30 mei 2014

Concert 23 mei 2014

Vrijdag 23 mei 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Lionel Bringuier
Simon Trpceski, piano

Rachmaninov: Pianoconcert nr. 2
Debussy: Prélude à l'après-midi d'un faune
Skrjabin: Le poème de l'extase

Lionel Bringuier debuteerde bij het KCO en deed dat met krachtige hand. Het orkest speelde spits en gepolijst. Ik miste in Rachmaninov en Debussy de vervoering; het klonk allemaal iets te netjes. Trpceski is een groot pianist en hij speelde het Tweede concert van Rachmanonov met autoriteit. Maar meeslepend werd de uitvoering helaas niet. Datzelfde gold voor de Prélude van Debussy. Het is een onaards mooi werk. Bij het KCO klinkt Debussy eigenlijk altijd faai, maar ik miste het lijzige en de sensualiteit. Le poème de l'extase kreeg echter wel een prachtige uitvoering. Het is een merkwaardig stuk dat aanvankelijk wat ongeordend opgebouwd lijkt, maar gaandeweg helderder wordt en dan glorieus en glanzend afsluit. De koperblazers van het orkest speelden grandioos!

Concert 15 mei 2014

Donderdag 15 mei 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Fabio Luisi
Vesko Eschkenazy, viool

Honegger: Rugby
Lalo: Symphonie espagnole
Saint-Saëns: Symfonie nr. 3 'Orgelsymfonie'

Geen programma met ultieme meesterwerken, maar wel een lekkere avond. Rugby van Honneger kende ik niet; het is een energiek stuk dat volbloedig werd gespeeld. Concertmeester Vesko Eschkenazy speelde ofschoon niet als een meesterviolist, maar wel vol passie het vijfdelige concert van Lalo. Het is 'Maartje van Weegen-muziek', zoals mijn medeconcertganger opmerkte: het laat zich gemakkelijk beluisteren, houdt de aandacht vast, maar diepe indruk maakt het niet. Na de pauze hoorde ik dan eindelijk voor het eerst live de orgelsymfonie van Saint-Saëns. Ik ken het stuk door en door, maar in de zaal hoorde ik het nog nooit. Thematisch geen al te diepgaand werk, maar uiterst origineel en gewoon erg lekker om te horen. Die heerlijk diepe orgelklank aan het begin van het tweede deel: die voel je in je hele lijf. Luisi dirigeerde een geweldige uitvoering: strak en krachtig. Hij zou eens vaker voor het KCO moeten staan...

18 mei 2014

Opera 2 mei 2014

Vrijdag 2 mei 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

R. Strauss: Arabella

Arabella - Jacquelyn Wagner
Zdenka - Agneta Eichenholz
Mandryka - James Rutherford
Adelaide - Charlotte Margiono
Waldner - Alfred Reiter
Matteo - Will Hartmann
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Tweede keer naar deze prachtige opera van Herr Doktor Strauss. Ik zat nu op rij 7 (de vorige keer helemaal achterin) en dat kijkt en luistert toch iets prettiger. Het was de laatste voorstelling uit de reeks, en ik had het idee dat het stuk er helemaal goed in zat bij zangers en orkest. Jacqueline Wagner draagt de voorstelling - ze leek de perfecte Arabella. In James Rutherford had ze een prima tegenspeler en het duet met haar zuster in het eerste bedrijf is het hoogtepunt van de avond. Eigenlijk is Arabella een eigenaardige opera. In de meeste opera's wordt in de eerste helft het probleem neergezet en flink uitgediept, waarna in de tweede helft naar de ontknoping wordt toegewerkt (ten goede of - meestal - ten kwade). In Arabella is halverwege eigenlijk alles geregeld: Mandryka en Arabella zijn aan elkaar geknoopt en kan overgegaan worden tot het huwelijk. Het publiek bereikt al het verzadigde 'feel good-gevoel' dat het pas aan het einde hoort te hebben. Maar dan vraagt Araballa opeens nog een uurtje om afscheid te nemen van haar meisjestijd, en dan pas begint het gedoe. Pas een minuut voor de slotnoot komt alles toch nog goed.

07 mei 2014

Concert 23 april 2014


Woensdag 23 april 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Frank Peter Zimmermann, viool
Krystian Zimerman, piano

Rossini: Ouverture La scala di seta
Mozart: Vioolconcert nr. 3
Brahms: Pianoconcert nr. 1

Daags voor dit concert werd bekendgemaakt dat Jansons eind volgend seizoen stopt als chefdirigent. Jammerlijk nieuws, ofschoon geen onbegrijpelijke beslissing. Als hij daarna enkele keren per jaar blijft terugkeren is er niet zo heel veel verloren. De vraag is of een orkest ook zonder chefdirigent kan: binnen en rondom het orkest zitten voldoende kundige mensen die de artistieke kwaliteit kunnen borgen. Je hebt geen chefdirigent nodig om goede orkestmusici te selecteren of om korte-, middellange- of langetermijnbeslissingen over repertoire en de keuze van solisten en gastdirigenten te nemen. Maar goed, Jansons is en blijft natuurlijk wel een groot dirigent. Van de zes chefs uit de historie van het KCO zijn er drie nog in leven, dus als je die steeds twee of drie weken voor het orkest zet, heb je al een ruime kwart van het seizoen gevuld... Nu nog even de relatie met de oude Bernard herstellen. Ik schreef al eerder dat Iván Fischer een ideale opvolger zou zijn. Nelsons heb ik te weinig gehoord om er een goed oordeel over te hebben; Gatti vind ik te weinig sterk voor deze post. Fabio Luisi lijkt me daarentegen een goede mogelijkheid.
Enfin, Jansons werd bij aanvang door de helft van het publiek op een staand applaus verwelkomd, en daarva volgde een fraaie Rossini en een herhaling van het Derde vioolconcert van Mozart met Zimmermann, levendiger en speelser dan een maand geleden (zie hier). Na de pauze de terugkeer van Krystian Zimerman. Hij speelt zelden concerten met orkest, maar nu dan toch in Brahms Eerste pianoconcert. Het staat me bij dat ik hem dit concert al een eerder heb horen spelen bij het KCO, ergens eind jaren tachtig o.l.v. David Zinman. Deze uitvoering met Jansons was memorabel: krachtig, stormachtig, en bijzonder gedreven. Het tweede deel behoort tot het mooiste wat Brahms schreef, en het kreeg een intense uitvoering, zacht en breekbaar. Musiceren op het hoogste niveau. Ik nam bovenstaande foto zelf met mijn telefoon.

29 april 2014

Opera 17 april 2014

Donderdag 17 april 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

R. Strauss: Arabella

Arabella - Jacquelyn Wagner
Zdenka - Agneta Eichenholz
Mandryka - James Rutherford
Adelaide - Charlotte Margiono
Waldner - Alfred Reiter
Matteo - Will Hartmann
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Ik hoorde Arabella ooit eens in de Zaterdagmatinee; het is een fraai lyrisch stuk waarin Strauss lekker lange muzikale lijnen trekt, op het kitcherige randje af en toe, maar ik houd er wel van. De eerste akte is het sterkst: het duet van Arabella en haar zus Zdenka is bijzonder fraai, zeker wanneer deze wordt gezongen door twee uitstekende sopranen. De derde akte duurt iets te lang; de ontknoping had wat kernachtiger gekund. Jacquelyn Wagner is een formidabele Arabella, ze zingt zuiver, slank, sensueel. James Rutherford is een imposante Mandryka, maar op de cd-opname die ik van deze opera heb wordt deze rol gezongen door George London en tja daar verbleekt iedereen bij. Charlotte Margiono maakt een geslaagde come-back; haar man gezongen door Alfred Reiter vond ik de meest zwakke schakel van de cast. Marc Albrecht laat het orkest prachtig spelen; Strauss zit duidelijk in zijn genen. De enscenering is weinig spectaculair maar wel effectief. De schuivende achterwand zorgt ervoor dat Arabella soms fraai afsteekt tegen een witte achtergrond, wat haar ook visueel in het middelpunt plaatst. Mooi gedaan. Op 2 mei nog een keer.

27 april 2014

Concert 11 april 2014


Vrijdag 11 april 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe
Maximilian Schmidt, tenor (Evangelist)
Thomas Bauer, bariton (Christus)
Carolyn Sampson, sopraan
Damien Guillon, countertenor
Benjamin Hulett, tenor
Peter Kooij, bas
Nationaal Jongenskoor
Collegium Vocale Gent

Bach: Matthäus-Passion

Herreweghe dirigeerde al vijf keer eerder de Matthäus bij het KCO, en daarvan maakte ik zeker drie jaargangen mee. Zijn laatste keer was in 2005 nog voordat ik deze weblog startte. Soms maakte hij gebruik van het Nederlands Kamerkoor, soms zijn eigen Collegium Vocale Gent. Nu weer met dit laatstgenoemde koor; het is uiteindelijk de beste combinatie voor een geweldige Matthäus: het KCO, het Collegium Vocale en Herreweghe. Over de solisten kun je soms op- en aanmerkingen maken over de details in hun voordracht, maar bij Herreweghe, het KCO en het Collegium Vocale valt er eigenlijk niks negatiefs te zeggen. Herreweghe is sowieso mijn favoriete Bach-dirigent. Hij legt subtiele nadruk op de finesses in de relatie tussen de tekst en de muziek, en hij schuwt het (fijnzinnig ge-etaleerde) dramatische element niet. Zoals bij deze uitvoering: de tien, twintig seconden absolute stilte na het sterven van Christus. De zangers waren prima. Een countertenor in het 'Erbarme dich' hoeft voor mij eigenlijk niet, maar vooruit: als de zanger goed zingt is de aria niet kapot te krijgen. Iedereen zal zo zijn favoriete momenten in de Matthäus hebben, en ofschoon iedere noot ertoe doet in dit meesterwerk hierbij dan mijn top 3, in chronologische volgorde: het koraal 'Was mein Gott will, das g'scheh allzeit', het 'Sind Blitze, sind Donner', en de 'Aus Liebe'-aria. De rest vormen de overige 65 toppers.
In juni keert Herreweghe terug naar het Concertgebouw met het Collegium Vocale, dan met een heerlijk Cantate-programma, waaronder het Himmelfahrts-oratorium. Niet te missen!

22 april 2014

Opera 30 maart 2014


Zondag 30 maart 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Donizetti: Lucia di Lammermoor

Lucia - Jessica Pratt
Edgardo - Ismael Jordi
Enrico - Marco Caria
Raimondo - Alastair Miles
Arturo - Philippe Talbot
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Carlo Rizzi

Ruim zes jaar geleden zag ik deze productie al eens eerder, zie hier de webog daarvan. En nu had ik een totaal andere beleving. Ja, het stuk is een oneindige aaneenschakeling van melodieën, maar nu klonken die allemaal als een eenheid. Dat lag zeker aan Jessica Pratt en Ismael Jordi die geknipt bleken voor hun rol. Zeven jaar geleden was Jordi nog een nieuwkomer, maar zijn stem en zijn voordracht hebben zich geweldig ontwikkeld. Pratt bleek een ideale Lucia; haar stem is slank, zuiver en met de waanzinaria kreeg ze de zaal na afloop aan het loeien. Het grootste pluspunt van deze producte was de directie van Carlo Rizzi. De man dirigeert zonder enige opsmuk, de linker- en rechterarm bewegen nagenoeg synchroon, maar het orkest klinkt scherp en gedreven. Rizzi schijnt de repetitietijd tot op de seconde uit te buiten en het uiterste te eisen van iedereen. Dat was te horen! Dit was belcanto zoals je in Italië misschien overal kunt krijgen, maar in Amsterdam heb ik zoiets in het Muziektheater nog niet meegemaakt (wel in het Concertgebouw trouwens).

16 april 2014

Concert 28 maart 2014


Vrijdag 28 maart 2014, Concertgebouw Amaterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Frank Peter Zimmermann, viool

Mozart: Vioolconcert nr. 3
Bruckner: Symfonie nr. 7

Het derde en laatste concert van de korte Bruckner-cyclus door het KCO o.l.v. de chef. Zo hoor je soms een jaar lang geen enkele Bruckner-symfonie, en nu in ruim een week drie verschillende. Eerder dit seizoen hoorde ik al de Vijfde en Zesde, dus je hoort mij niet klagen. Veel componisten ontmoetten bij leven veel onbegrip, maar Bruckner had daaronder wel het meeste te lijden. Onbegrijpelijk. De twee uitvoeringen van de Zevende door het KCO o.l.v. Jansons in december 2012 deden me meer dan deze uitvoering; waarschijnlijk speelde de vermoeidheid bij het orkest (of bij mij?) parten. Maar het moet gezegd: het orkest speelde uitsterst sonoor, vloeiend en gedreven. En omdat de ultieme, beste of meest perfecte Bruckner 7 gelukkig niet bestaat, heb ik toch gewoon lekker zitten genieten van deze uitvoering en vooral van dit meesterwerk. Er zijn vele andere kandidaten, maar Bruckner behoort absoluut tot mijn top 3-componisten. Voor de pauze een wat matte uitvoering van het speelde Derde vioolconcert van Mozart, technisch prima gespeeld door Frank Peter Zimmermann, maar het klonk allemaal wat te plichtmatig. Eind deze maand nog een keer in een bijzonder naam-dubbelconcert; misschien dan wat levendiger?

08 april 2014

Concert 26 maart 2014


Woensdag 26 maart 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Truls Mørk, cello

Haydn: Celloconcert nr. 1 in C
Bruckner: Symfonie nr. 4

Mijn twee favoriete cd-opnames van de Vierde van Bruckner zijn volledig aan elkaar tegengesteld. De oude opname van Eugen Jochum met de Berliner Philharmoniker is zo stormachtig en energiek als maar kan zijn. Met name in het openings- en slotdeel is het tempo fascinerend hoog, met verbluffend resultaat tot gevolg. De andere opname is de langzaamste die er is: Sergiu Celibidache met de Münchner Philharmoniker. Die pluist ieder detail volledig uit, zonder daarbij de grote lijn te verliezen. En de hamerende wijze waarop hij de coda van het slotdeel laat spelen, sowieso het meest emotionele deel van de hele symfonie, is onvergetelijk en ongeëvenaard. In beide opnames komt die Vierde als een ultiem meesterwerk uit de luidsprekers; het is een geweldig stuk. Alle delen zijn grandioos van opzet, thematiek, klankkleur en impact. De uitvoering van Jansons hield het hier volledig in het midden en daarmee schaarde hij zich in een rij van veel dirigenten. Zijn live-opname met het KCO uit 2008 (zie hier) is prima, maar die beluister ik eigenlijk zelden. Deze herneming klonk evenzeer evenwichtig, zuiver en in balans. Gewoon een prima uitvoering om de grootsheid van deze Vierde tot je te nemen. En de solohoornisten speelden puntgaaf! Voor de pauze het in 1961 herontdekte celloconcert van Haydn, een beetje braaf en eendimensionaal gespeeld door Mørk en Jansons. Maar de noten waren er allemaal, en dat heb ik in dit hondsmoeilijke stuk wel eens anders gehad.

26 maart 2014

Concert 20 maart 2014


Donderdag 20 maart 2014, De Doelen Rotterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergiev
Benjamin Schmid, viool

Von Weber: Ouverture Der Freischütz
Dutilleux: Vioolconcert 'L'arbre des songes'
Berlioz: Symphonie fantastique

Ik heb gezocht naar een recentere datum, maar ik kom niet verder dan maart 2009: de laatste keer dat ik naar een concert in De Doelen ben geweest. Hoe belachelijk lang geleden ook: de foyers en de zaal voelen bijna net zo vertrouwd als het Concertgebouw. Ik bezocht het Rotterdams Philharmonisch in De Doelen al op mijn zeventiende, jaren voordat ik voor de eerste keer de gang naar het Concertgebouw(orkest) maakte. Nu hoor ik het RphO vaker in Amsterdam dan in Rotterdam en eigenlijk is er geen reden om niet vaker naar Rotterdam te gaan. Het is een meer dan goed orkest en als er goede dirigenten voor staan, krijg je spannende concerten voorgeschoteld. Met Gergiev is spanning een standaard-ingrediënt, ook al strookt zijn imago van gejaagd dirigent die per avond twee concerten dirigeert en de repetitietijd tot het absolute minimum beperkt niet met wat je te horen krijgt: zijn uitvoeringen zijn meestal weloverwogen en secuur, allesbehalve impulsief. Daar was dit concert een prima voorbeeld van. Die meesterlijke Freischütz-ouverture klonk beheerst maar warmbloedig, en zelfs in het Dutilleux-concert kon ik mijn aandacht redelijk goed erbij houden (ik heb helemaal niks met Dutilleux). Dat lag ook aan Benjamin Schmid: hij speelde prachtig viool. Tja, zo hoor je het stuk vele jaren niet, en dan nu in twee weken twee keer: Gergiev bracht de Symphonie fantastique niet beter of slechter dan Chung bij het KCO, maar wel feller en extatischer.

22 maart 2014

Concert 19 maart 2014


Woensdag 19 maart 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Lars Vogt, piano

Beethoven: Pianoconcert nr. 1
Bruckner: Symfonie nr. 9

De recensies in het Parool en de NRC waren matig-lauw cq gewoon-positief, maar ik was het met beide beschrijvingen niet eens. Dit was een concert zoals je zelden meemaakt, waarin iedere noot spannend en bevlogen werd gespeeld en waarmee ik even helemaal van alle zorgen en dagelijkse beslommeringen verlost was. Het Eerste pianoconcert van Beethoven is op zich een interessant stuk, maar Vogt en Jansons maakten er een geweldig concert van, spannend van begin tot eind, speels en fragiel, drammend en lyrisch. Hoogtepunt: de lange cadens van het eerste deel; Vogt speelde vol bravoure, zo wil je pianospelen! De Brahms-toegift zette het publioek weer even met beide benen op de begane grond.  Dan Jansons' kijk op de Negende van Bruckner; ik zag er met spanning naar uit. Kortgezegd: het klonk in veel opzichten op de onvolprezen opname van Haitink met het Concertgebouworkest, gemaakt rond 1980, alleen in vlottere tempi en vooral ook harder. Dat laatste vond ik eigenlijk het enige minpunt van de uitvoering: het had soms wat zachter gekund. Maar verder kreeg dit meesterwerk een heerlijke vloeiend-bevlogen uitvoering. Jansons herneemt volgende week de Vierde en Zevende; hopelijk doet hij dat later ook weer met de Negende, ik hoor het graag nog eens!

16 maart 2014

Concert 7 maart 2014


Vrijdag 7 maart 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-Whun Chung

Beethoven: Symfonie nr. 2
Berlioz: Symphonie fantastique

Chung lijkt bij het KCO een aparte positie als gastdirigent te hebben. Hij dirigeert steevast om de twee jaar, en vooral bekende stukken uit het romantische ijzeren repertoire. Zijn interpretaties zijn nooit vernieuwend of apart, maar de uitvoeringen zitten wel altijd strak in de lak. Dit concert was daar een schoolvoorbeeld van. De Tweede van Beethoven kreeg vorig jaar onder leiding van Iván Fischer nog een uitdagender lezing, nu klonk dit stuk onopgesmukt, relatief traditioneel, maar uiterst secuur. Ook in de Symphonie fantastique geen eigenaardigheden in de uitvoering, behalve dan de lading die Berlioz zelf in dit meesterwerk stopte. Ik hoorde het bij het KCO al heel lang niet meer: ergens eind jaren tachtig met Dutoit en begin jaren negentig met Jansons (een van zijn eerste programma's bij het KCO, dacht ik). Chailly heeft het nooit gedirigeerd hier, en Haitink is er al helemaal de dirigent niet voor. Chung wel.

04 maart 2014

Concert 21 februari 2014


Vrijdag 21 februari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Mytrò Papatanasiu, sopraan
Bernarda Fink, alt
Burkhard Fritz, tenor
Gerald Finley, bas
Groot Omroepkoor

Beethoven: Symfonie nr. 8
Beethoven: Symfonie nr. 9

Met dit concert sloot Fischer zijn Beethovencyclus, uitgesmeerd over twee seizoenen, bij het KCO af. Volgend jaar herhaalt hij de cyclus twee keer; dan worden alle symfonieën in één week gespeeld. Daarvoor moeten we dan wel naar Luxemburg of Seoel. Fischer dirigeerde de Achtste in 2009 ook al bij het KCO (zie hier de weblog); wellicht werd toen het idee geboren om hem een hele cyclus te laten dirigeren. Hoe dan ook: dat was een uitstekend idee, want Fischer heeft veel te vertellen met Beethoven. Het tempo van het openingsdeel van de Achtste werd opvallend trager, of beter: lijziger gespeeld dan ik gewend ben, maar daardoor kwamen veel details fraai aan de oppervlakte. Het is een meesterlijke symfonie die ten onrechte in de schaduw staat van de 7e en 9e. Na de Achtste duurde het tien jaar voordat Beethoven zijn Negende componeerde en met een pauze als onderbreking hoor je een enorme uitbreiding van het muzikale perspectief: een groter orkest, meer thematische verdichting, nieuwe vormen. Het is een groots werk, uitermate boeiend, maar ook raadselachtig en problematisch. Die arme zangers: het klinkt nergens echt gemakkelijk. Fischer hield mijn aandacht in de eerste drie delen sterk gevangen; in het slotdeel vond ik het af en toe iets te verbrokkeld en was ik de lijn een beetje kwijt, hoe goed er ook werd gezongen en gespeeld. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO en werd tijdens een van de twee concerten met dit programma gemaakt.

01 maart 2014

Ernani


Afgelopen week maakten de Amsterdamse muziekorganisaties weer hun nieuwe programma's voor het volgende seizoen bekend. De Nederlandse Opera hernoemde zich tot De Nationale Opera en biedt een aantrekkelijk programma. Onbegrijpelijk is wel dat sinds DNO in het Muziektheater huist (1987) er enkele grote opera's uit het 'kernrepertoire' nog steeds geen uitvoering kregen: Il Trovatore, Manon Lescaut, Der Freischütz, Les contes d'Hoffmann, La forza del destino, La Cenerentola: ze wachten nog op hun première bij De Nationale. Er zijn zeker nog heel veel andere opera's te noemen die voor het eerst op de planken gebracht mogen worden, maar ieder jaar dat deze zes niet uitgevoerd worden, is dubbel beschamend. Vooruit: volgend jaar wel een ander meersterwerk voor het eerst: Il viaggio a Reims. Deze Rossini-opera werd in de jaren tachtig door Claudio Abbado herontdekt, en de cd-opname daarvan trek ik regelmatig uit de kast. Deze opera is het ultieme medicijn tegen iedere negatieve gedachte. Ik ben benieuwd welke kwaliteit zangers voor dit zangfestijn is gecontracteerd, want met een enkele goede sopraan en tenor kom je er niet met dit stuk.
Wat anders: ik beluister de afgelopen maanden regelmatig een pareltje uit mijn kast, een vroege Verdi-opera die minstens zo goed is als MacBeth of het trio Traviata-Rigoletto-Trovatore. Verdi verbaast je in dit stuk 'track' na 'track'. Verder: ik heb er een werkelijk sublieme uitvoering van, opgenomen in 1967 met Carlo Bergonzi en Leontyne Price als het liefdesstel. Die zingen de sterren van de hemel, maar de echte parels zijn Mario Sereni als de boosaardige Don Carlo en dirigent Thomas Schippers. Sereni werd in 1928 geboren, leeft nog, en heeft een lyrische stem met een gouden rand. Zijn 'Oh, de'verd'anni miei' in het derde bedrijf begint compositorisch eigenaardig en lijkt soms wat tegen de toon, maar opeens is het kippenvelmoment daar en valt alles op zijn plaats. Thomas Schippers werd in 1930 geboren, en overleed al in 1977, en wie deze opname beluistert snapt wat een groot dirigent hij was. Er is drive, het orkest klinkt scherp en verzorgd en Schippers heeft de touwtjes met deze grote zangers stevig in handen. Op zijn 37ste! Luistert en huivert: hier op YouTube Da quel di che t'ho veduta uit het eerste bedrijf met Sereni, Price en Schippers in topvorm - eerst 3 minuten inleiding (op zich al fantastisch!) en dan begint het. Hier!

16 februari 2014

Concert 13 februari 2014


Donderdag 13 februari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Pablo Heras-Casado
Janine Jansen, viool

Sjostakovitsj: Festivalouverture
Szymanowski: Vioolconcert nr. 1
Sibelius: Symfonie nr. 2

Tja, een wat lastig verhaal. Ik kocht ruim een week van tevoren een los kaartje voor dit concert, en koos een plaats zowat midden in het orkest: op de voorste rij op het podium aan de kant waar de dirigent de trap afkomt, en dan juist op de hoek naast de trap. Enfin, Heras-Casado en Janine Jansen op intieme afstand voorbijkomend, maar zo dichtbij zaten ook de trombones, de tuba, trompetten en contrabassen. Ik heb een boeiende avond gehad; ik zat zowat in het orkest zonder te hoeven spelen. Maar een afgewogen oordeel over de uitvoeringen is eigen nauwelijks te geven: daarvoor werden bepaalde orkestgroepen teveel over- en onderbelicht. Wat wel opviel: Heras-Casado is bovenal punctueel en gericht op netheid, en minder op meeslependheid. Dat maakte vooral Sibelius wat statisch. Janine Jansen blijft een muzikaal fenomeen. Dat kwam vooral tijdens de toegift het best tot uiting: samen met concertmeester Liviu Prunaru speelde ze een deel uit de sonate voor twee violen van Prokofiev.