23 september 2007

Concert 21 september 2007


Vrijdag 21 september 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Gil Shaham, viool

Bruch: Vioolconcert nr 1
R. Strauss: Eine Alpensinfonie

Het is nog te vroeg om dit concert tot hét hoogtepunt van dit seizoen te bestempelen, maar de toon is gezet! Op papier natuurlijk al een topper: één van de beste violisten in dat heerlijke Bruch-concert (nee, niks daartegen!). En Strauss-specialist Jansons voor zijn eigen Strauss-orkest in mijn favoriete Strauss-orkestwerk... (nee, niks daartegen!). Het was een subliem concert. Voor de pauze zag en hoorde je drie muzikale grootheden in perfecte eenheid: Shaham, Jansons en het KCO musiceerden op hun best. Shaham beloonde het applaus met een gave uitvoering van gave muziek: Bachs Gavotte en Rondeau uit de partita nr. 3. Na de pauze dan toch dat prachtstuk: Eine Alpensinfonie. Boeiende naamgeving trouwens, vanwege dat 'Eine'. Alsof Strauss zegt: er zijn meerdere mogelijkheden om een Alpensinfonie te schrijven, dit is mijn versie. Ik ken de cd-opname van Haitink op mijn duimpje; bij vergelijking valt die van Von Karajan af. Nu hoorde ik veel meer details, door de langzamere tempi van Jansons, alsook door de fraaie solistische bijdragen van zowat alle aanvoerders van alle orkestgroepen. De 'Gewitter und Sturm' klonk uiterst doorzichtig zonder dat er afbreuk werd gedaan aan het overweldigende karakter. Wat een fenomenale orkestratie van dit hele werk trouwens. Er gebeurt in al die 22 deeltjes zoveel, teveel om op te noemen. En toch een vloeiende eenheid: meesterlijk! In oktober volgt het korte Don Juan; tezamen een fraaie Strauss-cd...?

22 september 2007

Concert 14 september 2007


Vrijdag 14 september 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Markus Stenz
Jörgen van Rijen, trombone

Glanert: Theatrum bestiarum
Verbeij: LIED voor trombone en orkest
Weill: Symfonie nr. 2

Een verrukkelijk concert in de A-serie! Het tromboneconcert van Verbeij (vooruit maar) werd fraai gespeeld (ook visueel) door KCO-solotrombonist Jörgen van Rijen en de Tweede symfonie van Kurt Weill (in 1934 door dit orkest o.l.v. Bruno Walter in première gebracht!) bleek een lekker spitsvondig en uitbundig orkestwerk, dat 20 minuten eerder ophield dan het programmaboekje voorspelde, dus ook zodoende verraste. Sowieso een werk om vaker te horen; het bruist van energie en geeft een goed orkest alle gelegenheid om te excelleren. Hoogtepunt van de avond vond ik echter het openingswerk: Theatrum bestiarum uit 2004/2006 van Detlev Glanert. Ondertitel: liederen en dansen voor groot orkest ter nagedachtenis aan Dmitri Sjostakovitsj. In feite een 21ste-eeuwse carnaval der dieren, inclusief breed ingezet orgel. Rijk georkestreerd, gevarieerd, boeiend. Ik werd zelden zo verrast door een onbekend orkestwerk. Graag binnenkort op herhaling. Daarom Glanert boven deze log; Kurt Weill hierna.

21 september 2007

Concert 11 september 2007


Dinsdag 11 september 2007, Concertgebouw Amsterdam
Philharmonia Orchestra o.l.v. Charles Dutoit
Jean-Philippe Collard, piano

Debussy: Jeux
Ravel: Pianoconcert in G
Debussy: Images
Ravel: La valse

Natuurlijk eerst de teleurstelling: Martha Argerich kwam niet en werd vervangen door Collard. Ik had gehoopt dat het spelen met haar ex Dutoit de kans op afzeggen door Argerich zou minimaliseren, maar helaas. Bij Argerich is het steeds fifty-fifty; ik hoorde haar drie keer live en steeds onvergetelijk. Echter: ik kocht het losse kaartje toch ook voor Dutoit en het programma. En ja: het werd een prachtig concert. Dutoit dirigeerde eind jaren tachtig en begin jaren negentig een aantal malen bij het KCO, en ik vond hem toen steeds een intrigerende dirigent. Waarom hij sindsdien niet meer terugkeert...? Na deze avond een nog belangrijker vraag, want naast Haitink is hij de beste Debussy-dirigent, en sowieso de beste Ravel-dirigent. De sfeer in Jeux en de Images: fantastisch intiem en subtiel. De begeleiding van het concert in G van Ravel: spits en virtuoos. De gekte en onstuimigheid van La valse: haarscherp getroffen en krachtig gespeeld. Naast dit alles: Dutoit is een leuke dirigent om naar te kijken. Hij zwaait en accentueert dat het een aard heeft; orkestleden hoeven niet te oefenen, ze kunnen blindvaren op wat Dutoit aangeeft. Zijn grandioze Ravel- en Debussy-cd's zijn tijdloos; in de zaal biedt hij dezelfde kwaliteit. Het Philharmonia is veel beter dan het Israëlische orkest van de vorige avond. Dit ensemble had in tegenstelling tot gisteren meer recht op een plek in de serie Wereldberoemde symfonieorkesten!

14 september 2007

Concert 10 september 2007

Maandag 10 september 2007, Concertgebouw Amsterdam
Israël Philharmonisch Orkest o.l.v. Zubin Mehta
Saleem Abboud-Ashkar, piano

Beethoven: Ouverture Leonore nr. 3
Beethoven: Pianoconcert nr. 3
Schubert: Symfonie nr. 9

Een matig, onbevredigend concert. Zubin Mehta dirigeerde vlak en ouderwets, het Filharmonisch orkest van Israël bleek geen goed orkest en de solist in het Derde pianoconcert van Beethoven speelde niet meer dan verdienstelijk. Mehta hoorde ik eind 2005 voor het eerst met de Achtste Bruckner bij het KCO, en dat concert viel zeer mee. Vanavond maakte hij zijn reputatie als matige dirigent helemaal waar. Met de rechterhand sloeg hij de maat, en met de linker zwaaide hij wat heen en weer, zonder enig puntige beweging. Dat inspireert niet bepaald, en zo klonk het dan ook. Het orkest is op een lange Europese tour, maar het Derde pianoconcert van Beethoven speelden ze tijdens deze reis voor het eerst. Dat was te merken; zowel het orkest als de pianist speelden op safe en zorgden voor een oersaaie, matte uitvoering. Regelmatig dacht ik na een frase: dit had veel spannender en beter gekund. Schubert 9 is een meesterwerk, maar Mehta liet het orkest vooral erg hard spelen. De symfonie kent een ongeëvenaarde wisselwerking tussen de strijkers en houtblazers; Mehta was dat nog niet opgevallen en besteedde al zijn aandacht aan de strijkers. Het sublieme Trio uit het derde deel werd als een karikatuur gebracht. Twee toegiften: de ouverture tot de Nozze di Figaro van Mozart en een Strauss-wals/polka. Alleen dat laaste stuk werd goed gespeeld.

09 september 2007

Opera 7 september 2007


Vrijdag 7 september 2007, De Doelen Rotterdam
Opera Concertant

Wagner: Tristan und Isolde

Tristan - John Charles Pierce
Isolde - Iréne Theorin
König Marke - Mikhail Petrenko
Kurwenal - Jukka Rasilainen
Brangäne - Ekaterina Gubanova
Melot - Yuri Alexeyev
Hirte/Junger Seemann - Robert Murray
Steuermann - Patrick Pranger
Mannen Nederlands Concertkoor
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergiev

Een indrukwekkende concertante uitvoering van de Tristan und Isolde! Ik hoorde de opera pas vier keer eerder (de eerste keer in de legenadarisch-bekritiseerde enscenering van Jurgen Gösch eind jaren tachtig, en een paar jaar geleden drie keer in een maand tijd van de DNO-productie met ook toen het Rotterdams Philharmonisch o.l.v. Simon Rattle). Nu echter voor het eerst concertant, en Wagners opera's varen daar wel bij. Van de Tristan und Isolde ken ik vooral de tweede akte door en door - het is een zinderend bedrijf met een aaneenschakeling van geniale scenes en geniale muziek. Maar ook het eerste en derde bedrijf bleken nu minstens zo geniaal. De onnavolgbaar dirigerende Gergiev leidde een prachtig spelend orkest, en zorgde voor een prima balans tussen orkest, zangers en koor. Daardoor moest hij het orkest soms flink laten inhouden om de zangers niet te overstemmen (bijvoorbeeld bij de climax in de dialoog tussen Isolde en Brangäne aan het begin van het tweede bedrijf), maar dat tekent zijn vakmanschap. De zangers waren goed tot uitstekend: Iréne Theorin en John Charles Pierce zijn misschien niet de meest elektrificerende Isolde en Tristan, maar ze zongen zuiver, krachtig genoeg en ogenschijnlijk moeiteloos hun hondsmoeilijke rollen. Petrenko, Rasilainen en Gubanova bleken een ideale aanvulling als Marke, Kurwenal en Brangäne. Wat mij aan deze uitvoering vooral beviel: de geniale scenes van deze opera klonken als geniaal gecomponeerd! Hoe fraai het wegstervende hoorngeschal van de jachtscene aan het begin van de tweede akte, overgaand in die lijzige kalmte van een zich te slapen leggend bos, het prachtig kamermuzikaal begeleide O sink hernieder, het volledig transparante orkest bij de eerste waarschuwing van Brangäne (Wagner overstijgt zichzelf hier in genialiteit), de ultieme leegte die de eindeloze solo van de engelse hoorn aan het begin van de derde akte suggereert - wat een muziek! En dat werd deze avond allemaal prachtig verklankt. Het was alles bij elkaar zeker geen ultiem perfecte uitvoering, maar ik was na afloop (en ben het twee dagen later nog steeds) teveel onder de indruk dat ik de minpunten graag onbenoemd laat. Tot die minpunten horen zeker niet de videobeelden van Bill Viola. Ik raakte er niet van in vervoering, maar de beelden en beweging waren alleszins fraai.

22 augustus 2007

Concert 22 augustus 2007


Concert 22 augustus 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink

Bruckner: Symfonie nr. 8

Dit moet zeker de vijfde of zesde keer zijn geweest dat ik deze magistrale symfonie live met Haitink heb gehoord. Een paar keer met het KCO, en ook eens met het Europees Jeugdorkest eind jaren tachtig, en een paar jaar terug met de Wiener Philharmoniker. Deze uitvoering was wellicht het indringendst en meest fraai gespeeld. Ik had bewust voor podiumplaatsen gekozen; ik wilde de meastro wel weer eens van de andere kant zien. En om dan ruim anderhalf uur Haitink in geconcentreerd contact te zien met het orkest, prachtig! De uitvoering was subliem. Geweldig opgebouwd, geraffineerd en spannend. Het orkest was in topvorm, de zaal muisstil. Haitink dirigeerde voor de verandering de (naar ik meen) derde Nowak-versie van deze Achtste, terwijl hij zich normaliter aan de Haas-editie hield. Een ultiem meesterwerk, deze Bruckner 8!

Concert 17 augustus 2007


Concert 17 augustus 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
Nederlands Kamerkoor

Wagner: Parsifal Prelude en Karfreitagszauber
Debussy: Trois nocturnes
Debussy: Six épigrammes antiques (bew. Rudolf Escher)
Wagner: Tristan und Isolde Voorspel en Liebestod

Eindelijk, het concertseizoen is weer begonnen. En hoe! Meteen Haitink voor het KCO met een prachtig samengesteld programma met Wagner en Debussy. Wat ik al wist: Haitink en het KCO vormen de beste combinatie voor Debussy. Beluister hun beroemde opnames op Philips en het is duidelijk dat dat vroeger al zo was, en ook na ruim dertig jaar nog steeds zo is. De drie Nocturnes klinken alleen bij Haitink en het KCO zoals ze moeten klinken: ijl, broos, mysterieus en toch vloeiend. Het vrouwenkoor zong prachtig, enigszins dramatisch zelfs. De Six épigrammes, oorspronkelijk voor piano vierhandig werden door Escher bewerkt voor orkest, en houden het midden tussen orkest- en kamermuziek. Dan de Wagners: in Parsifal was er in de allereerste maat een kleine onwennigheid in het orkest, maar Haitink reageerde alert. Verder klonk de Prelude en de Karfreitagszauber volbloedig en transparant. Hoogtepunt werden toch het Vorspiel en Liebestod uit de Tristan. Fraai en krachtig opgebouwd en ongehoord glanzend in de herhaalde climaxen aan het einde van de Liebestod. Haitink bereidde de climaxen prachtig voor maar gaf die climaxen zelf nauwelijks aan: het orkest klonk alsof de zon doorbrak. Tja, op zo’n manier denk je haast: het KCO is ook het meest ideale Tristan-orkest. Wat een weelde, zo’n eerste concert!

06 augustus 2007

Komend concertseizoen 07-08

Een klein jaar geleden vormde een vergelijkbare post één van de eerste berichten op deze weblog. Nu staat er een nieuw concert- en operaseizoen voor de deur; hiermee een beknopt overzicht van waar ik allemaal naartoe ga. Ogenschijnlijk een saaie opsomming, maar een vat vol beloften!

KCO
Ik heb al jaren een abonnement op de A- en D-serie. In de A-serie veel Messiaen; niet bepaald mijn favoriete componist, maar de Turangalila-symfonie o.l.v. Jansons is om naar uit te kijken. Verder veel voor mij onbekend werk, er zullen ongetwijfeld mooie concerten tussen zitten. De serie heet niet voor niets avontuurlijk te zijn. De D-serie opent met een kraker: Jansons met de Alpensinfonie van Richard Strauss. Jansons is een perfecte Strauss-dirigent, en voor de Alpensinfonie heb ik een zwak. Ook het concert in maart 2008 o.l.v. Iván Fischer met die weergaloze orkestratie door Schönberg van Brahms' Eerste pianokwartet moet een topper worden. Boeiende solisten in de D-serie: de violisten Gil Shaham en Vadim Repin en de pianisten Lars Vogt, Richard Goode en Maria João Pires zijn niet bepaald de slechtsten in hun soort!
Zoals ieder jaar koop ik een boel aanvullende losse kaartjes voor concerten die niet in mijn abonnementen zitten maar die ik niet wil missen. Te beginnen later deze maand: de twee zomerconcerten met Haitink. De Achtste van Bruckner heb ik al minstens vijf keer onder Haitink gehoord, maar hij blijft de beste dirigent voor dit fenomenale stuk. Het concert met Wagner en Debussy wordt hopelijk een feest van subtiele emoties. Verder: Jansons met Mahler 5 en Don Juan van Strauss, Masur met de tweede symfonieën van Tsjaikovsky en Schumann. In februari wellicht het hoogtepunt van het jaar: Haitink met de eerste akte Walküre; Eva-Maria Westbroek zingt Sieglinde...

Andere concerten
Ik heb al een aantal jaren een abonnement op de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten. Het kost een vermogen, maar je hoort eens andere orkesten dan alleen het KCO (en ieder jaar de Wiener!). Bovendien heb ik zomaar een geweldige vaste plaats midden in de zaal bemachtigd, omgeven door fout sponsorpubliek. Het KCO blijkt bij vergelijking met de meeste orkesten toch echt een beter orkest. Alleen de Wiener Philharmoniker is een klasse apart. Maar hoe goed het London Symphony, de Staatskapelle Dresden, het Boston Symphony en de Berliner Philharmoniker ook zijn (om de beste orkesten die ik hier gehoord heb te noemen): het Koninklijk Concertgebouworkest heeft een mooiere klank, heeft betere solisten en speelt spannender. Natuurlijk, hier vergelijk ik twee of drie optredens van het ene orkest met honderden van het andere, een huisorkest bovendien. Enfin, om op die serie terug te komen: komend seizoen twee keer Gergiev. Een keer met zijn vanaf dit najaar eigen London Symphony Orchestra (Mahler 6) en een keer met de Wiener Philharmoniker (Berlioz en Tsjaikovsky). Spannend! Ook aardig om Zubin Mehta weer eens te zien, nu met zijn eigen orkest van Israël; hij zal wel een traditionele Schubert 9 voorschotelen, maar wie weet... Andere concerten buiten deze serie: in september de exen Charles Dutoit en Martha Argerich met Ravel en Debussy. Norrington komt met zijn orkest uit Stuttgart (Bruckner 6) en in het authentieke genre kijk ik uit naar Les Musiciens du Louvre o.l.v. Minkowski (Haydn, Gluck en Rameau) en in de zaterdagmatinee het Gabrieli Consort van Paul McCreesh met het heerlijke Hail, bright Cecilia van Purcell. Verder in de zaterdagmatinee Piere Boulez met eigen werk maar vooral ook met Amériques van Varèse, en Vladimir Ashkenazy dirigeert een all-Sibelius-concert. Van dit alles zijn de losse kaartjes binnen. Er ontbreekt er nog eentje - wel al besteld: Sir Colin Davis dirigeert bij het Nederlands Kamerorkest (!) de Matthäus Passion, met Charles Daniels als evangelist. Op papier zeer bijzonder. (Aanvulling 3 dagen later: ook deze kaartjes zijn gearriveerd.)

Opera
Bij De Nederlandse Opera een boeiender seizoen dan het afgelopen jaar. Echter, het operaseizoen begint met een concertante uitvoering van de Tristan door Gergiev met het Rotterdams Philharmonisch. Met filmbeelden; ik ben benieuwd! DNO herhaalt de Monteverdi-cyclus; ik ga alleen naar wat mij eerder het meest boeide: Il ritorno d'Ulysse in Patria. Verder een prachtig gevarieerd seizoen, van Donizetti tot R. Strauss en van Rameau tot Wagner. Uit de operaserie van de zaterdagmatinee heb ik podiumplaatsen bemachtigd voor Lohengrin - vooruit dan maar. Hopelijk heerst er een tegen die tijd een griepgolfje, dan zoek ik een mooi plaatsje in de zaal.

In een reactie op een van mijn weblogs vroeg iemand waarom ik niet veel meer naar concerten buiten Amsterdam (en Nederland) ga. Tja, het klopt dat er daar ook veel te beleven valt. Maar mij ontbreekt vooral de tijd en de wil. Er zijn soms weken dat ik drie keer per week de gang naar de Van Baerlestraat en/of de Amstel maak; dan ben ik blij daarna eens een weekje thuis te kunnen blijven, boeken te lezen of gewoon op de bank te luieren. Je wordt in Amsterdam op je wenken bediend, zowel kwantitatief als kwalitatief. Een vriendin van mij leidt concertreizen naar de grote festivals in Europa; volgens haar doet Amsterdam geenszins onder voor wat Parijs of Londen te bieden heeft. Alleen voor de echt bijzondere concerten of opera's maak ik een omweg. Misschien maar eens meer aandacht besteden aan wat mijn favorieten elders verrichten. In ieder geval: blijf deze weblog bezoeken voor subliem-subjectieve beschrijvingen van hopelijk een fraai muziekjaar!

09 juli 2007

Concert 27 juni 2007


Concert 27 juni 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Mitsuko Uchida, piano

Wagner: Ouverture Tannhäuser
Mozart: Pianoconcert nr. 25, KV 503
Brahms: Symfonie nr. 1

Het laatste concert van dit seizoen; een lekkere uitsmijter. Ik was na afloop weliswaar niet helemaal tevreden, toch lik je bij zo'n programma gespeeld door deze musici je vingers af. De ouvertute Tannhäuser is een weergaloos stuk, maar Jansons opteerde helaas voor een te ronde, evenwichtige klank, waarbij strijkers en (koper)blazers fraai samengaan. Van mij mogen de strijkers en koperblazers juist tegenover elkaar geplaatst worden, en kan de klank wat rauwer zijn. Referentiepunt hierbij is het eerste tutti waarbij het hoofdthema gespeeld wordt: de trombones spelen de hoofdmelodie, en de violen die puntige accenten in dalende lijn. Jansons kneedde een harmonisch geheel; ik hoor die trombones en strijker liever wat hoekiger en feller. Hoe dan ook: wat een meesterlijke melodie! Nu ik het toch over de ouverture Tannhäuser heb: Franz Liszt maakte een transcriptie voor piano - de live-opname van Jorge Bolet uit Carnegie Hall 1974 op RCA is werkelijk zinderend! De linkerafbeelding is de cd-versie uit mijn collectie; die blijkt echter niet of moeilijk verkrijgbaar - de rechter uitgave is wel nog leverbaar. Check wel of het die live-uitvoering in Carnegie Hall betreft! Liszt schijnt zelf halverwege het stuk te hebben moeten pauzeren; Bolet speelt het voor een volle zaal ineen. Je gaat onherroepelijk voor de bijl!










Het 25ste pianoconcert van Mozart kreeg een fraaie uitvoering, waarbij vooral Jansons voor een fraai aandeel van de orkestbegeleiding zorgde. Bij pianoconcerten van Mozart vind ik de uitvoeringen van pianisten zelden onderscheidend; of de uitvoering slaagt hangt naar mijn ervaring af van de samenwerking tussen pianist en dirigent en van het orkestaandeel, niet van de pianist. Die spelen hun partij foutloos en that's it. Alleen Piotr Anderszewski zorgde in januari j.l. voor een opmerkelijke uitvoering. Uchida beloonde het applaus met een eigenzinnig gespeelde Impromptu D899 nr. 3 van Schubert. De Eerste Brahms bleek Jansons een jaar of wat geleden al eens eerder met het KCO uitgevoerd te hebben. Ik had iets meer verwacht. Alles zat goed in elkaar en de finale werd met spanning opgebouwd, maar toch werd ik niet overrompeld. Misschien ken ik het stuk te goed, of had ik onbewust teveel gerekend op weer een memorabele Jansons-uitvoering? In elk geval gaat er bij mij altijd meteen een punt af wanneer de herhaling van de expositie in het openingsdeel niet gespeeld wordt. Hieronder een fraaie foto van de norse Hamburger. Altijd een bemoedigende kop om naar te kijken!
Half augustus begint het nieuwe seizoen alweer met twee zomerconcerten gedirigeerd door Haitink. Ik zal in een aparte log aangeven waar ik me nu alweer op verheug in het nieuwe seizoen. Wellicht neem ik ook eens wat tijd om meer cd's te bespreken. Fijne zomer allemaal en tot binnenkort.

30 juni 2007

Opera 25 juni 2007


Maandag 25 juni 2007, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Adams: Doctor Atomic

Robert Oppenheimer - Gerald Finley
Kitty Oppenheimer - Jessica Rivera
General Leslie Groves - Eric Owens
Edward Teller - Richard Paul Fink
Thomas Glenn - Robert Wilson
Koor van De nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Lawrence Renes

Dit was helemaal niks, deze opera over de ontwikkeling van de atoombom door Oppenheimer. De muziek van Adams overstijgt nauwelijks het niveau van een gemiddelde musical. Veel neo-Strawinsky met accentjes hier en maatwisselingen daar, zonder enige overtuigingskracht of dramatische diepgang. Verder armoede in het verhaal: een generaal die een solo zingt over het aantal calorieën in zijn eten, een koor dat bij aanvang vertelt in welke periode we zitten... Het geheel was als suikerspin: het lijkt veel, maar zodra je erin hapt blijft er weinig over. In de pauze besloten we te vertrekken en in een naburig restaurant een schaaltje oesters te eten. Het werd alsnog een fijne avond.

24 juni 2007

Opera 24 juni 2007












Zondag 24 juni 2007, Concertgebouw Amsterdam
Opera Concertant

Debussy: Pelléas et Mélisande

Mélisande - Magdalena Kozená
Pelléas - Jean-Francois Lapointe
Golaud - Laurent Naouri
Arkel - Gregory Reinhart
Geneviève - Matie-Nicole Lemieux
Yniold - Amal Brahim Djelloul
Choeur de Radio France
Orchestre National de France o.l.v. Bernard Haitink

Nog twee concerten te gaan dit seizoen (morgenavond en woensdagavond), maar wat op papier het concert van dit concertseizoen 2006-2007 moest worden, werd in alle opzichten ondubbelzinnig hét concert van het seizoen! Haitink is onbetwist de beste Debussy-dirigent; niemand anders dan hij kan Debussy's magische klanken los laten komen van de partituur, en vanmiddag hing er wederom de transcedente Debussy-sfeer in de Grote Zaal van het Concertgebouw die alleen Haitink kan oproepen. Er zijn drie opera's die ik ooit nog eens door Haitink gedirigeerd had willen zien: Wagners Parsifal en Tristan, en Debussy's Pelléas et Mélisande. Van de Wagners dirigeert Haitink in augustus wat orkestrale delen; vooruit maar! Debussy werd vanmiddag dus volledig ingelost! Ik bestelde al ruim een jaar geleden een los kaartje voor deze uitvoering, en wat een gelukzaligheid! Het Franse orkest speelde subliem, de zangers waren perfect, en Haitink dirigeerde met autoriteit en met aandacht voor alle details. Het publiek was zeldzaam stil; ik geloof dat ik tijdens de drie uur durende uitvoering slechts drie kuchjes heb gehoord! De partituur van Pelléas et Mélisande hangt van subtiliteiten en ragfijne symboliek aan elkaar en het leek alsof iedereen in de zaal vanaf de eerste maat volledig gehypnotiseerd was. Kozena zong geweldig zuiver en slank, Lapointe gepassioneerd, Naouri statig en krachtig, Reinhart geweldig groots en Lemieux is een zangeres om te onthouden. Ze had slechts een minieme rol, maar bij de passage waarin ze de tekst van de brief van Golaud zong, kreeg ik het bijna te kwaad. Bij De Nederlandse Opera werd Pelléas et Mélisande volledig verkracht door de enscenering van Peter Sellars; die herinnering is nu eindelijk weggevaagd en vervangen door hoogstwaarschijnlijk de mooiste Pelléas et Mélisande uit mijn leven. Een memorable uitvoering.

20 juni 2007

Concert 15 juni 2007


Concert 15 juni 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe
Groot Omroepkoor
Hanneke de Wit, sopraan
Tania Kross, mezzosopraan
Werner Güra, tenor
David Wilson-Johnson, bariton

Kuhlau: Ouverture William Shakespeare
Berlioz: Tristia
Bruckner: Mis nr. 3

Over Kuhlau verder geen woord, dat was een matig stuk. Maar Berlioz en Bruckner waren geweldig: schitterende muziek, prachtig uitgevoerd. Van Tristia bezit ik al meer dan 20 jaar een cd-opname (Colin Davis) en het is een raadsel waarom dit sublieme stuk van Berlioz nog nooit eerder in zijn geheel door het KCO is uitgevoerd. Het tweede deel, La mort d'Orphélie, werd voor het laatst in 1890 o.l.v. de eerste chefdirigent Willem Kes gespeeld! Op mijn cd-opname komt het geweersalvo dat Berlioz voorschrijft niet bepaald helder uit de verf. In de zaal hingen twee luidsprekers boven het orkest, en dat ging goed. Herreweghe leidde koor en orkest in een prachtig zuivere en serene uitvoering. Wat is Berlioz toch een fabelachtige componist. Na de pauze wederom een hoogtepunt: Buckners Derde mis. Die hoorde ik wel al eerder, geleid door Chailly. Die uitvoering vond ik toen niet geslaagd; de opname daarvan (in de Radio Recordings-box gewijd aan Chailly) bewijst dat. Ook Celibidache maakte een weinig geslaagde opname. Bij beide uitvoeringen is het koor te wollig en te massief en de solisten geen eenheid met koor en orkest. Dit alles bleek onder Herreweghe geen probleem: opeens werd de pracht van deze Mis geopenbaard. Zet Herreweghe voor een koor en er gebeurt iets magisch. Wanneer eens het Te Deum? Op het net trof ik een prachtige foto van Berlioz die ik nog niet kende. Klik op de foto en je krijgt hem vol op je scherm.

19 juni 2007

Concert 8 juni 2007


Vrijdag 8 juni 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Dmitry Sitkovetsky, viool

Wagemans: Moloch
Hindemith: Symfonische metamorfosen
Dutilleux: Vioolconcert L'arbre des songes
Stravinsky: Vuurvogel-Suite

Een prachtig concert met orkest en dirigent op topniveau. Een mooi programma ook; alleen het Dutilleux-concert deed me weinig. Ik vind het een doelloos en te fragmentarisch stuk waar ik geen lijnen in kan ontdekken. Het werk voor groot orkest van Wagemans is groots en aansprekend. De Symfonische metamorfosen van Hindemith een lekker bits stuk dat werkelijk prachtig werd gespeeld. Hoogtepunt was toch wel de Vuurvogel-Suite. De recensent van de NRC gebruikte het juiste woord om de uitvoering te karakteriseren: bloedstollend. Bij zijn spaarzame optredens met het KCO dirigeerde Gergiev lang geleden eens een fenomenale volledige Vuurvogel, maar deze uitvoering van de Suite komt in mijn herinnering minstens daarnaast te staan. Dat smaakt naar een uitvoering van de volledge versie! Bij het slotapplaus lieten het orkest en Jansons duidelijk hun wederzijdse tevredenheid blijken. Wat een geslaagd huwelijk!

18 juni 2007

Opera 6 juni 2007



Woensdag 6 juni 2007, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Schreker: Die Gezeichneten

Alviano Salvago - Gabriel Sadé
Herzog Antoniotto Adorno - John Wegner
Tamare - Scott Hendricks
Lodovico Nardi - Wolfgang Schöne
Carlotta Nardi - Kristine Ciesinski
Koor van De Nederlandse Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Ingo Metzmacher

De recensies hadden gewag gemaakt dat dit een bloederig en expliciet spektakel zou worden. Eerlijk gezegd vond ik dat allemaal wel meevallen. Natuurlijk, deze opera is geen onschuldig sprookje, maar Salome vind ik angstaanjagender. Ik ben tijdens het eerste bedrijf heel eventjes in slaap gevallen, zelfs. Kwam misschien door het half jetlagje van de New York-trip; aan de enscenering en uitvoering kan het niet gelegen hebben, want die waren prachtig. De muziek van Schreker is wollig, bont en rijk; bepaald niet minimalistisch. Ik heb onlangs een cd-uitvoering aangeschaft, die ga ik eens nader bestuderen. Er werd goed gezongen, en door het KCO werkelijk fenomenaal gespeeld. Wat een enorm verschil altijd weer wanneer het KCO in de bak van het Muziektheaterzit. Weelde, pure weelde!

27 mei 2007

Concert 25 mei 2007


Vrijdag, 25 mei 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Ingo Metzmacher
Anne Schwanewilms, sopraan

Zuidam: Trance Position
Berg: Drei Bruchstücke uit Wozzeck
Berg: Concertaria Der Wein
Reger: Vier Tondichtungen nach Arnold Böcklin


Een fraai concert in de A-serie met werken waar Metzmacher raad mee wist. Het stuk van Zuidam viel alleszins mee; Trance Position bleek een langzaam, ijl stuk met fraaie klanklagen. Wozzeck heb ik ooit eens bij De Nederlandse Opera gehoord, maar ik was toen nog niet voldoende ingewijd in de twintigste-eeuwse muziek om het stuk te kunnen waarderen. Nu vond ik de tussenspelen fabelachtig mooi, indringend en kleurrijk. Snel maar een cd-opname aanschaffen. De teksten werden bovendien bijzonder fraai gezongen door de Duitse sopraan Anne Schwanewilms. In tegenstelling tot wat bij haar biografie in Preludium staat, was zij eens eerder te gast bij het KCO: ze was in januari 2000 onderdeel van het solistenteam bij de concerten en cd-opname van Mahlers Achtste onder leiding van Chailly. Ze had een fraaie performance bovendien; na de pauze keerde ze voor de concertaria Der Wein in een andere robe terug. De vier Tondichtingen van Reger was een fraaie afsluiter. Niet al te diepgaand, maar fraai georkestreerd en gespeeld.