23 april 2015

Opera 6 april 2015

Maandag 6 april 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Verdi: Macbeth

MacBeth - Scott Hendricks
Banco - Vitalij Kowaljow
Lady MacBeth - Amarilli Nizza
MacDuff - Wookyung Kim
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch orkest o.l.v. Marc Albrecht

Dit was de tweede voorstelling in een reeks van negen, en vanwege het paasweekeinde had ik de recensies nog niet gelezen. Maar al in de pauze formuleerden we wat we daags erna in de kranten lazen: dit is geen goede productie van Verdi's vroege meesterwerk. De regie en enscenering van Andrea Breth komen over als een zwaktebod, als een haastklus. Er zijn minstens acht scenewisselingen waarbij het scherm naar beneden gaat en orkest en publiek een paar minuten zit te niksen. Wat een verschil met eerdere operaproducties dit seizoen waarbij de regisseur wel in een vloek en een zucht een nieuwe scene wist te creëren (Die Zauberflöte vorige maand bijvoorbeeld - zie hier). Dan komt deze MacBeth erg teleurstellend en klungelig over. En tja, met een weinig opzienbarende Scott Hendricks in de titelrol, en een zwabberend zingende Amarilli Nizza (die de zieke Nadja Michael verving, die op haar beurt de geplande Tatjana Serjan verving die ruzie kreeg met de regisseuze) - dan zit je ook niet lekker te luisteren. Dat laatste is altijd een teken aan de wand: regisseurs die zangers wegpesten... Enfin, alleen Wookyung Kim zong prachtig, maar zijn aandeel is met slechts een aria te klein om de voorstelling naar een hoger plan te tillen. Marc Albrecht dirigeerde met groot enthousiasme en pit, en hij ontpopt zich productie na productie als een groot operadirigent. Maar tegen zo'n matige enscenering en cast was zelfs hij niet opgewassen.

06 april 2015

Concert 2 april 2015

Donderdag 2 april 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Valery Gergiev
Leonidas Kavakos, viool

Sjostakovitsj: Vioolconcert nr. 1
Wagner: Uit Parsifal: Prelude & Karfreitagszauber
Wagner: Uit Götterdämmerung: Tagesgrauen & Siegfrieds Rheinfahrt
Wagner: Ouverture Die Meistersinger von Nürnberg

Een programma en met uitvoerenden om van te smullen. Het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj leerde ik al kennen toen ik een jaar of 16-17 was; ik hoorde het op de radio (denk ik) en kocht er een plaat van (Oistrach en Mrawinsky - waarschijnlijk vlak na de première eind jaren vijftig opgenomen). Het was mijn eerste kennismaking met het werk van Sjostakovitsj, en die plaat draaide ik grijs - later ook de cd-versie ervan. Een paar jaar geleden speelde Janine Jansen het stuk bij het KCO (zie hier), maar deze uitvoering door Kavakos en Gergiev zal ik zeker nooit meer vergeten. Kavakos speelde feilloos, maar meer dan dat: de samenwerking tussen solist, dirigent en orkest was grandioos, er ontstond een chemie waarbij de spanning tot in je maag voelbaar was. Tja, dan hakt dit stuk er in - het is een onbetwist meesterwerk, vind ik. Na de pauze een mooie collectie Wagner-stukken. De Parsifal-delen klonken prachtig, de Götterdämmerung-delen gewoon lekker en de ouverture Meistersinger grandioos. Gergiev is een analytisch dirigent, en hij belichtte alle lijnen in deze meesterlijke ouverture; ik hoorde het zelden zo goed. Heerlijk concert.

05 april 2015

Concert 27 maart 2015

Vrijdag 27 maart 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Richard Egarr
Michael Schade, tenor (Evangelist)
Andrew Foster-Williams, bas (Christus)
Carolyn Sampson, sopraan
Ann Hallenberg, alt
Benjamin Hulett, tenor
Christopher Purves, bas

Bach: Johannes-Passion

Vergeleken met de Matthäus is de Johannes-Passion minder enerverend, ofschoon Bach ook met de Johannes een meesterwerk componeerde. Het is alweer een lange tijd geleden dat ik de Johannes hoorde. Richard Egarr gaf orkest, koor en solisten flink de sporen; het eerste deel duurde net een half uur. Ook na de pauze ging het snel. Het had wel wat; de hoge tempi gaven de koorpartijen grote dramatische kracht. In de aria's hadden de solisten soms wat moeite om de balans met het orkest te vinden, maar er werd verder erg goed gezongen. Ondanks dat Benjamin Hulett verkouden heette te zijn, zong hij zijn aria's opvallend helder; ook Carolyn Sampson zong haar aria 'Zerfliesse, mein Herze' hemels mooi. Geen Johannes voor de eeuwigheid, want de meer peinzende benadering van Herreweghe doet me meer. Maar het was zeker een geslaagde uitvoering.

31 maart 2015

Concert 19 maart 2015

Donderdag 19 maart 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Thomas Hampson, bariton

Mahler: Wer hat dies Liedel erdacht
Mahler: Das irdische Leben
Mahler: Trost im Unglück
Padding: Ick seg adieu
Copland: The Dodger
Copland: The Little Horses
Copland: The Boatman's Dance
Bartók: Concert voor orkest

Het concert op de avond na deze donderdag werd plotseling het afscheidsconcert van Mariss Jansons als chefdirigent van het KCO: Jansons maakte ruim een jaar geleden bekend ermee te stoppen, en toen was het programma en de seizoensinvulling al definitief. Dus geen apart programma, maar een regulier A-serieconcert (in de donderdagvariant zonder pauze). Deze avond meer applaus dan gewoonlijk, en Hampson die na Bartók de maestro de bloemen kwam brengen, maar een afscheidssfeer hing er niet echt. Thomas Hampson zingt niet meer zo goed als twintig jaar geleden. Ik hoorde hem ooit eerder een keer live; in Brahms' Deutsches Requiem. Maar verder heb ik wel enkele prachtige cd-opnames van hem. Hij stal deze avond wel de show met een krachtige performance, en dat vergoedde veel van de ouderdomsslijtage van zijn stem. Het hoofdwerk van dit concert, Bartóks Concert voor orkest kreeg een spannende en bevlogen vertolking. Typisch voor Jansons. Ik herinner mij zijn eerste concert als chef in september 2004 nog als de dag van gisteren (Honneger en R. Strauss); die kleine 11 jaar zijn omgevlogen.
Tenslotte: ik had al een poosje het voornemen om hier op te merken dat Jansons nog geen eigen portretschilderij kreeg toebedeeld; tijdens zijn afscheidsconcert op de 20ste werd het alsnog gepresenteerd. Hierboven schilder en geschilderde.

17 maart 2015

Recital 15 maart 2015

Zondag 15 maart 2015, Concertgebouw Amsterdam
Richard Goode, piano

Beethoven: Sonate nr. 30, op. 109
Beethoven: Sonate nr. 31, op. 110
Beethoven: Uit 11 Bagatellen op. 119: nrs 6 - 11
Beethoven: Sonate nr. 32, op. 111

Vorig jaar juni speelde Krytian Zimerman in de Riaskoff-serie eveneens de drie laatste Beethoven-sonates (zie hier), en eigenlijk alleen Maurizio Pollini en Richard Goode zijn in dit repertoire even groots, getuige hun opnames althans. Van Goode heb ik de cd-box met alle Beethoven-sonates in de kast staan, en de natuurlijkheid en onopgesmuktheid van Goodes interpretatie maken zijn opnames tot een referentie. En ja, ook tijdens dit recital klonken deze drie laatste sonates in hun naakte essentie. Geen enkele uitvoering kan het predikaat 'ultiem de beste' of iets vergelijkbaars krijgen, maar Goode leidde de zaal wel naar de kern van wat deze sonates te bieden hebben. Waar Zimerman vorig jaar een kleine toespraak hield, speelde Goode een zestal korte Bagatellen. Dus ook nu stond ik tien minuten voor tien weer buiten. Want na die onaardse Arietta uit op. 111 past geen enkele toegift.

Opera 6 maart 2015

Vrijdag 6 maart 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Mozart: Die Zauberflöte

Tamino - Maximilian Schmitt
Sarastro - Brindley Sheratt
Sprecher - Maarten Koningsberger
Königin der Nacht - Iride Martinez
Pamina - Chen Reiss
Papageno - Thomas Oliemans
Papagena - Regula Mühlemann
Monostatos - Wolfgang Ablinger-Sperrhacke
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v Marc Albrecht

In december 2012 bleek de enscenering van Mozarts Zauberflöte door regisseur Simon McBurney en de pakkende uitvoering o.l.v. Marc Albrecht zo'n enorm succes dat de Nationale reeds nu een reprise brengt, met nagenoeg dezelfde zangers. Het toneelbeeld stond me nog goed voor ogen, dus dan vallen bij herhaling opeens allerlei details op. Evenals bij de Ring-productie van Audi en Haenchen kenmerkt deze Zauberflöte zich door de krachtige verstrengeling tussen uitbeelding, zangers en orkest. Niet voor niets lopen de zangers soms door het orkest, of nemen orkestleden op het podium plaats om deel te nemen aan de handeling. Albrecht wacht bij zijn opkomst niet af tot het applaus verstomd was; hij laat meteen beginnen, en bij de slotmaten gaan de orkestleden staan en worden de schijnwerpers op hen gericht. Enfin, het is een voorstelling vol actie en detailwerking, zonder overdadigheid. Het kan misschien altijd nog oventuigender, maar ik ben daar nog niet van overtuigd...

08 maart 2015

Concert 4 maart 2015

Woensdag 4 maart 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons
Anne-Sophie Mutter, viool

Sibelius: Vioolconcert
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 10

Anne-Sophie Mutter werd in de tweede helft van de jaren zeventig, ze was een jaar of 15, door Herbert van Karajan ontdekt, en met haar nam hij voor DG meteen enkele platen met grote vioolconcerten op. Als tiener kocht ik toen die met twee vioolconcerten van Mozart, en later kocht ik nog de cd met het Brahms-vioolconcert. Dat is nog steeds mijn favoriete opname van dat concert; Von Karajan en Mutter gaan er geweldig vol in. Mutter hoorde ik een paar jaar geleden in het concert van Tsjaikovsky (zie hier de weblog), en deze uitvoering van het Sibelius-concert was van intense grootsheid. Die magische opening van het eerste deel werd fluisterzacht gespeeld, en ook verderop werden de dynamische verschillen flink uitgebuit. Daarnaast speelde Mutter feilloos, krachtig en gedurfd; ook Nelsons en het orkest speelden hun best niet eenvoudige partij vol energie. Geweldig om dit sublieme vioolconcert zo prachtig uitgevoerd te horen! Na de pauze de Tiende van Sjostakovitsj. Evenals in de Vierde en Vijfde symfonie eerder dit seizoen (hier en hier), leidde Nelsons een verzorgde en gedreven uitvoering. Ik heb het vaker gezegd: veel Sjostakovitjs-symfonieën lijken sterk op elkaar. De vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, tiende en elfde symfonie hebben min of meer dezelfde emotionele lading. Op zich niets mis mee: een uitvoering van deze symfonieën is doorgaans een belevenis. Maar om uit te leggen waarrin de Tiende zich sterk onderscheidt van de Elfde of Achtste... Gewoon een goede symfonie dus. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO, gemaakt tijdens de repetities.

02 maart 2015

Opera 25 februari 2015

Woensdag 25 februari 2015, Stadsschouwburg Amsterdam
De Nationale Opera

Händel: Alcina

Alcina - Sandrine Piau
Ruggiero - Maite Belmonte
Bradamante - Angélique Noldus
Morgana - Sabina Puértolas
Oberto - Chloé Briot
Oronte - Daniel Behle
Melisso - Giovanni Furlanetto
Astolfo - Eduard Hihuet
Choeur de Chambre de l'Imep
Les Talents Lyriques o.l.v. Christophe Rousset

De Nationale presenteerde tussen Il viaggio en de Zauberflöte twee opera's van Händel in de Stadsschouwburg: Tamerlano en Alcina. Om en om, avond aan avond, drie keer beide opera's. Twee keer drie uur de ene da capo-aria na de andere vond ik iets teveel van het goede, dus ik koos op goed geluk voor Alcina. Joan Sutherland, Arleen Auger en Renée Fleming hebben zich ooit op de titelrol van deze opera gestort, dus dat leek me wel een uitdagende keuze. Het is voor de romantisch georiënteerde operaliefhebber even wennen: weinig actie, tekstuele nietszeggendheid en ogenschijnlijke herhalingen van muzikale gedachten. Maar na een half uurtje krijgt het allemaal opeens toch zeggingskracht, krijg je 'oor' voor de details en blijkt Händel toch eigenzinniger dan je aanvankelijk dacht. En in het tweede bedrijf is daar opeens die lange aria van Alcina waarin Händel lijkt te breken met alle muzikale wetten. Ondertussen ontpopte zich een oogstrelende voorstelling waarin met weinig middelen het maximale werd bereikt, vooral door de passende kostuums en wat houten panelen aan weerszijden van het toneel. Tja, dan zijn die ruim drie uur Händel toch erg de moeite waard. Er werd prachtig gezongen door Piau, Belmonte, Noldus en Puértolas. Les Talents Lyriques en Rousset hoorde ik al eens eerder in een Rameau-opera en de indruk van toen herhaalde zich nu: te ielig, te onvast en te droog. Maar goed, Händel en regisseur Pierre Audi trokken alle aandacht naar wat er zich op het toneel voltrok.

18 februari 2015

Concert 13 februari 2015

Vrijdag 13 februari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Orchestre des Champs-Elysées o.l.v. Philippe Herreweghe
Collegium Vocale, Gent
Ilse Ehrens, sopraan
Renata Pokupic, mezzosopraan
Magnus Staveland, tenor
Florian Busch, bas

Dvorák: Stabat mater

Ergens begin jaren negentig recenseerde ik een poosje cd's voor het heropgerichte tijdschrift Disk, en toen kreeg ik een dubbel-cd met het Stabat mater van Dvorák voorgelegd, in een uitvoering van Jirí Belohlávek. Ik was erg onder de indruk van de kwaliteit van het stuk, en ik heb het altijd veel mooier gevonden dan zijn Requiem. Met die Chandos-opname van Belohlávek is eigenlijk niets mis, ofschoon het wel wat voloptueus is allemaal. Vorig jaar was daar opeens een subtiel-slanke uitvoering op cd, gedirigeerd door Philippe Herreweghe, en kort daarna de aankondiging van een uitvoering in Amsterdam. Tja, vandaar. De zaal zat goed vol, ofschoon niet uitverkocht, en ik heb de formaties van Herreweghe niet eerder zo uitgebreid gezien: 50 koorzangers en een flink orkest. Maar nog steeds veel minder dan de troepen die Belohlávek getuige de foto's uit het cd-boekje op het strijdtoneel liet aanrukken. Ook de vier solisten zongen tijdens dit concert minder opera-achtig dan bij Belohlávek. Het was gewoon een heel fraaie en betrokken uitvoering; de zaal luisterde aandachtig naar dit onderschatte, onderbelichte en voor velen wellicht onbekende werk. Het is geen meesterwerk: sommige van de tien delen zijn iets te zoet. Maar het schurkt wel tegen die kwalificatie aan, want andere delen zijn weer onnavolgbaar mooi. Pure weelde om Herreweghe en zijn koor en orkest dit mooie Stabat mater hier 300 meter verderop te mogen beluisteren!

Concert 11 februari 2015

Woensdag 15 februari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Dorothea Röschmann, sopraan

R. Strauss: Der Bürger als Edelmann
Mahler: Symfonie nr. 4

Net als Rossini vond Strauss het zonde om muziek weg te gooien. Een zes uur durende combinatie van toneel, toneelmuziek en opera die hij samen met Von Hoffmansthal had geschreven bleek nauwelijks uitvoerbaar. Strauss gebruikte de meeste muziek vervolgens voor een nieuwe coherente opera (Ariadne auf Naxos) en van het resterende materiaal stelde hij een toegankelijke suite samen met veel referenties naar eerdere stijlen uit de muziekgeschiedenis. Ik hoorde Der Bürger als Edelmann één keer eerder, door het KCO o.l.v. Lorin Maazel in 2000. Het is een wat mutserig stuk, dat echter uiterst subtiel en zwierig werd gespeeld door het flink uitgedunde orkest. Jansons beloonde het orkest met een noviteit: bij het applaus liet hij alle orkestleden apart opstaan, ook de violisten op de derde rij. Het gebaar zorgde voor extra luim en een aanzwellend applaus. Na de pauze serieuzer werk met de Vierde van Mahler. Het was een heuglijke uitvoering. Ik hoorde al vele grote dirigenten deze symfonie uitvoeren (waaronder Bernstein, Haitink, Chailly, Rattle, Fischer), maar geen van die best grootse uitvoeringen was zo vloeiend, transparant en subtiel als deze avond met Jansons. Relatief hoge tempi, en toch klonk alles heel beheerst en homogeen. In het eerste en tweede deel werkte dat prachtig; wat een verschil met de markante en expressieve vertolking van het tweede deel indertijd door Chailly. Het Ruhevoll vond ik daarentegen iets te vloeiend, hoe sonoor alles ook werd gespeeld; ik miste de dramatiek die toch ook in dit deel zit. Dorothea Röschmann verving de zieke Genia Kühmeier en dat zorgde voor een heel andere invulling van het slotdeel. Kühmeier is een slanke sopraan die engelachtig kan zingen; Röschmann is zowat het tegenovergestelde: haar timbre is donker, tegen het rauwe aan, en zij zong haar tekst uiterst expressief. Op zich best fraai gedaan, maar ik betwijfel of Jansons dit aanvankelijk in gedachten had.

13 februari 2015

Concert 5 & 7 februari 2015

Donderdag 5 en zaterdag 7 februari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Semyon Bychkov
Katia en Maria Labèque (piano's) (5 febr)
Simon Höfele, trompet (7 febr)

Mozart: Concert voor twee piano's en orkest
Haydn: Trompetconcert
R. Strauss: Eine Alpensinfonie

Tussen de subtiele, sprankelende Rossini-uitvoeringen door twee keer de Alpensinfonie; dat is gevarieerd en welluidend luisteren. Bychkov mag na zijn geslaagde rentrée in 2011 (zie hier) weer regelmatig terugkeren bij het KCO, ofschoon hij geen uitzonderlijk verrassende uitvoeringen presenteert. De Alpensinfonie klonk twee keer prima, vloeiend en goed afgewerkt, maar overrompelend werd het niet. Het orkest speelde prachtig sonoor, en dan valt er een hoop te genieten met dit stuk, maar de extra verfijning ontbrak. Tijdens het abonnementsconcert op donderdag klonk voor de pauze het Dubbelconcert van Mozart door de zusjes Labèque; het is een speels en soepel concert, maar heeft wel wat extra power nodig om volledig te kunnen boeien. Ik heb er een cd-opname van met Nikolaus Harnoncourt, Chick Chorea en Friedrich Gulda, ook met het KCO, en die uitvoering is spannend en uitdagend. Bychkov en de Labéques speelden het concert te gewoontjes en dan blijft het concert te eendimensionaal. Op zaterdag speelde de 20-jarige trompettist Simon Höfele tijdens het Essentials-concert het eveneens wat eendimensionale concert van Haydn. Thomas Vanderveken gaf weer aanstekelijke inleidingen. Het blijkt een succesvolle formule: de zaal zowat uitverkocht, vol jongeren, en de inleidingen van Vanderveken met powerpoints op grote schermen zetten je voorafgaand aan de uitvoeringen op het juiste spoor. Die inleidingen mogen best apart gepubliceerd worden; ze zijn het bekijken meer dan waard.

09 februari 2015

Opera 29 januari, 3 & 8 februari 2015

Donderdag 29 januari, dinsdag 3 februari, zondag 8 februari 2015, Muziektheather Amsterdam
De Nationale Opera

Rossini: Il viaggio a Reims

Corinna - Eleonora Buratto
La Marchesa Melibea - Anna Goryachova
La Contessa di Folleville - Nino Machaidze
Madama Cortese - Carmen Gionnattasio
Il Cavaliere Belfiore - Juan Francisco Gatell
Il Conte di Libenskof - Michael Spyres
Lord Sidney - Roberto Tagliavini
Don Profondo - Nicola Ulivieri
Il Barone di Trombonok - Bruno De Simone
Don Alvaro - Mario Cassi
Don Prudenzo - Biagio Pizzuti
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Stefano Montanari

Ieder mens heeft zo zijn eigenaardigheden, en het geen weerstand kunnen bieden aan grandioze operaproducties is één van de mijne. Enfin, ik schreef in mijn weblog over de premièrevoorstelling van Il viaggio a Reims (zie hieronder) dat ik nog twee keer zou gaan; het werden er drie - ik beschrijf ze hier gemakshalve in één log. Ik deed het vaker: drie keer naar eenzelfde opera uit een serie voorstellingen, maar vier keer kwam nog niet eerder voor. En hoe overdadig het ook overkomt: ik heb alle keren met volle teugen genoten, zag en hoorde al die drie volgende keren alsof ze de eerste en enige keer waren. Op detailpunten was dat overigens ook zo, want Montanari varieerde er in zijn begeleidingen lustig op los. Bij de laatste voorstelling zat ik op de tweede rij, en zag de orkestleden regelmatig glimlachen om weer andere accentueringen - die zij overigens vol overtuiging en accuratesse opvolgden. Orkest, zangers en dirigent hadden er zichtbaar plezier in; ik hoorde van iemand die in deze productie een mimerol speelde, dat iedereen er ook enorm veel lol in had. Logisch eigenlijk: de muziek van Rossini is zomers aanstekelijk, en de enscenering uitermate intelligent, speels en coherent. Enige kritiek die je op het geheel zou kunnen hebben is dat de uitbeelding dikwijls niet strookt met wat er gezongen wordt. Wie de boventiteling meesleest en op die manier de handeling probeert te volgen, raakt al snel in complete verwarring door wat er op het toneel te zien is. Maar ja: eigenlijk is er geen handeling in deze opera, sluiten een aantal taferelen inhoudelijk niet op elkaar aan, of beter: staan volledig los van elkaar, en biedt de enscenering van deze productie meer lijn en ontwikkeling dan het verhaal van de opera zelf. Van de zangers sprongen Eleonora Buratto, Nino Machaidze, Carmen Gionnattasio en Michael Spyres eruit. De aria's van Corinna en het duet van Madama Cortese en Il Conte di Libenskof direct na de pauze vormen de vocale hoogtepunten van de voorstelling, ook al worden eigenlijk alle taferelen prachtig vertolkt. Ik kan nog lang doorgaan, maar het moge duidelijk zijn dat ik vier avonden in de zevende hemel heb vertoefd. Daarom bovenin gewoon maar een van de bekendste foto's van de grote Rossini op latere leeftijd. Ik kan er lang naar kijken. Uit die kop kwam toch al die fabelachtige muziek. (Als je erop klikt komt de foto fraai vergroot en scherp op je scherm.)

23 januari 2015

Opera 20 januari 2015

Dinsdag 20 januari 2015, Muziektheather Amsterdam
De Nationale Opera

Rossini: Il viaggio a Reims

Corinna - Eleonora Buratto
La Marchesa Melibea - Anna Goryachova
La Contessa di Folleville - Nino Machaidze
Madama Cortese - Carmen Gionnattasio
Il Cavaliere Belfiore - Juan Francisco Gatell
Il Conte di Libenskof - Michael Spyres
Lord Sidney - Roberto Tagliavini
Don Profondo - Nicola Ulivieri
Il Barone di Trombonok - Bruno De Simone
Don Alvaro - Mario Cassi
Don Prudenzo - Biagio Pizzuti
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Stefano Montanari

Ik verheugde me al op deze productie sinds het uitkomen van de seizoensbrochure, eind februari vorig jaar. Il viaggio a Reims vind ik Rossini's meest sprankelende en rijke opera; zelfs de Barbier is niet zo goed als Il viaggio. Deze éénakter in 26 taferelen is een aaneenschakeling van briljante aria's, duetten en ensembles. Het begint al met die duizelingwekkende aria van Madama Cortese, gevolgd door een even hilarisch als subliem optreden van de Contessa di Folleville. Ze valt in katzwijn nadat ze te horen heeft gekregen dat de koets met haar spullen is omgeslagen. Als dan toch enkele schoenen en een hoed de ramp hebben overleefd, is dat aanleiding voor weer een feestelijke aria. Enzovoort, enzovoort. Het enseblestuk voor 14 stemmen a capella en het daaropvolgende in sneltreinvaart gezongen 20ste tafereel is het piece de résistance van deze opera, misschien wel van heel Rossini's oeuvre. We zijn dan al ruim een uur en drie kwartier onderweg; maar het logische slot voor de pauze. Daarna volgt nog een klein uur finale, zowel muzikaal als scenisch een hoogtepunt in de geschiedenis van opera in Nederland. De wijze waarop alles samenvalt in het tableau vivant waarin het schilderij van de kroning van Charles X van François Gérard wordt uitgebeeld (en daarmee vervloeiend), beneemt je volledig de adem, maar niet nadat dat al gebeurde door de lange aria van Corinne (veel langer dan op mijn cd-opname). Maar zo goed en breekbaar gezongen door Eleonora Buratto, dat de zaal na al die jolijt opeens muisstil werd. Ik fietste hoopvol naar het Muziektheater en fietste gelukzalig weer terug. Vooral ook in de wetenschap dat ik nog twee keer ga. Klik maar even op de foto hierboven...
Inmiddels las ik ook al wat recensies. Ik moet misschien maar stoppen die te lezen, want ik begrijp er steeds minder van. Erik Voermans in Het Parool geeft 3 van de 5 sterren aan deze productie. Maar dit zijn wel zijn woorden: oogstrelend spektakel, de regisseur krijgt het onmogelijke voor elkaar, prachtig zingend koor, je weet helemaal niet meer wat je hoort, het orkest maakt alle opwinding voelbaar, de musici spelen vol vuur, ijzersterke cast, etc. Reden voor die 3 sterren is dat hij Rossini wat te traag voor deze tijd vindt. Zelfs de slotaria van Corinne vindt hij te lang. Wel mooi gezongen. En de begeleiding van de harpiste is schitterend. Begrijpt u het?

22 januari 2015

Concert 15 januari 2015

Donderdag 15 januari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Christianne Stotijn, mezzosopraan
Groot Omroepkoor, Nationaal Jongenskoor, Nationaal Kinderkoor

Mahler: Symfonie nr. 3

Voor dit concert en dat van de dag erna was aanvankelijk Haitink ingepland, maar nu hij weer eens in onmin met de orkestdirectie leeft werd Daniele Gatti ingehuurd, nog voordat bekend werd dat Jansons er als chefdirigent ermee zou ophouden en dus dat Gatti als toekomstig chef kon worden benoemd. Een onvoorziene rondedans van voormalige, huidige en toekomstige chefdirigenten derhalve. Maar uiteindelijk gewoon een geweldig concert met de langste symfonie uit het klassieke orkestrepertoire. En na de prachtige uitvoering van de Zesde eerder dit seizoen (zie hier) opnieuw Gatti met Mahler. Mengelberg, Haitink en ook Chailly werden (in Amsterdam) groot met Mahler, maar dirigeerden zijn symfonieën pas toen zij chefdirigent van het Concertgebouworkest waren (van Van Beinum weet ik het niet zeker - zoveel Mahler dirigeerde hij trouwens niet), en Jansons dirigeerde vóór zijn benoeming als chef alleen de Zevende. Gatti daarentegen heeft nog voor zijn start als chef al bijna de helft van Mahlers symfonieën op de Amsterdamse lessenaars gehad (resp. 5, 9, 6 en nu 3). Moge hij de Haitinkse gewoonte van uitvoeren en hernemen herintroduceren. Deze uitvoering vond ik trouwens erg in de stijl van Haitink: niet de permanente spanning van noot tot noot zoals bij Chailly en Jansons (hoe geweldig ook), maar meer een vloeiende opbouw naar een culminerend slot. De opening van het eerste deel vond ik wat 'gewoontjes', maar het paste uiteindelijk in de visie van Gatti: niet meteen al je kruit verschieten maar uitsmeren over ruim één uur en drie kwartier. Het slotdeel werd relatief langzaam genomen en kreeg daardoor de emotionele lading die het deel toekomt. Ik vond het vocale aandeel niet helemaal overtuigend. Christianne Stotijn is misschien al weer op haar retour, en de kinderkoren vielen een beetje weg in het geheel. Maar net als bij de Zesde maakte Gatti duidelijk dat hij de Amsterdamse Mahlertraditie in ere zal houden. Prachtig concert!
De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO, genomen tijdens de repetities.

19 januari 2015

Concert 7 januari 2015

Woensdag 7 januari 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Debussy: Ibéria uit 'Trois images pour orchestre'
De Falla: Suite uit 'El sombrero de tres picos'
Massenet: Scènes napolitanes
Respighi: Pini di Roma

Een op het eerste gezicht allegaartje aan stukken, maar op de keper beschouwd heel overdacht. Voor de pauze Spanje, na de pauze Italië. En dan steeds eerst een Franse componist gevolgd door eentje uit het eigen land. Het was duidelijk: bij Spanje won de Fransman het van de Spanjaard, en bij Italië won de Italiaan het van de Fransman. De Falla en Massenet schreven aantrekkelijke stukken, maar deze overstegen het niveau van feestnummers met moeite. Jansons had zin in het nieuwe jaar, en het KCO ook, dus deze stukken knalden de zaal in. Ibéria hoorde ik al heel lang niet meer; het is Debussy op zijn toegankelijkst. Ik was uiteindelijk gekomen voor Respighi, een naar mijn mening volledig ondergewaardeerde componist. Die sublieme Pini di Roma hoorde ik een paar jaar geleden ook al eens (zie hier), maar wanneer nu eens die andere Romeinse stukken, of al die andere kleurrijke composties die zo ontegenzeggelijk van Respighi zijn? Want er valt zeker het nodige op de kwaliteit van zijn werken af te dingen, maar ze hebben dikwijls wel degelijk een eigen signatuur. En die mag veel vaker gehoord worden. Misschien dat Gatti eens wat stukken hier introduceert? Pini di Roma is een geweldig werk, en kreeg deze avond een prachtige uitvoering: bont, subtiel, spannend en overdonderend. Waar die nachtegaal vandaan kwam, heb ik niet kunnen achterhalen. Maar de koperblazers op de zijbalkons en bovenaan de trappen in de Via appia deden het gebouw op zijn grondvesten trillen. Zoals het hoort in dit slotdeel!