19 maart 2007

Concert 18 maart 2007


Zondag 18 maart 2007, Concertgebouw Amsterdam
Wiener Philharmoniker o.l.v. Christian Thielemann

Bruckner: Symfonie nr. 8

Wanneer de Wiener Philharmoniker Bruckner spelen, dan zijn twee van de drie noodzakelijke elementen voor een perfecte avond aanwezig. Dit klasseorkest heeft met zijn superieure strijkers en zijn niet na te bootsen lage klank geproduceerd door de celli, bassen en het koper de perfecte 'sound' voor Bruckner. Bovendien spelen de Wiener altijd enorm geconcentreerd. Het derde element is natuurlijk de dirigent en zijn interpretatie, en met Thielemann stond er wellicht niet de allerbeste, maar zeker toch een heel goede Brucknerdirigent op de bok. Dus ja, het was erg fraai zondagavond. Thielemann is een onhandige slungel en oogt met zijn oerduitse kop misschien niet als de meest vriendelijke dirigent, dirigeren kan hij. Ik herinner me een prima Pathétique met het KCO, en ook een goede Zevende Bruckner met zijn eigen Münchense orkest. Deze Achtste Bruckner mocht er eveneens zijn. De inzet van het Adagio was hemels en de opbouw van het openingsdeel en de Finale van grote klasse. Thielemann hield de klank soms opvallend klein; soms leek het wel kamermuziek. Ik miste wel een goede balans tussen de strijkers en de houtblazers; deze laatsten vielen soms helemaal weg. Gezien de aandacht die Thielemann aan de strijkers gaf mijns inziens een bewuste keuze. Het zij zo; ik heb enorm zitten genieten van dit grandioze orkest. Volgend jaar spelen ze met Gergiev Berlioz en Tsjaikovksy - weer eens wat anders. Moge Thielemann, liever dan die prutser van een Barenboim, weer snel terugkeren bij het KCO.

17 maart 2007

Concert 16 maart 2007










Vrijdag 16 maart 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Esa Pekka Salonen
Lang Lang, piano

Beethoven: Pianoconcert nr. 4
Sibelius: Lemmikäinen-suite

Ik ben een groot liefhebber van de muziek van Sibelius. Helaas worden zijn meesterwerken nog veel te weinig gespeeld. Het KCO is op papier een ideaal orkest voor Sibelius, dus als de gelegenheid zich voordoet... Enfin, de eerste uitvoering van de complete Lemmikäinen-suite door het KCO gedirigeerd door de Fin Salonen kon ik niet missen. Ik moet bekennen die suite zelf ook nog nooit in zijn geheel beluisterd te hebben, en daarmee heb ik mezelf enorm tekort gedaan (ik heb overigens wel twee uitvoeringen in de kast staan: Colin Davis met het London Symphony en Osmo Vanskä met het Lahti Symphony!). Het stuk gaat integraal op de iPod! Wat een sublieme, rijke muziek. Het eerste deel Lemmikäinen en de jonkvrouwen van het eiland is wat breedsprakig, maar de instrumentatie is geweldig. De schoonheid van De zwaan van Tuonela is genoegzaam bekend. Dat geldt niet voor wat mij het subliemste deel van deze suite lijkt: Lemmikäinen in Tuonela. Halverwege het deel schreef Sibelius één van zijn mooiste stukken muziek. Deze twee laatstgenoemde delen werden overigens in omgekeerde volgorde gespeeld. Het slotdeel Lemmikäinens keert huiswaarts is een heerlijk felle uitsmijter. De suite werd door het KCO onder de bezielende leiding van de eeuwig jong uitziende Salonen fraai en veelkleurig uitgevoerd. Het orkest was wel hoorbaar te onbekend met deze muziek om die extra lading mee te geven wat ze bij Bruckner en Mahler wel kunnen. Meer Sibelius derhalve, en dan niet alleen de Tweede en Vijfde symfonie! Hieronder een prachtige foto van de oude Finse meester - ik heb hiervan een ansichtkaart aan de muur van mijn studeerkamer hangen. Als je op de foto klikt krijg je hem helemaal fraai op je scherm. Ik zal eens een aparte log aan Sibelius wijden.
Voor de pauze excelleerde de jonge Chinese pianist Lang Lang in Beethovens Vierde pianoconcert, een relatief timide concert dat desondanks in veel opzichten een baanbrekend werk is. Het tweede deel is hondsmoeilijk om uit te voeren, maar Lang Lang en Salonen kregen het voor elkaar de balans perfect te laten zijn.

09 maart 2007

Concert 3 maart 2007


Zaterdag 3 maart, Concertgebouw Amsterdam
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergiev
Silvana Dussmann, sopraan

Wagner: Wesendonk-Liederen
Mahler: Symfonie nr. 1


Concerten van Gergiev zijn altijd bijzonder. Zeker niet altijd perfect, maar nooit saai of routineus. Ook tijdens deze matinee hing er een speciale spanning in de zaal, die door Gergiev werd opgeroepen. De Wesendonk-Liederen van Wagner werden goed gezongen door de Weense Sinvana Dussmann, maar nog intenser begeleid door het Rotterdamse orkest en Gergiev. Mijn aandacht ging natuurlijk vooral uit naar Gergievs interpretatie van Mahlers Eerste symfonie. Die was prachtig en verfijnd, met aandacht voor de details (die ik soms nog niet eerder had gehoord). Volledig tevreden was ik na afloop echter niet, en dat lag aan het orkest. Er waren iets teveel missertjes en slordigheden. Hoe goed het Rotterdams Philharmonisch ook is, met het KCO zou Gergiev een sublieme uitvoering gegeven hebben, en dat was deze middag niet het geval. Gergiev heb ik één keer met het KCO gehoord (een fenomenale Vuurvogel), maar diens variabele gedrag viel niet goed bij het orkest. Het schijnt dat ook de Rotterdammers hier een beetje genoeg van beginnen te krijgen. Volgend jaar in de serie Wereldberoemde symfonieorkesten twee keer Gergiev: met het London Symphony (waar hij vanaf de zomer chef is) en met de Wiener - ik kijk er al naar uit.

28 februari 2007

Opera 26 februari 2007


Maandag 26 februari 2007, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Wagner: Tannhäuser

Tannhäuser - Robert Gambill
Elisabeth - Barbara Haveman
Venus - Petra Lang
Hermann - Kristinn Sigmundsson
Wolfram von Eschenbach - Roman Trekel
Koor van de Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen

Tannhäuser was de laatste van de bekende Wagner-opera's die ik nog nooit eerder live had gehoord. Dit hiaat is nu dus opgevuld; en met wat een schitterende uitvoering en enscenering! De gecontracteerde Elisabeth (Martina Serafin) was ziek en werd vervangen door de onbekende Nederlandse Barbara Haveman, die dezelfde rol bij de opera van Hamburg bleek te zingen en nog die ochtend naar Amsterdam kwam afgereisd om de rol in te studeren. Ze maakte een groots debuut. Robert Gambill kweet zich uitstekend van zijn zware taak, en Petra Lang is de ideale Venus. Met deze laatste Tannhäuser uit de serie kwam ook een (voorlopig) einde aan de gastdirecties van Hartmut Haenchen, van wie ik al zijn Wagners in Amsterdam heb gehoord. De Lohengrin ontbreekt in het rijtje, dat dirigeerde De Waart. Haenchen is enorm gegroeid als Wagnerdirigent. Klonken zijn interpretaties indertijd wat licht, de laatste jaren durfde hij voluit te gaan. Deze Tannhäuser werd eveneens groots en indringend gespeeld.
Tannhäuser is niet bepaald Wagners sterkste opera. Wagner is nog flink zoekend naar zijn stijl, en componeerde soms wat te langdradig. (Nee, niet in latere opera's!) In het derde bedrijf is het opeens een stuk beter. En natuurlijk: 'O du, mein holder Abendstern' is de mooiste Wagner-aria, en het hoofdthema een ijzersterke melodie. Daar kan ik lang mee voort.

09 februari 2007

Concert 7 februari 2007













Woensdag 7 februari 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Schubert: Symfonie nr. 3
Bruckner: Symfonie nr. 3
Jansons is duidelijk beter thuis in het Duitse repertoire; dit concert was prachtig. De uitvoering van Derde van Schubert straalde van levenslust en zat vol fijnzinnige details. Uiteraard was ik benieuwd naar Jansons eerste Bruckner bij het KCO. Jansons koos voor de derde versie van deze Derde symfonie, waar Haitink altijd de tweede versie liet spelen. Die tweede versie is net iets evenwichtiger, maar in de derde versie zit aan het einde van het eerste deel een langere uitwerking van een bepaald thema die me altijd helemaal in vervoering brengt. Opvallend in deze uitvoering waren de fraaie afwerking en de nadruk op de klankstapelingen van strijkers, hout- en koperblazers. Daardoor kreeg de muziek die typische weidsheid waar Bruckner patent op heeft, maar die niet door iedere dirigent zo fraai wordt benadrukt. Geen hoogdramatische uitvoering, maar veeleer een mooie en uitgebalanceerde uitvoering. Er zijn veel prachtige symfonieen, maar een goedgespeelde Bruckner-symfonie maakt mij ultiem gelukkig.

Concert 3 februari 2007


Zaterdag 3 februari, Concertgebouw Amsterdam
Staatskapelle Berlijn o.l.v. Daniel Barenboim

Schönberg: Variaties voor orkest, op 31
Mahler: Symfonie nr. 7

Ik had Barenboim al eens eerder gehoord, als pianist in een solorecital. Dat was niet goed en bevestigde wat ik altijd al van deze musicus heb gevonden: dat hij zowel als pianist als dirigent zelden tot mooi spelen komt en met maniertjes een uitvoering om zeep helpt. Ik ken van Barenboim geen enkele overtuigende cd-opname. Maar goed, deze avond een fraaie gelegenheid om te horen hoe het echt klinkt met Barenboim op de bok. De orkestvariaties van Schönberg werden saai gespeeld, maar eerlijk gezegd hielp ook het stuk zelf niet bepaald mee. Bij de Zevende van Mahler moest het gebeuren. Al na twee minuten was het duidelijk: dit werd een ramp. Ik heb met moeite de uitvoering uit kunnen zitten. Wat een dramatisch slechte uitvoering! De heftige emotiewisselingen in dat fantastische en furieuze eerste deel verdwenen in de brij van het loeiharde orkestspel, de tempowisselingen waren niet meer te volgen en er ging van alles mis in het orkest. Om over gelijkspelen maar te zwijgen. Onbegrijpelijk dat dit orkest tot de serie Wereldberoemde symfonieorkesten werd toegelaten! Nog onbegrijpelijker waren de recensies in de kranten; die prezen Barenboim de hemel in. Soms lijkt het erop alsof de heren recensenten hun oordeel laten afhangen van de mate van bravogeroep. Dit concert werd vooral bevolkt door sponsorpubliek dat meent met wat geloei na afloop een uitvoering tot een evenement te bombarderen. Moge de wens van Kasper Jansen geuit in zijn recensie in de NRC om Barenboim met Mahler naar het KCO te halen nooit werkelijkheid worden.

Concert 1 februari 2007

Vrijdag 1 februari 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Elina Garanca, mezzosopraan

Honegger: Pacific 231
Debusssy: La mer
Berio: Folk Songs
Ravel: La valse

Een niet helemaal bevredigend concert, en niet Jansons beste. Debussy's La mer is toch het ultieme Franse muziekwerk en ik had gehoopt dat Jansons ook in dit werk zou aantonen een meesterlijk dirigent te zijn. Maar helaas. Ondanks het fraaie spel lukte het Jansons niet de muziek die magische lading te geven, wat alleen Haitink nog wel lukte. Wat is dat toch, dat La mer (en ook de Nocturnes) daardoor bijna altijd mislukken? In Ravels La valse ging Jansons en het orkest helemaal voluit. Het optreden van de Letse Elina Garanca stelde wat teleur. Ze heeft een schitterende mezzo, maar zong de liedjes van Berio een beetje braafjes, en dan is er eigenlijk weinig diepgravends aan. Het concert opende fraai met Honeggers locomotiefmuziek. Mijn muziekleraar op de middelbare school besteedde hier eens een hele les aan! Fijn om het nu eens live te horen. Waar haalde NRC-recensent Kasper Jansen de nonsens vandaan om deze muziek te associeren met een stoomschip? Die muziekleraar vertelde tijdens die les dat de nummers 231 te maken hadden met de volgorde van de wielen. Ik kon daar nooit een voorstelling van maken, tot ik zojuist Pacific 231 in Google invoerde. Zie de prachtige foto! (als je erop klikt wordt de afbeelding vergroot)

28 januari 2007

Concert 19 januari 2007


Vrijdag 19 januari 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Markus Stenz
Alexander Kerr, viool

Schreker: Voorspel tot Die Gezeichneten
Korngold: Vioolconcert
Matthews: Turning Point
Stravinsky: Scherzo fantastique
Stravinsky: Circus Polka

Ook Markus Stenz maakte een paar jaar geleden in de A-serie een succesvol debuut, en keert nu regelmatig terug bij het KCO. Het is een degelijke dirigent die steeds met interessante programma's optreedt. Ook dit concert in de A-serie mocht er zijn. Ik kende het werk van Schreker nog niet; heerlijk die klankstapelingen uit dat enorme orkest dat hij voorschrijft. Dat belooft wat later dit voorjaar, wanneer het KCO deze opera in het Muziektheater begeleidt! Voormalig concertmeester Alexander Kerr speelde het vioolconcert van Korngold wat te braaf. De wereldpremiere van Matthews' Turning Point viel me erg mee; het omvangrijke werk viel in twee totaal verschillende delen uiteen wat sfeer betreft. De twee stukken van Stravinsky waren lekkere uitsmijters.

Concert 14 januari 2007


Zondag 14 januari 2007, Concertgebouw Amsterdam
Staatskapelle Dresden o.l.v. Daniel Harding

Mahler: Symfonie nr. 9

In de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten dit keer de Staatskapelle Dresden, een van de beste orkesten van Europa dat al vaker in het Concertgebopuw te gast was (o.a. met Haitink). Nu dirigeerde de jonge Britse dirigent Daniel Harding de Negende symfonie van Mahler. Tja, een dilemma. Een dirigent van begin dertig kan natuurlijk nooit volledig alle diepten van dit werk peilen. Maar jong geleerd, oud gedaan; ook Haitink begon vroeg met zulke stukken. Harding bracht allerlei eigenzinnige accenten aan, maar wist me in de eerste drie delen desondanks niet echt te boeien. Op het laatste deel had hij duidelijk zijn kaarten gezet; met name de verstilde slotminuten werden prachtig gespeeld. Dat Harding daarvoor het licht in de zaal liet dempen, beschouw ik maar als een jeugdzonde.

26 januari 2007

Bruckner 5

De laatste tijd beluister ik meer dan regelmatig de Vijfde symfonie van Anton Bruckner. Ik had al een stuk of vijf uitvoeringen van deze symfonie in de kast staan, waaronder de befaamde opname van Klemperer, en verder o.a. Celibidache en twee opnames door Eugen Jochum: de opname uit de DG-verzamelbox en een live-uitvoering op Philips met het Concertgebouworkest uit het begin van de jaren zestig, opgenomen in het zuidduitse klooster van Ottobeuren. Maar deze hernieuwde belangstelling is te danken aan de werkelijke fenomenale opname van Nikolaus Harnoncourt en de Wiener Philharmoniker. Ik kocht deze opname vorige maand, en het is met afstand de beste uitvoering die van dit werk te koop is; ook de EMI-opname van Klemperer valt hierbij in het niet.
In zijn interview begin jaren tachtig met Jan Brokken bestempelde Bernard Haitink de Wiener Philharmoniker als het ideale orkest voor juist deze Vijfde symfonie van Bruckner. Met name de Finale en dan vooral het grandioze slot daarvan vereist een perfecte balans tussen (lage) strijkers en koperblazers, en dan vormen de Weners toch echt het beste orkest daarvoor. Ik mocht een paar jaar terug het genoegen smaken Haitink met de Wiener Philharmoniker met dit werk te horen (in het Concertgebouw) - de inzet van de eerste fuga in het slotdeel zal ik nooit vergeten. Haitink had eerder al een opname van dit werk met de Wiener gemaakt; ik ken die opname (nog) niet. Maar wat Harnoncourt met dit orkest bereikt is werkelijk superieur. Harnoncourt brengt zijn inzicht van de barok- en classicistische muziek mee; de Weners hun fabuleuze orkestcultuur. Die geniale dubbelfuga in de Finale moest dus wel een ideale uitvoering krijgen. In deze even merkwaardige als meesterlijke contrapuntische symfonie komen deze beide werelden samen in een uitvoering die op alle fronten klopt. Het tweede deel lijkt te snel gespeeld, maar ook hier sta je versteld van de schoonheid van de muziek en de uitvoering. De Finale is natuurlijk het absolute hoogtepunt - compositorisch wellicht het beste wat de Oostenrijkse meester schreef. Onbegrijpelijk dat Brahms niks van Bruckner wilde weten; als je het slotdeel van diens Vierde symfonie naast de Finale van Bruckners Vijfde legt, dan zouden beide heren elkaar toch hebben moeten omarmen?
Bruckners Vijfde is het hoogtepunt van de klassieke symfonie; alles wat Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert in deze muziekvorm ontdekten en uitbouwden heeft Bruckner in zijn Vijfde tot de (theoretische) essentie gesublimeerd. Het is geen dramatisch-emotioneel werk, maar het ontroert door zijn zuiverheid van vorm. Nikolaus Harnoncourt en de Wiener Philharmoniker zorgden voor de perfecte opname van dit meesterwerk. Ik heb de tweede cd met repetitiefragmenten nog niet beluisterd - ik heb daar eigenlijk weinig behoefte aan.
Ondanks alle perfectie door Harnoncourt en de Wiener ga ik nog twee uitvoeringen aan mijn collectie toevoegen. Allereerst de Haitink-opname met de Weners; daarnaast is er een cd uitgebracht van het allerlaatste concert dat Eugen Jochum in het najaar van 1986 met het Concertgebouworkest gaf. Hij was toen ver in de tachtig, en zou een paar maanden later overlijden. Deze Vijfde van Bruckner stond toen op de lessenaars, en ik zat als 21-jarig ventje in de zaal.



Concert 11 januari 2007













Donderdag 11 januari 2007, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alan Gilbert
Piotr Anderszewski, piano

Moesorgski: Voorspel tot Chovanstsjina
Mozart: Pianoconcert nr. 23
Tsjaikovski: Symfonie nr. 4

De Amerikaanse dirigent Alan Gilbert debuteerde in 2003 succesvol in de A-serie bij het KCO en ook zijn volgende optreden in 2005 was uitstekend. Deze derde gastdirectie was evenzeer van grote klasse. De heerlijke Vierde van Tsjaikovski kreeg een puike uitvoering, vol kracht en met aandacht voor de details. De Pool Piotr Anderszewski had voor de pauze al geimponeerd met een eigenzinnige uitvoering van Mozarts Pianoconcert in A. Anderszewski speelde beheerst en subtiel, en legde interessante accenten op plaatsen waar ik ze niet kende. Met een fraaie Ochtendgloren over de Moskou-rivier waarmee Moesorgski's opera Chovanstsjina opent was dit een model-abonnementsconcert.

21 januari 2007

Opera 3 januari 2007


Dinsdag 3 januari 2007, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Mozart: Don Giovanni

Don Giovanni - Pietro Spagnoli
Il Commendatore - Mario Luperi
Myrto Papatanasiu - Donna Anna
Marcel Reijans - Don Ottavio
Charlotte Margiono - Donna Elvira
Jose Fardilha - Leporello
Roberto Accurso - Masetto
Cora Burggraaf - Zerlina
Koor van de Nederlandse Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Ingo Metzmacher

Waren de ensceneringen van Cosi fan tutte en Le nozze di Figaro goed tot zeer goed, met Don Giovanni sloegen de regisseurs Wieler en Morabito volledig de plank mis. Zozeer zelfs, dat ik tijdens het eerste bedrijf eventjes overwoog om in de pauze naar huis te gaan. Maar de muziek van Mozart is zo onweerstaanbaar dat ik dat niet over mijn hart kon verkrijgen. Don Giovanni is onbetwist de beste opera uit het hele repertoire en met Margiono als Donna Elvira voldoende reden om toch te blijven. Maar wat een dramatische enscenering! In tegenstelling tot de Cosi en Le Nozze gebeuren er op het toneel nu dingen die niets met het verhaal van doen hebben. Tja, dan haak ik af. Nergens een leuke vondst bovendien. De uitvoering was redelijk goed, met Margiono en de Portugese Papatanasiu als Donna Anna als positieve uitschieters. Nu bekend is geworden dat Metzmacher het binnenkort alweer gezien houdt bij de Nederlandse Opera toch ook een kritisch puntje ten aanzien van zijn directie in deze Da Ponte-opara's. Tijdens iedere voorstelling zat er wel eens een zanger een seconde of wat naast. Zoiets hoor ik zelden bij de opera - wat was er aan de hand met Metzmacher? Het schijnt dat ze deze voorstellingen in de toekomst nog eens gaan herhalen. Voor de Cosi en zeker Le nozze maak ik graag nog eens de gang naar het Muziektheater. Maar deze Don Giovanni wil ik nooit meer zien.

31 december 2006

Concert 23 december 2006


Zaterdag 23 december 2006, Concertgebouw Amsterdam
Groot Omroepkoor, Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Krassimira Stoyanova, sopraan
Marianne Cornetti, alt
Robert dean Smith, tenor
Franz-Josef Selig, bas

Kodaly: Psalmus Hungaricus
Beethoven: Symfonie nr. 9

Een prachtige koppeling, deze twee werken. Ik kende de Psalmus Hungaricus eerlijk gezegd niet, maar door de zeer overtuigende uitvoering liet het zich beluisteren als een sterk werk. Vooral de koorpassages bleken zeer fraai. De 9e van Beethoven is zowat een cultstuk door die Ode an der freude, terwijl dat vierde deel het minst sterke deel van de symfonie is. Eigenlijk is het niet meer dan een potpourri zonder muzikale kerngedachte. Voor de zangers is dat deel nauwelijks te doen. Het eerste en derde deel doen me dan veel meer. Jansons had de boel flink onder controle, en leidde een gespierde uitvoering. Een lekker groot orkest dat scherp musiceerde, een goed koor en prima solisten. Een fraaie afsluiting van een mooi muziekjaar. De afbeelding hierboven is uit het manuscript van de 9e.

Concert 22 december 2006


Vrijdag 22 december 2006, Concertgebouw Amsterdam
Monteverdi Choir, English Baroque Soloists o.l.v. John Eliot Gardiner
Julia Doyle, sopraan
Robin Blaze, countertenor
Nicholas Mulroy, tenor
Matthew Brook, bas

Bach: Cantate Wachet! betet! betet! wachet!, BWV 70
Bach: Cantate Herz und Mund und Tat und leben, BWV 147
Bach: Cantate Nun komm, der Heiden Heiland, BWV 61
Bach: Cantate Wachet auf, ruft uns die Stimme, BWV 140

Na het heerlijke concert met Bach-cantates door Herreweghe (zie muzieklog 19 november j.l.) nu vier andere Bach-cantates door Gardiner. Ik heb een aantal Bach-opnames van Gardiner (Hohe Messe, Matthaus-Passion, Weihnachtsoratorium) die me in de loop der tijd steeds minder zijn gaan bevallen. En ook dit concert leed aan wat daaraan ten grondslag ligt: Gardiners te rauwe aanpak van de muziek. Gardiner dirigeert Bach alsof hij Mozart, Brahms of Dvorak dirigeert: op de melodie. De accenten zet hij extra stevig aan, en dat is het eigenlijk wel zo'n beetje. Dan blijven de cantates natuurlijk prima overeind, want de muziek is ijzersterk. Maar de ontelbare nuances die Herreweghe naar boven haalt, blijven bij Gardiner onaangesproken. De solisten (uit het koor) zongen gemiddeld goed, maar niet uitzonderlijk. Door Bach werd dit concert toch de moeite waard, maar Gardiner is zeker niet de juiste dirigent voor deze muziek.

Opera 19 december 2006


Dinsdag 19 december 2006, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Mozart: Le nozze di Figaro

Il Conte - Garry Magee
La Contessa - Cellia Costea
Susanna - Danielle de Niese
Figaro - Luca Pisaroni
Cherubino - Maite Beaumont
Marcellina - Charlotte Margiono
Bartolo - Mario Luperi
Basilio - Marcel Reijans
Koor van de Nederlandse Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Ingo Metzmacher

In mijn vorige log noemde ik de Cosi na Don Giovanni Mozarts sterkste opera, maar ik denk dat die eer toch te beurt valt aan Le nozze di Figaro. Door het hogere John Lanting-gehalte van het verhaal is de variatie net wat meer dan in de Cosi. Het verhaal in de Nozze is op het randje van de geloofwaardigheid (het verhaal van de Cosi heeft meer diepgang), maar de muziek straalt van begin tot einde, zonder zwakke momenten. De moderne enscenering vond ik een van de sterkste die ik ooit zag. Normaliter houd ik niet van ensceneringen met een eigen verhaal, maar hier paste alles prima. De vlucht van Cherubino werd hier middels beelden van een bewakingscamera bewezen; een regelrechte vondst en een hoogtepunt van vernuft. Ook de slotscene waarin werkelijkheid en vermeende werkelijkheid zowel in tekst als (personen)regie door elkaar heenlopen was bijzonder fraai gerealiseerd. De uitvoering was goed, maar het niveau dat ooit Harnoncourt met het KCO op dezelfde plaats bereikten zal wel nooit meer gehaald worden. Begin januari sluit mijn trilogie af met Don Giovanni, wat de meest controversiele enscenerng schijnt te zijn. We zullen zien.