26 augustus 2014

Concert 19 augustus 2014

Dinsdag 19 augustus 2014, Concertgebouw Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin

Mahler: Symfonie nr. 6

Zo, het nieuwe concertseizoen is van start gegaan. In een week tijd drie concerten met stevige orkestwerken: het RphO en het KCO gaan in Europa de festivals af, en dat doe je dan niet met een Haydn-symfonie of een Rossini-ouverture, want het hele orkest moet mee. Het Rotterdams Philharmonisch opende de reeks en ging vol aan de bak met de Zesde van Mahler, zijn ongemakkelijkste symfonie. Het stuk eindigt uiterst wrang, en ook in de anderhalf uur daarvoor zit je eigenlijk nauwelijks lekker in je stoel. En toch is het een stuk dat voortdurend intrigeert. Ik hoorde Nézet-Séguin nog nooit eerder tijdens een concert, alleen als operadirigent bij DNO (zie de dirigentenlijst hiernaast). Dat beviel steeds uitstekend. Ook op het concertpodium is zijn gedrevenheid enorm, en dat maakte dit een typisch Rotterdamse uitvoering: gedreven, zonder kapsones, ongepolijst, met opgestroopte mouwen. Soms prachtig, soms ook wat kort door de bocht. Het nieuwe concertseizoen kon daarentegen slechter beginnen.

09 juli 2014

Opera 30 juni 2014

Maandag 30 juni 2014, Muziektheater Amstertdam
De Nationale Opera

Verdi: Falstaff

Falstaff - Ambrogio Maestri
Ford - Massimo Cavallletti
Cajus - Carlo Bosi
Alice - Fiorenza Cedolins
Nannetta - Lisette Oropesa
Mrs. Quickly - Daniela Barcellona
Meg - Maite Beaumont
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti

Ik kocht in een opwelling een kaartje voor de laatste voorstelling van Falstaff, een zogenaamde cameraplaats op rij 6 in het midden, voor 25 euro. Maar er waren geen camera's, dus voor een dubbeltje op de eerste rang zowat. Het was wederom een feest; bij het verlaten van het Muziektheater was iedereen een een uitgelaten vrolijke stemming. Ik hoorde iemand zeggen: ik ga voortaan alleen nog maar naar komische opera's! Tja, de keuze is dan wel relatief beperkt... Het paard brieste op precies hetzelfde moment als tijdens de eerdere voorstelling op 19 juni, en nu ik vooraan zat kon ik zien dat de kisten wijn die de vermomde Ford aan Falstaff cadeau deed, de beste keuze vormden (6 kisten Pétrus, daar doe je alles voor!) Over eten en drinken gesproken: op YouTube is te zien hoe Ambrogio Maestri risotto maakt (zie hier).
Voorlopig even geen concerten en opera's meer. Eind augustus weer terug. Maar eerst op vakantie! Fijne zomer allemaal.

Opera 19 juni 2014

Donderdag 19 juni 2014, Muziektheater Amstertdam
De Nationale Opera

Verdi: Falstaff

Falstaff - Ambrogio Maestri
Ford - Massimo Cavallletti
Cajus - Carlo Bosi
Alice - Fiorenza Cedolins
Nannetta - Lisette Oropesa
Mrs. Quickly - Daniela Barcellona
Meg - Maite Beaumont
Koor van De Nationale Opera
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti

Sinds de opening van het Muziekthater in 1987 is dit de derde nieuwe productie van Falstaff. Het was  indertijd zelfs de eerste operaproductie in dit theater (niet echt een bijzondere kan ik me herinneren - iets met een houten watermolen), en later bracht het KCO o.l.v. Chailly ook een serie voorstellingen. Toch kon het stuk me nooit zo bekoren, en op cd probeerde ik de opera meerdere keren te beluisteren, maar echt aantrekkelijk vond ik het werk eerlijk gezegd nooit. Tot deze avond. Blijkbaar moest er een verrukkelijke en sublieme regie aan te pas komen om het werk mij in mijn hart te doen sluiten. De zes scenes werden door Robert Carsen meer dan prachtig en aanstekelijk uitgebeeld. En ja, als dan ook nog dé Falstaff van dit moment voor de titelrol werd gecontracteerd, de vier dames kirrend en puntig hun rollen brachten, iedereen er zichtbaar en hoorbaar veel plezier in had, en Gatti en het KCO een ideale combi vormden, tja, dan kon ik niet anders dan me voor dit stuk volledig gewonnen geven. Ik heb het lange tijd niet erin gezien, maar uiteindelijk moet ook ik toegeven dat Verdi met deze opera een meesterwerk componeerde waarin muziek en tekst haast nauwer verbonden zijn dan in welke andere opera ook. DNO bracht hiermee voor de derde opera op rij (na Arabella en Faust) een memorabele productie.

02 juli 2014

Recital 15 juni 2014

Zondag 15 juni 2014, Concertgebouw Amsterdam
Krystian Zimerman, piano

Beethoven: Sonate nr. 30, op. 109
Beethoven: Sonate nr. 31, op. 110
Beethoven: Sonate nr. 32, op. 111

Zimerman treedt weinig op, en speelt uitsluitend repertoire dat hij zich helemaal eigen heeft gemaakt.  Het is aan de uitvoeringen af te horen: alles klinkt volstrekt natuurlijk, afgewogen en gerijpt, ofschoon zeker niet koudbloedig: soms legt hij zijn (eigen) piano het vuur flink aan de schenen. Van deze drie laatste Beethoven-sonates is die op. 109 mij het meest dierbaar: het derde deel met het thema en de variaties is zo ongelooflijk mooi. Maar goed, ook de twee andere sonates zijn meesterwerken, hier in hun volle kracht uitgevoerd. Geen authentieke fratsen bij Zimerman. Ook is hij de man niet voor wie op toegiften zit te wachten. Het concert was daarom al voor tien uur afgelopen. Maar het was wel een prachtig recital. Na de pauze sprak Zimerman de zaal eventjes toe, om uit te leggen hoe hij tot Beethoven gekomen was.

Concert 7 juni 2014

Zaterdag 7 juni 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koor en orkest van het Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Grace Davidson, sopraan
Damien Guillon, countertenor
Thomas Hobbs, tenor
Peter Kooij, bas

J.S. Bach: Cantate Gott fähret auf mit Jauchzen, BWV 43
J.S. Bach: Cantate Bleib bei uns, denn es will Abend werden, BWV 6
J.M. Bach: Geistliches Konzert Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ
J.S. Bach: Himmelfahrts-Oratorium, BWV 11

Altijd fijn, zo'n concert met Bach-cantates, uitgevoerd door Herreweghe met zijn eigen koor en orkest. De solisten zingen ook met het koor mee, dat in totaal 12 zangers kent. De cantates BWV 43 en 44 kende ik redelijk goed; ze bevatten een prachtig zelfde koraal dat door Bach echter in totaal verschillende modus is getoonzet. Verder nog twee andere cantates bestemd voor Pasen en Hemelvaart, waaronder eentje van een oudoom en zelfs de eerste schoonvader van Bach. Hoe fraai dat Geistliches Konzert ook was, het kwaliteitsverschil met wat Bach later aan het papier toevertrouwde is flink groot. Het Himmelfahrts-Oratorium is natuurlijk een grandioos stuk, waar tijdens de uitvoering de vonken vanaf vlogen. De zaal reageerde uitbundig; het openingskoor werd gebisseerd.

15 juni 2014

Opera 25 mei 2014

Zondag 25 mei, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Gounod: Faust

Faust - Michael fabiano
Méphistophélès - Mikhail Petrenko
Valentin - Florian Sempey
Marguerite - Irina Langu
Siebel - Marianne Crebassa
Koor van De Nationale Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Minkowski

Ik hoorde deze opera nog nooit eerder, ook niet op cd. Ik heb er wel een uitvoering van in de kast staan, maar die kwam er nog nooit uit. Daar moet het nu wel snel van gaan komen, want eigenlijk is Faust een ongecompliceerd stuk muziek dat erin gaat als koek. Het verhaal is wat minder vrolijk, maar voldoende bekend en niet al te complex. Gounod is geen muzikale scherpslijper: het klinkt allemaal recht door zee, warm en aantrekkelijk. Deze middag werd onvergetelijk door de prachtige regie van Àlex Ollé, de uitstekende zangers en het grandioos spelende Rotterdams Philharmonisch. Het orkest speelde werkelijk glanzend en energiek, flink opgestuwd door Minkowski. Fabiano, Lungu en Petrenko zongen en speelden hun rol geweldig goed. De middag was in een vloek en een zucht voorbij.

30 mei 2014

Concert 23 mei 2014

Vrijdag 23 mei 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Lionel Bringuier
Simon Trpceski, piano

Rachmaninov: Pianoconcert nr. 2
Debussy: Prélude à l'après-midi d'un faune
Skrjabin: Le poème de l'extase

Lionel Bringuier debuteerde bij het KCO en deed dat met krachtige hand. Het orkest speelde spits en gepolijst. Ik miste in Rachmaninov en Debussy de vervoering; het klonk allemaal iets te netjes. Trpceski is een groot pianist en hij speelde het Tweede concert van Rachmanonov met autoriteit. Maar meeslepend werd de uitvoering helaas niet. Datzelfde gold voor de Prélude van Debussy. Het is een onaards mooi werk. Bij het KCO klinkt Debussy eigenlijk altijd faai, maar ik miste het lijzige en de sensualiteit. Le poème de l'extase kreeg echter wel een prachtige uitvoering. Het is een merkwaardig stuk dat aanvankelijk wat ongeordend opgebouwd lijkt, maar gaandeweg helderder wordt en dan glorieus en glanzend afsluit. De koperblazers van het orkest speelden grandioos!

Concert 15 mei 2014

Donderdag 15 mei 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Fabio Luisi
Vesko Eschkenazy, viool

Honegger: Rugby
Lalo: Symphonie espagnole
Saint-Saëns: Symfonie nr. 3 'Orgelsymfonie'

Geen programma met ultieme meesterwerken, maar wel een lekkere avond. Rugby van Honneger kende ik niet; het is een energiek stuk dat volbloedig werd gespeeld. Concertmeester Vesko Eschkenazy speelde ofschoon niet als een meesterviolist, maar wel vol passie het vijfdelige concert van Lalo. Het is 'Maartje van Weegen-muziek', zoals mijn medeconcertganger opmerkte: het laat zich gemakkelijk beluisteren, houdt de aandacht vast, maar diepe indruk maakt het niet. Na de pauze hoorde ik dan eindelijk voor het eerst live de orgelsymfonie van Saint-Saëns. Ik ken het stuk door en door, maar in de zaal hoorde ik het nog nooit. Thematisch geen al te diepgaand werk, maar uiterst origineel en gewoon erg lekker om te horen. Die heerlijk diepe orgelklank aan het begin van het tweede deel: die voel je in je hele lijf. Luisi dirigeerde een geweldige uitvoering: strak en krachtig. Hij zou eens vaker voor het KCO moeten staan...

18 mei 2014

Opera 2 mei 2014

Vrijdag 2 mei 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

R. Strauss: Arabella

Arabella - Jacquelyn Wagner
Zdenka - Agneta Eichenholz
Mandryka - James Rutherford
Adelaide - Charlotte Margiono
Waldner - Alfred Reiter
Matteo - Will Hartmann
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Tweede keer naar deze prachtige opera van Herr Doktor Strauss. Ik zat nu op rij 7 (de vorige keer helemaal achterin) en dat kijkt en luistert toch iets prettiger. Het was de laatste voorstelling uit de reeks, en ik had het idee dat het stuk er helemaal goed in zat bij zangers en orkest. Jacqueline Wagner draagt de voorstelling - ze leek de perfecte Arabella. In James Rutherford had ze een prima tegenspeler en het duet met haar zuster in het eerste bedrijf is het hoogtepunt van de avond. Eigenlijk is Arabella een eigenaardige opera. In de meeste opera's wordt in de eerste helft het probleem neergezet en flink uitgediept, waarna in de tweede helft naar de ontknoping wordt toegewerkt (ten goede of - meestal - ten kwade). In Arabella is halverwege eigenlijk alles geregeld: Mandryka en Arabella zijn aan elkaar geknoopt en kan overgegaan worden tot het huwelijk. Het publiek bereikt al het verzadigde 'feel good-gevoel' dat het pas aan het einde hoort te hebben. Maar dan vraagt Araballa opeens nog een uurtje om afscheid te nemen van haar meisjestijd, en dan pas begint het gedoe. Pas een minuut voor de slotnoot komt alles toch nog goed.

07 mei 2014

Concert 23 april 2014


Woensdag 23 april 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Frank Peter Zimmermann, viool
Krystian Zimerman, piano

Rossini: Ouverture La scala di seta
Mozart: Vioolconcert nr. 3
Brahms: Pianoconcert nr. 1

Daags voor dit concert werd bekendgemaakt dat Jansons eind volgend seizoen stopt als chefdirigent. Jammerlijk nieuws, ofschoon geen onbegrijpelijke beslissing. Als hij daarna enkele keren per jaar blijft terugkeren is er niet zo heel veel verloren. De vraag is of een orkest ook zonder chefdirigent kan: binnen en rondom het orkest zitten voldoende kundige mensen die de artistieke kwaliteit kunnen borgen. Je hebt geen chefdirigent nodig om goede orkestmusici te selecteren of om korte-, middellange- of langetermijnbeslissingen over repertoire en de keuze van solisten en gastdirigenten te nemen. Maar goed, Jansons is en blijft natuurlijk wel een groot dirigent. Van de zes chefs uit de historie van het KCO zijn er drie nog in leven, dus als je die steeds twee of drie weken voor het orkest zet, heb je al een ruime kwart van het seizoen gevuld... Nu nog even de relatie met de oude Bernard herstellen. Ik schreef al eerder dat Iván Fischer een ideale opvolger zou zijn. Nelsons heb ik te weinig gehoord om er een goed oordeel over te hebben; Gatti vind ik te weinig sterk voor deze post. Fabio Luisi lijkt me daarentegen een goede mogelijkheid.
Enfin, Jansons werd bij aanvang door de helft van het publiek op een staand applaus verwelkomd, en daarva volgde een fraaie Rossini en een herhaling van het Derde vioolconcert van Mozart met Zimmermann, levendiger en speelser dan een maand geleden (zie hier). Na de pauze de terugkeer van Krystian Zimerman. Hij speelt zelden concerten met orkest, maar nu dan toch in Brahms Eerste pianoconcert. Het staat me bij dat ik hem dit concert al een eerder heb horen spelen bij het KCO, ergens eind jaren tachtig o.l.v. David Zinman. Deze uitvoering met Jansons was memorabel: krachtig, stormachtig, en bijzonder gedreven. Het tweede deel behoort tot het mooiste wat Brahms schreef, en het kreeg een intense uitvoering, zacht en breekbaar. Musiceren op het hoogste niveau. Ik nam bovenstaande foto zelf met mijn telefoon.

29 april 2014

Opera 17 april 2014

Donderdag 17 april 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

R. Strauss: Arabella

Arabella - Jacquelyn Wagner
Zdenka - Agneta Eichenholz
Mandryka - James Rutherford
Adelaide - Charlotte Margiono
Waldner - Alfred Reiter
Matteo - Will Hartmann
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Ik hoorde Arabella ooit eens in de Zaterdagmatinee; het is een fraai lyrisch stuk waarin Strauss lekker lange muzikale lijnen trekt, op het kitcherige randje af en toe, maar ik houd er wel van. De eerste akte is het sterkst: het duet van Arabella en haar zus Zdenka is bijzonder fraai, zeker wanneer deze wordt gezongen door twee uitstekende sopranen. De derde akte duurt iets te lang; de ontknoping had wat kernachtiger gekund. Jacquelyn Wagner is een formidabele Arabella, ze zingt zuiver, slank, sensueel. James Rutherford is een imposante Mandryka, maar op de cd-opname die ik van deze opera heb wordt deze rol gezongen door George London en tja daar verbleekt iedereen bij. Charlotte Margiono maakt een geslaagde come-back; haar man gezongen door Alfred Reiter vond ik de meest zwakke schakel van de cast. Marc Albrecht laat het orkest prachtig spelen; Strauss zit duidelijk in zijn genen. De enscenering is weinig spectaculair maar wel effectief. De schuivende achterwand zorgt ervoor dat Arabella soms fraai afsteekt tegen een witte achtergrond, wat haar ook visueel in het middelpunt plaatst. Mooi gedaan. Op 2 mei nog een keer.

27 april 2014

Concert 11 april 2014


Vrijdag 11 april 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Philippe Herreweghe
Maximilian Schmidt, tenor (Evangelist)
Thomas Bauer, bariton (Christus)
Carolyn Sampson, sopraan
Damien Guillon, countertenor
Benjamin Hulett, tenor
Peter Kooij, bas
Nationaal Jongenskoor
Collegium Vocale Gent

Bach: Matthäus-Passion

Herreweghe dirigeerde al vijf keer eerder de Matthäus bij het KCO, en daarvan maakte ik zeker drie jaargangen mee. Zijn laatste keer was in 2005 nog voordat ik deze weblog startte. Soms maakte hij gebruik van het Nederlands Kamerkoor, soms zijn eigen Collegium Vocale Gent. Nu weer met dit laatstgenoemde koor; het is uiteindelijk de beste combinatie voor een geweldige Matthäus: het KCO, het Collegium Vocale en Herreweghe. Over de solisten kun je soms op- en aanmerkingen maken over de details in hun voordracht, maar bij Herreweghe, het KCO en het Collegium Vocale valt er eigenlijk niks negatiefs te zeggen. Herreweghe is sowieso mijn favoriete Bach-dirigent. Hij legt subtiele nadruk op de finesses in de relatie tussen de tekst en de muziek, en hij schuwt het (fijnzinnig ge-etaleerde) dramatische element niet. Zoals bij deze uitvoering: de tien, twintig seconden absolute stilte na het sterven van Christus. De zangers waren prima. Een countertenor in het 'Erbarme dich' hoeft voor mij eigenlijk niet, maar vooruit: als de zanger goed zingt is de aria niet kapot te krijgen. Iedereen zal zo zijn favoriete momenten in de Matthäus hebben, en ofschoon iedere noot ertoe doet in dit meesterwerk hierbij dan mijn top 3, in chronologische volgorde: het koraal 'Was mein Gott will, das g'scheh allzeit', het 'Sind Blitze, sind Donner', en de 'Aus Liebe'-aria. De rest vormen de overige 65 toppers.
In juni keert Herreweghe terug naar het Concertgebouw met het Collegium Vocale, dan met een heerlijk Cantate-programma, waaronder het Himmelfahrts-oratorium. Niet te missen!

22 april 2014

Opera 30 maart 2014


Zondag 30 maart 2014, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Donizetti: Lucia di Lammermoor

Lucia - Jessica Pratt
Edgardo - Ismael Jordi
Enrico - Marco Caria
Raimondo - Alastair Miles
Arturo - Philippe Talbot
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Carlo Rizzi

Ruim zes jaar geleden zag ik deze productie al eens eerder, zie hier de webog daarvan. En nu had ik een totaal andere beleving. Ja, het stuk is een oneindige aaneenschakeling van melodieën, maar nu klonken die allemaal als een eenheid. Dat lag zeker aan Jessica Pratt en Ismael Jordi die geknipt bleken voor hun rol. Zeven jaar geleden was Jordi nog een nieuwkomer, maar zijn stem en zijn voordracht hebben zich geweldig ontwikkeld. Pratt bleek een ideale Lucia; haar stem is slank, zuiver en met de waanzinaria kreeg ze de zaal na afloop aan het loeien. Het grootste pluspunt van deze producte was de directie van Carlo Rizzi. De man dirigeert zonder enige opsmuk, de linker- en rechterarm bewegen nagenoeg synchroon, maar het orkest klinkt scherp en gedreven. Rizzi schijnt de repetitietijd tot op de seconde uit te buiten en het uiterste te eisen van iedereen. Dat was te horen! Dit was belcanto zoals je in Italië misschien overal kunt krijgen, maar in Amsterdam heb ik zoiets in het Muziektheater nog niet meegemaakt (wel in het Concertgebouw trouwens).

16 april 2014

Concert 28 maart 2014


Vrijdag 28 maart 2014, Concertgebouw Amaterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Frank Peter Zimmermann, viool

Mozart: Vioolconcert nr. 3
Bruckner: Symfonie nr. 7

Het derde en laatste concert van de korte Bruckner-cyclus door het KCO o.l.v. de chef. Zo hoor je soms een jaar lang geen enkele Bruckner-symfonie, en nu in ruim een week drie verschillende. Eerder dit seizoen hoorde ik al de Vijfde en Zesde, dus je hoort mij niet klagen. Veel componisten ontmoetten bij leven veel onbegrip, maar Bruckner had daaronder wel het meeste te lijden. Onbegrijpelijk. De twee uitvoeringen van de Zevende door het KCO o.l.v. Jansons in december 2012 deden me meer dan deze uitvoering; waarschijnlijk speelde de vermoeidheid bij het orkest (of bij mij?) parten. Maar het moet gezegd: het orkest speelde uitsterst sonoor, vloeiend en gedreven. En omdat de ultieme, beste of meest perfecte Bruckner 7 gelukkig niet bestaat, heb ik toch gewoon lekker zitten genieten van deze uitvoering en vooral van dit meesterwerk. Er zijn vele andere kandidaten, maar Bruckner behoort absoluut tot mijn top 3-componisten. Voor de pauze een wat matte uitvoering van het speelde Derde vioolconcert van Mozart, technisch prima gespeeld door Frank Peter Zimmermann, maar het klonk allemaal wat te plichtmatig. Eind deze maand nog een keer in een bijzonder naam-dubbelconcert; misschien dan wat levendiger?

08 april 2014

Concert 26 maart 2014


Woensdag 26 maart 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Truls Mørk, cello

Haydn: Celloconcert nr. 1 in C
Bruckner: Symfonie nr. 4

Mijn twee favoriete cd-opnames van de Vierde van Bruckner zijn volledig aan elkaar tegengesteld. De oude opname van Eugen Jochum met de Berliner Philharmoniker is zo stormachtig en energiek als maar kan zijn. Met name in het openings- en slotdeel is het tempo fascinerend hoog, met verbluffend resultaat tot gevolg. De andere opname is de langzaamste die er is: Sergiu Celibidache met de Münchner Philharmoniker. Die pluist ieder detail volledig uit, zonder daarbij de grote lijn te verliezen. En de hamerende wijze waarop hij de coda van het slotdeel laat spelen, sowieso het meest emotionele deel van de hele symfonie, is onvergetelijk en ongeëvenaard. In beide opnames komt die Vierde als een ultiem meesterwerk uit de luidsprekers; het is een geweldig stuk. Alle delen zijn grandioos van opzet, thematiek, klankkleur en impact. De uitvoering van Jansons hield het hier volledig in het midden en daarmee schaarde hij zich in een rij van veel dirigenten. Zijn live-opname met het KCO uit 2008 (zie hier) is prima, maar die beluister ik eigenlijk zelden. Deze herneming klonk evenzeer evenwichtig, zuiver en in balans. Gewoon een prima uitvoering om de grootsheid van deze Vierde tot je te nemen. En de solohoornisten speelden puntgaaf! Voor de pauze het in 1961 herontdekte celloconcert van Haydn, een beetje braaf en eendimensionaal gespeeld door Mørk en Jansons. Maar de noten waren er allemaal, en dat heb ik in dit hondsmoeilijke stuk wel eens anders gehad.