30 november 2015

Concert 21 november 2015

Zaterdag 21 november 2015, Concertgebouw Amsterdam
London Philharmonic Orchestra o.l.v. Christoph Eschenbach
Christian Tetzlaff, viool

Rihm: Verwandlung 3

Beethoven: Vioolconcert
Brahms: Symfonie nr. 1

Een ijzeren programma in de zaterdagmatinee. Het korte stuk van Rihm werd in het programmaboekje aangeprijsd als een mix van ingrediënten aangeleverd door Richard Strauss, Schreker en Korngold, maar die schreven toch echt boeiender muziek. De Eerste van Brahms kon mijn aandacht ook niet goed vasthouden. Eschenbach leidde een loodzware uitvoering, hard en massief. Er hadden zeker 30 procent minder strijkers op het podium mogen zitten. Tja, na de lichtere en vloeiender Brahms-uitvoeringen van Haitink, Fischer en Harding van de afgelopen tijd was dit wel weer even wennen. Het concert werd echter memorabel door de weergaloze uitvoering van het Vioolconcert van Beethoven door violist Christian Tetzlaff. Hij speelde eigenzinnig, technisch niet eens helemaal vlekkeloos, maar met een enorme concentratie en zelfverzekerdheid. Een kennis verwoordde het na afloop precies goed: Tetzlaff wist de zaal mee te krijgen in zijn concentratie, waardoor er een enorme spanning werd opgebouwd. Het publiek was muisstil, waardoor Tetzlaff soms tot het uiterste ging in fluisterzacht spelen, en waardoor het publiek nog verder zijn adem inhield. Daarnaast veroorloofde hij zich allerlei vrijheden in versieringen, en klonk de cadens van het eerste deel door de samenspraak met de pauken als een waar kunststukje. Zo vaak hoorde ik dat geweldige en hondsmoeilijke Beethoven-concert niet, maar dit was de meest memorabele tot nu toe.

19 november 2015

Concert 11 & 13 & 15 november 2015

Concert 11 & 13 & 15 november 2015, Concertgebouw Amsterdam
The Chamber Orchestra of Europa o.l.v. Bernard Haitink
Isabelle Faust, viool
Gautier Capucon, cello
Murray Perahia, piano

Schumann: Ouverture, Scherzo en Finale
Schumann: Vioolconcert
Schumann: Symfonie nr. 3

Schumann: Symfonie nr. 1
Schumann: Celloconcert
Schumann: Symfonie nr. 4

Schumann: Ouverture Manfred
Schumann: Pianoconcert
Schumann: Symfonie nr. 2

Drie concerten met Bernard Haitink, 86 inmiddels, en nog zo levendig als wat. Hij loopt wat moeizaam, verzet op de bok geen stap, maar dirigeert met een souplesse en precizie die verbazing wekken. Tijdens eerdere symfonieseries met het Chamber Orchestra of Europe (Beethoven en Brahms, zie o.a. hier en hier) werd duidelijk dat Haitink op zijn oude dag het allemaal even anders wilde doen. Scherper, minder gepolijst, je zou haast zeggen: authentiek. En alle herhalingstekens respecterend! Maar het waren daarnaast ook typische Haitink-uitvoeringen zoals ik al zo vaak hoorde: met autoriteit en inzicht gespeeld, geïnspireerd, krachtig. In het eerste concert bleek de uitvoering van het zelden gespeelde Vioolconcert een openbaring. Ik hoorde het heel lang geleden eens eerder (door Ida Haendel), heb er ook een uitvoering van op cd, maar beluisterde die al tijden niet meer, en herkende het toch. Maar zo fraai als tijdens dit concert hoorde ik het nog nooit. Het middendeel werd onaards mooi gespeeld. Misschien geen ultiem meesterwerk, maar het verdient veel meer aandacht dan het nu krijgt. De Rheinische ken ik door en door, en in het openingsdeel miste ik iets van de tomeloze energie die dit deel kenmerkt. Maar het derde deel - doorgaans een soort van overgangsdeel tussen dat fraaie Scherzo en sublieme Feierlich - kreeg nu juist een geweldige verstilde en natuurzuivere uitvoering. Tja, Haitink wist weer eens te verbazen.
Twee dagen later twee symfonieën rondom het Celloconcert. Dat stuk hoorde ik nog niet eerder, en het is zeker geen meesterwerk. Renaud Capucon speelde vurig en vol warmte, maar het concert vond ik te langdradig. De Frühlingssymfonie kan eigenlijk niet stuk; het klinkt als een doorsnee-symfonie, maar bevat fraaie eigenzinnigheden, zoals het herhalen van de langzame opening halverwege de expositie. De Vierde is echter Schumanns beste symfonie, vol energie, verstilling enzovoort. De overgang van het derde naar het vierde deel blijft één van de meest raadselachtige passages uit de hele orkestliteratuur, en Haitink gaf het een Bruckneriaanse grandeur mee. De hele symfonie kreeg sowieso een geweldige gedreven en puntige uitvoering.
Tijdens het derde concert louter meesterwerken op de lessenaars. De Tweede symfonie is de minst bekende van Schumanns symfonieën, maar ik vind het een geweldig stuk. Het openingsdeel bruist van de energie, en dan komt daar nog een grandioos en krachtig Scherzo overheen; de strijkers moeten daarna zowat aan de beademing. Haitink zweepte het orkest op, geweldig wat hij ermee bereikte. Voor de pauze was daar al het optreden van Perahia, die ik al in 1986 samen met Haitink hoorde in het Vijfde pianoconcert van Beethoven, en later meer met o.a. Mozart en ook het Schumann-concert. Maar deze avond speelden ze het alsof het de eerste keer was. Soms wat missertjes, maar met een surplus aan bravoure en zangerigheid.
De muziek van Schumann is geen allemansvriend, maar ik houd er erg van. De orkeststukken van deze drie concerten (met uitzondering van het Viool- en Celloconcert) beluister ik regelmatig, alsook zijn pianomuziek en dat geweldige Pianokwintet. Het is muziek waar ik niet zonder kan.
De foto van Haitink werd tijdens één van de concerten gemaakt; de foto hieronder is een daguerreotype van de componist uit 1850.

12 november 2015

Concert 7 november 2015

Zaterdag 7 november 2015, Concertgebouw Amsterdam
Les Arts Florissants o.l.v. William Christie

Händel: Theodora

Theodora - Katherine Watson
Irene - Stéphanie d'Oustrac
Didymus - Philippe Jaroussky
Septimus - Kresimir Spicer
Valens - Callum Thorpe

Ik had me niet goed voorbereid op dit concert en was er heilig van overtuigd dat ik naar een concertante uitvoering van een Händel-opera zou gaan; pas in het programmaboekje dat ik vlak voor aanvang kocht las ik dat het een oratorium betrof. De op één na laatste die Händel componeerde - hij schreef in totaal 29 oratoria. En 42 opera's trouwens. Maar als ik vooraf geen programmaboekje had gekocht, had ik na afloop nog steeds geloofd dat Theodora een opera was. De dramatiek van dit stuk is enorm, en in niets lijkt het op die gewijde composities, van Händels Messiah tot de oratoria van Haydn en Mendelssohn. Geen solisten met in hun handen zwarte opengevouwen leesmappen, stijf gepositioneerd links en rechts van de dirigent, maar acterende solisten die uit het hoofd zingen, opkomen en weer afgaan, en zelfs een koor dat voor het orkest komt staan en een jolig drinklied zingt. Ik hoorde eigenlijk alle bekende dirigenten uit de authentieke uitvoeringspraktijk, behalve William Christie. Hij maakte deze middag een onvergetelijke indruk met zijn grootse gebaren, niet gericht op preciezie, maar op dramatiek en een vloeiende beweging. Koor en orkest zongen en speelden overigens feilloos, en met een vrijwel ideaal solistenteam leverde dat een grandioze middag op die alle reservers ten aanzien van Händel deden verbleken. Een memorabele uitvoering.

09 november 2015

Zondag 1 november 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Verdi: Il trovatore

Il Conte di Luna - Simone Piazzola
Leonora - Carmen Giannattasio
Azucena - Violeta Urmana
Manrico - Francesco Meli
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Maurizio Benini

Aan het slot van mijn bespreking van de premièrevoorstelling van deze Il trovatore sprak ik de verwachting uit dat bij dit bezoek alles stellig geolied zou klinken (zie hier). En inderdaad, bij deze laatste voorstelling uit de reeks klonk alles zowat perfect. Nu niet meer die kleine oneffenheidjes tussen koor en orkest, en de solisten zongen wederom vol kracht en passie. Deze productie is door de recensenten niet met onverdeeld genoegen verwelkomd, en ik snap daar eigenlijk helemaal niks van. Over sommige details in de enscenering kun je je bedenkingen hebben (tijdens het Miserere gooien enkele soldaten een lijk in een graf, wat in het publiek geroezemoes veroorzaakt - en dat precies tijdens dat geweldige achtergrondkoor). Maar de opera krijgt een overwegend stijlvolle uitbeelding, en orkest, zangers en koor spelen en zingen grandioos. Dirigent Benini is een vakman, meer dan dat: hij had duidelijk wat te vertellen. En natuurlijk: Verdi zelf componeerde met Il trovatore een meesterwerk. verhaaltechnisch niet perfect, maar muzikaal des te meer. Hij stapelt de ene grandioze scene bovenop de andere, en meer dan in veel andere opera's zijn er nergens inzinkingen.

07 november 2015

Concert 28 oktober 2015

Woensdag 28 oktober 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Gustavo Gimeno
Yuja Wang, piano

Tsjaikovsky: Pianoconcert nr. 2
Rimsky-Korsakov: Sheherazade

Het KCO is op tournee naar het verre oosten, en speelde vooraf de twee programma's in hun bagage tijdens reguliere abonnementsconcerten in. De tournee staat onder leiding van Gustavo Gimeno die ruim tien jaar solo-slagwerker bij het orkest was en vorig jaar als dirigent met groot succes inviel voor een zieke Mariss Jansons (zie hier); kennelijk was die eerste keer zo goed bevallen dat het orkest hem tijdens dit chefloze jaar voor vele concerten op de bok contracteerde. Getuige dit concert met één van de twee programma's volkomen terecht, want Gimeno is een zwierige dirigent die het orkest warmbloedig en geconcentreerd laat spelen. In het zelden gehoorde Tweede pianoconcert van Tsjaikovsky is de orkestpartij minstens zo moeilijk als de solopartij; in het tweede deel speelt de piano zelfs een bescheiden rol ten opzichte van de solopartijen van de cello en viool. Die pianopartij is in de hoekdelen overigens hondsmoeilijk, maar Yuja Wang speelt alsof ze alles zelf bedacht en opgeschreven heeft. Na de pauze een weelderige uitvoering van één van de meest kleurrijke orkeststukken uit het hele repertoire. De thematiek in Sheherazade is niet al te divers, maar Rimsky-Korsakov spint de luttele thema's grandioos mooi uit. Als ik een college over kleuren en instrumentatiekunst in de muziek zou moeten geven, zou ik dit stuk als leidraad nemen. Die flageoletnoten van de soloviool in het slotdeel; subliem gecomponeerd! Het KCO en concertmeester Liviu Prunaru speelden geweldig. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het orkest; de schoen van Yuja Wang tijdens hun concert in Taipeh.

25 oktober 2015

Concert 25 oktober 2015

Zondag 25 oktober 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding
Nederlands Kamerkoor
Judith van Wanroij, sopraan

Bach: Cantate Nach dir, Herr, verlanget mich, BWV150
Bach: Motet Jesu meine Freude, BWV227
Brahms: Symfonie nr. 4

Twee weken na de start van het miniproject Brahms meets Bach het vervolg met een (naar men denkt) vroege Bachcantate, het onweerstaanbaar fraaie motet Jesu meine Freude en Brahms' meest geniale orkestwerk. De cantate werd wat lijzig gespeeld en gezongen, maar dat paste wonderwel bij die altijd speciale zondagmiddagambiance in de Grote Zaal, wanneer het daglicht via de halve koepels binnendringt. Het kamerkoor moest in de cantate even op stoom komen, maar hoe geweldig klonk het motet Jesu meine Freude daarna! Van de Bachmotetten is dit mijn lievelingsstuk, en vooral dan het Gute nacht, hier gezongen door slechts negen zangers. Er zaten links en rechts op het podium zich meer en meer vervelende kinderen, maar tijdens dit gedeelte zaten ook zij opeens als vastgevroren op hun stoelen. Na de pauze dirigeerde Daniel Harding een memorabele Vierde van Brahms, zoals ik dit stuk nog nooit eerder hoorde: vloeiend, licht, transparant en uiterst gedetailleerd. Een klassieke uitvoering, tot in de puntjes verzorgd. Dat zo'n jonge dirigent het KCO tot zo'n sublieme Brahms heeft weten te verleiden, zegt veel over zijn kwaliteiten. Fluittiste Emily Beynon speelde haar solo in het vierde deel ontroerend mooi; de tranen sprongen in mijn ogen. Ik kan er na zovele beluisteringen nog steeds niet over uit hoe geniaal gecomponeerd dat slotdeel is: Brahms is altijd goed, maar dit deel is zijn allerbeste orkestcompositie.

18 oktober 2015

Concert 9 oktober 2015

Vrijdag 9 oktober 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Hanno Müller-Brachmann, bas

Bach: Orkestsuite nr. 2
Bach: Cantate Ich habe Genug, BWV82
Brahms: Symfonie nr. 2

Het KCO doet dit jaar een miniproject rondom de vier symfonieën van Brahms, gekoppeld aan vocale werken van Bach. Die symfonieën hoor je vaak genoeg, maar een Bachcantate hoorde ik nog nooit bij het KCO. Vreemd eigenlijk, want met hun jaarlijkse Bach-passie is er voldoende muzikale affiniteit voor ook die cantates. Moge dit miniproject daarom succesvol zijn en tot uitbreiding leiden! Deze eerste aflevering was een muzikaal feest. De toon werd gezet door de Tweede orkestsuite, met eerste-fluittiste Emily Beynon in de hoofdrol. Bij elkaar acht spelers (Fischer zelf achter een orgeltje, een klavecinist, en - staand - zes aanvoerders van de verschillende orkestgroepen uit het orkest). De suite knalde energiek de zaal in; overdonderend applaus na afloop. Daarna een groter orkestbezetting en bassist Hanno Müller-Brachmann voor de solocantate Ich habe genug. Ik moest even wennen aan zijn stem, maar hij zong krachtig en lyrisch. Na de pauze een vloeiende en stuwende uitvoering van Brahms' tweede. Fischer heeft er kijk op en het orkest speelde bevlogen. Zelfs de zelfkritische Brahms had geen kritische kanttekening bij deze uitvoering kunnen plaatsen. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO en werd tijdens de repetities voor dit concert genomen.

17 oktober 2015

Opera 8 oktober 2015

Donderdag 8 oktober 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Verdi: Il trovatore

Il Conte di Luna - Simone Piazzola
Leonora - Carmen Giannattasio
Azucena - Violeta Urmana
Manrico - Francesco Meli
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Maurizio Benini

Dit is pas de eerste productie van Il trovatore sinds de opening van Het Muziektheater in 1987. Er zijn wel wat meer hiaten in het DNO-aanbod, maar goed: beter laat dan nooit. Il trovatore is wat muziek betreft een prachtige opera; Verdi op zijn gloedvolst. Helaas is het verhaal te complex om na te vertellen, en is de verhaallijn niet bepaald evenwichtig. Gelukkig koos regisseur Ales Ollé er niet voor om iedere scene een eigen toneelbeeld te geven (zoals vorig seizoen met Macbeth, zie hier), maar helemaal ideaal was deze uitbeelding ook niet. Het geheel werd ten tijde van de Eerste Wereldoorlog geplaatst, en de bedoeling daarvan ontging me volledig. Gelukkig overheerste die setting niet; de grote blokken die steeds in een andere positie werden gehesen en zo de scenewisselingen vormgaven, vond ik geen slechte vondst. De aandacht kon helemaal naar de uitvoering gaan, en die vond ik meer dan goed. De hoofdrolzangers zijn allen van heel hoog niveau, tenor Francesco Meli voorop. Ook Violeta Urmana zong vol kracht. Simone Piazolla heeft maar één aria (wel een prachtige), en ondanks zijn wat kleine stem werd die wel erg fraai gezongen. Carmen Giannattasio is geen tragisch-innemende Leonora, maar ze zong wel sonoor en virtuoos. In de orkestbak weer zo'n onbekende oude Italiaanse rot voor het orkest die weet hoe je Verdi moet dirigeren. Hier en daar wat oneffenheidjes, maar verder heerlijk orkestspel. Ik ga nog een tweede keer, aan het einde van de voorstellingenreeks; dan zal alles vast goed geolied klinken.

20 september 2015

Concert 16 september 2015

Woensdag 16 september 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons
Janine Jansen, viool

Bartók: Vioolconcert nr. 1
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 7

Dit concert kon er na de drie stevige concerten in de vier dagen hiervoor ook nog wel bij. Een groot liefhebber van Bartók zal ik nooit worden; echt geraakt word ik door zijn muziek niet. De muzikaliteit van Janine Jansen en de innige samenwerking met het KCO vergoeden veel - Jansen is een echt fenomeen; ik heb haar nog nooit slecht of ongeïnspireerd horen spelen. Na de pauze die enorme Leningrad-symfonie waarover Sjostakovitsj in zijn door Volkov opgetekende memoires een andere uitleg geeft aan de betekenis van het stuk dan wat je normaal in de programmatoelichtingen leest, en zeker van die enorme mars in het openingsdeel. Voor velen maakt deze mars de hele symfonie tot een banale miskleun, maar kennelijk is teveel herhaling voor hen te gemakkelijk. En dat terwijl die mars gevarieerder en pakkender is dan de Boléro van Ravel. De symfonie houdt je vijf kwartier in zijn greep, en zo grandioos gespeeld als deze avond door het KCO valt er helemaal niets te klagen. Ik denk dat Sjostakovitsj - voor zover al niet het geval - meer en meer sophisticated wordt. En terecht. Het 'oude' publiek van de B-serie was stiller dan ik ervan gewend ben.

19 september 2015

Concert 14 september 2015

Maandag 14 september 2015, Concertgebouw Amsterdam
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Koor van de Nationale Opera
Csilla Boross, sopraan
Sonia Ganassi, mezzosopraan
Saimir Pirgu, tenor
Roberto Tagliavini, bas

Verdi: Requiem

Het derde concert op drie achtereenvolgende dagen; en niet met de kalmste programma's. Maar een Verdi-requiem vanuit operaperspectief gespeeld en gezongen laat je niet zomaar voorbijgaan. Het was een geweldige uitvoering, vooral door de stuwende leiding van Albrecht, het bevlogen spel van het orkest en de zwierige zang van het operakoor. De energie die Albrecht tentoonspreidt is eigenlijk onvoorstelbaar, en het effect daarvan op koor en orkest grandioos. Die krachtige loopjes door de trompetsectie hoorde ik niet eerder zo fel en rauw, precies zoals Verdi ze ook voorschrijft in Otello. De uitvoeringen met het KCO van Chailly en Jansons waren uitstekend, maar Albrecht deed niet voor hen onder. Het solistenkwartet zong wat vlak, maar er waren geen zwakke schakels. Tja, wie kan dit geweldige requiem weerstaan?

17 september 2015

Concert 13 september 2015

Zondag 13 september 2015, Concertgebouw Amsterdam
San Francisco Symphony Orchestra o.l.v. Michael Tilson Thomas
Yuja Wang, piano

Beethoven: Pianoconcert nr. 4
Mahler: Symfonie nr. 1

Dit wordt de eerste weblog van een concert met MTT, terwijl ik hem al vaker op de bok van het Concertgebouw zag staan, maar alle keren voor 2006 toen ik deze weblog startte. Met het San Francisco al eens een Mahler 9, en ook een paar keer bij het KCO. Waarom nu niet meer...? Ook op zijn 71ste blijft hij een leuke dirigent om naar te kijken, en zeker niet de lelijkste trouwens. Hij dirigeert wat larmoyant, soms haast suf, maar wanneer het moet zwaait hij driftig heen en weer. Het orkest is na zijn inmiddels twintig jaar chefdirigentschap volledig op hem ingespeeld en dan hoef je ook niet meer te gebaren wat je wilt. Vooruit: het KCO is stukken beter, en een Amerikaans orkest op Europese tour speelt helemaal op zijn gepolijst. Zo'n Mahler 1 (sinds een jaar de derde keer dat ik het stuk hoor) wordt dan wat gewoontjes, maar goed: het klonk allemaal als een te perfect gegoten klok. Yuja Wang speelde het Vierde concert van Beethoven iets te gemaniëreerd - maar het ongelooflijk subliem gecomponeerde middendeel werd wel perfect gespeeld. En dan is alles goed in het leven.

Opera 12 september 2015

Zaterdag 12 september 2015, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant

Wagner: Tristan und Isolde

Tristan - Ian Storey
Isolde - Jennifer Wilson
König Marke - Falk Struckmann
Kurwenal - Jochen Schmeckenbecher
Brangäne - Marina Prudenskaja
Melot - Paul McNamara
Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden

De 'Tristan' hoorde ik al eens eerder concertant, in de Rotterdamse Doelen o.l.v. Gergiev en verder meerdere keren in het Muziektheater en een keer in de opera van Zürich. Zie de lijst van opera's in de rechterkolom. Echter, nog nooit eerder in het Concertgebouw, en vanaf rij 18 in het midden is dat natuurlijk pure weelde. Het Radio Philharmonisch en Van Zweden beleefden hun 'finest moments', en op de kwaliteit van de zangers was niet bezuinigd. Jennifer Wilson straalde van begin tot het bittere einde, en Marina Prudenskaja was een droom-Brangäne. Ze zong haar 'Habet acht' bovenaan de trap, en klonk prachtig dreigend. De oorspronkelijk aangekondigde Clifton Forbis moest een dag voor de uitvoering op doktersadvies afzeggen, en nog die vrijdagmiddag werd Ian Storey uit Engeland overgevlogen; hij zong de Tristan-partij zonder een minuut repetitie met het orkest. Een zanger duidelijk aan het einde van zijn carrière, maar hij zong met autoriteit én vooral: sonoor! Falk Struckmann imponeerde eerder als Amfortas en Gurnemanz, en ofschoon eveneens bijna uitgezongen vulde hij de rol van Marke onnavolgbaar getergd in. De ideale Tristan bestaat alleen op cd, maar wie kan een goede live-uitvoering van dit onnavolgbare meesterwerk weerstaan?

08 september 2015

Opera 5 september 2015

Zaterdag 5 september 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

R. Strauss: Der Rosenkavalier

Die Feldmarschallin - Camilla Nylund
Baron Ochs - Peter Rose
Octavian - Paula Murrihy
Sophie - Hanna-Elisabeth Müller
Faninal - Martin Gantner
Ein Sänger - Yosep Kann
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch orkest o.l.v. Marc Albrecht

Na de twee zomerconcerten van het KCO is met deze première van Der Rosenkavalier het nieuwe muziekseizoen echt van start gegaan. Ik denk dat dit pas mijn tweede Rosenkavalier was; de productie in 2011 (zie hier) met Rattle lijkt al heel lang geleden en pas nu kon ik het stuk van begin tot eind waarderen en bewonderen. Allereerst: de muziek van Strauss is geniaal, perfect passend bij de handeling. Alleen het terzet aan het slot van het derde bedrijf ontroert; de rest is gewoon verbazingwekkend briljant, echter niet emotioneel-dieprakend zoals Wagner en Verdi kunnen zijn. De subtiliteiten vliegen je daarentegen om de oren. De componist kon de Alpen verklanken, de afslachting van Agamemnon, en in Der Rosenkavalier een orgasme, valse Weense suikerschmerz, en een lomperik. Tja, en met een Nederlands Philharmonisch en Albrecht die zich in geen ander repertoire zo thuis voelen, en een cast zonder zwakke plekken: je komt oren tekort voor zoveel schoonheid. Camilla Nylund zingt een zelfbewuste en stijlvolle Feldmarschallin en Peter Rose is de vleesgeworden Ochs. Paula Murrihy is iets te vrouwelijk om volledig geloofwaardig te zijn als Octavian, maar ze zingt geweldig en acteert vol overgave. De enscenering van Jan Philipp Gloger stoort niet, maar is niet overtuigend. Vooral de derde akte - gesitueerd in een gang van een peeskamerhotel - valt tegen. Een stijlvolle kamer met zes deuren had evenzeer gekund, dus de moderne vertaling biedt geen extra diepgang, integendeel. En de eerste akte is weliswaar in een fraaie grootse huiskamer gesitueerd, maar dat daar die heftige nacht plaatsvond waarmee de introductie van de opera het einde aankondigt: waarom niet gewoon dat hele grote bed? Maar goed, genoeg visuele schoonheden. De oren worden met deze productie vooral in de watten gelegd. Later deze maand nog een keer.

31 augustus 2015

Concert 27 augustus 2015

Donderdag 27 augustus 2015 - Concertgebouw Amsterdam
Gustav Mahler Jugend Orchester o.l.v. Herbert Blomstedt

Mozart: Symfonie nr. 39
Dvorák: Symfonie nr. 9 ' Uit de nieuwe wereld'

Vier jaar geleden dirigeerde Blomstedt ook al Mozarts 39ste, toen bij het KCO, en na de pauze Schuberts Negende. Een memorabel concert, zie hier de weblog. En nu een andere Negende na de pauze, 'Uit de nieuwe wereld' van Dvorák. Blomstedt is inmiddels 88, banjert nog gewoon de lange trap af en op en dirigeert met een ongelooglijke energie en autoriteit. Het talentvolle jonge grut van het Gustav Mahler Orchester liet zich overweldigen door de gerijpte maar nog steeds frisse interpretaties van Blomstedt. Mozart klonk net als vier jaar geleden scherp en fris - de symfonie is met de Praagse mijn meest favoriete Mozart-symfonie. De Nieuwe wereld-symfonie hoorde ik al heel lang niet meer; het blijft een lekker stuk muziek. Iedereen had er zin in, en zo klonk de uitvoering ook. Blomstedt kreeg de meeste bravo's - terecht! Ik zat op de hoek van het podium en nam zelf bovenstaande vage foto bij het slotapplaus.

25 augustus 2015

Concert 21 augustus 2015

Vrijdag 21 augustus 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding
Kristian Bezuidenhout, piano

Dvorák: Ouverture Othello
Mozart: Pianoconcert nr. 18, KV456
Dvorák: Symfonie nr. 8

Het KCO is begonnen aan zijn chefloze seizoen. Mariss Jansons zien we pas in juni weer terug in het Muziektheater met Pique Dame van Tsjaikovski, en de aanstaande chef Daniele Gatti leidt dit seizoen alleen een onbetaalbaar galaconcert in september en een gewoon abonnementsconcert in het voorjaar (met o.a. Berlioz' Symphonie fantastique). Gustavo Gimeno, Ivan Fischer, Andris Nelsons en Daniel Harding keren meerdere keren terug om de bordjes hoog te houden; het wordt een apart en toch aantrekkelijk seizoen. Afgelopen week speelden het KCO en Daniel Harding vier concerten, met drie programma's. Twee keer de Sacre tijdens Sail en Lowlands, een Bruckner 5 die ik moest missen, en dit gewone programma met een ouverture, concert en symfonie. De ouverture en symfonie van Dvorák klonken fraai maar ook wat regulier. Lekker musiceren, maar geen opzienbarende uitvoeringen. In het 18e pianoconcert van Mozart gebeurde echter heel veel fraais. Kristian Bezuidenhout is een allesbehalve saaie pianist; er gebeurt altijd iets boeiends wanneer hij speelt. In het voorjaar speelde hij bij het KCO het 9e concert van Mozart, toen op een fortepiano (zie hier de weblog). En nu het 18e op een gewone Steinway. Zowel pianist als dirigent/orkest blonken uit in speelsheid en gedrevenheid. De balans tussen piano en orkest was prima en het concert klonk alsof het Mozarts enige meesterwerk was. Twee dertigers die iets moois wilden laten horen en een orkest die daarin graag meeging: dan heb je een mooie uitvoering. De foto hierboven werd tijdens de repetities gemaakt.