Sinds 2006 beschrijf ik hier alle concerten en operavoorstellingen die ik heb bezocht.
25 maart 2013
Concert 22 maart 2013
Vrijdag 22 maart 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Stéphane Denève
Susan Gritton, sopraan
Kate Aldrich, alt
Yann Beuron, tenor
Laurent Naouri, bariton
Vincent le Texier, bas
Groot Omroepkoor
Martin: Golgotha
Dit afwijkende programma ten opzichte van de jaarlijkse passie-uitvoeringen door het KCO confronteerde mij voorafgaande aan dit concert flink met mezelf. De gedachte dat een beetje avontuur en afwijking van het gewone het leven interessant maken, en dus dat in plaats van een van de twee Bach-Passionen een geheel ander werk niet misstaat, vocht een hevige strijd met de hang naar traditie en gewoonte: de lente is in aantocht (nou ja, dat zegt de kalender) en bij het script daarvan hoort een Bach-Passion, liefst de Matthäus. Enfin, ik ging met nieuwsgierige tegenzin naar dit concert. Golgotha van Frank Martin is een boeiend oratorium waarin het lijdensverhaal en de wederopstanding in geuren en kleuren wordt verklankt. Eigenlijk benadert de setting heel dicht die van de Passionen van Bach: solisten die het verhaal zingend becommentariëren, een bas-bariton als Christus, evenals bij Bach een weinig sensitieve betweter, en een koor dat hoofdzakelijk de rol van het volk vertegenwoordigt (bij Bach daarnaast ook de rol van beschouwer). Ik vond het stuk wat te voorspelbaar, of beter: te weinig verrassend. Het ontroerde me in elk geval niet, ofschoon ik het hele concert geconcentreerd heb geluisterd. De zangers en het koor voldeden uitstekend; dirigent Denève haalde er naar mijn indruk echter niet uit wat erin zat. De koorpartijen waren soms ongenuanceerd hard, en echt subtiel orkestspel heb ik niet gehoord. Hier en daar rafelde de uitvoering nog wat, maar dat mag een debuterende dirigent met een voor het orkest onbekend werk vergeven worden. Nu maar weer een aantal jaren de traditie voordat er weer van afgeweken kan worden. Volgend jaar de Matthäus met Herrweghe; ik kijk ernaar uit.
20 maart 2013
Recital 17 maart 2013
Zondag 17 maart 2013, Concertgebouw Amsterdam
Grigory Sokolov, piano
Schubert: 4 Impromptus, D899
Schubert: Drei Klavierstücke, D946
Beethoven: Sonate nr. 29 'Hammerklavier'
Ik hoorde Grigory Sokolov ergens in de jaren negentig tijdens een recital waarin hij een geweldige uitvoering van de Derde pianosonate van Brahms speelde. Dit grootse programma kon ik niet overslaan; het was wederom een fantastisch recital. Sokolov speelt gespierd, maar nergens over de top, technisch volmaakt en hij haalt de meest duistere kanten van de muziek naar boven. Men kan zich Schubert intiemer voorstellen, maar ik heb ademloos naar die sublieme Impromptus en Drie klavierstukken zitten luisteren. Van die drie stukken is het tweede me bijzonder dierbaar; het middengedeelte is van onaardse schoonheid, en Sokolov speelde het prachtig. Het programma voor de pauze duurde bijna vijf kwartier; Sokolov begon pas iets voor tienen aan de Hammerklaviersonate. Hoe weerbarstig is Beethoven vergeleken bij Schubert, maar de Hammerklavier wordt terecht als de beste pianosonate uit de hele pianoliteratuur bestempeld. In het programmaboekje een citaat van Berlioz die het stuk perfect karakteriseerde: de uitvoerder moet al zijn virtuositeit en een verpletterende, naar buiten gerichte pianistiek inzetten om de naar binnen gerichte inhoud te realiseren. Dat lukte Sokolov uitstekend. Het Adagio speelde hij uiterst langzaam maar dwong volledige concentratie bij het publiek af. Zo ook tijdens de onmogelijke Finale. Je zou vermoeden dat Sokolov hierna volledig leeggespeeld zou zijn, maar hij beloonde het uitbundige publiek op zes toegiften. Ik herkende wat Scarlatti, een stukje Rameau en als laatste (dacht ik) een late Brahms. Alles subtiel en prachtig. Bij de laatste toegift was de zaal inmiddels half leeg. Ik stond om iets voor half twaalf buiten.
Concert 6 maart 2013
Woensdag 6 maart 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Charles Dutoit
Janine Jansen, viool
Wagenaar: Ouverture Cyrano de Bergerac
Tsjaikovski: Vioolconcert
Brahms: Symfonie nr. 1
Voor de tournee naar Zuid-Afrika heeft het KCO Charles Dutoit uitgenodigd, die na 18 jaar afwezigheid weer zijn opwachting mocht maken. Ik heb hem eind jaren tachtig en begin jaren negentig enkele malen met het orkest gehoord en die concerten waren over het algemeen prima. Ook vond ik hem altijd een leuke dirigent om naar te kijken: hij beweegt zijn armen in alle windrichtingen en ogenschijnlijk onafhankelijk van elkaar. Zijn cd-opanmes van met name het Franse repertoire zijn genoegzaam bekend; vooral zijn Ravel-opnames zijn prachtig. Nu dan met een klassiek-romatisch programma dat hem prima bleek te liggen. De Eerste van Brahms hoorde ik al heel lang niet meer in de concertzaal, en deze uitvoering zat strak in de verf. Voor de pauze een memorabele uitvoering van het Vioolconcert van Tsjaikovski. Aan het begin van de cadens in het eerste deel ging het mis: bij de eerste de beste pizzicato knapte een snaar van Jansens viool; ze moest stoppen. Even een hulpeloze blik, maar een orkestlid pakte haar Stradivarius en spande in korte tijd een nieuwe snaar. Even stemmen en het concert werd vervolgd met de start van de cadens. Toen bij die bewuste pizzicato de snaar het hield, ging er een zucht van verlichting door de zaal. Maar ondertussen speelde Jansen gewoonweg de sterren van de hemel: technisch perfect, warmbloedig en enorm muzikaal. Ik heb haar nu al meerdere concerten bij het KCO horen spelen (Sjostakovitsj, Britten, Sibelius en Mendelssohn) en iedere keer bijzonder overtuigend. Een grote violoste!
01 maart 2013
Opera 15 februari 2013
Vrijdag 15 februari 2013, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera
Rossini: Guillaume Tell
Guillaume Tell - Nicola Alaimo
Arnold Melcthal - John Osborn
Walter Furst - Marco Spotti
Melcthal - Patrick Bolleire
Gesler - Christian Van Horn
Mathilde - Marina Rebeka
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Paolo Carignani
De recensenten van de landelijke dagbladen waren nogal verschillend in hun oordeel over deze nieuwe productie van Rossini's laatste opera geënsceneerd door Pierre Audi. Ik houd het op het midden: het was een fraaie voorstelling, maar ook wat gemiddeld en weinig beklijvend. Ik denk dat het vooral aan Rossini en vooral zijn librettisten ligt: zij wisten de onderdrukking en opstand van de Zwitsers tegen de Oostenrijkers weinig levendig uit te beelden. Eigenlijk komt het hier op neer: alle Zwitsers en hun leiders (Tell en Arnold) zeuren een uurtje of drie in verschillende settings dat hun harten het leed niet meer kunnen verdragen en dat de tijd voor opstand nu toch echt is aangebroken, en dan wordt alles in een minuutje of drie uitgevoerd, waarna een opgelucht slotkoor volgt. Wat ik ruim drie jaar geleden over een concertante uitvoering in het Concertgebouw over deze opera schreef (zie hier de weblog), kan ik alleen maar onderschrijven. Ook over het aandeel van John Osborn schreef ik toen wat ik hier ook kan schrijven: goed, maar niet echt meeslepend. Alaimo heeft als titelheld niet echt een grootse rol, maar zijn kolossale verschijning mocht er wezen. Koor en orkest droegen de voorstelling; de enscenering van Audi voldeed prima, maar zal niet als zijn beste de geschiedenis ingaan.
De reprise van Prokofievs 'Liefde van de drie sinaasappelen' laat ik aan me voorbij gaan; en met het KCO op wereldtournee is het een wat stille boel. Ik zal een weblogje wijden aan de nieuwe seizoensprogramma's die net verschenen zijn.
01 februari 2013
Concert 30 januari 2013
Woensdag 30 januari 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koor & orkest Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Dorothee Mields, sopraan
Damien Guillon, altus
Thomas Hobbs, tenor
Peter Kooij, bas
Bach: Cantate Herr, wie du willt, so schicks mit mir, BWV 73
Bach: Cantate Ich bin vergnügt mit meinem Glücke, BWV 84
Bach: Cantate Sie werden euch in den Bann tun, BWV 44
Bach: Cantate Ich elender Mensch, wer wird mich erlösen, BWV 48
Bach: Cantate Ich glaube, lieber herr, hilf meinem Unglauben, BWV 109
In 2006 en 2008 gaf Herreweghe met zijn Gentse formatie al eerder een concert waarin enkele Bach-cantates centraal stonden (zie hier en hier de weblogs daarvan). Dat waren twee gelukkig makende concerten; na ruim vier jaar weer zo'n concert dat je gemoed helemaal schoonspoelt. Van deze vijf cantates kende ik er drie - ik draai regelmatig in de auto, trein of sportschool één of meerdere willekeurige cantates en daardoor plaatsen die zich als vanzelf in mijn muzikale memorie. Herrweghe is mijn favoriete Bach-dirigent. Zijn aanpak is nauwkeurig maar vloeiend, iedere frase doet ertoe en hij legt Bachs onnavolgbare verklanking van de teksten prachtig bloot; je zit permanent met gespitste oren. Dat deed ook de rest van de goed gevulde Grote Zaal. Heerlijk ook om de geweldige Peter Kooij nog eens te horen; op menige opname van Bach-cantates door Herreweghe is hij een grootse vertolker van recitatieven en aria's en zo ook deze avond. De vier solisten maakten overigens deel uit van het koor, dat inclusief hen uit 12 zangers bestond. Subtiliteit en zuiverheid alom! Evenals bij de twee eerdere concerten werd een motet gezongen, nu voor vijf stemmen a capella. Ik kon Herreweghe niet verstaan om welk stuk het ging en van wie, maar het was uitermate fraai.
29 januari 2013
Concert 25 januari 2013
Vrijdag 25 januari 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Leonidas Kavakos, viool
Bartók: Vioolconcert nr. 2
Mahler: Symfonie nr. 1
Exacte herhaling van het concert van 29 augustus j.l. (zie hier de weblog daarvan). Het Tweede vioolconcert van Bartók deed me dit keer weinig, hoe prachtig Kavakos ook speelde. Zijn gitaarachtige toegift hoorde ik ook al eerder gespeeld door hem, maar was wederom verrukkelijk. Na de pauze een (wederom) grandioze Eerste Mahler. Ondanks de kleine missertjes bij de koperblazers stond de uitvoering als een huis. Ik zat dit keer prinsheerlijk op de eerste rij op het podium en kon Jansons' verrichtingen goed observeren. Hij is voortdurend bezig de partituur in bewegingen om te zetten. Bijzonder fascinerend om te zien, maar ook zeer integer en artistiek. Het orkest en Jansons zijn een maandje op pad met Bruckner, Mahler en Strauss; het zij de wereld gegund!
Concert 23 januari 2013
Woensdag 23 januari 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Wagenaar: Ouverture De getemde feeks
R. Strauss: Tod und Verklärung
Tsjaikovski: Symfonie nr. 5
Het programma voor de pauze (Wagenaar en Strauss) stond ook in oktober j.l. met Jansons gepland maar toen moest hij de concerten wegens ziekte afzeggen. De toen gespeelde Strauss-orkestliederen met Anja Harteros redden het concert (zie hier de weblog daarvan). Nu dan wel met Jansons, gedreven als altijd. Na de wat plichtmatige ouverture van Wagenaar (ik zou zeggen: goed geschreven, maar speel voortaan gewoon de Meistersinger-ouverture) een werkelijk suberbe Tod und Verklärung. Het is een typisch Strauss-stuk met zijn afwisselende dreiging, wanorde en lyriek. Ik heb een prima cd-opname van het stuk met het Concertgebouworkest en Haitink, maar Jansons is stellig de beste Strauss-dirigent. Zijn live-opnames van Ein Heldenleven, Don Juan en Eine Alpensinfonie bewijzen dat. Deze Tod und Verklärung zal waarschijnlijk aan de vorig jaar gespeelde Also sprach Zarathustra gekoppeld worden. Na de pauze de Vijfde van Tsjaikovski, die ik eind jaren tachtig pas goed leerde kennen door de prachtige opname van Jansons met zijn toenmalige orkest uit Oslo. Het tekent Jansons: nergens enig spoor van routine, iedere maat doet ertoe. Een geweldig subtiele en gedreven uitvoering. De man is eigenlijk onnavolgbaar!
26 december 2012
Concert 25 december 2012
Dinsdag 25 december 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Ferrucio Furlanetto, bas
Mozart: Ouverture Le Nozze di Figaro
Mozart: Madamia, il catalogo è questo uit Don Giovanni
Mozart: Non più andrai uit Le Nozze di Figaro
Mozart: Tutto è disposto... Aprite un po' quegl'occhi uit Le Nozze di Figaro
Mozart: Vedr Mentre lo Spospiro uit Le Nozze di Figaro
Bruckner: Symfonie nr. 7
Dit is mijn vierde kerstmatinee op rij; het is de best denkbare besteding van de tijd voorafgaande aan het kerstdiner. Dit keer had ik mijn ouders uitgenodigd; ik had ze getrakteerd op prachtige plaatsen midden in de zaal. En tja, dan eerst Ferrucio Furlanetto! Gottegot, wat een beheersing, vakmanschap en kennis van wat hij zingt! Furlanetto is 63, maar zijn stem is nog puntgaaf. Na zijn geweldige debuut bij het KCO twee jaar geleden (zie hier de weblog) maakte hij voor Jansons een uitzondering op de Italiaanse regel dat je met Kerst thuis bij je moeder bent. Hij zong de vier Mozart-aria's zoals ik ze nog nooit gehoord had: ieder woord kreeg aandacht, ook in gebaren. Een grandioos optreden! Na de pauze (zeer ongebruikelijk bij een kerstmatinee) wederom Bruckners Zevende. Even goed als twee dagen eerder, zie hieronder; jammer dat het publiek minder stil was dan zondagmiddag. Veel gehoest en na ieder deel een aarzelend applaus. Het kerstmatinee-publiek is bepaald geen Bruckner-kenner. Het maakte voor de uitvoering allemaal niet uit. Ook deze middag een sublieme Zevende, en hoe goed nu voor het eerst in de kerstmatinee een Brucknersymfonie op de lessenaars te hebben. Jansons is een groot Bruckner-dirigent!
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Ferrucio Furlanetto, bas
Mozart: Ouverture Le Nozze di Figaro
Mozart: Madamia, il catalogo è questo uit Don Giovanni
Mozart: Non più andrai uit Le Nozze di Figaro
Mozart: Tutto è disposto... Aprite un po' quegl'occhi uit Le Nozze di Figaro
Mozart: Vedr Mentre lo Spospiro uit Le Nozze di Figaro
Bruckner: Symfonie nr. 7
Dit is mijn vierde kerstmatinee op rij; het is de best denkbare besteding van de tijd voorafgaande aan het kerstdiner. Dit keer had ik mijn ouders uitgenodigd; ik had ze getrakteerd op prachtige plaatsen midden in de zaal. En tja, dan eerst Ferrucio Furlanetto! Gottegot, wat een beheersing, vakmanschap en kennis van wat hij zingt! Furlanetto is 63, maar zijn stem is nog puntgaaf. Na zijn geweldige debuut bij het KCO twee jaar geleden (zie hier de weblog) maakte hij voor Jansons een uitzondering op de Italiaanse regel dat je met Kerst thuis bij je moeder bent. Hij zong de vier Mozart-aria's zoals ik ze nog nooit gehoord had: ieder woord kreeg aandacht, ook in gebaren. Een grandioos optreden! Na de pauze (zeer ongebruikelijk bij een kerstmatinee) wederom Bruckners Zevende. Even goed als twee dagen eerder, zie hieronder; jammer dat het publiek minder stil was dan zondagmiddag. Veel gehoest en na ieder deel een aarzelend applaus. Het kerstmatinee-publiek is bepaald geen Bruckner-kenner. Het maakte voor de uitvoering allemaal niet uit. Ook deze middag een sublieme Zevende, en hoe goed nu voor het eerst in de kerstmatinee een Brucknersymfonie op de lessenaars te hebben. Jansons is een groot Bruckner-dirigent!
Concert 23 december 2012
Zondag 23 december 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Lisa Batiashvili, viool
Prokofiev: Vioolconcert nr. 1
Bruckner: Symfonie nr. 7
Twee jaar geleden zou Jansons al Bruckners Zevende bij het KCO dirigeren, maar hij moest die concerten toen afzeggen; Haitink nam deze over (zie hier de weblog). Nu dan toch met Jansons, en ik hoorde zelden zo'n sonoor gespeelde Brucknersymfonie. Vloeiende tempi, grote detaillering en verschillen in dynamiek, en vooral: een sublieme harmonische eenheid tussen strijkers, hout- en koperblazers. De hoorns, wagnertuba's, trombines en trompetten: ze speelden fantastisch. Jansons maakte er een krachtige uitvoering van, beklemtoonde de duistere klanken en liet het orkest dan weer fluisterzacht, dan weer op volle sterkte spelen. De symfonie klonk alsof deze al veel vaker uitgevoerd was, maar dit was toch echt de eerste keer. Voor de pauze het Eerste vioolconcert van Prokofiev; niet echt een lievelingsstuk, maar zo fragiel en mooi klinkend gespeeld als door Lisa Batiashvili slik ik alle reserves tegen Prokofiev in. Een recensent schreef over een uitvoering eerder deze week dat de violiste nauwelijks tegen de technische eisen van met name het middendeel opgewassen was, maar tijdens dit concert speelde ze feilloos.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Lisa Batiashvili, viool
Prokofiev: Vioolconcert nr. 1
Bruckner: Symfonie nr. 7
Twee jaar geleden zou Jansons al Bruckners Zevende bij het KCO dirigeren, maar hij moest die concerten toen afzeggen; Haitink nam deze over (zie hier de weblog). Nu dan toch met Jansons, en ik hoorde zelden zo'n sonoor gespeelde Brucknersymfonie. Vloeiende tempi, grote detaillering en verschillen in dynamiek, en vooral: een sublieme harmonische eenheid tussen strijkers, hout- en koperblazers. De hoorns, wagnertuba's, trombines en trompetten: ze speelden fantastisch. Jansons maakte er een krachtige uitvoering van, beklemtoonde de duistere klanken en liet het orkest dan weer fluisterzacht, dan weer op volle sterkte spelen. De symfonie klonk alsof deze al veel vaker uitgevoerd was, maar dit was toch echt de eerste keer. Voor de pauze het Eerste vioolconcert van Prokofiev; niet echt een lievelingsstuk, maar zo fragiel en mooi klinkend gespeeld als door Lisa Batiashvili slik ik alle reserves tegen Prokofiev in. Een recensent schreef over een uitvoering eerder deze week dat de violiste nauwelijks tegen de technische eisen van met name het middendeel opgewassen was, maar tijdens dit concert speelde ze feilloos.
Opera 21 december 2012
Vrijdag 21 december 2012, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera
Mozart: Die Zauberflöte
Tamino - Maximilian Schmitt
Sarastro - Brindley Sheratt
Sprecher - Maarten Koningsberger
Königin der nacht - Iride Martinez
Pamina - Christina Landshamer
Papageno - Thomas Oliemans
Papagena - Nina Lejderman
Monostatos - Wolfgang Ablinger-Sperrhacke
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v Marc Albrecht
In de NRC en het Parool werd deze nieuwe productie de hemel in geprezen, en inderdaad: dit was een buitengewoon prachtige Zauberflöte. Ik zag er aanvankelijk een beetje tegenop; de eerdere producties bij DNO waren geen succes, en met name het tweede bedrijf kan langdradig zijn door de vele dialogen. Deze enscenering en uitvoering logenstraften echter alle mogelijke bezwaren. De enscenering was grandioos: inventief, grappig, en zo realistisch als mogelijk. De slang geprojecteerd op het scherm, Tamino er verlicht achter: treffend! Het hangende plateau bleek voor de vele scènewisselingen een multifunctionele vondst. De kwaliteit van de uitvoering was onverwacht goed. Maximilian Schmitt acteerde wat kleurloos, maar zong prima. Thomas Oliemans is een gemiddeld goede bariton, maar hij droeg met zijn geweldig acteren bijkans de hele voorstelling. Iride Martinez zong een uitstekende 'Hölle Rache'; zo goed had ik die aria nog niet live horen zingen. Grote verrassing was echter Brindley Sheratt. De rol van Sarastro is geen gemakkelijke; diens aria's vereisen een krachtige sonore stem, en Sheratt zong met autoriteit en vol schoonheid. Marc Albrecht deed voor de prestaties op het podium bepaald niet onder, ook hier tegen de verwachting in. Albrecht bracht met het Nederlands Kamerorkest een felle, Harnoncourt-achtige speelstijl: puntig, fel, vol vaart. Als ik geweten had dat deze Zauberflöte zo goed was, zou ik zeker nog een tweede keer gegaan zijn. Maar alle resterende voorstelingen waren al uitverkocht. Terecht!
De Nederlandse Opera
Mozart: Die Zauberflöte
Tamino - Maximilian Schmitt
Sarastro - Brindley Sheratt
Sprecher - Maarten Koningsberger
Königin der nacht - Iride Martinez
Pamina - Christina Landshamer
Papageno - Thomas Oliemans
Papagena - Nina Lejderman
Monostatos - Wolfgang Ablinger-Sperrhacke
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v Marc Albrecht
In de NRC en het Parool werd deze nieuwe productie de hemel in geprezen, en inderdaad: dit was een buitengewoon prachtige Zauberflöte. Ik zag er aanvankelijk een beetje tegenop; de eerdere producties bij DNO waren geen succes, en met name het tweede bedrijf kan langdradig zijn door de vele dialogen. Deze enscenering en uitvoering logenstraften echter alle mogelijke bezwaren. De enscenering was grandioos: inventief, grappig, en zo realistisch als mogelijk. De slang geprojecteerd op het scherm, Tamino er verlicht achter: treffend! Het hangende plateau bleek voor de vele scènewisselingen een multifunctionele vondst. De kwaliteit van de uitvoering was onverwacht goed. Maximilian Schmitt acteerde wat kleurloos, maar zong prima. Thomas Oliemans is een gemiddeld goede bariton, maar hij droeg met zijn geweldig acteren bijkans de hele voorstelling. Iride Martinez zong een uitstekende 'Hölle Rache'; zo goed had ik die aria nog niet live horen zingen. Grote verrassing was echter Brindley Sheratt. De rol van Sarastro is geen gemakkelijke; diens aria's vereisen een krachtige sonore stem, en Sheratt zong met autoriteit en vol schoonheid. Marc Albrecht deed voor de prestaties op het podium bepaald niet onder, ook hier tegen de verwachting in. Albrecht bracht met het Nederlands Kamerorkest een felle, Harnoncourt-achtige speelstijl: puntig, fel, vol vaart. Als ik geweten had dat deze Zauberflöte zo goed was, zou ik zeker nog een tweede keer gegaan zijn. Maar alle resterende voorstelingen waren al uitverkocht. Terecht!
24 december 2012
Concert 6 december 2012
Donderdag 6 december 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Sir John Eliot Gardiner
Kristian Bezuidenhout, piano
Mozart: Symfonie nr. 31
Beethoven: Pianoconcert nr. 2
Tsjaikovski: Symfonie nr. 2
De lange Sir John is een energiek man, ook op zijn 69ste. Bovendien een perfectionist. Dat bleek meteen na het eerste deel van de Parijse symfonie van Mozart. Halverwege dat deel hoorde ik een bromtoon en tijdens de rust tussen het eerste en tweede deel gebaarde Gardiner dat die eerst moest verdwijnen voordat er verder gespeeld zou worden. Na vijf minuten stopte de bromtoon en continueerde Gardiner en het KCO de symfonie. Aardig gedaan: ze speelden achter elkaar de beide versies van het Andante. Geen gemakkelijke symfonie overigens: de hoge vaart van het openings- en slotdeel vereist ultieme punctualiteit. En dat bood het orkest! In het Tweede pianoconcert van Beethoven trok Bezuidenhout de aandacht met een geweldige eigen cadens in het openingsdeel. Normaliter hoeft zo'n eigen cadens van mij niet: doe nu maar gewoon die van de componist. Maar deze van Bezuidenhout was expressief en virtuoos; het publiek hield zijn adem in. Het concert klonk fris, gewaagd en precies; een heerlijk stuk. Gardiner en Tsjaikovksi is geen alledaagse combinatie, maar hij dirigeerde deze Kleinrussische vol scherpte en energie, en met een perfect spelend KCO krijg je dan vanzelf een prima uitvoering voorgeschoteld.
23 december 2012
Opera 30 november 2012
Donderdag 30 november 2012, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera
Wagner: Das Rheingold
Wotan - Thomas Johannes Mayer
Fricka - Doris Soffel
Loge - Stefan Margita
Alberich - Werner van Mechelen
Mime - Wolfgang Ablinger-Sperrhacke
Erda - Marina Prudenskaja
Fasolt - Stephen Milling/Günther Groissbüock
Fafner - Jan-Hendrik Rootering
Froh - Marcel Reijans
Donner - Vladimir Baykov
Woglinde - Lisette Bolle
Wellgunde - Barbara Senator
Flosshilde - Bettina Ranch
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen
Wat bij de première nog niet helemaal goed ging, lukte bij deze laatste voorstelling uit de reeks wel. Ik zat op een fraaie plaats (op het eerste balkon rechts): daarmee zag het er allemaal weer net wat anders uit. Ik heb deze Rheingold zowat vanuit alle hoeken van de zaal gezien, bij de eerste voorstellingenreeks ook een keer vanuit de 'adventure seats'; dat ik ook deze elfde of twaalfde keer geboeid heb zitten kijken en luisteren, mag toch wel de kracht van deze enscenering onderstrepen. De uitvoering was helemaal goed; een Rheingold om in je geheugen te koesteren.
02 december 2012
Opera 15 november 2012
Donderdag 15 november 2012, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera
Wagner: Das Rheingold
Wotan - Thomas Johannes Mayer
Fricka - Doris Soffel
Loge - Stefan Margita
Alberich - Werner van Mechelen
Mime - Wolfgang Ablinger-Sperrhacke
Erda - Marina Prudenskaja
Fasolt - Stephen Milling/Günther Groissbüock
Fafner - Jan-Hendrik Rootering
Froh - Marcel Reijans
Donner - Vladimir Baykov
Woglinde - Lisette Bolle
Wellgunde - Barbara Senator
Flosshilde - Bettina Ranch
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen
Deze weblog bestaat nu ruim zes jaar, maar de Amsterdamse Ring des Nibelungen werd hier nog niet besproken. En dat terwijl ik alle vier de opera's van de Ring in deze enscenering alles bij elkaar zo'n tien keer gezien heb; ik zal met mijn oude muziekschriftje binennkort de optelsom maken. Na de laatste voorstellingenreeks in 2005 wilde men het decor aan de vuilnisman meegeven; voor de opslag ervan is een flinke loods nodig, en dat kost geld. Uiteindelijk besloot DNO rondom het Wagnerjaar 2013 deze Ring nog één keer te programmeren, maar na de laatste voorstellingen van de hele cyclus in februari 2014 gaat alles toch echt de verbrander in. Misschien jammer, maar muziek is nu eenmaal een vluchtige kunstvorm. En de herinnering zal blijven. Waarom nu reeds zo'n nostalgisch verhaaltje? Ach, alleen al deze Rheingold is in zijn uitbeelding ijzersterk. Audi en Tzipin knopen de drie werelden van Das Rheingold (de bodem van de Rijn, de Godenwereld en het onderaardse Nibelheim) geloofwaardig aan elkaar. Wanneer Wotan en Loge naar Nibelheim vertrekken, lopen ze rechts het podium af, zie je ze achterin naar links lopen en opeens helemaal linksbovenin de ijzeren trap naar het podium afdalen. De openingsscene, op de bodem van de Rijn, is geweldig gedaan; de Rijndochters glijden over het schuine plexiglazen vlak als vissen in het water, en ook hier klopt het toneelbeeld met de uitspraken 'oben' en 'unten'.
De uitvoering was bij deze première nog niet helemaal perfect. Het orkest maakte enkele vervelende missertjes, en het klonk allemaal nog wat onwennig. De cast was gemiddeld goed, ofschoon niet uitzonderlijk. Stephen Milling kon door ziekte niet zingen, maar acteerde wel; Günther Groissböck zong vanaf de zijkant zeer fraai de rol van Fasolt. De licht en wenbaar zingende Stefan Margita maakte van Loge een fraai personage, subtieler dan Chris Meritt bij vorige uitvoeringsreeksen.
Recital 11 november 2012
Zondag 11 november 2012, Concertgebouw Amsterdam
Paul Lewis, piano
Schubert: Sonate in c, D958
Schubert: Sonate in A, D959
Schubert: Sonate in Bes, D960
De drie laatste pianosonates van Schubert achter elkaar op één avond: dat is intens genieten. Ik ken deze stukken al sinds mijn studententijd, en houd er meer van dan van de meeste Beethovensonates en veel andere pianomuziek. Iedere keer wanneer ik naar deze sonates luister, beklemt me de gedachte dat wanneer het Schubert gegeven zou zijn nog tien jaar langer te leven we nog zoveel meer van dit onaards mooie overgeleverd zouden hebben. Maar goed, Paul Lewis speelde technisch perfect, misschien iets te 'straight forward', maar hij deelde met een doodstille zaal tot ruim na half elf de overtuiging dat Schubert in zijn laatste levensjaar wonderen verrichte.
17 november 2012
Concert 7 november 2012
Woensdag 7 november 2012, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Lorin Maazel
Van Anrooy: Piet Hein Rapsodie
Prokofiev: delen uit Romeo en Julia
Tsjaikovski: Symfonie nr. 4
Maazel mag dan een exuberante icoon zijn, zoals ik hem bij zijn vorige gastoptreden beschreef (zie hier de weblog daarvan), maar zijn optredens bij het KCO zijn steevast goed. Nu wederom een geweldig concert. Het KCO is een toporkest, maar moet tot topprestaties uitgedaagd worden door dirigenten die geen loopje met zich laten nemen. Sommige dirigenten doen dat door hun innemendheid, enthousiasme of excentriciteit, en sommigen door hun ervaring en autoriteit. Jansons heeft het allemaal, en Maazel vooral veel autoriteit. En dat valt goed bij dit orkest. Al bij de Piet Hein Rapsodie was dat hoorbaar. Ik kende het stuk eigenlijk alleen van wat losse flarden van de radio, en dan in wat flauwe, kinderconcertachtige settings. Maar zet een internationale topdirigent voor een toporkest: het stuk werd perfect gespeeld, krachtig en swingend. Hetzelfde gold voor de vijf delen uit Romeo en Julia: groots orkestspel! De Vierde van Tsjaikovski heb ik bij het KCO al met vele dirigenten gehoord: Chailly, Blomstedt, Jansons, Gilbert, Fischer. Deze uitvoering van Maazel was misschien niet de meest Russische, maar zo strak gespeeld als tijdens dit concert hoorde ik dit heerlijke stuk niet eerder. Het tempo in het eerste deel was misschien wat te traag, maar de opbouw was grandioos. Hoogtepunt was het Scherzo. Maazel bracht allerlei spannende accenten aan in de pizzicati: duizelingwekkend. Ach, alles bij elkaar gewoon een groots concert. Snel weer terug, deze 82-jarige icoon.
Abonneren op:
Posts (Atom)


















