige uitvoering gaf van het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj. Ik ken het stuk sinds mijn 16e toen ik het eens op de radio hoorde en er een plaat van kocht (de eerste opname überhaupt van het stuk, met David Oistrach en Jevgeny Mrawinsky). Het stond ook op de lessenaars bij mijn tweede bezoek aan het Concertgebouw(orkest), en mijn eerste keer Haitink. Zie hier de weblog ervan. Het derde deel ervan, de Passacaglia, kan ik niet zonder droge ogen beluisteren. Het is een grandioos vioolconcert. Hierboven Sjostakovitsj en Oistrach.
27 maart 2017
Concert 2 maart 2017
Donderdag 2 maart 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. John Eliot Gardiner
Ann Hallenberg, mezzosopraan
Elgar: Ouverture Cockaigne
Mahler: Rücker Lieder
Elgar: Symfonie nr. 2
Sir Edward Elgar is niet de nationale componist als Verdi, Berlioz of Tsjaikovski waar je als Engeland eeuwig trots op kunt zijn. Maar goed, veel beter dan wat wij Nederlanders te bieden hebben natuurlijk. Ik heb er niet eens een cd-opname van, maar hoorde zijn Tweede symfonie één keer eerder in zijn geheel: ergens begin jaren '90 live door het KCO o.l.v. André Previn. Toen vond ik het een warrig stuk, en dat vond ik dit keer weer, maar 25 jaar meer luisterervaring hielp wel, alsook de uiterst sprankelijke en gedreven uitvoering door Gardiner. Het KCO speelde het stuk in de tussentijd ergens rond 2005 ook al eens, o.l.v. Colin Davis, maar die uitvoeringenreeks heb ik toen overgeslagen. Maar raar: waarom nooit die Eerste symfonie? Die speelde het KCO sinds ik hun concerten bezoek nog nooit. En de cd-opname o.l.v. Barbirolli ken ik zowat noot voor noot - prachtig stuk! Voor de pauze de Cockaigne-Ouverture: heerlijk bombastisch en gedreven! Ann Hallenberg bleek een welhaast ideale vertolkster van de Rückert Lieder van Mahler - hoe mooi die àndere liederen uit deze cyclus ook zijn: 'Ich bin der Welt abhanden gekommen' is Mahlers mooiste orkestlied, het ontroert bij iedere vertolking. Sublieme tekst, sublieme muziek. Snel weer terug die Gardiner, nu met die Eerste van Elgar!
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. John Eliot Gardiner
Ann Hallenberg, mezzosopraan
Elgar: Ouverture Cockaigne
Mahler: Rücker Lieder
Elgar: Symfonie nr. 2
Sir Edward Elgar is niet de nationale componist als Verdi, Berlioz of Tsjaikovski waar je als Engeland eeuwig trots op kunt zijn. Maar goed, veel beter dan wat wij Nederlanders te bieden hebben natuurlijk. Ik heb er niet eens een cd-opname van, maar hoorde zijn Tweede symfonie één keer eerder in zijn geheel: ergens begin jaren '90 live door het KCO o.l.v. André Previn. Toen vond ik het een warrig stuk, en dat vond ik dit keer weer, maar 25 jaar meer luisterervaring hielp wel, alsook de uiterst sprankelijke en gedreven uitvoering door Gardiner. Het KCO speelde het stuk in de tussentijd ergens rond 2005 ook al eens, o.l.v. Colin Davis, maar die uitvoeringenreeks heb ik toen overgeslagen. Maar raar: waarom nooit die Eerste symfonie? Die speelde het KCO sinds ik hun concerten bezoek nog nooit. En de cd-opname o.l.v. Barbirolli ken ik zowat noot voor noot - prachtig stuk! Voor de pauze de Cockaigne-Ouverture: heerlijk bombastisch en gedreven! Ann Hallenberg bleek een welhaast ideale vertolkster van de Rückert Lieder van Mahler - hoe mooi die àndere liederen uit deze cyclus ook zijn: 'Ich bin der Welt abhanden gekommen' is Mahlers mooiste orkestlied, het ontroert bij iedere vertolking. Sublieme tekst, sublieme muziek. Snel weer terug die Gardiner, nu met die Eerste van Elgar!
Abonneren op:
Posts (Atom)














