Vrijdag 10 oktober 2014, Musis Sacrum Arnhem
Het Gelders Orkest o.l.v. Antonello Manacorda
Emma Bell, sopraan
R. Strauss: Vier letzte Lieder
Mahler: Symfonie nr. 1
Door een nauwelijks na te vertellen samenloop van omstandigheden die reeds in 1977 begon, kwam ik deze vrijdag voor het eerst in Musis Sacrum in Arnhem terecht, bij het jubileumconcert van Het Gelders Orkest dat 125 jaar bestaat. Er waren toespraken van de zakelijk directeur van het orkest en de burgemeester van Arnhem, een gratis gebakje en prosecco in de pauze, en de minister van OCW zat in de zaal. Maar verder een gewoon concert met twee grootse werken. Ik zat achter het orkest (de foto hierboven nam ik bij het slotapplaus, met glittertjes uit het plafond) en bij Strauss was dat zeker niet ideaal. Maar Emma Bell had een harde, wat rauwe stem, dus eigenlijk was ze ook vanaf mijn plaats goed te verstaan. Strauss is in deze liederen grandioos, en het orkest klonk prima. Concertmeester Cecile Huijnen mocht ook met de toegift Morgen meedelen in het succes. De Eerste van Mahler behoort met die van Brahms tot de beste twee eerstelingen, en het Gelders kwam een heel eind. Maar het moet gezegd: het weet het niveau van het zo foutloos mogelijk spelen, waar dat overgaat in interpreteren en verdiepen, nog niet voldoende te ontstijgen. Het klonk af en toe iets teveel als een project-uitvoering, vol spanning en zenuwen en de bijbehorende missers. Dat is geen verwijt: misschien is dat het lot van de regionale orkesten na alle bezuinigingen. Voor de rest: het was een mooie feestelijke avond en ik heb meer dan geboeid geluisterd.
Sinds 2006 beschrijf ik hier alle concerten en operavoorstellingen die ik heb bezocht.
14 oktober 2014
11 oktober 2014
Concert 2 oktober 2014
Donderdag 2 oktober 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Michael Schønwandt
Alexander Gavrylyuk, piano
Sibelius: Pohjola's dochter
Rachmnaninov: Pianoconcert nr. 2
Nielsen: Symfonie nr. 4
Schønwandt heb ik gemist bij zijn debuut bij het KCO, in 2010, maar zijn rentrée bleek een enorm succes. Wat mij betreft kan hij worden toegevoegd aan het kleine rijtje gastdirigenten die regelmatig terugkeren en dan het orkest leiden alsof ze ermee kunnen lezen en schrijven. Bovendien komt hij over als een man die weet wat hij wil, maar daarmee niet te koop loopt. Een vakman dus. De nieuwe chefdirigent zal naar ik vermoed weinig Sibelius en Nielsen gaan doen, en deze componisten staan te weinig op de lessenaars van het KCO. Dus... Pohjola's dochter van Sibelius opent met - voor mij althans - een van de mooiste passages uit de gehele orkestliteratuur. Dat samenspel tussen de cello en de houtblazers: hier schildert Sibelius onnavolgbaar prachtig met klankkleuren. De Vierde van Nielsen heb ik al jaren op cd, maar ik beluisterde die nog nooit. Ook hoorde ik het werk nog niet eerder tijdens een concert - wel al eens de Derde en Vijfde symfonie. Ik moet het me maar snel eigen maken, deze symfonie over 'Het onuitblusbare', want het is een prachtig gevarieerd stuk. Schønwandt leidde het orkest vol energie en overtuigingskracht; terecht werd de uitvoering met een krachtig applaus en bravogeroep beloond. Alexander Gavrylyuk hoorde ik in 2010 eens met het Tweede pianoconcert van Prokofiev (zie hier). Deze uitvoering van het Tweede concert van Rachmaninov overklaste die van nog geen half jaar geleden van Simon Trpceski bij het KCO op alle fronten (zie hier). Al bij de openingsakkoorden zat ik rechtop in mijn stoel, en dat bleef het gehele volgende half uur. Gavryluyk en ook Schønwandt waren vastbesloten uit dit stuk te halen wat erin zat en gingen tot het uiterste. Een geweldige uitvoering.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Michael Schønwandt
Alexander Gavrylyuk, piano
Sibelius: Pohjola's dochter
Rachmnaninov: Pianoconcert nr. 2
Nielsen: Symfonie nr. 4
Schønwandt heb ik gemist bij zijn debuut bij het KCO, in 2010, maar zijn rentrée bleek een enorm succes. Wat mij betreft kan hij worden toegevoegd aan het kleine rijtje gastdirigenten die regelmatig terugkeren en dan het orkest leiden alsof ze ermee kunnen lezen en schrijven. Bovendien komt hij over als een man die weet wat hij wil, maar daarmee niet te koop loopt. Een vakman dus. De nieuwe chefdirigent zal naar ik vermoed weinig Sibelius en Nielsen gaan doen, en deze componisten staan te weinig op de lessenaars van het KCO. Dus... Pohjola's dochter van Sibelius opent met - voor mij althans - een van de mooiste passages uit de gehele orkestliteratuur. Dat samenspel tussen de cello en de houtblazers: hier schildert Sibelius onnavolgbaar prachtig met klankkleuren. De Vierde van Nielsen heb ik al jaren op cd, maar ik beluisterde die nog nooit. Ook hoorde ik het werk nog niet eerder tijdens een concert - wel al eens de Derde en Vijfde symfonie. Ik moet het me maar snel eigen maken, deze symfonie over 'Het onuitblusbare', want het is een prachtig gevarieerd stuk. Schønwandt leidde het orkest vol energie en overtuigingskracht; terecht werd de uitvoering met een krachtig applaus en bravogeroep beloond. Alexander Gavrylyuk hoorde ik in 2010 eens met het Tweede pianoconcert van Prokofiev (zie hier). Deze uitvoering van het Tweede concert van Rachmaninov overklaste die van nog geen half jaar geleden van Simon Trpceski bij het KCO op alle fronten (zie hier). Al bij de openingsakkoorden zat ik rechtop in mijn stoel, en dat bleef het gehele volgende half uur. Gavryluyk en ook Schønwandt waren vastbesloten uit dit stuk te halen wat erin zat en gingen tot het uiterste. Een geweldige uitvoering.
Concert 25 september 2014
Donderdag 25 september 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jonathan Nott
Jane Archibald, sopraan
Allyson McHardy, alt
Groot Omroepkoor
Vlaams Radio Koor
Ockeghem: Kyrie uit Missa prolationum
Ligety: Requiem
Varèse: Arcana
Ravel: La valse
Sinds tijden weer eens naar een 'modern' concert; de kern werd gevormd door het Requiem van Ligety en Arcana van Varèse. Ockeghem was in zijn vijftiende eeuw een modernist; in het Kyrie uit zijn Missa prolationum zingen de vier stemmen ieder in een andere maatsoort; toch klinkt het als een eenheid. Het Requiem van Ligety is een schril stuk en stelt hoge eisen aan koor, orkest en vooral ook de sopraan en de alt. Jonathan Nott had goed gerepeteerd; het klonk allemaal zeer overtuigend en strak. Je zit geboeid te luisteren naar het grote onbekende, en toch word je bij dit stuk gegrepen door die herkenbare oerkracht die in ieder meesterwerk verborgen zit. Datzelfde gold voor Arcana van Varèse, dat ooit door Riccardo Chailly in Amsterdam werd geïntroduceerd, en nu twee jaar na Amériques o.l.v. Jansons (zie hier) wederom op de lessenaars stond. Het zijn stukken die tot het vaste repertoire van het orkest mogen behoren: ze overrompelen, brengen je in verwarring en doen de tijd vergeten. Die kleine 20 minuten van Arcana duren voor je gevoel oneindig langer. Voor wie La valse voor het eerst hoort zal hetzelfde gelden. Maar het aantal keren dat ik dit stuk bij het KCO heb gehoord is niet meer te tellen. Het is de meest kwalitatieve uitsmijter van een 'moeilijk' concert, maar helaas begint het effect wat sleets te worden. Aan het stuk zelf ligt het niet.
Voorafgaande aan dit pauzeloze concert ging een inleiding door de Vlaamse schrijver Tom Lanoye vooraf, die het thema van dit concert 'Het sublieme' gebruikte om over oer- en eigentijdse thema's zijn licht te laten schijnen: van syriëgangers tot de film A Space Odyssey waarin delen uit het Requiem van Ligety te horen zijn. Hier is zijn inleiding na te lezen.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jonathan Nott
Jane Archibald, sopraan
Allyson McHardy, alt
Groot Omroepkoor
Vlaams Radio Koor
Ockeghem: Kyrie uit Missa prolationum
Ligety: Requiem
Varèse: Arcana
Ravel: La valse
Sinds tijden weer eens naar een 'modern' concert; de kern werd gevormd door het Requiem van Ligety en Arcana van Varèse. Ockeghem was in zijn vijftiende eeuw een modernist; in het Kyrie uit zijn Missa prolationum zingen de vier stemmen ieder in een andere maatsoort; toch klinkt het als een eenheid. Het Requiem van Ligety is een schril stuk en stelt hoge eisen aan koor, orkest en vooral ook de sopraan en de alt. Jonathan Nott had goed gerepeteerd; het klonk allemaal zeer overtuigend en strak. Je zit geboeid te luisteren naar het grote onbekende, en toch word je bij dit stuk gegrepen door die herkenbare oerkracht die in ieder meesterwerk verborgen zit. Datzelfde gold voor Arcana van Varèse, dat ooit door Riccardo Chailly in Amsterdam werd geïntroduceerd, en nu twee jaar na Amériques o.l.v. Jansons (zie hier) wederom op de lessenaars stond. Het zijn stukken die tot het vaste repertoire van het orkest mogen behoren: ze overrompelen, brengen je in verwarring en doen de tijd vergeten. Die kleine 20 minuten van Arcana duren voor je gevoel oneindig langer. Voor wie La valse voor het eerst hoort zal hetzelfde gelden. Maar het aantal keren dat ik dit stuk bij het KCO heb gehoord is niet meer te tellen. Het is de meest kwalitatieve uitsmijter van een 'moeilijk' concert, maar helaas begint het effect wat sleets te worden. Aan het stuk zelf ligt het niet.
Voorafgaande aan dit pauzeloze concert ging een inleiding door de Vlaamse schrijver Tom Lanoye vooraf, die het thema van dit concert 'Het sublieme' gebruikte om over oer- en eigentijdse thema's zijn licht te laten schijnen: van syriëgangers tot de film A Space Odyssey waarin delen uit het Requiem van Ligety te horen zijn. Hier is zijn inleiding na te lezen.
06 oktober 2014
Concert 17 september 2014
Woensdag 17 september 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Yuja Wang, piano
Omar Tomasoni, trompet
Rossini: Ouverture La gazza ladra
Sjostakovitsj: Concert voor piano, strijkorkest en trompet
Prokofiev: Symfonie nr. 5
Jansons zette in de loop der jaren regelmatig een Rossini-ouverture op de lessenaars; misschien komt er ooit nog een RCO-cd met een verzameling ervan uit. De La gazza ladra-ouverture is - samen met de Wilhelm Tell - zijn aanstekelijkste. Schijnt bij Rossini in principe de zon, in deze ouverture is er geen vuiltje aan de lucht, is de temperatuur ideaal, en is het uitzicht zaligmakend. Wat een subliem stuk muziek! Jansons en het KCO brachten er niet een volledig ideale uitvoering van; het klonk af en toe iets te log. Maar de uitvoerenden moeten het bij Rossini wel erg bont maken om je als luisteraar niet ongelukkig te maken, dus ik zat breed glimlachend en genietend in de zaal. Daarna volgde nog meer energie: het als Eerste pianoconcert van Sjostakovitsj bekend staand concert voor piano, strijkers en trompet. Jansons en de kittige Yuja Wang waren de gangmakers, terwijl Tomasoni de show stal als sonoor en trefzekere spelende vleugelspits. Yuja Wang hoorde ik al eens eerder in het Derde pianoconcert van Prokofiev (zie hier de weblog) en ook nu kwam ze op in dunne jurk en op naaldhakken. Maar wat een pit! Jansons hield de boel strak in de hand. De tweede helft van het slotdeel werd gebisseerd - leuk gezicht: de trompettist werd er volledig door overvallen en wist niet waar hij moest beginnen. Maar toen hij de draad had opgepakt speelde hij de sterren van de hemel. Na de pauze Prokofievs bekendste symfonie - Jansons leidde een prachtige uitvoering: warmbloedig, gedreven en vol kracht. We gaan dat nog missen, later...
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Yuja Wang, piano
Omar Tomasoni, trompet
Rossini: Ouverture La gazza ladra
Sjostakovitsj: Concert voor piano, strijkorkest en trompet
Prokofiev: Symfonie nr. 5
Jansons zette in de loop der jaren regelmatig een Rossini-ouverture op de lessenaars; misschien komt er ooit nog een RCO-cd met een verzameling ervan uit. De La gazza ladra-ouverture is - samen met de Wilhelm Tell - zijn aanstekelijkste. Schijnt bij Rossini in principe de zon, in deze ouverture is er geen vuiltje aan de lucht, is de temperatuur ideaal, en is het uitzicht zaligmakend. Wat een subliem stuk muziek! Jansons en het KCO brachten er niet een volledig ideale uitvoering van; het klonk af en toe iets te log. Maar de uitvoerenden moeten het bij Rossini wel erg bont maken om je als luisteraar niet ongelukkig te maken, dus ik zat breed glimlachend en genietend in de zaal. Daarna volgde nog meer energie: het als Eerste pianoconcert van Sjostakovitsj bekend staand concert voor piano, strijkers en trompet. Jansons en de kittige Yuja Wang waren de gangmakers, terwijl Tomasoni de show stal als sonoor en trefzekere spelende vleugelspits. Yuja Wang hoorde ik al eens eerder in het Derde pianoconcert van Prokofiev (zie hier de weblog) en ook nu kwam ze op in dunne jurk en op naaldhakken. Maar wat een pit! Jansons hield de boel strak in de hand. De tweede helft van het slotdeel werd gebisseerd - leuk gezicht: de trompettist werd er volledig door overvallen en wist niet waar hij moest beginnen. Maar toen hij de draad had opgepakt speelde hij de sterren van de hemel. Na de pauze Prokofievs bekendste symfonie - Jansons leidde een prachtige uitvoering: warmbloedig, gedreven en vol kracht. We gaan dat nog missen, later...
24 september 2014
Opera 6 september 2014
Zaterdag 6 september 2014, Muziekthater Amsterdam
De Nationale Opera
Monteverdi: Orfeo
La Musica/Euridice - Anna Lucia Richter
Orfeo - Georg Nigl
La messagiera/La Speranza - Charlotte Hellekant
Caronte - Douglas Williams
Prosperina - Luciana Mancini
Plutone - Konstantin Wolff
Vocalconsort Berlin
Freiburger BarockConsort o.l.v. Pablo Heras-Casado
Monteverdi's opera is niet de allereerste opera uit de muziekgeschiedenis, maar hij komt er wel erg dichtbij, en het stuk heeft terecht repertoire gehouden. Ik heb er een goede opname van Gardiner van, en die beluister ik regelmatig. Dit was de derde en laatste voorstelling in Amsterdam van deze gastproductie. Niet helemaal geslaagd, maar voldoende goed om geboeid te luisteren. De zangers zongen prima en de enscenering van Sasha Waltz haalde weliswaar niet die van Audi, maar mocht er zeker zijn. Wat me wel stoorde was de choreografie, eveneens van Sasha Waltz. Er was permanent beweging bij de koorleden en de solisten; gedurende de hele avond geen seconde dat het toneelbeeld in rust was. Dat permanente bewegen, dansen, hollen en springen: het werd op een gegeven moment storend. De solisten waren soms halve dansers, en dat deed hun vocale prestaties geen goed. Die arme Georg Nigl: zijn rol is bepaald niet gemakkelijk, maar hij kreeg er van Waltz nog een flinke taak bij. Het Freiburger orkest stond in twee delen links en rechts op het podium, en ook dat vond ik geen ideale positie. Maar goed, Monteverdi vergoedde alles.
De Nationale Opera
Monteverdi: Orfeo
La Musica/Euridice - Anna Lucia Richter
Orfeo - Georg Nigl
La messagiera/La Speranza - Charlotte Hellekant
Caronte - Douglas Williams
Prosperina - Luciana Mancini
Plutone - Konstantin Wolff
Vocalconsort Berlin
Freiburger BarockConsort o.l.v. Pablo Heras-Casado
Monteverdi's opera is niet de allereerste opera uit de muziekgeschiedenis, maar hij komt er wel erg dichtbij, en het stuk heeft terecht repertoire gehouden. Ik heb er een goede opname van Gardiner van, en die beluister ik regelmatig. Dit was de derde en laatste voorstelling in Amsterdam van deze gastproductie. Niet helemaal geslaagd, maar voldoende goed om geboeid te luisteren. De zangers zongen prima en de enscenering van Sasha Waltz haalde weliswaar niet die van Audi, maar mocht er zeker zijn. Wat me wel stoorde was de choreografie, eveneens van Sasha Waltz. Er was permanent beweging bij de koorleden en de solisten; gedurende de hele avond geen seconde dat het toneelbeeld in rust was. Dat permanente bewegen, dansen, hollen en springen: het werd op een gegeven moment storend. De solisten waren soms halve dansers, en dat deed hun vocale prestaties geen goed. Die arme Georg Nigl: zijn rol is bepaald niet gemakkelijk, maar hij kreeg er van Waltz nog een flinke taak bij. Het Freiburger orkest stond in twee delen links en rechts op het podium, en ook dat vond ik geen ideale positie. Maar goed, Monteverdi vergoedde alles.
Concert 6 september 2014
Zaterdag 6 september 2014, Concertgebouw Amsterdam
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Bernard Haitink
Anne Schwanewilms, sopraan
Wagner: Vorspiel en Liebestod uit Tristan und Isolde
Berg: Sieben Frühe Lieder
Mahler: Symfonie nr. 4
Sinds ik deze weblog startte, was het nog niet voorgekomen: twee concerten op één dag. Het gebeurde wel eens eerder, maar dat was heel lang terug: op zaterdagmiddag naar de Matinee, en 's avonds een ander concert of opera. Ook wel eens twee opera's achter elkaar: concertant en daarna in het Muziekthaeater een andere. Enfin, helemaal ideaal is het niet. Deze dag viel mee vanwege het gevarieerde programma. Eerst het jubileumconcert van Bernard Haitink bij het Radio Philharmonisch Orkest. Hij dirigeerde dat orkest voor het eerst in juli 1954, en met het stuk dat hij toen dirigeerde opende hij nu dit concert: Wagners Vorspiel en Liebestod. Het zal in 1954 vast niet zo evenwichtig en fraai opgebouwd hebben geklonken als nu. Anne Schwanewilms viel in voor Christiane Karg, en haar stem is naar mijn indruk kleiner geworden dan wat ik me van haar herinner. Ze zingt nog steeds erg fraai, slank en expressief, maar soms werd ze iets teveel door het orkest overstemd. De zeven liederen van Berg kende ik niet, maar bleken mooier dan ik vooraf vreesde. Mahler 4 is natuurlijk een kolfje naar Haitinks hand, en hij liet het stuk volledig voor zichzelf spreken: geen malle fratsen, slank en doorzichtig orkestspel. Na het tweede deel liet Schwanewilms minstens 5 minuten op zich wachten; Haitink was duidelijk not amused. Maar ze maakte het in het slotdeel helemaal goed. De foto hierboven is van dit concert.
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Bernard Haitink
Anne Schwanewilms, sopraan
Wagner: Vorspiel en Liebestod uit Tristan und Isolde
Berg: Sieben Frühe Lieder
Mahler: Symfonie nr. 4
Sinds ik deze weblog startte, was het nog niet voorgekomen: twee concerten op één dag. Het gebeurde wel eens eerder, maar dat was heel lang terug: op zaterdagmiddag naar de Matinee, en 's avonds een ander concert of opera. Ook wel eens twee opera's achter elkaar: concertant en daarna in het Muziekthaeater een andere. Enfin, helemaal ideaal is het niet. Deze dag viel mee vanwege het gevarieerde programma. Eerst het jubileumconcert van Bernard Haitink bij het Radio Philharmonisch Orkest. Hij dirigeerde dat orkest voor het eerst in juli 1954, en met het stuk dat hij toen dirigeerde opende hij nu dit concert: Wagners Vorspiel en Liebestod. Het zal in 1954 vast niet zo evenwichtig en fraai opgebouwd hebben geklonken als nu. Anne Schwanewilms viel in voor Christiane Karg, en haar stem is naar mijn indruk kleiner geworden dan wat ik me van haar herinner. Ze zingt nog steeds erg fraai, slank en expressief, maar soms werd ze iets teveel door het orkest overstemd. De zeven liederen van Berg kende ik niet, maar bleken mooier dan ik vooraf vreesde. Mahler 4 is natuurlijk een kolfje naar Haitinks hand, en hij liet het stuk volledig voor zichzelf spreken: geen malle fratsen, slank en doorzichtig orkestspel. Na het tweede deel liet Schwanewilms minstens 5 minuten op zich wachten; Haitink was duidelijk not amused. Maar ze maakte het in het slotdeel helemaal goed. De foto hierboven is van dit concert.
31 augustus 2014
Concert 25 augustus 2014
Concert 25 augustus 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Leonidas Kavakos, viool
Brahms: Vioolconcert
R. Strauss: Tod und Verklärung
R. Strauss: Till Eulenspiegels lustige Streiche
Kavakos is komend jaar Artist in Residence en hij opende dat met een grandioze uitvoering van Brahms' vioolconcert. Dat is een hondsmoeilijk en machtig stuk, en Leonidas bewees hier zijn reputatie als een van de meest technisch briljante violisten van deze tijd. Puntgaaf gespeeld, fraai opgebouwd. De begeleiding door het orkest was vooral dienstbaar, relatief ingehouden. Dat kan ook grootser en rauwer, maar zo innig begeleid heeft ook wel wat. Het Adagio is Brahms op zijn allermooist en allerbest (en dat terwijl Brahms eigenlijk alleen maar goede muziek heeft nagelaten; Brahms is altijd goed!). Na de pauze twee karakterstukken van Richard Strauss; wat een fenomenaal orkestrator. Het Largo waarmee Tod und Verklärung opent, vind ik zo'n geweldig stuk. Jansons en het KCO brachten Tod und Verklärung enkele jaren geleden al, maar voor zover ik weet speelden ze Till Eulenspiegel nu voor het eerst. Het guitige zootje ongeregeld van dit stuk knalde de zaal in. 'Gewoon' weer een KCO-concert waarna je gelukzalig naar huis gaat.
De foto hierboven heb ik van de facebook-pagina van het orkest gehaald; hij werd volgens het bijschrift tijdens de repetities op de vrijdag voor het concert gemaakt. Ik weet alleen niet waar ze toen repeteerden, want dit is duidelijk niet het Concertgebouw.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Leonidas Kavakos, viool
Brahms: Vioolconcert
R. Strauss: Tod und Verklärung
R. Strauss: Till Eulenspiegels lustige Streiche
Kavakos is komend jaar Artist in Residence en hij opende dat met een grandioze uitvoering van Brahms' vioolconcert. Dat is een hondsmoeilijk en machtig stuk, en Leonidas bewees hier zijn reputatie als een van de meest technisch briljante violisten van deze tijd. Puntgaaf gespeeld, fraai opgebouwd. De begeleiding door het orkest was vooral dienstbaar, relatief ingehouden. Dat kan ook grootser en rauwer, maar zo innig begeleid heeft ook wel wat. Het Adagio is Brahms op zijn allermooist en allerbest (en dat terwijl Brahms eigenlijk alleen maar goede muziek heeft nagelaten; Brahms is altijd goed!). Na de pauze twee karakterstukken van Richard Strauss; wat een fenomenaal orkestrator. Het Largo waarmee Tod und Verklärung opent, vind ik zo'n geweldig stuk. Jansons en het KCO brachten Tod und Verklärung enkele jaren geleden al, maar voor zover ik weet speelden ze Till Eulenspiegel nu voor het eerst. Het guitige zootje ongeregeld van dit stuk knalde de zaal in. 'Gewoon' weer een KCO-concert waarna je gelukzalig naar huis gaat.
De foto hierboven heb ik van de facebook-pagina van het orkest gehaald; hij werd volgens het bijschrift tijdens de repetities op de vrijdag voor het concert gemaakt. Ik weet alleen niet waar ze toen repeteerden, want dit is duidelijk niet het Concertgebouw.
29 augustus 2014
26 augustus 2014
Concert 20 augustus 2014
Woensdag 20 augustus 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Jean-Yves Thibaudet, piano
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 1
Ravel: Pianoconcert in G
Ravel: 2e Suite uit Daphnis et Chloé
Jansons begint aan zijn laatste seizoen als chefdirigent van het KCO, maar niets duidt erop dat dirigent en orkest elkaar niet meer mogen. Integendeel. Ondanks dat dit hun eerste concert na de zomervakantie was, speelde het orkest uiterst secuur, ragfijn en precies zoals Jansons het kennelijk eiste. Sjostakovitsj' Eerste is een jeugdwerk, maar behoort wel tot zijn meest geslaagde symfonieën. Ik hoorde het ooit eens gedirigeerd door Georg Solti, maar nu klonk het stellig met meer precisie. De zaal luisterde muisstil. Na de pauze Thibaudet in het pianoconcert in G van Ravel; ik weet niet hoe vaak ik het hem heb horen spelen; dit was zeker niet de tweede keer. Het werk zit hem van nature in de vingers; als toegift speelde hij de Pavane pour un infante défunte. Tenslotte het voltallige KCO in de tweede suite uit Daphnis et Chloé. Tja, ik schreef het hier al eens: deze suite begint met het fraaiste stuk uit het hele werk, maar die zonsopkomst heeft eigenlijk een inleiding nodig. Zo koud begonnen is het effect minder krachtig. Enfin, het blijft een hoogtepunt in de orkestliteratuur: niet alleen die climax van de zonsopkomst, maar juist ook dat lijzige wakker worden erna. De fluitsolo en de apotheose: het werd allemaal grandioos gespeeld. De foto hierboven werd tijdens het concert gemaakt, en plukte ik van de facebookpagina van het orkest.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Jean-Yves Thibaudet, piano
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 1
Ravel: Pianoconcert in G
Ravel: 2e Suite uit Daphnis et Chloé
Jansons begint aan zijn laatste seizoen als chefdirigent van het KCO, maar niets duidt erop dat dirigent en orkest elkaar niet meer mogen. Integendeel. Ondanks dat dit hun eerste concert na de zomervakantie was, speelde het orkest uiterst secuur, ragfijn en precies zoals Jansons het kennelijk eiste. Sjostakovitsj' Eerste is een jeugdwerk, maar behoort wel tot zijn meest geslaagde symfonieën. Ik hoorde het ooit eens gedirigeerd door Georg Solti, maar nu klonk het stellig met meer precisie. De zaal luisterde muisstil. Na de pauze Thibaudet in het pianoconcert in G van Ravel; ik weet niet hoe vaak ik het hem heb horen spelen; dit was zeker niet de tweede keer. Het werk zit hem van nature in de vingers; als toegift speelde hij de Pavane pour un infante défunte. Tenslotte het voltallige KCO in de tweede suite uit Daphnis et Chloé. Tja, ik schreef het hier al eens: deze suite begint met het fraaiste stuk uit het hele werk, maar die zonsopkomst heeft eigenlijk een inleiding nodig. Zo koud begonnen is het effect minder krachtig. Enfin, het blijft een hoogtepunt in de orkestliteratuur: niet alleen die climax van de zonsopkomst, maar juist ook dat lijzige wakker worden erna. De fluitsolo en de apotheose: het werd allemaal grandioos gespeeld. De foto hierboven werd tijdens het concert gemaakt, en plukte ik van de facebookpagina van het orkest.
Concert 19 augustus 2014
Dinsdag 19 augustus 2014, Concertgebouw Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin
Mahler: Symfonie nr. 6
Zo, het nieuwe concertseizoen is van start gegaan. In een week tijd drie concerten met stevige orkestwerken: het RphO en het KCO gaan in Europa de festivals af, en dat doe je dan niet met een Haydn-symfonie of een Rossini-ouverture, want het hele orkest moet mee. Het Rotterdams Philharmonisch opende de reeks en ging vol aan de bak met de Zesde van Mahler, zijn ongemakkelijkste symfonie. Het stuk eindigt uiterst wrang, en ook in de anderhalf uur daarvoor zit je eigenlijk nauwelijks lekker in je stoel. En toch is het een stuk dat voortdurend intrigeert. Ik hoorde Nézet-Séguin nog nooit eerder tijdens een concert, alleen als operadirigent bij DNO (zie de dirigentenlijst hiernaast). Dat beviel steeds uitstekend. Ook op het concertpodium is zijn gedrevenheid enorm, en dat maakte dit een typisch Rotterdamse uitvoering: gedreven, zonder kapsones, ongepolijst, met opgestroopte mouwen. Soms prachtig, soms ook wat kort door de bocht. Het nieuwe concertseizoen kon daarentegen slechter beginnen.
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin
Mahler: Symfonie nr. 6
Zo, het nieuwe concertseizoen is van start gegaan. In een week tijd drie concerten met stevige orkestwerken: het RphO en het KCO gaan in Europa de festivals af, en dat doe je dan niet met een Haydn-symfonie of een Rossini-ouverture, want het hele orkest moet mee. Het Rotterdams Philharmonisch opende de reeks en ging vol aan de bak met de Zesde van Mahler, zijn ongemakkelijkste symfonie. Het stuk eindigt uiterst wrang, en ook in de anderhalf uur daarvoor zit je eigenlijk nauwelijks lekker in je stoel. En toch is het een stuk dat voortdurend intrigeert. Ik hoorde Nézet-Séguin nog nooit eerder tijdens een concert, alleen als operadirigent bij DNO (zie de dirigentenlijst hiernaast). Dat beviel steeds uitstekend. Ook op het concertpodium is zijn gedrevenheid enorm, en dat maakte dit een typisch Rotterdamse uitvoering: gedreven, zonder kapsones, ongepolijst, met opgestroopte mouwen. Soms prachtig, soms ook wat kort door de bocht. Het nieuwe concertseizoen kon daarentegen slechter beginnen.
09 juli 2014
Opera 30 juni 2014
Maandag 30 juni 2014, Muziektheater Amstertdam
De Nationale Opera
Verdi: Falstaff
Falstaff - Ambrogio Maestri
Ford - Massimo Cavallletti
Cajus - Carlo Bosi
Alice - Fiorenza Cedolins
Nannetta - Lisette Oropesa
Mrs. Quickly - Daniela Barcellona
Meg - Maite Beaumont
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Ik kocht in een opwelling een kaartje voor de laatste voorstelling van Falstaff, een zogenaamde cameraplaats op rij 6 in het midden, voor 25 euro. Maar er waren geen camera's, dus voor een dubbeltje op de eerste rang zowat. Het was wederom een feest; bij het verlaten van het Muziektheater was iedereen een een uitgelaten vrolijke stemming. Ik hoorde iemand zeggen: ik ga voortaan alleen nog maar naar komische opera's! Tja, de keuze is dan wel relatief beperkt... Het paard brieste op precies hetzelfde moment als tijdens de eerdere voorstelling op 19 juni, en nu ik vooraan zat kon ik zien dat de kisten wijn die de vermomde Ford aan Falstaff cadeau deed, de beste keuze vormden (6 kisten Pétrus, daar doe je alles voor!) Over eten en drinken gesproken: op YouTube is te zien hoe Ambrogio Maestri risotto maakt (zie hier).
Voorlopig even geen concerten en opera's meer. Eind augustus weer terug. Maar eerst op vakantie! Fijne zomer allemaal.
De Nationale Opera
Verdi: Falstaff
Falstaff - Ambrogio Maestri
Ford - Massimo Cavallletti
Cajus - Carlo Bosi
Alice - Fiorenza Cedolins
Nannetta - Lisette Oropesa
Mrs. Quickly - Daniela Barcellona
Meg - Maite Beaumont
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Ik kocht in een opwelling een kaartje voor de laatste voorstelling van Falstaff, een zogenaamde cameraplaats op rij 6 in het midden, voor 25 euro. Maar er waren geen camera's, dus voor een dubbeltje op de eerste rang zowat. Het was wederom een feest; bij het verlaten van het Muziektheater was iedereen een een uitgelaten vrolijke stemming. Ik hoorde iemand zeggen: ik ga voortaan alleen nog maar naar komische opera's! Tja, de keuze is dan wel relatief beperkt... Het paard brieste op precies hetzelfde moment als tijdens de eerdere voorstelling op 19 juni, en nu ik vooraan zat kon ik zien dat de kisten wijn die de vermomde Ford aan Falstaff cadeau deed, de beste keuze vormden (6 kisten Pétrus, daar doe je alles voor!) Over eten en drinken gesproken: op YouTube is te zien hoe Ambrogio Maestri risotto maakt (zie hier).
Voorlopig even geen concerten en opera's meer. Eind augustus weer terug. Maar eerst op vakantie! Fijne zomer allemaal.
Opera 19 juni 2014
Donderdag 19 juni 2014, Muziektheater Amstertdam
De Nationale Opera
Verdi: Falstaff
Falstaff - Ambrogio Maestri
Ford - Massimo Cavallletti
Cajus - Carlo Bosi
Alice - Fiorenza Cedolins
Nannetta - Lisette Oropesa
Mrs. Quickly - Daniela Barcellona
Meg - Maite Beaumont
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Sinds de opening van het Muziekthater in 1987 is dit de derde nieuwe productie van Falstaff. Het was indertijd zelfs de eerste operaproductie in dit theater (niet echt een bijzondere kan ik me herinneren - iets met een houten watermolen), en later bracht het KCO o.l.v. Chailly ook een serie voorstellingen. Toch kon het stuk me nooit zo bekoren, en op cd probeerde ik de opera meerdere keren te beluisteren, maar echt aantrekkelijk vond ik het werk eerlijk gezegd nooit. Tot deze avond. Blijkbaar moest er een verrukkelijke en sublieme regie aan te pas komen om het werk mij in mijn hart te doen sluiten. De zes scenes werden door Robert Carsen meer dan prachtig en aanstekelijk uitgebeeld. En ja, als dan ook nog dé Falstaff van dit moment voor de titelrol werd gecontracteerd, de vier dames kirrend en puntig hun rollen brachten, iedereen er zichtbaar en hoorbaar veel plezier in had, en Gatti en het KCO een ideale combi vormden, tja, dan kon ik niet anders dan me voor dit stuk volledig gewonnen geven. Ik heb het lange tijd niet erin gezien, maar uiteindelijk moet ook ik toegeven dat Verdi met deze opera een meesterwerk componeerde waarin muziek en tekst haast nauwer verbonden zijn dan in welke andere opera ook. DNO bracht hiermee voor de derde opera op rij (na Arabella en Faust) een memorabele productie.
De Nationale Opera
Verdi: Falstaff
Falstaff - Ambrogio Maestri
Ford - Massimo Cavallletti
Cajus - Carlo Bosi
Alice - Fiorenza Cedolins
Nannetta - Lisette Oropesa
Mrs. Quickly - Daniela Barcellona
Meg - Maite Beaumont
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Sinds de opening van het Muziekthater in 1987 is dit de derde nieuwe productie van Falstaff. Het was indertijd zelfs de eerste operaproductie in dit theater (niet echt een bijzondere kan ik me herinneren - iets met een houten watermolen), en later bracht het KCO o.l.v. Chailly ook een serie voorstellingen. Toch kon het stuk me nooit zo bekoren, en op cd probeerde ik de opera meerdere keren te beluisteren, maar echt aantrekkelijk vond ik het werk eerlijk gezegd nooit. Tot deze avond. Blijkbaar moest er een verrukkelijke en sublieme regie aan te pas komen om het werk mij in mijn hart te doen sluiten. De zes scenes werden door Robert Carsen meer dan prachtig en aanstekelijk uitgebeeld. En ja, als dan ook nog dé Falstaff van dit moment voor de titelrol werd gecontracteerd, de vier dames kirrend en puntig hun rollen brachten, iedereen er zichtbaar en hoorbaar veel plezier in had, en Gatti en het KCO een ideale combi vormden, tja, dan kon ik niet anders dan me voor dit stuk volledig gewonnen geven. Ik heb het lange tijd niet erin gezien, maar uiteindelijk moet ook ik toegeven dat Verdi met deze opera een meesterwerk componeerde waarin muziek en tekst haast nauwer verbonden zijn dan in welke andere opera ook. DNO bracht hiermee voor de derde opera op rij (na Arabella en Faust) een memorabele productie.
02 juli 2014
Recital 15 juni 2014
Zondag 15 juni 2014, Concertgebouw Amsterdam
Krystian Zimerman, piano
Beethoven: Sonate nr. 30, op. 109
Beethoven: Sonate nr. 31, op. 110
Beethoven: Sonate nr. 32, op. 111
Zimerman treedt weinig op, en speelt uitsluitend repertoire dat hij zich helemaal eigen heeft gemaakt. Het is aan de uitvoeringen af te horen: alles klinkt volstrekt natuurlijk, afgewogen en gerijpt, ofschoon zeker niet koudbloedig: soms legt hij zijn (eigen) piano het vuur flink aan de schenen. Van deze drie laatste Beethoven-sonates is die op. 109 mij het meest dierbaar: het derde deel met het thema en de variaties is zo ongelooflijk mooi. Maar goed, ook de twee andere sonates zijn meesterwerken, hier in hun volle kracht uitgevoerd. Geen authentieke fratsen bij Zimerman. Ook is hij de man niet voor wie op toegiften zit te wachten. Het concert was daarom al voor tien uur afgelopen. Maar het was wel een prachtig recital. Na de pauze sprak Zimerman de zaal eventjes toe, om uit te leggen hoe hij tot Beethoven gekomen was.
Krystian Zimerman, piano
Beethoven: Sonate nr. 30, op. 109
Beethoven: Sonate nr. 31, op. 110
Beethoven: Sonate nr. 32, op. 111
Zimerman treedt weinig op, en speelt uitsluitend repertoire dat hij zich helemaal eigen heeft gemaakt. Het is aan de uitvoeringen af te horen: alles klinkt volstrekt natuurlijk, afgewogen en gerijpt, ofschoon zeker niet koudbloedig: soms legt hij zijn (eigen) piano het vuur flink aan de schenen. Van deze drie laatste Beethoven-sonates is die op. 109 mij het meest dierbaar: het derde deel met het thema en de variaties is zo ongelooflijk mooi. Maar goed, ook de twee andere sonates zijn meesterwerken, hier in hun volle kracht uitgevoerd. Geen authentieke fratsen bij Zimerman. Ook is hij de man niet voor wie op toegiften zit te wachten. Het concert was daarom al voor tien uur afgelopen. Maar het was wel een prachtig recital. Na de pauze sprak Zimerman de zaal eventjes toe, om uit te leggen hoe hij tot Beethoven gekomen was.
Concert 7 juni 2014
Zaterdag 7 juni 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koor en orkest van het Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Grace Davidson, sopraan
Damien Guillon, countertenor
Thomas Hobbs, tenor
Peter Kooij, bas
J.S. Bach: Cantate Gott fähret auf mit Jauchzen, BWV 43
J.S. Bach: Cantate Bleib bei uns, denn es will Abend werden, BWV 6
J.M. Bach: Geistliches Konzert Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ
J.S. Bach: Himmelfahrts-Oratorium, BWV 11
Altijd fijn, zo'n concert met Bach-cantates, uitgevoerd door Herreweghe met zijn eigen koor en orkest. De solisten zingen ook met het koor mee, dat in totaal 12 zangers kent. De cantates BWV 43 en 44 kende ik redelijk goed; ze bevatten een prachtig zelfde koraal dat door Bach echter in totaal verschillende modus is getoonzet. Verder nog twee andere cantates bestemd voor Pasen en Hemelvaart, waaronder eentje van een oudoom en zelfs de eerste schoonvader van Bach. Hoe fraai dat Geistliches Konzert ook was, het kwaliteitsverschil met wat Bach later aan het papier toevertrouwde is flink groot. Het Himmelfahrts-Oratorium is natuurlijk een grandioos stuk, waar tijdens de uitvoering de vonken vanaf vlogen. De zaal reageerde uitbundig; het openingskoor werd gebisseerd.
Koor en orkest van het Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Grace Davidson, sopraan
Damien Guillon, countertenor
Thomas Hobbs, tenor
Peter Kooij, bas
J.S. Bach: Cantate Gott fähret auf mit Jauchzen, BWV 43
J.S. Bach: Cantate Bleib bei uns, denn es will Abend werden, BWV 6
J.M. Bach: Geistliches Konzert Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ
J.S. Bach: Himmelfahrts-Oratorium, BWV 11
Altijd fijn, zo'n concert met Bach-cantates, uitgevoerd door Herreweghe met zijn eigen koor en orkest. De solisten zingen ook met het koor mee, dat in totaal 12 zangers kent. De cantates BWV 43 en 44 kende ik redelijk goed; ze bevatten een prachtig zelfde koraal dat door Bach echter in totaal verschillende modus is getoonzet. Verder nog twee andere cantates bestemd voor Pasen en Hemelvaart, waaronder eentje van een oudoom en zelfs de eerste schoonvader van Bach. Hoe fraai dat Geistliches Konzert ook was, het kwaliteitsverschil met wat Bach later aan het papier toevertrouwde is flink groot. Het Himmelfahrts-Oratorium is natuurlijk een grandioos stuk, waar tijdens de uitvoering de vonken vanaf vlogen. De zaal reageerde uitbundig; het openingskoor werd gebisseerd.
15 juni 2014
Opera 25 mei 2014
Zondag 25 mei, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
Gounod: Faust
Faust - Michael fabiano
Méphistophélès - Mikhail Petrenko
Valentin - Florian Sempey
Marguerite - Irina Langu
Siebel - Marianne Crebassa
Koor van De Nationale Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Minkowski
Ik hoorde deze opera nog nooit eerder, ook niet op cd. Ik heb er wel een uitvoering van in de kast staan, maar die kwam er nog nooit uit. Daar moet het nu wel snel van gaan komen, want eigenlijk is Faust een ongecompliceerd stuk muziek dat erin gaat als koek. Het verhaal is wat minder vrolijk, maar voldoende bekend en niet al te complex. Gounod is geen muzikale scherpslijper: het klinkt allemaal recht door zee, warm en aantrekkelijk. Deze middag werd onvergetelijk door de prachtige regie van Àlex Ollé, de uitstekende zangers en het grandioos spelende Rotterdams Philharmonisch. Het orkest speelde werkelijk glanzend en energiek, flink opgestuwd door Minkowski. Fabiano, Lungu en Petrenko zongen en speelden hun rol geweldig goed. De middag was in een vloek en een zucht voorbij.
De Nationale Opera
Gounod: Faust
Faust - Michael fabiano
Méphistophélès - Mikhail Petrenko
Valentin - Florian Sempey
Marguerite - Irina Langu
Siebel - Marianne Crebassa
Koor van De Nationale Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Minkowski
Ik hoorde deze opera nog nooit eerder, ook niet op cd. Ik heb er wel een uitvoering van in de kast staan, maar die kwam er nog nooit uit. Daar moet het nu wel snel van gaan komen, want eigenlijk is Faust een ongecompliceerd stuk muziek dat erin gaat als koek. Het verhaal is wat minder vrolijk, maar voldoende bekend en niet al te complex. Gounod is geen muzikale scherpslijper: het klinkt allemaal recht door zee, warm en aantrekkelijk. Deze middag werd onvergetelijk door de prachtige regie van Àlex Ollé, de uitstekende zangers en het grandioos spelende Rotterdams Philharmonisch. Het orkest speelde werkelijk glanzend en energiek, flink opgestuwd door Minkowski. Fabiano, Lungu en Petrenko zongen en speelden hun rol geweldig goed. De middag was in een vloek en een zucht voorbij.
Abonneren op:
Posts (Atom)















