Woensdag 17 februari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koinklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andries Nelsons
Jean-Yves Thibaudet, piano
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 6
Sjostakovitsj: delen uit Suite voor variétéorkest
Gershwin: Pianoconcert
Het orkest was bijna klaar met stemmen toen werd aangekondigd dat de volgorde van de werken voor de pauze zou worden omgedraaid; eerst de Zesde symfonie en daarna de Suite van Sjostakovitsj, in plaats van andersom zoals afgedrukt in het programmablad. Er zal wel een reden voor zijn geweest, maar ik vond het zeer ongepast. Deze twee stukken verschillen in stemming als dag en nacht, en dat even op het allerlaatste moment omgedraaid is een onderschatting van de luisteraar die zich op een concert voorbereid heeft. In plaats van die Mars uit de Suite voor variétéorkest meteen dus dat lange Largo uit de Zesde. Nelsons is bezig aan een indrukwekkende Sjostakovitsj-cyclus en deze Zesde klonk geweldig. Het Allegro en Presto duren samen even lang als dat eerste deel en dat maakt deze symfonie een vreemde eend in de bijt, en dus extra boeiend. De Suite knalde de zaal in, maar het was als openingswerk beter op zijn plaats geweest. Na de pauze een gedreven uitvoering van het Pianoconcert van Gershwin, een kleine drie jaar geleden ook al op de lessenaars met Chailly (zie hier). Geen meesterwerk, wel een lekker stuk muziek, en Thibaudet leek de ideale vertolker.
Sinds 2006 beschrijf ik hier alle concerten en operavoorstellingen die ik heb bezocht.
04 maart 2016
01 maart 2016
Concert 12 februari 2016
Vrijdag 12 februari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Manfred Honeck
Matthias Goerne, bariton
Beethoven: Symfonie nr. 7
Mahler: Des Knaben Wunderhorn
Een apart programma; doorgaans sluit een concert af met de Zevende van Beethoven, en de Wunderhorn-cyclus werd deze eeuw nog niet door het KCO uitgevoerd, en daarvoor (Chailly, Bernstein en Haitink) steeds door twee zangers om en om en niet zoals nu door één. De Zevende Beethoven staat dezer jaren het vaakst van alle beethovensymfonieën op de KCO-lessenaars. Fischer dirigeerde het in 2014 hier in Amsterdam en vorig seizoen op tournee, dit seizoen dus Honeck, en volgend seizoen neemt Blomstedt het stuk ter hand. Deze uitvoering van Honeck mocht er zijn: puntig en energiek. Honeck had een duidelijke visie en het orkest ging er met graagte in mee. Om de krachten voor Mahler te sparen werden de meeste herhalingen achterwege gelaten. Vooruit maar. Na de pauze een ruim uur Mahler-liederen, uit het hoofd gezongen door Matthias Goerne. Zijn stem is op zijn hoogtepunt, zo leek het. Goerne kan ermee wat hij wil; je hoort zelden een zanger zo moeiteloos en vrijuit zingen. Honeck en Goerne concerteren vaker samen, ook met deze liederen, en dat was te horen. Mooi concert. Fijn om voor de foto's boven deze weblogs regelmatig terug te kunnen grijpen op de facebookpagina van het KCO.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Manfred Honeck
Matthias Goerne, bariton
Beethoven: Symfonie nr. 7
Mahler: Des Knaben Wunderhorn
Een apart programma; doorgaans sluit een concert af met de Zevende van Beethoven, en de Wunderhorn-cyclus werd deze eeuw nog niet door het KCO uitgevoerd, en daarvoor (Chailly, Bernstein en Haitink) steeds door twee zangers om en om en niet zoals nu door één. De Zevende Beethoven staat dezer jaren het vaakst van alle beethovensymfonieën op de KCO-lessenaars. Fischer dirigeerde het in 2014 hier in Amsterdam en vorig seizoen op tournee, dit seizoen dus Honeck, en volgend seizoen neemt Blomstedt het stuk ter hand. Deze uitvoering van Honeck mocht er zijn: puntig en energiek. Honeck had een duidelijke visie en het orkest ging er met graagte in mee. Om de krachten voor Mahler te sparen werden de meeste herhalingen achterwege gelaten. Vooruit maar. Na de pauze een ruim uur Mahler-liederen, uit het hoofd gezongen door Matthias Goerne. Zijn stem is op zijn hoogtepunt, zo leek het. Goerne kan ermee wat hij wil; je hoort zelden een zanger zo moeiteloos en vrijuit zingen. Honeck en Goerne concerteren vaker samen, ook met deze liederen, en dat was te horen. Mooi concert. Fijn om voor de foto's boven deze weblogs regelmatig terug te kunnen grijpen op de facebookpagina van het KCO.
26 februari 2016
Concert 9 februari 2016
Dinsdag 9 februari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Kelemen Kwartet
Menahem Pressler, piano
Haydn: Strijkkwartet op. 76, nr. 4
Bartók: Strijkkwartet nr. 3
Dvorák: Pianokwintet nr. 2
Ik lig flink wat concerten achter - het gaat hard deze maand. Sinds jaren weer eens in de Kleine Zaal, met een mij onbekend kwartet en de inmiddels 92-jarige Menahem Pressler. Voor de pauze twee interessante warmlopers van Haydn en Bartók; het Hongaarse Kelemen-kwartet speelde een thuiswedstrijd met dit repertoire. Na de pauze de bijdrage van Pressler waar iedereen voor was gekomen. Er ging van alles mis. De altiste gebaarde dat zij haar kin-steun kwijt was, waarna eerst de primarius naar achter het gordijn verdween, daarna de tweede violist en de altiste zelf - steeds zonder resultaat. En ondertussen zat Pressler onbewogen achter de piano. De steun werd niet gevonden; de altiste barstte in tranen uit, maar men begon toch maar te spelen. Na het eerste deel kwam de dienstdoende zaalwachter het podium op en bracht de verloren gewaande kin-steun; de altiste barstte wederom in tranen uit. Tja, dan wil zo'n slavisch kwintet van Dvorák wel klinken. Pressler speelde karakteristiek: met drive, stuwend. En natuurlijk met de nodige missers; het derde deel is ook voor pianisten in de bloei van hun leven nauwelijks foutloos te spelen. Ik ken het pianokwintet van Dvorák al heel lang van cd; het is een heerlijk stuk. Fijn om het nu eens live te horen, met meeslepende toestanden. Als toegift nog het lange langzame deel uit het kwintet van Sjostakovitsj.
De foto hierboven komt van de facebookpagina van het Concertgebouw is tijdens het concert gemaakt.
Kelemen Kwartet
Menahem Pressler, piano
Haydn: Strijkkwartet op. 76, nr. 4
Bartók: Strijkkwartet nr. 3
Dvorák: Pianokwintet nr. 2
Ik lig flink wat concerten achter - het gaat hard deze maand. Sinds jaren weer eens in de Kleine Zaal, met een mij onbekend kwartet en de inmiddels 92-jarige Menahem Pressler. Voor de pauze twee interessante warmlopers van Haydn en Bartók; het Hongaarse Kelemen-kwartet speelde een thuiswedstrijd met dit repertoire. Na de pauze de bijdrage van Pressler waar iedereen voor was gekomen. Er ging van alles mis. De altiste gebaarde dat zij haar kin-steun kwijt was, waarna eerst de primarius naar achter het gordijn verdween, daarna de tweede violist en de altiste zelf - steeds zonder resultaat. En ondertussen zat Pressler onbewogen achter de piano. De steun werd niet gevonden; de altiste barstte in tranen uit, maar men begon toch maar te spelen. Na het eerste deel kwam de dienstdoende zaalwachter het podium op en bracht de verloren gewaande kin-steun; de altiste barstte wederom in tranen uit. Tja, dan wil zo'n slavisch kwintet van Dvorák wel klinken. Pressler speelde karakteristiek: met drive, stuwend. En natuurlijk met de nodige missers; het derde deel is ook voor pianisten in de bloei van hun leven nauwelijks foutloos te spelen. Ik ken het pianokwintet van Dvorák al heel lang van cd; het is een heerlijk stuk. Fijn om het nu eens live te horen, met meeslepende toestanden. Als toegift nog het lange langzame deel uit het kwintet van Sjostakovitsj.
De foto hierboven komt van de facebookpagina van het Concertgebouw is tijdens het concert gemaakt.
14 februari 2016
Concert 28 januari 2016
Donderdag 28 januari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Semyon Bychkov
Kirill Gerstein, piano
Rachmaninov: Pianoconcert nr. 2
R. Strauss: Ein Heldenleben
Nog geen jaar geleden dirigeerde Bychkov de Alpensinfonie van Strauss (zie hier de weblog daarvan) en de relatief gewone uitvoering daarvan deed me wat vrezen voor deze Heldenleben. Maar die vrees bleek ongegrond: dit was een uitstekende warmbloedige en gedreven uitvoering van Strauss' meesterlijke heldenepos. Het orkest speelde geweldig en Vesko Eschkenazy bracht de vioolsoli vol intensiteit en intimiteit. Het moet maar afgelopen zijn met het verwijt aan het adres van Strauss dat deze toondichting (en de Alpensinfonie) oppervlakkig is. Het zijn meesterwerken; welke andere componist kan een orkest zo weelderig laten klinken? Voor de pauze helaas geen overrompelende uitvoering van Rachmaninovs tweede concert. Gerstein speelde de noten, maar dat was het eigenlijk ook wel. De climaxen waar je op zit te wachten kwamen niet uit de verf en werden aldus teleurstellingen. Beter op dreef was Gerstein in de toegift: de etude voor de linkerhand van Felix Blumenfeld - voor veel pianisten al lastig te spelen met twee handen, zo leek het.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Semyon Bychkov
Kirill Gerstein, piano
Rachmaninov: Pianoconcert nr. 2
R. Strauss: Ein Heldenleben
Nog geen jaar geleden dirigeerde Bychkov de Alpensinfonie van Strauss (zie hier de weblog daarvan) en de relatief gewone uitvoering daarvan deed me wat vrezen voor deze Heldenleben. Maar die vrees bleek ongegrond: dit was een uitstekende warmbloedige en gedreven uitvoering van Strauss' meesterlijke heldenepos. Het orkest speelde geweldig en Vesko Eschkenazy bracht de vioolsoli vol intensiteit en intimiteit. Het moet maar afgelopen zijn met het verwijt aan het adres van Strauss dat deze toondichting (en de Alpensinfonie) oppervlakkig is. Het zijn meesterwerken; welke andere componist kan een orkest zo weelderig laten klinken? Voor de pauze helaas geen overrompelende uitvoering van Rachmaninovs tweede concert. Gerstein speelde de noten, maar dat was het eigenlijk ook wel. De climaxen waar je op zit te wachten kwamen niet uit de verf en werden aldus teleurstellingen. Beter op dreef was Gerstein in de toegift: de etude voor de linkerhand van Felix Blumenfeld - voor veel pianisten al lastig te spelen met twee handen, zo leek het.
30 januari 2016
Concert 23 januari 2016
Zaterdag 23 januari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v Valery Gergiev
Sibelius: En saga
Rimsky-Korsakov: Suite De gouden haan
Strawinsky: Petroesjka
Het Rotterdams Philharmonisch speelt altijd op topniveau wanneer Gergiev op de bok staat. Alleen voor hem gaan ze door het vuur, en dat leverde deze middag betoverende momenten op. Hoogtepunt van het concert was voor mij En saga, het eigenzinnige symfonische gedicht van Sibelius, opus 9! Een steeds terugkerende melodielijn, maar voortdurend mysterieus. Ik beluister het stuk minstens iedere drie weken, in de auto, thuis of in de fitnesszaal, ken iedere noot, en pas nu voor het eerst life gespeeld. En hoe rijk opeens! Het uitstervend slot biedt één van de fraaiste stukken voor klarinet-solo. Gergiev voerde de spanning hier enorm op; iedereen hield zijn adem in. De suite uit de laatste opera van Rimsky-Korsakov (uit 1907, met de nodige politieke dubbelzinnigheden) bood orkestrale pracht; Rimsky-Korsakov is met Berlioz toch wel de kampioen instrumentatiekunst. Heel diepgaand was het vierdelige werk echter ook niet. Na de pauze een precieze uitvoering van Petroesjka; tja, ik vind het niet zo'n geweldig stuk. Het is klankkleur alom, maar het is me te bedacht en te klinisch. Zelfs de Sacre heeft meer structuur. Maar goed, het orkest speelde geweldig; de vele soli werden feilloos gespeeld. Aan de uitvoering lag het niet.
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v Valery Gergiev
Sibelius: En saga
Rimsky-Korsakov: Suite De gouden haan
Strawinsky: Petroesjka
Het Rotterdams Philharmonisch speelt altijd op topniveau wanneer Gergiev op de bok staat. Alleen voor hem gaan ze door het vuur, en dat leverde deze middag betoverende momenten op. Hoogtepunt van het concert was voor mij En saga, het eigenzinnige symfonische gedicht van Sibelius, opus 9! Een steeds terugkerende melodielijn, maar voortdurend mysterieus. Ik beluister het stuk minstens iedere drie weken, in de auto, thuis of in de fitnesszaal, ken iedere noot, en pas nu voor het eerst life gespeeld. En hoe rijk opeens! Het uitstervend slot biedt één van de fraaiste stukken voor klarinet-solo. Gergiev voerde de spanning hier enorm op; iedereen hield zijn adem in. De suite uit de laatste opera van Rimsky-Korsakov (uit 1907, met de nodige politieke dubbelzinnigheden) bood orkestrale pracht; Rimsky-Korsakov is met Berlioz toch wel de kampioen instrumentatiekunst. Heel diepgaand was het vierdelige werk echter ook niet. Na de pauze een precieze uitvoering van Petroesjka; tja, ik vind het niet zo'n geweldig stuk. Het is klankkleur alom, maar het is me te bedacht en te klinisch. Zelfs de Sacre heeft meer structuur. Maar goed, het orkest speelde geweldig; de vele soli werden feilloos gespeeld. Aan de uitvoering lag het niet.
29 januari 2016
Opera 20 januari 2016
Woensdag 20 januari 2016, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
Händel: Ariodante
Ariodante - Sarah Conolly
Ginevra - Anet Fritsch
Polinesso - Sonia Prina
Dalinda - Sandrine Piau
Il re di Scozia - Luca Tittoto
Lurcianio - Andrew Tortise
Koor van De Nationale Opera
Concerto Köln o.l.v. Andrea Marcon
De Nationale gaat maar door met het presenteren van Händel-opera's en keer op keer vallen die producties mee. Ik ken Ariodante redelijk goed van cd, door de geweldige uitvoering van Marc Minkowski en Anne Sofie von Otter in de titelrol. Haar uitvoeringen van de aria's Con l'ali di constanza uit het eerste bedrijf en Scherza infida in het tweede bedrijf zijn absolute hoogtepunten van operazang - Scherza infida is bovendien een grandioze aria van bijna een kwartier dat een beroep doet op het uithoudingsvermogen van zowel zanger als publiek. Maar het effect is enorm. Zo geweldig als Von Otter zong Conolly deze avond niet, maar ze kwam een hele eind in deze hondsmoeilijke aria's. Haar tegenspeelster Anet Fritsch zong echter nog mooier, en Sandrine Piau had geen moeite met de meest duivelse aria's uit de gehele operaliteratuur die een huishoudster te zingen heeft. Ook de andere zangers hadden per bedrijf minstens één aria te zingen, en zeker niet de gemakkelijkste soms. Händel had er duidelijk zin in om zijn zangers het vuur aan de schenen te leggen. Drie bedrijven van ieder minstens een uur vol da-capoaria's kunnen snel wat teveel van het goede zijn, ware het niet dat de enscenering flink meehielp om de aandacht vast te houden. De Schotse setting werd in een modern jaste gestoken, en slechts twee deurklinken op draaibare poten suggereerden drie ruimtes terwijl het podium toch volledig open bleef. Een vondst. Geweldig was het poppentheater aan het slot van ieder bedrijf, bijzonder stijlvol gedaan. Een enscenering die tot in ieder detail was uitgewerkt. Tja, dan gaan die uren van half zeven tot elf snel voorbij. Een fraaie voorstelling!
De Nationale Opera
Händel: Ariodante
Ariodante - Sarah Conolly
Ginevra - Anet Fritsch
Polinesso - Sonia Prina
Dalinda - Sandrine Piau
Il re di Scozia - Luca Tittoto
Lurcianio - Andrew Tortise
Koor van De Nationale Opera
Concerto Köln o.l.v. Andrea Marcon
De Nationale gaat maar door met het presenteren van Händel-opera's en keer op keer vallen die producties mee. Ik ken Ariodante redelijk goed van cd, door de geweldige uitvoering van Marc Minkowski en Anne Sofie von Otter in de titelrol. Haar uitvoeringen van de aria's Con l'ali di constanza uit het eerste bedrijf en Scherza infida in het tweede bedrijf zijn absolute hoogtepunten van operazang - Scherza infida is bovendien een grandioze aria van bijna een kwartier dat een beroep doet op het uithoudingsvermogen van zowel zanger als publiek. Maar het effect is enorm. Zo geweldig als Von Otter zong Conolly deze avond niet, maar ze kwam een hele eind in deze hondsmoeilijke aria's. Haar tegenspeelster Anet Fritsch zong echter nog mooier, en Sandrine Piau had geen moeite met de meest duivelse aria's uit de gehele operaliteratuur die een huishoudster te zingen heeft. Ook de andere zangers hadden per bedrijf minstens één aria te zingen, en zeker niet de gemakkelijkste soms. Händel had er duidelijk zin in om zijn zangers het vuur aan de schenen te leggen. Drie bedrijven van ieder minstens een uur vol da-capoaria's kunnen snel wat teveel van het goede zijn, ware het niet dat de enscenering flink meehielp om de aandacht vast te houden. De Schotse setting werd in een modern jaste gestoken, en slechts twee deurklinken op draaibare poten suggereerden drie ruimtes terwijl het podium toch volledig open bleef. Een vondst. Geweldig was het poppentheater aan het slot van ieder bedrijf, bijzonder stijlvol gedaan. Een enscenering die tot in ieder detail was uitgewerkt. Tja, dan gaan die uren van half zeven tot elf snel voorbij. Een fraaie voorstelling!
22 januari 2016
Opera 16 januari 2016
Zaterdag 16 januari 2016, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant
Puccini: Madama Butterfly
Butterfly - Lianna Haroutounian
Suziki - Marie-Nicole Lemieux
Pinkerton - Arnold Rutkowski
Sharpless - Angelo Veccia
Goro - Ho-yoon Chung
Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Pietro Rizzo
Veel muziekstukken heb ik via de plaat of de cd leren kennen; pas daarna door meerdere live-uitvoeringen beter kunnen doorgronden. Madama Butterfly was de eerste opera die ik op cd kocht (andere eerder wel al op langspeelplaat) en die uitvoering met Renata Tebaldi was geen goede keuze. De uitvoering bij DNO o.l.v. Edo de Waart ergens begin jaren negentig maakte de mismatch compleet; ik hoorde de opera eigenlijk nooit meer tot deze uitvoering in het Concertgebouw. En toen stokte regelmatig mijn adem. Want naast de even simpele als trefzekere dramatiek is het vooral de harmonische eigenheid van deze opera die verbazing wekt. Maar goed, dan moeten de stemmen wel passen, en dat deed die van de Armeense Lianna Haroutounian volledig. Arnold Rutkowski zong trefzeker, maar zijn stem kwam volume tekort om te imponeren. Haroutounian zong en speelde Butterfly vol overtuiging en dan is er geen quasi-japanse enscenering nodig om je te verplaatsen in wat je hoort en meeleest met de boventiteling. De bijrollen (veel Koreaanse zangers!) waren prima bezet. De jonge Italiaanse dirigent Pietro Rizzo viel op het laatste moment in voor de ziek geworden Karel Mark Chichon; maar aangezien die Italianen met deze muziek zijn opgevoed kon er natuurlijk niks misgaan. Het vorig jaar eindigde en dit jaar startte met overtuigende concertante opera-uitvoeringen; je zou haast denken dat het operatheater overbodig is. Had ik indertijd maar de Karajan-uitvoering met Mirella Freni gekocht; ik heb me heel lang iets moois ontzegd.
Opera concertant
Puccini: Madama Butterfly
Butterfly - Lianna Haroutounian
Suziki - Marie-Nicole Lemieux
Pinkerton - Arnold Rutkowski
Sharpless - Angelo Veccia
Goro - Ho-yoon Chung
Groot Omroepkoor
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Pietro Rizzo
Veel muziekstukken heb ik via de plaat of de cd leren kennen; pas daarna door meerdere live-uitvoeringen beter kunnen doorgronden. Madama Butterfly was de eerste opera die ik op cd kocht (andere eerder wel al op langspeelplaat) en die uitvoering met Renata Tebaldi was geen goede keuze. De uitvoering bij DNO o.l.v. Edo de Waart ergens begin jaren negentig maakte de mismatch compleet; ik hoorde de opera eigenlijk nooit meer tot deze uitvoering in het Concertgebouw. En toen stokte regelmatig mijn adem. Want naast de even simpele als trefzekere dramatiek is het vooral de harmonische eigenheid van deze opera die verbazing wekt. Maar goed, dan moeten de stemmen wel passen, en dat deed die van de Armeense Lianna Haroutounian volledig. Arnold Rutkowski zong trefzeker, maar zijn stem kwam volume tekort om te imponeren. Haroutounian zong en speelde Butterfly vol overtuiging en dan is er geen quasi-japanse enscenering nodig om je te verplaatsen in wat je hoort en meeleest met de boventiteling. De bijrollen (veel Koreaanse zangers!) waren prima bezet. De jonge Italiaanse dirigent Pietro Rizzo viel op het laatste moment in voor de ziek geworden Karel Mark Chichon; maar aangezien die Italianen met deze muziek zijn opgevoed kon er natuurlijk niks misgaan. Het vorig jaar eindigde en dit jaar startte met overtuigende concertante opera-uitvoeringen; je zou haast denken dat het operatheater overbodig is. Had ik indertijd maar de Karajan-uitvoering met Mirella Freni gekocht; ik heb me heel lang iets moois ontzegd.
22 december 2015
Opera 18 december 2015
Vrijdag 18 december 2015, Concertgebouw Amsterdam
Opera concertant
Wagner: Lohengrin
Lohengrin - Klaus Florian Vogt
Elsa - Camilla Nylund
Heinrich der Vogler- Falck Struckmann
Friedrich von Telramund - Evgeny Nikitin
Ortrud - Katarina Dalayman
Heerrufer - Samuel Youn
Koor van de Nationale Opera
Groot Omroepkoor
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Sir Mark Elder
Een paar jaar geleden stond bij het KCO o.l.v. Andris Nelsons Wagners Fliegende Holländer op de lessenaars en die uitvoering (ik heb die gemist) bleek zo'n succes dat men besloot nu de Lohengrin uit te voeren. Nelsons kreeg twee weken geleden een blessure aan zijn schouder, dus nog voor de repetities begonnen werd good old Mark Elder ingehuurd. Die hoorde ik bij het KCO onder andere al eens een prima Vierde van Sjostakovitsj dirigeren (zie hier) en eerder dit jaar twee keer onvergetelijk in Berlioz' Benvenuto Cellini bij De Nationale Opera (zie hier). Hij kon dus al lezen en schrijven met het operakoor, dat deze avond met het Groot Omroepkoor was samengevoegd. Maar goed, of Andris Nelsons verschil had gemaakt durf ik te betwijfelen. Want: kon deze uitvoering überhaupt beter? Er stond een welhaast ideale cast op het podium; geen enkele rol was slechts goed of minder dan dat. Vaak heb je bij een operauitvoering dat je vooral naar die ene of twee zangers uitkijkt die eruitspringen; deze avond hoefde dat niet. Er werd voortdurend op het hoogste niveau gezongen. Vooruit: de Grahlserzählung van Klaus-Florian Vogt hoorde ik nog nooit zo mooi, ook niet op mijn cd-uitvoeringen. Wat een unieke stem heeft Vogt, ideaal voor Lohengrin en Parsifal (zie hier). Camilla Nylund straalde van begin tot eind, Struckmann was beter bij stem dan tijdens de concertante Tristan in september (zie hier) en blijft immer imposant, en Nikitin en Dalayman zongen een duivels paar. Youn maakte van de Heerrufer een halve heldentenorrol. Tja, en dan het KCO - lampjes op de lessenaars, dus alsof de orkestleden op een verhoogde orkestbak zaten. En die klank... Het was onaards mooi, onvergetelijk. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO - op Nikitin na staan alle hoofdrolzangers op het podium.
Opera concertant
Wagner: Lohengrin
Lohengrin - Klaus Florian Vogt
Elsa - Camilla Nylund
Heinrich der Vogler- Falck Struckmann
Friedrich von Telramund - Evgeny Nikitin
Ortrud - Katarina Dalayman
Heerrufer - Samuel Youn
Koor van de Nationale Opera
Groot Omroepkoor
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Sir Mark Elder
Een paar jaar geleden stond bij het KCO o.l.v. Andris Nelsons Wagners Fliegende Holländer op de lessenaars en die uitvoering (ik heb die gemist) bleek zo'n succes dat men besloot nu de Lohengrin uit te voeren. Nelsons kreeg twee weken geleden een blessure aan zijn schouder, dus nog voor de repetities begonnen werd good old Mark Elder ingehuurd. Die hoorde ik bij het KCO onder andere al eens een prima Vierde van Sjostakovitsj dirigeren (zie hier) en eerder dit jaar twee keer onvergetelijk in Berlioz' Benvenuto Cellini bij De Nationale Opera (zie hier). Hij kon dus al lezen en schrijven met het operakoor, dat deze avond met het Groot Omroepkoor was samengevoegd. Maar goed, of Andris Nelsons verschil had gemaakt durf ik te betwijfelen. Want: kon deze uitvoering überhaupt beter? Er stond een welhaast ideale cast op het podium; geen enkele rol was slechts goed of minder dan dat. Vaak heb je bij een operauitvoering dat je vooral naar die ene of twee zangers uitkijkt die eruitspringen; deze avond hoefde dat niet. Er werd voortdurend op het hoogste niveau gezongen. Vooruit: de Grahlserzählung van Klaus-Florian Vogt hoorde ik nog nooit zo mooi, ook niet op mijn cd-uitvoeringen. Wat een unieke stem heeft Vogt, ideaal voor Lohengrin en Parsifal (zie hier). Camilla Nylund straalde van begin tot eind, Struckmann was beter bij stem dan tijdens de concertante Tristan in september (zie hier) en blijft immer imposant, en Nikitin en Dalayman zongen een duivels paar. Youn maakte van de Heerrufer een halve heldentenorrol. Tja, en dan het KCO - lampjes op de lessenaars, dus alsof de orkestleden op een verhoogde orkestbak zaten. En die klank... Het was onaards mooi, onvergetelijk. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO - op Nikitin na staan alle hoofdrolzangers op het podium.
20 december 2015
Opera 13 december 2015
Zondag 13 december 2015, Royal Opera House Covent Garden London
The Royal Opera
Mascagni: Cavalleria Rusticana
Leoncavallo: Pagliacci
Cavalleria Rusticana
Turridu - Yonghoon Lee
Mamma Lucia - Elena Zilio
Santuzza - Eva-Maria Westbroek
Alfio - Dimitri Platanias
Lola - Martina Belli
Pagliacci
Tonio - Dimitri Platanias
Canio - Aleksandrs Antonenko
Nedda - Carmen Giannattasio
Silvio - Dionysios Sourbis
Royal Opera Chorus
Orchestra of the Royal Opera o.l.v. Antonio Pappano
Afgelopen mei was ik hier ook al en in mijn weblog schreef ik dat zulke snoepreisjes niet voor iedere maand zijn (zie hier). Maar deze productie was niet te weerstaan, en door de matineevoorstelling op één dag op en neer te doen. 's Ochtends om kwart voor zes op de fiets, en 's avonds om elf uur weer thuis. Wederom een plaats achterin de 'orchestra stalls' maar door de relatief steil aflopende zaal zit je voor je gevoel als enige pal voor dat podium. En hoe geweldig klinkt die zaal; iedere oneffenheid in het orkest klinkt zonder pardon - maar ook het vele fraais. Westbroek als Santuzza in de Cavalleria Rusticana gaf natuurlijk de doorslag om te gaan, en ofschoon haar présence onweerstaanbaar is, moest ik in het begin wel even wennen aan haar donkere timbre. Maar wie anders had deze rol zo scherp en hartverscheurend kunnen neerzetten? Yonghoon Lee zong eveneens grandioos en kleerkast Platanias deed uitzien naar zijn opening in Pagliacci. Tja, die was zoals je het wil hebben. Gewoon twee heerlijke uitvoeringen; het Engelse publiek ging terecht uit zijn dak. Normaliter vind ik een draaischijf met twee of drie toneelbeelden een wat te gemakkelijke oplossing, maar nu bleek dat een gouden vondst. Regisseur Damiano Michieletto voegde in feite beide opera's scenisch ineen - tja, waarom ook niet. Ook qua personenregie: al in de Cavalleria Rusticana werd een uitvoering van Pagliacci aangekondigd, en liepen de hoofdpersonen daarvan rond, en in Pagliacci zat Westbroek luid snikkend op een bankje. In het Muziektheater hoor je net zulke goede uitvoeringen, maar zo'n decadent reisje naar Londen...
The Royal Opera
Mascagni: Cavalleria Rusticana
Leoncavallo: Pagliacci
Cavalleria Rusticana
Turridu - Yonghoon Lee
Mamma Lucia - Elena Zilio
Santuzza - Eva-Maria Westbroek
Alfio - Dimitri Platanias
Lola - Martina Belli
Pagliacci
Tonio - Dimitri Platanias
Canio - Aleksandrs Antonenko
Nedda - Carmen Giannattasio
Silvio - Dionysios Sourbis
Royal Opera Chorus
Orchestra of the Royal Opera o.l.v. Antonio Pappano
Afgelopen mei was ik hier ook al en in mijn weblog schreef ik dat zulke snoepreisjes niet voor iedere maand zijn (zie hier). Maar deze productie was niet te weerstaan, en door de matineevoorstelling op één dag op en neer te doen. 's Ochtends om kwart voor zes op de fiets, en 's avonds om elf uur weer thuis. Wederom een plaats achterin de 'orchestra stalls' maar door de relatief steil aflopende zaal zit je voor je gevoel als enige pal voor dat podium. En hoe geweldig klinkt die zaal; iedere oneffenheid in het orkest klinkt zonder pardon - maar ook het vele fraais. Westbroek als Santuzza in de Cavalleria Rusticana gaf natuurlijk de doorslag om te gaan, en ofschoon haar présence onweerstaanbaar is, moest ik in het begin wel even wennen aan haar donkere timbre. Maar wie anders had deze rol zo scherp en hartverscheurend kunnen neerzetten? Yonghoon Lee zong eveneens grandioos en kleerkast Platanias deed uitzien naar zijn opening in Pagliacci. Tja, die was zoals je het wil hebben. Gewoon twee heerlijke uitvoeringen; het Engelse publiek ging terecht uit zijn dak. Normaliter vind ik een draaischijf met twee of drie toneelbeelden een wat te gemakkelijke oplossing, maar nu bleek dat een gouden vondst. Regisseur Damiano Michieletto voegde in feite beide opera's scenisch ineen - tja, waarom ook niet. Ook qua personenregie: al in de Cavalleria Rusticana werd een uitvoering van Pagliacci aangekondigd, en liepen de hoofdpersonen daarvan rond, en in Pagliacci zat Westbroek luid snikkend op een bankje. In het Muziektheater hoor je net zulke goede uitvoeringen, maar zo'n decadent reisje naar Londen...
Concert 3 december 2015
Donderdag 3 december 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alexandre Bloch
Jean-Yves Thibaudet, piano
Messiaen: Les offrandres oubliées
MacMillan: Pianoconcert nr. 3 'The Mysteries of Light'
Ravel: Alborado del gracioso
Dukas: L'apprenti sorcier
Ravel: Rapsodie espagnole
In 2012 viel de jonge Alexandre Bloch kennelijk voldoende goed voor de ziekgeworden Mariss Jansons in (zie hier), dat hij nu mocht terugkeren. Debutanten mogen vaak alleen stukken buiten het kernrepertoire dirigeren, en dat leverde deze avond een bonte verzameling muziek op. Voor de pauze het moeilijke werk met Messiaen en MacMillan, en na de pauze drie bekende korte stukken van Ravel en Dukas. MacMillan droeg zijn Derde pianoconcert op aan Thibaudet, en die gaf een bevlogen lezing van dit wat bonkige stuk. Ook fijn om eens tijdens een concert De tovenaarsleerling van Dukas te horen, onsterfelijk geworden door de Fantasia-verfilming van Walt Disney. Bloch speelde zijn hoogste troeven echter uit in de Rapsodie espagnole; een lekkere uitsmijter. Ik heb aantrekkelijker concerten meegemaakt, maar vooruit: het was desondanks de moeite waard.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alexandre Bloch
Jean-Yves Thibaudet, piano
Messiaen: Les offrandres oubliées
MacMillan: Pianoconcert nr. 3 'The Mysteries of Light'
Ravel: Alborado del gracioso
Dukas: L'apprenti sorcier
Ravel: Rapsodie espagnole
In 2012 viel de jonge Alexandre Bloch kennelijk voldoende goed voor de ziekgeworden Mariss Jansons in (zie hier), dat hij nu mocht terugkeren. Debutanten mogen vaak alleen stukken buiten het kernrepertoire dirigeren, en dat leverde deze avond een bonte verzameling muziek op. Voor de pauze het moeilijke werk met Messiaen en MacMillan, en na de pauze drie bekende korte stukken van Ravel en Dukas. MacMillan droeg zijn Derde pianoconcert op aan Thibaudet, en die gaf een bevlogen lezing van dit wat bonkige stuk. Ook fijn om eens tijdens een concert De tovenaarsleerling van Dukas te horen, onsterfelijk geworden door de Fantasia-verfilming van Walt Disney. Bloch speelde zijn hoogste troeven echter uit in de Rapsodie espagnole; een lekkere uitsmijter. Ik heb aantrekkelijker concerten meegemaakt, maar vooruit: het was desondanks de moeite waard.
30 november 2015
Concert 21 november 2015
Zaterdag 21 november 2015, Concertgebouw Amsterdam
London Philharmonic Orchestra o.l.v. Christoph Eschenbach
Christian Tetzlaff, viool
London Philharmonic Orchestra o.l.v. Christoph Eschenbach
Christian Tetzlaff, viool
Rihm: Verwandlung 3
Beethoven: Vioolconcert
Brahms: Symfonie nr. 1
Een ijzeren programma in de zaterdagmatinee. Het korte stuk van Rihm werd in het programmaboekje aangeprijsd als een mix van ingrediënten aangeleverd door Richard Strauss, Schreker en Korngold, maar die schreven toch echt boeiender muziek. De Eerste van Brahms kon mijn aandacht ook niet goed vasthouden. Eschenbach leidde een loodzware uitvoering, hard en massief. Er hadden zeker 30 procent minder strijkers op het podium mogen zitten. Tja, na de lichtere en vloeiender Brahms-uitvoeringen van Haitink, Fischer en Harding van de afgelopen tijd was dit wel weer even wennen. Het concert werd echter memorabel door de weergaloze uitvoering van het Vioolconcert van Beethoven door violist Christian Tetzlaff. Hij speelde eigenzinnig, technisch niet eens helemaal vlekkeloos, maar met een enorme concentratie en zelfverzekerdheid. Een kennis verwoordde het na afloop precies goed: Tetzlaff wist de zaal mee te krijgen in zijn concentratie, waardoor er een enorme spanning werd opgebouwd. Het publiek was muisstil, waardoor Tetzlaff soms tot het uiterste ging in fluisterzacht spelen, en waardoor het publiek nog verder zijn adem inhield. Daarnaast veroorloofde hij zich allerlei vrijheden in versieringen, en klonk de cadens van het eerste deel door de samenspraak met de pauken als een waar kunststukje. Zo vaak hoorde ik dat geweldige en hondsmoeilijke Beethoven-concert niet, maar dit was de meest memorabele tot nu toe.
19 november 2015
Concert 11 & 13 & 15 november 2015
Concert 11 & 13 & 15 november 2015, Concertgebouw Amsterdam
The Chamber Orchestra of Europa o.l.v. Bernard Haitink
Isabelle Faust, viool
Gautier Capucon, cello
Murray Perahia, piano
Schumann: Ouverture, Scherzo en Finale
Schumann: Vioolconcert
Schumann: Symfonie nr. 3
Schumann: Symfonie nr. 1
Schumann: Celloconcert
Schumann: Symfonie nr. 4
Schumann: Ouverture Manfred
Schumann: Pianoconcert
Schumann: Symfonie nr. 2
Drie concerten met Bernard Haitink, 86 inmiddels, en nog zo levendig als wat. Hij loopt wat moeizaam, verzet op de bok geen stap, maar dirigeert met een souplesse en precizie die verbazing wekken. Tijdens eerdere symfonieseries met het Chamber Orchestra of Europe (Beethoven en Brahms, zie o.a. hier en hier) werd duidelijk dat Haitink op zijn oude dag het allemaal even anders wilde doen. Scherper, minder gepolijst, je zou haast zeggen: authentiek. En alle herhalingstekens respecterend! Maar het waren daarnaast ook typische Haitink-uitvoeringen zoals ik al zo vaak hoorde: met autoriteit en inzicht gespeeld, geïnspireerd, krachtig. In het eerste concert bleek de uitvoering van het zelden gespeelde Vioolconcert een openbaring. Ik hoorde het heel lang geleden eens eerder (door Ida Haendel), heb er ook een uitvoering van op cd, maar beluisterde die al tijden niet meer, en herkende het toch. Maar zo fraai als tijdens dit concert hoorde ik het nog nooit. Het middendeel werd onaards mooi gespeeld. Misschien geen ultiem meesterwerk, maar het verdient veel meer aandacht dan het nu krijgt. De Rheinische ken ik door en door, en in het openingsdeel miste ik iets van de tomeloze energie die dit deel kenmerkt. Maar het derde deel - doorgaans een soort van overgangsdeel tussen dat fraaie Scherzo en sublieme Feierlich - kreeg nu juist een geweldige verstilde en natuurzuivere uitvoering. Tja, Haitink wist weer eens te verbazen.
Twee dagen later twee symfonieën rondom het Celloconcert. Dat stuk hoorde ik nog niet eerder, en het is zeker geen meesterwerk. Renaud Capucon speelde vurig en vol warmte, maar het concert vond ik te langdradig. De Frühlingssymfonie kan eigenlijk niet stuk; het klinkt als een doorsnee-symfonie, maar bevat fraaie eigenzinnigheden, zoals het herhalen van de langzame opening halverwege de expositie. De Vierde is echter Schumanns beste symfonie, vol energie, verstilling enzovoort. De overgang van het derde naar het vierde deel blijft één van de meest raadselachtige passages uit de hele orkestliteratuur, en Haitink gaf het een Bruckneriaanse grandeur mee. De hele symfonie kreeg sowieso een geweldige gedreven en puntige uitvoering.
Tijdens het derde concert louter meesterwerken op de lessenaars. De Tweede symfonie is de minst bekende van Schumanns symfonieën, maar ik vind het een geweldig stuk. Het openingsdeel bruist van de energie, en dan komt daar nog een grandioos en krachtig Scherzo overheen; de strijkers moeten daarna zowat aan de beademing. Haitink zweepte het orkest op, geweldig wat hij ermee bereikte. Voor de pauze was daar al het optreden van Perahia, die ik al in 1986 samen met Haitink hoorde in het Vijfde pianoconcert van Beethoven, en later meer met o.a. Mozart en ook het Schumann-concert. Maar deze avond speelden ze het alsof het de eerste keer was. Soms wat missertjes, maar met een surplus aan bravoure en zangerigheid.
De muziek van Schumann is geen allemansvriend, maar ik houd er erg van. De orkeststukken van deze drie concerten (met uitzondering van het Viool- en Celloconcert) beluister ik regelmatig, alsook zijn pianomuziek en dat geweldige Pianokwintet. Het is muziek waar ik niet zonder kan.
De foto van Haitink werd tijdens één van de concerten gemaakt; de foto hieronder is een daguerreotype van de componist uit 1850.
The Chamber Orchestra of Europa o.l.v. Bernard Haitink
Isabelle Faust, viool
Gautier Capucon, cello
Murray Perahia, piano
Schumann: Ouverture, Scherzo en Finale
Schumann: Vioolconcert
Schumann: Symfonie nr. 3
Schumann: Symfonie nr. 1
Schumann: Celloconcert
Schumann: Symfonie nr. 4
Schumann: Ouverture Manfred
Schumann: Pianoconcert
Schumann: Symfonie nr. 2
Drie concerten met Bernard Haitink, 86 inmiddels, en nog zo levendig als wat. Hij loopt wat moeizaam, verzet op de bok geen stap, maar dirigeert met een souplesse en precizie die verbazing wekken. Tijdens eerdere symfonieseries met het Chamber Orchestra of Europe (Beethoven en Brahms, zie o.a. hier en hier) werd duidelijk dat Haitink op zijn oude dag het allemaal even anders wilde doen. Scherper, minder gepolijst, je zou haast zeggen: authentiek. En alle herhalingstekens respecterend! Maar het waren daarnaast ook typische Haitink-uitvoeringen zoals ik al zo vaak hoorde: met autoriteit en inzicht gespeeld, geïnspireerd, krachtig. In het eerste concert bleek de uitvoering van het zelden gespeelde Vioolconcert een openbaring. Ik hoorde het heel lang geleden eens eerder (door Ida Haendel), heb er ook een uitvoering van op cd, maar beluisterde die al tijden niet meer, en herkende het toch. Maar zo fraai als tijdens dit concert hoorde ik het nog nooit. Het middendeel werd onaards mooi gespeeld. Misschien geen ultiem meesterwerk, maar het verdient veel meer aandacht dan het nu krijgt. De Rheinische ken ik door en door, en in het openingsdeel miste ik iets van de tomeloze energie die dit deel kenmerkt. Maar het derde deel - doorgaans een soort van overgangsdeel tussen dat fraaie Scherzo en sublieme Feierlich - kreeg nu juist een geweldige verstilde en natuurzuivere uitvoering. Tja, Haitink wist weer eens te verbazen.
Twee dagen later twee symfonieën rondom het Celloconcert. Dat stuk hoorde ik nog niet eerder, en het is zeker geen meesterwerk. Renaud Capucon speelde vurig en vol warmte, maar het concert vond ik te langdradig. De Frühlingssymfonie kan eigenlijk niet stuk; het klinkt als een doorsnee-symfonie, maar bevat fraaie eigenzinnigheden, zoals het herhalen van de langzame opening halverwege de expositie. De Vierde is echter Schumanns beste symfonie, vol energie, verstilling enzovoort. De overgang van het derde naar het vierde deel blijft één van de meest raadselachtige passages uit de hele orkestliteratuur, en Haitink gaf het een Bruckneriaanse grandeur mee. De hele symfonie kreeg sowieso een geweldige gedreven en puntige uitvoering.
Tijdens het derde concert louter meesterwerken op de lessenaars. De Tweede symfonie is de minst bekende van Schumanns symfonieën, maar ik vind het een geweldig stuk. Het openingsdeel bruist van de energie, en dan komt daar nog een grandioos en krachtig Scherzo overheen; de strijkers moeten daarna zowat aan de beademing. Haitink zweepte het orkest op, geweldig wat hij ermee bereikte. Voor de pauze was daar al het optreden van Perahia, die ik al in 1986 samen met Haitink hoorde in het Vijfde pianoconcert van Beethoven, en later meer met o.a. Mozart en ook het Schumann-concert. Maar deze avond speelden ze het alsof het de eerste keer was. Soms wat missertjes, maar met een surplus aan bravoure en zangerigheid.
De muziek van Schumann is geen allemansvriend, maar ik houd er erg van. De orkeststukken van deze drie concerten (met uitzondering van het Viool- en Celloconcert) beluister ik regelmatig, alsook zijn pianomuziek en dat geweldige Pianokwintet. Het is muziek waar ik niet zonder kan.
De foto van Haitink werd tijdens één van de concerten gemaakt; de foto hieronder is een daguerreotype van de componist uit 1850.
12 november 2015
Concert 7 november 2015
Zaterdag 7 november 2015, Concertgebouw Amsterdam
Les Arts Florissants o.l.v. William Christie
Händel: Theodora
Theodora - Katherine Watson
Irene - Stéphanie d'Oustrac
Didymus - Philippe Jaroussky
Septimus - Kresimir Spicer
Valens - Callum Thorpe
Ik had me niet goed voorbereid op dit concert en was er heilig van overtuigd dat ik naar een concertante uitvoering van een Händel-opera zou gaan; pas in het programmaboekje dat ik vlak voor aanvang kocht las ik dat het een oratorium betrof. De op één na laatste die Händel componeerde - hij schreef in totaal 29 oratoria. En 42 opera's trouwens. Maar als ik vooraf geen programmaboekje had gekocht, had ik na afloop nog steeds geloofd dat Theodora een opera was. De dramatiek van dit stuk is enorm, en in niets lijkt het op die gewijde composities, van Händels Messiah tot de oratoria van Haydn en Mendelssohn. Geen solisten met in hun handen zwarte opengevouwen leesmappen, stijf gepositioneerd links en rechts van de dirigent, maar acterende solisten die uit het hoofd zingen, opkomen en weer afgaan, en zelfs een koor dat voor het orkest komt staan en een jolig drinklied zingt. Ik hoorde eigenlijk alle bekende dirigenten uit de authentieke uitvoeringspraktijk, behalve William Christie. Hij maakte deze middag een onvergetelijke indruk met zijn grootse gebaren, niet gericht op preciezie, maar op dramatiek en een vloeiende beweging. Koor en orkest zongen en speelden overigens feilloos, en met een vrijwel ideaal solistenteam leverde dat een grandioze middag op die alle reservers ten aanzien van Händel deden verbleken. Een memorabele uitvoering.
Les Arts Florissants o.l.v. William Christie
Händel: Theodora
Theodora - Katherine Watson
Irene - Stéphanie d'Oustrac
Didymus - Philippe Jaroussky
Septimus - Kresimir Spicer
Valens - Callum Thorpe
Ik had me niet goed voorbereid op dit concert en was er heilig van overtuigd dat ik naar een concertante uitvoering van een Händel-opera zou gaan; pas in het programmaboekje dat ik vlak voor aanvang kocht las ik dat het een oratorium betrof. De op één na laatste die Händel componeerde - hij schreef in totaal 29 oratoria. En 42 opera's trouwens. Maar als ik vooraf geen programmaboekje had gekocht, had ik na afloop nog steeds geloofd dat Theodora een opera was. De dramatiek van dit stuk is enorm, en in niets lijkt het op die gewijde composities, van Händels Messiah tot de oratoria van Haydn en Mendelssohn. Geen solisten met in hun handen zwarte opengevouwen leesmappen, stijf gepositioneerd links en rechts van de dirigent, maar acterende solisten die uit het hoofd zingen, opkomen en weer afgaan, en zelfs een koor dat voor het orkest komt staan en een jolig drinklied zingt. Ik hoorde eigenlijk alle bekende dirigenten uit de authentieke uitvoeringspraktijk, behalve William Christie. Hij maakte deze middag een onvergetelijke indruk met zijn grootse gebaren, niet gericht op preciezie, maar op dramatiek en een vloeiende beweging. Koor en orkest zongen en speelden overigens feilloos, en met een vrijwel ideaal solistenteam leverde dat een grandioze middag op die alle reservers ten aanzien van Händel deden verbleken. Een memorabele uitvoering.
09 november 2015
Zondag 1 november 2015, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
Verdi: Il trovatore
Il Conte di Luna - Simone Piazzola
Leonora - Carmen Giannattasio
Azucena - Violeta Urmana
Manrico - Francesco Meli
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Maurizio Benini
Aan het slot van mijn bespreking van de premièrevoorstelling van deze Il trovatore sprak ik de verwachting uit dat bij dit bezoek alles stellig geolied zou klinken (zie hier). En inderdaad, bij deze laatste voorstelling uit de reeks klonk alles zowat perfect. Nu niet meer die kleine oneffenheidjes tussen koor en orkest, en de solisten zongen wederom vol kracht en passie. Deze productie is door de recensenten niet met onverdeeld genoegen verwelkomd, en ik snap daar eigenlijk helemaal niks van. Over sommige details in de enscenering kun je je bedenkingen hebben (tijdens het Miserere gooien enkele soldaten een lijk in een graf, wat in het publiek geroezemoes veroorzaakt - en dat precies tijdens dat geweldige achtergrondkoor). Maar de opera krijgt een overwegend stijlvolle uitbeelding, en orkest, zangers en koor spelen en zingen grandioos. Dirigent Benini is een vakman, meer dan dat: hij had duidelijk wat te vertellen. En natuurlijk: Verdi zelf componeerde met Il trovatore een meesterwerk. verhaaltechnisch niet perfect, maar muzikaal des te meer. Hij stapelt de ene grandioze scene bovenop de andere, en meer dan in veel andere opera's zijn er nergens inzinkingen.
De Nationale Opera
Verdi: Il trovatore
Il Conte di Luna - Simone Piazzola
Leonora - Carmen Giannattasio
Azucena - Violeta Urmana
Manrico - Francesco Meli
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Maurizio Benini
Aan het slot van mijn bespreking van de premièrevoorstelling van deze Il trovatore sprak ik de verwachting uit dat bij dit bezoek alles stellig geolied zou klinken (zie hier). En inderdaad, bij deze laatste voorstelling uit de reeks klonk alles zowat perfect. Nu niet meer die kleine oneffenheidjes tussen koor en orkest, en de solisten zongen wederom vol kracht en passie. Deze productie is door de recensenten niet met onverdeeld genoegen verwelkomd, en ik snap daar eigenlijk helemaal niks van. Over sommige details in de enscenering kun je je bedenkingen hebben (tijdens het Miserere gooien enkele soldaten een lijk in een graf, wat in het publiek geroezemoes veroorzaakt - en dat precies tijdens dat geweldige achtergrondkoor). Maar de opera krijgt een overwegend stijlvolle uitbeelding, en orkest, zangers en koor spelen en zingen grandioos. Dirigent Benini is een vakman, meer dan dat: hij had duidelijk wat te vertellen. En natuurlijk: Verdi zelf componeerde met Il trovatore een meesterwerk. verhaaltechnisch niet perfect, maar muzikaal des te meer. Hij stapelt de ene grandioze scene bovenop de andere, en meer dan in veel andere opera's zijn er nergens inzinkingen.
07 november 2015
Concert 28 oktober 2015
Woensdag 28 oktober 2015, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Gustavo Gimeno
Yuja Wang, piano
Tsjaikovsky: Pianoconcert nr. 2
Rimsky-Korsakov: Sheherazade
Het KCO is op tournee naar het verre oosten, en speelde vooraf de twee programma's in hun bagage tijdens reguliere abonnementsconcerten in. De tournee staat onder leiding van Gustavo Gimeno die ruim tien jaar solo-slagwerker bij het orkest was en vorig jaar als dirigent met groot succes inviel voor een zieke Mariss Jansons (zie hier); kennelijk was die eerste keer zo goed bevallen dat het orkest hem tijdens dit chefloze jaar voor vele concerten op de bok contracteerde. Getuige dit concert met één van de twee programma's volkomen terecht, want Gimeno is een zwierige dirigent die het orkest warmbloedig en geconcentreerd laat spelen. In het zelden gehoorde Tweede pianoconcert van Tsjaikovsky is de orkestpartij minstens zo moeilijk als de solopartij; in het tweede deel speelt de piano zelfs een bescheiden rol ten opzichte van de solopartijen van de cello en viool. Die pianopartij is in de hoekdelen overigens hondsmoeilijk, maar Yuja Wang speelt alsof ze alles zelf bedacht en opgeschreven heeft. Na de pauze een weelderige uitvoering van één van de meest kleurrijke orkeststukken uit het hele repertoire. De thematiek in Sheherazade is niet al te divers, maar Rimsky-Korsakov spint de luttele thema's grandioos mooi uit. Als ik een college over kleuren en instrumentatiekunst in de muziek zou moeten geven, zou ik dit stuk als leidraad nemen. Die flageoletnoten van de soloviool in het slotdeel; subliem gecomponeerd! Het KCO en concertmeester Liviu Prunaru speelden geweldig. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het orkest; de schoen van Yuja Wang tijdens hun concert in Taipeh.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Gustavo Gimeno
Yuja Wang, piano
Tsjaikovsky: Pianoconcert nr. 2
Rimsky-Korsakov: Sheherazade
Het KCO is op tournee naar het verre oosten, en speelde vooraf de twee programma's in hun bagage tijdens reguliere abonnementsconcerten in. De tournee staat onder leiding van Gustavo Gimeno die ruim tien jaar solo-slagwerker bij het orkest was en vorig jaar als dirigent met groot succes inviel voor een zieke Mariss Jansons (zie hier); kennelijk was die eerste keer zo goed bevallen dat het orkest hem tijdens dit chefloze jaar voor vele concerten op de bok contracteerde. Getuige dit concert met één van de twee programma's volkomen terecht, want Gimeno is een zwierige dirigent die het orkest warmbloedig en geconcentreerd laat spelen. In het zelden gehoorde Tweede pianoconcert van Tsjaikovsky is de orkestpartij minstens zo moeilijk als de solopartij; in het tweede deel speelt de piano zelfs een bescheiden rol ten opzichte van de solopartijen van de cello en viool. Die pianopartij is in de hoekdelen overigens hondsmoeilijk, maar Yuja Wang speelt alsof ze alles zelf bedacht en opgeschreven heeft. Na de pauze een weelderige uitvoering van één van de meest kleurrijke orkeststukken uit het hele repertoire. De thematiek in Sheherazade is niet al te divers, maar Rimsky-Korsakov spint de luttele thema's grandioos mooi uit. Als ik een college over kleuren en instrumentatiekunst in de muziek zou moeten geven, zou ik dit stuk als leidraad nemen. Die flageoletnoten van de soloviool in het slotdeel; subliem gecomponeerd! Het KCO en concertmeester Liviu Prunaru speelden geweldig. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het orkest; de schoen van Yuja Wang tijdens hun concert in Taipeh.
Abonneren op:
Posts (Atom)















