Zaterdag 6 september 2014, Muziekthater Amsterdam
De Nationale Opera
Monteverdi: Orfeo
La Musica/Euridice - Anna Lucia Richter
Orfeo - Georg Nigl
La messagiera/La Speranza - Charlotte Hellekant
Caronte - Douglas Williams
Prosperina - Luciana Mancini
Plutone - Konstantin Wolff
Vocalconsort Berlin
Freiburger BarockConsort o.l.v. Pablo Heras-Casado
Monteverdi's opera is niet de allereerste opera uit de muziekgeschiedenis, maar hij komt er wel erg dichtbij, en het stuk heeft terecht repertoire gehouden. Ik heb er een goede opname van Gardiner van, en die beluister ik regelmatig. Dit was de derde en laatste voorstelling in Amsterdam van deze gastproductie. Niet helemaal geslaagd, maar voldoende goed om geboeid te luisteren. De zangers zongen prima en de enscenering van Sasha Waltz haalde weliswaar niet die van Audi, maar mocht er zeker zijn. Wat me wel stoorde was de choreografie, eveneens van Sasha Waltz. Er was permanent beweging bij de koorleden en de solisten; gedurende de hele avond geen seconde dat het toneelbeeld in rust was. Dat permanente bewegen, dansen, hollen en springen: het werd op een gegeven moment storend. De solisten waren soms halve dansers, en dat deed hun vocale prestaties geen goed. Die arme Georg Nigl: zijn rol is bepaald niet gemakkelijk, maar hij kreeg er van Waltz nog een flinke taak bij. Het Freiburger orkest stond in twee delen links en rechts op het podium, en ook dat vond ik geen ideale positie. Maar goed, Monteverdi vergoedde alles.
Sinds 2006 beschrijf ik hier alle concerten en operavoorstellingen die ik heb bezocht.
24 september 2014
Concert 6 september 2014
Zaterdag 6 september 2014, Concertgebouw Amsterdam
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Bernard Haitink
Anne Schwanewilms, sopraan
Wagner: Vorspiel en Liebestod uit Tristan und Isolde
Berg: Sieben Frühe Lieder
Mahler: Symfonie nr. 4
Sinds ik deze weblog startte, was het nog niet voorgekomen: twee concerten op één dag. Het gebeurde wel eens eerder, maar dat was heel lang terug: op zaterdagmiddag naar de Matinee, en 's avonds een ander concert of opera. Ook wel eens twee opera's achter elkaar: concertant en daarna in het Muziekthaeater een andere. Enfin, helemaal ideaal is het niet. Deze dag viel mee vanwege het gevarieerde programma. Eerst het jubileumconcert van Bernard Haitink bij het Radio Philharmonisch Orkest. Hij dirigeerde dat orkest voor het eerst in juli 1954, en met het stuk dat hij toen dirigeerde opende hij nu dit concert: Wagners Vorspiel en Liebestod. Het zal in 1954 vast niet zo evenwichtig en fraai opgebouwd hebben geklonken als nu. Anne Schwanewilms viel in voor Christiane Karg, en haar stem is naar mijn indruk kleiner geworden dan wat ik me van haar herinner. Ze zingt nog steeds erg fraai, slank en expressief, maar soms werd ze iets teveel door het orkest overstemd. De zeven liederen van Berg kende ik niet, maar bleken mooier dan ik vooraf vreesde. Mahler 4 is natuurlijk een kolfje naar Haitinks hand, en hij liet het stuk volledig voor zichzelf spreken: geen malle fratsen, slank en doorzichtig orkestspel. Na het tweede deel liet Schwanewilms minstens 5 minuten op zich wachten; Haitink was duidelijk not amused. Maar ze maakte het in het slotdeel helemaal goed. De foto hierboven is van dit concert.
Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Bernard Haitink
Anne Schwanewilms, sopraan
Wagner: Vorspiel en Liebestod uit Tristan und Isolde
Berg: Sieben Frühe Lieder
Mahler: Symfonie nr. 4
Sinds ik deze weblog startte, was het nog niet voorgekomen: twee concerten op één dag. Het gebeurde wel eens eerder, maar dat was heel lang terug: op zaterdagmiddag naar de Matinee, en 's avonds een ander concert of opera. Ook wel eens twee opera's achter elkaar: concertant en daarna in het Muziekthaeater een andere. Enfin, helemaal ideaal is het niet. Deze dag viel mee vanwege het gevarieerde programma. Eerst het jubileumconcert van Bernard Haitink bij het Radio Philharmonisch Orkest. Hij dirigeerde dat orkest voor het eerst in juli 1954, en met het stuk dat hij toen dirigeerde opende hij nu dit concert: Wagners Vorspiel en Liebestod. Het zal in 1954 vast niet zo evenwichtig en fraai opgebouwd hebben geklonken als nu. Anne Schwanewilms viel in voor Christiane Karg, en haar stem is naar mijn indruk kleiner geworden dan wat ik me van haar herinner. Ze zingt nog steeds erg fraai, slank en expressief, maar soms werd ze iets teveel door het orkest overstemd. De zeven liederen van Berg kende ik niet, maar bleken mooier dan ik vooraf vreesde. Mahler 4 is natuurlijk een kolfje naar Haitinks hand, en hij liet het stuk volledig voor zichzelf spreken: geen malle fratsen, slank en doorzichtig orkestspel. Na het tweede deel liet Schwanewilms minstens 5 minuten op zich wachten; Haitink was duidelijk not amused. Maar ze maakte het in het slotdeel helemaal goed. De foto hierboven is van dit concert.
31 augustus 2014
Concert 25 augustus 2014
Concert 25 augustus 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Leonidas Kavakos, viool
Brahms: Vioolconcert
R. Strauss: Tod und Verklärung
R. Strauss: Till Eulenspiegels lustige Streiche
Kavakos is komend jaar Artist in Residence en hij opende dat met een grandioze uitvoering van Brahms' vioolconcert. Dat is een hondsmoeilijk en machtig stuk, en Leonidas bewees hier zijn reputatie als een van de meest technisch briljante violisten van deze tijd. Puntgaaf gespeeld, fraai opgebouwd. De begeleiding door het orkest was vooral dienstbaar, relatief ingehouden. Dat kan ook grootser en rauwer, maar zo innig begeleid heeft ook wel wat. Het Adagio is Brahms op zijn allermooist en allerbest (en dat terwijl Brahms eigenlijk alleen maar goede muziek heeft nagelaten; Brahms is altijd goed!). Na de pauze twee karakterstukken van Richard Strauss; wat een fenomenaal orkestrator. Het Largo waarmee Tod und Verklärung opent, vind ik zo'n geweldig stuk. Jansons en het KCO brachten Tod und Verklärung enkele jaren geleden al, maar voor zover ik weet speelden ze Till Eulenspiegel nu voor het eerst. Het guitige zootje ongeregeld van dit stuk knalde de zaal in. 'Gewoon' weer een KCO-concert waarna je gelukzalig naar huis gaat.
De foto hierboven heb ik van de facebook-pagina van het orkest gehaald; hij werd volgens het bijschrift tijdens de repetities op de vrijdag voor het concert gemaakt. Ik weet alleen niet waar ze toen repeteerden, want dit is duidelijk niet het Concertgebouw.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Leonidas Kavakos, viool
Brahms: Vioolconcert
R. Strauss: Tod und Verklärung
R. Strauss: Till Eulenspiegels lustige Streiche
Kavakos is komend jaar Artist in Residence en hij opende dat met een grandioze uitvoering van Brahms' vioolconcert. Dat is een hondsmoeilijk en machtig stuk, en Leonidas bewees hier zijn reputatie als een van de meest technisch briljante violisten van deze tijd. Puntgaaf gespeeld, fraai opgebouwd. De begeleiding door het orkest was vooral dienstbaar, relatief ingehouden. Dat kan ook grootser en rauwer, maar zo innig begeleid heeft ook wel wat. Het Adagio is Brahms op zijn allermooist en allerbest (en dat terwijl Brahms eigenlijk alleen maar goede muziek heeft nagelaten; Brahms is altijd goed!). Na de pauze twee karakterstukken van Richard Strauss; wat een fenomenaal orkestrator. Het Largo waarmee Tod und Verklärung opent, vind ik zo'n geweldig stuk. Jansons en het KCO brachten Tod und Verklärung enkele jaren geleden al, maar voor zover ik weet speelden ze Till Eulenspiegel nu voor het eerst. Het guitige zootje ongeregeld van dit stuk knalde de zaal in. 'Gewoon' weer een KCO-concert waarna je gelukzalig naar huis gaat.
De foto hierboven heb ik van de facebook-pagina van het orkest gehaald; hij werd volgens het bijschrift tijdens de repetities op de vrijdag voor het concert gemaakt. Ik weet alleen niet waar ze toen repeteerden, want dit is duidelijk niet het Concertgebouw.
29 augustus 2014
26 augustus 2014
Concert 20 augustus 2014
Woensdag 20 augustus 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Jean-Yves Thibaudet, piano
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 1
Ravel: Pianoconcert in G
Ravel: 2e Suite uit Daphnis et Chloé
Jansons begint aan zijn laatste seizoen als chefdirigent van het KCO, maar niets duidt erop dat dirigent en orkest elkaar niet meer mogen. Integendeel. Ondanks dat dit hun eerste concert na de zomervakantie was, speelde het orkest uiterst secuur, ragfijn en precies zoals Jansons het kennelijk eiste. Sjostakovitsj' Eerste is een jeugdwerk, maar behoort wel tot zijn meest geslaagde symfonieën. Ik hoorde het ooit eens gedirigeerd door Georg Solti, maar nu klonk het stellig met meer precisie. De zaal luisterde muisstil. Na de pauze Thibaudet in het pianoconcert in G van Ravel; ik weet niet hoe vaak ik het hem heb horen spelen; dit was zeker niet de tweede keer. Het werk zit hem van nature in de vingers; als toegift speelde hij de Pavane pour un infante défunte. Tenslotte het voltallige KCO in de tweede suite uit Daphnis et Chloé. Tja, ik schreef het hier al eens: deze suite begint met het fraaiste stuk uit het hele werk, maar die zonsopkomst heeft eigenlijk een inleiding nodig. Zo koud begonnen is het effect minder krachtig. Enfin, het blijft een hoogtepunt in de orkestliteratuur: niet alleen die climax van de zonsopkomst, maar juist ook dat lijzige wakker worden erna. De fluitsolo en de apotheose: het werd allemaal grandioos gespeeld. De foto hierboven werd tijdens het concert gemaakt, en plukte ik van de facebookpagina van het orkest.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Jean-Yves Thibaudet, piano
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 1
Ravel: Pianoconcert in G
Ravel: 2e Suite uit Daphnis et Chloé
Jansons begint aan zijn laatste seizoen als chefdirigent van het KCO, maar niets duidt erop dat dirigent en orkest elkaar niet meer mogen. Integendeel. Ondanks dat dit hun eerste concert na de zomervakantie was, speelde het orkest uiterst secuur, ragfijn en precies zoals Jansons het kennelijk eiste. Sjostakovitsj' Eerste is een jeugdwerk, maar behoort wel tot zijn meest geslaagde symfonieën. Ik hoorde het ooit eens gedirigeerd door Georg Solti, maar nu klonk het stellig met meer precisie. De zaal luisterde muisstil. Na de pauze Thibaudet in het pianoconcert in G van Ravel; ik weet niet hoe vaak ik het hem heb horen spelen; dit was zeker niet de tweede keer. Het werk zit hem van nature in de vingers; als toegift speelde hij de Pavane pour un infante défunte. Tenslotte het voltallige KCO in de tweede suite uit Daphnis et Chloé. Tja, ik schreef het hier al eens: deze suite begint met het fraaiste stuk uit het hele werk, maar die zonsopkomst heeft eigenlijk een inleiding nodig. Zo koud begonnen is het effect minder krachtig. Enfin, het blijft een hoogtepunt in de orkestliteratuur: niet alleen die climax van de zonsopkomst, maar juist ook dat lijzige wakker worden erna. De fluitsolo en de apotheose: het werd allemaal grandioos gespeeld. De foto hierboven werd tijdens het concert gemaakt, en plukte ik van de facebookpagina van het orkest.
Concert 19 augustus 2014
Dinsdag 19 augustus 2014, Concertgebouw Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin
Mahler: Symfonie nr. 6
Zo, het nieuwe concertseizoen is van start gegaan. In een week tijd drie concerten met stevige orkestwerken: het RphO en het KCO gaan in Europa de festivals af, en dat doe je dan niet met een Haydn-symfonie of een Rossini-ouverture, want het hele orkest moet mee. Het Rotterdams Philharmonisch opende de reeks en ging vol aan de bak met de Zesde van Mahler, zijn ongemakkelijkste symfonie. Het stuk eindigt uiterst wrang, en ook in de anderhalf uur daarvoor zit je eigenlijk nauwelijks lekker in je stoel. En toch is het een stuk dat voortdurend intrigeert. Ik hoorde Nézet-Séguin nog nooit eerder tijdens een concert, alleen als operadirigent bij DNO (zie de dirigentenlijst hiernaast). Dat beviel steeds uitstekend. Ook op het concertpodium is zijn gedrevenheid enorm, en dat maakte dit een typisch Rotterdamse uitvoering: gedreven, zonder kapsones, ongepolijst, met opgestroopte mouwen. Soms prachtig, soms ook wat kort door de bocht. Het nieuwe concertseizoen kon daarentegen slechter beginnen.
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin
Mahler: Symfonie nr. 6
Zo, het nieuwe concertseizoen is van start gegaan. In een week tijd drie concerten met stevige orkestwerken: het RphO en het KCO gaan in Europa de festivals af, en dat doe je dan niet met een Haydn-symfonie of een Rossini-ouverture, want het hele orkest moet mee. Het Rotterdams Philharmonisch opende de reeks en ging vol aan de bak met de Zesde van Mahler, zijn ongemakkelijkste symfonie. Het stuk eindigt uiterst wrang, en ook in de anderhalf uur daarvoor zit je eigenlijk nauwelijks lekker in je stoel. En toch is het een stuk dat voortdurend intrigeert. Ik hoorde Nézet-Séguin nog nooit eerder tijdens een concert, alleen als operadirigent bij DNO (zie de dirigentenlijst hiernaast). Dat beviel steeds uitstekend. Ook op het concertpodium is zijn gedrevenheid enorm, en dat maakte dit een typisch Rotterdamse uitvoering: gedreven, zonder kapsones, ongepolijst, met opgestroopte mouwen. Soms prachtig, soms ook wat kort door de bocht. Het nieuwe concertseizoen kon daarentegen slechter beginnen.
09 juli 2014
Opera 30 juni 2014
Maandag 30 juni 2014, Muziektheater Amstertdam
De Nationale Opera
Verdi: Falstaff
Falstaff - Ambrogio Maestri
Ford - Massimo Cavallletti
Cajus - Carlo Bosi
Alice - Fiorenza Cedolins
Nannetta - Lisette Oropesa
Mrs. Quickly - Daniela Barcellona
Meg - Maite Beaumont
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Ik kocht in een opwelling een kaartje voor de laatste voorstelling van Falstaff, een zogenaamde cameraplaats op rij 6 in het midden, voor 25 euro. Maar er waren geen camera's, dus voor een dubbeltje op de eerste rang zowat. Het was wederom een feest; bij het verlaten van het Muziektheater was iedereen een een uitgelaten vrolijke stemming. Ik hoorde iemand zeggen: ik ga voortaan alleen nog maar naar komische opera's! Tja, de keuze is dan wel relatief beperkt... Het paard brieste op precies hetzelfde moment als tijdens de eerdere voorstelling op 19 juni, en nu ik vooraan zat kon ik zien dat de kisten wijn die de vermomde Ford aan Falstaff cadeau deed, de beste keuze vormden (6 kisten Pétrus, daar doe je alles voor!) Over eten en drinken gesproken: op YouTube is te zien hoe Ambrogio Maestri risotto maakt (zie hier).
Voorlopig even geen concerten en opera's meer. Eind augustus weer terug. Maar eerst op vakantie! Fijne zomer allemaal.
De Nationale Opera
Verdi: Falstaff
Falstaff - Ambrogio Maestri
Ford - Massimo Cavallletti
Cajus - Carlo Bosi
Alice - Fiorenza Cedolins
Nannetta - Lisette Oropesa
Mrs. Quickly - Daniela Barcellona
Meg - Maite Beaumont
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Ik kocht in een opwelling een kaartje voor de laatste voorstelling van Falstaff, een zogenaamde cameraplaats op rij 6 in het midden, voor 25 euro. Maar er waren geen camera's, dus voor een dubbeltje op de eerste rang zowat. Het was wederom een feest; bij het verlaten van het Muziektheater was iedereen een een uitgelaten vrolijke stemming. Ik hoorde iemand zeggen: ik ga voortaan alleen nog maar naar komische opera's! Tja, de keuze is dan wel relatief beperkt... Het paard brieste op precies hetzelfde moment als tijdens de eerdere voorstelling op 19 juni, en nu ik vooraan zat kon ik zien dat de kisten wijn die de vermomde Ford aan Falstaff cadeau deed, de beste keuze vormden (6 kisten Pétrus, daar doe je alles voor!) Over eten en drinken gesproken: op YouTube is te zien hoe Ambrogio Maestri risotto maakt (zie hier).
Voorlopig even geen concerten en opera's meer. Eind augustus weer terug. Maar eerst op vakantie! Fijne zomer allemaal.
Opera 19 juni 2014
Donderdag 19 juni 2014, Muziektheater Amstertdam
De Nationale Opera
Verdi: Falstaff
Falstaff - Ambrogio Maestri
Ford - Massimo Cavallletti
Cajus - Carlo Bosi
Alice - Fiorenza Cedolins
Nannetta - Lisette Oropesa
Mrs. Quickly - Daniela Barcellona
Meg - Maite Beaumont
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Sinds de opening van het Muziekthater in 1987 is dit de derde nieuwe productie van Falstaff. Het was indertijd zelfs de eerste operaproductie in dit theater (niet echt een bijzondere kan ik me herinneren - iets met een houten watermolen), en later bracht het KCO o.l.v. Chailly ook een serie voorstellingen. Toch kon het stuk me nooit zo bekoren, en op cd probeerde ik de opera meerdere keren te beluisteren, maar echt aantrekkelijk vond ik het werk eerlijk gezegd nooit. Tot deze avond. Blijkbaar moest er een verrukkelijke en sublieme regie aan te pas komen om het werk mij in mijn hart te doen sluiten. De zes scenes werden door Robert Carsen meer dan prachtig en aanstekelijk uitgebeeld. En ja, als dan ook nog dé Falstaff van dit moment voor de titelrol werd gecontracteerd, de vier dames kirrend en puntig hun rollen brachten, iedereen er zichtbaar en hoorbaar veel plezier in had, en Gatti en het KCO een ideale combi vormden, tja, dan kon ik niet anders dan me voor dit stuk volledig gewonnen geven. Ik heb het lange tijd niet erin gezien, maar uiteindelijk moet ook ik toegeven dat Verdi met deze opera een meesterwerk componeerde waarin muziek en tekst haast nauwer verbonden zijn dan in welke andere opera ook. DNO bracht hiermee voor de derde opera op rij (na Arabella en Faust) een memorabele productie.
De Nationale Opera
Verdi: Falstaff
Falstaff - Ambrogio Maestri
Ford - Massimo Cavallletti
Cajus - Carlo Bosi
Alice - Fiorenza Cedolins
Nannetta - Lisette Oropesa
Mrs. Quickly - Daniela Barcellona
Meg - Maite Beaumont
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Sinds de opening van het Muziekthater in 1987 is dit de derde nieuwe productie van Falstaff. Het was indertijd zelfs de eerste operaproductie in dit theater (niet echt een bijzondere kan ik me herinneren - iets met een houten watermolen), en later bracht het KCO o.l.v. Chailly ook een serie voorstellingen. Toch kon het stuk me nooit zo bekoren, en op cd probeerde ik de opera meerdere keren te beluisteren, maar echt aantrekkelijk vond ik het werk eerlijk gezegd nooit. Tot deze avond. Blijkbaar moest er een verrukkelijke en sublieme regie aan te pas komen om het werk mij in mijn hart te doen sluiten. De zes scenes werden door Robert Carsen meer dan prachtig en aanstekelijk uitgebeeld. En ja, als dan ook nog dé Falstaff van dit moment voor de titelrol werd gecontracteerd, de vier dames kirrend en puntig hun rollen brachten, iedereen er zichtbaar en hoorbaar veel plezier in had, en Gatti en het KCO een ideale combi vormden, tja, dan kon ik niet anders dan me voor dit stuk volledig gewonnen geven. Ik heb het lange tijd niet erin gezien, maar uiteindelijk moet ook ik toegeven dat Verdi met deze opera een meesterwerk componeerde waarin muziek en tekst haast nauwer verbonden zijn dan in welke andere opera ook. DNO bracht hiermee voor de derde opera op rij (na Arabella en Faust) een memorabele productie.
02 juli 2014
Recital 15 juni 2014
Zondag 15 juni 2014, Concertgebouw Amsterdam
Krystian Zimerman, piano
Beethoven: Sonate nr. 30, op. 109
Beethoven: Sonate nr. 31, op. 110
Beethoven: Sonate nr. 32, op. 111
Zimerman treedt weinig op, en speelt uitsluitend repertoire dat hij zich helemaal eigen heeft gemaakt. Het is aan de uitvoeringen af te horen: alles klinkt volstrekt natuurlijk, afgewogen en gerijpt, ofschoon zeker niet koudbloedig: soms legt hij zijn (eigen) piano het vuur flink aan de schenen. Van deze drie laatste Beethoven-sonates is die op. 109 mij het meest dierbaar: het derde deel met het thema en de variaties is zo ongelooflijk mooi. Maar goed, ook de twee andere sonates zijn meesterwerken, hier in hun volle kracht uitgevoerd. Geen authentieke fratsen bij Zimerman. Ook is hij de man niet voor wie op toegiften zit te wachten. Het concert was daarom al voor tien uur afgelopen. Maar het was wel een prachtig recital. Na de pauze sprak Zimerman de zaal eventjes toe, om uit te leggen hoe hij tot Beethoven gekomen was.
Krystian Zimerman, piano
Beethoven: Sonate nr. 30, op. 109
Beethoven: Sonate nr. 31, op. 110
Beethoven: Sonate nr. 32, op. 111
Zimerman treedt weinig op, en speelt uitsluitend repertoire dat hij zich helemaal eigen heeft gemaakt. Het is aan de uitvoeringen af te horen: alles klinkt volstrekt natuurlijk, afgewogen en gerijpt, ofschoon zeker niet koudbloedig: soms legt hij zijn (eigen) piano het vuur flink aan de schenen. Van deze drie laatste Beethoven-sonates is die op. 109 mij het meest dierbaar: het derde deel met het thema en de variaties is zo ongelooflijk mooi. Maar goed, ook de twee andere sonates zijn meesterwerken, hier in hun volle kracht uitgevoerd. Geen authentieke fratsen bij Zimerman. Ook is hij de man niet voor wie op toegiften zit te wachten. Het concert was daarom al voor tien uur afgelopen. Maar het was wel een prachtig recital. Na de pauze sprak Zimerman de zaal eventjes toe, om uit te leggen hoe hij tot Beethoven gekomen was.
Concert 7 juni 2014
Zaterdag 7 juni 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koor en orkest van het Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Grace Davidson, sopraan
Damien Guillon, countertenor
Thomas Hobbs, tenor
Peter Kooij, bas
J.S. Bach: Cantate Gott fähret auf mit Jauchzen, BWV 43
J.S. Bach: Cantate Bleib bei uns, denn es will Abend werden, BWV 6
J.M. Bach: Geistliches Konzert Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ
J.S. Bach: Himmelfahrts-Oratorium, BWV 11
Altijd fijn, zo'n concert met Bach-cantates, uitgevoerd door Herreweghe met zijn eigen koor en orkest. De solisten zingen ook met het koor mee, dat in totaal 12 zangers kent. De cantates BWV 43 en 44 kende ik redelijk goed; ze bevatten een prachtig zelfde koraal dat door Bach echter in totaal verschillende modus is getoonzet. Verder nog twee andere cantates bestemd voor Pasen en Hemelvaart, waaronder eentje van een oudoom en zelfs de eerste schoonvader van Bach. Hoe fraai dat Geistliches Konzert ook was, het kwaliteitsverschil met wat Bach later aan het papier toevertrouwde is flink groot. Het Himmelfahrts-Oratorium is natuurlijk een grandioos stuk, waar tijdens de uitvoering de vonken vanaf vlogen. De zaal reageerde uitbundig; het openingskoor werd gebisseerd.
Koor en orkest van het Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Grace Davidson, sopraan
Damien Guillon, countertenor
Thomas Hobbs, tenor
Peter Kooij, bas
J.S. Bach: Cantate Gott fähret auf mit Jauchzen, BWV 43
J.S. Bach: Cantate Bleib bei uns, denn es will Abend werden, BWV 6
J.M. Bach: Geistliches Konzert Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ
J.S. Bach: Himmelfahrts-Oratorium, BWV 11
Altijd fijn, zo'n concert met Bach-cantates, uitgevoerd door Herreweghe met zijn eigen koor en orkest. De solisten zingen ook met het koor mee, dat in totaal 12 zangers kent. De cantates BWV 43 en 44 kende ik redelijk goed; ze bevatten een prachtig zelfde koraal dat door Bach echter in totaal verschillende modus is getoonzet. Verder nog twee andere cantates bestemd voor Pasen en Hemelvaart, waaronder eentje van een oudoom en zelfs de eerste schoonvader van Bach. Hoe fraai dat Geistliches Konzert ook was, het kwaliteitsverschil met wat Bach later aan het papier toevertrouwde is flink groot. Het Himmelfahrts-Oratorium is natuurlijk een grandioos stuk, waar tijdens de uitvoering de vonken vanaf vlogen. De zaal reageerde uitbundig; het openingskoor werd gebisseerd.
15 juni 2014
Opera 25 mei 2014
Zondag 25 mei, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
Gounod: Faust
Faust - Michael fabiano
Méphistophélès - Mikhail Petrenko
Valentin - Florian Sempey
Marguerite - Irina Langu
Siebel - Marianne Crebassa
Koor van De Nationale Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Minkowski
Ik hoorde deze opera nog nooit eerder, ook niet op cd. Ik heb er wel een uitvoering van in de kast staan, maar die kwam er nog nooit uit. Daar moet het nu wel snel van gaan komen, want eigenlijk is Faust een ongecompliceerd stuk muziek dat erin gaat als koek. Het verhaal is wat minder vrolijk, maar voldoende bekend en niet al te complex. Gounod is geen muzikale scherpslijper: het klinkt allemaal recht door zee, warm en aantrekkelijk. Deze middag werd onvergetelijk door de prachtige regie van Àlex Ollé, de uitstekende zangers en het grandioos spelende Rotterdams Philharmonisch. Het orkest speelde werkelijk glanzend en energiek, flink opgestuwd door Minkowski. Fabiano, Lungu en Petrenko zongen en speelden hun rol geweldig goed. De middag was in een vloek en een zucht voorbij.
De Nationale Opera
Gounod: Faust
Faust - Michael fabiano
Méphistophélès - Mikhail Petrenko
Valentin - Florian Sempey
Marguerite - Irina Langu
Siebel - Marianne Crebassa
Koor van De Nationale Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Minkowski
Ik hoorde deze opera nog nooit eerder, ook niet op cd. Ik heb er wel een uitvoering van in de kast staan, maar die kwam er nog nooit uit. Daar moet het nu wel snel van gaan komen, want eigenlijk is Faust een ongecompliceerd stuk muziek dat erin gaat als koek. Het verhaal is wat minder vrolijk, maar voldoende bekend en niet al te complex. Gounod is geen muzikale scherpslijper: het klinkt allemaal recht door zee, warm en aantrekkelijk. Deze middag werd onvergetelijk door de prachtige regie van Àlex Ollé, de uitstekende zangers en het grandioos spelende Rotterdams Philharmonisch. Het orkest speelde werkelijk glanzend en energiek, flink opgestuwd door Minkowski. Fabiano, Lungu en Petrenko zongen en speelden hun rol geweldig goed. De middag was in een vloek en een zucht voorbij.
30 mei 2014
Concert 23 mei 2014
Vrijdag 23 mei 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Lionel Bringuier
Simon Trpceski, piano
Rachmaninov: Pianoconcert nr. 2
Debussy: Prélude à l'après-midi d'un faune
Skrjabin: Le poème de l'extase
Lionel Bringuier debuteerde bij het KCO en deed dat met krachtige hand. Het orkest speelde spits en gepolijst. Ik miste in Rachmaninov en Debussy de vervoering; het klonk allemaal iets te netjes. Trpceski is een groot pianist en hij speelde het Tweede concert van Rachmanonov met autoriteit. Maar meeslepend werd de uitvoering helaas niet. Datzelfde gold voor de Prélude van Debussy. Het is een onaards mooi werk. Bij het KCO klinkt Debussy eigenlijk altijd faai, maar ik miste het lijzige en de sensualiteit. Le poème de l'extase kreeg echter wel een prachtige uitvoering. Het is een merkwaardig stuk dat aanvankelijk wat ongeordend opgebouwd lijkt, maar gaandeweg helderder wordt en dan glorieus en glanzend afsluit. De koperblazers van het orkest speelden grandioos!
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Lionel Bringuier
Simon Trpceski, piano
Rachmaninov: Pianoconcert nr. 2
Debussy: Prélude à l'après-midi d'un faune
Skrjabin: Le poème de l'extase
Lionel Bringuier debuteerde bij het KCO en deed dat met krachtige hand. Het orkest speelde spits en gepolijst. Ik miste in Rachmaninov en Debussy de vervoering; het klonk allemaal iets te netjes. Trpceski is een groot pianist en hij speelde het Tweede concert van Rachmanonov met autoriteit. Maar meeslepend werd de uitvoering helaas niet. Datzelfde gold voor de Prélude van Debussy. Het is een onaards mooi werk. Bij het KCO klinkt Debussy eigenlijk altijd faai, maar ik miste het lijzige en de sensualiteit. Le poème de l'extase kreeg echter wel een prachtige uitvoering. Het is een merkwaardig stuk dat aanvankelijk wat ongeordend opgebouwd lijkt, maar gaandeweg helderder wordt en dan glorieus en glanzend afsluit. De koperblazers van het orkest speelden grandioos!
Concert 15 mei 2014
Donderdag 15 mei 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Fabio Luisi
Vesko Eschkenazy, viool
Honegger: Rugby
Lalo: Symphonie espagnole
Saint-Saëns: Symfonie nr. 3 'Orgelsymfonie'
Geen programma met ultieme meesterwerken, maar wel een lekkere avond. Rugby van Honneger kende ik niet; het is een energiek stuk dat volbloedig werd gespeeld. Concertmeester Vesko Eschkenazy speelde ofschoon niet als een meesterviolist, maar wel vol passie het vijfdelige concert van Lalo. Het is 'Maartje van Weegen-muziek', zoals mijn medeconcertganger opmerkte: het laat zich gemakkelijk beluisteren, houdt de aandacht vast, maar diepe indruk maakt het niet. Na de pauze hoorde ik dan eindelijk voor het eerst live de orgelsymfonie van Saint-Saëns. Ik ken het stuk door en door, maar in de zaal hoorde ik het nog nooit. Thematisch geen al te diepgaand werk, maar uiterst origineel en gewoon erg lekker om te horen. Die heerlijk diepe orgelklank aan het begin van het tweede deel: die voel je in je hele lijf. Luisi dirigeerde een geweldige uitvoering: strak en krachtig. Hij zou eens vaker voor het KCO moeten staan...
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Fabio Luisi
Vesko Eschkenazy, viool
Honegger: Rugby
Lalo: Symphonie espagnole
Saint-Saëns: Symfonie nr. 3 'Orgelsymfonie'
Geen programma met ultieme meesterwerken, maar wel een lekkere avond. Rugby van Honneger kende ik niet; het is een energiek stuk dat volbloedig werd gespeeld. Concertmeester Vesko Eschkenazy speelde ofschoon niet als een meesterviolist, maar wel vol passie het vijfdelige concert van Lalo. Het is 'Maartje van Weegen-muziek', zoals mijn medeconcertganger opmerkte: het laat zich gemakkelijk beluisteren, houdt de aandacht vast, maar diepe indruk maakt het niet. Na de pauze hoorde ik dan eindelijk voor het eerst live de orgelsymfonie van Saint-Saëns. Ik ken het stuk door en door, maar in de zaal hoorde ik het nog nooit. Thematisch geen al te diepgaand werk, maar uiterst origineel en gewoon erg lekker om te horen. Die heerlijk diepe orgelklank aan het begin van het tweede deel: die voel je in je hele lijf. Luisi dirigeerde een geweldige uitvoering: strak en krachtig. Hij zou eens vaker voor het KCO moeten staan...
18 mei 2014
Opera 2 mei 2014
Vrijdag 2 mei 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera
R. Strauss: Arabella
Arabella - Jacquelyn Wagner
Zdenka - Agneta Eichenholz
Mandryka - James Rutherford
Adelaide - Charlotte Margiono
Waldner - Alfred Reiter
Matteo - Will Hartmann
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
De Nationale Opera
R. Strauss: Arabella
Arabella - Jacquelyn Wagner
Zdenka - Agneta Eichenholz
Mandryka - James Rutherford
Adelaide - Charlotte Margiono
Waldner - Alfred Reiter
Matteo - Will Hartmann
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Tweede keer naar deze prachtige opera van Herr Doktor Strauss. Ik zat nu op rij 7 (de vorige keer helemaal achterin) en dat kijkt en luistert toch iets prettiger. Het was de laatste voorstelling uit de reeks, en ik had het idee dat het stuk er helemaal goed in zat bij zangers en orkest. Jacqueline Wagner draagt de voorstelling - ze leek de perfecte Arabella. In James Rutherford had ze een prima tegenspeler en het duet met haar zuster in het eerste bedrijf is het hoogtepunt van de avond. Eigenlijk is Arabella een eigenaardige opera. In de meeste opera's wordt in de eerste helft het probleem neergezet en flink uitgediept, waarna in de tweede helft naar de ontknoping wordt toegewerkt (ten goede of - meestal - ten kwade). In Arabella is halverwege eigenlijk alles geregeld: Mandryka en Arabella zijn aan elkaar geknoopt en kan overgegaan worden tot het huwelijk. Het publiek bereikt al het verzadigde 'feel good-gevoel' dat het pas aan het einde hoort te hebben. Maar dan vraagt Araballa opeens nog een uurtje om afscheid te nemen van haar meisjestijd, en dan pas begint het gedoe. Pas een minuut voor de slotnoot komt alles toch nog goed.
07 mei 2014
Concert 23 april 2014
Woensdag 23 april 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Frank Peter Zimmermann, viool
Krystian Zimerman, piano
Rossini: Ouverture La scala di seta
Mozart: Vioolconcert nr. 3
Brahms: Pianoconcert nr. 1
Daags voor dit concert werd bekendgemaakt dat Jansons eind volgend seizoen stopt als chefdirigent. Jammerlijk nieuws, ofschoon geen onbegrijpelijke beslissing. Als hij daarna enkele keren per jaar blijft terugkeren is er niet zo heel veel verloren. De vraag is of een orkest ook zonder chefdirigent kan: binnen en rondom het orkest zitten voldoende kundige mensen die de artistieke kwaliteit kunnen borgen. Je hebt geen chefdirigent nodig om goede orkestmusici te selecteren of om korte-, middellange- of langetermijnbeslissingen over repertoire en de keuze van solisten en gastdirigenten te nemen. Maar goed, Jansons is en blijft natuurlijk wel een groot dirigent. Van de zes chefs uit de historie van het KCO zijn er drie nog in leven, dus als je die steeds twee of drie weken voor het orkest zet, heb je al een ruime kwart van het seizoen gevuld... Nu nog even de relatie met de oude Bernard herstellen. Ik schreef al eerder dat Iván Fischer een ideale opvolger zou zijn. Nelsons heb ik te weinig gehoord om er een goed oordeel over te hebben; Gatti vind ik te weinig sterk voor deze post. Fabio Luisi lijkt me daarentegen een goede mogelijkheid.
Enfin, Jansons werd bij aanvang door de helft van het publiek op een staand applaus verwelkomd, en daarva volgde een fraaie Rossini en een herhaling van het Derde vioolconcert van Mozart met Zimmermann, levendiger en speelser dan een maand geleden (zie hier). Na de pauze de terugkeer van Krystian Zimerman. Hij speelt zelden concerten met orkest, maar nu dan toch in Brahms Eerste pianoconcert. Het staat me bij dat ik hem dit concert al een eerder heb horen spelen bij het KCO, ergens eind jaren tachtig o.l.v. David Zinman. Deze uitvoering met Jansons was memorabel: krachtig, stormachtig, en bijzonder gedreven. Het tweede deel behoort tot het mooiste wat Brahms schreef, en het kreeg een intense uitvoering, zacht en breekbaar. Musiceren op het hoogste niveau. Ik nam bovenstaande foto zelf met mijn telefoon.
Abonneren op:
Posts (Atom)















