16 maart 2014

Concert 7 maart 2014


Vrijdag 7 maart 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-Whun Chung

Beethoven: Symfonie nr. 2
Berlioz: Symphonie fantastique

Chung lijkt bij het KCO een aparte positie als gastdirigent te hebben. Hij dirigeert steevast om de twee jaar, en vooral bekende stukken uit het romantische ijzeren repertoire. Zijn interpretaties zijn nooit vernieuwend of apart, maar de uitvoeringen zitten wel altijd strak in de lak. Dit concert was daar een schoolvoorbeeld van. De Tweede van Beethoven kreeg vorig jaar onder leiding van Iván Fischer nog een uitdagender lezing, nu klonk dit stuk onopgesmukt, relatief traditioneel, maar uiterst secuur. Ook in de Symphonie fantastique geen eigenaardigheden in de uitvoering, behalve dan de lading die Berlioz zelf in dit meesterwerk stopte. Ik hoorde het bij het KCO al heel lang niet meer: ergens eind jaren tachtig met Dutoit en begin jaren negentig met Jansons (een van zijn eerste programma's bij het KCO, dacht ik). Chailly heeft het nooit gedirigeerd hier, en Haitink is er al helemaal de dirigent niet voor. Chung wel.

04 maart 2014

Concert 21 februari 2014


Vrijdag 21 februari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Mytrò Papatanasiu, sopraan
Bernarda Fink, alt
Burkhard Fritz, tenor
Gerald Finley, bas
Groot Omroepkoor

Beethoven: Symfonie nr. 8
Beethoven: Symfonie nr. 9

Met dit concert sloot Fischer zijn Beethovencyclus, uitgesmeerd over twee seizoenen, bij het KCO af. Volgend jaar herhaalt hij de cyclus twee keer; dan worden alle symfonieën in één week gespeeld. Daarvoor moeten we dan wel naar Luxemburg of Seoel. Fischer dirigeerde de Achtste in 2009 ook al bij het KCO (zie hier de weblog); wellicht werd toen het idee geboren om hem een hele cyclus te laten dirigeren. Hoe dan ook: dat was een uitstekend idee, want Fischer heeft veel te vertellen met Beethoven. Het tempo van het openingsdeel van de Achtste werd opvallend trager, of beter: lijziger gespeeld dan ik gewend ben, maar daardoor kwamen veel details fraai aan de oppervlakte. Het is een meesterlijke symfonie die ten onrechte in de schaduw staat van de 7e en 9e. Na de Achtste duurde het tien jaar voordat Beethoven zijn Negende componeerde en met een pauze als onderbreking hoor je een enorme uitbreiding van het muzikale perspectief: een groter orkest, meer thematische verdichting, nieuwe vormen. Het is een groots werk, uitermate boeiend, maar ook raadselachtig en problematisch. Die arme zangers: het klinkt nergens echt gemakkelijk. Fischer hield mijn aandacht in de eerste drie delen sterk gevangen; in het slotdeel vond ik het af en toe iets te verbrokkeld en was ik de lijn een beetje kwijt, hoe goed er ook werd gezongen en gespeeld. De foto hierboven komt van de facebookpagina van het KCO en werd tijdens een van de twee concerten met dit programma gemaakt.

01 maart 2014

Ernani


Afgelopen week maakten de Amsterdamse muziekorganisaties weer hun nieuwe programma's voor het volgende seizoen bekend. De Nederlandse Opera hernoemde zich tot De Nationale Opera en biedt een aantrekkelijk programma. Onbegrijpelijk is wel dat sinds DNO in het Muziektheater huist (1987) er enkele grote opera's uit het 'kernrepertoire' nog steeds geen uitvoering kregen: Il Trovatore, Manon Lescaut, Der Freischütz, Les contes d'Hoffmann, La forza del destino, La Cenerentola: ze wachten nog op hun première bij De Nationale. Er zijn zeker nog heel veel andere opera's te noemen die voor het eerst op de planken gebracht mogen worden, maar ieder jaar dat deze zes niet uitgevoerd worden, is dubbel beschamend. Vooruit: volgend jaar wel een ander meersterwerk voor het eerst: Il viaggio a Reims. Deze Rossini-opera werd in de jaren tachtig door Claudio Abbado herontdekt, en de cd-opname daarvan trek ik regelmatig uit de kast. Deze opera is het ultieme medicijn tegen iedere negatieve gedachte. Ik ben benieuwd welke kwaliteit zangers voor dit zangfestijn is gecontracteerd, want met een enkele goede sopraan en tenor kom je er niet met dit stuk.
Wat anders: ik beluister de afgelopen maanden regelmatig een pareltje uit mijn kast, een vroege Verdi-opera die minstens zo goed is als MacBeth of het trio Traviata-Rigoletto-Trovatore. Verdi verbaast je in dit stuk 'track' na 'track'. Verder: ik heb er een werkelijk sublieme uitvoering van, opgenomen in 1967 met Carlo Bergonzi en Leontyne Price als het liefdesstel. Die zingen de sterren van de hemel, maar de echte parels zijn Mario Sereni als de boosaardige Don Carlo en dirigent Thomas Schippers. Sereni werd in 1928 geboren, leeft nog, en heeft een lyrische stem met een gouden rand. Zijn 'Oh, de'verd'anni miei' in het derde bedrijf begint compositorisch eigenaardig en lijkt soms wat tegen de toon, maar opeens is het kippenvelmoment daar en valt alles op zijn plaats. Thomas Schippers werd in 1930 geboren, en overleed al in 1977, en wie deze opname beluistert snapt wat een groot dirigent hij was. Er is drive, het orkest klinkt scherp en verzorgd en Schippers heeft de touwtjes met deze grote zangers stevig in handen. Op zijn 37ste! Luistert en huivert: hier op YouTube Da quel di che t'ho veduta uit het eerste bedrijf met Sereni, Price en Schippers in topvorm - eerst 3 minuten inleiding (op zich al fantastisch!) en dan begint het. Hier!

16 februari 2014

Concert 13 februari 2014


Donderdag 13 februari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Pablo Heras-Casado
Janine Jansen, viool

Sjostakovitsj: Festivalouverture
Szymanowski: Vioolconcert nr. 1
Sibelius: Symfonie nr. 2

Tja, een wat lastig verhaal. Ik kocht ruim een week van tevoren een los kaartje voor dit concert, en koos een plaats zowat midden in het orkest: op de voorste rij op het podium aan de kant waar de dirigent de trap afkomt, en dan juist op de hoek naast de trap. Enfin, Heras-Casado en Janine Jansen op intieme afstand voorbijkomend, maar zo dichtbij zaten ook de trombones, de tuba, trompetten en contrabassen. Ik heb een boeiende avond gehad; ik zat zowat in het orkest zonder te hoeven spelen. Maar een afgewogen oordeel over de uitvoeringen is eigen nauwelijks te geven: daarvoor werden bepaalde orkestgroepen teveel over- en onderbelicht. Wat wel opviel: Heras-Casado is bovenal punctueel en gericht op netheid, en minder op meeslependheid. Dat maakte vooral Sibelius wat statisch. Janine Jansen blijft een muzikaal fenomeen. Dat kwam vooral tijdens de toegift het best tot uiting: samen met concertmeester Liviu Prunaru speelde ze een deel uit de sonate voor twee violen van Prokofiev.

09 februari 2014

Concert 6 februari 2014

Donderdag 6 februari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Gustavo Gimeno
Yefim Bronfman, piano

Sibelius: De zwaan van Tuonela
Lindberg: Pianoconcert nr. 2
Strawinsky: Jeu de cartes
J. Strauss jr.: Ouverture Die Fledermaus

Ja, ik had graag Jeu de cartes en de Fledermaus-ouverture door Jansons gedirigeerd gehoord. Maar het mocht niet zo zijn; zijn artsen zorgen ervoor dat hij al dirigerend en afzeggend de tachtig gaat halen, en een afzegging zo af en toe ten gunste van andere concerten neem ik dan op de koop toe. Soms weten ze Haitink te strikken, en nu dan een orkestlid waarvan ik niet wist dat hij dirigeer-aspiraties had. Het pakte allemaal uitstekend uit: Gustavo Gimeno is meer dan een talent. Sibelius klonk prachtig en zeer stemmig, Bronfman beukte en pingelde een half uur lang verrukkelijk door het nieuwe pianoconcert van Lindberg, en Jeu de cartes en de Fledermaus-ouverture klonken zwierig en scherp. Een raar programma dat een aparte invulling kreeg. Gimeno werd na afloop luid toegejuicht, terecht! Tijdens dit concert werd bovenstaande foto genomen die ik van de Facebook-pagina van het KCO plukte.

29 januari 2014

Concert 16 januari 2014


Donderdag 16 januari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Herbert Blomstedt

Brahms: Tragische ouverture
Brahms: Symfonie nr. 3
Brahms: Haydn-variaties
Brahms: Akademische festouverture

Een wat ongemakkelijk concert. Ik woon vlakbij het Concertgebouw, en kan als ik om 8 uur thuis vertrek daar nog koffie drinken. Heel luxe allemaal, maar nu brak me dat op: ik vergat in de haast vooraf het toilet te bezoeken. Tijdens het eerste deel van de Derde symfonie kreeg ik opeens flinke aandrang. Enfin, ik besloot het tweede deel af te wachten, maar Blomstedt rijgde het tweede, derde en vierde deel zonder rust aan elkaar. Ofschoon ik aan het middenpad zat, durfde ik niet weg te lopen. Ik heb het uiteindelijk nipt gered en zelden zo verlangd naar de pauze, maar ongedwongen luisteren naar die Derde Brahms was er niet bij. Het was verder allemaal een 'gewoon goed, maar niet uitzonderlijk' concert. Brahms is altijd goed, en een dirigent die geen rare fratsen uithaalt kan dan weinig kwaad. Maar bijzonder en groots was het allemaal niet. Jammer, want na zijn onvergetelijke Schubert 9 (zie hier) had ik gehoopt op meer. Een 86-jarige dirigent die nog zo kwiek dirigeert: wél heel bijzonder.

Concert 13 januari 2014


Maandag 13 januari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Wiener Philharmoniker o.l.v. Riccardo Chailly
Leonidas Kavakos, viool

Sibelius: Finlandia
Sibelius: Vioolconcert
Bruckner: Symfonie nr. 6

Sibelius en Bruckner: een geweldige combinatie die hier in Amsterdam bij het KCO eigenlijk nooit gepresenteerd wordt. Sibelius wordt sowieso hier flink ondergewaardeerd. Kavakos speelde een kleine twee jaar geleden hetzelfde concert bij het KCO onder leiding van Gergiev (zie hier de weblog) en ook nu bewees hij dit meesterwerk de hoogste eer. Chailly begeleidde uitstekend. In Finlandia was het tempo iets te hoog; daardoor kreeg het stuk niet de vervoering mee die het toch ook in zich draagt. Maar goed: het koper van de Weners in de opening van Finlandia is goud op snee. Na de pauze Bruckners 'Keckste'; juist van deze symfonie maakte Chailly met het KCO een prachtige opname waarin het vernieuwende en uitdagende centraal stond. Met de Weners kwam Chailly tot een gemiddelder uitvoering. Het klonk allemaal subliem - wat een klankcultuur heeft dit orkest - maar ik had een meer spannende uitvoering verwacht.

20 januari 2014

Concert 10 januari 2014


Vrijdag 10 januari 2014, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer

Beethoven: Symfonie nr. 6 'Pastorale'
Beethoven: Symfonie nr. 7

In anderhalve week een spetterend begin van het nieuwe jaar. Beethoven, Brahms, Bruckner, Sibelius, en dan niet bepaald hun slechtste composities, uitgevoerd door klinkende namen. Beethoven beet de spits af, met twee ultieme meesterwerken. De eerste twee afleveringen van Fischers Beethovencyclus waren veelbelovend (zie hier en hier), en ook dit vervolg kan worden bijgeschreven als memorabel. Vooral door de subliem uitgevoerde Pastorale, precies zoals die moet zijn, maar die je nooit hoort: een beetje lijzig-larmoyant, warm, transparant, fijnzinnig en vooral spannend. Fischer gooide de bekende opstelling van het orkest flink door elkaar, en dat leverde een geweldig klankspectrum op. De vogeltjes floten dat het een lieve lust was, het water kabbelde flink en de donder deed het gebouw op zijn grondvesten schudden. Enfin, muziekmaken op zijn allergrootst. Daarna was het pauze en tijdens de koffie is het vooruitzicht op de Zevende louter extatisch. Die viel uiteindelijk dan dus ietsjes tegen. Ach ja, het was een grootse uitvoering, maar niet zo enerverend als die Zesde. Desalniettemin: Fischer is een geweldige dirigent die het KCO tot grote hoogten opstuwt. Het zegt tenslotte misschien meer iets over mij dan over iemand of wat anders: het feit dat Fischer de herhalingstekens in het slotdeel niet honoreerde, doet afbreuk aan het ultieme extatische van dat slotdeel. Daar horen spelers en luisteraars na afloop aan de beademing te gaan, en dat gebeurde mede daardoor niet. Maar goed, toch een zeer heuglijk concert. Want die Pastorale....!

28 december 2013

Concert 19 december 2013


Donderdag 19 december 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Trevor Pinnock
Menahem Pressler, piano

C.Ph.E. Bach: Symfonie in G, Wq. 182 nr. 1
Mozart: Pianoconcert nr. 27
Mozart: Symfonie nr. 36

Een bijzondere gebeurtenis natuurlijk: Pressler die op zijn 90ste zijn debuut maakt bij het KCO. Het is een groots pianist, of beter: was een groots pianist. Op de vele prachtige opnamen die ik van het Beaux Arts Trio heb is hij steevast de gangmaker en uitblinker. Maar goed, op je negentigste willen niet alle spiertjes en vingerkootjes meer zo soepel als nodig voor Mozart, dus sommige loopjes klonken niet zoals ze hadden moeten klinken. Het zij Pressler vergeven, zeker omdat de Chopin-nocturne die hij als toegift bracht wel geweldig klonk. De directie van Pinnock was grandioos. Bij zijn debuut bij het KCO (zie hier de weblog) werd al duidelijk dat dirigent en orkest een fraaie combinatie bleken, en ook nu haalde Pinnock het beste uit het orkest naar boven. De Linzer hoorde in niet eerder zo goed: fel, lyrisch, strak en puntgaaf. De balans tussen de strijkers, het beperkte hout (geen fluiten en geen klarinetten) en koper (alleen twee trompetten en een hoorn) en de pauken was perfect. Ontzettend moeilijk om te realiseren, maar Pinnock lijkt de gedroomde opvolger van Harnoncourt in Mozart. En zo'n door hem op het clavecimbel meegepingelde Bachzoon-symfonie als ouverture: een heerlijke amuse. De foto komt van de Facebook-pagina van het KCO.

Opera 17 december 2013

Dinsdag 17 december 2013, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Prokofiev: De speler

Aleksej - John Daszak
Polina - Sara Jakubiak
generaal - Pavlo Hunka
Baboelenka - renate Behle
Markies - Gordon Gietz
Koor van De Nederlandse Opera
Residentie Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Enkele maanden geleden las ik een selectie van de dagboeken van Prokofiev (zie hier de weblog op mijn boekendagboek) en dat boek deed me meer interesseren voor deze componist die niet bepaald als mijn favoriete toondichter geldt. Ik was daarom wel benieuwd naar zijn eerste opera uit 1917 die Prokofiev voor een première al moeilijk weggezet kreeg en sindsdien nauwelijks werd opgevoerd. Het is wel te begrijpen, want de opera is bij eerste beluistering bepaald geen dijenkletser. In de kleine twee uur muziek is eigenlijk geen enkele melodie te horen, en de zangers zingen een soort van Sprechgesang. En toch boeit het stuk juist vanwege de muziek: het heeft een Sturm und Drang-achtige energie die je aandacht vasthoudt. De uitvoering stond als een huis; de door de recensenten wat lauw ontvangen enscenering van regisseur Andrea Berth oogde fraai en accuraat. Het verhaal moest wat op gang komen. De kern ligt in de tweede helft wanneer er daadwerkelijk gegokt wordt: oma die de erfenis erdoorheen jaagt en Aleksej die tonnen wint maar de liefde verliest.

18 december 2013

Concert 9 december 2013


Maandag 9 december 2013, Concertgebouw Amsterdam
Boedapest Festival Orkest o.l.v. Iván Fischer

Mahler: Symfonie nr. 9

Ik schreef het hier al eerder: Mahlers Negende is voor mij zijn meest indringende symfonie, en niet alleen vanwege dat bij de keel grijpende Adagio, maar meer nog door het eerste deel. In dat complexe Andante comodo komt veel van zijn eerdere werk als een soort van synthese bij elkaar. Ik hoorde al vele Negende Mahlers, en eigenlijk waren al die uitvoeringen geweldig. Daar kan deze uitvoering door de gestaag aan een imposante Mahler-cyclus bouwende Fischer en zijn Boedapester orkest aan worden toegevoegd. Het eerste deel werd naar mijn smaak iets te terughoudend gebracht, sommige uitbarstingen hadden iets pregnanter mogen klinken. Maar duidelijk was wel dat Fischer de hele symfonie als een geheel beschouwde en alles ondergeschikt maakte aan de opbouw van de grote lijn. De twee middendelen werden briljant en fel gespeeld, en het Adagio zeldzaam doorzichtig. Enkele dagen na deze uitvoering beluisterde ik de nieuwe cd van deze combinatie met de Vijfde symfonie; het is een geweldige opname; vooral het slotdeel hoorde ik nog nooit zo overtuigend. Enfin, Fischer is een intrigerende dirigent. In januari en februari komt hij naar het KCO voor Beethoven 6 t/m 9. Ik kijk er enorm naar uit.

15 december 2013

Concert 27 november 2013


Woensdag 27 november 2013, Concertgebouw Amsterdam
Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Bernard Haitink
Renaud Capucon, viool
Gautier Capucon, cello

Brahms: Dubbelconcert
Brahms: Symfonie nr. 1

Na zijn succesvolle reeks Beethovensymfonieën in 2011 en 2012 met het Chamber Orchestra of Europe gaat Haitink met dit orkest een stapje verder met Brahms. Het is toch even wennen: tegenover het (vermeende?) gebrek aan een wollen deken van klank staat een surplus aan transparantie. Maar zo kamermuzikaal en lyrisch als het Andante van het Dubbelconcert werd ingezet, dan geef je je meteen gewonnen. Ik denk dat ik dit stuk nog nooit eerder live hoorde; ik vind het een prachtig duister concert, Brahms in het kwadraat. De gebroeders Capucon gaven een prachtige uitvoering, gesteund door die oude rot op de bok die Brahms bijna 'authentiek' benaderde. Geweldig. Tijdens zijn Carte Blanche-serie eind jaren negentig hoorde ik Haitink eens een Eerste Brahms in de overdrive uitvoeren met de Staatskapelle Dresden. Dat was een verpletterende ervaring, en ook nu weer bleek Haitink deze overbekende symfonie die extra lading mee te kunnen geven die je aan je stoel kluisterde. En alleen hij speelt de herhaling van het koraal aan het einde van het slotdeel zonder vertraging. Hoe natuurlijk! Het tweede concert met het vioolconcert en Janine Jansen bleek helaas uitverkocht, maar via de uitstekende livestream-service van het Concertgebouw zat je als kijker zowat tussen Haitink en Jansen in; een belevenis. Op internet las ik dat Haitink de week erna wederom Abbado verving bij het Orchestra Mozart en in Bologna de show stal met een grootse Pastorale en samen met Pollini met een Mozart-concert. 84 en dan zo op dreef!

Opera 21 november 2013


Donderdag 21 november 2013, Het Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Wagner: Götterdämmerung

Siegfried - Stephen Gould
Brünnhilde - Catherine Foster
Hagen - Kurt Rydl
Alberich - Werner Van Mechelen
Gunther - Alejandro Marco-Burmeister
Gutrune - Astrid Weber
Waltraute - Michaela Schuster
Koor van de Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Harmut Haenchen

Deze afsluitende aflevering van de Ring is de meest duistere. Het verhaal krijgt een wat vreemde wending door de toverdrank die van Siegfried een onwerkelijke figuur maakt. Verder houdt iedereen elkaar flink voor de gek, met uitzondering van Brünnhilde, die consequent bij haar principes blijft. Muzikaal is Götterdämmerung een onnavolgbaar meesterwerk, vol duistere compactheid, en een tweede akte die een klein uur duurt maar in zijn stormachtigheid in tien minuten voorbij lijkt. Aan het begin van de derde akte zijn we weer terug bij de Rijndochters en dat voelt dan even vertrouwd en in balans. Maar het echte drama moet dan nog komen. De uitvoering was evenals Siegfried in september j.l. van grote kwaliteit. Stephen Gould en Catherine Foster waren perfect bij stem, en ofschoon Kurt Rydl niet meer de vocale kracht had die hij tijdens de eerste uitvoeringenreeks tentoonspreidde, imponeerde hij nog steeds volop. Een bijzonder fraaie uitvoering van een grootse opera.

03 november 2013

Concert 3 november 2013

Zondag 3 november 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

L. Andriessen: Mysteriën
R. Strauss: Ein Heldenleben

Het was vandaag precies 125 jaar geleden dat het net gevormde huisorkest van Het Concertgebouw o.l.v. Willem Kes zijn eerste concert gaf. Een echte verjaardag dus, met een wereldpremière en een gouwe ouwe. Toespraken vooraf door directeur Jan Raes en minister-president Rutte, en daarna een gewoon goed concert. Het zesdelige Mysteriën van Louis Andriessen bleek een stemmig stuk, relatief behoudend van klankkleur maar vooral erg subtiel en mystiek. Geen uitersten maar een verzameling fraaie delen die de aandacht vasthielden. Geslaagd en zeker voor een herhaalde uitvoering vatbaar! Doe dat nu eens gewoon: in opdracht gecomponeerde werken herhalen... Het komt nooit voor; raar eigenlijk. Na de pauze een grandioze Heldenleben. De interpretatie van 18 september (zie hier de weblog) werd nu flink verdiept. Het begin was grootser, de tempi trager en de melodielijnen flink meer uitgesponnen. Liviu Prunaru speelde de vioolsolo met groot inlevingsvermogen en technische perfectie. Het is een geweldig stuk, die Heldenleben; het KCO speelt het deze maand nog een keer of acht in Rusland, China, Japan en Australië. Zullen ze het daar ooit mooier te horen krijgen?

Concert 31 oktober 2013

Donderdag 31 oktober 2013 - Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Veronika Dzhioeva, sopraan
Anna Larsson, alt
Groot Omroepkoor
Nederlands Kamerkoor

Mahler: Symfonie nr. 2

Een heuse hattrick van pauzeloze concerten. Na het Requiem van Verdi, Bruckner 5 nu een evenzeer imposante Mahler 2. Het KCO gaat in november een maand op tournee en in Sint Petersburg en Moskou kunnen ze zich verheugen op een grootse Auferstehung. Nadat Jansons vorig jaar Mahlers Eerste symfonie na enkele jaren weer herhaalde, is het nu de beurt aan de Tweede, die hij in 2009 tijdens de Mahlerserie voor het eerst met het orkest speelde, met groot succes. Zie hier de weblog van die eerste keer, en eigenlijk kan ik daaraan nu weinig toevoegen. Anna Larsson zong het Urlicht onaards mooi en verder speelde er een orkest in topvorm dat het publiek ruim anderhalf uur in opperste concentratie gevangen hield. Het staat hier keer op keer weer, mijn huldeblijken aan het KCO, maar het nivelleert geenszins. Ieder concert is voor mij een belevenis. En zo hoort het te blijven!