09 juli 2007

Concert 27 juni 2007


Concert 27 juni 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Mitsuko Uchida, piano

Wagner: Ouverture Tannhäuser
Mozart: Pianoconcert nr. 25, KV 503
Brahms: Symfonie nr. 1

Het laatste concert van dit seizoen; een lekkere uitsmijter. Ik was na afloop weliswaar niet helemaal tevreden, toch lik je bij zo'n programma gespeeld door deze musici je vingers af. De ouvertute Tannhäuser is een weergaloos stuk, maar Jansons opteerde helaas voor een te ronde, evenwichtige klank, waarbij strijkers en (koper)blazers fraai samengaan. Van mij mogen de strijkers en koperblazers juist tegenover elkaar geplaatst worden, en kan de klank wat rauwer zijn. Referentiepunt hierbij is het eerste tutti waarbij het hoofdthema gespeeld wordt: de trombones spelen de hoofdmelodie, en de violen die puntige accenten in dalende lijn. Jansons kneedde een harmonisch geheel; ik hoor die trombones en strijker liever wat hoekiger en feller. Hoe dan ook: wat een meesterlijke melodie! Nu ik het toch over de ouverture Tannhäuser heb: Franz Liszt maakte een transcriptie voor piano - de live-opname van Jorge Bolet uit Carnegie Hall 1974 op RCA is werkelijk zinderend! De linkerafbeelding is de cd-versie uit mijn collectie; die blijkt echter niet of moeilijk verkrijgbaar - de rechter uitgave is wel nog leverbaar. Check wel of het die live-uitvoering in Carnegie Hall betreft! Liszt schijnt zelf halverwege het stuk te hebben moeten pauzeren; Bolet speelt het voor een volle zaal ineen. Je gaat onherroepelijk voor de bijl!










Het 25ste pianoconcert van Mozart kreeg een fraaie uitvoering, waarbij vooral Jansons voor een fraai aandeel van de orkestbegeleiding zorgde. Bij pianoconcerten van Mozart vind ik de uitvoeringen van pianisten zelden onderscheidend; of de uitvoering slaagt hangt naar mijn ervaring af van de samenwerking tussen pianist en dirigent en van het orkestaandeel, niet van de pianist. Die spelen hun partij foutloos en that's it. Alleen Piotr Anderszewski zorgde in januari j.l. voor een opmerkelijke uitvoering. Uchida beloonde het applaus met een eigenzinnig gespeelde Impromptu D899 nr. 3 van Schubert. De Eerste Brahms bleek Jansons een jaar of wat geleden al eens eerder met het KCO uitgevoerd te hebben. Ik had iets meer verwacht. Alles zat goed in elkaar en de finale werd met spanning opgebouwd, maar toch werd ik niet overrompeld. Misschien ken ik het stuk te goed, of had ik onbewust teveel gerekend op weer een memorabele Jansons-uitvoering? In elk geval gaat er bij mij altijd meteen een punt af wanneer de herhaling van de expositie in het openingsdeel niet gespeeld wordt. Hieronder een fraaie foto van de norse Hamburger. Altijd een bemoedigende kop om naar te kijken!
Half augustus begint het nieuwe seizoen alweer met twee zomerconcerten gedirigeerd door Haitink. Ik zal in een aparte log aangeven waar ik me nu alweer op verheug in het nieuwe seizoen. Wellicht neem ik ook eens wat tijd om meer cd's te bespreken. Fijne zomer allemaal en tot binnenkort.

30 juni 2007

Opera 25 juni 2007


Maandag 25 juni 2007, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Adams: Doctor Atomic

Robert Oppenheimer - Gerald Finley
Kitty Oppenheimer - Jessica Rivera
General Leslie Groves - Eric Owens
Edward Teller - Richard Paul Fink
Thomas Glenn - Robert Wilson
Koor van De nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Lawrence Renes

Dit was helemaal niks, deze opera over de ontwikkeling van de atoombom door Oppenheimer. De muziek van Adams overstijgt nauwelijks het niveau van een gemiddelde musical. Veel neo-Strawinsky met accentjes hier en maatwisselingen daar, zonder enige overtuigingskracht of dramatische diepgang. Verder armoede in het verhaal: een generaal die een solo zingt over het aantal calorieën in zijn eten, een koor dat bij aanvang vertelt in welke periode we zitten... Het geheel was als suikerspin: het lijkt veel, maar zodra je erin hapt blijft er weinig over. In de pauze besloten we te vertrekken en in een naburig restaurant een schaaltje oesters te eten. Het werd alsnog een fijne avond.

24 juni 2007

Opera 24 juni 2007












Zondag 24 juni 2007, Concertgebouw Amsterdam
Opera Concertant

Debussy: Pelléas et Mélisande

Mélisande - Magdalena Kozená
Pelléas - Jean-Francois Lapointe
Golaud - Laurent Naouri
Arkel - Gregory Reinhart
Geneviève - Matie-Nicole Lemieux
Yniold - Amal Brahim Djelloul
Choeur de Radio France
Orchestre National de France o.l.v. Bernard Haitink

Nog twee concerten te gaan dit seizoen (morgenavond en woensdagavond), maar wat op papier het concert van dit concertseizoen 2006-2007 moest worden, werd in alle opzichten ondubbelzinnig hét concert van het seizoen! Haitink is onbetwist de beste Debussy-dirigent; niemand anders dan hij kan Debussy's magische klanken los laten komen van de partituur, en vanmiddag hing er wederom de transcedente Debussy-sfeer in de Grote Zaal van het Concertgebouw die alleen Haitink kan oproepen. Er zijn drie opera's die ik ooit nog eens door Haitink gedirigeerd had willen zien: Wagners Parsifal en Tristan, en Debussy's Pelléas et Mélisande. Van de Wagners dirigeert Haitink in augustus wat orkestrale delen; vooruit maar! Debussy werd vanmiddag dus volledig ingelost! Ik bestelde al ruim een jaar geleden een los kaartje voor deze uitvoering, en wat een gelukzaligheid! Het Franse orkest speelde subliem, de zangers waren perfect, en Haitink dirigeerde met autoriteit en met aandacht voor alle details. Het publiek was zeldzaam stil; ik geloof dat ik tijdens de drie uur durende uitvoering slechts drie kuchjes heb gehoord! De partituur van Pelléas et Mélisande hangt van subtiliteiten en ragfijne symboliek aan elkaar en het leek alsof iedereen in de zaal vanaf de eerste maat volledig gehypnotiseerd was. Kozena zong geweldig zuiver en slank, Lapointe gepassioneerd, Naouri statig en krachtig, Reinhart geweldig groots en Lemieux is een zangeres om te onthouden. Ze had slechts een minieme rol, maar bij de passage waarin ze de tekst van de brief van Golaud zong, kreeg ik het bijna te kwaad. Bij De Nederlandse Opera werd Pelléas et Mélisande volledig verkracht door de enscenering van Peter Sellars; die herinnering is nu eindelijk weggevaagd en vervangen door hoogstwaarschijnlijk de mooiste Pelléas et Mélisande uit mijn leven. Een memorable uitvoering.

20 juni 2007

Concert 15 juni 2007


Concert 15 juni 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe
Groot Omroepkoor
Hanneke de Wit, sopraan
Tania Kross, mezzosopraan
Werner Güra, tenor
David Wilson-Johnson, bariton

Kuhlau: Ouverture William Shakespeare
Berlioz: Tristia
Bruckner: Mis nr. 3

Over Kuhlau verder geen woord, dat was een matig stuk. Maar Berlioz en Bruckner waren geweldig: schitterende muziek, prachtig uitgevoerd. Van Tristia bezit ik al meer dan 20 jaar een cd-opname (Colin Davis) en het is een raadsel waarom dit sublieme stuk van Berlioz nog nooit eerder in zijn geheel door het KCO is uitgevoerd. Het tweede deel, La mort d'Orphélie, werd voor het laatst in 1890 o.l.v. de eerste chefdirigent Willem Kes gespeeld! Op mijn cd-opname komt het geweersalvo dat Berlioz voorschrijft niet bepaald helder uit de verf. In de zaal hingen twee luidsprekers boven het orkest, en dat ging goed. Herreweghe leidde koor en orkest in een prachtig zuivere en serene uitvoering. Wat is Berlioz toch een fabelachtige componist. Na de pauze wederom een hoogtepunt: Buckners Derde mis. Die hoorde ik wel al eerder, geleid door Chailly. Die uitvoering vond ik toen niet geslaagd; de opname daarvan (in de Radio Recordings-box gewijd aan Chailly) bewijst dat. Ook Celibidache maakte een weinig geslaagde opname. Bij beide uitvoeringen is het koor te wollig en te massief en de solisten geen eenheid met koor en orkest. Dit alles bleek onder Herreweghe geen probleem: opeens werd de pracht van deze Mis geopenbaard. Zet Herreweghe voor een koor en er gebeurt iets magisch. Wanneer eens het Te Deum? Op het net trof ik een prachtige foto van Berlioz die ik nog niet kende. Klik op de foto en je krijgt hem vol op je scherm.

19 juni 2007

Concert 8 juni 2007


Vrijdag 8 juni 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Dmitry Sitkovetsky, viool

Wagemans: Moloch
Hindemith: Symfonische metamorfosen
Dutilleux: Vioolconcert L'arbre des songes
Stravinsky: Vuurvogel-Suite

Een prachtig concert met orkest en dirigent op topniveau. Een mooi programma ook; alleen het Dutilleux-concert deed me weinig. Ik vind het een doelloos en te fragmentarisch stuk waar ik geen lijnen in kan ontdekken. Het werk voor groot orkest van Wagemans is groots en aansprekend. De Symfonische metamorfosen van Hindemith een lekker bits stuk dat werkelijk prachtig werd gespeeld. Hoogtepunt was toch wel de Vuurvogel-Suite. De recensent van de NRC gebruikte het juiste woord om de uitvoering te karakteriseren: bloedstollend. Bij zijn spaarzame optredens met het KCO dirigeerde Gergiev lang geleden eens een fenomenale volledige Vuurvogel, maar deze uitvoering van de Suite komt in mijn herinnering minstens daarnaast te staan. Dat smaakt naar een uitvoering van de volledge versie! Bij het slotapplaus lieten het orkest en Jansons duidelijk hun wederzijdse tevredenheid blijken. Wat een geslaagd huwelijk!

18 juni 2007

Opera 6 juni 2007



Woensdag 6 juni 2007, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Schreker: Die Gezeichneten

Alviano Salvago - Gabriel Sadé
Herzog Antoniotto Adorno - John Wegner
Tamare - Scott Hendricks
Lodovico Nardi - Wolfgang Schöne
Carlotta Nardi - Kristine Ciesinski
Koor van De Nederlandse Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Ingo Metzmacher

De recensies hadden gewag gemaakt dat dit een bloederig en expliciet spektakel zou worden. Eerlijk gezegd vond ik dat allemaal wel meevallen. Natuurlijk, deze opera is geen onschuldig sprookje, maar Salome vind ik angstaanjagender. Ik ben tijdens het eerste bedrijf heel eventjes in slaap gevallen, zelfs. Kwam misschien door het half jetlagje van de New York-trip; aan de enscenering en uitvoering kan het niet gelegen hebben, want die waren prachtig. De muziek van Schreker is wollig, bont en rijk; bepaald niet minimalistisch. Ik heb onlangs een cd-uitvoering aangeschaft, die ga ik eens nader bestuderen. Er werd goed gezongen, en door het KCO werkelijk fenomenaal gespeeld. Wat een enorm verschil altijd weer wanneer het KCO in de bak van het Muziektheaterzit. Weelde, pure weelde!

27 mei 2007

Concert 25 mei 2007


Vrijdag, 25 mei 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Ingo Metzmacher
Anne Schwanewilms, sopraan

Zuidam: Trance Position
Berg: Drei Bruchstücke uit Wozzeck
Berg: Concertaria Der Wein
Reger: Vier Tondichtungen nach Arnold Böcklin


Een fraai concert in de A-serie met werken waar Metzmacher raad mee wist. Het stuk van Zuidam viel alleszins mee; Trance Position bleek een langzaam, ijl stuk met fraaie klanklagen. Wozzeck heb ik ooit eens bij De Nederlandse Opera gehoord, maar ik was toen nog niet voldoende ingewijd in de twintigste-eeuwse muziek om het stuk te kunnen waarderen. Nu vond ik de tussenspelen fabelachtig mooi, indringend en kleurrijk. Snel maar een cd-opname aanschaffen. De teksten werden bovendien bijzonder fraai gezongen door de Duitse sopraan Anne Schwanewilms. In tegenstelling tot wat bij haar biografie in Preludium staat, was zij eens eerder te gast bij het KCO: ze was in januari 2000 onderdeel van het solistenteam bij de concerten en cd-opname van Mahlers Achtste onder leiding van Chailly. Ze had een fraaie performance bovendien; na de pauze keerde ze voor de concertaria Der Wein in een andere robe terug. De vier Tondichtingen van Reger was een fraaie afsluiter. Niet al te diepgaand, maar fraai georkestreerd en gespeeld.

04 mei 2007

60x Beethoven


Vandaag kwam per post mijn bestelling bij JPC binnen: een 60 cd-box met de 'complete masterpieces' van Beethoven. Een belachelijke aanduiding natuurlijk, maar het gaat erom wat erin zit. Voor € 40,- (!!) koop je 60 cd's met veelal zeer hoog aangeslagen uitvoeringen, eerder verschenen op Sony, RCA en Arte Nova. De symfonieën, concerten, ouvertures en de Missa Solemnis worden gespeeld door het Tonhalle Orchester Zürich, gedirigeerd door David Zinman. Zijn uitvoeringen schijnen zeer verfrissend en bijzonder te zijn. Solisten zijn o.a. Yefim Bronfman en Christan Tetzlaff. De vioolsonates worden gespeeld door Pinchas Zuckerman en Marc Neikrug, de cellosonates door Anner Bijlsma en Jos van Immerseel. Ik ben vooral benieuwd naar de opnames van Zinman; ik haal er meteen opnames van werken in huis die nog in mijn verzameling ontbraken (vooral kamermuziek en liederen). En dat allemaal voor minder dan 1 euro per cd! Ik zal mijn luisterervaringen binnenkort hier beschrijven. Wacht daar niet op en bestel de doos (er staat limited edition op, weer zo'n dooddoener - via jpc.de heb je 'm in een paar dagen in huis).

03 mei 2007

Opera 1 mei 2007


Dinsdag 1 mei 2007, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Händel: Hercules

Hercules - Nathan Berg
Dejanira - Ann Hallenberg
Hyllus - Ed Lyon
Iole - Ingela Bohlin
Lichas - Charlotte Hellekant
Koor van de Nederlandse Opera
St. James's Baroque o.l.v. Christopher Moulds

De opera's van Händel behoren niet tot mijn favoriete repertoire, ofschoon ik bij DNO de afgelopen jaren twee keer een geslaagde voorstelling heb gezien. Die opvoeringen werden gegeven in de Stadsschouwburg; nu dan in het Muziektheater. Het lag niet alleen aan de locatie natuurlijk, maar ik heb van deze opvoering van dit muzikale drama (Hercules is eigenlijk geen opera) niet bepaald genoten. Meest ergerlijk vond ik de dirigent die zich vooral concentreerde op zijn orkest; de zangers liet hij aan hun lot over. Dat waren evenzeer geen sterzangers, en tja, dan vormen die da capo-aria's taaie kost. Je hebt er superieure zangers voor nodig - de opnames van Anne-Sofie von Otter maken duidelijk hoe het ook kan. Ingela Bohlin bijvoorbeeld zong op het eerste gehoor wellicht fraai zuiver, maar bij de eerste de beste versiering kwam ze in moeilijkheden. Bovendien had ze een kleine stem, en wanneer de regisseur haar tijdens haar aria's diep het podium instuurde kwam ze nauwelijks boven het basso continuo uit... En de dirigent had daar geen oor voor. Geen enkele zanger stak boven de rest uit; ook de belangrijkste zanger op het podium Ann Hallenberg vond ik maar net voldoende. De derde akte bevat de meest interessante muziek: de waanzinaria van Hercules en de waanzinscène van Dejanira vormen muzikaal het hoogtepunt van de voorstelling. Maar daar moet je wel ruim twee uur op wachten. Het koor werd in de recensies de hemel in geprezen, en inderdaad: dat zong goed.

16 april 2007

Concert 13 april 2007












Vrijdag 13 april 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Herbert Blomstedt
Yefim Bronfman, piano

Beethoven: Pianoconcert nr. 1
Brahms: Symfonie nr. 4

Een meer dan verrukkelijk concert! Het klassieke programma werd met meesterschap en stijl gespeeld. Yefim Bronfman behoort met Kristian Zimerman en Martha Argerich tot mijn pianisten top-3, en vanavond bleek wederom waarom. Bronfman speelt zonder enig effectbejag, maar vol virtuositeit, fijnzinnigheid en balans. Alles klopt bij deze gigant. Hoogtepunt van zijn optreden (en van het gehele concert trouwens) was de lange cadens in het eerste deel, en dan met name de afsluiting daarvan. De voorslag van de pianist waarop het orkest inzet, speelde Bronfman adembenemend mooi en verrassend. Subliem! In dat deel viel ook de fraaie wisselwerking met de klarinettist op - wat heeft het KCO met Arno Piters toch een fantastische soloklarinettist in huis gehaald. Blomstedt zorgde trouwens voor een prima balans met de piano - geen eenvoudige opgave in de Grote Zaal. Na de pauze een heerlijke Vierde Brahms. Het stuk is verreweg Brahms' grootste compositie; het slotdeel sowieso een hoogtepunt in de symfonische kunst. Blomstedt liet het KCO in zijn volle schoonheid naar voren treden. Hij bracht geen verrassende visie op de symfonie, maar een gewoon goede interpretatie. Maar bij zulk een fraai orkestspel als deze avond is dat meer dan voldoende. Genieten van begin tot eind. Een dirigent die het orkest zo mooi en warm kan laten spelen moet jaarlijks terugkeren.

09 april 2007

Concert 7 april 2007


Zaterdag 7 april 2007, Concertgebouw Amsterdam
Capella Amsterdam, Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Hans Graf
Katarzyna Dondalska, sopraan (vuur, nachtegaal, prinses)
Marina Zyatkova, sopraan (bergère, vleermuis, herderin)
Victoria Simmonds, mezzosopraan (kind)
Marjolein Niels, mezzosopraan (mama, kopje, libel)
Anne-Theresa Albrecht, mezzosopraan (poes, eekhoorn)
Peter Gijsbertsen, tenor (grijsaard)
Jean-Léon Klostermann, tenor (kikker)
Brenden Gunell, tenor (theepot)
Alexander Vassilev, bas (fauteuil, boom)
Wiard Withold, bariton (klok, kat)

Ligeti: Clocks and Clouds
Debussy: Nocturnes
Ravel: L'enfant et les sortilèges

Ik had een los kaartje besteld van deze ZaterdagMatinee om L'enfant et les sortilèges eens live te horen. Het is een fantastisch stuk, en hondsmoeilijk om goed uit te voeren. Dat bleek ook tijdens dit concert. Met uitzondering van Victoria Simmonds die uitstekend haar rol van het kind zong, bleken de overige zangers slechts redelijk tot behoorlijk, en dan verliest het werk zijn glans. Ook het orkest had niet zijn dag; teveel slippertjes ontsierden de feeërieke aard van dit meesterwerk. De kracht van het concert lag voor de pauze, met een schitterend gezongen Clocks and Clouds van Ligeti. Dat is een iel klinkend stuk met allerlei klanklagen, waardoor allerlei boven- en neventonen ontstaan zodat je niet meer weet wat nu wel of niet gezongen en gespeeld wordt. Ook de drie Nocturnes van Debussy werden prima gespeeld. De dirigent Hans Graf (een paar maanden geleden nog bij het KCO) bleek wederom een vakman. Hij hield de zaak fraai in balans en opteerde voor een mooie subtiele intimiteit. Door de uitvoering van L'enfant et les sortilèges, waar ik immers voor gekomen was, werd dit helaas een niet helemaal overtuigend concert.

06 april 2007

Concert 4 april 2007













Woensdag 4 april 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mikhail Pletnev
Arcadi Volodos, piano

Rachmaninov: Pianoconcert nr. 3
Glazoenov: Symfonie nr. 6

Uitstekend debuut van Pletnev als dirigent bij het KCO! Ik hoorde hem een paar jaar geleden voor het eerst met zijn eigen Russisch Nationaal Orkest en dat vond ik geen geslaagd concert. Hij kwam toen op me over als een arrogante hark die zijn stijve bewegingen leek te veinzen, maar gisteren keek ik vanaf het podium het hele concert recht in zijn gezicht en daarmee leek hij het orkest eerder in zijn greep te houden dan met zijn handen. Pletnev is zo'n typische Rus die in zijn tred en gezichtsuitdrukking een reactievermogen van een bejaarde schildpad lijkt te hebben, maar voor het orkest transformeert hij tot een bijzonder zachtaardige en bewogen dirigent die geen beweging teveel maakt maar wel precies die bewegingen die nodig zijn om zijn interpretatie kracht bij te zetten. Het orkest reageerde bijzonder alert op zijn kalme aanwijzingen en met een fraaie begeleiding van Rachmanonovs spectaculaire derde pianoconcert en een prachtige uitvoering van de mij onbekende zesde symfonie van Glazoenov leverde dat een prachtig concert op. Arcadi Volodos barst lichamelijk zowat uit zijn voegen, maar pianospelen kan hij als geen ander. Vanaf het podium is de piano nooit goed in balans met het orkest - de lage tonen komen via de achterwand dubbel zo sterk op je af, maar hoe sonoor peelde Volodos juist die kant van het klavier! Die cadens van het eerste deel blijft het hoogtepunt van het hele stuk. Ofschoon de symfonie van Glazoenov geen meesterwerk bleek, toch een verrukkelijk concert. Pletnev moet maar snel weer terugkomen bij het orkest.

Concert 1 april 2007


Zondag 1 april 2007, Concertgebouw Amsterdam
Groot Omroeploor, Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Sir Roger Norrington
James Gilchrist, tenor (evangelist)
Florian Boesch, bas (christus)
Lydia Teuscher, sopraan
Marie-Claude Chappius, alt
Werner Güra, tenor
Geert Smits, bas

Bach: Matthäus Passion

Sinds ik in 1985 voor het eerst naar het Concertgebouw ging, heb ik meerdere keren de traditionele palmzondaguitvoering van de Matthäus Passion door het Koninklijk Concertgebouworkest bijgewoond (slechts één keer op de voorafgaande vrijdagavonduitvoering de Johannes). Drie keer onder leiding van Harnoncourt (met de eeuwig stralende Arleer Auger in de Aus Liebe-aria - ik kan die aria niet horen zonder dat zij in mijn herinnering komt), een keer door Koopman, en ook een paar keren door Herreweghe. De Chailly-uitvoering heb ik gemist. Nu dan Roger Norrington, die ik een paar jaar geleden een schitterend debuut bij het KCO hoorde maken met de Pastorale symfonieën van Beethoven en Vaughan-Williams. Deze Matthäus Passion maakte op mij enorme indruk, de (f)lauwe recensies ten spijt. Norrington zat een beetje naar links en rechts te zwaaien, maar het orkest speelde scherp en volbloedig. Tegen een door de concertmeester van het KCO begeleide Erbarme dich-aria kan toch geen authentiek orkest op? Norrington koos voor overwegend bedaagde tempi en liet het koor breder klinken dan ik van Herreweghe en Harnoncourt gewend was. Bovendien liet hij de koralen meezingen door het kinderkoor (jongens en meisjes) en dat klonk prachtig. Sommige koralen (zoals het tweede deel van O Haupt voll Blut und Wunden en Wenn ich einmal soll scheiden) liet hij a capella zingen. Authentiek? Misschien niet. Prachtig: absoluut! Naast dit alles ook nog een werkelijk superieur en emotioneel beladen zingende en vertellende James Gilchrist als evangelist. Toen Norrington hem na afloop een hand gaf, verdubbelde de kracht van het applaus, en terecht! De overige zangers blonken niet uit, maar zongen prima. Ik zat trouwens met aanhang en ouders op de eerste rij van het zijbalkon, vlak naast het orkest - ereplaatsen! En zo'n daglicht beschenen Grote Zaal heeft altijd iets extra's. Een heuglijke middag. Dali schilderde een fraaie Christus aan het kruis:

30 maart 2007

Concert 22 maart 2007


Donderdag 22 maart 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Donald Runnicles
Hillevi Martinpelto, sopraan
Bo Skovhus, bariton

Elgar: Enigma-variaties
Zemlinsky: Lyrische symfonie

Dit niet alledaagse programma is de voorbije week maar liefst vijf keer gespeeld; ik bezocht de eerste van deze rij. De Enigma-variaties hoorde ik eens eerder met het KCO, gedirigeerd door Charles Dutoit. Dat was lang geleden. Het blijft een vreemd stuk dat nergens echt op- en openbloeit, ook niet in het overbekende Nimrod. Het is naar mijn idee net iets te cynisch, en dat is altijd ongemakkelijk. De andere grote Elgar-composities zijn het ook allemaal net niet (de eerste symfonie, het cello- en vioolconcert): mooie momenten, maar of te lang, of te eendimensionaal. Je zult het als land maar met zo'n componist als dé nationale componist moeten doen. Wij hebben dan toch maar een Peter Schat... Na de pauze de Lyrische symfonie van Zemlinksy. Die hoorde ik ook al eens eerder, begin jaren negentig met Chailly. De beleving was hetzelfde: een interessant stuk maar zeker geen meesterwerk. Nergens een fraaie melodie of aangrijpende eenheid van tekst en klank. Het stuk moet het hebben van een paar opvallende samenklanken, de instrumentatie en het optreden van de twee zangers. Dat was deze avond heel behoorlijk, vooral door de sonoor zingende bariton Bo Skovhus. Ik kende hem alleen als Graaf Danilo Danilowitsch van die heerlijke opname van Die Lustige Witwe gedirigeerd door Gardiner. Ruim tien jaar later blijkt hij nog steeds prima bij stem. Hillevi Martinpelto zong zuiver, maar haar kleine stem was niet altijd opgewassen tegen het orkestgeweld. Het orkest werd door de wat woest uitziende en ogenschijnlijk onbeholpen dirigerende Donald Runnicles goed bij elkaar gehouden. Maar zoals uit mijn woordkeus al zal zijn opgevallen was dit concert niet helemaal mijn cup of tea. Toch een fraaie foto van een jonge Zemlinsky; hij schijnt geen eenvoudig leven geleid te hebben.

19 maart 2007

Concert 18 maart 2007


Zondag 18 maart 2007, Concertgebouw Amsterdam
Wiener Philharmoniker o.l.v. Christian Thielemann

Bruckner: Symfonie nr. 8

Wanneer de Wiener Philharmoniker Bruckner spelen, dan zijn twee van de drie noodzakelijke elementen voor een perfecte avond aanwezig. Dit klasseorkest heeft met zijn superieure strijkers en zijn niet na te bootsen lage klank geproduceerd door de celli, bassen en het koper de perfecte 'sound' voor Bruckner. Bovendien spelen de Wiener altijd enorm geconcentreerd. Het derde element is natuurlijk de dirigent en zijn interpretatie, en met Thielemann stond er wellicht niet de allerbeste, maar zeker toch een heel goede Brucknerdirigent op de bok. Dus ja, het was erg fraai zondagavond. Thielemann is een onhandige slungel en oogt met zijn oerduitse kop misschien niet als de meest vriendelijke dirigent, dirigeren kan hij. Ik herinner me een prima Pathétique met het KCO, en ook een goede Zevende Bruckner met zijn eigen Münchense orkest. Deze Achtste Bruckner mocht er eveneens zijn. De inzet van het Adagio was hemels en de opbouw van het openingsdeel en de Finale van grote klasse. Thielemann hield de klank soms opvallend klein; soms leek het wel kamermuziek. Ik miste wel een goede balans tussen de strijkers en de houtblazers; deze laatsten vielen soms helemaal weg. Gezien de aandacht die Thielemann aan de strijkers gaf mijns inziens een bewuste keuze. Het zij zo; ik heb enorm zitten genieten van dit grandioze orkest. Volgend jaar spelen ze met Gergiev Berlioz en Tsjaikovksy - weer eens wat anders. Moge Thielemann, liever dan die prutser van een Barenboim, weer snel terugkeren bij het KCO.