Donderdag 16 maart 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mickal Nesterowicz
Lisa Batiashvili, viool
Sjostakovitsj: Vioolconcert nr. 1
Bruckner: Symfonie nr. 1
Ik kocht een los kaartje voor dit concert om eens die Eerste symfonie van Bruckner live te horen. Ik ben een groot liefhebber van zijn symfonieën, maar die Eerste heb ik op cd nooit kunnen uitluisteren, dus ik dwong mezelf die zaal in. En tja, het is gewoon een stom stuk. De Nulde is aantrekkelijker, en de Tweede ten opzichte van deze Eerste bijzonder geslaagd. Maar deze eersteling is eigenlijk heel vervelend. Het Scherzo herbergt de nodige beloftes, maar in de andere delen is het een spraakwaterval van muzikale ideeën. Aan de uitvoering lag het niet: de voor de zieke Vladimir Jurowski ingevlogen jonge Poolse dirigent Mickal Nesterowicz dirigeerde de symfonie uit het hoofd en met autoriteit. Voor de pauze pure magie met Lisa Batiashvili die een geweldige uitvoering gaf van het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj. Ik ken het stuk sinds mijn 16e toen ik het eens op de radio hoorde en er een plaat van kocht (de eerste opname überhaupt van het stuk, met David Oistrach en Jevgeny Mrawinsky). Het stond ook op de lessenaars bij mijn tweede bezoek aan het Concertgebouw(orkest), en mijn eerste keer Haitink. Zie hier de weblog ervan. Het derde deel ervan, de Passacaglia, kan ik niet zonder droge ogen beluisteren. Het is een grandioos vioolconcert. Hierboven Sjostakovitsj en Oistrach.
Sinds 2006 beschrijf ik hier alle concerten en operavoorstellingen die ik heb bezocht.
23 april 2017
27 maart 2017
Concert 2 maart 2017
Donderdag 2 maart 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. John Eliot Gardiner
Ann Hallenberg, mezzosopraan
Elgar: Ouverture Cockaigne
Mahler: Rücker Lieder
Elgar: Symfonie nr. 2
Sir Edward Elgar is niet de nationale componist als Verdi, Berlioz of Tsjaikovski waar je als Engeland eeuwig trots op kunt zijn. Maar goed, veel beter dan wat wij Nederlanders te bieden hebben natuurlijk. Ik heb er niet eens een cd-opname van, maar hoorde zijn Tweede symfonie één keer eerder in zijn geheel: ergens begin jaren '90 live door het KCO o.l.v. André Previn. Toen vond ik het een warrig stuk, en dat vond ik dit keer weer, maar 25 jaar meer luisterervaring hielp wel, alsook de uiterst sprankelijke en gedreven uitvoering door Gardiner. Het KCO speelde het stuk in de tussentijd ergens rond 2005 ook al eens, o.l.v. Colin Davis, maar die uitvoeringenreeks heb ik toen overgeslagen. Maar raar: waarom nooit die Eerste symfonie? Die speelde het KCO sinds ik hun concerten bezoek nog nooit. En de cd-opname o.l.v. Barbirolli ken ik zowat noot voor noot - prachtig stuk! Voor de pauze de Cockaigne-Ouverture: heerlijk bombastisch en gedreven! Ann Hallenberg bleek een welhaast ideale vertolkster van de Rückert Lieder van Mahler - hoe mooi die àndere liederen uit deze cyclus ook zijn: 'Ich bin der Welt abhanden gekommen' is Mahlers mooiste orkestlied, het ontroert bij iedere vertolking. Sublieme tekst, sublieme muziek. Snel weer terug die Gardiner, nu met die Eerste van Elgar!
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. John Eliot Gardiner
Ann Hallenberg, mezzosopraan
Elgar: Ouverture Cockaigne
Mahler: Rücker Lieder
Elgar: Symfonie nr. 2
Sir Edward Elgar is niet de nationale componist als Verdi, Berlioz of Tsjaikovski waar je als Engeland eeuwig trots op kunt zijn. Maar goed, veel beter dan wat wij Nederlanders te bieden hebben natuurlijk. Ik heb er niet eens een cd-opname van, maar hoorde zijn Tweede symfonie één keer eerder in zijn geheel: ergens begin jaren '90 live door het KCO o.l.v. André Previn. Toen vond ik het een warrig stuk, en dat vond ik dit keer weer, maar 25 jaar meer luisterervaring hielp wel, alsook de uiterst sprankelijke en gedreven uitvoering door Gardiner. Het KCO speelde het stuk in de tussentijd ergens rond 2005 ook al eens, o.l.v. Colin Davis, maar die uitvoeringenreeks heb ik toen overgeslagen. Maar raar: waarom nooit die Eerste symfonie? Die speelde het KCO sinds ik hun concerten bezoek nog nooit. En de cd-opname o.l.v. Barbirolli ken ik zowat noot voor noot - prachtig stuk! Voor de pauze de Cockaigne-Ouverture: heerlijk bombastisch en gedreven! Ann Hallenberg bleek een welhaast ideale vertolkster van de Rückert Lieder van Mahler - hoe mooi die àndere liederen uit deze cyclus ook zijn: 'Ich bin der Welt abhanden gekommen' is Mahlers mooiste orkestlied, het ontroert bij iedere vertolking. Sublieme tekst, sublieme muziek. Snel weer terug die Gardiner, nu met die Eerste van Elgar!
14 maart 2017
Opera 17 februari 2017
Vrijdag 17 februari 2017, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
Borodin: Prins Igor
Prins Igor - Ildar Abdrazakov
Jaroslavna - Oksana Dyka
Prins Galitski/Khan Kontzak - Dmitri Ulyanov
Vladimir Igorevitsj - Pavel Cernoch
Kontskajovna - Agunda Kulaeva
Koor van De Nationale Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Stanislav Kochanovsky
Het is lange tijd terug dat ik me zo heb verveeld bij een operavoorstelling. Het proces waarop die verveling toeslaat en tot ergernis overgaat is best boeiend. Tijdens het eerste half uur hoop je dat het nog goed gaat komen; veel opera's moeten een beetje op stoom komen. Maar als verbetering uitblijft, gaat het gevoel overheersen dat het een heel lange en nare avond gaat worden. Daarna verbijt je je dat je 100 euro hebt betaald voor iets heel vervelends, maar ook dat al die zangers, koorleden, orkestleden en troepen in de coulissen voor zo'n rotstuk zoveel moeite hebben gedaan en nog moeten doen. En dan is er opeens licht aan het einde van de tunnel: het slotakkoord is in zicht. Want wat was dit een vervelende opera-avond. Het lag aan bijna alles. Allereerst Borodin zelf. Zijn muziek is op zijn best aardig, maar veelal langdradig en weinig melodieus of pakkend. Hij was chemicus van beroep, componeerde als hobby, maar schreef ook zelf het libretto, en dat bleek echt te hoog gegrepen. Dramatisch uitermate zwak om een hele scene te bouwen waarin Jaroslavna hoort dat Igor de oorlog tegen de Polovtsen heeft verloren, terwijl dat een uur eerder in de vorige akte al duidelijk was. Ook de gezongen teksten bleken matig. Er werd redelijk tot goed gezongen, nergens uitzonderlijk. Ja, het operakoor is grandioos, wat een weelde om dat hier te hebben! Het Rotterdams Philharmonisch klonk daarentegen weinig geïnspireerd: niet door de dirigent en niet door de partituur. De enscenering vond ik eveneens niet echt boeiend. Het veld met de duizenden rode bloemen zag er fraai uit, maar die lekkage-pisstraal die in de laatste akte zeker een kwartier door alle muziek heenklaterde, maakte mijn zeikerige stemming alleen maar erger. Enfin, niet teveel gezeurd. De dag ervoor had Haitink al de hoogste muzikale toppen bereikt en zou dat anderhalve dag erna opnieuw doen (zie de weblog hieronder). Deze avond was dus al heel snel vergeten.
De Nationale Opera
Borodin: Prins Igor
Prins Igor - Ildar Abdrazakov
Jaroslavna - Oksana Dyka
Prins Galitski/Khan Kontzak - Dmitri Ulyanov
Vladimir Igorevitsj - Pavel Cernoch
Kontskajovna - Agunda Kulaeva
Koor van De Nationale Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Stanislav Kochanovsky
Het is lange tijd terug dat ik me zo heb verveeld bij een operavoorstelling. Het proces waarop die verveling toeslaat en tot ergernis overgaat is best boeiend. Tijdens het eerste half uur hoop je dat het nog goed gaat komen; veel opera's moeten een beetje op stoom komen. Maar als verbetering uitblijft, gaat het gevoel overheersen dat het een heel lange en nare avond gaat worden. Daarna verbijt je je dat je 100 euro hebt betaald voor iets heel vervelends, maar ook dat al die zangers, koorleden, orkestleden en troepen in de coulissen voor zo'n rotstuk zoveel moeite hebben gedaan en nog moeten doen. En dan is er opeens licht aan het einde van de tunnel: het slotakkoord is in zicht. Want wat was dit een vervelende opera-avond. Het lag aan bijna alles. Allereerst Borodin zelf. Zijn muziek is op zijn best aardig, maar veelal langdradig en weinig melodieus of pakkend. Hij was chemicus van beroep, componeerde als hobby, maar schreef ook zelf het libretto, en dat bleek echt te hoog gegrepen. Dramatisch uitermate zwak om een hele scene te bouwen waarin Jaroslavna hoort dat Igor de oorlog tegen de Polovtsen heeft verloren, terwijl dat een uur eerder in de vorige akte al duidelijk was. Ook de gezongen teksten bleken matig. Er werd redelijk tot goed gezongen, nergens uitzonderlijk. Ja, het operakoor is grandioos, wat een weelde om dat hier te hebben! Het Rotterdams Philharmonisch klonk daarentegen weinig geïnspireerd: niet door de dirigent en niet door de partituur. De enscenering vond ik eveneens niet echt boeiend. Het veld met de duizenden rode bloemen zag er fraai uit, maar die lekkage-pisstraal die in de laatste akte zeker een kwartier door alle muziek heenklaterde, maakte mijn zeikerige stemming alleen maar erger. Enfin, niet teveel gezeurd. De dag ervoor had Haitink al de hoogste muzikale toppen bereikt en zou dat anderhalve dag erna opnieuw doen (zie de weblog hieronder). Deze avond was dus al heel snel vergeten.
26 februari 2017
Concert 16 & 19 februari 2017
Donderdag 16 en zondag 19 februari 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
dames Nederlands Kamerkoor
Debussy: Prélude à l'après-midi d'un faune
Debussy: Trois nocturnes
Bruckner: Symfonie nr. 7
Het heeft weer even geduurd, maar na een kleine vier jaar maakte Haitink zijn zoveelste come-back bij zijn oude orkest. De keren ervoor dirigeerde hij eveneens Bruckner (de Achtste en de Vijfde): zie hier en hier. Deze twee keren waren concerten van de ultieme magie. In Debussy is Haitink de beste dirigent die er is. Het is allemaal ragfijn, dramatisch en vloeiend, en vooral klein, minutieus, subtiel. Geen enkele andere dirigent doet dat hem na. Ook in de Zevende van Bruckner hield Haitink het vloeiend: relatief vlotte tempi, maar tegelijkertijd veelzeggend, geraffineerd en intens. In de coda van het Agadio klonken de Wagnertuba's op hun allermooist. Wat een ruimtelijke muziek componeerde Bruckner hier! De verschillen tussen de uitvoeringen op donderdagavond en zondagmiddag waren klein. Op zondagmiddag gaf Haitink de hoornsectie na het Adagio een kushand. De liefde tussen het KCO en de 87-jarige Haitink is weer helemaal terug. Over ruim een jaar - hij zal dan net 89 zijn - keert hij DV terug bij het orkest met de Negende Mahler. De foto hierboven werd tijdens de repetities voor deze concerten gemakt.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
dames Nederlands Kamerkoor
Debussy: Prélude à l'après-midi d'un faune
Debussy: Trois nocturnes
Bruckner: Symfonie nr. 7
Het heeft weer even geduurd, maar na een kleine vier jaar maakte Haitink zijn zoveelste come-back bij zijn oude orkest. De keren ervoor dirigeerde hij eveneens Bruckner (de Achtste en de Vijfde): zie hier en hier. Deze twee keren waren concerten van de ultieme magie. In Debussy is Haitink de beste dirigent die er is. Het is allemaal ragfijn, dramatisch en vloeiend, en vooral klein, minutieus, subtiel. Geen enkele andere dirigent doet dat hem na. Ook in de Zevende van Bruckner hield Haitink het vloeiend: relatief vlotte tempi, maar tegelijkertijd veelzeggend, geraffineerd en intens. In de coda van het Agadio klonken de Wagnertuba's op hun allermooist. Wat een ruimtelijke muziek componeerde Bruckner hier! De verschillen tussen de uitvoeringen op donderdagavond en zondagmiddag waren klein. Op zondagmiddag gaf Haitink de hoornsectie na het Adagio een kushand. De liefde tussen het KCO en de 87-jarige Haitink is weer helemaal terug. Over ruim een jaar - hij zal dan net 89 zijn - keert hij DV terug bij het orkest met de Negende Mahler. De foto hierboven werd tijdens de repetities voor deze concerten gemakt.
21 februari 2017
Concert 9 februari 2017
Donderdag 9 februari 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alan Gilbert
Augustin Hadelich, viool
Roukens: Boundless
Bernstein: Serenade
Sibelius: Symfonie nr. 4
Ik kan me niet herinneren of, en zo ja wanneer ik de Vierde symfonie van Sibelius eerder life gehoord heb. Ik ken het stuk al sinds mijn jonge jaren. De opname van Von Karajan op DG behoorde tot de eerste cd’s die ik kocht, dus toen draaide ik het stuk vaak. Tegenwoordig nauwelijks meer. Het is bepaald geen feestmuziek. Maar een grandioze symfonie is het alleszins: het is nog donkerder en depressiever dan Mahlers Zesde. Het KCO speelt zelden een symfonie van Sibelius, en met de Vierde op het programma een uitgelezen kans om het life te horen. Alan Gilbert sprak voor de uitvoering de zaal toe en dat zorgde ervoor dat het conservatieve publiek van de B-serie daarna vol aandacht luisterde. Gilbert heeft duidelijk affiniteit met Sibelius: de Vierde klonk geconcentreerd, voldragen en sonoor. Voor de pauze stond de muziek van Leonard Bernstein centraal. Eerst een opdrachtwerk van Joey Roukens, waarvoor hij zich door de grote Amerikaanse dirigent en componist had laten inspireren. Een levendig en aantrekkelijk orkestwerk dat vaker gehoord mag worden. Daarna de Serenade van Bernstein zelf, een half uur durend vioolconcert dat ik lang geleden eens eerder hoorde en dat eveneens vaker gespeeld mag worden. Het is een mooi, gevarieerd concert, typisch Bernstein: klassiek en jazz combinerend. Augustin Hadelich verving als solist de aanvankelijk aangekondigde KCO-concertmeester Liviu Prunaru, en deze jonge Duitser speelde meer dan voortreffelijk. Met een Paganini-capriccio als toegift kreeg hij de zaal helemaal plat.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alan Gilbert
Augustin Hadelich, viool
Roukens: Boundless
Bernstein: Serenade
Sibelius: Symfonie nr. 4
Ik kan me niet herinneren of, en zo ja wanneer ik de Vierde symfonie van Sibelius eerder life gehoord heb. Ik ken het stuk al sinds mijn jonge jaren. De opname van Von Karajan op DG behoorde tot de eerste cd’s die ik kocht, dus toen draaide ik het stuk vaak. Tegenwoordig nauwelijks meer. Het is bepaald geen feestmuziek. Maar een grandioze symfonie is het alleszins: het is nog donkerder en depressiever dan Mahlers Zesde. Het KCO speelt zelden een symfonie van Sibelius, en met de Vierde op het programma een uitgelezen kans om het life te horen. Alan Gilbert sprak voor de uitvoering de zaal toe en dat zorgde ervoor dat het conservatieve publiek van de B-serie daarna vol aandacht luisterde. Gilbert heeft duidelijk affiniteit met Sibelius: de Vierde klonk geconcentreerd, voldragen en sonoor. Voor de pauze stond de muziek van Leonard Bernstein centraal. Eerst een opdrachtwerk van Joey Roukens, waarvoor hij zich door de grote Amerikaanse dirigent en componist had laten inspireren. Een levendig en aantrekkelijk orkestwerk dat vaker gehoord mag worden. Daarna de Serenade van Bernstein zelf, een half uur durend vioolconcert dat ik lang geleden eens eerder hoorde en dat eveneens vaker gespeeld mag worden. Het is een mooi, gevarieerd concert, typisch Bernstein: klassiek en jazz combinerend. Augustin Hadelich verving als solist de aanvankelijk aangekondigde KCO-concertmeester Liviu Prunaru, en deze jonge Duitser speelde meer dan voortreffelijk. Met een Paganini-capriccio als toegift kreeg hij de zaal helemaal plat.
31 januari 2017
Concert 18 januari 2017
Woensdag 18 januari 2017, Concertgebouw Amsterdam
Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Bernard Haitink
Kristian Bezuidenhout, piano
Mozart: Pianoconcert nr. 23, KV488
Schubert: Symfonie nr. 9
Een rustige start van het nieuwe jaar: slechts één concert. Maar niet een gemiddeld concert. Na de Beethoven-, Brahms- en Schumann-cycli met het ECO nu een tweedaagse met Schubert. Ik koos voor het concert met de Grote symfonie in C. Haitink benadert op zijn oude dag de klassieken met jeugdig en fris temperament; ook op zijn 87ste verrast hij keer op keer. Met flink hoge tempi klonk die geweldige Grote spits en geraffineerd. Wat klonken die Schubert-melodieën natuurlijk en zangerig. Helaas negeerde Haitink de meeste herhalingstekens, maar het zij hem vergeven. Hem te zien dirigeren met zulk een verfijnd resultaat: het is een groot en onvergetelijk genoegen. Voor de pauze Mozarts 23ste pianoconcert, eveneens fris en verfijnd gespeeld. Bezuidenhout zat nu achter een gewone Steinway, in tegenstelling tot twee maanden geleden toen hij het Vierde concert van Beethoven op een fortepiano speelde (zie hier). Ik zat zowat op dezelfde plaats als toen (podium) en de balans was nu stukken beter. Bezuidenhout strooit vaak met versieringen, maar dit keer speelde hij relatief 'gewoon', technisch volmaakt en zeer muzikaal. Het middendeel van dit concert is een wonder van schoonheid en eigenzinnigheid. Volgende maand Haitinks zoveelste rentree bij het KCO met Debussy en Bruckner!
Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Bernard Haitink
Kristian Bezuidenhout, piano
Mozart: Pianoconcert nr. 23, KV488
Schubert: Symfonie nr. 9
Een rustige start van het nieuwe jaar: slechts één concert. Maar niet een gemiddeld concert. Na de Beethoven-, Brahms- en Schumann-cycli met het ECO nu een tweedaagse met Schubert. Ik koos voor het concert met de Grote symfonie in C. Haitink benadert op zijn oude dag de klassieken met jeugdig en fris temperament; ook op zijn 87ste verrast hij keer op keer. Met flink hoge tempi klonk die geweldige Grote spits en geraffineerd. Wat klonken die Schubert-melodieën natuurlijk en zangerig. Helaas negeerde Haitink de meeste herhalingstekens, maar het zij hem vergeven. Hem te zien dirigeren met zulk een verfijnd resultaat: het is een groot en onvergetelijk genoegen. Voor de pauze Mozarts 23ste pianoconcert, eveneens fris en verfijnd gespeeld. Bezuidenhout zat nu achter een gewone Steinway, in tegenstelling tot twee maanden geleden toen hij het Vierde concert van Beethoven op een fortepiano speelde (zie hier). Ik zat zowat op dezelfde plaats als toen (podium) en de balans was nu stukken beter. Bezuidenhout strooit vaak met versieringen, maar dit keer speelde hij relatief 'gewoon', technisch volmaakt en zeer muzikaal. Het middendeel van dit concert is een wonder van schoonheid en eigenzinnigheid. Volgende maand Haitinks zoveelste rentree bij het KCO met Debussy en Bruckner!
18 december 2016
Opera 15 december 2016
Donderdag 15 december 2016, Het Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
Wagner: Parsifal
Gurnemanz - Günther Groissböck
Kundry - Elena Pankratova
Parsifal - Christopher Ventris
Amfortas - Ryan McKinny
Titurel - Bjarni Thor Kristinsson
Klingsor - Bastiaan Everink
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
De Nationale Opera
Wagner: Parsifal
Gurnemanz - Günther Groissböck
Kundry - Elena Pankratova
Parsifal - Christopher Ventris
Amfortas - Ryan McKinny
Titurel - Bjarni Thor Kristinsson
Klingsor - Bastiaan Everink
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
En inderdaad: Petra Lang bleek ziek (zie mijn opmerking bover de premièrevoorstelling hier), en werd vervangen door de Russische Elena Pankratova. Zij zong vanaf een plek aan de zijkant van het toneel, terwijl de regieassistente Astrid van den Akker de rol van Kundry op het podium uitbeeldde. Tijdens de uitvoering op vrijdag 9 december was de vervanging helemaal een gedoe, lees hier hoe handig het is als tegelijkertijd ook Wagner in het Concertgebouw gespeeld wordt... Niet ideaal, maar met Pankratova had DNO wel een geweldige zangeres weten in te vliegen, die afgelopen zomer de rol ook in Bayreuth vertolkte en meer dan fantastisch zong. Groissböck was wederom de grote ster van de avond: wat een sublieme Gurnemanz! Maar ook de andere rollen kregen prima vertolkingen. Met een geweldig spelend orkest en de fraaie uitbeelding is dit een Parsifal om in te lijsten. Hierboven de foto van Albrecht met de spelende en zingende Kundry.
17 december 2016
Concert 10 december 2016
Zaterdag 10 december 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Valery Gergiev
Michael Volle - Wotan
Christine Goerke - Brünnhilde
Tamara Wilson - Sieglinde
Wagner: Derde bedrijf uit Die Walküre
Grandioos concert van deze grandioze akte uit Die Walküre. De eerste 20 minuten is het 'fasten your seatbelts': de Walkürenrit, het zenuwachtige wachten op Wotan, zijn stormachtige entree en zijn woestheid daarna. Pas nadat hij de Walküren heeft weggestuurd bedaart de boel, en begint het subtiele woordenspel waarmee Brünnhilde haar vader ontdooit. Wotans Abschied is tenslotte een meesterwerk op zich. Gergiev had drie uitstekende zangers gecast; Michael Volle zong een autoritaire Wotan tegeover de emotionele Brünnhilde van Christine Goerke. Gergiev leidde het orkest tot de top; Wagner hoor je eigenlijk nooit zo goed gespeeld als door het KCO. Een concert van slechts ruim een uur, maar het voelde als een volledige operavoorstelling. Dit Essentials-concert werd gewoontegetrouw vrolijk ingeleid door Thomas Vanderveken, inclusief een interviewtje met Tjarko van der Pol, de maker van de geprojecteerde tekeningen. Die projecties hadden wat mij betreft niet gehoeven, maar ik stoorde me er ook niet aan; ik was zo geobsedeerd door de uitvoering en de uitvoerenden dat ik nauwelijks naar die projecties heb gekeken.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Valery Gergiev
Michael Volle - Wotan
Christine Goerke - Brünnhilde
Tamara Wilson - Sieglinde
Wagner: Derde bedrijf uit Die Walküre
Grandioos concert van deze grandioze akte uit Die Walküre. De eerste 20 minuten is het 'fasten your seatbelts': de Walkürenrit, het zenuwachtige wachten op Wotan, zijn stormachtige entree en zijn woestheid daarna. Pas nadat hij de Walküren heeft weggestuurd bedaart de boel, en begint het subtiele woordenspel waarmee Brünnhilde haar vader ontdooit. Wotans Abschied is tenslotte een meesterwerk op zich. Gergiev had drie uitstekende zangers gecast; Michael Volle zong een autoritaire Wotan tegeover de emotionele Brünnhilde van Christine Goerke. Gergiev leidde het orkest tot de top; Wagner hoor je eigenlijk nooit zo goed gespeeld als door het KCO. Een concert van slechts ruim een uur, maar het voelde als een volledige operavoorstelling. Dit Essentials-concert werd gewoontegetrouw vrolijk ingeleid door Thomas Vanderveken, inclusief een interviewtje met Tjarko van der Pol, de maker van de geprojecteerde tekeningen. Die projecties hadden wat mij betreft niet gehoeven, maar ik stoorde me er ook niet aan; ik was zo geobsedeerd door de uitvoering en de uitvoerenden dat ik nauwelijks naar die projecties heb gekeken.
11 december 2016
Opera 6 december 2016
Dinsdag 6 december 2016, Het Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
Wagner: Parsifal
Gurnemanz - Günther Groissböck
Kundry - Petra Lang
Parsifal - Christopher Ventris
Amfortas - Ryan McKinny
Titurel - Bjarni Thor Kristinsson
Klingsor - Bastiaan Everink
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Première van de herhalingscyclus van deze bijzondere productie die in juni 2012 voor het eerst werd gebracht, toen met het KCO o.l.v. Iván Fischer. Ik ging er toen drie keer heen: zie hier, hier en hier. Deze hernieuwde kennismaking beviel me bijzonder goed, ook de uitbeelding van de eerste akte, die me vier jaar geleden nog tegenviel. De tweede scene heeft een hoog Gamma-gehalte, maar de sfeer ervan wordt desondanks goed getroffen. De tweede akte is geweldig, door die gekantelde schaal - klank en beeld vervormen bij iedere stap van de zangers; maar wat een kleuren! De derde akte is muzikaal te mooi om te beschrijven - de tweede scene is niet het beste deel van de opera, maar ja: er moet eenmaal een eind aan gebreid. Ryan McKinny is geen ideale Amfortas, maar zijn monoloog in de eerste akte is heel fraai gezongen. Petra Lang is wel de ideale Kundry; ze zong geweldig, maar tijdens het slotapplaus was ze overduidelijk ontstemd; er kon geen lachje vanaf. Ik hoorde dat ze de eerstvolgende uitvoering drie dagen later heeft moeten afzeggen. Of ze voelde al aankomen dat ze ziek zou worden, of ze was artistiek oneens met Albrecht. Ik ga half december nog een keer - we zullen het zien. Christopher Ventris is volledig vergroeid met de titelrol, en ook Bastiaan Everink imponeerde door zijn klank en verschijning. Maar alle prestaties verbleekten bij die van Günther Groissböck, die zijn Gurnemanz-debuut maakte. Deze rol hoor je nooit meer beter! Wat een stem, en wat een voortreffelijke uitbeelding. Is er een andere opera-rol waar een zanger zo lang op het podium staat en zoveel te zingen heeft? De lichte aanpak van Fischer mocht er zijn, maar de zwaardere klank van Albrecht - en het geweldige orkestspel van het NedPho - deed de uitvoering van 2012 vergeten. Prachtige uitvoering!
De Nationale Opera
Wagner: Parsifal
Gurnemanz - Günther Groissböck
Kundry - Petra Lang
Parsifal - Christopher Ventris
Amfortas - Ryan McKinny
Titurel - Bjarni Thor Kristinsson
Klingsor - Bastiaan Everink
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Première van de herhalingscyclus van deze bijzondere productie die in juni 2012 voor het eerst werd gebracht, toen met het KCO o.l.v. Iván Fischer. Ik ging er toen drie keer heen: zie hier, hier en hier. Deze hernieuwde kennismaking beviel me bijzonder goed, ook de uitbeelding van de eerste akte, die me vier jaar geleden nog tegenviel. De tweede scene heeft een hoog Gamma-gehalte, maar de sfeer ervan wordt desondanks goed getroffen. De tweede akte is geweldig, door die gekantelde schaal - klank en beeld vervormen bij iedere stap van de zangers; maar wat een kleuren! De derde akte is muzikaal te mooi om te beschrijven - de tweede scene is niet het beste deel van de opera, maar ja: er moet eenmaal een eind aan gebreid. Ryan McKinny is geen ideale Amfortas, maar zijn monoloog in de eerste akte is heel fraai gezongen. Petra Lang is wel de ideale Kundry; ze zong geweldig, maar tijdens het slotapplaus was ze overduidelijk ontstemd; er kon geen lachje vanaf. Ik hoorde dat ze de eerstvolgende uitvoering drie dagen later heeft moeten afzeggen. Of ze voelde al aankomen dat ze ziek zou worden, of ze was artistiek oneens met Albrecht. Ik ga half december nog een keer - we zullen het zien. Christopher Ventris is volledig vergroeid met de titelrol, en ook Bastiaan Everink imponeerde door zijn klank en verschijning. Maar alle prestaties verbleekten bij die van Günther Groissböck, die zijn Gurnemanz-debuut maakte. Deze rol hoor je nooit meer beter! Wat een stem, en wat een voortreffelijke uitbeelding. Is er een andere opera-rol waar een zanger zo lang op het podium staat en zoveel te zingen heeft? De lichte aanpak van Fischer mocht er zijn, maar de zwaardere klank van Albrecht - en het geweldige orkestspel van het NedPho - deed de uitvoering van 2012 vergeten. Prachtige uitvoering!
04 december 2016
Concert 19 november 2016
Zaterdag 19 november 2016, Concertgebouw Amsterdam
Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. John Eliot Gardiner
Kristian Bezuidenhout, fortepiano
Brahms: Serenade nr. 2
Beethoven: Pianoconcert nr. 4
Schubert: Symfonie nr. 5
Zomaar in de zaterdagmatinee, Gardiner en Bezuidenhout. Vanaf het podium, aan het uiteinde van een rij, zag het er minstens zo gedreven en muzkaal uit als het ook daadwerkelijk klonk. Gardiner dirigeerde het orkest op het scherpst van de snede. De Tweede Serenade van Brahms hoorde ik nog nooit eerder live, zelden op cd, maar toch klonk het stuk heel vertrouwd, en erg mooi bovendien. Daarna Beethovens Vierde pianoconcert, met dat ongelooflijk fantastische tweede deel. Het orkestaandeel werd door Gardiner uiterst hoekig en agressief gebracht - ja, zo kan het ook! Maar ja: dan is zo'n ielige fortepiano geen partij. Bezuidenhout speelt sierlijk, frivool en eigenzinnig muzikaal, maar de klank van zijn fortepiano is te klein voor de grote zaal, en zeker tegenover het scherpe aandeel van Gardiners orkest. Het kan ook aan mijn plek op het podium hebben gelegen, maar de 'authentieke' opvattingen van solist en dirigent klonken mij niet als eenstemmig in de oren. Bezuidenhout had het meeste succes met zijn fraaie Schubert-toegift. Na de pauze een zeer gedreven Vijfde van Schubert, waarbij Gardiner het merendeel van het orkest staand liet spelen. Het droeg zeker bij aan de gedrevenheid. Saai is het bij Gardiner nooit.
Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. John Eliot Gardiner
Kristian Bezuidenhout, fortepiano
Brahms: Serenade nr. 2
Beethoven: Pianoconcert nr. 4
Schubert: Symfonie nr. 5
Zomaar in de zaterdagmatinee, Gardiner en Bezuidenhout. Vanaf het podium, aan het uiteinde van een rij, zag het er minstens zo gedreven en muzkaal uit als het ook daadwerkelijk klonk. Gardiner dirigeerde het orkest op het scherpst van de snede. De Tweede Serenade van Brahms hoorde ik nog nooit eerder live, zelden op cd, maar toch klonk het stuk heel vertrouwd, en erg mooi bovendien. Daarna Beethovens Vierde pianoconcert, met dat ongelooflijk fantastische tweede deel. Het orkestaandeel werd door Gardiner uiterst hoekig en agressief gebracht - ja, zo kan het ook! Maar ja: dan is zo'n ielige fortepiano geen partij. Bezuidenhout speelt sierlijk, frivool en eigenzinnig muzikaal, maar de klank van zijn fortepiano is te klein voor de grote zaal, en zeker tegenover het scherpe aandeel van Gardiners orkest. Het kan ook aan mijn plek op het podium hebben gelegen, maar de 'authentieke' opvattingen van solist en dirigent klonken mij niet als eenstemmig in de oren. Bezuidenhout had het meeste succes met zijn fraaie Schubert-toegift. Na de pauze een zeer gedreven Vijfde van Schubert, waarbij Gardiner het merendeel van het orkest staand liet spelen. Het droeg zeker bij aan de gedrevenheid. Saai is het bij Gardiner nooit.
27 november 2016
Concert 16 november 2016
Woensdag 16 november 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Semyon Bychkov
Emanuel Ax, piano
Mozart: Pianoconcert nr. 22, KV482
Mahler: Symfonie nr. 5
Dit was het eerste concert in een reeks van acht waarin steeds de Vijfde van Mahler het hoofdgerecht vormt. Voor de pauze mijn favoriete Mozart-pianoconcert dat ik nog nooit eerder live hoorde. Het concert in Es is puntig, met pauken en trompetten, en tegelijkertijd uiterst lieflijk en emotioneel. Het concert is zo divers, zo vol stemmingswisselingen, dat ik er nog steeds geen ideale cd-opname van heb kunnen vinden (ik heb er zeker 10 verschillende). De ene is te zijïg, de ander te hoekig, enzovoort. Deze uitvoering in de zaal was opvallend goed. Bychkov liet het orkest punting en tegelijkertijd vloeiend spelen, terwijl Emanual Ax de muzikaliteit zelve is. Het middendeel - één van Mozarts mooiste stukken - werd geweldig gespeeld; ik moest vechten tegen de waterlanders. Het KCO en Mozart: minstens zo'n geslaagde combinatie als het orkest met Mahler. Ax gooide er nog twee toegiften bovenop (Schubert en Schumann), dus de pauze was pas om half tien afgelopen - en dan die Vijfde Mahler... Het is een grandioze symfonie, maar ook een zware beklimming. Na de twee heftige openingsdelen is het lange Scherzo een wereld op zich. Bychkov nam het Adagietto sneller dan ik ooit eerder hoorde - vloeiend, intiem, en ja: echt Adagietto. Het slotdeel is een Schlussgesang van een kwartier. Een prima uitvoering, in de Volkskrant beschreven als een welkome evenwichtige uitvoering na de uitdagend-persoonlijke Mahlers van Gatti. Ik ga voor Gatti, maar deze Bychkov-Mahler was gewoon goed! Op de foto hierboven - van de facebookpagina van het KCO - bespreken dirigent en solist hoe ze het gaan aanpakken.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Semyon Bychkov
Emanuel Ax, piano
Mozart: Pianoconcert nr. 22, KV482
Mahler: Symfonie nr. 5
Dit was het eerste concert in een reeks van acht waarin steeds de Vijfde van Mahler het hoofdgerecht vormt. Voor de pauze mijn favoriete Mozart-pianoconcert dat ik nog nooit eerder live hoorde. Het concert in Es is puntig, met pauken en trompetten, en tegelijkertijd uiterst lieflijk en emotioneel. Het concert is zo divers, zo vol stemmingswisselingen, dat ik er nog steeds geen ideale cd-opname van heb kunnen vinden (ik heb er zeker 10 verschillende). De ene is te zijïg, de ander te hoekig, enzovoort. Deze uitvoering in de zaal was opvallend goed. Bychkov liet het orkest punting en tegelijkertijd vloeiend spelen, terwijl Emanual Ax de muzikaliteit zelve is. Het middendeel - één van Mozarts mooiste stukken - werd geweldig gespeeld; ik moest vechten tegen de waterlanders. Het KCO en Mozart: minstens zo'n geslaagde combinatie als het orkest met Mahler. Ax gooide er nog twee toegiften bovenop (Schubert en Schumann), dus de pauze was pas om half tien afgelopen - en dan die Vijfde Mahler... Het is een grandioze symfonie, maar ook een zware beklimming. Na de twee heftige openingsdelen is het lange Scherzo een wereld op zich. Bychkov nam het Adagietto sneller dan ik ooit eerder hoorde - vloeiend, intiem, en ja: echt Adagietto. Het slotdeel is een Schlussgesang van een kwartier. Een prima uitvoering, in de Volkskrant beschreven als een welkome evenwichtige uitvoering na de uitdagend-persoonlijke Mahlers van Gatti. Ik ga voor Gatti, maar deze Bychkov-Mahler was gewoon goed! Op de foto hierboven - van de facebookpagina van het KCO - bespreken dirigent en solist hoe ze het gaan aanpakken.
17 november 2016
Opera 28 oktober 2016
Vrijdag 28 oktober 2016, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
Puccini: Manon Lescaut
Manon - Eva-Maria Westbroek
Des Grieux - Stefano La Colla
Lescaut - Thomas Oliemans
Geronte di Ravoir - Alain Coulombe
Edmondo - Alessandro Scotto di Luzio
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Alexander Joel
De Nationale Opera
Puccini: Manon Lescaut
Manon - Eva-Maria Westbroek
Des Grieux - Stefano La Colla
Lescaut - Thomas Oliemans
Geronte di Ravoir - Alain Coulombe
Edmondo - Alessandro Scotto di Luzio
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Alexander Joel
Dit was niet de laatste voorstelling van de reeks zoals ik hier schreef, maar de op één na laatste. Enfin, ik verliet deze avond t.a.v. de uitvoering veel positiever gestemd de zaal dan na de premièrevoorstelling. Ik zat nu achterin de zaal en daar klonk het orkest minder hard, of beter: veel homogener met de zangers. Westbroek zong wederom vol présence, en La Colla bleek opnieuw een welhaast ideale Des Grieux. De enscenering zal niet als onvergetelijk de boeken ingaan, maar echt storend was deze uitbeelding ook niet. Goed dat deze prachtige opera te horen was bij DNO!
03 november 2016
Concert 20 oktober 2016
Donderdag 20 oktober 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Wagner: Uit Götterdämmerung: Tagesgrauen, Siegfrieds Rheinfahrt, Siegfrieds Tod, Trauermarsch
Mahler: Adagio uit Symfonie nr. 10
Berg: Drei Orchesterstücke
Een prachtig programma met vooruitstrevende muziek. Gatti dirigeerde alleen het Adagio uit Mahlers Tiende nog niet eerder bij het orkest; Wagner en Berg wel al. De orkestrale delen uit Götterdämmering maakten deel uit van zijn debuutprogramma, in april 2006. Ik was bij het concert op 22 april, en schreef in mijn muziekschrift dat het een overtuigend concert was van een veelbelovende dirigent. Enfin... De drie orkeststukken van Berg stonden bij zijn terugkeer in oktober 2005 op de lessenaars; ik heb die concerten toen niet bijgewoond. De uitvoeringen werden wel op het eigen cd-label uitgebracht. Zoals eerder opgemerkt: Gatti is een avontuurlijke dirigent. Hij schuwt de eigenzinnigheid niet en dat levert spannende uitvoeringen op. Soms hapert het hier en daar, maar de energie en gedrevenheid vergoeden alles. Wagner klonk weelderig, Mahler schrijnend en dramatisch en Berg vurig en hektisch. Het orkest speelde groots. En net als bij de twee uitvoeringen van Mahler 2 vorige maand, klonk tijdens het Mahler 10-Adagio een telefoon. Het Concertgebouw weet het euvel nog steeds niet goed te bestrijden.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Wagner: Uit Götterdämmerung: Tagesgrauen, Siegfrieds Rheinfahrt, Siegfrieds Tod, Trauermarsch
Mahler: Adagio uit Symfonie nr. 10
Berg: Drei Orchesterstücke
Een prachtig programma met vooruitstrevende muziek. Gatti dirigeerde alleen het Adagio uit Mahlers Tiende nog niet eerder bij het orkest; Wagner en Berg wel al. De orkestrale delen uit Götterdämmering maakten deel uit van zijn debuutprogramma, in april 2006. Ik was bij het concert op 22 april, en schreef in mijn muziekschrift dat het een overtuigend concert was van een veelbelovende dirigent. Enfin... De drie orkeststukken van Berg stonden bij zijn terugkeer in oktober 2005 op de lessenaars; ik heb die concerten toen niet bijgewoond. De uitvoeringen werden wel op het eigen cd-label uitgebracht. Zoals eerder opgemerkt: Gatti is een avontuurlijke dirigent. Hij schuwt de eigenzinnigheid niet en dat levert spannende uitvoeringen op. Soms hapert het hier en daar, maar de energie en gedrevenheid vergoeden alles. Wagner klonk weelderig, Mahler schrijnend en dramatisch en Berg vurig en hektisch. Het orkest speelde groots. En net als bij de twee uitvoeringen van Mahler 2 vorige maand, klonk tijdens het Mahler 10-Adagio een telefoon. Het Concertgebouw weet het euvel nog steeds niet goed te bestrijden.
30 oktober 2016
Opera 10 oktober 2016
Maandag 10 oktober 2016, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
Puccini: Manon Lescaut
Manon - Eva-Maria Westbroek
Des Grieux - Stefano La Colla
Lescaut - Thomas Oliemans
Geronte di Ravoir - Alain Coulombe
Edmondo - Alessandro Scotto di Luzio
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Alexander Joel
Deze vroege maar bijzonder meeslepende Puccini-opera klonk nog niet eerder in het Muziektheater. Het werd tijd, ook al is het begrijpelijk dat deze opera zelden wordt uitgevoerd: er zijn een grootse dramatische sopraan en lyrische tenor voor nodig die beiden perfect bij bij stem zijn en niet hoeven te forceren in hun rol, en zulke zangers zijn niet breed voorhanden. En ja: die had DNO weten te contracteren. Eva-Maria Westbroek is natuurlijk de publiekslieveling, en ze is inderdaad nog steeds formidabel. Maar het moet ook gezegd dat ze niet (meer) de ideale Puccini-zangeres is. Haar stem is donker en krachtig, maar ook weinig subtiel. Haar présence is daarentegen grandioos, dus eigenlijk valt er niks te klagen. De tenorpartij is zo mogelijk nog veeleisender en DNO haalde een sublieme Italiaan in huis. Thomas Oliemans zong een prima Lescaut - tja: daar was opeens een scene waar twee Nederlanders samen alleen op het podium heerlijk Puccini stonden te zingen. Dat gebeurt niet vaak! De enscenering viel helaas flink tegen: Andrea Breth schijnt een grote naam in de theaterwereld te zijn, maar ze beeldde dit meeslepende verhaal koel en afstandelijk uit. Bij haar opkomst bij het slotapplaus klonk er een boe-geroep zoals ik al lang niet meer had gehoord. Bij deze première klonk het orkest te hard en te ongenuanceerd. Joel dirigeerde weliswaar zwierig en vol vaart, maar het tuitte in mijn oren bij de pauze en na afloop. Het verrukkelijke Intermezzo tussen het derde en vierde bedrijf (op mijn cd-opname thuis o.l.v. James Levine wordt dit aan het begin van de derde akte gespeeld....) had zoveel dramatischer gespeeld kunnen worden! Ik schrijf deze weblog nadat ik ruim 2 weken later de laatste voorstelling van deze reeks bezocht, en de indruk daarvan was veel beter dan tijdens deze prèmiere, maar het is niet anders dan dat ik deze avond niet bepaald voldaan en overtuigd de zaal verliet.
De Nationale Opera
Puccini: Manon Lescaut
Manon - Eva-Maria Westbroek
Des Grieux - Stefano La Colla
Lescaut - Thomas Oliemans
Geronte di Ravoir - Alain Coulombe
Edmondo - Alessandro Scotto di Luzio
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Alexander Joel
Deze vroege maar bijzonder meeslepende Puccini-opera klonk nog niet eerder in het Muziektheater. Het werd tijd, ook al is het begrijpelijk dat deze opera zelden wordt uitgevoerd: er zijn een grootse dramatische sopraan en lyrische tenor voor nodig die beiden perfect bij bij stem zijn en niet hoeven te forceren in hun rol, en zulke zangers zijn niet breed voorhanden. En ja: die had DNO weten te contracteren. Eva-Maria Westbroek is natuurlijk de publiekslieveling, en ze is inderdaad nog steeds formidabel. Maar het moet ook gezegd dat ze niet (meer) de ideale Puccini-zangeres is. Haar stem is donker en krachtig, maar ook weinig subtiel. Haar présence is daarentegen grandioos, dus eigenlijk valt er niks te klagen. De tenorpartij is zo mogelijk nog veeleisender en DNO haalde een sublieme Italiaan in huis. Thomas Oliemans zong een prima Lescaut - tja: daar was opeens een scene waar twee Nederlanders samen alleen op het podium heerlijk Puccini stonden te zingen. Dat gebeurt niet vaak! De enscenering viel helaas flink tegen: Andrea Breth schijnt een grote naam in de theaterwereld te zijn, maar ze beeldde dit meeslepende verhaal koel en afstandelijk uit. Bij haar opkomst bij het slotapplaus klonk er een boe-geroep zoals ik al lang niet meer had gehoord. Bij deze première klonk het orkest te hard en te ongenuanceerd. Joel dirigeerde weliswaar zwierig en vol vaart, maar het tuitte in mijn oren bij de pauze en na afloop. Het verrukkelijke Intermezzo tussen het derde en vierde bedrijf (op mijn cd-opname thuis o.l.v. James Levine wordt dit aan het begin van de derde akte gespeeld....) had zoveel dramatischer gespeeld kunnen worden! Ik schrijf deze weblog nadat ik ruim 2 weken later de laatste voorstelling van deze reeks bezocht, en de indruk daarvan was veel beter dan tijdens deze prèmiere, maar het is niet anders dan dat ik deze avond niet bepaald voldaan en overtuigd de zaal verliet.
22 oktober 2016
Concert 30 september 2016
Vrijdag 30 september 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Mahler: Symfonie nr. 7
Jansons vertrok anderhalf jaar geleden als chefdirigent, maar dirigeerde afgelopen juni met zijn oude orkest de opera Pique dame in het Muziektheater (zie hier en hier), en een kleine drie maanden later alweer terug in de Grote Zaal met Mahler 7. De liefde tussen dirigent en orkest is er nog steeds; dat bleek zowel tijdens als ook na de uitvoering bij het applaus. Jansons dirigeerde de Zevende al eens eerder bij het KCO, in december 2000. Ik was indertijd bij de uitvoering op 6 december en vond die toen teleurstellend. Ik schreef in mijn muziekschriftje dat ik de energie miste die bij Jansons zo gebruikelijk was. Welnu, deze uitvoering 16 jaar later doet de herinnering verbleken; want dit was een meer dan geweldige uitvoering! Langzame tempi in het openingsdeel, maar perfect orkestspel en een transparante en gedetailleerde vertolking. Tegelijkertijd kreeg dit overspannen eerste deel alle dramatiek en kracht die het nodig heeft. Het slotdeel is problematisch, maar bij Jansons klonk het Rondo sprankelend, bruisend en spannend. De drie delen ertussen hoorde ik nog nooit zo verfijnd, speels en dreigend. Wat een fraaie delen zijn dat dan opeens! Het applaus was terecht stormachtig. Er zijn nog een Mahler 9 en enkele Bruckners die Jansons hier nog niet gedirigeerd heeft. En tja, een Boris Godoenov...
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Mahler: Symfonie nr. 7
Jansons vertrok anderhalf jaar geleden als chefdirigent, maar dirigeerde afgelopen juni met zijn oude orkest de opera Pique dame in het Muziektheater (zie hier en hier), en een kleine drie maanden later alweer terug in de Grote Zaal met Mahler 7. De liefde tussen dirigent en orkest is er nog steeds; dat bleek zowel tijdens als ook na de uitvoering bij het applaus. Jansons dirigeerde de Zevende al eens eerder bij het KCO, in december 2000. Ik was indertijd bij de uitvoering op 6 december en vond die toen teleurstellend. Ik schreef in mijn muziekschriftje dat ik de energie miste die bij Jansons zo gebruikelijk was. Welnu, deze uitvoering 16 jaar later doet de herinnering verbleken; want dit was een meer dan geweldige uitvoering! Langzame tempi in het openingsdeel, maar perfect orkestspel en een transparante en gedetailleerde vertolking. Tegelijkertijd kreeg dit overspannen eerste deel alle dramatiek en kracht die het nodig heeft. Het slotdeel is problematisch, maar bij Jansons klonk het Rondo sprankelend, bruisend en spannend. De drie delen ertussen hoorde ik nog nooit zo verfijnd, speels en dreigend. Wat een fraaie delen zijn dat dan opeens! Het applaus was terecht stormachtig. Er zijn nog een Mahler 9 en enkele Bruckners die Jansons hier nog niet gedirigeerd heeft. En tja, een Boris Godoenov...
Abonneren op:
Posts (Atom)














