Sinds 2006 beschrijf ik hier alle concerten en operavoorstellingen die ik heb bezocht.
28 december 2013
Concert 19 december 2013
Donderdag 19 december 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Trevor Pinnock
Menahem Pressler, piano
C.Ph.E. Bach: Symfonie in G, Wq. 182 nr. 1
Mozart: Pianoconcert nr. 27
Mozart: Symfonie nr. 36
Een bijzondere gebeurtenis natuurlijk: Pressler die op zijn 90ste zijn debuut maakt bij het KCO. Het is een groots pianist, of beter: was een groots pianist. Op de vele prachtige opnamen die ik van het Beaux Arts Trio heb is hij steevast de gangmaker en uitblinker. Maar goed, op je negentigste willen niet alle spiertjes en vingerkootjes meer zo soepel als nodig voor Mozart, dus sommige loopjes klonken niet zoals ze hadden moeten klinken. Het zij Pressler vergeven, zeker omdat de Chopin-nocturne die hij als toegift bracht wel geweldig klonk. De directie van Pinnock was grandioos. Bij zijn debuut bij het KCO (zie hier de weblog) werd al duidelijk dat dirigent en orkest een fraaie combinatie bleken, en ook nu haalde Pinnock het beste uit het orkest naar boven. De Linzer hoorde in niet eerder zo goed: fel, lyrisch, strak en puntgaaf. De balans tussen de strijkers, het beperkte hout (geen fluiten en geen klarinetten) en koper (alleen twee trompetten en een hoorn) en de pauken was perfect. Ontzettend moeilijk om te realiseren, maar Pinnock lijkt de gedroomde opvolger van Harnoncourt in Mozart. En zo'n door hem op het clavecimbel meegepingelde Bachzoon-symfonie als ouverture: een heerlijke amuse. De foto komt van de Facebook-pagina van het KCO.
Opera 17 december 2013
Dinsdag 17 december 2013, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera
Prokofiev: De speler
Aleksej - John Daszak
Polina - Sara Jakubiak
generaal - Pavlo Hunka
Baboelenka - renate Behle
Markies - Gordon Gietz
Koor van De Nederlandse Opera
Residentie Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Enkele maanden geleden las ik een selectie van de dagboeken van Prokofiev (zie hier de weblog op mijn boekendagboek) en dat boek deed me meer interesseren voor deze componist die niet bepaald als mijn favoriete toondichter geldt. Ik was daarom wel benieuwd naar zijn eerste opera uit 1917 die Prokofiev voor een première al moeilijk weggezet kreeg en sindsdien nauwelijks werd opgevoerd. Het is wel te begrijpen, want de opera is bij eerste beluistering bepaald geen dijenkletser. In de kleine twee uur muziek is eigenlijk geen enkele melodie te horen, en de zangers zingen een soort van Sprechgesang. En toch boeit het stuk juist vanwege de muziek: het heeft een Sturm und Drang-achtige energie die je aandacht vasthoudt. De uitvoering stond als een huis; de door de recensenten wat lauw ontvangen enscenering van regisseur Andrea Berth oogde fraai en accuraat. Het verhaal moest wat op gang komen. De kern ligt in de tweede helft wanneer er daadwerkelijk gegokt wordt: oma die de erfenis erdoorheen jaagt en Aleksej die tonnen wint maar de liefde verliest.
De Nederlandse Opera
Prokofiev: De speler
Aleksej - John Daszak
Polina - Sara Jakubiak
generaal - Pavlo Hunka
Baboelenka - renate Behle
Markies - Gordon Gietz
Koor van De Nederlandse Opera
Residentie Orkest o.l.v. Marc Albrecht
Enkele maanden geleden las ik een selectie van de dagboeken van Prokofiev (zie hier de weblog op mijn boekendagboek) en dat boek deed me meer interesseren voor deze componist die niet bepaald als mijn favoriete toondichter geldt. Ik was daarom wel benieuwd naar zijn eerste opera uit 1917 die Prokofiev voor een première al moeilijk weggezet kreeg en sindsdien nauwelijks werd opgevoerd. Het is wel te begrijpen, want de opera is bij eerste beluistering bepaald geen dijenkletser. In de kleine twee uur muziek is eigenlijk geen enkele melodie te horen, en de zangers zingen een soort van Sprechgesang. En toch boeit het stuk juist vanwege de muziek: het heeft een Sturm und Drang-achtige energie die je aandacht vasthoudt. De uitvoering stond als een huis; de door de recensenten wat lauw ontvangen enscenering van regisseur Andrea Berth oogde fraai en accuraat. Het verhaal moest wat op gang komen. De kern ligt in de tweede helft wanneer er daadwerkelijk gegokt wordt: oma die de erfenis erdoorheen jaagt en Aleksej die tonnen wint maar de liefde verliest.
18 december 2013
Concert 9 december 2013
Maandag 9 december 2013, Concertgebouw Amsterdam
Boedapest Festival Orkest o.l.v. Iván Fischer
Mahler: Symfonie nr. 9
Ik schreef het hier al eerder: Mahlers Negende is voor mij zijn meest indringende symfonie, en niet alleen vanwege dat bij de keel grijpende Adagio, maar meer nog door het eerste deel. In dat complexe Andante comodo komt veel van zijn eerdere werk als een soort van synthese bij elkaar. Ik hoorde al vele Negende Mahlers, en eigenlijk waren al die uitvoeringen geweldig. Daar kan deze uitvoering door de gestaag aan een imposante Mahler-cyclus bouwende Fischer en zijn Boedapester orkest aan worden toegevoegd. Het eerste deel werd naar mijn smaak iets te terughoudend gebracht, sommige uitbarstingen hadden iets pregnanter mogen klinken. Maar duidelijk was wel dat Fischer de hele symfonie als een geheel beschouwde en alles ondergeschikt maakte aan de opbouw van de grote lijn. De twee middendelen werden briljant en fel gespeeld, en het Adagio zeldzaam doorzichtig. Enkele dagen na deze uitvoering beluisterde ik de nieuwe cd van deze combinatie met de Vijfde symfonie; het is een geweldige opname; vooral het slotdeel hoorde ik nog nooit zo overtuigend. Enfin, Fischer is een intrigerende dirigent. In januari en februari komt hij naar het KCO voor Beethoven 6 t/m 9. Ik kijk er enorm naar uit.
15 december 2013
Concert 27 november 2013
Woensdag 27 november 2013, Concertgebouw Amsterdam
Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Bernard Haitink
Renaud Capucon, viool
Gautier Capucon, cello
Brahms: Dubbelconcert
Brahms: Symfonie nr. 1
Na zijn succesvolle reeks Beethovensymfonieën in 2011 en 2012 met het Chamber Orchestra of Europe gaat Haitink met dit orkest een stapje verder met Brahms. Het is toch even wennen: tegenover het (vermeende?) gebrek aan een wollen deken van klank staat een surplus aan transparantie. Maar zo kamermuzikaal en lyrisch als het Andante van het Dubbelconcert werd ingezet, dan geef je je meteen gewonnen. Ik denk dat ik dit stuk nog nooit eerder live hoorde; ik vind het een prachtig duister concert, Brahms in het kwadraat. De gebroeders Capucon gaven een prachtige uitvoering, gesteund door die oude rot op de bok die Brahms bijna 'authentiek' benaderde. Geweldig. Tijdens zijn Carte Blanche-serie eind jaren negentig hoorde ik Haitink eens een Eerste Brahms in de overdrive uitvoeren met de Staatskapelle Dresden. Dat was een verpletterende ervaring, en ook nu weer bleek Haitink deze overbekende symfonie die extra lading mee te kunnen geven die je aan je stoel kluisterde. En alleen hij speelt de herhaling van het koraal aan het einde van het slotdeel zonder vertraging. Hoe natuurlijk! Het tweede concert met het vioolconcert en Janine Jansen bleek helaas uitverkocht, maar via de uitstekende livestream-service van het Concertgebouw zat je als kijker zowat tussen Haitink en Jansen in; een belevenis. Op internet las ik dat Haitink de week erna wederom Abbado verving bij het Orchestra Mozart en in Bologna de show stal met een grootse Pastorale en samen met Pollini met een Mozart-concert. 84 en dan zo op dreef!
Opera 21 november 2013
Donderdag 21 november 2013, Het Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera
Wagner: Götterdämmerung
Siegfried - Stephen Gould
Brünnhilde - Catherine Foster
Hagen - Kurt Rydl
Alberich - Werner Van Mechelen
Gunther - Alejandro Marco-Burmeister
Gutrune - Astrid Weber
Waltraute - Michaela Schuster
Koor van de Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Harmut Haenchen
Deze afsluitende aflevering van de Ring is de meest duistere. Het verhaal krijgt een wat vreemde wending door de toverdrank die van Siegfried een onwerkelijke figuur maakt. Verder houdt iedereen elkaar flink voor de gek, met uitzondering van Brünnhilde, die consequent bij haar principes blijft. Muzikaal is Götterdämmerung een onnavolgbaar meesterwerk, vol duistere compactheid, en een tweede akte die een klein uur duurt maar in zijn stormachtigheid in tien minuten voorbij lijkt. Aan het begin van de derde akte zijn we weer terug bij de Rijndochters en dat voelt dan even vertrouwd en in balans. Maar het echte drama moet dan nog komen. De uitvoering was evenals Siegfried in september j.l. van grote kwaliteit. Stephen Gould en Catherine Foster waren perfect bij stem, en ofschoon Kurt Rydl niet meer de vocale kracht had die hij tijdens de eerste uitvoeringenreeks tentoonspreidde, imponeerde hij nog steeds volop. Een bijzonder fraaie uitvoering van een grootse opera.
03 november 2013
Concert 3 november 2013
Zondag 3 november 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
L. Andriessen: Mysteriën
R. Strauss: Ein Heldenleben
Het was vandaag precies 125 jaar geleden dat het net gevormde huisorkest van Het Concertgebouw o.l.v. Willem Kes zijn eerste concert gaf. Een echte verjaardag dus, met een wereldpremière en een gouwe ouwe. Toespraken vooraf door directeur Jan Raes en minister-president Rutte, en daarna een gewoon goed concert. Het zesdelige Mysteriën van Louis Andriessen bleek een stemmig stuk, relatief behoudend van klankkleur maar vooral erg subtiel en mystiek. Geen uitersten maar een verzameling fraaie delen die de aandacht vasthielden. Geslaagd en zeker voor een herhaalde uitvoering vatbaar! Doe dat nu eens gewoon: in opdracht gecomponeerde werken herhalen... Het komt nooit voor; raar eigenlijk. Na de pauze een grandioze Heldenleben. De interpretatie van 18 september (zie hier de weblog) werd nu flink verdiept. Het begin was grootser, de tempi trager en de melodielijnen flink meer uitgesponnen. Liviu Prunaru speelde de vioolsolo met groot inlevingsvermogen en technische perfectie. Het is een geweldig stuk, die Heldenleben; het KCO speelt het deze maand nog een keer of acht in Rusland, China, Japan en Australië. Zullen ze het daar ooit mooier te horen krijgen?
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
L. Andriessen: Mysteriën
R. Strauss: Ein Heldenleben
Het was vandaag precies 125 jaar geleden dat het net gevormde huisorkest van Het Concertgebouw o.l.v. Willem Kes zijn eerste concert gaf. Een echte verjaardag dus, met een wereldpremière en een gouwe ouwe. Toespraken vooraf door directeur Jan Raes en minister-president Rutte, en daarna een gewoon goed concert. Het zesdelige Mysteriën van Louis Andriessen bleek een stemmig stuk, relatief behoudend van klankkleur maar vooral erg subtiel en mystiek. Geen uitersten maar een verzameling fraaie delen die de aandacht vasthielden. Geslaagd en zeker voor een herhaalde uitvoering vatbaar! Doe dat nu eens gewoon: in opdracht gecomponeerde werken herhalen... Het komt nooit voor; raar eigenlijk. Na de pauze een grandioze Heldenleben. De interpretatie van 18 september (zie hier de weblog) werd nu flink verdiept. Het begin was grootser, de tempi trager en de melodielijnen flink meer uitgesponnen. Liviu Prunaru speelde de vioolsolo met groot inlevingsvermogen en technische perfectie. Het is een geweldig stuk, die Heldenleben; het KCO speelt het deze maand nog een keer of acht in Rusland, China, Japan en Australië. Zullen ze het daar ooit mooier te horen krijgen?
Concert 31 oktober 2013
Donderdag 31 oktober 2013 - Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Veronika Dzhioeva, sopraan
Anna Larsson, alt
Groot Omroepkoor
Nederlands Kamerkoor
Mahler: Symfonie nr. 2
Een heuse hattrick van pauzeloze concerten. Na het Requiem van Verdi, Bruckner 5 nu een evenzeer imposante Mahler 2. Het KCO gaat in november een maand op tournee en in Sint Petersburg en Moskou kunnen ze zich verheugen op een grootse Auferstehung. Nadat Jansons vorig jaar Mahlers Eerste symfonie na enkele jaren weer herhaalde, is het nu de beurt aan de Tweede, die hij in 2009 tijdens de Mahlerserie voor het eerst met het orkest speelde, met groot succes. Zie hier de weblog van die eerste keer, en eigenlijk kan ik daaraan nu weinig toevoegen. Anna Larsson zong het Urlicht onaards mooi en verder speelde er een orkest in topvorm dat het publiek ruim anderhalf uur in opperste concentratie gevangen hield. Het staat hier keer op keer weer, mijn huldeblijken aan het KCO, maar het nivelleert geenszins. Ieder concert is voor mij een belevenis. En zo hoort het te blijven!
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Veronika Dzhioeva, sopraan
Anna Larsson, alt
Groot Omroepkoor
Nederlands Kamerkoor
Mahler: Symfonie nr. 2
Een heuse hattrick van pauzeloze concerten. Na het Requiem van Verdi, Bruckner 5 nu een evenzeer imposante Mahler 2. Het KCO gaat in november een maand op tournee en in Sint Petersburg en Moskou kunnen ze zich verheugen op een grootse Auferstehung. Nadat Jansons vorig jaar Mahlers Eerste symfonie na enkele jaren weer herhaalde, is het nu de beurt aan de Tweede, die hij in 2009 tijdens de Mahlerserie voor het eerst met het orkest speelde, met groot succes. Zie hier de weblog van die eerste keer, en eigenlijk kan ik daaraan nu weinig toevoegen. Anna Larsson zong het Urlicht onaards mooi en verder speelde er een orkest in topvorm dat het publiek ruim anderhalf uur in opperste concentratie gevangen hield. Het staat hier keer op keer weer, mijn huldeblijken aan het KCO, maar het nivelleert geenszins. Ieder concert is voor mij een belevenis. En zo hoort het te blijven!
29 oktober 2013
Concert 25 oktober 2013
Vrijdag 25 oktober 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt
Bruckner: Symfonie nr. 5
In april 2012 dacht ik dat de uitvoeringen van Beethovens Missa solemnis met Harnoncourt zijn laatste hier in Amsterdam zouden zijn; dat had hij toen in een interview in de krant verklaard. Zie hier en hier de weblogs van de twee concerten die ik toen bijwoonde. Groot mijn vreugde toen dit concert opeens in de abonnementenbrochure stond en het openingsconcert van mijn eigen D-serie vormde. De Vijfde van Bruckner is een apart stuk en Harnoncourt heeft daarvan stellig de mooiste cd-opname gemaakt, die ik ooit eens in een weblog besprak (zie hier). Deze uitvoering leek daar totaal niet op; het was een bijzondere, interessante en compleet verrassende interpretatie die volledig verschilde van alle andere uitvoeringen die ik ooit hoorde. Twee citaten uit de recensies uit de NRC en het Parool karakteriseren de uitvoering goed. Eerst Bas van Bommel in de NRC: Het is dan ook de vraag wat van Harnoncourtts Bruckner bij zal blijven. Haar lichtheid en transparantie? Of haar afstandelijkheid en gebrek aan emotioneel engagement? Dan Roeland Hazendonk in het Parool: Harnoncourt maakt van Bruckner niet de grote romanticus die aan Mahler voorafging, noch de ziekelijke, naar Wagner opkijkende Oostenrijkse provinciaal voor wie hij vaak wordt versleten. Ook de katholieke kathedralenbouwer bleef fijn achterwege. Met het Concertgebouworkest in topvorm werd Bruckner een componist met een moderne vormopvatting, die prachtige, grote lijnen trok, maar nooit traag of breedsprakig werd, en die verre bleef van het katholieke sentiment en de burgerlijke biedermeiertrekken die hij bij leven wel degelijk had. Tja, de NRC besteedt tegenwoordig meer aandacht aan het bespreken van flessen wijn dan aan goede culturele inzichten. Ach, hoe dan ook: het was een onvergetelijk concert, met een doodstille zaal die na afloop ontplofte en Harnoncourt grandioos toejuichte.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt
Bruckner: Symfonie nr. 5
In april 2012 dacht ik dat de uitvoeringen van Beethovens Missa solemnis met Harnoncourt zijn laatste hier in Amsterdam zouden zijn; dat had hij toen in een interview in de krant verklaard. Zie hier en hier de weblogs van de twee concerten die ik toen bijwoonde. Groot mijn vreugde toen dit concert opeens in de abonnementenbrochure stond en het openingsconcert van mijn eigen D-serie vormde. De Vijfde van Bruckner is een apart stuk en Harnoncourt heeft daarvan stellig de mooiste cd-opname gemaakt, die ik ooit eens in een weblog besprak (zie hier). Deze uitvoering leek daar totaal niet op; het was een bijzondere, interessante en compleet verrassende interpretatie die volledig verschilde van alle andere uitvoeringen die ik ooit hoorde. Twee citaten uit de recensies uit de NRC en het Parool karakteriseren de uitvoering goed. Eerst Bas van Bommel in de NRC: Het is dan ook de vraag wat van Harnoncourtts Bruckner bij zal blijven. Haar lichtheid en transparantie? Of haar afstandelijkheid en gebrek aan emotioneel engagement? Dan Roeland Hazendonk in het Parool: Harnoncourt maakt van Bruckner niet de grote romanticus die aan Mahler voorafging, noch de ziekelijke, naar Wagner opkijkende Oostenrijkse provinciaal voor wie hij vaak wordt versleten. Ook de katholieke kathedralenbouwer bleef fijn achterwege. Met het Concertgebouworkest in topvorm werd Bruckner een componist met een moderne vormopvatting, die prachtige, grote lijnen trok, maar nooit traag of breedsprakig werd, en die verre bleef van het katholieke sentiment en de burgerlijke biedermeiertrekken die hij bij leven wel degelijk had. Tja, de NRC besteedt tegenwoordig meer aandacht aan het bespreken van flessen wijn dan aan goede culturele inzichten. Ach, hoe dan ook: het was een onvergetelijk concert, met een doodstille zaal die na afloop ontplofte en Harnoncourt grandioos toejuichte.
Concert 27 september 2013
Vrijdag 27 september 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Aga Mikolaj, sopraan
Olesya Petrova, mezzosopraan
Dimitri Pittas, tenor
Yuri Vorobiev, bas
Groot Omroepkoor
Vlaams Radio Koor
Verdi: Messa da Requiem
Het Requiem van Verdi is een meesterwerk, en alle kanttekeningen over dat het een halve opera zou zijn vind ik flauwekul. Alsof er een muzikale wet is dat voorschrijft dat een bepaald genre niet op een ander genre mag lijken! Iedereen heeft het recht een werk niet mooi of aantrekkelijk, of ronduit lelijk te vinden, maar dat is moeilijk bij dit Requiem: het is gewoon van begin tot einde mooi, mooier, mooist! De eerste en laatste keer dat ik dit werk live hoorde was in in mei 2001 o.l.v. Chailly, en ik kan me die uitvoering nog goed herinneren, juist vanwege de indruk die dit Requiem maakt. Zo ook deze avond. De koren zongen prachtig, de solisten (met name de dames) waren perfect bij stem en Jansons en het KCO pakten lekker uit. En dan die overgang van het Dies Irae naar het Tuba mirum: het koper is hier angstaanjagend - wie blijft hierbij nu onbewogen?
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Aga Mikolaj, sopraan
Olesya Petrova, mezzosopraan
Dimitri Pittas, tenor
Yuri Vorobiev, bas
Groot Omroepkoor
Vlaams Radio Koor
Verdi: Messa da Requiem
Het Requiem van Verdi is een meesterwerk, en alle kanttekeningen over dat het een halve opera zou zijn vind ik flauwekul. Alsof er een muzikale wet is dat voorschrijft dat een bepaald genre niet op een ander genre mag lijken! Iedereen heeft het recht een werk niet mooi of aantrekkelijk, of ronduit lelijk te vinden, maar dat is moeilijk bij dit Requiem: het is gewoon van begin tot einde mooi, mooier, mooist! De eerste en laatste keer dat ik dit werk live hoorde was in in mei 2001 o.l.v. Chailly, en ik kan me die uitvoering nog goed herinneren, juist vanwege de indruk die dit Requiem maakt. Zo ook deze avond. De koren zongen prachtig, de solisten (met name de dames) waren perfect bij stem en Jansons en het KCO pakten lekker uit. En dan die overgang van het Dies Irae naar het Tuba mirum: het koper is hier angstaanjagend - wie blijft hierbij nu onbewogen?
22 oktober 2013
Norma
Het is al vele jaren geleden dat ik hier een cd besprak. En ofschoon ik nog nauwelijks cd's koop, vind ik de laatste aanschaf toch echt het vermelden waard. Er zijn al veel tegengestelde meningen op internet over te vinden: de opname van Norma van Bellini, met Cecilia Bartoli in de titelrol. Als een opname überhaupt zoveel tongen losmaakt dan is-i sowieso al koopwaardig. Ik gooide er een kleine 30 euro tegenaan en kocht het fraai vormgegeven cd-boekje met in de kaften de twee cd's. Ik hoorde La Bartoli ooit eens twee keer live (de laatste keer hier), en zij doet de eeuwige Norma's van Callas en Sutherland niet vergeten. De wendbaarheid van haar stem is ongeëvenaard, maar een lang aangehouden toon lukt haar niet of nauwelijks. Dat gebibber en het somtijds overarticuleren doen je terugverlangen naar Sutherland. Maar goed, toch imponeert La Bartoli, en Casta Diva is absoluut interessant. De duetten met Sumi Jo zijn grandioos. Maar dan: in haar gang naar de brandstapel verslaat ze Callas en Sutherland in intensiteit en verschroeiende ellende. Ze huilt hier zingend!
Deze opname is echter werkelijk onmisbaar door het fantastische aandeel van het Orchestra la Scintilla o.l.v. Giovanni Antonini. Nu snap ik waarom deze dirigent al twee keer bij het KCO te gast was! Hij brengt een detaillering aan die je oren gespitst houden. De aanloop naar Casta Diva, het begin van de tweede akte, het geweldig gezongen en begeleide Guerrieri Galli en dat brandstapel-slot: mooier werd dit niet eerder gespeeld. Hoe in dit slot de fluit mengt met de stemmen: het behoort al tot de mooiste samenklanken die ik ooit hoorde en bij de eerste beluistering sprongen de tranen me spontaan in de ogen. Door Bartoli en Jo een interessante uitgave, door Antonini een must-have!
13 oktober 2013
Concert 25 september 2013
Woensdsag 25 september 2013, Concertgebouw Amsterdam
Orchestra Mozart o.l.v. Bernard Haitink
Maria Joao Pires, piano
Beethoven; Ouverture Leonore nr. 2
Beethoven: Pianoconcert nr. 2
Beethoven: Symfonie nr. 4
Beethoven: Ouverture Egmont
Het was het concert van de wijzigingen en afzeggingen. Volgens de seizoensfolder en Preludium zou het Orchestra Mozart gedirigeerd worden door zijn oprichter Claudio Abbado die achtereenvolgens Haydns Londense symfonie nr. 104, Mozarts pianoconcert nr. 9 en Beethovens 4e symfonie zou dirigeren, met Martha Argerich als soliste. Een evenement natuurlijk, want Abbado had sinds eind jaren negentig niet meer in het Concertgebouw gedirigeerd en ook de optredens van Argerich worden schaarser en schaarser. Een maand voor het concert kreeg ik een brief thuis waarin een programmawijziging werd aangekondigd. Haydn en Mozart vervielen; het zou nu een volledig Beethoven-programma worden met voor de pauze de Leonore-ouverture nr. 2 en het Eerste pianoconcert. De Vierde bleef staan. Enkele dagen voor het concert weer een brief: Abbado moest wegens ziekte verstek laten gaan, en Argerich besloot daarom ook maar niet te komen. Haitink en Pires zouden het concert overnemen; de ouverture en de symfonie bleven op het programma, het Eerste pianoconcert werd vervangen door het Tweede. En zo geschiedde. Het werd een geweldig Beethoven-programma waarin Haitink zijn krachtige en dwingende kijk op Beethoven voortzette zoals die ook tijdens zijn cyclus met het Chamber Orchestra of Europe in 2011 en 2012 zo verraste, en waarbij de samenwerking met de soepel spelende Pires ideaal was. Hoogtepunt van de avond was de Vierde; het slotdeel klonk wervelender dan ooit. En Haitink had er zin in; als toegift klonk de briljant gespeelde Egmont-ouverure. Abbado en Argerich waren volledig vergeten.
25 september 2013
Concert 18 september 2013
Woensdag 18 september 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Emanuel Ax, piano
Beethoven: Pianoconcert nr. 3
R. Strauss: Ein Heldenleben
Mijn muziekseizoen komt een beetje langzaam op gang, maar tot nu toe wel met louter grootse concerten. En dit eerste abonnementsconcert van het KCO waar ik een los kaartje voor had gekocht, bleek wederom een topper. Beethovens Derde pianoconcert en Strauss' Heldenleben worden niet tot hun allersterkste stukken in hun genre gerekend, maar voor mij zijn het favorieten. Heerlijk, zo'n concert waarvan je (zowat) iedere noot kent en dan toch volledig wordt verrast door de kwaliteit en frisheid van de uitvoeringen. Het Derde pianoconcert werd spannend, subtiel en prachtig homogeen gespeeld. Ax, Jansons en het orkest maakten er een onnavolgbaar lesje samenspelen van. De zaal luisterde ademloos, en terecht! Met Ein Heldenleben gaf Jansons in 2004 als debuterende chef-dirigent zijn visitekaartje af; de opname op RCO-live belandt regelmatig in mijn cd-speler en deze herhaling deed aan kwaliteit daar niet voor onder. Vol, krachtig, groots. Hier en daar nog wat kleine oneffenheidjes, maar bij de verjaardagsuitvoering in november zal alles volledig perfect zijn. Ik kijk er nu al naar uit! De foto komt van de Facebookpagina van het KCO, genomen enkele dagen na deze uitvoering tijdens de mini-tournee naar Boekarest.
15 september 2013
Opera 12 september 2013
Donderdag 12 september 2013, Het muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera
Wagner: Siegfried
Siegfried - Stephen Gould
Mime - Wolfgang Ablinger-Sperrhacke
Wanderer - Thomas Johannes Mayer
Alberich - Werner van Mechelen
Fafner - Hendrik Rootering
Erda - Marina Prudenskaja
Brünnhilde - Catherine Naglestad
De vorige voorstellingenreeks van deze Siegfried-productie is dan wel vele jaren geleden, het toneelbeeld zat nog goed in mijn geheugen. Ik had deze productie sinds het begin van de Ring-voorstellingen in Amsterdam dan ook al minimaal een keer of tien gezien. Het is een geniale uitbeelding, helder, in lijn met het verhaal, en ondanks de grote ruimte toch heel intiem. Vroeger zag ik altijd wat tegen deze opera op, maar het is een minstens zo goed en aantrekkelijk werk als Die Walküre. Dat slotduet van een half uur van Siegfried en Brünnhilde is een beetje een moetje, maar verder rijgt Wagner hoogtepunt aan hoogtepunt in dit stuk. Deze uitvoering was de beste die ik live ooit hoorde. Stephen Gould bleek een fenomenale titelheld, die het met zijn krachtige en welluidende stem tot het slot uitstekend volhield. Ook de andere rollen bleken uitstekend bezet; dit was gewoonweg een prachtige Siegfried. Er resteren nog twee voorstellingen deze week, maar dan ben ik helaas verhinderd. Wellicht dat ik van de cyclus-uitvoeringen begin 2014 nog een extra Siegfried meepak...
27 augustus 2013
Concert 24 augustus 2013
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Antonio Pappano Joseph Calleja, tenor
Verdi: Ouverture La forza del destino
Massenet: Uit Werther 'Pourquoi meréveiller?'
Puccini: Uit Tosca 'E lecevan le stelle'
Puccini: Uit Manon Lescaut Intermezzo 3e akte
Verdi: Uit Rigoletto 'La donna è mobile
Puccini: Uit Turandot 'Nessun dorma'
Lara: Granada
Tsjaikovski: Ouverturen 1812
Aan de Amsterdamse grachten
Ach, wat moet ik over dit concert schrijven? Ik gooide het een tijdje voor dit concert in de vriendengroep: als we nu eens met het bootje van M & N een poging zouden ondernemen om voor het podium terecht te komen. Enfin, op vrijdagochtend vroeg voer N naar de Prinsengracht en lag op een goede uitgangspositie. 's Avonds aten we pizza op de boot, met achter de brug een repeterend KCO. Ik moest op zaterdag naar een conferentie, maar de organisatie had N een goed startnummer uitgereikt en rond het middaguur mocht hij onder de brug naar zijn plek voor het podium varen. 's Avond werden we rond acht uur op een (niet voorspelde) hoosbui getrakteerd, maar toen tegen half tien het KCO aantrad werd het droog. En toen volgde een concert om nooit meer te vergeten. Calleja zong fantastisch en het KCO speelde de sterren van de hemel. Bootgenoten die het orkest nog nooit eerder live hadden gehoord, waren helemaal van slag van de kwaliteit. Maar ik ook: dat breekbare begin van het Intermezzo uit Manon Lescaut: het werd doodstil op de gracht. Zoek het allemaal maar gewoon op via deze link hier. Een grandioze avond.
25 augustus 2013
Concert 22 augustus 2013
Donderdag 22 augustus 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Yefim Bronfman, piano
Lutoslawski: Musique funébre
Bartók: Pianoconcert nr. 3
Prokofiev: Delen uit Romeo en Julia
Warme zonnige zomers zijn altijd fijn, maar als aan het einde van augustus het concertseizoen begint en het KCO weer voltallig op het podium zit, geeft dat toch ook een gelukkig gevoel. Ik heb lang getwijfeld of ik voor dit ogenschijnlijk niet al te soepele programma een kaartje zou kopen, maar de lange onderbreking sinds het vorige concert dwong me naar de Grote Zaal. Ik werd bepaald niet teleurgesteld, integendeel. Dit was gewoonweg een prachtige avond, met boeiende stukken en met een orkest dat als volledig ingespeeld klonk. De treurmuziek van Lutoslawski bleek een krachtig stuk voor een flink ensemble strijkers, dat breekbaar begon, steeds verder uitdijde en uiteindelijk weer wegstierf. Heerlijk hoe de KCO-strijkers zich lieten gaan! Het derde pianoconcert van Bartók is eigenlijk zijn meest toegankelijke en ook wel zijn mooiste. In de eerste twee delen buitelen orkest en pianist subtiel over elkaar heen. Bronfman en het orkest maakten er een fijnzinnig onderling spelletje muzikaal kietelen van. Bronfman heeft een gigantische lichaamsomvang, maar hij beweegt zijn vingers over de toetsen als het lieftalligste meisje. Na de pauze een ruime selectie van ongeveer een uur uit Prokofievs balletmuziek van Romeo en Julia. Ook Prokofiev is in dit stuk op zijn toegankelijkst. Bijzonder fraai en virtuoos gespeeld allemaal, onder leiding van een bezielende Gatti, met groot publieke bijval na afloop. Lekker begin zo!
Abonneren op:
Posts (Atom)

















