28 juni 2009

Opera 22 juni 2009


Maandag 22 juni 2009, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Bizet: Carmen

Carmen - Nadia Krasteva
Don José - Yonghoon Lee
Escamillo - Kyle Ketelsen
Micaëla - Genia Kühmeier
Koor van de Nederlanse Opera
Koninklijk Concdertgebouworkest o.l.v. Marc Albrecht

Tweede keer Carmen. Inmiddels bekend dat de recensenten niet onverdeeld positief waren, maar mij niet goed konden aantonen waarom ze het geen succesvolle productie vonden. Ook schijnt Albrecht niet goed te liggen bij het KCO, wat geen negatief effect op het klinkend resultaat blijkt te hebben. Ik blijf het een geweldige productie vinden, waarin de zangprestaties van Lee en Kühmeier opmerkelijk zijn: twee jonge zangers die in de jeugd van hun carrière staan maar juist daardoor zo overtuigen. Krasteva is een natuurlijke Carmen, niet in de laatste plaats door haar acteerkunst. En de enscenering is eenvoudig doch geniaal. Met eenzelfde decor als basis vier verschillende situaties neerzetten die er geloofwaardig uitzien: alleen dat al is erg goed gedaan. Het volle podium in de vierde akte (of is het eigenlijk het tweede tableau van de derde akte?) blijft een lust voor het oog. Mijn hoogtepunt van de voorstelling: de Air Je dis que rien ne m'épouvante van Micaëla in de derde akte: schitterend gezongen door Kühmeire, geweldig doorzichtig en zijdezacht begeleid door het KCO en ook Bizet is hier op zijn best: dit is Ravel in de dop (die overigens vier dagen na de première van Carmen werd geboren).

16 juni 2009

Opera 15 juni 2009


Maandag 15 juni 2009, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Bizet: Carmen

Carmen - Nadia Krasteva
Don José - Yonghoon Lee
Escamillo - Kyle Ketelsen
Micaëla - Genia Kühmeier
Koor van de Nederlanse Opera
Koninklijk Concdertgebouworkest o.l.v. Marc Albrecht

Laat ik maar eens de recensies voor zijn en eigengereid 'the morning after' mijn mening geven over deze nieuwe productie van Carmen. Ik had het allerlaatste losse kaartje van deze première kunnen bemachtigen; volgende week volgt nog mijn reguliere abonnementsvoorstelling. Ik verheug me er nu al op want deze Carmen staat op gelijk niveau met de succesproducties van Die Frau ohne Schatten en La traviata, eerder dit seizoen: enscenering, zangers, koor en orkest zijn in perfecte harmonie. De enscenering van Robert Carsten is prachtig. De ronde tribune met stoeltjes wordt in het derde bedrijf treffend omgebouwd tot een kloof waar de vrijbuiters hun kamp hebben opgeslagen, en in het vierde bedrijf zit de tribune vol met koorleden en de vele figuranten, allen in zomerse dracht en dito gedrag. In alle situaties is er sowieso de boodschap dat daarvóór, in het brandpunt van de tribune cq de arena van de liefde, de centrale handeling plaatsvindt: de strijd tussen Carmen en Don José. De Bulgaarse Krasteva is een fraaie mezzo, die echter nog fraaier acteert; ontdekking van de avond is de jonge Koreaan Yonhoon Lee, die zowel uiterlijk als vocaal perfect bij zijn rol past. Uitdagende personenregie: Carsten laat Carmen en Don José tijdens het tweede bedrijf alles bij elkaar een minutje of twee vrijen op een verder leeg podium. Genia Kühmeier zingt gewoon mooi, mooier, mooist. Haar aria in het derde bedrijf was subliem, al even geweldig begeleid door het Koninklijk Concertgebouworkest onder Marc Albrecht, die hier lieten horen dat Bizet een voorloper van Ravel is. Ik kan me nauwelijks voorstellen hoe Jansons Carmen gedirigeerd had, maar Albrecht leek hier de ideale dirigent. Het orkest speelde op zijn best; het is altijd goud wat er klinkt wanneer het KCO in de orkestbak van het Muziektheater zit, maar vanavond zat daar nog een extra schittering aan. De opera klonk ragfijn en transparant; nergens overdreven pathetisch, eerder subtiel; is dat het typisch Franse eraan? Carmen is een wat rare opera: er zitten prachtige muzikale vondsten in, en je hoort naast de meezingers een voortdurend dreigende ondertoon, maar de spreekteksten halen toch ook de vaart en eenheid uit de muziek, terwijl deze niet overal even consistent is opgebouwd. Maar ik denk dat deze muziek niet beter had kunnen klinken dan ik gisterenavond gehoord heb, en dan valt er verder niks te klagen. Integendeel!

31 mei 2009

Concert 26 mei 2009


Dinsdag 26 mei 2009, Concertgebouw Amsterdam
Orchestre des Champs-Elysées o.l.v. Philippe Herreweghe
Patricia Kopatchinskaya, viool

Beethoven: Vioolconcert
Beethoven: Symfonie nr. 3

Violiste Patricia Kopatchinskaya maakte er voor de pauze een visuele en interpretatieve show van. Het Vioolconcert van Beethoven voorzag ze van allerlei improvisatorische motieven, die eigenlijk best interessant waren. De cadens van het eerste deel was een een-tweetje met de paukenist, en ook in de overgang van het tweede deel naar het slotdeel speelde Kopatchinskaya een uitgebreide cadens. Naast deze noviteiten was er verder een prima vertolking van het Beethoven-concert, waarin de nadruk lag op de uitersten. Zacht was hier fluisterzacht (het langzame deel klonk werkelijk bijzonder fraai), en hard was bijzonder krachtig. Van mij mocht het wel zo, zeker ook vanwege de fraaie harmonie met het orkest van Herreweghe. Kopatchinskaya bediende het publiek na het concert nog van enkele Bartok-stukjes, deels samen met de concertmeester gespeeld, en deels voorzien van mondelinge klanken: erg grappig. De uitvoering van de Eroïca na de pauze vond ik echter het werkelijke hoogtepunt van het concert. Het Orchestre des Champs-Elysées van Herreweghe behoort tot de beste die er zijn. De muziek klinkt bij Herreweghe immer natuurlijk en beheerst, maar nergens vanzelfsprekend. Het Scherzo hoorde ik nog nooit zo subliem gespeeld; de transparantie die authentieke orkesten kenmerkt werd hier perfect uitgebuit. Een heerlijke uitvoering van de Eroïca. Als toegift nog het tweede deel uit de Paukenslag-symfonie van Haydn; dat smaakte naar meer!
Als ik me niet in mijn agenda vergis was dit mijn laatste geplande concert in het Concertgebouw van dit seizoen. Pas eind augustus heb ik weer de eerste concerten gepland staan. Drie maanden zonder Concertgebouwbezoek komt mij als onoverbrugbaar lang over. Ik ga maar eens kijken welke interessante concerten in de tussentijd gegeven worden.

25 mei 2009

Concert 22 mei 2009


Vrijdag 22 mei 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Gustavo Dudamel
Jean-Yves Thibaudet, piano

Chávez: Sinfonia india
Grieg: Pianoconcert
Prokofiev: Symfonie nr.
5

Een overrompelend, extatisch, uniek en sensationeel debuut van de pas 28-jarige Dudamel bij het KCO. Dudamel lijkt wel de Obama van de klassieke muziek: hij overtuigt meteen en op alle fronten, iedere reserve verdwijnt als sneeuw voor de zon. Wat vooral duidelijk was: Dudamel had het KCO niet alleen volledig in zijn greep maar de orkestleden straalden van begin tot eind een bovenmatig speelplezier uit. En dat vertaalde zich in een spetterende uitvoering van de inhoudelijk wat eendimensionale, maar ritmisch onweerstaanbare Tweede symfonie van de mexicaanse componist Carlos Chávez. Het stuk werd geweldig gespeeld, en knalde de zaal in. Het Pianoconcert van Grieg hoorde ik ooit eens fijnzinniger gespeeld door Leif Ove Andsnes, maar deze uitvoering was spannend, had grandeur en had in het tweede deel een bijzonder intieme sfeer. Hier liet Dudamel zich kennen als een uitstekend begeleider. In de Vijfde van Prokofiev zijn het vooral het tweede en vierde deel die me kunnen bekoren, en met name dat Allegro marcato werd werkelijk subliem gespeeld: bijtend, scherp, virtuoos. Maar ook in de meer lyrische delen 1 en 3 speelde het orkest prachtig en gedreven. Dudamel straalt een enorme energie uit die bij de orkestleden als vanzelf tot ontbranding lijkt te komen. Die jongen dirigeert met zijn hele ziel en zaligheid, maar tegelijkertijd ook met autoriteit. Enfin, inderdaad het natuurtalent waar iedereen hem voor houdt; hij heeft mij, de rest van het publiek en zeker ook het KCO daarvan in één klap overtuigd. Snel vastlegen voor een volgende keer!

24 mei 2009

Opera 18 mei 2009


Maandag 18 mei 2009, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Janácek: De zaak Makropulos

Emilia Marty - Cheryl Barker
Albert Gregor - Raymond Very
Vítek - Guy de Mey
Kristina - Marisca Mulder
Jaroslav Prus - Dale Duesing
Janek - Andrew Tortise
Kolenatý - François Le Roux
Koor van De Nederlandse Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin

Goed om deze productie die in 2002 in premiere ging nog eens terug te zien. Maar ik moet bekennen dat ik eventuele volgende reprises aan mij voorbij zal laten gaan. Dat ligt niet aan de prima enscenering van Ivo van Hove, of de meer dan uitstekende uitvoerenden. Maar vooral aan Janacék en mij; ofwel: ik houd niet zo van deze componist in het algemeen, en deze opera in het bijzonder. De muziek is geenszins modern, overwegend lyrisch (zeker bij Nézet-Séguin), maar deze bestaat uit kleine fragiele brokstukjes die nergens uitgroeien tot lange meeslepende bouwwerken. De dramatiek (ook in het verhaal) wordt pas in het laatste kwartier indringend, maar daarvoor had ik wel al bijna anderhalf uur moeten vechten tegen de slaap, en erg nadrukkelijk de aftellende televisie in de gaten gehouden. Er werd prachtig gezongen, overtuigend geacteerd, gloedvol gespeeld door het Rotterdams Philharmonisch onder leiding van hun sterk dirigerende chef, maar het leverde mij geen onvergetelijke operavoorstelling op. Ach ja, je kunt niet van alles houden.

19 mei 2009

Concert 15 mei 2009


Vrijdag 15 mei 2009, Concertgebouw Amsterdam
Wiener Philharmoniker o.l.v. Daniele Gatti
Xavier de Maistre, harp

Rossini: Ouverture Il barbiere di Siviglia
Strawinsky: Jeu de cartes
Previn: Harpconcert
Mendelssohn: Symfonie nr. 4


Het venijn van dit condert zat 'm in de kop en in de staart; in de Barbier-ouverture van Rossini en het slotdeel, de Saltarello, van Mendelssohns Italiaanse. Hier hoorde ik de Wiener waarop ik me bij hun jaarlijkse bezoek iedere keer weer verheug en die dit orkest zo onweerstaanbaar maakt: een vanuit alle poriën grandioos-muzikaal spelend orkest, met een volle diepe klank en technisch ongelooflijk geweldig. In deze delen was ieder detail een feest en kloppend met het geheel. Je hebt oren tekort om alles te horen en hersencellen te weinig om het allemaal in één keer te bevatten. Dat is de verslavende magie van muziek: het is meteen weer vervlogen. Het geheugen probeert de indrukken te vangen en op te slaan, maar dat mislukt (gelukkig) steeds weer. Tussen beide stukken van ieder zo'n zeven minuten een gemiddeld goed maar raar concert. Strawinsky's Jeu des cartes is een onderhoudend stuk, maar geen meesterwerk. Het Harpconcert van André Previn boeiend vanwege zijn ongebruikelijkheid; typisch Amerikaans, neo-Bernstein. En in Mendelssohn dirigeerde Gatti aanvankelijk te vrijblijvend, met iets te veel lyriek en ongelijkheden tot gevolg. Maar goed, in het slotdeel kwam alles weer helemaal goed, en werd de cirkel gesloten die met die geweldig precies en subtiel gespeelde Barbier-ouverture geopend was.

07 mei 2009

Opera 1 mei 2009


Vrijdag 1 mei 2009, Deutsche Oper Berlijn
Deutsche Oper Berlin

Verdi: La traviata

Violetta - Carmen Giannattasio
Alfredo Germont - James Valenti
Giorgio Germont - Lado Ataneli
Chor & Orchester der Deutsche Oper Berlin o.l.v. Marco Armiliato

De Deutsche Oper Berlin is de opera van het vroegere West-Berlijn, en concurreert nu met de Deutsche Staatsoper Berlin dat in een prachtig klassiek, opnieuw opgebouwd theater aan de Bebelplatz gehuisvest is. De Deutsche Oper aan de Bismarckstrasse (dat overigens aan dezelfde rechte streep van west naar oost vv ligt) zit in een aftands gebouw dat in 1961 werd opgeleverd en kenmerkend is voor de wederopbouwarchitectuur (zie boven - als je op de foto klikt komt-i wat groter op je scherm; ik nam de foto daags na de uitvoering toen we fietsend vanaf het nabij gelegen Schloss Charlottenburg de hele rechte streep naar Alexanderplatz reden). Binnen is het al niet veel beter: in de foyers hangen papieren bollampen die je voor enkele euro's bij de ikea kunt kopen, de voering van het toneeldoek is deels kapot en hangt rafelig over de rand van de orkestbak en de stoelen bieden stalinistisch comfort. Maar goed, het gaat om de artistieke kwaliteit en die was deze avond erg hoog. Mevrouw Gheorghiu musste leider krnakheitsbedingt (sic) absagen. Zij werd vervangen door Carmen Giannattasio die de Hauptpartie van Violetta ook al eerder bij de concurrent aan Unter den Linden had gezonden, en dat meer dan uitstekend deed. Wanneer zij in plaats van Marina Poplavskaya in Amsterdam de Traviata had gezonden, was ze als een even grote ster toegejuicht. James Valenti zong adequaat maar niet groots, Lado Atanelli heeft minder karakter dan Andrzej Dobber, maar stal de show met zijn krachtig en met autoriteit gezongen aria's. Marco Armiliato dirigeerde nogal recht-door-zee, maar het orkest van de Deutsche Oper is duidelijk een ervaren operaorkest. De traditionele enscenering van Götz Friedrich haalde het niet bij die van Willy Decker (maar welke überhaupt ooit nog wel?) Alles bij elkaar een Traviata die me minder beroerde dan de uitvoering in Amsterdam begin april, maar die toch gewoon erg goed was.

05 mei 2009

Concert 22 april 2009


Woensdag 22 april 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt
Julia Kleiter, sopraan
Elisabeth von Magnus, alt
Gerd Böckmann, spreekstem
Nederlands Kamerkoor

Mendelssohn: Der 42. Psalm
Mendelssohn: Ein Sommernachtstraum


Een verrukkelijk concert. Het begon voor de pauze al zeer fijnzinnig door die prachtige 42ste psalm. Wanneer zo'n lekker zoet, typisch burgerlijk-romantisch Mendelssohn-stuk zo fijnzinnig en afgewogen wordt uitgevoerd als door Julia Kleiter, het Nederlands Kamerkoor en het KCO, dan kun je de typering burgerlijk-romantisch alleen maar als voordeel beschouwen. Aan het einde van de pauze werd duidelijk dat er iets bijzonders te gebeuren stond. De orkestleden hadden zich omgekleed in zomerse kledij: zo zien we de dames en heren orkestleden zelden of nooit nog eens. Naast alle vrolijke kleding droegen sommige orkestleden een zonnebril in het haar, of zelfs gewoon op, hadden enkelen een petje op (eentje achterstevoren), en had die ene violiste haar haar jeugdig los. Nog voordat het orkest aan stemmen toekwam hing er al een vrolijke stemming in de zaal. En toen daar opeens de bijna tachtigjarige Harnoncourt in gekleurd hemd, kakibroek met hoogwater en een wit petje op het hoofd de trap afkwam, kon de avond al niet meer stuk. De complete Midzomernachtsdroom is eigenlijk geen werk om compleet uit te voeren. De lange spreekteksten halen de vaart uit de muziek en bieden geen extra drama. Tussen al dat geklets echter wel enkele sublieme stukken muziek, die de Midzomernachtsdroom tot een geweldige werk maken. Alleen al die meesterlijk Ouverture! Harnoncourt gaf de best denkbare uitvoering: contrastrijk en dramatisch. In het 'Lied met elfenkoor' zong Julia Kleiter meer dan prachtig. Ze trof het vier keer op hoge noten te zingen woord 'Nacht' subtiel en loepzuiver. En ja, het KCO voluit in de Bruiloftsmars, daar wordt ieder mens vrolijk van.

20 april 2009

Concert 17 april 2009


Vrijdag 17 april 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Sakari Oramo
Janine Jansen, viool

Lindberg: Chorale
Janácek: Taras Bulba
Sjostakovitsj: Vioolconcert nr. 1


De rondborstige Chorale van Lindberg en de bonte en dramatische verklanking van het Gogol-verhaal door Janácek werden prima gespeeld, maar nagenoeg iedereen in de zaal kwam voor het gedeelte na de pauze. En we werden bepaald niet teleurgesteld. Bij velen is Janine Jansen bekend van haar Vivaldi-, Bruch- en Mendelssohn-opnamen, maar ik hoorde haar alleen eerder tijdens eveneens een A-concert met een overrompelende uitvoering van het vioolconcert van Britten. En nu dan met dat prachtige Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj. In preludium staat dat het KCO dit concert voor het eerst uitvoerde in december 1985, gedirigeerd door Haitink en met de toenmalige concertmeester Viktor Liberman als solist. Dat concert was mijn tweede bezoek aan het Concertgebouw(orkest), en mijn eerste keer Haitink. Ik schreef er al een weblog over, zie hier. Enfin, nu dan gespeeld door Janine Jansen, en deze uitvoering zal evenzeer als memorabel in mijn geheugen worden opgeslagen. Want wie dacht dat Jansen het zoveelste vioolsterretje is, werd tijdens dit concert gelogenstraft. Ze is een rasmuzikante, die haar Stradivarius prachtig laat klinken, maar het instrument geenszins ontziet. Technisch perfect, emotioneel geladen, en geweldig in balans met het orkest. Van begin tot eind hield de zaal zijn adem in, want dit was muziekmaken op het hoogst denkbare niveau. Een prachtige vertolking.

13 april 2009

Opera 9 april 2009


Donderdag 9 april 2009, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Verdi: La traviata

Violetta - Marina Poplavskaya
Alfredo Germont - Ismael Jordi
Giorgio Germont - Andrzej Dobber
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Paolo Carignani

De enscenering van Willy Decker kende ik een klein beetje van de foto's bij de cd's van de Salzburger uitvoering uit 2005 met Netrebko en Villazon. Nu dan in het echt; wat een meesterlijke enscenering. In zijn veelzeggendheid en treffendheid staat deze gelijk aan die van Homoki van Die Frau ohne Schatten, eerder dit seizoen. En muzikaal was deze Traviata even overrompelend en prachtig. Er waren drie prima tot perfecte hoofdrol-zangers en het orkest speelde onder Carignani zuiver, scherp en glansvol. Het optreden van Poplavskaya was een regelrechte sensatie. In het boekje staat het citaat dat je voor een Traviata eigenlijk drie verschillende sopranen nodig hebt: een coloratuursopraan voor de eerste, een lyrische sopraan voor de tweede en een vertolker van karakterrollen voor de derde. Echte goede sopranen halen deze stelling onderuit, en dat dééd Poplavskaja, ofschoon ze in de tweede en derde akte het meest overrompelde. Maar die eerste feestakte zal zelden zo goed geklonken hebben, vooral ook door het wederom perfect ingestudeerde koor en door de scherpe directie van de kale dirigerende Italiaan. Ismael Jordi heeft een wat kleine stem, maar vond ik prima passen bij de sterke aanwezigheid van Poplavskaya. En ja, Dobber is voor mij dé Verdi-bariton. Moge hij nog vaak terugkeren, zijn stem is zo prachtig. Mooiste moment van de opera: de overgang van de tweede naar de derde akte, zonder applaus meteen overgaand naar die vergeleken met de ouverture nog dramatischer prélude. Op 1 mei ga ik in naar de Deutsche Oper in Berlijn wederom naar een Traviata, dan met mevrouw Gheorghiu; dat kan mee- of enorm tegenvallen. Het zal niet eenvoudig zijn de prestatie van Poplavskaya te evenaren...

10 april 2009

Concert 8 april 2009


Woensdag 8 april 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Radu Lupu, piano

Beethoven: Ouverture Coriolan
Beethoven: Pianoconcert nr. 4
Beethoven: Ouverture Die Geschöpfe des Prometheus
Beethoven: Symfonie nr. 8


Het lukt me nooit om op het net een foto voor mijn weblog te vinden waar dirigent en solist samen op staan. Tot nu dus. Nog meer bijzonder was hun samenwerking op het podium van het Concertgebouw tijdens dit concert. Ik hoorde het Vierde pianoconcert niet eerder zo fraai. Fischer zorgde voor een perfect gespeelde en spannende begeleiding, Lupu voor magisch pianospel. De subtiliteiten buitelden over elkaar heen. Het sublieme middendeel was nu niet, zoals gewoonlijk, het muzikale hoogtepunt van dit concert; dat waren alle drie de delen. Fraai gezicht: Lupu speelde een vituose passage, maar keek al die tijd opzij naar het orkest om ook op die manier in direct contact met de orkestleden te staan. Ik had mijn losse kaartje echter gekocht voor Fischer, die de laatste jaren louter uitstekende concerten verzorgt. Zijn stijl in Beethoven is transparant en uitdagend, ofschoon minder hoekig als die van Harnoncourt. De uitstervende harteklop in de Corioloan-ouverture werd prachtig gespeeld. De Achtste symfonie staat zelden op de concertprogramma's, maar doet aan kwaliteit niet voor de andere symfonieën onder. Fischer schotelde een boeiende interpretatie voor, met felle tegenstellingen tussen de vele motieven. En terecht liet hij de hoornist en klarinettist extra meedelen in het applaus, want zij speelden het Trio van het derde deel subliem. Trouwens, ook de componist laat zich hier van zijn meesterlijkste kant zien. Een prachtig Beethoven-concert!

13 maart 2009

Concert 13 maart 2009


Vrijdag 13 maart 2009, De Doelen Rotterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Simon Rattle
Magdalena Kozená, sopraan

Berg: Zeven vroege liederen
Bruckner: Symfonie nr. 8


Je kunt je afvragen hoeveel schoonheid een normaal mens aankan, want na twee prachtige Haitink-concerten met geweldige uitvoeringen van Beethoven, Debussy en Bruckner was daar deze avond wederom een geweldig concert, dit keer in Rotterdam. Simon Rattle blijft (hoe sympathiek!) periodiek terugkeren naar het orkest dat hij in de jaren tachtig veelvuldig dirigeerde, ook nu hij als chef van de Berliner Philharmoniker tot de belangrijkste dirigenten van deze tijd behoort. Naast zijn fraaie Parsifal en Tristan met de Rotterdammers in het Muziektheater hoorde ik hem met zijn Berlijnse orkest twee keer in het Concertgebouw. Een Vierde Mahler viel mij zwaar tegen, maar zijn uit gevlochten staaldraad en verankerd plaatstaal gebeitelde Negende Bruckner klinkt zeven of acht jaar na dato nog in mijn oren na. Deze Rotterdamse Achtste Bruckner was eveneens gespierd. Ik hoorde het orkest nog niet eerder zo vol, krachtig en transparant bovendien. De contrabassen, celli en het koper zorgden bij menige tutti-passage voor een stevig fundament. Het koper moest in het eerste en tweede deel even warmlopen, maar in de Finale was hun rol glorieus. Rattle houdt duidelijk van tegenstellingen. Naast het stevige werk speelden de violen soms ook fluisterzachte tremolo's; van de houtblazers speelde de klarinettist werkelijk prachtig. Rattle is een totaal andere Bruckner-dirigent dan Haitink, bij wie de evenwichtige opbouw en de lange lijn centraal staan. Rattle boetseert dat het een aard heeft, geeft het orkest soms flink de sporen, om het meteen daarna weer klein en breekbaar te laten zijn. Voor onze door Haitink opgevoede Bruckner-oren niet helemaal coherent misschien, maar ik heb vanavond een zeldzaam spannende en eververende Bruckner Acht gehoord. Het publiek was tijdens de uitvoering muisstil, het applaus daarentegen enorm uitbundig, beide ongewoon voor Rotterdam, en volledig terecht!
Het concert kende voor de pauze nog een fraaie opening met de Zeven vroege liederen van Alban Berg, prachtig gezongen door Magdalena Kozená (naar het schijnt getrouwd met Rattle). Kozená hoorde ik een kleine twee jaar geleden een sublieme Melisande zingen onder Haitink. Wat een fraaie, frisse natuurlijke stem heeft zij. In augustus zingt ze bij het KCO o.l.v Jansons enkele Duparc-liederen. Ik verheug me er nu al op.

12 maart 2009

Concert 11 maart 2009


Woensdag 11 maart 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink

Mozart: Symfonie nr. 35
Debussy: La mer
Beethoven: Symfonie nr. 7


Dat was schrikken. Na het stemmen door het orkest kwam Simon Reinink, de directeur van het Concertgebouw, het podium op. Hij vertelde dat Haitink tijdens de repetitie door zijn rug was gegaan, en dat pas die middag om een uur of vier het verlossende woord kwam dat hij toch zou dirigeren. Groot applaus, en toen verscheen opeens Haitink vanaf de zijkant, schuifelend, met een stok, treetje voor treetje het trapje op. Ik schreef aan het einde van mijn vorige log dat Haitink nog zo fris oogde, en nu kwam daar opeens een oude breekbare man. Haitink wuifde met zijn stok het gulle applaus weg, ging op zijn kruk zitten, en dirigeerde half zittend en staand een geweldig vurig concert, alsof hij zijn lichamelijke toestand krachtig wilde ontkennen. De Haffner-symfonie klonk spits en vol, het is vreemd genoeg één van mijn minst favoriete Mozart-symfonieën, maar een lekkere opwarmer, feller dan ik het eens eerder onder Haitink hoorde. Daarna La mer, dat door geen enkele andere dirigent zo goed gedirigeerd wordt als door Haitink. Hij geeft het werk precies de juiste stemming, laat het enorme orkest volledig transparant klinken, en weet de muziek boven de noten uit te laten stijgen. Dat moment in het derde deel, wanneer de violen hun flageolettonen spelen en de fluit het hoofdthema recapituleert: hemels. Beethovens Zevende wordt wel eens als een relatieve lichtgewicht onder zijn symfonieën beschouwd, maar ik kan er geen genoeg van krijgen. En deze Zevende was fantastisch. Haitink dirigeerde de overgang van het fluitthema in het eerste deel naar de tutti-herhaling in één vloeiende beweging (zoals ook Carlos Kleiber dat deed in zijn concert met het Concertgebouworkest - te zien op dvd en youtube), en dan krijgt de expositie een vliegende start. Regelmatig ging zijn linkervuist de lucht in en maande hij het orkest tot nog meer felheid. Dat zijn de beste Haitink-concerten: wanneer hij meer van het orkest vraagt dan wat er gerepeteerd lijkt. Dan telt zo'n pijnlijke rug totaal niet meer.
Ik schrijf deze log een dag na het concert. Zojuist zag ik op tv de televisieregistratie met Beethovens Zevende van het herhalingsconcert eerder vanavond. Haitink zag er alweer een stuk minder breekbaar uit.

05 maart 2009

Concert 4 maart 2009 - Bernard Haitink 80


Woensdag 4 maart 2009, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
Murray Perahia, piano

Schumann: Pianoconcert
Bruckner: Symfonie nr.9


Puur toeval/geluk dat ik mijn bestelde losse kaartje juist voor deze avond uit de serie van drie met dit programma toegewezen kreeg: precies de dag waarop Haitink 80 jaar werd. De komende twee weken zijn er daardoor allerlei uitzendingen op radio en tv, maar juist deze avond verliep zonder extra aandacht. Wat wel: een typisch Haitink-concert, inclusief Murray Perahia: dit was nu de vierde keer dat ik hen beiden op het podium zag. Nu in het Schumann-concert, dat ik niet bepaald een favoriet pianoconcert zou willen noemen. Het heeft fraaie momenten, maar ik vind het ook wat te verbrokkeld. Ik hoorde het eens onnavolgbaar uitdagend gespeeld door Martha Argerich, en nu welhaast tegengesteld: bijzonder lyrisch en poëtisch. Perahia speelde niet helemaal foutloos, maar wat een zachtaardigheid en fijnzinnigheid, ook in de samenwerking met het orkest. Na de pauze de Negende van Bruckner, waarvan het openingsdeel tot mijn favoriete Bruckner-delen behoort. Perfect van opbouw en harmonie; die hoorns geven het deel zo'n fraaie pastorale stemming vol vergezichten. Ondanks kleine haperingetjes in het orkest hier en daar was het een grootse uitvoering. Een jaar of zes geleden dirigeerde Haitink het stuk ook al een paar keer bij het KCO, en de drie uitvoeringen die ik er toen in anderhalf jaar tijd van bijwoonde verschilden nogal van karakter. En ook nu hoorde ik weer nieuwe elementen. Haitink is constant in de klankkleur in de tutti-passages, en ook zijn tempi verschillen niet zoveel. Maar hij brengt variatie aan in de transparantie en opbouw van de climaxen, waardoor je voortdurend verrast wordt door nieuwe inzichten zonder dat je het gevoel hebt naar een andere interpretatie te luisteren. Volgende week een volgend Haitink-concert met drie stukken die ik ook al eerder door hem gedirigeerd hoorde. Maar ik ben razend benieuwd! Moge Haitink nog vele jaren op dit niveau kunnen musiceren; het is ongelooflijk dat iemand van 80 nog zo fris oogt.

03 maart 2009

Concert 1 maart 2009


Zondag 1 maart 2009, Concertgebouw Amsterdam
Orchestra dell'Accademia Nazionale di Santa Cecilia o.l.v. Antonio Pappano

Bartók: Concert voor orkest
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 5


Het Orkest van de Nationale Academie van de heilige Cecilia logenstrafte onverbiddelijk mijn gedachten die ik voorafgaande aan dit concert had. Ik was wat teleurgesteld over het niet-Italiaanse programma (beide stukken had ik eerder dit seizoen al door het KCO gehoord); gewoon een volbloedig Italiaans programma met een Verdi-ouverture en Respighi en zo, dat zou interessant zijn. Bovendien: bestaan er wel goede Italiaanse symfonieorkesten...? Vanaf het begin van het Concert voor orkest werd echter duidelijk dat er wat bijzonders aan de hand was. Het orkest speelde fantastisch homogeen, af en toe lekker ongepolijst en zeker niet altijd volledig perfect, maar er werd op een sublieme manier muziek gemaakt. Pappano bleek bovendien uitstekende visies op beide stukken te hebben, dus er klonken ook interessante uitvoeringen. Het mysterieuze begin van het Concert voor orkest hoorde ik niet eerder zo fraai (prachtige fluitist!), de schwung en virtuositeit in het verdere stuk werden prima getroffen. De Vijfde Sjostakovitsj was eveneens prachtig. Het Allegretto klonk bijkans perfect, in het Largo speelde het orkest fluisterzacht, de finale van het Allegro was precies goed. Pappano liet zijn collega's Gatti en Van Zweden in respectievelijk Bartók en Sjostakovitsj ver achter zich! Twee toegiften (Puccini en Rossini) gaven het geheel nog een fraai Italiaans tintje, altijd lekker, maar het visitekaartje had het orkest daarvoor al afgegeven. Een memorabel concert.