Donderdag 17 april 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
R. Strauss: Arabella
Arabella - Jacquelyn Wagner
Zdenka - Agneta Eichenholz
Mandryka - James Rutherford
Adelaide - Charlotte Margiono
Waldner - Alfred Reiter
Matteo - Will Hartmann
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Ik hoorde Arabella ooit eens in de Zaterdagmatinee; het is een fraai lyrisch stuk waarin Strauss lekker lange muzikale lijnen trekt, op het kitcherige randje af en toe, maar ik houd er wel van. De eerste akte is het sterkst: het duet van Arabella en haar zus Zdenka is bijzonder fraai, zeker wanneer deze wordt gezongen door twee uitstekende sopranen. De derde akte duurt iets te lang; de ontknoping had wat kernachtiger gekund. Jacquelyn Wagner is een formidabele Arabella, ze zingt zuiver, slank, sensueel. James Rutherford is een imposante Mandryka, maar op de cd-opname die ik van deze opera heb wordt deze rol gezongen door George London en tja daar verbleekt iedereen bij. Charlotte Margiono maakt een geslaagde come-back; haar man gezongen door Alfred Reiter vond ik de meest zwakke schakel van de cast. Marc Albrecht laat het orkest prachtig spelen; Strauss zit duidelijk in zijn genen. De enscenering is weinig spectaculair maar wel effectief. De schuivende achterwand zorgt ervoor dat Arabella soms fraai afsteekt tegen een witte achtergrond, wat haar ook visueel in het middelpunt plaatst. Mooi gedaan. Op 2 mei nog een keer.
Sinds 2006 beschrijf ik hier alle concerten en operavoorstellingen die ik heb bezocht.
29 april 2014
27 april 2014
Concert 11 april 2014
Vrijdag 11 april 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe
Maximilian Schmidt, tenor (Evangelist)
Thomas Bauer, bariton (Christus)
Carolyn Sampson, sopraan
Damien Guillon, countertenor
Benjamin Hulett, tenor
Peter Kooij, bas
Nationaal Jongenskoor
Collegium Vocale Gent
Bach: Matthäus-Passion
Herreweghe dirigeerde al vijf keer eerder de Matthäus bij het KCO, en daarvan maakte ik zeker drie jaargangen mee. Zijn laatste keer was in 2005 nog voordat ik deze weblog startte. Soms maakte hij gebruik van het Nederlands Kamerkoor, soms zijn eigen Collegium Vocale Gent. Nu weer met dit laatstgenoemde koor; het is uiteindelijk de beste combinatie voor een geweldige Matthäus: het KCO, het Collegium Vocale en Herreweghe. Over de solisten kun je soms op- en aanmerkingen maken over de details in hun voordracht, maar bij Herreweghe, het KCO en het Collegium Vocale valt er eigenlijk niks negatiefs te zeggen. Herreweghe is sowieso mijn favoriete Bach-dirigent. Hij legt subtiele nadruk op de finesses in de relatie tussen de tekst en de muziek, en hij schuwt het (fijnzinnig ge-etaleerde) dramatische element niet. Zoals bij deze uitvoering: de tien, twintig seconden absolute stilte na het sterven van Christus. De zangers waren prima. Een countertenor in het 'Erbarme dich' hoeft voor mij eigenlijk niet, maar vooruit: als de zanger goed zingt is de aria niet kapot te krijgen. Iedereen zal zo zijn favoriete momenten in de Matthäus hebben, en ofschoon iedere noot ertoe doet in dit meesterwerk hierbij dan mijn top 3, in chronologische volgorde: het koraal 'Was mein Gott will, das g'scheh allzeit', het 'Sind Blitze, sind Donner', en de 'Aus Liebe'-aria. De rest vormen de overige 65 toppers.
In juni keert Herreweghe terug naar het Concertgebouw met het Collegium Vocale, dan met een heerlijk Cantate-programma, waaronder het Himmelfahrts-oratorium. Niet te missen!
22 april 2014
Opera 30 maart 2014
De Nationale Opera
Donizetti: Lucia di Lammermoor
Lucia - Jessica Pratt
Edgardo - Ismael Jordi
Enrico - Marco Caria
Raimondo - Alastair Miles
Arturo - Philippe Talbot
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Carlo Rizzi
Ruim zes jaar geleden zag ik deze productie al eens eerder, zie hier de webog daarvan. En nu had ik een totaal andere beleving. Ja, het stuk is een oneindige aaneenschakeling van melodieën, maar nu klonken die allemaal als een eenheid. Dat lag zeker aan Jessica Pratt en Ismael Jordi die geknipt bleken voor hun rol. Zeven jaar geleden was Jordi nog een nieuwkomer, maar zijn stem en zijn voordracht hebben zich geweldig ontwikkeld. Pratt bleek een ideale Lucia; haar stem is slank, zuiver en met de waanzinaria kreeg ze de zaal na afloop aan het loeien. Het grootste pluspunt van deze producte was de directie van Carlo Rizzi. De man dirigeert zonder enige opsmuk, de linker- en rechterarm bewegen nagenoeg synchroon, maar het orkest klinkt scherp en gedreven. Rizzi schijnt de repetitietijd tot op de seconde uit te buiten en het uiterste te eisen van iedereen. Dat was te horen! Dit was belcanto zoals je in Italië misschien overal kunt krijgen, maar in Amsterdam heb ik zoiets in het Muziektheater nog niet meegemaakt (wel in het Concertgebouw trouwens).
16 april 2014
Concert 28 maart 2014
Vrijdag 28 maart 2014, Concertgebouw Amaterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Frank Peter Zimmermann, viool
Mozart: Vioolconcert nr. 3
Bruckner: Symfonie nr. 7
Het derde en laatste concert van de korte Bruckner-cyclus door het KCO o.l.v. de chef. Zo hoor je soms een jaar lang geen enkele Bruckner-symfonie, en nu in ruim een week drie verschillende. Eerder dit seizoen hoorde ik al de Vijfde en Zesde, dus je hoort mij niet klagen. Veel componisten ontmoetten bij leven veel onbegrip, maar Bruckner had daaronder wel het meeste te lijden. Onbegrijpelijk. De twee uitvoeringen van de Zevende door het KCO o.l.v. Jansons in december 2012 deden me meer dan deze uitvoering; waarschijnlijk speelde de vermoeidheid bij het orkest (of bij mij?) parten. Maar het moet gezegd: het orkest speelde uitsterst sonoor, vloeiend en gedreven. En omdat de ultieme, beste of meest perfecte Bruckner 7 gelukkig niet bestaat, heb ik toch gewoon lekker zitten genieten van deze uitvoering en vooral van dit meesterwerk. Er zijn vele andere kandidaten, maar Bruckner behoort absoluut tot mijn top 3-componisten. Voor de pauze een wat matte uitvoering van het speelde Derde vioolconcert van Mozart, technisch prima gespeeld door Frank Peter Zimmermann, maar het klonk allemaal wat te plichtmatig. Eind deze maand nog een keer in een bijzonder naam-dubbelconcert; misschien dan wat levendiger?
08 april 2014
Concert 26 maart 2014
Woensdag 26 maart 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Truls Mørk, cello
Haydn: Celloconcert nr. 1 in C
Bruckner: Symfonie nr. 4
Mijn twee favoriete cd-opnames van de Vierde van Bruckner zijn volledig aan elkaar tegengesteld. De oude opname van Eugen Jochum met de Berliner Philharmoniker is zo stormachtig en energiek als maar kan zijn. Met name in het openings- en slotdeel is het tempo fascinerend hoog, met verbluffend resultaat tot gevolg. De andere opname is de langzaamste die er is: Sergiu Celibidache met de Münchner Philharmoniker. Die pluist ieder detail volledig uit, zonder daarbij de grote lijn te verliezen. En de hamerende wijze waarop hij de coda van het slotdeel laat spelen, sowieso het meest emotionele deel van de hele symfonie, is onvergetelijk en ongeëvenaard. In beide opnames komt die Vierde als een ultiem meesterwerk uit de luidsprekers; het is een geweldig stuk. Alle delen zijn grandioos van opzet, thematiek, klankkleur en impact. De uitvoering van Jansons hield het hier volledig in het midden en daarmee schaarde hij zich in een rij van veel dirigenten. Zijn live-opname met het KCO uit 2008 (zie hier) is prima, maar die beluister ik eigenlijk zelden. Deze herneming klonk evenzeer evenwichtig, zuiver en in balans. Gewoon een prima uitvoering om de grootsheid van deze Vierde tot je te nemen. En de solohoornisten speelden puntgaaf! Voor de pauze het in 1961 herontdekte celloconcert van Haydn, een beetje braaf en eendimensionaal gespeeld door Mørk en Jansons. Maar de noten waren er allemaal, en dat heb ik in dit hondsmoeilijke stuk wel eens anders gehad.
26 maart 2014
Concert 20 maart 2014
Donderdag 20 maart 2014, De Doelen Rotterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergiev
Benjamin Schmid, viool
Von Weber: Ouverture Der Freischütz
Dutilleux: Vioolconcert 'L'arbre des songes'
Berlioz: Symphonie fantastique
Ik heb gezocht naar een recentere datum, maar ik kom niet verder dan maart 2009: de laatste keer dat ik naar een concert in De Doelen ben geweest. Hoe belachelijk lang geleden ook: de foyers en de zaal voelen bijna net zo vertrouwd als het Concertgebouw. Ik bezocht het Rotterdams Philharmonisch in De Doelen al op mijn zeventiende, jaren voordat ik voor de eerste keer de gang naar het Concertgebouw(orkest) maakte. Nu hoor ik het RphO vaker in Amsterdam dan in Rotterdam en eigenlijk is er geen reden om niet vaker naar Rotterdam te gaan. Het is een meer dan goed orkest en als er goede dirigenten voor staan, krijg je spannende concerten voorgeschoteld. Met Gergiev is spanning een standaard-ingrediënt, ook al strookt zijn imago van gejaagd dirigent die per avond twee concerten dirigeert en de repetitietijd tot het absolute minimum beperkt niet met wat je te horen krijgt: zijn uitvoeringen zijn meestal weloverwogen en secuur, allesbehalve impulsief. Daar was dit concert een prima voorbeeld van. Die meesterlijke Freischütz-ouverture klonk beheerst maar warmbloedig, en zelfs in het Dutilleux-concert kon ik mijn aandacht redelijk goed erbij houden (ik heb helemaal niks met Dutilleux). Dat lag ook aan Benjamin Schmid: hij speelde prachtig viool. Tja, zo hoor je het stuk vele jaren niet, en dan nu in twee weken twee keer: Gergiev bracht de Symphonie fantastique niet beter of slechter dan Chung bij het KCO, maar wel feller en extatischer.
22 maart 2014
Concert 19 maart 2014
Woensdag 19 maart 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Lars Vogt, piano
Beethoven: Pianoconcert nr. 1
Bruckner: Symfonie nr. 9
De recensies in het Parool en de NRC waren matig-lauw cq gewoon-positief, maar ik was het met beide beschrijvingen niet eens. Dit was een concert zoals je zelden meemaakt, waarin iedere noot spannend en bevlogen werd gespeeld en waarmee ik even helemaal van alle zorgen en dagelijkse beslommeringen verlost was. Het Eerste pianoconcert van Beethoven is op zich een interessant stuk, maar Vogt en Jansons maakten er een geweldig concert van, spannend van begin tot eind, speels en fragiel, drammend en lyrisch. Hoogtepunt: de lange cadens van het eerste deel; Vogt speelde vol bravoure, zo wil je pianospelen! De Brahms-toegift zette het publioek weer even met beide benen op de begane grond. Dan Jansons' kijk op de Negende van Bruckner; ik zag er met spanning naar uit. Kortgezegd: het klonk in veel opzichten op de onvolprezen opname van Haitink met het Concertgebouworkest, gemaakt rond 1980, alleen in vlottere tempi en vooral ook harder. Dat laatste vond ik eigenlijk het enige minpunt van de uitvoering: het had soms wat zachter gekund. Maar verder kreeg dit meesterwerk een heerlijke vloeiend-bevlogen uitvoering. Jansons herneemt volgende week de Vierde en Zevende; hopelijk doet hij dat later ook weer met de Negende, ik hoor het graag nog eens!
16 maart 2014
Concert 7 maart 2014
Vrijdag 7 maart 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-Whun Chung
Beethoven: Symfonie nr. 2
Berlioz: Symphonie fantastique
Chung lijkt bij het KCO een aparte positie als gastdirigent te hebben. Hij dirigeert steevast om de twee jaar, en vooral bekende stukken uit het romantische ijzeren repertoire. Zijn interpretaties zijn nooit vernieuwend of apart, maar de uitvoeringen zitten wel altijd strak in de lak. Dit concert was daar een schoolvoorbeeld van. De Tweede van Beethoven kreeg vorig jaar onder leiding van Iván Fischer nog een uitdagender lezing, nu klonk dit stuk onopgesmukt, relatief traditioneel, maar uiterst secuur. Ook in de Symphonie fantastique geen eigenaardigheden in de uitvoering, behalve dan de lading die Berlioz zelf in dit meesterwerk stopte. Ik hoorde het bij het KCO al heel lang niet meer: ergens eind jaren tachtig met Dutoit en begin jaren negentig met Jansons (een van zijn eerste programma's bij het KCO, dacht ik). Chailly heeft het nooit gedirigeerd hier, en Haitink is er al helemaal de dirigent niet voor. Chung wel.
04 maart 2014
Concert 21 februari 2014
Vrijdag 21 februari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Mytrò Papatanasiu, sopraan
Bernarda Fink, alt
Burkhard Fritz, tenor
Gerald Finley, bas
Groot Omroepkoor
Beethoven: Symfonie nr. 8
Beethoven: Symfonie nr. 9
Met dit concert sloot Fischer zijn Beethovencyclus, uitgesmeerd over twee seizoenen, bij het KCO af. Volgend jaar herhaalt hij de cyclus twee keer; dan worden alle symfonieën in één week gespeeld. Daarvoor moeten we dan wel naar Luxemburg of Seoel. Fischer dirigeerde de Achtste in 2009 ook al bij het KCO (zie hier de weblog); wellicht werd toen het idee geboren om hem een hele cyclus te laten dirigeren. Hoe dan ook: dat was een uitstekend idee, want Fischer heeft veel te vertellen met Beethoven. Het tempo van het openingsdeel van de Achtste werd opvallend trager, of beter: lijziger gespeeld dan ik gewend ben, maar daardoor kwamen veel details fraai aan de oppervlakte. Het is een meesterlijke symfonie die ten onrechte in de schaduw staat van de 7e en 9e. Na de Achtste duurde het tien jaar voordat Beethoven zijn Negende componeerde en met een pauze als onderbreking hoor je een enorme uitbreiding van het muzikale perspectief: een groter orkest, meer thematische verdichting, nieuwe vormen. Het is een groots werk, uitermate boeiend, maar ook raadselachtig en problematisch. Die arme zangers: het klinkt nergens echt gemakkelijk. Fischer hield mijn aandacht in de eerste drie delen sterk gevangen; in het slotdeel vond ik het af en toe iets te verbrokkeld en was ik de lijn een beetje kwijt, hoe goed er ook werd gezongen en gespeeld. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO en werd tijdens een van de twee concerten met dit programma gemaakt.
01 maart 2014
Ernani
Afgelopen week maakten de Amsterdamse muziekorganisaties weer hun nieuwe programma's voor het volgende seizoen bekend. De Nederlandse Opera hernoemde zich tot De Nationale Opera en biedt een aantrekkelijk programma. Onbegrijpelijk is wel dat sinds DNO in het Muziektheater huist (1987) er enkele grote opera's uit het 'kernrepertoire' nog steeds geen uitvoering kregen: Il Trovatore, Manon Lescaut, Der Freischütz, Les contes d'Hoffmann, La forza del destino, La Cenerentola: ze wachten nog op hun première bij De Nationale. Er zijn zeker nog heel veel andere opera's te noemen die voor het eerst op de planken gebracht mogen worden, maar ieder jaar dat deze zes niet uitgevoerd worden, is dubbel beschamend. Vooruit: volgend jaar wel een ander meersterwerk voor het eerst: Il viaggio a Reims. Deze Rossini-opera werd in de jaren tachtig door Claudio Abbado herontdekt, en de cd-opname daarvan trek ik regelmatig uit de kast. Deze opera is het ultieme medicijn tegen iedere negatieve gedachte. Ik ben benieuwd welke kwaliteit zangers voor dit zangfestijn is gecontracteerd, want met een enkele goede sopraan en tenor kom je er niet met dit stuk.
Wat anders: ik beluister de afgelopen maanden regelmatig een pareltje uit mijn kast, een vroege Verdi-opera die minstens zo goed is als MacBeth of het trio Traviata-Rigoletto-Trovatore. Verdi verbaast je in dit stuk 'track' na 'track'. Verder: ik heb er een werkelijk sublieme uitvoering van, opgenomen in 1967 met Carlo Bergonzi en Leontyne Price als het liefdesstel. Die zingen de sterren van de hemel, maar de echte parels zijn Mario Sereni als de boosaardige Don Carlo en dirigent Thomas Schippers. Sereni werd in 1928 geboren, leeft nog, en heeft een lyrische stem met een gouden rand. Zijn 'Oh, de'verd'anni miei' in het derde bedrijf begint compositorisch eigenaardig en lijkt soms wat tegen de toon, maar opeens is het kippenvelmoment daar en valt alles op zijn plaats. Thomas Schippers werd in 1930 geboren, en overleed al in 1977, en wie deze opname beluistert snapt wat een groot dirigent hij was. Er is drive, het orkest klinkt scherp en verzorgd en Schippers heeft de touwtjes met deze grote zangers stevig in handen. Op zijn 37ste! Luistert en huivert: hier op YouTube Da quel di che t'ho veduta uit het eerste bedrijf met Sereni, Price en Schippers in topvorm - eerst 3 minuten inleiding (op zich al fantastisch!) en dan begint het. Hier!
16 februari 2014
Concert 13 februari 2014
Donderdag 13 februari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Pablo Heras-Casado
Janine Jansen, viool
Sjostakovitsj: Festivalouverture
Szymanowski: Vioolconcert nr. 1
Sibelius: Symfonie nr. 2
Tja, een wat lastig verhaal. Ik kocht ruim een week van tevoren een los kaartje voor dit concert, en koos een plaats zowat midden in het orkest: op de voorste rij op het podium aan de kant waar de dirigent de trap afkomt, en dan juist op de hoek naast de trap. Enfin, Heras-Casado en Janine Jansen op intieme afstand voorbijkomend, maar zo dichtbij zaten ook de trombones, de tuba, trompetten en contrabassen. Ik heb een boeiende avond gehad; ik zat zowat in het orkest zonder te hoeven spelen. Maar een afgewogen oordeel over de uitvoeringen is eigen nauwelijks te geven: daarvoor werden bepaalde orkestgroepen teveel over- en onderbelicht. Wat wel opviel: Heras-Casado is bovenal punctueel en gericht op netheid, en minder op meeslependheid. Dat maakte vooral Sibelius wat statisch. Janine Jansen blijft een muzikaal fenomeen. Dat kwam vooral tijdens de toegift het best tot uiting: samen met concertmeester Liviu Prunaru speelde ze een deel uit de sonate voor twee violen van Prokofiev.
09 februari 2014
Concert 6 februari 2014
Donderdag 6 februari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Gustavo Gimeno
Yefim Bronfman, piano
Sibelius: De zwaan van Tuonela
Lindberg: Pianoconcert nr. 2
Strawinsky: Jeu de cartes
J. Strauss jr.: Ouverture Die Fledermaus
Ja, ik had graag Jeu de cartes en de Fledermaus-ouverture door Jansons gedirigeerd gehoord. Maar het mocht niet zo zijn; zijn artsen zorgen ervoor dat hij al dirigerend en afzeggend de tachtig gaat halen, en een afzegging zo af en toe ten gunste van andere concerten neem ik dan op de koop toe. Soms weten ze Haitink te strikken, en nu dan een orkestlid waarvan ik niet wist dat hij dirigeer-aspiraties had. Het pakte allemaal uitstekend uit: Gustavo Gimeno is meer dan een talent. Sibelius klonk prachtig en zeer stemmig, Bronfman beukte en pingelde een half uur lang verrukkelijk door het nieuwe pianoconcert van Lindberg, en Jeu de cartes en de Fledermaus-ouverture klonken zwierig en scherp. Een raar programma dat een aparte invulling kreeg. Gimeno werd na afloop luid toegejuicht, terecht! Tijdens dit concert werd bovenstaande foto genomen die ik van de Facebook-pagina van het KCO plukte.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Gustavo Gimeno
Yefim Bronfman, piano
Sibelius: De zwaan van Tuonela
Lindberg: Pianoconcert nr. 2
Strawinsky: Jeu de cartes
J. Strauss jr.: Ouverture Die Fledermaus
Ja, ik had graag Jeu de cartes en de Fledermaus-ouverture door Jansons gedirigeerd gehoord. Maar het mocht niet zo zijn; zijn artsen zorgen ervoor dat hij al dirigerend en afzeggend de tachtig gaat halen, en een afzegging zo af en toe ten gunste van andere concerten neem ik dan op de koop toe. Soms weten ze Haitink te strikken, en nu dan een orkestlid waarvan ik niet wist dat hij dirigeer-aspiraties had. Het pakte allemaal uitstekend uit: Gustavo Gimeno is meer dan een talent. Sibelius klonk prachtig en zeer stemmig, Bronfman beukte en pingelde een half uur lang verrukkelijk door het nieuwe pianoconcert van Lindberg, en Jeu de cartes en de Fledermaus-ouverture klonken zwierig en scherp. Een raar programma dat een aparte invulling kreeg. Gimeno werd na afloop luid toegejuicht, terecht! Tijdens dit concert werd bovenstaande foto genomen die ik van de Facebook-pagina van het KCO plukte.
29 januari 2014
Concert 16 januari 2014
Donderdag 16 januari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Herbert Blomstedt
Brahms: Tragische ouverture
Brahms: Symfonie nr. 3
Brahms: Haydn-variaties
Brahms: Akademische festouverture
Een wat ongemakkelijk concert. Ik woon vlakbij het Concertgebouw, en kan als ik om 8 uur thuis vertrek daar nog koffie drinken. Heel luxe allemaal, maar nu brak me dat op: ik vergat in de haast vooraf het toilet te bezoeken. Tijdens het eerste deel van de Derde symfonie kreeg ik opeens flinke aandrang. Enfin, ik besloot het tweede deel af te wachten, maar Blomstedt rijgde het tweede, derde en vierde deel zonder rust aan elkaar. Ofschoon ik aan het middenpad zat, durfde ik niet weg te lopen. Ik heb het uiteindelijk nipt gered en zelden zo verlangd naar de pauze, maar ongedwongen luisteren naar die Derde Brahms was er niet bij. Het was verder allemaal een 'gewoon goed, maar niet uitzonderlijk' concert. Brahms is altijd goed, en een dirigent die geen rare fratsen uithaalt kan dan weinig kwaad. Maar bijzonder en groots was het allemaal niet. Jammer, want na zijn onvergetelijke Schubert 9 (zie hier) had ik gehoopt op meer. Een 86-jarige dirigent die nog zo kwiek dirigeert: wél heel bijzonder.
Concert 13 januari 2014
Maandag 13 januari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Wiener Philharmoniker o.l.v. Riccardo Chailly
Leonidas Kavakos, viool
Sibelius: Finlandia
Sibelius: Vioolconcert
Bruckner: Symfonie nr. 6
Sibelius en Bruckner: een geweldige combinatie die hier in Amsterdam bij het KCO eigenlijk nooit gepresenteerd wordt. Sibelius wordt sowieso hier flink ondergewaardeerd. Kavakos speelde een kleine twee jaar geleden hetzelfde concert bij het KCO onder leiding van Gergiev (zie hier de weblog) en ook nu bewees hij dit meesterwerk de hoogste eer. Chailly begeleidde uitstekend. In Finlandia was het tempo iets te hoog; daardoor kreeg het stuk niet de vervoering mee die het toch ook in zich draagt. Maar goed: het koper van de Weners in de opening van Finlandia is goud op snee. Na de pauze Bruckners 'Keckste'; juist van deze symfonie maakte Chailly met het KCO een prachtige opname waarin het vernieuwende en uitdagende centraal stond. Met de Weners kwam Chailly tot een gemiddelder uitvoering. Het klonk allemaal subliem - wat een klankcultuur heeft dit orkest - maar ik had een meer spannende uitvoering verwacht.
20 januari 2014
Concert 10 januari 2014
Vrijdag 10 januari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Beethoven: Symfonie nr. 6 'Pastorale'
Beethoven: Symfonie nr. 7
In anderhalve week een spetterend begin van het nieuwe jaar. Beethoven, Brahms, Bruckner, Sibelius, en dan niet bepaald hun slechtste composities, uitgevoerd door klinkende namen. Beethoven beet de spits af, met twee ultieme meesterwerken. De eerste twee afleveringen van Fischers Beethovencyclus waren veelbelovend (zie hier en hier), en ook dit vervolg kan worden bijgeschreven als memorabel. Vooral door de subliem uitgevoerde Pastorale, precies zoals die moet zijn, maar die je nooit hoort: een beetje lijzig-larmoyant, warm, transparant, fijnzinnig en vooral spannend. Fischer gooide de bekende opstelling van het orkest flink door elkaar, en dat leverde een geweldig klankspectrum op. De vogeltjes floten dat het een lieve lust was, het water kabbelde flink en de donder deed het gebouw op zijn grondvesten schudden. Enfin, muziekmaken op zijn allergrootst. Daarna was het pauze en tijdens de koffie is het vooruitzicht op de Zevende louter extatisch. Die viel uiteindelijk dan dus ietsjes tegen. Ach ja, het was een grootse uitvoering, maar niet zo enerverend als die Zesde. Desalniettemin: Fischer is een geweldige dirigent die het KCO tot grote hoogten opstuwt. Het zegt tenslotte misschien meer iets over mij dan over iemand of wat anders: het feit dat Fischer de herhalingstekens in het slotdeel niet honoreerde, doet afbreuk aan het ultieme extatische van dat slotdeel. Daar horen spelers en luisteraars na afloop aan de beademing te gaan, en dat gebeurde mede daardoor niet. Maar goed, toch een zeer heuglijk concert. Want die Pastorale....!
Abonneren op:
Posts (Atom)















