31 december 2006

Opera 19 december 2006


Dinsdag 19 december 2006, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Mozart: Le nozze di Figaro

Il Conte - Garry Magee
La Contessa - Cellia Costea
Susanna - Danielle de Niese
Figaro - Luca Pisaroni
Cherubino - Maite Beaumont
Marcellina - Charlotte Margiono
Bartolo - Mario Luperi
Basilio - Marcel Reijans
Koor van de Nederlandse Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Ingo Metzmacher

In mijn vorige log noemde ik de Cosi na Don Giovanni Mozarts sterkste opera, maar ik denk dat die eer toch te beurt valt aan Le nozze di Figaro. Door het hogere John Lanting-gehalte van het verhaal is de variatie net wat meer dan in de Cosi. Het verhaal in de Nozze is op het randje van de geloofwaardigheid (het verhaal van de Cosi heeft meer diepgang), maar de muziek straalt van begin tot einde, zonder zwakke momenten. De moderne enscenering vond ik een van de sterkste die ik ooit zag. Normaliter houd ik niet van ensceneringen met een eigen verhaal, maar hier paste alles prima. De vlucht van Cherubino werd hier middels beelden van een bewakingscamera bewezen; een regelrechte vondst en een hoogtepunt van vernuft. Ook de slotscene waarin werkelijkheid en vermeende werkelijkheid zowel in tekst als (personen)regie door elkaar heenlopen was bijzonder fraai gerealiseerd. De uitvoering was goed, maar het niveau dat ooit Harnoncourt met het KCO op dezelfde plaats bereikten zal wel nooit meer gehaald worden. Begin januari sluit mijn trilogie af met Don Giovanni, wat de meest controversiele enscenerng schijnt te zijn. We zullen zien.

26 november 2006

Dramatisch slechte Haitink-biografie

Op 7 november j.l. was het precies 50 jaar geleden dat Bernard Haitink voor het eerst een concert gaf met met Concertgebouworkest. Dat gouden jubileum werd begin deze maand gevierd met een prachtig concert waarbij Haitink een droomprogramma dirigeerde: Mahlers Das Lied von der Erde en Vierde symfonie. Het concert was vele keren uitverkocht, maar ik was erbij. In september ontstond er een relletje. Bij dit jubileum zou aan Haitink het eerste exemplaar van een boek overhandigd worden waarin zijn relatie met het Concertgebouworkest beschreven werd. Haitink had een stukje uit het manuscript mogen lezen, en wees de inhoud af. Communicatief eigenaardig als Haitink altijd al is geweest verklaarde hij dat het boek niet bij het jubileum overhandigd mocht worden, anders zou hij niet komen dirigeren. Enfin, de directie van het Koninklijk Concertgebouworkest trok zijn handen van het boek af, en voldeed aldus aan Haitinks eis. Het concert ging gewoon door, en het boek verscheen een week later in alle stilte. Het is geschreven door Jan Bank en Emile Wennekes, getiteld De klank als handschrift. Bernard Haitink en het Concertgebouworkest.
Afgelopen week las ik dit boek, en ik kan niet anders zeggen dan dat ik zelden zo’n dramatisch slecht boek gelezen heb. Het barst werkelijk van de fouten en slordigheden, is erbarmelijk geschreven, getuigt van haastwerk en lapt alle basisregels van het schrijven van een biografie aan zijn laars. Ik heb alles wat mij opviel in het boek aangetekend, en in een worddocument gezet. Dat telt meer dan tien pagina’s! Liefhebbers moeten maar even als ‘comment’ hun mailadres achterlaten, dan stuur ik het document toe. Het gaat aan het begin al helemaal mis. Op het omslag staat als ondertitel Haitink en het Concertgebouworkest. Op de titelpagina: Bernard Haitink en het Concertgebouworkest. Inhoudelijk misschien een peulenschil, maar boekenmakers gruwen van zo’n misser. Hoe moet het boek voortaan geannoteerd worden? Voorts: ook de eerste regels van het voorwoord zijn een overtreding van de normen en waarden van het (biografisch) boekenschrijven. Je grabbelt wat akkoorden bij elkaar op een piano, maar pas wanneer je voor een orkest staat, begint pas het echte werken. [voetnoot 1]. Zo ongeveer beschreef Bernard Haitink eens het repetitieproces. Het citaat van Haitink is te vinden in het boek Met musici van Jan Brokken, en werd oorspronkelijk in de Haagse Post gepubliceerd. De woorden van Haitink zijn per letter in twee (!) bronnen na te gaan als ook dat de publicatiedata van deze bronnen nauwkeurig zijn te herleiden. En wat zeggen de auteurs, beiden hoogleraar dus kenners van wetenschappelijk onderzoek: zo ongeveer beschreef Bernard Haitink eens… Op dezelfde pagina, bij de derde keer dat de naam van het onderwerp wordt genoemd: Hatink. De auteurs grossieren in tautologieën en pleonasmen. Wat te denken van constructies als: geleidelijk steeds meer, of: de discussie golfde heen en weer, of: internationale broederschap van musici over de nationale grenzen heen. En hoogleraren die het aantal toehoorders zeer te wensen overhield schrijven dienen subiet ontslagen en terugverwezen te worden naar de brugklas vmbo. Wie de zin De blazerssectie vormt doorgaans een toch elastisch en wendbaar accurate slagwerkgroep die als specie tussen de orkestgroepen aaneensmeedt. begrijpt en weet uit te leggen mag het zeggen en krijgt van mij een boekenbon.
Ik wil mezelf geen kenner van de carrière van Haitink noemen, maar heb wel sinds begin jaren tachtig veel over hem gelezen, en veel concerten van Haitink bijgewoond. Als amateur-liefhebber kan ik ettelijke fouten in dit boek aanwijzen. De twee auteurs zijn hoogleraar; Wennekes zelfs hoogleraar Muziekwetenschap. Ze dienen zich diep te schamen!

25 november 2006

Opera 21 november 2006


Dinsdag 21 november 2006, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

Mozart: Così fan tutte

Fiordiligi - Sally Matthews
Dorabella - Maite Beaumont
Guglielmo - Luca Pisaroni
Ferrando - Norman Shankle
Despina - Danielle de Niese
Don Alfonso - Garry Magee
Koor van de Nederlandse Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Ingo Metzmacher

Gedurende een kleine twee maanden worden de drie Da Ponte-opera's van Mozart uitgevoerd door De Nederlandse Opera en eigentijds geënsceneerd door het duo Wieler en Morabito. In december staan voor mij nog Don Giovanni en Le nozze di Figaro op het programma. Deze Cosí was erg geslaagd, zowel in enscenering als in muzikale uitvoering. Het verhaal werd gesitueerd ergens in de jaren vijftig/zestig, in luchtig-zomerse stijl. Het ronddraaiende huis met drie rukmtes bood alle gelegenheid voor snelle scene- en stemmingswisselingen. Hiernaast de nodige eigenzinnigheden, zoals de begeleiding van de recitatieven door een over het podium rondzwalkende gitarist en het uit een koffergrammofoon laten horen van de eerste militaire koormuziek uit het eerste bedrijf (wat iemand in de zaal aanleiding gaf keihard boe te roepen). Prima personenregie, en vooral: uitstekende zangers. Sally Matthews was een superieure Fiordiligi, Maite Beaumont een prima Dorabella. Misschien was alleen Norman Shankle als Ferrando wat weekjes, maar de rest: prima. Ooit speelde op dezelfde plek het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Harnoncourt dezelfde muziek, en fraaier dan die combinatie is niet meer mogelijk. Maar Metzmacher leidde een scherp spelend Kamerorkest. De Cosí fan tutte vind ik na Don Giovanni in muzikaal opzicht Mozarts sterkste opera. Jammer alleen dat het allerfraaiste stukje muziek uit deze opera nog geen minuut duurt: de aria Barbaro fato! Vorrei dir, e cor non ho waarin Don Alfonso zich aandient bij de dames om het slechte nieuws te brengen. Mozart in mineur, smartelijk en ironisch - fantastisch!

19 november 2006

Concert 18 november 2006


Zaterdag 18 november 2006, Concertgebouw Amsterdam
Koor en Orkest Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
Dorothee Mields, sopraan
Matthew White, altus
Hans Jörg Mammel, tenor
Thomas E. Bauer, bas

Bach: Cantate Wer weiss, wie nahe mir mein Ende?, BWV 27
Bach: Cantate Komm, du süsse Todesstude, BWV 161
Bach: Cantate Christus, der ist mein Leben, BWV 95
Schelle: Motet Komm, Jesu, komm!
Bach: Cantate Liebster Gott, wann werd' ich sterben?, BWV 8

Zomaar op een gewone zaterdagmiddag ergens in november. En dan vier prachtige Bach-cantates voorgeschoteld krijgen door de beste Bach-dirigent van deze tijd. Dan is alles heel even volmaakt. Bij Herreweghe klinkt Bach vloeiend en dramatisch, maar tegelijkertijd met een enorme aandacht voor het detail. Met een klein accent hier of een aangezet tremolo daar krijgt de gezongen tekst een diepgang die anders ongemerkt voorbij zou gaan. Het koor en orkest van het Collegium Vocale is helemaal vergroeid met deze muziek - ik denk niet dat die nog mooier gezongen en gespeeld kan worden, al was het wel jammer dat in het orkest meesterhoboïst Marcel Ponseele ontbrak. De bas, tenor en countertenor zongen goed, maar niet uitzonderlijk. Sopraan Dorothee Mields zong wel hemels mooi, maar had weinig aandeel. Het fraaie Motet van Schelle bleek een a capella stuk voor vijf stemmen; een aardig intermezzo tussen die verrukkelijke cantates. In iedere cantate zat wel een aria, koraal of zelfs recitatief die je de adem deed inhouden. In december voert Gardiner eveneens 4 Bach-cantates uit; ik ben benieuwd of hij aan dit hoge niveau kan tippen. Alhoewel: ik weet eigenlijk wel zeker van niet. Daarvoor is Herreweghe gewoonweg te goed.

18 november 2006

Concert 15 november 2006


Woensdag 15 november, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Dvorák: Symfonie nr. 9 'Uit de nieuwe wereld'
Strawinsky: Le sacre du printemps

Het KCO gaat een maandje naar Japan, en ter voorbereiding speelden ze tijdens drie concerten in Amsterdam hun complete muzikale reisbagage. Ik koos voor het eerste concert, want Jansons en de Sacre zou een fraaie combinatie moeten zijn. En inderdaad: het was top. De Sacre klonk net iets duivelser, zwieriger, romantischer en drammeriger dan normaal. Het slot van het eerste deel was hels - de Japanners kunnen hun borst natmaken. Het applaus was mat. Geen wonder: dit was een concert in de B-serie en dat is het meest conservatieve KCO-publiek. In de moderne A-serie zou het publiek de tent afgebroken hebben, maar hier vinden de oudjes een ouverture van Rossini al gewaagd. De stemming van het publiek was voor de pauze uitbundiger. Jansons kijk op Dvoráks Negende kende ik al van de eerste RCO-live cd en ook tijdens dit concert werd een puike uitvoering neergezet. Zo verstild klonk het Largo nog niet eerder. Als de programmeur van het KCO dit leest: graag eens een concert met de Sacre van Strawinsky en Arcana van Varèse. Dat is een droomcombinatie.

17 november 2006

Concert 8 november 2006











Woensdag 8 november 2006, Concertgebouw Amsterdam
London Symphony Orchestra o.l.v. John Eliot Gardiner
Leif Ove Andsnes, piano

Martinu: Concert voor piano, pauken en dubbel strijkorkest
Mozart: Pianoconcert nr. 17, KV 453
Dvorák: Symfonie nr. 8

Daags na het gouden concert over tot de orde van de dag, met een fraai concert door het beste Engelse orkest geleid door John Eliot Gardiner. Eind jaren '80 en begin jaren '90 gold Gardiner als één van de beste (oude muziek) dirigenten, maar zijn ster is helemaal verbleekt. En eigenlijk wel terecht. Ik heb de nodige opnames van Gardiner in de kast staan, maar daarvan zijn er maar een paar die de tand des tijds kunnen doorstaan (de Mis in c op Philips en de opera's Idomeneo en La clemenza di Tito van Mozart en Léhars Lustige Witwe op DG), maar zijn Bach en Beethoven (en veel andere Mozarts) moeten het toch afleggen tegen de opnames van Herreweghe en Harnoncourt. Dat Gardiners expertise toch vooral ligt in de oudere muziek, bleek ook tijdens dit concert. Zijn begeleiding van het Mozart-concert was prima, en met het fijnzinnige spel van Andsnes was de uitvoering prachtig. Het concert van Martinu werd te grof gespeeld, maar wat een schitterend stuk! In de hoekdelen vliegen de vonken je om de oren... geweldig! Het zijn vooral de strijkers die de boventoon voeren. Het werk ademt een enorme krachtdadigheid uit, als een woedeuitbarsting of ontlading van emoties. Ik ga snel een opname van het stuk aanschaffen. Dvoráks Achtste werd fraai en uitbundig gespeeld; een symfonie waar niks mis mee kan, natuurlijk. Maar wel een lekker stuk.

12 november 2006

Goud voor Haitink: concert 7 november 2006


Dinsdag 7 november 2006, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
Anna Larsson, alt
Robert Dean Smith, tenor
Christine Schäfer, sopraan

Mahler: Das Lied von der Erde
Mahler: Symfonie nr. 4

Toen ik in een eerdere log meldde dat ik kaartjes had voor dit gouden concert maar op de slechtste plaatsen van de zaal zat, had ik het helemaal mis: de plaatsen bleken bijna de beste van de zaal. We zaten op de uiterste zijstoelen ter hoogte van de eerste rij, aan de violenkant (zaal zuid-kant) en hoe prachtig bleek dat: Haitink recht voor ons, daartussen Anna Larsson tijdens Das Lied von der Erde, en Christine Schäfer tijdens het slot van de Vierde. En Haitink op zijn allerbest. Het was onbetwist het concert van het jaar! Zo prachtig breekbaar speelde het orkest zelden. Tijdens de fluitsolo in Der Abschied leunde Haitink met twee handen op de lessenaar en gaf de fluitist alle ruimte... wat een beheersing en emotie! Larsson vond ik iets te onderkoeld, en Dean Smith maakte wat er van zijn hondsmoeilijke partij te maken was. Maar wat Haitink met het orkest deed was onwaarschijnlijk. Een paar jaar terug deed Haitink de Vierde ook al met het KCO, en toen was die uitvoering ragfijn en transparant. Nu daarentegen veel rauwer, boerser en voller. Niet beter of slechter dan toen, maar in elk geval verrassend en perfect gespeeld. Schäfer bleek wel de beste soliste.
Het hele concert komt geloof ik op cd en/of dvd - het is het waard om te koesteren. Na een kleine week ben ik nog vol van deze avond (terwijl er al en ander concert doorheen is gekomen). De foto hierboven is tijdens dit concert genomen en geplukt van de website van het KCO.

21 oktober 2006

Concert 20 oktober 2006


Vrijdag 20 oktober 2006, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Leonidas Kavakos, viool

Dvorák: Nocturne in B
Bartók: Vioolconcert nr. 2
Rimsky-Korsakov: Sheherazade

Een grandioos concert! Na het opwarmertje met Dvorák verscheen meesterviolist Leonidas Kavakos, die ik eigenlijk alleen ken van zijn sublieme opname van het Vioolconcert van Sibelius. Wat op die opname opvalt trof mij ook tijdens dit concert: de meer dan warmbloedige klank van zijn viool (een Stradivarius) en Kavakos' beheersing en muzikaliteit. Het Tweede vioolconcert van Bartók ken ik niet goed, en is vooralsnog geen favoriet, maar de uitvoering door Kavakos, ondersteund door een prachtig spelend KCO was desalniettemin groots. De hele zaal was trouwens na afloop euforisch, waarna Kavakos nog een prachtige Bach-toegift speelde. Ik zat naast een meneer die bij iedere ademstoot uit zijn neus floot, dus ik nam na de pauze een stoel op het balkon in dat ik voor de pauze vanuit de zaal leeg had gezien. In Sheherazade liet het KCO horen inderdaad één van de beste orkesten van Europa te zijn (wat mij betreft ook van de wereld trouwens). Strijkers en blazers waren in topvorm en met een als altijd opstuwende Fischer als dirigent leverde dat een puike uitvoering op. Precies drie jaar geleden speelde het orkest dit stuk onder David Zinman; toen was het gewoon een goede uitvoering maar niet meer dan dat. Nu zat ik op het puntje van mijn stoel.

Concert 15 oktober 2006


Zondag 15 oktober 2006, Concertgebouw Amsterdam
London Philharmonic Orchestra o.l.v. Kurt Masur

Schumann: Symfonie nr. 4
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 5

Een programmatische misser, dit concert van het London Philharmonic en zijn scheidend chef-dirigent Kurt Masur in de serie Wereldberoemde symfonieorkesten. Want bij hun vorige bezoek in januari 2004 speelden orkest en dirigent na de pauze ook al de Vijfde van Sjostakovitsj! Tja, dat was toen erg goed, en ook vanavond was de uitvoering van bijzonder hoog niveau, maar het getuigt van weinig eerbied voor het publiek om in zo'n korte tijd in herhaling te vallen. Het moet gezegd: Masur weet wel raad met dit stuk; zijn tempo in de finale is anders dan ik gewend ben en het effect is groots. Het London Philharmonic is niet zo goed als de London Symphony (die komen volgende maand op bezoek), maar het blijft een klasse orkest. De Vierde van Schumann viel tegen. Te snel, te slordig en te massief.

14 oktober 2006

Concert 13 oktober 2006












Vrijdag 13 oktober 2006, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Hans Graf
Christian Tetzlaff, viool

Wagenaar: Voorspel 'de Cid'
Lalo: Symphonie espagnole
Mendelssohn: Symfonie nr. 3 'Schotse'

Voor het orkest was dit waarschijnlijk een tussendoor-concert, want het programma werd alleen deze avond gespeeld. Dirigent Hans Graf maakte zijn debuut, en hij verdiende het dat het programma nog eens herhaald kon worden. In ieder geval mag hij terugkeren van mij, want hij bleek een echte vakman en Kapellmeister in de beste zin des woords. De Schotse van Mendelssohn is één van mijn lievelingssymfonieën (Mendelssohn in mineur is altijd prachtig!) en Graf leidde het orkest in een puntgave uitvoering waarin het samenspel van de verschillende orkestgroepen prachtig naar voren kwam. Bij de houtblazers van het KCO vond de afgelopen tijd een wisseling van de wacht plaats, en hoe prachtig de vorige generatie ook speelde, de nieuwe lichting maakt het orkest nog glanzender. Vooral de nieuwe soloklarinettist Arno Piters was gisteren (en ook de laatste concerten) goed op dreef. Zo'n Mendelssohn na de pauze zet de zaal weliswaar niet op stelten, maar eigenlijk is zo'n relatief lichte symfonie heerlijk verfrissend. Het concert begon met een obligate ouverture van Johan Wagenaar waarna violist Christian Tetzlaff de show stal met een vurig en technisch feilloos gespeelde Symphonie espagnole van Lalo. Ik kocht rond mijn twintigste van dit vijfdelige vioolconcert een plaat met de uitvoering van Kyung Wha Chung en het orkest van Montréal onder Dutoit. Nadat een paar jaar daarna de platenspeler definitief het huis verliet en ik alleen nog cd's draaide, was deze uitvoering op cd niet meer te krijgen. Ik hoorde eens een andere uitvoering, en die was zo onbevredigend dat ik alleen nog maar die ene uitvoering van Chung en Dutoit wilde hebben. Blijkbaar heeft die uitvoering zich in mijn geheugen gezet en is alles wat anders is teleurstellend. Een paar weken geleden grasduinde ik eens door de bakken van de tweedehands-afdeling van Concerto in de Utrechtsestraat en ziedaar: de cd van Chung en Dutoit. Goede uitvoering inderdaad, maar mijn God wat een slechte muziek! Eeuwige herhaling van motieven. Het ergst is het slotdeel: daar opent het orkest met een motiefje dat misschien wel 30 keer wordt herhaald! Natuurlijk: het klinkt allemaal erg toegankelijk, maar in feite is het een draak van een werk. Voor de violist valt er wel de nodige eer te behalen en dat deed Tetzlaff dan ook.

11 oktober 2006

Nieuwe cd's

Vandaag ontving ik per post een aantal cd's die ik bij het Duitse JPC had besteld. Geen avontuurlijk repertoire, intgendeel, maar vier uitgaven waar het mij om de uitvoering te doen is.

Van Beethoven bezat ik nog geen box met de complete pianosonates. Ik heb wel de bijna-complete box van Gilels en een aantal losse cd's (Pollini, Kempff) maar de 'basisbox' ontbrak nog. Over de uitvoering van Richard Goode lees je uitsluitend positieve verhalen, dus vandaar.

De opname van Brahms' Eerste symfonie door de Wiener Philharmoniker o.l.v. Carlo Maria Giulini wordt de zesde uitvoering van dit stuk in mijn cd-kast. Ik probeer zo langzamerhand de opnames van Giulini te verzamelen, want hoe eigenaardig zijn opnames soms ook zijn (dikwijls traag, soms zelfs log), ze zijn altijd interessant. Zijn opname van de Vierde van Brahms met eveneens de Weners vind ik erg fraai, ook al blijft Kleiber nummer 1 natuurlijk. Van de gebruikelijke aanvullingen op deze cd de haydn-variaties.

Van de Piano Trio's van Schubert kende ik de tweede opname (jaren tachtig) van het Beaux Arts Trio nog niet. Het Trio in Es is een meesterwerk, en ik ben benieuwd wat dit illustere gezelschap (in de oorspronkelijke bezetting) ervan maakt. Ik ben pas sins kort 'aan het pianotrio' en word steeds getroffen door de fantastische uitvoeringen door het Beaux Arts. Dan mogen hun Schubert-uitvoeringen natuurlijk niet ontbreken. In de Philips Duo-serie is ook hun eerste opname uit (ik dacht) de jaren zestig verkrijgbaar, maar dit is de digitale opname van twintig jaar later, overigens evenzeer midprice.

Soms laat ik me verleiden door 'meningen uit de pers'. De uitvoeringen van La Traviata tijdens de Salzburger Festspiele 2005 schijnen het muzikale hoogtepunt van dat jaar te zijn geweest. Anna Netrebko en Rolando Villazón vormden een droompaar, aangevuld met Thomas Hampson als Germont. De Wiener Philharmoniker o.l.v. Carlo Ricci in de bak maakten het feest compleet, zo gaat de mare. Een muisklikje op de bestelknop en je haalt het vocale feest in huis, dacht ik vorige week... Ik ben benieuwd.

09 oktober 2006

Concert 6 oktober 2006












Vrijdag 6 oktober 2006, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Vladimir Jurowski
Nikolai Lugansky, piano

Turnage: Evening Songs
Prokofiev: Pianoconcert nr. 3
Stravinsky: Delen uit Le baiser de la fée

Het zijn dit soort concerten die de A-serie van het KCO zo aantrekkelijk maken. Het programma was natuurlijk niet al te avontuurlijk, maar een vakkundige jonge hond als dirigent en een even begeesterde pianist zorgden voor een prima concert. Het stuk van Turnage ging eerlijk gezegd wat langs me heen. Geen dwingende muziek, maar een luchtige klankenmousse waar ik niet echt mijn aandacht bij vast kon houden. Hierna gebeurde wat grappigs. Toen het podium verbouwd moest worden voor de vanuit de kelder omhoog te hijsen piano, begonnen de blazers en slagwerkers (die immers konden blijven zitten) opeens een stuk te spelen, gedirigeerd door Jurowksi. Het duurde precies de tijd die nodig was om de zaak voor het pianoconcert op orde te krijgen. Opvallend is om te 'horen' hoe sloom het kwebbelende publiek erachter komt dat op het podium iets aparts gebeurt... Bij de pauze werd bij de uitgang van de zaal een papiertje uitgedeeld met de gegevens van deze entr'acte: No reason to panic van de jonge Nedelandse componiste Mayke Nas. Leuk gedaan, en een goed idee voor herhaling. Het Derde pianoconcert van Prokofiev kreeg een erg stormachtige en soms wat te massieve uitvoering. De balans tussen piano en orkest was niet ideaal; nu heeft de piano het altijd moeilijk in de Grote zaal, maar sommige dirigenten weten daar raad mee. Jurowksi nog niet. Technisch was alles trouwens perfect. Maar ik hoorde het stuk eens door Martha Argerich en Chailly; tja, dat vergeet je nooit meer natuurlijk. De zes delen uit Le baiser de la fée bleken lichte kost. Ik kende het ballet nog niet, en vond de muziek aanvankelijk een wat flauwe Tsjaikovsky-namaak. In de latere delen herstelde het stuk zich, en kreeg het orkest alle gelegenheid zich van zijn beste kant te laten zien. Jurowksi bleek hier een prima dirigent. Met typische arm- en lichaamsbewegingen kreeg hij uit het orkest wat hij wilde; na afloop bekroonde een aantal orkestleden zijn debuut met applaus. Dat hij vanaf volgend jaar chefdirigent van de London Philharmonic wordt, zegt ook al veel over zijn kwaliteiten. Een mooie avond!

05 oktober 2006

Gouden kaartjes!


Vandaag in de Volkskrant een weinig diepgravend interview met Bernard Haitink, waarin we weinig te weten komen over het gedoe rond het begin november te verschijnen boek over de Amsterdamse periode van Haitink. Eveneens vandaag bij de post de felbegeerde envelop van het Concertgebouw met mijn kaartjes voor het feestconcert op 7 november! Ik ga in een clubje van vier, en we zitten op de slechtste plaatsen van de zaal (zijstoelen in de uiterste hoek). Maar niks getreurd: ik ben erbij! Haitink stond op die datum precies 50 jaar geleden voor het eerst voor het Concertgebouworkest. En dat wordt nu gevierd met een droomprogramma (Mahlers Das Lied von der Erde en Vierde symfonie).

Prokofiev

Ik schreef hier al eerder dat ik geen fan ben van de muziek van Prokofiev. Slecht zijn zijn bekendste stukken allerminst, maar ik kan er niet echt van genieten. Misschien komt het ooit nog goed, maar tot op heden ben ik niet verheugd wanneer op een concertprogramma een stuk van Prokofiev staat. En ja, iedere regel zijn uitzondering, want er zijn twee stukken die ik weergaloos vind: het Tweede en Derde pianoconcert. Ofschoon het Derde bekender is en vaker wordt gespeeld (deze week overigens bij het KCO), staat het Tweede bij mij bovenaan. Opmerkelijk is de ontstaansgeschiedenis. Prokofiev componeerde het in 1913 en in dat jaar werd het ook uitgevoerd. De partituur ging echter bij een brand verloren, waarna hij het in 1923 nog eens componeerde! Bewijs dat Prokofiev zelf ook tevreden moet zijn geweest over het concert. Het is een lekker fel stuk, dat van de pianist een enorme (fysieke) inspanning vraagt. Hoogtepunt van het werk is de werkelijk fenomenale solocadens in het eerste deel die trouwens bijna de helft van de lengte van dat hele eerste deel in beslag neemt; hier moet de pianist helemaal voluit. Na afloop moet de pianist eigenlijk meteen aan de beademing, maar Prokofiev gooit er meteen een razend moeilijk tweede deel overheen. Wie dit concert niet kent: kopen! Neem de goedkope dubbel-cd met alle pianoconcerten op Decca, gespeeld door Vladimir Ashkenazy. Zijn toucher is perfect voor dit stuk, en hij speelt die cadens superieur.
Ik moest dit toch even kwijt.

01 oktober 2006

Concert 30 september 2006

Zaterdag 30 september 2006, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti







Wagner: Voorspel Die Meistersinger von Nürnberg
Berg: Drei Orchesterstücke, op. 6
Tsjaikovksy: Symfonie nr. 6 'Pathétique'

Zeer geslaagd openingsconcert van de serie Wereldberoemde symfonieorkesten; het was de laatste keer van een serie van vier dat orkest en dirigent dit programma speelden. Daniele Gatti heeft zich in een paar jaar weten op te werken tot een graag geziene gast bij het KCO en ook bij dit concert werd duidelijk dat dirigent en orkest elkaar bijzonder graag mogen. De ouvertüre Meistersinger is onbetwist het beste orkeststuk dat ooit is geconponeerd! En ik hoorde het live nog niet eerder zo overtuigend gespeeld. De cd-opname van Haitink met het KCO (ergens opgenomen in de jaren zeventig) blijft overigens superieur. Maar Gatti weet eveneens hoe je dit stuk moet fileren, braden en opdienen. De climax had iets overweldigender gekund, maar ik heb zitten genieten. Wat een fenomenale (!!!) compositie. Met Berg heb ik niet zoveel, ook al klonk het voltallige KCO erf fraai en dwingend. In Tsjaikovksy's Zesde liet Gatti zich van zijn beste kant zien. Erg scherp dirigerend en het orkest volledig in zijn greep nemend. Jansons dirigeerde het anderhalf jaar geleden dramatischer, maar zo fraai en technisch uitmuntend als deze avond zal het zelden gespeeld zijn.