20 mei 2013

Opera 12 mei 2013

Zondag 12 mei 2013, Het Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Wagner: Die Walküre

Siegmund - Christopher Ventris
Sieglinde - Catherine Naglestad
Hunding - Günther Groissböck
Brünnhilde - Catherine Foster
Wotan - Thomas Johannes Mayer
Fricka - Doris Soffel
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen

De tweede keer van deze laatste voorstellingenreeks. Evenals in januari bij de reeks van Das Rheingold zat deze tweede keer (meteen ook de laatste van de reeks) helemaal goed in de verf. De zangers wilden er duidelijk nog één keer iets goed van maken, en Haenchen en het orkest wilden niet voor hen onderdoen. Doris Soffel was wederom ijzersterk als Fricka, en Ventris en Naglestad een subliem Wälsumgenpaar. Gewoon wederom een grootse operabeleving. Misschien dat ik volgend jaar, wanneer deze Audi-ring twee keer in een week volledig wordt gebracht, deze Walküre eruit pik om nog eens te zien en te horen.

12 mei 2013

Foto


Mijn ouders hebben een boek van Jan Romein: Op het breukvlak van twee eeuwen. Daarin een prachtige foto van de grote zaal van het Concertgebouw, genomen ergens voor of vlak na 1900. Ik kopieerde de foto met mijn iPhone. Tafeltjes en stoeltjes, mannen en vrouwen, daglicht. Geen concert waarschijnlijk, maar zo werden ze toen wel gegeven. Op de balkonrand nog geen namen van de componisten. Mahler moest nog komen, in het echt... Klik erop, daarna nog eens, en de foto verschijnt in het groot. Te mooi om hier niet te delen.

Concert 10 mei 2013

Vrijdag 10 mei 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer

Beethoven: Symfonie nr. 1
Beethoven: Symfonie nr. 2
Beethoven: Symfonie nr. 5

Iván Fischer dirigeert verspreid over twee seizoenen bij het KCO een heuse Beethoven-cyclus met de negen symfonieën; dit was het eerste concert. Enkele jaren geleden dirigeerde hij al de Achtste symfonie (zie hier de weblog daarvan) en blijkbaar smaakte die uitvoering het orkest naar meer. Inderdaad, Fischer heeft een boeiende kijk op deze gigant, die als een 'soort van' synthese tussen de 'traditionele' en 'authentieke' uitvoeringspraktijk gekarakteriseerd kan worden. Spannende uitvoeringen dus, die bovenal de kracht, originaliteit en het meesterlijke van Beethoven onderstrepen. Want daar genoot ik vanaf de eerste rij van het podium het meest van: Beethoven!
Fischer sprak na de uitvoering van de Eerste symfonie de zaal toe, in zijn zangerige Nederlands met een Hongaars accent. Drie symfonieën op één avond, dat was wel erg onsymmetrisch, zei hij. Omdat ieder deel een meesterwerk op zich is, en ook om de avond toch meer symmetrie te geven, plaatste hij de pauze na het tweede deel van de Tweede symfonie. Dus na dat hemelse Larghetto stapte hij van de bok, volgde een flauw applaus en gingen we aan de koffie. En daarna vervolgde het concert met het Scherzo alsof de symfonie niet onderbroken was. Er valt vanalles over te vinden, maar het gaf het concert een extra bijzondere lading. En daarna die dramatische Vijfde, gottegot....
Mijn gade fotografeerde bij het slotapplaus bovenstaande foto; ik sta er applaudisserend op.

05 mei 2013

Concert 27 april 2013

Zaterdag 27 april 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly
Stefano Bollani, piano

Adams: Lollapalooza
Harbison: Remembering Gatsby
Gershwin: Catfish Row
Gershwin: Pianoconcert

Een programma dat alleen door Chailly zo overtuigend gedirigeerd kan worden. Krachtige muziek, swingend, dreunend, aantrekkelijk. Maar ook veeleisend. In Adams en Harbison viel Chailly's sublieme slagtechniek op; ik vroeg me tijdens de uitvoeringen af of het überhaupt ánders gedirigeerd kon worden, zo universeel ging Chailly het orkest voor in deze stukken. Je hoeft als orkestlid de muziek nauwelijk te kennen; Chailly geeft zowat iedere noot aan, en toch zonder te druk over te komen. Na de pauze het fraaie Pianoconcert van Gershwin, waarin jazzpianist Stefano Ballani techisch prachtig speelde, maar wel tekortkwam in volume. Op rij 16 in het midden was hij regelmatig niet te horen, en dat lag bepaald niet aan het orkest. Klassieke pianisten hebben duidelijk geleerd flink op de toetsen te kunnen rammen; Bollani niet, en dat was (niet) te horen. Maar door zijn achtergrond als jazzpianist swingde het stuk de pan uit; in de toegiften onderstreepte hij nog eens zijn grootheid. Een geweldig concert!

Opera 20 april 2013

Zaterdag 20 april 2013, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Wagner: Die Walküre
Siegmund - Christopher Ventris
Sieglinde - Catherine Naglestad
Hunding - Günther Groissböck
Brünnhilde - Catherine Foster
Wotan - Thomas Johannes Mayer
Fricka - Doris Soffel
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen

Deze productie door Pierre Audi van Wagners meesterwerk ging in januari 1998 in première en ik zag die in de tussentijd al minstens tien keer. Maar deze elfde of twaalfde keer was even overrompelend als de eerste (en alle keren erna). De uitbeelding is subliem, en eigenlijk toch heel eenvoudig. De wijze waarop Hunding aan het slot van het tweede bedrijf door het 'achtelijke' handgebaar van Wotan gedood wordt: je moet er maar op komen! De cast is tijdens de drie voorstellingenreeksen steeds veranderd; van de vorige bleef alleen Doris Soffel over; haar confrontatie met Wotan in het tweede bedrijf is een hoogtepunt van de uitvoering. Ze is stemtechnisch duidelijk op haar retour, maar wat een autoriteit! (En ze blijft worstelen met haar te lange jurk.) Haenchen laat zijn orkest regelmatig voluit gaan; het geeft de uitvoering de kracht die ik eerder miste. De andere zangers voldeden ruimschoots, het was een prachtige uitvoering. Maar bovenal vind ik dat Wagner in Die Walküre zich van zijn meest menselijke en dramatische kant laat zien. Hoe kan een muziekliefhebber zonder dit meesterwerk? Half mei ga ik nog een keer, ik kan nauwelijks wachten...!

28 april 2013

Concert 17 april 2013


Woensdag 17 april 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly
Genia Kuuhmeier, sopraan
Bernarda Fink, alt
Michael Schade, tenor
Groot Omroepkoor

Henze: Elogium Musicum
Mendelssohn: Symfonie nr. 2 'Lobgesang'

Riccardo Chailly is terug bij het KCO! In 2004 hoorde ik hem voor het laatst bij zijn voormalige orkest met een prachtige Mahler 9 (en vlak daarvoor in het Muziektheater met Don Carlo), en pas na negen jaar weer terug bij het orkest dat hij 16 jaar leidde. Ik hoorde hem tijdens zijn chefdirigentschap in vele concerten, maar kon pas een keer eerder hier een concert van hem beschrijven (zie hier). Hopelijk in de toekomst veel vaker, want Chailly is een groot dirigent met een unieke energie. Tijdens deze rentrée overtuigde hij als vanouds. Het oude publiek van de B-serie presenteerde hij eerst op een krachtig stuk voor koor en orkest van Henze, een 'soort van' in memoriam uit 2008 voor zijn overleden partner. Uitdagend voor het koor, sterk gezongen door het Groot Omroepkoor. Na de pauze de 'Symphonie-Kantate nach Worten der Heiligen Schrift' van Mendelssohn die als zijn Tweede symfonie te boek staat. Ik had er een cd van, maar hoorde die tot dit concert nooit. Sindsdien al meerdere keren; het is een fraai stuk. Vooral die inleidende Sinfonia van ruim 20 minuten is oorstrelend en de klankpracht die Chailly het KCO wist te ontlokken was ongeëvenaard; Mendelssohn kan soms wat zoetig zijn, maar wie het tweede en derde deel van deze Sinfonia versmaadt kan beter uien gaan snijden. Hierna volgt een half uur 'Lobe den Herrn'; soms wat al te protestant-potsierlijk, maar sommige solistische stukken zijn te mooi om waar te zijn. En Chailly, die deze symfonie voor het eerst sinds 1898 weer bij dit orkest op de lessenaars liet zetten, dirigeerde vol overtuiging. Ieder jaar terug, vanzelfsprekend!

Concert 12 april 2013


Vrijdag 12 april 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninkljijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Eva-Maria Westbroek, sopraan
Burkhard Fritz, tenor

Wagner: Ouverture Die Meistersinger von Nürnberg
Wagner: Uit Die Meistersinger: Walthers Preislied
Wagner: Uit Tannhäuser: Dich, teure Halle
Wagner: Uit Rienzi: Allmächt'ge Vater, blick herab!
Wagner: Vorspiel Lohengrin
Wagner: Uit Die Walküre: slotscène 1e akte
Wagner: Uit Die Walküre: Der Ritt der Walküren
Wagner: Uit Götterdämmerung: Brünnhildes Schlussgesang

Op papier een concert om van te likkebaarden: Wagners grootste fragmenten in één programma verzameld, met Jansons, het KCO en 'onze' Eva-Maria als stersolist. En eigenlijk werd het voor een groot deel inderdaad dat grandioze concert waar ik al een jaar naar uitkeek. De ouverture Meisersinger werd werkelijk fantastisch gespeeld; zo fraai hoorde ik dit instrumentele meesterwerk in het echt nog niet eerder. De opname die Haitink in de jaren zeventig met het Concertgebouworkest maakte is de allerbeste verklanking van dit stuk die je je kunt voorstellen, maar in de zaal hoorde ik zo'n superieure uitvoering nog niet. Jansons kwam aardig in de buurt, en dat zegt al veel. De bijdragen van tenor Burkhard Fritz vielen wel wat tegen; hij liet vooral horen hoe moeilijk de tenor-partijen van Wagner eigenlijk zijn. Maar ook: wat een verschil Eva-Maria Westbroek maakt. Haar opkomst, haar zingen, haar présence: het is de buitencategorie in muzikale verbeelding. In de slotscène van de eerste akte uit Die Walküre (vanaf de Winterstürme) zet ze Frits op grote achterstand, terwijl hij bepaald geen middelmatige Wagnerzanger is. Ze ís wat ze zingt en stijgt uit boven de partituur. Een strak gespeelde Walkürenritt en een groots Schlussgesang en orkestrale 'Auslaut' van de Götterdämmerung: dan zit je lekker te zwelgen op rij 16 middenin. En dan dat Vorspiel Lohengrin: werd er met de ouverture Meistersinger door Wagner ooit betere instrumentale muziek gecomponeerd...?
Bovenstaande foto komt van de facebookpagina van het KCO, genomen tijdens de repetities voor dit eenmalige concert.

Concert 5 april 2013


Vrijdag 5 april 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink

Bruckner: Symfonie nr. 8

De aprilmaand loopt op zijn einde, en heb vier concerten en een opera te beschrijven. Het was een muzikale supermaand, met een Walküre en de huidige en de twee laatste chefdirigenten van het KCO voor hun (voormalige) orkest. Haitink beet de spits af met een subliem-sonore en emotionele Achtste van Bruckner. Ik heb hem deze symfonie al vele keren horen dirigeren, bij het KCO, met een Europees jeugdorkest en met de Wiener Philharmoniker, maar zijn waarschijnlijk laatste uitvoering bij het KCO van de Nowak-versie was er eentje om in te lijsten. Het orkest hing aan het stokje van de maestro en speelde uiterst geconcentreerd. Zo luisterde ook het publiek; het was muisstil. De ingrediënten van Haitinks uitvoering waren de bekende: geen extremen in fraseringen, maar een vloeiende opbouw die je uiteindelijk volledig bij de keel greep. Die Achtste van Bruckner: het is alles afwegend mijn favoriete Bruckner-symfonie en een ultiem meesterwerk an sich. En dan een geïnspireerde 84-jarige Haitink voor het KCO: dan staat de tijd stil.

25 maart 2013

Concert 22 maart 2013


Vrijdag 22 maart 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Stéphane Denève
Susan Gritton, sopraan
Kate Aldrich, alt
Yann Beuron, tenor
Laurent Naouri, bariton
Vincent le Texier, bas
Groot Omroepkoor

Martin: Golgotha

Dit afwijkende programma ten opzichte van de jaarlijkse passie-uitvoeringen door het KCO confronteerde mij voorafgaande aan dit concert flink met mezelf. De gedachte dat een beetje avontuur en afwijking van het gewone het leven interessant maken, en dus dat in plaats van een van de twee Bach-Passionen een geheel ander werk niet misstaat, vocht een hevige strijd met de hang naar traditie en gewoonte: de lente is in aantocht (nou ja, dat zegt de kalender) en bij het script daarvan hoort een Bach-Passion, liefst de Matthäus. Enfin, ik ging met nieuwsgierige tegenzin naar dit concert. Golgotha van Frank Martin is een boeiend oratorium waarin het lijdensverhaal en de wederopstanding in geuren en kleuren wordt verklankt. Eigenlijk benadert de setting heel dicht die van de Passionen van Bach: solisten die het verhaal zingend becommentariëren, een bas-bariton als Christus, evenals bij Bach een weinig sensitieve betweter, en een koor dat hoofdzakelijk de rol van het volk vertegenwoordigt (bij Bach daarnaast ook de rol van beschouwer). Ik vond het stuk wat te voorspelbaar, of beter: te weinig verrassend. Het ontroerde me in elk geval niet, ofschoon ik het hele concert geconcentreerd heb geluisterd. De zangers en het koor voldeden uitstekend; dirigent Denève haalde er naar mijn indruk echter niet uit wat erin zat. De koorpartijen waren soms ongenuanceerd hard, en echt subtiel orkestspel heb ik niet gehoord. Hier en daar rafelde de uitvoering nog wat, maar dat mag een debuterende dirigent met een voor het orkest onbekend werk vergeven worden. Nu maar weer een aantal jaren de traditie voordat er weer van afgeweken kan worden. Volgend jaar de Matthäus met Herrweghe; ik kijk ernaar uit.

20 maart 2013

Recital 17 maart 2013


Zondag 17 maart 2013, Concertgebouw Amsterdam
Grigory Sokolov, piano

Schubert: 4 Impromptus, D899
Schubert: Drei Klavierstücke, D946
Beethoven: Sonate nr. 29 'Hammerklavier'

Ik hoorde Grigory Sokolov ergens in de jaren negentig tijdens een recital waarin hij een geweldige uitvoering van de Derde pianosonate van Brahms speelde. Dit grootse programma kon ik niet overslaan; het was wederom een fantastisch recital. Sokolov speelt gespierd, maar nergens over de top, technisch volmaakt en hij haalt de meest duistere kanten van de muziek naar boven. Men kan zich Schubert intiemer voorstellen, maar ik heb ademloos naar die sublieme Impromptus en Drie klavierstukken zitten luisteren. Van die drie stukken is het tweede me bijzonder dierbaar; het middengedeelte is van onaardse schoonheid, en Sokolov speelde het prachtig. Het programma voor de pauze duurde bijna vijf kwartier; Sokolov begon pas iets voor tienen aan de Hammerklaviersonate. Hoe weerbarstig is Beethoven vergeleken bij Schubert, maar de Hammerklavier wordt terecht als de beste pianosonate uit de hele pianoliteratuur bestempeld. In het programmaboekje een citaat van Berlioz die het stuk perfect karakteriseerde: de uitvoerder moet al zijn virtuositeit en een verpletterende, naar buiten gerichte pianistiek inzetten om de naar binnen gerichte inhoud te realiseren. Dat lukte Sokolov uitstekend. Het Adagio speelde hij uiterst langzaam maar dwong volledige concentratie bij het publiek af. Zo ook tijdens de onmogelijke Finale. Je zou vermoeden dat Sokolov hierna volledig leeggespeeld zou zijn, maar hij beloonde het uitbundige publiek op zes toegiften. Ik herkende wat Scarlatti, een stukje Rameau en als laatste (dacht ik) een late Brahms. Alles subtiel en prachtig. Bij de laatste toegift was de zaal inmiddels half leeg. Ik stond om iets voor half twaalf buiten.

Concert 6 maart 2013


Woensdag 6 maart 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Charles Dutoit
Janine Jansen, viool

Wagenaar: Ouverture Cyrano de Bergerac
Tsjaikovski: Vioolconcert
Brahms: Symfonie nr. 1

Voor de tournee naar Zuid-Afrika heeft het KCO Charles Dutoit uitgenodigd, die na 18 jaar afwezigheid weer zijn opwachting mocht maken. Ik heb hem eind jaren tachtig en begin jaren negentig enkele malen met het orkest gehoord en die concerten waren over het algemeen prima. Ook vond ik hem altijd een leuke dirigent om naar te kijken: hij beweegt zijn armen in alle windrichtingen en ogenschijnlijk onafhankelijk van elkaar. Zijn cd-opanmes van met name het Franse repertoire zijn genoegzaam bekend; vooral zijn Ravel-opnames zijn prachtig. Nu dan met een klassiek-romatisch programma dat hem prima bleek te liggen. De Eerste van Brahms hoorde ik al heel lang niet meer in de concertzaal, en deze uitvoering zat strak in de verf. Voor de pauze een memorabele uitvoering van het Vioolconcert van Tsjaikovski. Aan het begin van de cadens in het eerste deel ging het mis: bij de eerste de beste pizzicato knapte een snaar van Jansens viool; ze moest stoppen. Even een hulpeloze blik, maar een orkestlid pakte haar Stradivarius en spande in korte tijd een nieuwe snaar. Even stemmen en het concert werd vervolgd met de start van de cadens. Toen bij die bewuste pizzicato de snaar het hield, ging er een zucht van verlichting door de zaal. Maar ondertussen speelde Jansen gewoonweg de sterren van de hemel: technisch perfect, warmbloedig en enorm muzikaal. Ik heb haar nu al meerdere concerten bij het KCO horen spelen (Sjostakovitsj, Britten, Sibelius en Mendelssohn) en iedere keer bijzonder overtuigend. Een grote violoste!

01 maart 2013

Opera 15 februari 2013


Vrijdag 15 februari 2013, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Rossini: Guillaume Tell

Guillaume Tell - Nicola Alaimo
Arnold Melcthal - John Osborn
Walter Furst - Marco Spotti
Melcthal - Patrick Bolleire
Gesler - Christian Van Horn
Mathilde - Marina Rebeka
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Paolo Carignani

De recensenten van de landelijke dagbladen waren nogal verschillend in hun oordeel over deze nieuwe productie van Rossini's laatste opera geënsceneerd door Pierre Audi. Ik houd het op het midden: het was een fraaie voorstelling, maar ook wat gemiddeld en weinig beklijvend. Ik denk dat het vooral aan Rossini en vooral zijn librettisten ligt: zij wisten de onderdrukking en opstand van de Zwitsers tegen de Oostenrijkers weinig levendig uit te beelden. Eigenlijk komt het hier op neer: alle Zwitsers en hun leiders (Tell en Arnold) zeuren een uurtje of drie in verschillende settings dat hun harten het leed niet meer kunnen verdragen en dat de tijd voor opstand nu toch echt is aangebroken, en dan wordt alles in een minuutje of drie uitgevoerd, waarna een opgelucht slotkoor volgt. Wat ik ruim drie jaar geleden over een concertante uitvoering in het Concertgebouw over deze opera schreef (zie hier de weblog), kan ik alleen maar onderschrijven. Ook over het aandeel van John Osborn schreef ik toen wat ik hier ook kan schrijven: goed, maar niet echt meeslepend. Alaimo heeft als titelheld niet echt een grootse rol, maar zijn kolossale verschijning mocht er wezen. Koor en orkest droegen de voorstelling; de enscenering van Audi voldeed prima, maar zal niet als zijn beste de geschiedenis ingaan.
De reprise van Prokofievs 'Liefde van de drie sinaasappelen' laat ik aan me voorbij gaan; en met het KCO op wereldtournee is het een wat stille boel. Ik zal een weblogje wijden aan de nieuwe seizoensprogramma's die net verschenen zijn.

01 februari 2013

Concert 30 januari 2013


Woensdag 30 januari 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koor & orkest Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Dorothee Mields, sopraan
Damien Guillon, altus
Thomas Hobbs, tenor
Peter Kooij, bas

Bach: Cantate Herr, wie du willt, so schicks mit mir, BWV 73
Bach: Cantate Ich bin vergnügt mit meinem Glücke, BWV 84
Bach: Cantate Sie werden euch in den Bann tun, BWV 44
Bach: Cantate Ich elender Mensch, wer wird mich erlösen, BWV 48
Bach: Cantate Ich glaube, lieber herr, hilf meinem Unglauben, BWV 109

In 2006 en 2008 gaf Herreweghe met zijn Gentse formatie al eerder een concert waarin enkele Bach-cantates centraal stonden (zie hier en hier de weblogs daarvan). Dat waren twee gelukkig makende concerten; na ruim vier jaar weer zo'n concert dat je gemoed helemaal schoonspoelt. Van deze vijf cantates kende ik er drie - ik draai regelmatig in de auto, trein of sportschool één of meerdere willekeurige cantates en daardoor plaatsen die zich als vanzelf in mijn muzikale memorie. Herrweghe is mijn favoriete Bach-dirigent. Zijn aanpak is nauwkeurig maar vloeiend, iedere frase doet ertoe en hij legt Bachs onnavolgbare verklanking van de teksten prachtig bloot; je zit permanent met gespitste oren. Dat deed ook de rest van de goed gevulde Grote Zaal. Heerlijk ook om de geweldige Peter Kooij nog eens te horen; op menige opname van Bach-cantates door Herreweghe is hij een grootse vertolker van recitatieven en aria's en zo ook deze avond. De vier solisten maakten overigens deel uit van het koor, dat inclusief hen uit 12 zangers bestond. Subtiliteit en zuiverheid alom! Evenals bij de twee eerdere concerten werd een motet gezongen, nu voor vijf stemmen a capella. Ik kon Herreweghe niet verstaan om welk stuk het ging en van wie, maar het was uitermate fraai.

29 januari 2013

Concert 25 januari 2013


Vrijdag 25 januari 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Leonidas Kavakos, viool

Bartók: Vioolconcert nr. 2
Mahler: Symfonie nr. 1

Exacte herhaling van het concert van 29 augustus j.l. (zie hier de weblog daarvan). Het Tweede vioolconcert van Bartók deed me dit keer weinig, hoe prachtig Kavakos ook speelde. Zijn gitaarachtige toegift hoorde ik ook al eerder gespeeld door hem, maar was wederom verrukkelijk. Na de pauze een (wederom) grandioze Eerste Mahler. Ondanks de kleine missertjes bij de koperblazers stond de uitvoering als een huis. Ik zat dit keer prinsheerlijk op de eerste rij op het podium en kon Jansons' verrichtingen goed observeren. Hij is voortdurend bezig de partituur in bewegingen om te zetten. Bijzonder fascinerend om te zien, maar ook zeer integer en artistiek. Het orkest en Jansons zijn een maandje op pad met Bruckner, Mahler en Strauss; het zij de wereld gegund!

Concert 23 januari 2013


Woensdag 23 januari 2013, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Wagenaar: Ouverture De getemde feeks
R. Strauss: Tod und Verklärung
Tsjaikovski: Symfonie nr. 5

Het programma voor de pauze (Wagenaar en Strauss) stond ook in oktober j.l. met Jansons gepland maar toen moest hij de concerten wegens ziekte afzeggen. De toen gespeelde Strauss-orkestliederen met Anja Harteros redden het concert (zie hier de weblog daarvan). Nu dan wel met Jansons, gedreven als altijd. Na de wat plichtmatige ouverture van Wagenaar (ik zou zeggen: goed geschreven, maar speel voortaan gewoon de Meistersinger-ouverture) een werkelijk suberbe Tod und Verklärung. Het is een typisch Strauss-stuk met zijn afwisselende dreiging, wanorde en lyriek. Ik heb een prima cd-opname van het stuk met het Concertgebouworkest en Haitink, maar Jansons is stellig de beste Strauss-dirigent. Zijn live-opnames van Ein Heldenleven, Don Juan en Eine Alpensinfonie bewijzen dat. Deze Tod und Verklärung zal waarschijnlijk aan de vorig jaar gespeelde Also sprach Zarathustra gekoppeld worden. Na de pauze de Vijfde van Tsjaikovski, die ik eind jaren tachtig pas goed leerde kennen door de prachtige opname van Jansons met zijn toenmalige orkest uit Oslo. Het tekent Jansons: nergens enig spoor van routine, iedere maat doet ertoe. Een geweldig subtiele en gedreven uitvoering. De man is eigenlijk onnavolgbaar!